Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Assen

Verordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieAssen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing
CiteertitelVerordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-201131-12-2011Onbekend

16-12-2010

Berichten van de Brink, 29-12-2010

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN DE AFVALSTOFFENHEFFING

 

Besluitvorming raad:

De raad van de gemeente Assen;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6 december 2010;

gelet op artikel 216 van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

b e s l u i t:

vast te stellen de:

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

 

ARTIKEL 1

 

INLEIDENDE BEPALING

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder "gebruik maken": gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet Milieubeheer.

HOOFDSTUK II AFVALSTOFFENHEFFING

 

ARTIKEL 2

 

AARD VAN DE BELASTING EN BELASTBAAR FEIT

Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80).

De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven terzake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

ARTIKEL 3

 

BELASTINGPLICHT

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

ARTIKEL 4

 

MAATSTAF VAN HEFFING EN BELASTINGTARIEF

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel

ARTIKEL 5

 

BELASTINGJAAR

Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

ARTIKEL 6

 

WIJZE VAN HEFFING

De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.

De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingplichtige bekend gemaakt.

ARTIKEL 7

 

ONTSTAAN VAN DE BELASTINGSCHULD EN HEFFING NAAR TIJDSGELANG

De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel volle kalendermaanden als er in dat jaar na de aanvang van de belastingplicht overblijven.

Indien de belasting in de loop van het jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de in het vorige lid bedoelde belasting voor zoveel kalendermaanden, inclusief de maand waarin de belastingplicht eindigt, als er in dat jaar na het einde van de belastingplicht nog overblijven.

Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing, indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.

ARTIKEL 8

 

TERMIJNEN VAN BETALING

De aanslagen moeten worden betaald in één termijn, die vervalt zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet.

In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat, het bedrag meer is dan € 100 doch minder is dan € 1.500, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste drie en ten hoogste acht bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.

De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6, tweede lid:

mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

HOOFDSTUK III. AANVULLENDE BEPALINGEN

 

ARTIKEL 9

 

NADERE REGELS DOOR HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten.

ARTIKEL 10

 

INWERKINGTREDING EN CITEERTITEL

De "Verordening reinigingsheffingen 2010" van 17 december 2009, sedertdien gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

De datum van de ingang van de heffing is 1 januari 2011.

Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening Afvalstoffenheffing".

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 december 2010

De raad voornoemd,

, voorzitter

, griffier

Bijlage Tarieventabel behorende bij de verordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing  

Hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt gelezen als volgt:

 

Hoofdstuk 1. Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing

 

Hoofdstuk 1.1. Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing

 

1.1.1

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar

€ 155,01

1.1.2

De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1.1. wordt:

 

1.1.2.1

indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door meer dan één persoon vermeerderd met

€ 70,42

Hoofdstuk 1.2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing

achterlaten huishoudelijke afvalstoffen

 

1.2.1

 

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1. bedraagt de belasting voor het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats, per kilogrammet dien verstande dat 2 maal per belastingjaar, te weten op zaterdag 9 april 2011 en zaterdag 8 oktober 2011, per belastingplichtige huishoudelijk groenafval gratis mag worden achtergelaten

€ 0,18

 

inzamelen grof huishoudelijk afval

1.2.2

 

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor het op aanvraag inzamelen van grof huishoudelijk afval per melding voor:

grofvuil

takken

wit- en bruingoed

 

 

 

 

€ 38

€ 26 

€ 11

 

overige zaken

1.2.3

 

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 wordt in rekening gebrachtvoor een vervangende milieupas

€ 15