Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Apeldoorn

Verordening dorps- en wijkraden 2009 (versie 3)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieApeldoorn
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening dorps- en wijkraden 2009 (versie 3)
CiteertitelVerordening dorps- en wijkraden (versie 3)
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 149

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

17-04-2014art. 5. eerste lid

06-03-2014

Apeldoorns Stadsblad d.d. 16 april 2014

26-2014
17-10-201317-04-2014nieuwe regeling

03-10-2013

Apeldoorns Stadsblad d.d. 9 oktober 2013

109-2013
12-03-200917-10-2013nieuwe regeling

26-02-2009

Apeldoorns Stadsblad 2009-03-04

2008-006921

Tekst van de regeling

Intitulé

VERORDENING DORPS- EN WIJKRADEN 2009

De raad van de gemeente Apeldoorn;

 

gezien het voorstel van het college d.d. 26 januari 2009, nr. 2008-006921;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

 

BESLUIT:

vast te stellen de navolgende Verordening regelende de taken en werkwijze en subsidiëring van de dorps- en wijkraden in de gemeente Apeldoorn.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    erkende dorps- en wijkraden: groepen inwoners die door het college van burgemeester en wethouders zijn erkend en die binnen de gemeente Apeldoorn in een bepaald gebied werkzaam zijn en die, blijkens hun statuten, het algemeen belang van de inwoners in dat gebied behartigen;

  • b.

    subsidie: subsidie als bedoeld in artikel 4:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    subsidieplafond: subsidieplafond als bedoeld in artikel 4:22 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • d.

    verdeelbesluit: besluit van het college waarbij op grond van objectieve criteria het jaarlijkse, daartoe in de gemeentebegroting opgenomen, subsidiebudget toegedeeld wordt aan de erkende dorps- en wijkraden;

  • e.

    werkgebied: het gebied, waarbinnen een erkende dorps- of wijkraad werkzaam is, zoals vastgelegd is in de statuten van de betreffende dorps- of wijkraad;

  • f.

    college: het college van burgemeester en wethouders

  • g.

    bestuursorgaan: een orgaan van de gemeente die krachtens publiekrecht is ingesteld.

Artikel 2 Erkenning van een dorps- of wijkraad

  • 1.

    Een dorps- of wijkraad kan bij het college een schriftelijk verzoek tot erkenning indienen.

  • 2.

    Een dorps- of wijkraad wordt door het college erkend, indien:

    • a.

      een dorps- of wijkraad rechtspersoonlijkheid bezit in de vorm van een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid;

    • b.

      de statuten aangeven met betrekking tot welk geografisch gebied de dorps- of wijkraad zijn activiteiten uitstrekt en dat het algemeen belang van de inwoners in dat gebied behartigd zal worden;

    • c.

      het bestuur of daartoe door de statuten aangewezen anderen minstens één maal per jaar een algemene openbare vergadering bijeen roepen;

    • d.

      in het gebied als bedoeld in sub b. nog geen dorps- of wijkraad erkend is;

    • e.

      uit de samenstelling van een dorps- of wijkraad blijkt dat tenminste 30 (aspirant-) leden, zijnde inwoners, redelijk over het werkgebied van een dorps- of wijkraad verspreid wonen. Hiertoe dient een handtekeningenlijst overlegd te worden.

  • 3.

    Het college kan, mits daartoe redelijke en billijke gronden bestaan, afwijken van het werkgebied, zoals gedefinieerd in artikel 1, sub e.

  • 4.

    Bij afwezigheid van een dorps- of wijkraad in enig werkgebied kan het college goedkeuren dat de belangen van een dergelijk werkgebied worden behartigd door bewoners in dat gebied of een naast gelegen erkende dorps- of wijkraad voor de duur dat aldaar geen dorps- of wijkraad aanwezig is.

  • 5.

    Het college kan in bijzondere gevallen bundeling van dorps- en wijkraden in een federatief verband of in één dorps- of wijkraad als zodanig erkennen. In dat geval dient het aantal handtekeningen als genoemd in lid 2, sub e, te worden vermenigvuldigd met het getal van de werkgebieden dat in de bundeling is begrepen. Voor het overige gelden de gestelde voorwaarden per dorps- of wijkraad onverkort.

  • 6.

    Het college kan een erkenning intrekken, indien:

    • a.

      de wijze van functioneren daarvoor aanleiding is;

    • b.

      niet meer voldaan wordt aan de in lid 2 gestelde voorwaarden voor erkenning.

  • 7.

    Het college trekt een erkenning in, indien:

    • a.

      sprake is van strijd met de wet;

    • b.

      van rechtswege dan wel anderszins tot ontbinding gekomen wordt.

Artikel 3 Verzekering

De gemeente sluit ten behoeve van het bestuur van de erkende dorps- en wijkraden een collectieve ongevallen- en aansprakelijkheidsverzekering af.

Artikel 4 Taken en bevoegdheden

Een erkende dorps- of wijkraad behartigt de belangen van zijn werkgebied en heeft daartoe de volgende taken en bevoegdheden:

  • a.

    gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen over beleidsvoornemens die het algemeen belang in het dorp of de wijk beïnvloeden.

  • b.

    communicatieve taken als intermediair naar de inwoners in het werkgebied.

  • c.

    betrokkenheid bij ontwikkelingen in het werkgebied en bij beleidsprocessen in het werkgebied.

  • d.

    betrokkenheid bij de Stadsdeelaanpak.

Artikel 5 Interactieve beleids- en planvorming

  • 1.

    Het bestuursorgaan zal de dorps- of wijkraad advies vragen over de in artikel 4 genoemde beleidsvoornemens, voorzover deze beleidsvoornemens niet van inspraak zijn uitgezonderd op grond van de Inspraakverordening danwel gebiedsbestemmingsplannen op schaalniveau van een wijk of hoger betreffen.

  • 2.

    Het bestuursorgaan vraagt schriftelijk advies aan een dorps- en wijkraad over het beleidsvoornemen als bedoeld in artikel 4 en vermeldt daarbij over welke onderdelen advies gevraagd wordt en de termijn waarbinnen het advies moet zijn uitgebracht. Daarbij geldt een minimum adviestermijn van vier weken, tenzij het college in de adviesaanvraag anders heeft bepaald.

  • 3.

    Het advies wordt gevraagd voorafgaand aan de inspraak op grond van de Inspraakverordening op een zodanig tijdstip dat er nog voldoende tijd en ruimte is om invloed uit te oefenen op het beleidsvoornemen.

Artikel 6 Informatie

  • 1.

    Aan de dorps- en wijkraden worden alle relevante stukken en gegevens die van belang kunnen zijn voor de inhoud van een in te dienen advies ter informatie toegezonden.

  • 2.

    Van de in lid 1 genoemde stukken, worden steeds twee exemplaren gratis ter beschikking gesteld. Meerdere exemplaren worden tegen de geldende prijs beschikbaar gesteld.

Artikel 7 Subsidie

  • 1.

    Deze verordening is een specifieke regeling in de zin van artikel 3, vierde lid, onder b van de Algemene subsidieverordening.

  • 2.

    Voor zover in deze regeling daarvan niet wordt afgeweken, zijn de bepalingen van de Algemene subsidieverordening en de Uitvoeringsregeling Algemene subsidieverordening onverkort van toepassing.

  • 3.

    Alleen erkende dorps- en wijkraden kunnen jaarlijks in aanmerking komen voor subsidie.

  • 4.

    De subsidie is een structurele normsubsidie als bedoeld in artikel 18 van de Uitvoeringsregeling Algemene subsidieverordening.

  • 5.

    Het college stelt wat betreft de structurele normsubsidie met in achtneming van het bepaalde in het zesde en zevende lid de subsidiebedragen, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening, in de vorm van een verdeelbesluit vast.

  • 6.

    Subsidie wordt slechts verleend voor zover de activiteiten zijn gericht op de in artikel 4 genoemde taken.

  • 7.

    De aanvraag om structurele normsubsidie voor enig jaar wordt door indiening van het daartoe vastgestelde formulier ingediend vóór 1 november voorafgaande aan het jaar, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 8 Slotbepaling, citeertitel en datum inwerkingtreding

  • 1.

    Op subsidies, die voor inwerkingtreding van deze verordening aangevraagd zijn, zijn de bepalingen van de Verordening dorps- en wijkraden 1999 van toepassing;

  • 2.

    Alle erkenningsbesluiten die zijn verleend op grond van de Verordening dorps- en wijkraden 1999 worden geacht te zijn verleend volgens de nieuwe verordening;

  • 3.

    Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening indien toepassing ervan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt;

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening dorps- en wijkraden';

  • 5.

    Deze verordening treedt in werking op 12 maart 2009 en vervangt de Verordening dorps- en wijkraden 1999, vastgesteld d.d. 23 september 1999.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 26 februari 2009

Gepubliceerd in het Apeldoorns Stadsblad d.d. 4 maart 2009

Inwerking getreden d.d. 12 maart 2009

Aldus gewijzigd vastgesteld d.d. 3 oktober 2013

Gepubliceerd in het Apeldoorns Stadsblad d.d. 9 oktober 2013

Inwerking getreden d.d. 17 oktober 2013

Gewijzigd bij besluit d.d. 6 maart 2014 (artikel 5, lid 1 gewijzigd)

Gepubliceerd in het Apeldoorns Stadsblad d.d. 16 april 2014

Inwerking getreden d.d. 17 april 2014

Bekend gemaakt op officiële bekendmakingen d.d. 26 januari 2015

TOELICHTING VERORDENING DORPS- EN WIJKRADEN

ALGEMEEN

Een veranderde wijze van subsidiëring van dorps- en wijkraden, alsmede de inwerkingtreding van de nieuwe Algemene subsidieverordening per 1 maart 2008, noopten o.a. tot actualisatie van de Verordening dorps- en wijkraden. Daarnaast is per 1 januari 2007 de nieuwe gebiedsgerichte werkwijze, zoals omschreven in de kadernotitie Stadsdeelaanpak, ingevoerd. Dit interactieve proces heeft ook een plaats gekregen in de verordening. De taken, bevoegdheden en werkwijze hebben een heldere juridische basis gekregen. Verder worden in deze verordening de eisen geformuleerd waaraan een dorps- of wijkraad moet voldoen om voor ‘erkenning’ in aanmerking tot komen en wordt de adviesfunctie van de dorps- en wijkraden met voorwaarden omkleed.

 

ARTIKELGEWIJS

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

Sub a

Instellingen, die binnen een werkgebied van een dorps- en wijkraad resideren, vallen onder het begrip 'inwoners'. In de spreektaal wordt daarbij veelal alleen gedacht aan natuurlijke personen. Maar rechtspersonen kunnen ook lid zijn van een vereniging; in de statuten zal daaromtrent veelal een regeling getroffen zijn. In het geval zowel natuurlijke als rechtspersonen lid kunnen zijn is sprake van een gemengde vereniging. Voor welke lidmaatschapsconstructie gekozen wordt hangt voor een belangrijk deel af van het doel.

Rechtspersonen kunnen net als natuurlijke personen lid zijn van diverse verenigingen. In bepaalde situaties zou dat kunnen leiden tot belangenverstrengeling. Om nu de invloed van een lid-rechtspersoon enigermate in te perken dient in de statuten bepaald te worden dat slechts natuurlijke personen lid kunnen zijn van het bestuur van de vereniging.

 

Sub b

In casu gaat het om een definitieartikel, dat ontleend is aan art. 4:21, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht;

 

Sub c

Alhier gaat het om een definitieartikel, dat ontleend is aan art. 4:22 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

Sub d

Besluit van het college van burgemeester en wethouders waarin op grond van objectieve criteria het jaarlijkse, in de gemeentebegroting opgenomen, subsidiebudget toegedeeld wordt aan de erkende dorps- en wijkraden;

 

Sub e

Alhoewel wettelijk gezien in de statuten alleen de plaats waar de vereniging haar zetel heeft, behoeft te worden vastgelegd, dient in de statuten, gezien het doel van de vereniging, het werkgebied omschreven te worden; het werkgebied is daarbij gebaseerd op een door de gemeente gehanteerde indeling, zoals o.a. verwoord in 'Apeldoorn in cijfers' en 'Digistad';

 

Sub f

Behoeft geen nadere toelichting.

 

Sub g

Een orgaan van de gemeente die krachtens het publiekrecht is ingesteld, bijvoorbeeld: gemeenteraad, college van burgemeester en wethouders en de burgemeester.

 

Artikel 2 Erkenning van een dorps- en wijkraad

Lid 1 en 2

Een dorps- of wijkraad kan bij het college van burgemeester en wethouders een schriftelijk verzoek tot erkenning indienen.

Een dorps- of wijkraad dient een verenigingsvorm met volledige rechtsbevoegdheid te kennen. Reden hiervoor is dat een vereniging een democratische structuur kent, hetgeen tot uitdrukking komt in het feit dat de algemene ledenvergadering het primaat heeft.

De statuten dienen te voldoen aan een aantal daarin op te nemen voorwaarden, welke er met name op gericht zijn een zo groot mogelijk democratisch gehalte van de rechtspersoon te waarborgen. Om een zo groot mogelijke mate van legitimiteit naar zowel het werkgebied als het gemeentebestuur te verankeren worden eisen gesteld ten aanzien van de doelstelling, de samenstelling en de openbaarheid. Ten aanzien van de samenstelling wordt het belangrijk geacht dat de leden verspreid over het totale werkgebied wonen. Belangenbehartiging dient het gehele werkgebied te betreffen en

mag niet beperkt worden tot een buurt of een paar buurten in het werkgebied.

 

Lid 3

Er kunnen zich bijzondere omstandigheden voordoen dat door het college gemeend wordt dat een bepaald werkgebied niet als zodanig in stand kan blijven. Het gebruik van deze bevoegdheid dient op redelijke en billijke gronden gebaseerd te zijn. De Stadsdeelaanpak, het zogenaamde gebiedsgericht werken, zou een aanleiding kunnen geven om af te wijken van het werkgebied.

 

Lid 4 en 5

Alhoewel het behartigen van belangen een zaak is van de erkende dorps- en wijkraden kunnen zich mogelijke situaties voordoen dat een bundeling of een tijdelijke belangenbehartiging de voorkeur geniet. De activiteiten worden gebundeld tot één dorps- of wijkraad waarbij er sprake is van een fusie, waarbij vermenging van de ledenbestanden plaatsvindt. Door een federatief verband aan te gaan, waarbij een gemeenschappelijk doel wordt nagestreefd, blijven de beide verenigingen naast elkaar bestaan. Afhankelijk van de mate van samenwerking zou dat kunnen leiden tot een gezamenlijke subsidie aanvraag; in die situatie dient gekomen te worden tot één erkenningsbesluit.

  

Lid 6 en 7

Niet voldoende is dat de statuten formeel aan de gestelde eisen voldoen, ook in de gedragingen van een dorps- of wijkraad moet aan deze eisen recht worden gedaan. Indien zulks niet of in onvoldoende mate het geval is kunnen burgemeester en wethouders op basis van artikel 6 de erkenning intrekken. In lid 7 is sprake van een verplichting. Als één van de situaties, zoals opgesomd, zich voordoet, dient de erkenning ingetrokken te worden.

 

Op de aanvraag om erkenning, de erkenning en de intrekking van erkenning zijn de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

 

Artikel 3 Verzekering

De gemeente sluit ten behoeve van de besturen van een dorps- of wijkraad een collectieve ongevallen- en aansprakelijkheidsverzekering af. De premie daarvan komt voor rekening van de gemeente.

 

Artikel 4 Taken en bevoegdheden

Algemeen

In dit artikel wordt gesproken over het werkgebied van de dorps- en wijkraad. Het komt regelmatig voor dat een beleidsterrein en/of taakgebied het werkgebied van de dorps- of wijkraad overstijgt. In deze situatie ontstaat geen probleem, aangezien het beleidsterrein of taakgebied het werkgebied van de dorps- of wijkraad betreft. Daarnaast kan het voorkomen dat een bepaald beleidsterrein of taakgebied niet direct betrekking heeft op het werkgebied van een dorps- of wijkraad, maar dat wel indirect de gevolgen ervan tastbaar zijn voor de dorps- of wijkraad. In dat geval dient een dorps- of wijkraad de mogelijkheid te hebben om haar mening te kunnen geven. Het moet dan wel gaan om een beleidsterrein of taakgebied dat betrekking heeft op territoriaal direct aansluitende werkgebieden van een dorps- of wijkraad.

 

Sub a

Het gaat hier om het interactief vormgeven van beleid, hetgeen betekent dat de beleidsvorming nog in de ambtelijke fase verkeert. Het staat een dorps- of wijkraad vrij om het bestuursorgaan ongevraagd zijn mening te geven over zaken van algemeen belang die het dorp of wijk specifiek betreffen.

 

Sub b

Een dorps- of wijkraad heeft een belangrijke communicatieve taak. De dorps- en wijkraad is gehouden regelmatig contact te hebben met de inwoners in de vorm van inwonersvergaderingen, algemene ledenvergadering (statutaire verplichting) alwaar verantwoording afgelegd wordt over het door het bestuur gevoerde beleid etc., schriftelijke informatie zoals buurtbrieven, wijkkranten etc..

 

Het bestuur van de vereniging heeft de wettelijke plicht verantwoording af te leggen omtrent het handelen. Dit behoeft inhoudelijk niet in de verordening vastgelegd te worden. De leden kunnen het bestuur aanspreken, als zij de mening toegedaan zijn, onvoldoende adequaat geïnformeerd te worden omtrent (lokale) beleidsvoornemens, etc.

 

Sub c

Dorps- en wijkraden dienen betrokken te worden bij de ontwikkeling/planvorming van het dorp of de wijk. Dat is, meer geconcretiseerd, het daadwerkelijk betrekken van dorps- en wijkraden bij het ontwikkelen van plannen met betrekking tot de eigen fysieke, ruimtelijke, sociale en economische omgeving.

 

Sub d

Op 1 januari 2007 is de nieuwe gebiedsgerichte werkwijze, zoals omschreven in de kadernotitie Stadsdeelaanpak, ingevoerd. Ter verbetering van de communicatie en samenwerking, tussen partners, in de wijk en het vergroten van de invloed van burgers op de werkzaamheden die plaatsvinden in de wijk, is de betrokkenheid van de dorps- en wijkraden gewenst. De gemeente Apeldoorn wil de opvattingen die die burgers hebben over hun leefomgeving als vertrekpunt nemen voor gemeentelijk beleid en de uitvoering. Het stimuleren en ondersteunen van de burgers in zelfwerkzaamheid en eigen initiatief is één van de doelstellingen van de Stadsdeelaanpak. De dorps- en wijkraden zijn een belangrijke partner om deze burgers (beter) te bereiken om daarmee –inhoudelijk- invulling te kunnen geven aan de doelstelling van de Stadsdeelaanpak.

 

Artikel 5 Interactieve beleids- en planvorming

Lid 1

In dit artikel wordt voor het bestuurorgaan de verplichting in het leven geroepen de dorps- of wijkraad ten aanzien van beleidsvoornemens te consulteren. Waar in de oude verordening nog gesproken werd over voorinspraak, hetgeen onterecht verondersteld dat er sprake is van een wettelijke procedure, wordt nu het begrip ‘interactieve beleids- en planvorming’ gehanteerd. De interactieve beleids- en planvorming gaat vooraf aan de wettelijke, formele inspraak en heeft ten doel de dorps- en wijkraden te betrekken bij de voorbereiding van beleid, dat het algemeen belang van het dorps of wijk specifiek betreft, waarbij de ruimte wordt gegeven het beleid of proces (deels) te beïnvloeden.

Hierbij zal gedacht moeten worden aan ruimtelijke plannen op dorps- of wijkniveau, (her) inrichtingsplannen van de openbare ruimte, plannen op het gebied van sociaal-culturele en onderwijsvoorzieningen, speelvoorzieningen, jeugdvoorzieningen, ouderenzorg, verkeersveiligheid, openbaar vervoer etc. De eenheidsmanagers zijn verantwoordelijk voor het tijdstip, waarop advies over een beleidsvoornemen ten behoeve van een dorps- of wijkraad wordt gevraagd.

 

Lid 2

Bevat een nadere bepaling over de manier waarop aan de dorps- of wijkraad een advies gevraagd wordt en behoeft geen verdere toelichting.

 

 

Artikel 6 Informatie

Bevat een nadere bepaling over de manier waarop informatie verstrekt wordt. In het algemeen worden twee exemplaren gratis ter beschikking gesteld. Deze gratis verstrekking is niet in strijd met

hetgeen in de Legesverordening 2008 is neergelegd; in artikel 4 betreffende Vrijstellingen is onder sub b onder 1 namelijk bepaald dat stukken en diensten kosteloos verstrekt worden indien dat bij wettelijk voorschrift bepaald is.

 

 

Artikel 7 Subsidie

Het artikel vormt de door artikel 4:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht vereiste wettelijke grondslag voor verstrekking van subsidie van gemeentewege aan de dorps- en wijkraden.

 

Lid 1

Dit artikellid bepaalt dat de verordening een specifieke regeling is in de zin van de op 1 maart 2008 in werking getreden Algemene subsidieverordening. Het artikellid hangt samen met het in het tweede lid bepaalde.

 

Lid 2

Deze bepaling maakt duidelijk dat het bepaalde in de Algemene subsidieverordening en de daarop gebaseerde Uitvoeringsregeling Algemene subsidieverordening van toepassing is op subsidieverstrekking aan dorps- en wijkraden. In het bijzonder zijn de voorwaarden die gelden voor de structurele normsubsidie van toepassing. De verordening wijkt wat betreft de in het achtste lid van het artikel genoemde termijn af van de in artikel 3 van de Uitvoeringsregeling Algemene subsidieverordening genoemde termijn. Het artikellid maakt duidelijk dat het bepaalde in de verordening voorgaat.

 

Lid 3

Deze bepaling beperkt de reikwijdte van de subsidiegrondslag; door te bepalen dat slechts door het college erkende dorps- en wijkraden in aanmerking kunnen komen voor subsidie op grond van de verordening, wordt voorkomen dat ook andere dorps- en wijkraden daarop een beroep doen. Het artikellid biedt, in samenhang met het bepaalde in de artikelen 2 en 4, de garantie dat de door de raad beschikbaar gestelde subsidie uitsluitend wordt verstrekt aan rechtspersonen die aan de door hem gestelde criteria voldoen.

 

Lid 4

Deze bepaling maakt duidelijk dat aan dorps- en wijkraden te verstrekken subsidie uit een structurele normsubsidie bestaat.

 

Lid 5

Deze bepaling bevat de nadere regels als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Algemene subsidieverordening voor de verlening en vaststelling van de structurele normsubsidie. Het college stelt de subsidiebedragen in de vorm van het verdeelbesluit vast.

 

Hoewel het beschikbare budget (dat is het subsidiebudget verminderd met het totaal van de vaste vergoeding gedeeld door het aantal inwoners) bepalend is voor het bedrag dat per inwoner wordt toegekend, en bij de verdeling de aanvragen in die zin niet leidend zijn, is de bepaling van belang voor het geval het totaal van de ingediende aanvragen het beschikbare budget overschrijdt.

 

Lid 6

Ook het zesde lid van het artikel beperkt de reikwijdte van de subsidiegrondslag; slechts activiteiten gericht op de in artikel 4 genoemde taken en bevoegdheden zijn subsidiabel. Het voorschrift voorkomt dat andere activiteiten van dorps- en wijkraden voor subsidie op grond van de verordening in aanmerking komen. Daarvoor is de subsidie immers niet bedoeld.

 

Lid 7

Het zevende lid van het artikel bepaalt dat, in afwijking van de in artikel 3 van de Uitvoeringsregeling Algemene subsidieverordening genoemde termijn, een aanvraag om subsidieverlening moet worden ingediend vóór 1 november van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Het college stelt ten behoeve van het indienen van de aanvraag formulieren vast. De bepaling is logischerwijs uitsluitend van toepassing op de structurele normsubsidie; aanvragen om een incidentele waarderingssubsidie kunnen ‘het hele jaar door’ worden ingediend.

 

Artikel 8 Slotbepaling, citeertitel en datum inwerkingtreding

Behoeft geen nadere toelichting.