Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Assen

Verordening gedragscodes raadsleden

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieAssen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening gedragscodes raadsleden
CiteertitelVerordening gedragscodes raadsleden
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpbestuurlijke organisatie

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 15, lid 3
  2. Gemeentewet, art. 41c, lid 2
  3. Gemeentewet, art. 69, lid 2

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

1.Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

07-03-200308-03-200324-12-2015nieuwe regeling

23-10-2003

Berichten van de Brink, 05-11-2003

23-10-2003

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening gedragscodes RAADSLEDEN

 

 

HOOFDSTUK I. KERNBEGRIPPEN VAN BESTUURLIJKE INTEGRITEIT.

ARTIKEL 1.

De leden van de gemeenteraad van Assen stellen bij hun handelen de kwaliteit van het openbaar bestuur centraal. Integriteit van het openbaar bestuur is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de gemeente, en in het verlengde daarvan die van de burgers, zijn het primaire richtsnoer.

Bestuurlijke integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen.

 

Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst bestuurlijke integriteit in een breder perspectief.

 

Dienstbaarheid: het handelen van een raadslid is altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers die daar onderdeel van uit maken.

Functionaliteit: het handelen van een raadslid heeft een herkenbaar verband met de functie die hij vervult in de raad.

Onafhankelijkheid: het handelen van een raadslid wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat de schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden.

Openheid: het handelen van een raadslid is transparant, opdat verantwoording mogelijk is en er inzicht is in het handelen van het raadslid en zijn beweegredenen daarbij.

Betrouwbaarheid: op een raadslid moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven.

Zorgvuldigheid: het handelen van een raadslid is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijkewijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen.

Deze kernbegrippen zijn de toetssteen voor de nu volgende gedragsafspraken. Gedragingen moeten aan deze kernbegrippen getoetst kunnen worden.

HOOFDSTUK II. GEDRAGSCODE BESTUURLIJKE INTEGRITEIT.

PARAGRAAF 1. ALGEMENE BEPALINGEN.

ARTIKEL 2.

  • 1.

    Deze gedragscode geldt voor alle alle raadsleden en plaatsvervangende commissieleden van de gemeente Assen.

  • 2.

    In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het presidium.

  • 3.

    De code is openbaar en door derden te raadplegen.

  • 4.

    De leden van de raad ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de code.

PARAGRAAF 2. BELANGENVERSTRENGELING EN AANBESTEDING.

ARTIKEL 3.

  • 1.

    Een raadslid doet opgave van zijn zakelijke belangen in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt. De opgave is openbaar en door derden te raadplegen.

  • 2.

    Bij privaatpublieke samenwerkingsrelaties voorkomt het raadslid (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen.

  • 3.

    Een oud-raadslid wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het verrichten van werkzaamheden in opdracht van de gemeente.

  • 4.

    Een raadslid dat familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht.

  • 5.

    Een raadslid neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden.

PARAGRAAF 3. NEVENFUNCTIES.

ARTIKEL 4.

  • 1.

    Een raadslid vervult geen nevenfuncties waarbij strijdigheid is met het belang van de gemeente.

  • 2.

    Een raadslid maakt melding van al zijn nevenfuncties waarbij tevens wordt aangegeven of de functie wel of niet bezoldigd is. Deze gegevens worden openbaar gemaakt.

  • 3.

    De kosten die een raadslid maakt in verband met een nevenfunctie uit hoofde van het raadslidmaatschap, worden waar mogelijk vergoed door de instantie waar de nevenfunctie wordt uitgeoefend.

PARAGRAAF 4. INFORMATIE.

ARTIKEL 5.

  • 1.

    Een raadslid gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt. Hij verstrekt geen geheime informatie.

  • 2.

    Een raadslid houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk is op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.

  • 3.

    Een raadslid maakt niet ten eigen bate of van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van de functie verkregen informatie.

PARAGRAAF 5. AANNEMEN VAN GESCHENKEN

ARTIKEL 6.

  • 1.

    Geschenken en giften die een raadslid uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden gemeld bij de voorzitter en geregistreerd door de griffier. In bijzondere gevallen wordt hiervoor door het presidium een bestemming bepaald.

  • 2.

    Geschenken en giften die onder 6.1 vallen worden bij voorkeur niet op het huisadres ontvangen.

PARAGRAAF 6. BESTUURLIJKE UITGAVEN[1]

ARTIKEL 7.

  • 1.

    Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond.

  • 2.

    Ter bepaling van de functionaliteit van bestuurlijke uitgaven gelden de volgende criteria:

    • -

      met de uitgave is het belang van de gemeente gediend en

    • -

      -de uitgave vloeit voort uit de functie.

PARAGRAAF 7. DECLARATIES.

ARTIKEL 8.

  • 1.

    Het raadslid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.

  • 2.

    Declaraties worden afgewikkeld volgens een daartoe vastgestelde administratieve procedure.

  • 3.

    Een declaratie wordt ingediend door middel van een daartoe vastgesteld formulier.Bij het formulier wordt een betalingsbewijs gevoegd en op het formulier wordt de functionaliteit van de uitgave vermeld.

  • 4.

    Gemaakte kosten worden per kwartaal gedeclareerd.

  • 5.

    De griffier is verantwoordelijk voor een deugdelijke administratieve afhandeling en registratie van declaraties. Declaraties van raadsleden worden administratief afgehandeld door een daartoe aangewezen ambtenaar.

  • 6.

    In geval van twijfel over een declaratie, wordt deze voorgelegd aan de voorzitter. Zonodig wordt de declaratie ter besluitvorming aan het seniorenconvent voorgelegd.

PARAGRAAF 8. GEBRUIK VAN GEMEENTELIJKE VOORZIENINGEN.

ARTIKEL 9.

  • 1.

    Gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor privé-doeleinden is niet toegestaan.

  • 2.

    Raadsleden hebben de beschikking over een parkeerplaats op de door het bestuur beheerde parkeervoorziening.

  • 3.

    Raadsleden van de gemeente Assen kunnen, gelijk aan de ambtenaren in dienst van de gemeente Assen, gebruik maken van het PC-privéplan.

PARAGRAAF 9. REIZEN/WERKBEZOEKEN.

ARTIKEL 10.

Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van derden worden altijd besproken in het presidium en onder meer getoetst op het risico van belangenverstrengeling. Het gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming.

HOOFDSTUK III. SLOTBEPALINGEN.

INWERKINGTREDING.

ARTIKEL 12.

Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 7 maart 2003.

CITEERTITEL.

ARTIKEL 13.

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening gedragscodes bestuurders".

ALGEMENE TOELICHTING.

_________________________

Het doel van deze "Verordening gedragscodes raadsleden" is om raadsleden een houvast te bieden bij het bepalen van normen omtrent de integriteit van het bestuur. De code bevat regels zowel voor het bestuursorgaan in zijn geheel als voor raadsleden en plaatsvervangende commissieleden afzonderlijk en is gebaseerd op het landelijk daarvoor ontwikkelde model.

Met de aanvaarding van de wetsvoorstellen tot dualisering van het gemeentebestuur is de aanwezigheid van gedragscodes voor gemeenten per 7 maart 2003 verplicht gesteld.

De regels opgenomen in de code hebben voornamelijk bestuurlijke en politieke relevantie. Gekozen is voor het opnemen van de gedragscode in een verordening om de regels extra rechtskracht mee te geven. Raadsleden zijn op de naleving van de gedragscodes aanspreekbaar en wanneer zij zich er niet aan houden kan dat gevolgen hebben voor hun functioneren en hun positie.

Naast deze code bestaan er voorschriften die in de wet of elders geregeld zijn, bijvoorbeeld over fraude, valsheid in geschrifte en over nevenfuncties. Dergelijke voorschriften zijn niet ook nog eens in deze code opgenomen.

[1] Zie voor nadere regels betreffende de paragrafen 6 en 7 ook: "Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning" en "Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden".