Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Apeldoorn

Wegsleepverordening 2002

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Apeldoorn
Officiële naam regelingWegsleepverordening 2002
CiteertitelWegsleepverordening 2002
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpopenbare orde en veiligheid
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 149
  2. Wegenverkeerswet 1994, art. 173, lid 2
  3. Besluit wegslepen van voertuigen

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

13-12-2002Nieuwe regeling

26-09-2002

Weekend Totaal, 2002-11-01

raadsvoorstel 118-2002

Tekst van de regeling

Intitulé

WEGSLEEPVERORDENING 2002

De raad van de gemeente Apeldoorn,

gelezen het voorstel van het college;

gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 173, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede het Besluit wegslepen van voertuigen;

overwegende dat het wenselijk is om in voorkomende gevallen op de weg staande voertuigen te kunnen verwijderen, over te brengen en in bewaring te stellen;

gehoord de officier van justitie en de korpschef van politie;

BESLUIT:

vast te stellen de navolgende Wegsleepverordening.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    RVV1990: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

  • b.

    wet: Wegenverkeerswet 1994;

  • c.

    besluit: Besluit wegslepen van voertuigen;

  • d.

    voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, onder a I, RVV 1990;

  • e.

    motorvoertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder c en d, van de wet;

  • f.

    college: het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 2 Aanwijzing van wegen, waar voertuigen kunnen worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het vrijhouden van wegen

Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c, van de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente aangewezen voor zover ze behoren tot één van de in artikel 2 van het besluit bedoelde soorten van wegen en weggedeelten.

Artikel 3 Plaats van bewaring en openingstijden

  • 1. Als plaats van bewaring van voertuigen worden aangewezen het bedrijfsterrein aan Dorpsstraat 65 te Beekbergen en de locatie Wolfskuilen te Lieren.

  • 2. De openingstijden van de in het eerste lid bedoelde bewaarplaats worden door het college vastgesteld.

Artikel 4 Kosten overbrengen en bewaren

  • 1. De kosten van het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats bedragen:

    • a.

      voorrijkosten € 57,=;

    • b.

      kosten van het overbrengen € 88,=.

  • 2. De kosten van het bewaren van een voertuig bedragen:

    • a.

      € 15,= voor het eerste etmaal of een gedeelte daarvan;

    • b.

      € 7,= voor elk volgend half etmaal of een gedeelte daarvan.

Artikel 5 Restbepalingen

  • 1. Het college kan in verband met de uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen.

  • 2. Deze verordening treedt in werking op 13 december 2002.

  • 3. De verordening kan worden aangehaald als ‘Wegsleepverordening 2002’.

Ondertekening

Vastgesteld door de raad van de gemeente Apeldoorn d.d. 26 september 2002

Gepubliceerd in Weekend Totaal d.d. 1 november 2002

Inwerking getreden d.d. 13 december 2002

TOELICHTING WEGSLEEPVERORDENING 2002

ALGEMEEN

Op 1 januari 2002 treedt de wet van 21 februari 1997, houdende de wijziging van de Wegenverkeerswet (WVW) 1994, ook wel de wijziging van de wegsleepregeling genoemd, en het bijbehorende Besluit wegslepen van voertuigen in werking. Artikel 170 tot en met 173 van de wet WVW 1994 zijn vervangen door nieuwe bepalingen. De wijzigingswet is bij de besluitvorming derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aangepast in verband met de overgang van de bepalingen over de uitvoering van de bestuursdwang uit de Gemeentewet naar de Awb.

Het uitvoeren van de wegsleepregeling is in deze nieuwe regeling voorbehouden aan het college van burgemeester en wethouders. Het wegslepen van een voertuig moet worden gezien als een bijzondere vorm van bestuursdwang. In de Awb zijn algemene regels gesteld over de toepassing van bestuursdwang. Deze regels zijn voor een groot deel ook van toepassing op het wegslepen van voertuigen. Tegen besluiten tot het wegslepen van voertuigen staat op grond van de Awb bezwaar en vervolgens beroep open.

Reikwijdte regeling

Op grond van de oude WVW 1994 mochten op de weg staande voertuigen alleen worden weggesleept in het belang van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van invalidenparkeerplaatsen. Op grond van de herziene regeling in de wet WVW 1994 en het daarop gebaseerde Besluit wegslepen van voertuigen zijn de mogelijkheden fors uitgebreid. Het is nu mogelijk om in situaties waarin het parkeren als zeer hinderlijk wordt ervaren eveneens op te treden. Hierbij kan gedacht worden aan het onbevoegd parkeren op laad- en loshavens, taxistandplaatsen, voetgangersgebieden, markt- en evenemententerreinen, enz. In Apeldoorn kan al wel op basis van de Marktverordening opgetreden worden tegen onbevoegde parkeerders op marktterreinen.

Om van de bevoegdheid tot wegslepen gebruik te kunnen maken, dient eerst een lokale verordening te worden vastgesteld.

Het is overigens niet zo dat zonder meer tot wegslepen overgegaan kan worden. Per geval dient te worden nagegaan of in dit specifieke geval het wegslepen absoluut noodzakelijk is. Het wegslepen van een voertuig dat om 04.00 uur onbevoegd is geparkeerd zal doorgaans als niet of minder urgent moeten worden beschouwd. In een dergelijk geval dient met het opmaken van een proces-verbaal te worden volstaan.

Verhouding Wet Mulder en bestuursdwang

Er bestaat geen strikte koppeling. Het opmaken van een proces-verbaal op grond van de Wet Mulder, voordat tot wegslepen kan worden overgegaan, is geen vereiste meer; maar een samengaan is wel mogelijk. In het geval geen proces-verbaal is opgemaakt en besloten wordt tot wegslepen is het zaak om zo goed als mogelijk is de geconstateerde parkeerovertreding te beschrijven en de redenen, die tot het wegslepen hebben geleid. Een en ander moet in een schriftelijk document, voorzien van datum, uur van constatering, en ondertekent door de opmaker, worden vastgelegd; zo mogelijk moet een foto of foto’s bijgevoegd worden. Ook in verband met een mogelijke bezwarenprocedure, e.v. is een dergelijk verslag noodzakelijk.

Weliswaar is in de wet de bevoegdheid tot wegslepen neergelegd, maar om de regeling goed te kunnen uitvoeren dienen een aantal nadere regels in een verordening vastgelegd te worden door de gemeenteraad. Zo dient in de verordening een bewaarplaats aangewezen te worden en dient de reikwijdte van de verordening bepaald te worden. Voor Apeldoorn is gekozen voor een ruime werking, in die zin dat de regeling toepasbaar is met betrekking tot onbevoegd parkeren op alle wegen en weggedeelten. Uitzondering geldt uiteraard de rijks- en provinciale wegen, die binnen de gemeentegrenzen aanwezig zijn.

Delictsomschrijvingen

In de verordening zijn geen delictsomschrijvingen opgenomen. De reden daartoe ligt in het volgende. Het risico is reëel dat de delictsomschrijvingen uit de wegenverkeerswetgeving niet (altijd) naadloos aansluiten op de wegsleepregeling. Is dat het geval dan kan een zaak om formele gronden afgedaan worden ten nadele van de gemeente. Het is dan ook praktisch om gewoon te verwijzen naar de toepasselijke artikelen van de Wegenverkeerswet. Daarnaast wordt op deze wijze voorkomen dat zaken dubbel geregeld worden. Wel zal in een Bijlage behorende bij deze toelichting op de wegsleepregeling aangegeven worden in welke concrete gevallen er sprake kan zijn van een wegsleepwaardige overtreding in de zin van de verkeerswetgeving.

Aanvang overbrenging.

In artikel 170, zesde lid, WVW 1994 is bepaald dat een voertuig niet mag worden weggesleept, indien de rechthebbende het voertuig verwijdert voordat met de feitelijke overbrenging is begonnen. In de wet is niet expliciet uitgelegd wanneer het moment van overbrenging een aanvang heeft genomen. Aangenomen wordt dat met het feitelijke slepen een aanvang is genomen, als het voertuig in de takels van het wegsleepvoertuig hangt. Meldt de rechthebbende zich daarvoor, dan kan niet tot wegslepen overgegaan worden. Wel dient rechthebbende de met de overbrenging gemoeide kosten te vergoeden, waarbij gedacht kan worden aan de voorrijkosten en administratieve kosten.

ARTIKELGEWIJS

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

d. Voertuig

Het begrip voertuig, zoals in artikel 1, onder a I, RVV 1990 is omschreven, is ruim. Niet alleen motorvoertuigen vallen hieronder, maar ook (brom-)fietsen, invalidenvoertuigen en wagens. Al deze voertuigen vallen dan ook onder de wegsleepregeling. Ook in de APV is een bepaling opgenomen over het verwijderen van fietsen, e.d. van de openbare weg. Die bepaling ziet meer op de openbare orde en veiligheid en uiterlijk aanzien. De bepaling in de wegsleepregeling ziet strikt op de wegenverkeerswetgeving, terwijl de bepalingen in de APV (=excessenregeling) deze regeling als het ware aanvullen.

e. Motorvoertuig

Het begrip motorvoertuig is apart omschreven omdat artikel 5 van de wegsleepregeling alleen betrekking heeft op dit soort voertuigen.

Artikel 2 Aanwijzing van wegen en weggedeelten

Voor het wegslepen van voertuigen in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten kunnen op grond van artikel 170, eerste lid , aanhef en onder c, en artikel 173, tweede lid, aanhef en onder c, WVW 1994 bij gemeentelijke verordening wegen en weggedeelten worden aangewezen. In artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen is nader aangegeven om welke soorten van wegen e.d. het i.c. gaat. Het is aan de raad om wegen en weggedeelten in deze aan te wijzen. Er is gekozen voor de meest ruimte toepassing. I.c. betreft de regeling alle wegen en weggedeelten.

Een parkeerovertreding kan niet zonder meer ook leiden tot wegslepen. Per geval zal moeten beoordeeld of het gaat om een wegsleepwaardige situatie. Indien een voertuig midden in de nacht op een laad- of loshaven geparkeerd staat, terwijl alle winkels gesloten zijn, dan kan normaal gesproken geen sprake zijn van een wegslepen. Een dergelijk optreden is gezien de overtreding in het algemeen buiten proportie. Wegslepen zou eerst dan in de rede liggen, wanneer de winkels weer opengaan of enige tijd daarvoor en het betrokken voertuig nog altijd fout geparkeerd staat.

Artikel 3 Plaats van bewaring en openingstijden.

De inhoud van de bepaling spreekt voor zich. De gemeenteraad wijst de bewaarplaats(en) aan; de bevoegdheid daartoe wordt ontleend aan artikel 173, tweede lid, WVW 1994. Het is overigens denkbaar dat de burgemeester op grond van zijn bijzondere bevoegdheid ter handhaving van de openbare orde op enig moment ook ander terreinen aanwijst als plaats van bewaring van voertuigen. Daarnaast dient de bewaarplaats goed bereidbaar te zijn. In dit verband kan gedacht worden aan de bereikbaarheid per openbaar vervoer. De gemeente wenst het overbrengen en in bewaring stelling van voertuigen op te dragen voertuigen niet zelf uit te voeren maar aan een bedrijf uit te besteden. Daartoe zal met dit bedrijf een wegsleep- en bewaarovereenkomst worden aangegaan.

De openingstijden worden door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. Uitgangspunt daarbij is dat de openingstijden ruim dienen te zijn, waaronder een avond- en weekendopenstelling. Openstelling van de bewaarplaats alleen tijdens werkdagen is in onze ogen onvoldoende klantgericht.

Artikel 4 Kosten van overbrenging en bewaren van voertuigen

In artikel 13 tot en met 15 van het Besluit wegslepen van voertuigen is geregeld welke soorten van kosten, die verbonden zijn aan het wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen, in rekening gebracht kunnen worden. Het gaat hierbij niet alleen om personele en materiële kosten, die direct verband houden met het wegslepen, enz., maar ook om kosten die verbonden zijn aan bekendmaking van beschikkingen, verkoop, eigendomsoverdracht om niet, vernietiging van voertuigen, inclusief de taxatie van deze voertuigen, alsmede renteverlies, WA-verzekering, e.d..

Om redenen van uitvoering is er voor gekozen om met vaste bedragen te werken, waar de verschillende deelkosten onderdeel van uitmaken. Zie voor het overige Bijlage 2 bij de Wegsleep- verordening 2002.

Om de regeling, zoveel als mogelijk is, kostenneutraal te kunnen doen uitvoeren is een opgeld gehanteerd daar waar het gaat om de voorrijkosten en de sleepkosten. Het komt namelijk voor dat wegsleper opgeroepen wordt, terwijl de eigenaar/houder zich inmiddels heeft gemeld; in een dergelijke situatie kunnen geen voorrijkosten in rekening gebracht worden. Indien niet met een degelijk opgeld gewerkt wordt, blijven de kosten voor rekening van de gemeente.

Artikel 5 Restbepalingen

Bij nadere regels moet bijvoorbeeld gedacht worden aan procedure- en instructieregels. Voor het overige spreekt de bepaling voor zich.

Bijlage 1 behorende bij de toelichting op de Wegsleepverordening 2002

A. Veiligheid op de weg en vrijheid van het verkeer

Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg en de vrijheid van het verkeer ( artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b, WVW 1994) noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd:

Plaats op de weg

a. een voertuig is tot stilstand gebracht op een trottoir, voetpad of fietspad, tenzij het een fiets, bromfiets of invalidenvoertuig betreft ( artikel 10 en artikel 5 tot en met 7 RVV 1990);

Laten stilstaan

b. een voertuig is tot stilstand gebracht:

  • 1.

    op een kruispunt, rotonde of een overweg;

  • 2.

    op een fietsstrook of een rijbaan langs een fietsstrook;

  • 3.

    op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter daarvan;

  • 4.

    in een tunnel;

  • 5.

    bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering of, indien die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord, tenzij het stilstaan dient voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers;

  • 6.

    op de rijbaan langs een busstrook;

  • 7.

    op een busbaan of een busstrook met uitzondering van een lijnbus;

  • 8.

    langs een gele doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van bijlage 1 RVV 1990;

  • 9.

    op de rijbaan, inclusief de invoeg- en uitrijstrook, van een autosnelweg of autoweg, of - behoudens in noodgevallen - op de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm van zo’n weg.

(artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990)

Parkeren

c. een voertuig is geparkeerd:

  • 1.

    bij een kruising op een afstand van minder dan 5 meter daarvan;

  • 2.

    voor een inrit of een uitrit;

  • 3.

    buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg;

  • 4.

    langs een gele onderbroken streep of in strijd met bord E1 van bijlage 1 RVV 1990;

  • 5.

    op een wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren;

  • 6.

    binnen een erf, waarbij – voorzover het een motorvoertuig betreft – geen gebruik is gemaakt van de parkeerplaats die als zodanig zijn aangeduid of aangewezen;

  • 7.

    op een weg waarvoor een gesloten verklaring geldt;

  • 8.

    zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichting in werking is gesteld.

(Artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 RVV 1990)

Bevel of aanwijzing

d. een voertuig is tot stilstand gebracht in strijd met een bevel of een aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegd en als zodanig kenbare ambtenaar of ander persoon.

(Artikel 82 RVV 1990)

Gevaarlijk of hinderlijk gedrag

e. een voertuig is overigens zodanig tot stilstand gebracht of geparkeerd dat gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd.

(Artikel 5 WVW 1994)

B. Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen

Verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang van het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen ( artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, WVW 1994 en artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen) kan noodzakelijk zijn in het geval dat een voertuig geparkeerd is:

  • a.

    op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1 van bijlage 1 van het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24, eerste 1 onder e, RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een parkeerverbod geldt;

  • b.

    op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23, lid 1 onder g RVV 1990 aangegeven dat ter plaatse een verbod stil te staan geldt;

  • c.

    op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al dan niet met onderbord) voorzover:

    • ·

      het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen;

    • ·

      het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze is geparkeerd;

    • ·

      het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is geparkeerd;

  • d.

    op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage, tenzij het parkeren gebeurt met een taxi;

  • e.

    op een gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die bijlage:

    • ·

      tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig;

    • ·

      tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk zichtbaar aangebrachte gehandicaptenkaart;

    • ·

      die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het parkeren gebeurt met dat voertuig;

  • f.

    op een laad- en losplaats, nader aangeduid door borg E7 van die bijlage (met uitzondering van de aangegeven dagen of uren) tenzij de bestuurder van het voertuig bezig is met het onmiddellijk laden en lossen van goederen;

  • g.

    op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage voorzover het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen;

  • h.

    op een parkeerplaats, tenzij het parkeren gebeurt met het voertuig waarvoor een parkeervergunning is afgegeven;

  • i.

    in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord G7 of C1 van die bijlage;

  • j.

    op een terrein, waarop evenementen gehouden worden, waarvoor vergunning of ontheffing verleend is, en dat tijdens, enige tijd voor en enige tijd na het aldaar te organiseren evenement vrijgehouden dient te worden van geparkeerde voertuigen.