Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Assen

Verordening Meedoenpremies gemeente Assen

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieAssen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening Meedoenpremies gemeente Assen
CiteertitelVerordening Meedoenpremies gemeente Assen
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpwerk en inkomen

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet
  2. Wet werk en bijstand
  3. Algemene wet bestuursrecht

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

1.Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

12-03-201101-01-2012-

03-03-2011

Berichten van de Brink, 10-03-2011

-
01-01-201001-01-2010art. 2, art. 3: lid 1 en lid 3, art. 4: lid 3 en de toelichting op deze artikelen

28-01-2010

Berichten van de Brink, 10-02-2010

28-01-2010

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening Meedoenpremies gemeente Assen

 

 

 

ARTIKEL 1

Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    ISD: de Intergemeentelijke Sociale Dienst van de gemeenten Aa en Hunze, Assen en Tynaarlo;

  • b.

    WWB: Wet werk en bijstand;

  • c.

    Bijstandsnorm: de voor de aanvrager op het moment van de aanvraag geldende landelijke bijstandsnorm vermeerderd of verminderd met de van toepassing zijnde gemeentelijke toeslag(en) en/of verlaging(en) op grond van de Toeslagenverordening Wet werk en bijstand;

  • d.

    Inkomen: het inkomen zoals bedoeld in artikel 31 en 32 WWB;

  • e.

    Vermogen: het voor aanvrager geldende vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34 WWB;

  • g.

    De inwoner: elke op grond van artikel 11 WWB leden 1, 2, en 3 rechtmatig in Nederland verblijvende inwoner van de gemeente Assen;

  • h.

    De alleenstaande: de alleenstaande als bedoeld in artikel 4 WWB;

  • i.

    Alleenstaande ouder: de alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4 WWB;

  • j.

    De gehuwde: de gehuwde als bedoeld in artikel 4 WWB;

  • k.

    Kind: het ten laste komende kind als bedoeld in artikel 4 WWB;

  • l.

    De aanvrager: de alleenstaande, de alleenstaande ouder of de gehuwde die op het moment van de aanvraag inwoner is en als zodanig opgenomen is in het persoonsregister van de betreffende gemeente;

  • m.

    Chronisch zieke/ gehandicapte: de belanghebbende die langer dan zes maanden gebruik maakt van thuiszorg en/of is aangewezen op hulpmiddelen voor wonen/werk, vervoer, lopen/rolstoel in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning en/of voor 80 100% arbeidsongeschikt is verklaard en/of op een andere wijze kan aantonen dat sprake is van een chronische ziekte of handicap.

ARTIKEL 2

Doelgroepen

Tot de doelgroep voor een meedoenpremie behoort de inwoner die een inkomen heeft dat niet hoger is dan 120% van de bijstandsnorm en/of een vermogen bezit dat niet hoger is dan het vrij te laten vermogen zoals bedoeld in artikel 34 van de Wet werk en bijstand en die:

  • a.

    Ouder is van een schoolgaand(e) kind(eren) in het basisonderwijs of het voortgezet onderwijs;

  • b.

    65 jaar of ouder is;

  • c.

    Chronisch ziek/ gehandicapt en 18 tot 21 jaar.

ARTIKEL 3

Hoogte meedoenpremie

  • 1.

    De meedoenpremie bedraagt voor een belanghebbende zoals bedoeld in artikel 2 aanhef en onder a :

    • a.

      € 210,00 per schooljaar voor ieder kind dat basisonderwijs volgt;

    • b.

      € 300,00 per schooljaar voor ieder kind dat het voortgezet onderwijs volgt.

schooljaar dat het kind voortgezet onderwijs volgt € 210,00).

  • 2.

    Aan de belanghebbende die in aanmerking komt voor de meedoenpremie als bedoeld in lid 1 aanhef en onder b wordt tevens eenmaal per vier jaar een personal computer inclusief printer en internetabonnement verstrekt.

  • 3.

    De meedoenpremie bedraagt voor een belanghebbende als bedoeld in artikel 2 aanhef en onder b en c per kalenderjaar een bedrag ter hoogte van de langdurigheidstoeslag als bedoeld in artikel 3 lid 1 en 4 van de Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand. De meedoenpremie bedraagt voor een belanghebbende zoals bedoeld in artikel 2 aanhef en onder b per kalenderjaar een bedrag ter hoogte van de langdurigheidstoeslag als bedoeld in artikel 36 lid 5 WWB.

  • 4.

    De belanghebbende als bedoeld in artikel 2 aanhef en onder b en c komt niet in aanmerking voor de meedoenpremie als reeds in het betreffende kalenderjaar een langdurigheidstoeslag is of kan worden ontvangen.

ARTIKEL 4

Aanvraag

  • 1.

    De meedoenpremie voor de ouder van schoolgaand(e) kind(eren) wordt voor aanvragers van wie de inkomensgegevens bekend zijn bij de ISD ambtshalve verstrekt. Ambtshalve verstrekking vindt plaats in het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft. Betaling vindt plaats voorafgaand aan het schooljaar.

  • 2.

    In alle overige gevallen wordt de meedoenpremie op aanvraag verstrekt. Op verzoek kan betaling plaatsvinden aan derden.

  • 3.

    Een aanvraag voor een meedoenpremie moeten binnen het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft worden ingediend.

  • 4.

    Een aanvraag wordt gedaan op een daartoe door de ISD vastgesteld formulier, onder overlegging van de op dat formulier vermelde bescheiden.

  • 5.

    De ISD stelt een onderzoek in naar de feiten en omstandigheden die blijkens deze verordening van belang zijn bij de beoordeling van de aanvraag om een meedoenpremie.

ARTIKEL 5

Hardheidsclausule

De ISD kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen van deze verordening indien zij van mening is dat de aanvrager in bijzondere omstandigheden verkeert waardoor toepassing van deze verordening niet tot het beoogde of gewenste doel leidt, te weten het voorkomen van of doorbreken van een sociaal isolement.

ARTIKEL 6 Nadere voorschriften

 

De ISD-AAT kan nadere voorschriften vaststellen voor de uitvoering van de bepalingen van deze verordening. In die gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist de ISD.

ARTIKEL 7 Inwerkingtreding

 

Deze gewijzigde verordening treedt in werking op de tweede dag na de datum van publicatie

Artikel 7a Overgangsbepalingen

    • 1.

      Met ingang van 1 juli 2011 worden alle medoenpremies voor inwoners die behoren tot de doelgroep, 65 jaar of ouder voor tenminste de helft in natura verstrekt.

    • 2.

      Met ingang van 1 juli 2011 worden alle meedoenpremies, die ten behoeve van een kind verstrekt worden, volledig in natura verstrekt.

    • 3.

      Personen die , voldoen aan de criteria zoals genoemd in artikel 2 onderdeel b en c maar die zijn opgenomen in een inrichting of een vergelijkbare instelling komen niet in aanmerking voor een meedoenpremie.

    • 4.

      Tot 1 januari 2012 worden er nog meedoenpremies verstrekt aan ouderen en chronisch zieken en gehandicapten tot 21 jaar, daarna vervalt deze voorziening voor deze doelgroepen.

ARTIKEL 8 Citeertitel

 

Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Meedoenpremies gemeente Assen.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 28 januari 2010.

Algemene toelichting

Deze verordening vindt haar basis in de Nota “Meedoen Mogelijk Maken in de gemeenten Aa en Hunze, Assen en Tynaarlo”. Armoedebeleid gaat over de manier waarop gemeenten omgaan met armoede onder de bevolking. Het effect van het nieuwe armoedebeleid van de gemeenten Aa en Hunze, Assen en Tynaarlo moet daarom zijn dat inwoners van de drie gemeenten niet terecht komen in een situatie van sociale uitsluiting dan wel hierin niet blijven.

Minimabeleid of armoedebestrijding vraagt om een integrale en resultaatgerichte aanpak en is op korte en lange termijn gericht op tegengaan van de sociale uitsluiting door:

  • ·

    Het zoveel mogelijk voorkomen van overerving van armoede door educatie, emancipatie en participatie;

  • ·

    Het bieden van perspectief door inkomensverbetering door re-integratie in het arbeidsproces;

  • ·

    Benutting van voorliggende inkomensondersteunende voorzieningen en het terugdringen van niet-gebruik;

  • ·

    Maatschappelijke participatie (voor de groep die niet meer kan reïntegreren via arbeid maar wel via activering en andere vormen van participatie);

  • ·

    Budgetbegeleiding, budgetbeheer en schuldhulpverlening.

Een gerichte integrale aanpak houdt in dat er voor een grote groep mensen (minima) beleid wordt ingezet gericht op het meedoen aan de maatschappij via meerdere beleidsterreinen (onderwijs, economie, maatschappelijk werk, minimabeleid). Daarnaast zal een financieel vangnet nodig blijven. Hoe beter het meedoenbeleid in zijn effecten scoort, hoe minder het beroep op de instrumentele voorzieningen van het vangnet zal zijn. De integrale aanpak bij het meedoenbeleid kan de armoedesituatie op termijn verbeteren. De meedoenpremie geldt als een doeluitkering in de navolgende situaties:

  • 1.

    Financiële armoede kan voor kinderen een belemmering vormen om te participeren in de samenleving. Dit is merkbaar op school en in vrijetijdsbesteding. De schoolcarrière staat onder druk en daarmee de kansen op een startkwalificatie en toekomstige mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Daarnaast kunnen de sociaal-emotionele ontwikkeling en de gezondheid negatief beïnvloed worden. Armoede zorgt voor achterstand en de kans op ‘overerving’ naar de volgende generatie is groot. Om dit tegen te gaan en het meedoen aan de samenleving te bevorderen zijn kinderen een belangrijke aandachtsgroep in het gemeentelijk beleid.

  • 2.

    Een laag inkomen is onder 65-plussers vaker langdurig dan bij jongeren. De activiteiten ten behoeve van ouderen zullen zich met name richten op het terugdringen van niet-gebruik van sociale voorzieningen.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

In dit artikel is zoveel mogelijk aangesloten bij begripsbepalingen uit de Wet werk en bijstand.

Artikel 2

In dit artikel zijn de twee doelgroepen geformuleerd die in aanmerking kunnen komen voor de meedoenpremies. Ouderen komen in aanmerking voor een premie omdat zij door de wetgever zijn uitgesloten van het recht op een Langdurigheidstoeslag op grond van artikel 36 WWB.

 

Van iemand die een inkomen heeft van 120% boven de bijstandsnorm, of die vermogen bezit boven het vrij te laten vermogen zoals, bedoeld in artikel 34 van de WWB, kan in redelijkheid niet gesteld worden dat hij behoort tot de doelgroep van het meedoenbeleid. Die persoon wordt geacht te kunnen beschikken over voldoende eigen middelen om te kunnen meedoen.    

Artikel 3

In dit artikel is de hoogte van de meedoenpremies geregeld.

Kinderen in gezinnen met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm hebben het moeilijk om mee te doen met hun leeftijdsgenoten. Hierbij kan het gaan om activiteiten op school, sport, hobby en buurt. Ouders van kinderen die naar de basisschool gaan krijgen met directe en indirecte kosten van de schoolverplichtingen te maken; de kinderen moeten in staat worden gesteld om hieraan volwaardig mee te doen. Kosten waarvoor de premie bedoeld is zijn bijvoorbeeld de kosten van een rekenmachine, gymkleding, de huur van een schoolkluisje, schoolreisjes, excursies en vervoer. Daarnaast is het belangrijk dat kinderen lid kunnen worden van verenigingen.

Op het moment dat kinderen starten op het voortgezet onderwijs worden er eenmalig extra kosten gemaakt (boekentas, fiets etcetera). Om die reden wordt voor kinderen die starten op het voortgezet onderwijs een eenmalige meedoenpremie verstrekt van € 520,00 per kind. Voorts wordt voor ieder jaar dat een kind volgend op het startjaar voortgezet onderwijs volgt een premie verstrekt van € 210,00.

Naast bovengenoemde kosten dienen kinderen op het voortgezet onderwijs te beschikkingen over een computer. Veel lesmateriaal wordt op CD-ROM verstrekt en leerlingen dienen regelmatig werkstukken te maken. Om die reden wordt aan kinderen die starten op het voortgezet onderwijs een personal computer verstrekt. De installatie wordt volledig voor de belanghebbende geregeld, inclusief aansluiting. Hiervoor heeft de gemeente een contract afgesloten met een leverancier. Omdat de afschrijving van een personal computer ongeveer vier jaar bedraagt, kan eens in de vier jaar een beroep worden gedaan op deze regeling.

Voor de hoogte van de meedoenpremie voor ouderen en chronisch zieken/gehandicapten van 18 tot 21 jaar is aansluiting gezocht bij de bedragen die gelden voor de langdurigheidstoeslag, omdat de financiële omstandigheden voor deze doelgroepen vergelijkbaar zijn met bijstandsklanten die recht hebben op een langdurigheidstoeslag. Ook deze groep heeft immers bij langdurig verblijf op een minimum bestedingsniveau weinig financiële speelruimte om mee te blijven doen. Indien een belanghebbende in het jaar van aanvraag een langdurigheidstoeslag heeft ontvangen of indien belanghebbende daar gezien de voorwaarden recht op zou kunnen hebben, wordt geen meedoenpremie verstrekt.

In het laatste geval wordt een aanvraag langdurigheidstoeslag ingenomen. Indien blijkt dat er toch geen recht bestaat op een langdurigheidstoeslag, wordt belanghebbende alsnog in aanmerking gebracht voor een meedoenpremie mits belanghebbende voldoet aan de voorwaarden voor een meedoenpremie.

Controle van rechtmatige besteding van de meedoenpremies vindt plaats door steekproefsgewijze controle achteraf.

Artikel 4

De meedoenpremie ten behoeve van schoolgaande kinderen wordt ambtshalve (dus zonder aanvraag) verstrekt als de ISD van de belanghebbende recente inkomensgegevens heeft. Het initiatief voor het verstrekken van de meedoenpremie komt vanuit de ISD. Dit betreft dan belanghebbenden die een uitkering ontvangen op grond van de WWB, de Ioaw, de Ioaz en de Bbz 2004, maar ook de belanghebbende waarvan op grond van bijvoorbeeld de kwijtscheldingsregeling recente inkomensgegevens bekend zijn.

In alle overige gevallen wordt een meedoenpremie op aanvraag verstrekt. Om te zorgen dat een belanghebbende ruim de tijd heeft om aan te vragen, is geregeld dat een aanvraag om een meedoenpremie kan worden ingediend het gehele kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft. De ISD zal aan de hand van de ingeleverde gegevens een besluit nemen.

Artikel 5

Dit artikel geeft de ISD de bevoegdheid om in individuele gevallen ten gunste van de belanghebbende te beslissen als blijkt dat een strikte toepassing van de bepalingen in die specifieke omstandigheden niet tot het beoogde of gewenste doel leidt, te weten het voorkomen van of doorbreken van een sociaal isolement en het bieden van verbetering van inkomensperspectief door re-integratie in het arbeidsproces.

Belangrijk is dat het hier gaat om een bevoegdheid van de ISD en niet om een afdwingbaar recht van de belanghebbende. Maar omdat het hier gaat om een in de verordening neergelegde bevoegdheid, moet de ISD bij een afwijzende beslissing wel aangeven dat de ISD bewust heeft besloten geen gebruik te maken van deze bevoegdheid.

Artikel 6

Dit artikel geeft de ISD de mogelijkheid om nadere regels te stellen voor de uitvoering van de meedoenpremies. Bovendien geeft het de ISD de bevoegdheid om in niet voorziene situaties te handelen naar bevind van zaken.

Artikel 7

Dit artikel regelt de datum van inwerkingtreding van de verordening.