Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Apeldoorn

Verordening Afvalstoffenheffing 2011

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieApeldoorn
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening Afvalstoffenheffing 2011
CiteertitelVerordening Afvalstoffenheffing 2011
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 15.33 van de Wet milieubeheer

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

07-01-201101-01-2012aanpassing Wet milieubeheer

16-12-2010

Apeldoorns Stadsblad, 5 januari 2011

150-2010
10-12-201001-01-2011Onbekend

07-10-2010

Apeldoorns Stadsblad, 8 december 2010

120-2010

Tekst van de regeling

Intitulé

VERORDENING AFVALSTOFFENHEFFING 2011

De raad van de gemeente Apeldoorn;

gelezen het voorstel van het college d.d. 25 augustus 2010, nr. 120/2010;

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

 

BESLUIT:

vast te stellen de navolgende Verordening afvalstoffenheffing 2011.

Artikel 1 Begripsomschrijving

Voor de toepassing van deze verordening worden onder 'gebruik maken': gebruiken maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

  • 2.

    Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:

    degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van het perceel.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 5 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6 Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting, bedoeld in de onderdelen 2 tot en met 4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, wordt bij wege van aanslag geheven.

  • 2.

    De belasting, bedoeld in onderdeel 5 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, wordt geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting, bedoeld in onderdeel 2 van de tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    De belasting, bedoeld in de onderdelen 3 en 4 van de tarieventabel, is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of, zo dit eerder is, bij de beëindiging van de belastingplicht

  • 3.
    • a.

      Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting, bedoeld in onderdeel 2 van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog kalendermaanden overblijven, met inachtneming van het hierna onder b bepaalde.

    • b.

      Vangt de belastingplicht voor de 16e van de maand aan, dan is de belasting, bedoeld in onderdeel 2 van de tarieventabel, over die maand ten volle verschuldigd; vangt de belastingplicht op of na de 16e van de maand aan, dan is over die maand geen belasting, bedoeld in onderdeel 2 van de tarieventabel, verschuldigd.

  • 4.
    • a.

      Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de, in onderdeel 2 van de tarieventabel genoemde, voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog kalendermaanden overblijven, met inachtneming van het hierna onder b. bepaalde, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,=.

    • b.

      Eindigt de belastingplicht voor de 16e van de maand, dan wordt over die volle maand ontheffing verleend. Eindigt de belastingplicht op of na de 16e van de maand, dan wordt over die maand geen ontheffing verleend.

  • 5.

    Het derde en het vierde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.

  • 6.

    Belastingbedragen van minder dan € 10,= worden niet geheven.

  • 7.

    De belasting als bedoeld in onderdeel 5 van de bij deze verordening behorende tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen, opgelegd voor de belasting als bedoeld in de onderdelen 2 tot en met 4 van de tarieventabel, worden betaald uiterlijk één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één verzamelnota vermelde aanslagbiljetten, meer bedraagt dan € 50,= doch minder dan € 3.500,=, dat de aanslagen gezamenlijk moeten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van de verzamelnota en elk van de volgende termijnen telkens een maand later, met dien verstande dat, indien na de kalendermaand, waarin de verzamelnota wordt opgelegd, minder dan drie kalendermaanden in het kalenderjaar overblijven, de aanslagen gezamenlijk moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening nog kalendermaanden in het jaar overblijven, met een minimum van één.

  • 3.

    In gevallen bedoeld in het tweede lid geldt, in afwijking in zoverre van het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen gezamenlijk moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van de verzamelnota nog maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van de verzamelnota en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 4.

    Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.

  • 5.

    De belasting als bedoeld in onderdeel 5 van de bij deze verordening behorende tarieventabel moet worden betaald :

    • a.

      in geval van uitreiking van kennisgeving: op het tijdstip van uitreiking;

    • b.

      in geval van toezending van de kennisgeving: binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 6.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9 Kwijtschelding

  • 1.

    Voor de belasting bedoeld in onderdeel 2 van de tarieventabel kan kwijtschelding worden verleend.

  • 2.

    Voor de belasting bedoeld in de onderdelen 3 en 4 van de tarieventabel kan kwijtschelding worden verleend tot een bedrag van maximaal € 135,00 per belastingjaar.

  • 3.

    Geen kwijtschelding wordt verleend voor de belasting bedoeld in onderdeel 5 van de tarieventabel.

Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing.

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De Verordening afvalstoffenheffing 2010, vastgesteld op 12 november 2009, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing krachtens deze verordening is 1 januari 2011.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing 2011’ (versie 2).

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering d.d. 7 oktober 2010

Gepubliceerd in Apeldoorns Stadsblad d.d. 8 december 2010

Inwerking getreden d.d. 10 december 2010

 

Gewijzigd bij besluit d.d. 16 december 2010

Gepubliceerd in het Apeldoorns Stadsblad d.d. 5 januari 2011

Inwerking getreden d.d. 7 januari 2011

 

 

TARIEVENTABEL behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing 2011

 

ALGEMEEN

De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.

 

 

 

MAATSTAVEN EN TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING

 

 

1.

De belasting wordt per perceel berekend naar een vast tarief, verhoogd met één of meer gedifferentieerde tarieven.

 

 

 

 

2.

Het vaste belastingtarief bedraagt per perceel per belastingjaar, indien dat perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar bij de aanvang van de belastingplicht wordt gebruikt door

 

2.1

één persoon

€ 162,09

2.2

twee personen

€ 169,64

2.3

meer dan twee personen

€ 177,28

2.4

In afwijking van onderdeel 2 bedraagt het vaste belastingtarief, indien het perceel niet permanent mag worden bewoond

€ 162,09

 

 

 

3.

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2 bedraagt het gedifferentieerde belastingtarief per:

 

3.1

Aanbieding ter lediging van een minicontainer van 240 liter bestemd voor GFT-afval

€ 0,00               

3.2

Aanbieding ter lediging van een minicontainer van 140 liter bestemd voor GFT-afval

€ 0,00               

3.3

Aanbieding ter lediging van een minicontainer van 120 liter bestemd voor GFT-afval

€ 0,00               

3.4

Aanbieding ter lediging van een minicontainer van 240 liter bestemd voor restafval

€ 7,50

3.5

Aanbieding ter lediging van een minicontainer van 140 liter bestemd voor restafval

€ 4,38

3.6

Aanbieding ter lediging van een minicontainer van 120 liter bestemd voor restafval

€ 3,75

3.7

Aanbieding ter lediging van 1100 liter verzamelcontainer

€ 34,38

3.8

Ontgrendeling van een ondergrondse inzamelcontainer met behulp van een milieupas ten behoeve van het aanbieden van een afvalzak

€ 1,25

 

 

 

4.

De tarieven, genoemd in onderdeel 3, worden in die gevallen,waarin meerdere percelen voor de afvalverwijdering gebruik dienen te maken van hetzelfde inzamelmiddel, gedeeld door het aantal percelen dat voor de afvalverwijdering op de betreffende inzamelmiddelen is aangewezen.

 

 

 

 

5.1

De heffing voor het op afroep verwijderen van grofvuil, afkomstig van een huishouden bedraagt per m³ of een gedeelte daarvan           

€ 33,95

5.2

de heffing voor het storten van afvalstoffen afkomstig van huishoudens op daartoe aangewezen plaatsen bedrag per 10 kg, of een gedeelte daarvan

€ 1,78           

5.3

Het gewicht van afvalstoffen, als bedoeld onder 5.2, wordt bepaald door het van gemeentewege op een weegkaart afgedrukte beladen gewicht van het transportmiddel, verminderd met het eveneens van

gemeentewege afgedrukte leeggewicht hiervan.

 

 

5.4

De heffing, genoemd in de artikelen 5.1 en 5.2 wordt niet geheven,

indien het totaal van de betreffende aangeboden hoeveelheid per perceel per belastingjaar minder dan 301 kg bedraagt. Hierbij wordt een kubieke meter als bedoeld in artikel 5.1 aangemerkt als 100 kg en de hoeveelheid die per keer wordt gebracht bij de vuilstortplaats, gelegen aan Zilverschoon 124, aangemerkt als 50 kg.