Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Deelgemeente Amsterdam - Nieuw-West

Bomenverordening Osdorp

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieDeelgemeente Amsterdam - Nieuw-West
Officiële naam regelingBomenverordening Osdorp
CiteertitelBomenverordening Osdorp
Vastgesteld doordeelraad
Onderwerp
Eigen onderwerpNatuur, milieu en beheer openbare ruimte

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De werkingsduur van deze verordening is bij deelraadsbesluit van 21 november 2012 (kenmerk 2012/int/1439) verlengd ná 1 januari 2013 (bekenmaking in Westerpost d.d. 19-12-2012). 

Deze verordening is na 1 mei 2010 alleen van toepassing op het grondgebied van het voormalige stadsdeel Osdorp.

Datum ondertekening inwerkingtredingsbesluit:

Bron bekendmaking inwerkingtredingsbesluit: -

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 149

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

29-05-200229-05-200201-10-2016nieuwe regeling

29-05-2002

Westerpost, editie 3, 5 juni 2002

Westerpost, editie 3, 5 juni 2002

Tekst van de regeling

Bomenverordening Osdorp

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      boom: een houtachtig, overblijvend gewas, zowel vitaal als afgestorven, met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. In het kader van een herplant of instandhoudingsplicht kunnen voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan 10 cm dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven maaiveld.

    • b.

      houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen;

    • c.

      hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;

    • d.

      knotten en kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud;

    • e.

      boomwaarde: de financiële waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen.

    • f.

      vellen: kappen, het snoeien van meer dan 30 procent kroonvolume, rooien, verplanten alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Artikel 2 Kapverbod

  • 1. Het is verboden zonder vergunning van het dagelijks bestuur houtopstand te vellen of te doen vellen.

  • 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden, die op bosbouwkundige of bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd, indien het betreft:

    • a.

      populieren en wilgen als wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot;

    • b.

      fruitbomen, en windschermen om boomgaarden;

    • c.

      fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;

    • d.

      kweekgoed;

    • e.

      houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen een bebouwde kom tenzij:

    • de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt en ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are, ofwel in geval van rijbeplan­ting, gerekend over het totale aantal rijen, niet meer bomen omvat dan 20.

  • 3. Het in het eerste lid gesteld verbod geldt verder niet voor:

    • a.

      houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving of last van het dagelijks bestuur, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 11 van deze verordening;

    • b.

      het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte

    • boomsoorten; houtopstand, die bij wijze van dunning geveld moet worden uitsluitend als verzorgingsmaatregel ten bate van het voortbestaan van de overblijvende houtopstand zodat binnen redelijke termijn weer sprake kan zijn van een aaneengesloten kronendak;

    • e.

      De voorzitter van het dagelijks bestuur kan toestem­ming geven tot direkt vellen, indien sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid.

Artikel 3 Aanvraag vergunning

  • De vergunning moet schriftelijk en gemotiveerd onder bijvoeging van een situatieschets, worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechte­lijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.

Artikel 4 Monumentale bomen

  • 1. Het stadsdeel bezit een lijst met monumentale bomen en houtopstanden, waarvoor in beginsel geen kapvergunning wordt afgegeven, tenzij sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare veiligheid of andere acute noodtoestand.

  • 2. De in het eerste lid genoemde lijst kan drie categorieën van monumentale bomen en houtopstanden bevatten, namelijk:

    • -

      nationaal geregistreerde

    • -

      lokale

    • -

      toekomstige

  • 3. De regelmatig bijgewerkte lijst met monumentale bomen omvat in ieder geval een goed herkenbare omschrijving, de standplaats, het kadastrale perceelsnummer, de eigenaar en/of zakelijk gerechtigde en de reden van registratie van iedere houtopstand.

  • 4. Het stadsdeel bezit een bijzondere onderhoudsplicht voor de eigen monumentale houtopstand zoals een goed beheerder betaamt.

  • 5. Het stadsdeel kan aan de standplaatsen van monumentale bomen de bestemming "groeiplaats boom" verlenen onder vermelding van de stam- en kroonprojectie van deze bomen.

Artikel 5 Weigering ex lege

  • De vergunning wordt geacht te zijn geweigerd, indien geen beslissing is genomen binnen acht weken na de aanvraag van de vergunning, tenzij schriftelijk een andere termijn is medegedeeld.

Artikel 6 Weigeringsgronden

  • 1. Het dagelijks bestuur kan de vergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van onder meer:

    • -

      het voortbestaan van de houtopstand;

    • -

      natuur en milieuwaarden;

    • -

      landschappelijke waarden;

    • -

      cultuurhistorische waarden;

    • -

      waarden van stads- en dorpsschoon;

    • -

      waarden voor recreatie en leefbaarheid.

  • 2. Het dagelijks bestuur kan bij het weigeren of onder voorschriften verlenen van een vergunning de boomwaarde als motivering hanteren.

  • 3. Het dagelijks bestuur verwijst in de vergunning naar bestemmings-, groen-, bomen- of landschapsplannen en de daarin vermelde in het eerste lid genoemde waarden.

  • 4. Voor houtopstand voorkomende in het landelijke Register van Monumentale Bomen van de Bomenstichting te Utrecht en voor houtopstand voorkomende op de gemeentelijke, monumentale bomenlijst wordt in beginsel geen kapvergunning verleend behoudens in het volgende lid bepaalde situaties.

Artikel 7 Aanhouding

  • De beslissing op een aanvraag om kapvergunning wordt aangehouden als de aanvraag is ingediend ten behoeve van de realisatie van een ander vergunningplichtig werk, zolang op deze laatste vergunningsaanvraag niet is beslist. De aanvrager ontvangt kennisgeving van aanhouding van de beslissing.

Artikel 8 Publicatie en zienswijze

  • 1. Van de aanvraag van een vergunning wordt kennis gegeven in een lokaal huis-aan-huisblad.

  • 2. Belanghebbenden kunnen gedurende twee weken na de in het vorige lid bedoelde publicatie hun zienswijze geven.

  • 3. Van de beslissing over weigering of verlening van een vergunning wordt zo spoedig mogelijk kennis gegeven in een lokaal huis-aan-huisblad.

Artikel 9 Standaardvoorwaarde van niet gebruik

  • 1. Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van feitelijk niet gebruik tot het moment van definitief worden van vergunning, oftewel tot het moment dat:

    • a.

      de bezwaar of beroepstermijn voor derden is verstreken zonder dat er bezwaar of beroep is ingediend;

    • b.

      beslist is op een verzoek om een voorlopi­ge voorziening;

    • c.

      beslist is op het beroep van derden en geen verzoek tot voorlopige voorziening is gedaan.

  • 2. In dringende gevallen kan gemotiveerd afgeweken worden van het in het eerste lid bepaalde.

Artikel 10 Bijzondere vergunningsvoorschriften

  • 1. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het dagelijks bestuur te geven aanwijzingen moet worden herplant. Indien een bestemmings-, bomen-, groen-, of landschapsplan de te vellen houtopstand direkt of indirekt als waardevol omschrijft, wordt, zo vaak mogelijk, een herplantplicht opgelegd.

  • 2. Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplanting (en op welke wijze) niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.

  • 3. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van in en nabij de houtopstand voorkomende flora en fauna.

  • 4. Tot de aan een vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat pas tot vellen mag worden overgegaan indien andere vergunningen of ruimtelijke ordeningsprocedures definitief geworden zijn of de financiële voortgang van werken voldoende gewaarborgd is.

Artikel 11 Zelfstandige herplant-/instandhoudingsplicht

  • 1. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze verordening van toepassing is, zonder vergun­ning van het dagelijks bestuur is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het dagelijks bestuur aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.

  • 2. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.

  • 3. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig worden bedreigd, kan het dagelijks bestuur aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen ter­mijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.

  • 4. Tot de aan een vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift om een geldelijke bijdrage te storten in de kas van het Stadsdeel ten behoeve van een herplant door de gemeente, indien er op het perceel waar de te vellen houtopstand staat geen ruimte is voor een gelijkwaardige herplant.

  • 5. Degene aan wie een verplichting of voorschrift als bedoeld in het eerste, tweede, derde of vierde lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Artikel 12 Vervaltermijn vergunning

  • 1. De vergunning als bedoeld in deze verordening vervalt, indien daarvan niet binnen maximaal één jaar na het definitief zijn van de vergunning gebruik is gemaakt.

  • 2. In het geval van een vergunning voor meer dan één boom, is de vergunning voor alle bomen, geveld of niet, slechts voor één jaar geldig, ook als één of enkele bomen al geveld zijn.

Artikel 13 Schadevergoeding

  • Het dagelijks bestuur beslist op een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 17 juncto 13 vierde lid van de Boswet.

Artikel 14 Afstand van de erfgrenslijn

  • De afstand als bedoeld in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heggen en heesters.

Artikel 15 Bestrijding van iepziekte

  • 1. Dit artikel verstaat onder:

    • a.

      iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau);

    • b.

      iepespintkever: het insekt, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistratus (Marsch) en Scolytus pygmaeus.

  • 2. Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het dagelijks bestuur gevaar opleveren voor verspreiding van de iepe­ziekte of voor vermeerdering van de iepespintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het dagelijks bestuur is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:

    • a.

      indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;

    • b.

      de iepen te ontbasten en de bast te vernietigen;

    • c.

      de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepeziekte wordt voorkomen.

  • 3.a.Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren;

    • b.

      Het onder a. van dit lid genoemde verbod is niet van toepassing op geheel ontbast iepehout en op iepehout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter;

    • c.

      Het dagelijks bestuur kan ontheffing verlenen van het onder a. van dit lid gestelde verbod.

  • 4. Het niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens het dagelijks bestuur kunnen worden verricht.

Artikel 16 Bescherming bomen

  • 1. Het is verboden om houtopstanden, die openbaar eigendom zijn ;

    • -

      te beschadigen, te bekladden of te beplakken;

    • -

      daaraan snoeiwerk te verrichten behoudens door ambtenaren ter uitvoering van de hun opgedragen boomverzorgende taak;

  • 2. Het is verboden om een of meer voorwerpen in of aan een openbare houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens vergunning van het dagelijks bestuur.

Artikel 17 Uitzicht belemmerende beplanting

  • De rechthebbende op een boom, heg of struik of andere beplanting welke aan het wegverkeer het vrije uitzicht kan belemmeren of daarvoor op andere wijze hinder of gevaar kan opleveren, is verplicht deze beplanting te snoeien, of op te binden, of te verwijderen na aanschrijving door het dagelijks bestuur, binnen een door hen te bepalen termijn en overeenkomstig hun aanwijzingen.

  • STRAF EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 18 Strafbepaling

  • 1. Degene aan wie een voorschrift is gegeven als bedoeld in artikel 6, eerste tweede lid, of in artikel 9 en 10, en artikel 11, derde lid, onderscheidelijk een verplichting als bedoeld in artikel 11, eerste, tweede, vierde of vijfde lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is gehouden dienovereenkomstig te handelen.

  • 2. Hij die handelt in strijd met artikel 2, eerst lid, dan wel een voorschrift onderscheidelijk een verplichting als bedoeld in het vorige lid niet nakomt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie. Tevens kan een rechterlijke veroordeling op grond van dit artikel openbaar gemaakt worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de boomwaarde.

Artikel 19 Opsporing

  • Met de opsporing van de in deze verordening strafbaar gestelde feiten zijn behalve de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering, belast de daartoe door het dagelijks bestuur aangewezen personen.

Artikel 20 Betreden van gebouwen en terreinen

  • Zo dikwijls de zorg voor de naleving van enig voorschrift van deze verordening dit vereist, wordt hierbij aan hen die met de zorg voor de naleving daarvan zijn belast of daaraan moeten meewerken, de last verstrekt gebouwen, niet zijnde woningen, en terreinen te betreden, desnoods tegen de wil van de rechthebbende.

Artikel 21 Slotbepaling

  • 1. Deze verordening kan worden aangehaald als: Bomenverordening Osdorp.

  • 2. Zij treedt in werking met ingang van 29 mei 2002.

Toelichting op de bomenverordening

Toelichting op de bomenverordening

Deze toelichting geeft nadere uitleg over de bedoeling van de artikelen van deze verordening. Tevens worden enkele interpretaties van artikelen gegeven zoals die voor het Stadsdeel Osdorp relevant zijn. Weggelaten zijn voor Osdorp irrelevante zaken als bijvoorbeeld de

bepalingen inzake de bebouwde kom van de Boswet. Osdorp ligt blijkens de diverse gemeentebesluiten geheel binnen de bebouwde kom in de zin van de Boswet van de gemeente Amsterdam.

ARTIKEL 1: Begripsomschrijvingen

Boom

Het begrip boom maakt deel uit van het omvattendere begrip houtopstand, waarop het kapverbod van toepassing is. Afbakening van het begrip boom is van belang in verband met de ondergrens van de bescherming; welke jonge boompjes of boomachtige struiken wil men nog onder het kapverbod brengen? Hier is gekozen voor tien centimeter diameter vanwege de relatief boomarme stedelijke omgeving. Dit hoge beschermingsniveau waarborgt een goede boombescherming en controle, maar noopt burger en ambtenaar tot kapvergunning-afhandeling.

Bomen van minder 10 centimeter dwarsdoorsnede kunnen dus vrijlijk gekapt worden, maar niet indien zij in het kader van een herplant- of instandhoudingsplicht zijn aangeplant (tweede regel definitie boom).

Met “zowel vitaal als afgestorven” is bedoeld ook dode of bijna dode bomen kapvergunningplichtig te maken. Hiervoor zijn drie redenen. Soms is het wenselijk om dode bomen te bewaren (met name in parken of grote tuinen) vanwege hun ecologische waardevolle functies voor vogels, insecten enz.. Soms nestelen in dode bomen wettelijk beschermde diersoorten als spechten, uilen, vleermuizen, enz. Tenslotte kan een kwaadwillende boomeigenaar niet nadat hem een kapvergunning is geweigerd, een boom om zeep helpen (op welke wijze ook) en zo alsnog een beschermwaardige boom vellen.

Houtopstand

Onder “grotere (lint) begroeiing” kan zowel een haag, bijvoorbeeld een haag van hazelaar- of meidoorn vallen als bijvoorbeeld een “overhoek” van dergelijke beschermwaardige heesters. Onder een “beplanting van bosplantsoen” kunnen meerdere bomen en struikachtingen vallen, die eventueel kleiner zijn dan 10 centimeter diameter maar nooit meer dan twinting centimeter diameter bedragen. Daarbij moet er beheertechnisch sprake zijn van een evidente en compacte eenheid.

Bosplantsoen wordt voor de praktijk hier nader gedefiniëerd als een groep bomen van een dikte van 10 centimer dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven maaiveld of meer tot een maximale dwarsdoorsnede van 20 centimeter op 1,3 meter boven maaiveld.

Hakhout. Knotten. Kandelaberen.

De hier genoemde definities zijn uitzonderingen op het kapverbod en genoemd onder artikel 2 lid 3 (respectievelijk onder b en c). Bedoeld is misbruik tegen te gaan en alleen normaal en vakkundige werkzaamheden toe te staan.

De eerste keer dat houtopstand wordt teruggezet om er een knotboom, een gekandelaberde boom van te maken of om hakhoutbeheer toe te passen is men dus wel kapvergunningplichtig.

Indien het normale en vakkundige herhalingen van eerder knotten, kandelaberen of hakhoutbeheer betreft zijn deze niet kapvergunningplichtig.

Boomwaarde

De richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en houtige gewassen (NVTB) worden jaarlijks vastgesteld aan de hand van de prijsindexccijfers van het CBS, marktprijsgemiddelden en andere kengetallen. De richtlijnen gelden als het meest deskundige manier voor de wijze van vaststellen van de monetaire waarde van bomen. Anno 2001 is het adres van de NVTB: Postbus 683, 7300 AK Apeldoorn, tel.nr. 055-5999449.

Vellen

Vellen is dus elke wijze van het ten gronde richten van een houtopstand ongeacht of dit gedeeltelijk (bijvoorbeeld bij kappen) of volledig is als bij rooien (inclusief stobbe verwijderen). Ook het snoeien valt onder vellen indien het meer dan 30 procent van het kroonvolume betreft. Dit om het geleidelijk wegsnoeien van een boomkroon tegen te kunnen gaan en al te zeer beeldbepalende kronen te kunnen beschermen. Vaststelling van het precentage snoei dient bij twijfel door een ervaren en onafhankelijk derde te geschieden.

Ook het ernstig beschadigen of ontsieren is vellen en daarmee kapvergunningplichtig. De Hoge Raad bepaalde dat ook het rigoureus snoeien en kandelaberen door een boomdeskundige zonder kapvergunning onder het begrip vellen valt en dus strafbaar is (zaak Slootjes, 15.12.1992, JBR).

ARTIKEL 2: Kapverbod

Bevoegdheid

Bevoegdheid tot het instellen van een kapverbod bij gemeentelijke verordening wordt gegeven in artikel 15 van de Boswet, waarin ook enkele beperkingen worden genoemd.

De Boswet stelt dat deze gemeentelijke bevoegdheid “slechts beperkt is” door hetgeen nadrukkelijk in de Boswet is bepaald. Een gemeente heeft dus alle vrijheid tot en in juridische zin ook de verantwoordelijkheid voor een kwalitatief en kwantitatief boombeleid en -beheer.

Uitzonderingen lid 2

De in lid 2 van dit artikel genoemde uitzonderingen zijn de verplichte uitzonderingen ingevolge artikel 15 lid 2 en 3 van de Boswet. In de aanhef is toegevoegd “die op bosbouwkundige of bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd”. Daarmee is bedoeld de strekking van de Boswet om het kapverbod niet toe te passen op houtopstand die aantoonbaar deel uitmaakt van een economische bedrijfsvoering. Let wel op dat hier vele genuanceerde visie op bestaan.

Bijvoorbeeld is het begrip “vruchtboom” van de Boswet ook wel eens ruimer geïnterpreteerd (bijvoorbeeld bij een noteboom) door een rechter dan het begrip “fruitboom” zou doen vermoeden. Toch is hier nadrukkelijk bedoeld sierfruitbomen kapvergunningplichtig te doen zijn. Pas bij aantoonbaar financieel (bedrijfs)belang bij een fruitboom is geen vergunning vereist.

Uitzonderingen lid 3

De in lid 3 van dit artikel genoemde uitzonderingen zijn in de praktijk wenselijk gebleken aanvullingen.

Voor “houtopstand die geveld moet worden krachtens de Plantenziektenwet of krachtens aanschrijving van het Dagelijks Bestuur”geldt dus dat vervolgens wel weer een herplant- of instandhoudingplicht kan worden opgelegd. Bijvoorbeeld vanwege iepziekte op aanschrijving verwijderde iepen kunnen wel aanleiding zijn tot het opleggen van herplantplicht aan dezelfde eigenaar. Deze bevoegdheden zijn nadrukkelijk door de rechter bevestigd.

Hierboven onder hakhout/knotten/kandelaberen is de bedoeling van deze uitzonderingen uiteengezet.

De uitzondering van dunning is bewust, anders dan in artikel 2 lid 3 Boswet, uit de tekst van het kapverbod zelf gehaald omdat er in het verleden veel misbruik van werd gemaakt en dit veel rechtspraak opleverde. De gekozen formulering legt de uitkomst van genoemde rechtspraak vast; het moet gaan om werkelijk boomdeskundig dunnen met het oog op het voortbestaan van de overblijvende houtopstand.

ARTIKEL 3: Aanvraag vergunning

Aanvrager kunnen slechts eigenaren of zakelijk gerechtigden tot een houtopstand zijn. Zakelijk gerechtigden zijn in beginsel degenen die een notariële akte kunnen overleggen inzake een recht van erfpacht, opstal, erfdienstbaarheid, vruchtgebruik of pootrecht betreffende de houtopstand. Voor pootrechten worden soms ook andere akten toegelaten zoals oude oorkonden. Huurders hebben een persoonlijk en geen zakelijk recht en behoeven derhalve de handtekening van de verhuurder, die tevens eigenaar van de houtopstand is. Verhuurder-eigenaar van een houtopstand kan bij (huur)overeenkomst of verklaring haar huurders het recht tot kapvergunningaanvraag verlenen.

Ook het stadsdeel zelf, de gemeente Amsterdam, water- of hoogheemraadschappen of andere publiekrechtelijk bevoegde instanties kunnen aanvrager zijn. Zij behoren dezelfde procedure (formulieren) en behandeling te ondergaan als alle andere aanvragers.

Een situatieschets is verplicht om misverstand over de exacte boom te voorkomen. Stadsdeel Osdorp neemt zelf altijd een foto van de aangevraagde houtopstand op in het dossier om misverstand of chicane uit te sluiten.

Datum van de poststempel van het Stadsdeel is de datum van ontvangst van de aanvraag. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag zijn leges verschuldigd. De hoogte van de leges wordt vastgesteld conform de legesverordening stadsdeel Osdorp.

ARTIKEL 4: Monumentale bomen

Dit artikel staat vooraf aan de artikelen over weigering en verlening, omdat voor monumentale houtopstand in beginsel geen kapvergunning wordt afgegeven.

Onder ernstige bedreiging van de openbare veiligheid of andere acute noodtoestand moet bijvoorbeeld gedacht worden aan bomen die door storm, aanrijding, brand, hoog water en dergelijke calamiteiten instabiel zijn geworden. Onder de bijzondere onderhoudsplicht wordt verstaan dat bij zwamaantasting en houtrot gekeken wordt of bijzondere verzorgingsmaatregelen (ankers, stutten, snoei, ) en precieze monitoring een langer behoud van de monumentale boom kunnen waarborgen.

Dit artikel betekent dat het stadsdeel de taak op zich neemt om haar monumentale bomen voor nu en in de toekomst te inventariseren en op een lijst te zetten. De vaststelling van de lijst geschiedt door de stadsdeelraad. Dit vergt ook een beschrijving van de criteria voor (toekomstig) monumentale bomen en een procedure hoe een houtopstand op deze lijst geplaatst kan worden. De boom moet aan minstens twee van deze criteria voldoen om een boom een monumentale status te geven. Tevens dient deze lijst intern bekend te zijn bij de afdelingen ruimtelijke ordening, grond- en bouwzaken. Monumentale bomen met bestemming groeiplaats boom met vermelding stam- en kroonprojectie worden in bestemmingsplannen opgenomen.

De criteria die gelden voor het op de lijst plaatsen van monumentale bomen.

1. Leeftijd en conditie van de boom: deze is minimaal 35 jaar oud en moet qua conditie nog zeker 10 jaar meegaan.

2. De esthetische en de belevingswaarde van de boom: door leeftijd en verschijning beeldbepalend voor de omgeving en onvervangbaar.

3. De cultuurhistorische waarde van een boom: dit is bv. een herdenkingsboom, een geadopteerde boom, een bijzondere snoeivorm, de boom is verweven met de omgeving.

4. De ecologische waarde van een boom: de boom biedt plaats aan bijzondere planten of dieren.

5. De dendrologische waarde van een boom: de boom is een zeldzaam voorkomend geslacht, soort, variëteit of ras.

ARTIKEL 5: Weigering ex lege

Dit artikel bedoelt ambtelijke of bestuurlijke vertraging in de afhandeling van een kapaanvraag niet ten nadele van de bomen te doen zijn (zie bijvoorbeeld de verlening ex lege van het VNG-model). Verwezen wordt hier ook naar artikel 4:13 en 14 Algemene wet bestuursrecht: dat voorschrijft dat in beginsel binnen acht weken een beslissing genomen dient te worden, tenzij schriftelijk een redelijke andere termijn (nogmaals acht weken, tenzij een projekt uit zijn aard langere termijnen rechtvaardigt) is medegedeeld binnen die acht weken.

ARTIKEL 6: Weigeringsgronden

Dit artikel geeft weigeringsgronden, die in een besluit inzake een kapaanvraag genoemd kunnen worden. Daarnaast kunnen evenwel ook nog ander weigeringsgronden genoemd worden mits deze gebaseerd zijn op opgeschreven bomenbeleid of groenbeleid. Ervaring leert dat de algemene termen waarin hier genoemde weigeringsgrond gesteld zijn nadere uitwerking behoeven naar criteria voor boombelang en verwijderingsbelang alsmede de koppeling naar beleidsplannen of eerdere besluiten (bijvoorbeeld bestemmingsplan, handhavingsaanpak, enz).

De zwaarwegende status van landelijke en lokale monumentale houtopstand is bewust benadrukt in dit afwegingskader.

Direkt vellen als gevolg van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid is bedoeld aan te sluiten bij de bevoegdheden van de voorzitter van het dagelijks bestuur op grond van artikelen 173 en 175 Gemeentewet die zien op brand, ongevallen, rampen enz. In dergelijke evidente noodsituaties behoeft er dus (ook achteraf) geen kapvergunning te worden afgegeven. Wel kunnen belanghebbenden, die twijfelen aan de noodzaak van kap daaromtrent een besluit uitlokken en desgewenst daartegen bezwaar maken.

ARTIKEL 7: Aanhouding

Dit artikel gaat evenals artikelen 9 en 10 lid 4 uit van interne afstemming tussen afgifte van een kapvergunning en allerlei ruimtelijke besluiten inzake het uitvoeren van werken (bouw-, sloop-, aanlegvergunningen, bestemmingsplanwijzigingen, enz.).

Dit artikel poogt vertragingen in de ruimtelijke besluitvorming op te vangen om niet op een kapaanvraag te hoeven beslissen als deze besluitvorming op zich laat wachten. In wezen is dit het vastleggen van de vast rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State die vele malen bevestigen dat vroegtijdige kap niet is toegestaan als de feitelijk, financiëel of juridisch nog niet vaststaat wat er uiteindelijk gaat gebeuren (vergelijk ook artikel 10 lid 4).

ARTIKEL 8: Publicatie en zienswijze

Dit artikel strekt ertoe om te zorgen voor een spoedige publicatie van aanvragen en beslissingen in de media.

Door de aanvraag voor een kapvergunning te publiceren kunnen tijdig in de voorfase alle betrokken belangen door het stadsdeel worden geïnventariseerd. Door publicatie van de aanvraag kan een gemeente minder snel het verwijt van onzorgvuldige voorbereiding gemaakt worden en kan het dagelijks bestuur een bredere afweging maken.

Een advertentie in een huis-aan-huis blad, in beginsel de Westerpost, editie Osdorp, geschiedt in de eerstvolgende publicatie van dit blad na de datum van binnenkomst van de aanvraag.

In beginsel geschiedt de kennisgeving van de vergunning in de Westerpost twee weken na de datum van het besluit door het dagelijks bestuur. De toezending van het besluit aan aanvrager vindt zo spoedig mogelijk plaats. De bezwaartermijn van zes weken gaat lopen vanaf de dag volgend op de dag waarop het besluit aan de aanvrager is bekend gemaakt. Bezwaar tegen het verlenen dan wel weigeren van een vergunning kan worden ingediend conform het gestelde in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Of de indiener van een bezwaarschrift kan worden aangemerkt als belanghebbende wordt getoetst aan de hand van artikel 1:2 Awb en de daarbij ontwikkelde jurisprudentie.

ARTIKEL 9: Standaardvoorschrift van niet-gebruik

Dit artikel is een vastleggen van de vele rechtspraak, waarin de onomkeerbaarheid van een velling reden was om gedurende bezwaar en beroep een voorlopige voorziening toe te wijzen.

ARTIKEL 10: Bijzondere vergunningsvoorschriften

De leden 1 en 2 van dit artikel bevatten de standaardvoorschriften voor het opleggen van een herplantplicht als voorschrift in een vergunning op een kapaanvraag. Deze voorschriften dienen zo concreet en precies mogelijk te zijn naar locatie, boomsoort, grootte, enz. blijkt uit de rechtspraak.

Lid 3 maakt het mogelijk op grond van allerlei geldende natuurbeschermingsregels, waaronder de Vogelwet, Flora- en Faunawet, Europese vogel- en habitatrichtlijnen, enz. nadere concrete voorschriften op te leggen als bijvoorbeeld het niet kappen zolang er beschermde vogels broeden in de bomen of vellen op zodanige wijze dat nabije beschermde soorten planten of paddestoelen niet vernield worden.

Lid 4 is het verwoorden van de vaste rechtspraak van de Raad van State inzake niet voortijdig mogen kappen als de bouw- of aanleg plannen nog niet definitief zijn. Soms kan in een eerder fase dan bij kapvergunningverlening al tot een aanhouding van het kapbesluit besloten worden op grond van artikel 7 van deze verordening. Deze bepaling betekent dat de kapvergunningambtenaren en hun collega’s op ruimtelijke ordening (enz.) snel informatie moeten kunnen uitwisselen en procedures op elkaar afstemmen. Dit blijkt in de praktijk veel interne contacten en afspraken met zich mee te brengen.

ARTIKEL 11: Zelfstandige herplant-/instandhoudingsplicht

Indien een houtopstand dreigt beschadigd of vernietigd te worden kan het stadsdeel een herplantplicht of andere plichten tot instandhouding van de houtopstand op leggen aan de eigenaar of zakelijk gerechtigde van de grond. Overdracht van de grond aan een andere eigenaar kan eenmaal opgelegde herplant- of instandhoudingsplicht niet afdoen (lid 5).

Ook is het mogelijk en bevestigd door de Raad van State om, indien feitelijke herplant ter plaatse niet mogelijk is een financiële herplant op te leggen. Wel dient deze financiële storting in de kas van het stadsdeel daadwerkelijk voor herplant gebruikt te worden. Ook dient de herplant zo nabij als mogelijk bij de vorige standplaats van de houtopstand geplaatst te worden zodanig dat herstel van de functie van de houtopstand kan plaatsvinden.

ARTIKEL 12: Vervaltermijn vergunning

In de praktijk blijkt het nodig om een houdbaarheidsdatum aan oude vergunningen te geven.

De vervaltermijn begint te lopen op het moment van juridisch definitief worden van een vergunning, dus indien bijvoorbeeld geen bezwaar is aangetekend vanaf zes weken na datum van afgifte. De vervaltermijn begint te lopen als geen bezwaar of (hoger) beroep meer mogelijk is.

ARTIKEL 13: Schadevergoeding

De Boswet schrijft voor dat een verordening dit artikel bevat, hoewel uit de (gepubliceerde) rechtspraak geen enkel geval van een schade-uitkering op grond van dit artikel bekend is. Rechters lijken niet snel (onredelijk) nadeel aanwezig te achten indien een kapvergunning geweigerd wordt.

ARTIKEL 14: Afstand van de erfgrenslijn

Gezien de hoeveelheid burengeschillen in dit land en de geringe afmetingen van percelen in de gemeente Amsterdam kan een inperking van de juridische afstanden waarover geschillen kunnen ontstaan als dringend gewenst worden aangemerkt.

ARTIKEL 15: Bestrijding iepziekte

In een stad met vele iepen is dit artikel onmisbaar gebleken. Het is nu reeds onderdeel van de verordening van de centrale stad, maar overname in de stadsdeelverordeningen lijkt voor de leesbaarheid en kenbaarheid van deze bepaling gewenst.

Andere boomziekten of -plagen kunnen middels een aanschrijving van het dagelijks bestuur tegengegaan worden op grond van de algemene bevoegdheid (zie artikelen 173 en 175 Gemeentewet en in de Algemene wet bestuursrecht tot het doen van een aanschrijving (vgl. artikel 2 lid 3 sub a en e van deze verordening).

ARTIKEL 16: Bescherming bomen

In een stedelijke omgeving zijn mensen te snel geneigd om bomen als gebruiksobject te zien zodat een expliciet verbod, verdergaande dan het kapverbod, nodig is om dergelijk misbruik van bomen tegen te gaan.

ARTIKEL 17: Uitzicht belemmerende beplanting

Eigenlijk een voorschrift van verkeersveiligheid dat echter bomen betreft derhalve onder de bevoegdheid van de groenafdeling behoort. Concrete gevaarlijke situaties zullen dat intern ook door de afdelingen groen en verkeer besproken moeten worden.

ARTIKEL 18: Strafbepaling

De strafmaatbepalingen zijn overeenkomstig de grenzen van de Gemeentewet vastgesteld.

Een boete van de tweede categorie is anno 2002 vastgesteld op maximaal € 2.500,-- Wellicht dient opgemerkt dat men kan verzoeken om bijzondere maatregelen aan justitie, zoals de publicatie van een vonnis, verzoek om voordeeltoekennning (d.w.z. dat justitie afziet van strafvervolging indien verdachte de (boom)schade vergoedt). Ook een samengaan met andere delicten (vernieling van eigendom, belediging van personen, enz.) is vaak aanleiding om een illegale kap of beschadiging door justitie aan te laten pakken.

De ingestelde strafvervolging laat op zich het instellen van een privaatrechtelijke schade-vordering als gevolg van waardevermindering/verlies van de boom onverlet. Wel blijken rechter en officieren in de praktijk gevoelig voor het tweemaal juridisch aanpakken van hetzelfde feit.

ARTIKELEN 19 en 20: Opsporing en betreden van gebouwen en terreinen

Vanzelfsprekend zal uitsluitend indien er sprake is van verdenking een bevoegd opsporingsambtenaar zich toegang mogen verschaffen tot percelen. In Amsterdam blijkt deze bepaling zeker wenselijk gezien de noodzakelijk toegang tot de vele binnentuinen en doen van waarnemingen aldaar door bevoegde personen.

ARTIKEL 21: Slotbepaling

Praktische standaardbepaling.