Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Berg en Dal

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2020 Berg en Dal

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieBerg en Dal
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van leges 2020 Berg en Dal
CiteertitelLegesverordening 2020 Berg en Dal
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet
  2. artikel 156, tweede lid, van de Gemeentewet
  3. artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet
  4. artikel 2, tweede lid, van de Paspoortwet
  5. artikel 7 van de Paspoortwet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

24-12-2019Nieuwe regeling

12-12-2019

gmb-2019-314478

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2020 Berg en Dal

De raad van de gemeente Berg en Dal;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 november 2019;

 

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en artikel 2, tweede lid en artikel 7 van de Paspoortwet;

besluit:

 

vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2020 Berg en Dal

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • b.

    week: een aaneengesloten periode van zeven dagen;

  • c.

    maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;

  • d.

    jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

  • e.

    kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 2 Belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam 'leges' worden rechten geheven voor:

    • a.

      Het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;

    • b.

      Het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument;

    een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

  • 2.

    Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.

Artikel 4 Vrijstelling

Leges worden niet geheven voor:

  • a.

    diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald;

  • b.

    diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend.

Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1.

    De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet.

  • 3.

    Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Wijze van heffing

De leges worden geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Vermindering of teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft:

    • 1.

      onderdeel 1.1.6 (akten burgerlijke stand);

    • 2.

      hoofdstuk 2 (reisdocumenten);

    • 3.

      hoofdstuk 3 (rijbewijzen);

    • 4.

      onderdeel 1.4.5 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen);

    • 5.

      onderdeel 1.9.1 (verklaring omtrent het gedrag);

    • 6.

      hoofdstuk 16 (kansspelen).

Een en ander voor zover met deze wijzigingen niet al bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 11 Overgangsrecht

  • 1.

    De ‘Legesverordening 2019 Berg en Dal’ laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van d.d. 13 december 2018 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

  • 3.

    Het in artikel 2.1.1.2 van de tarieventabel genoemde NEN normblad en het boekwerk ‘Basisbedragen gebouwen’ van het Nederlands Bouwkosten Instituut (NBI), uitgave vierde kwartaal 2019, worden bekendgemaakt door terinzagelegging bij de gemeente Berg en Dal en de Omgevingsdienst Regio Nijmegen, Tweede Walstraat 14 te Nijmegen.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Legesverordening 2020 Berg en Dal’.

 

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Berg en Dal op 12 december 2019,

De raadsgriffier,

J.A.M. vanWorkum

De voorzitter,

Mr. M.Slinkman

Tarieventabel behorende bij de Legesverordening 2020 Berg en Dal

Inhoudsopgave

 

Titel 1

Algemene dienstverlening

Hoofdstuk 1

Burgerlijke stand

Hoofdstuk 2

Reisdocumenten

Hoofdstuk 3

Rijbewijzen

Hoofdstuk 4

Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

Hoofdstuk 5

Verstrekkingen uit het Kiesregister

Hoofdstuk 6

Vervallen

Hoofdstuk 7

Bestuursstukken

Hoofdstuk 8

Vastgoedinformatie

Hoofdstuk 9

Overige publiekszaken

Hoofdstuk 10

Gemeentearchief

Hoofdstuk 11

Huisvestingswet

Hoofdstuk 12

Leegstandswet

Hoofdstuk 13

Gemeentegarantie

Hoofdstuk 14

Vervallen

Hoofdstuk 15

Vervallen

Hoofdstuk 16

Kansspelen

Hoofdstuk 17

Kabels en leidingen

Hoofdstuk 18

Verkeer en vervoer

Hoofdstuk 19

Diversen

 

 

Titel 2

Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunningen

Hoofdstuk 1

Begripsomschrijving

Hoofdstuk 2

Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag

Hoofdstuk 3

Omgevingsvergunning

Hoofdstuk 4

Verminderingen

Hoofdstuk 5

Teruggaaf

Hoofdstuk 6

Principeverzoeken

Hoofdstuk 7

Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

Hoofdstuk 8

Bestemmingswijziging zonder activiteiten

Hoofdstuk 9

Sloopmelding

Hoofdstuk 10

In deze titel niet genoemde aanvragen

 

 

Titel 3

Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

Hoofdstuk 1

Horeca

Hoofdstuk 2

Organiseren evenementen of markten

Hoofdstuk 3

Prostitutiebedrijven

Hoofdstuk 4

Splitsingsvergunning woonruimte

Hoofdstuk 5

Marktstandplaatsen

Hoofdstuk 6

Winkeltijdenwet

Hoofdstuk 7

Kinderopvang

Hoofdstuk 8

In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

 

Titel 1 Algemene Dienstverlening

Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand

 

 

 

2020

1.1.1

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk/ geregistreerd partnerschap dat niet op grond van artikel 4 van de Wet van 23 april 1879 (Stb. 72) kosteloos wordt voltrokken:

 

 

1.1.1.1

op alle dagen, behalve op vrijdag, zaterdag en op zon- en feestdagen

305,00

1.1.1.2

op vrijdagen

340,00

1.1.1.3

op zaterdagen

489,00

1.1.1.4

op zon- en feestdagen behoudens kerstdagen, paas- en pinksterdagen

846,00

1.1.2

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk/ geregistreerd partnerschap in een bijzonder huis ingevolge artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek:

 

 

 

 

60,15

1.1.2.1

Indien de voltrekking van een huwelijk of de registratie van een partnerschap plaats vindt op een andere locatie dan het gemeentehuis niet zijnde een bijzonder huis als bedoeld in artikel 1.1.2 vindt er een toeslag op bovengenoemde tarieven plaats van:

 

 

 

 

 

 

178,50

1.1.2.2

Indien op verzoek van het bruidspaar gekozen wordt voor een externe ambtenaar van de burgerlijke stand, geldt een toeslag van

in het geval de buitengewoon ambtenaar is beëdigd.

 

 

 

 

69,00

1.1.2.3

Indien op verzoek van het bruidspaar gekozen wordt voor een externe ambtenaar van de burgerlijke stand (onbeëdigd) geldt een toeslag van

in het geval de buitengewoon ambtenaar moet worden beëdigd.

 

 

 

 

138,00

 

Het tarief bedraagt voor het verstrekken van:

 

 

1.1.3.1

een trouwboekje/partnerschapboekje

31,50

1.1.3.2

indien het een gekalligrafeerde uitvoering betreft, wordt het tarief onder 1.1.3.1 verhoogd met

 

 

20,00

1.1.4

Het tarief bedraagt voor het van gemeentewege beschikbaar stellen van getuigen voor de voltrekking van een huwelijk/geregistreerd partnerschap, per getuige

 

 

30,00

1.1.5

Vervallen

 

 

1.1.6

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand (Stb. 1879, 72) geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand (Stb. 1969, 36) of zoals dit Besluit laatstelijk is vervangen of gewijzigd.

 

 

Hoofdstuk 2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

1.2.

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:

 

 

1.2.1

van een nationaal paspoort:

 

 

1.2.1.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

73,20

1.2.1.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

 

 

55,35

1.2.2

van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel 1.2.1 (zakenpaspoort):

 

 

1.2.2.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

73,20

1.2.2.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

 

 

55,35

1.2.3

van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):

 

 

1.2.3.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

73,20

1.2.3.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

 

 

55,35

1.2.4

van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen

 

 

55,35

1.2.5

van een Nederlandse identiteitskaart:

 

 

1.2.5.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

58,30

1.2.5.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

 

 

30,70

1.2.6

voor een spoedlevering van de in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 genoemde documenten, de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd met een bedrag van

 

 

 

 

49,85

Hoofdstuk 3 Rijbewijzen

1.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs

 

 

40,65

1.3.2

Het tarief genoemd in onderdeel 1.3.1 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met

 

 

34,10

Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

1.4.1

Voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van de onderdelen 1.4.3 en 1.4.4 wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.

 

 

1.4.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

1.4.2.1

tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking

10,00

 

met dien verstande dat indien de aanvraag via de daartoe bestemde mogelijkheid in de productencatalogus op de internetsite www.bergendal.nl is ingediend, het tarief per verstrekking bedraagt:

 

 

 

 

7,75

1.4.2.2

In geval van een internationaal uittreksel, per verstrekking:

14,10

1.4.3

Voor de toepassing van onderdeel 1.4.4 wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen:

 

 

1.4.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

1.4.4.1

tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking

10,00

1.4.4.2

In geval van een internationaal uittreksel, per verstrekking:

14,10

1.4.5

vervallen

 

 

1.4.6

Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan besteed half uur:

met een minimum van

 

 

44,20

44,20

1.4.7

vervallen

 

 

1.4.8

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het verstrekken van gegevens uit de basisregistratie personen door middel van selectie basis tarief van € 112,15 vermeerderd met € 0,10 per regel.

 

 

€ 

 

112,15 plus

0,10 per regel

Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het Kiesregister

n.v.t.

Hoofdstuk 6

vervallen

Hoofdstuk 7 Bestuursstukken

1.7.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het op schrift verstrekken van:

 

 

1.7.1.1

een afschrift van de programmabegroting

16,50

1.7.1.2

een afschrift van de productenbegroting

33,15

1.7.1.3

een afschrift van de gemeenterekening

16,50

1.7.1.4

een afschrift van de gemeenterekening op beheerniveau

33,15

1.7.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

1.7.2.1

tot het op schrift verstrekken van:

 

 

1.7.2.1.1

een afschrift van het verslag van een raadsvergadering of een carrouselvergadering, per pagina

 

 

0,50

Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie

1.8.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

1.8.1.1

tot het verstrekken van een fotokopie of een digitaal bestand van een plan, zoals bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in onderdeel 1.8.2.2, structuurplan of stadsvernieuwingsplan:

 

 

1.8.1.1.1

in formaat A4 of kleiner, per bladzijde

0,50

1.8.1.1.2

in formaat A3

0,65

1.8.1.2

tot het verstrekken van een lichtdruk van een plan of een digitaal bestand, zoals bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in onderdeel 1.8.2.2, structuurplan of stadsvernieuwingsplan op:

 

 

1.8.1.2.1

A2 of A1 formaat

8,50

1.8.1.2.2

A0 formaat

10,35

1.8.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit:

 

 

1.8.2.1

de gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, per adres of object

 

 

 

 

18,25

1.8.2.2

de legger bedoeld in artikel 27 van de Wegenwet

18,25

1.8.2.3

de inschrijving in het rijksmonumentenregister die aan de gemeente verzonden is, als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid van de Erfgoedwet

 

 

5,80

1.8.2.4

het gemeentelijk erfgoedregister, bedoeld in artikel 3.16 van de Erfgoedwet, per aangewezen cultureel erfgoed

 

 

5,80

1.8.2.5

de kadastrale massale output

6,95

1.8.2.6

het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a en b van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van die wet

 

 

 

 

 

 

 

 

18,25

1.8.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van kopieën van:

 

 

1.8.3.1

het gemeentelijke adressenbestand, per adres

6,95

1.8.3.2

het relatiebestand adres kadastraal perceel, per gelegde relatie

6,95

1.8.3.3

het adressencoördinatenbestand, per adrescoördinaat

6,95

1.8.4

Het tarief bedraagt voor het verkrijgen van kadastrale informatie middels de gemeentelijke aansluiting op het kadasternetwerk, per inlichting

 

 

6,95

1.8.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het digitaal verstrekken van gegevens van een geregistreerd object, pand of verblijfsobject voor niet wettelijk bepaalde afnemers,

per (verblijfs)object/pand

met een minimum bedrag van

 

 

 

 

 

 

0,11

170,80

Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken

1.9

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

1.9.1

tot het verkrijgen van een verklaring omtrent het gedrag

41,35

1.9.2

tot het verkrijgen van een legalisatie van een handtekening

7,75

1.9.3

tot het verkrijgen van een of meerdere gewaarmerkte kopieën per vijfvoud

7,75

Hoofdstuk 10 Gemeentearchief

1.10.1

Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan besteed kwartier

 

 

22,10

1.10.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van:

 

 

1.10.2.1.1

een afschrift of fotokopie of digitaal bestand van een in het gemeentearchief berustend stuk, per pagina op A4 formaat

 

 

0,50

1.10.2.1.2

per pagina op A3 formaat

0,65

1.10.2.1.3

per pagina op A2 of A1 formaat

8,50

1.10.2.1.4

per pagina op A0 formaat

10,35

1.10.2.2

een uittreksel uit een in het gemeentearchief berustend stuk

7,75

Hoofdstuk 11 Huisvesting

1.11.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een noodurgentieverklaring als bedoeld in artikel 10b lid 3 van de Huisvestingsverordening Berg en Dal 2020 bedraagt

 

 

 

 

56,00

1.11.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een mantelzorgurgentieverklaring als bedoeld in artikel 10b lid 2 van de Huisvestingsverordening Berg en Dal 2020 bedraagt

 

 

 

 

56,00

Hoofdstuk 12 Leegstandswet

1.12

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

1.12.1

tot het verkrijgen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandswet

 

 

102,80

1.12.2

tot verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, vierde lid, van de Leegstandswet

 

 

102,80

Hoofdstuk 13 Gemeentegarantie

1.13

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het instemmen met het wijzigen of omzetten van een door de gemeente gegarandeerde hypothecaire geldlening

 

 

 

 

35,20

Hoofdstuk 14

vervallen

Hoofdstuk 15

vervallen

Hoofdstuk 16 Kansspelen

1.16.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen:

 

 

1.16.1.1

voor een periode van 12 maanden voor één speelautomaat

56,50

1.16.1.2

voor een periode van 12 maanden voor twee of meer speelautomaten,

voor de eerste speelautomaat

en voor iedere volgende speelautomaat

 

 

56,50

34,00

1.16.1.3

voor één speelautomaat, welke vergunning geldt voor een periode meer dan 4 jaar of voor onbepaalde tijd

 

 

226,50

1.16.1.4

voor twee of meer speelautomaten, welke vergunning geldt voor een periode meer dan 4 jaar of voor onbepaalde tijd,

voor de eerste speelautomaat

en voor iedere volgende speelautomaat

 

 

 

 

226,50

136,00

1.16.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning)

 

 

 

 

18,85

Hoofdstuk 17 Kabels en Leidingen

1.17.1.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het nemen van een instemmingsbesluit ingevolge de Verordening Werkzaamheden Kabels en Leidingen Groesbeek 2015 bedraagt

 

 

 

 

256,05

1.17.1.2

Het tarief uit onderdeel 1.17.1.1 wordt, voor zover de werkzaamheden plaatsvinden in of op openbare gemeentegrond, verhoogd met

coördinatiekosten per meter (m1) te leggen kabels en leidingen, behalve indien het nieuwbouwtrajecten betreft:

 

 

 

van 0 tot 5.000 meter met

per meter (m1);

 

 

2,49

 

Plus van 5.000 tot 10.000 meter met

per meter (m1);

 

 

2,17

 

Plus van 10.000 tot 15.000 meter met

per meter (m1);

 

 

1,85

 

Plus van 15.000 tot 20.000 meter met

per meter (m1);

 

 

1,52

 

Plus van 20.000 tot 25.000 meter met

per meter (m1);

 

 

1,20

 

Plus van 25.000 tot 30.000 meter met

per meter (m1);

 

 

0,87

 

Plus van 30.000 tot 35.000 meter met

per meter (m1);

 

 

0,55

 

Plus van 35.000 tot 40.000 meter met

per meter (m1).

 

 

0,22

1.17.2.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een melding ingevolge de Verordening Werkzaamheden Kabels en Leidingen Groesbeek 2015 bedraagt

 

 

54,35

1.17.3

Het in 1.17.1.1 en 1.17.2 genoemde tarief wordt indien over een melding coördinatieoverleg moet plaatsvinden tussen gemeente, andere beheerders van openbare grond en de aanbieder van het netwerk, verhoogd met

 

 

 

 

399,50

1.17.3.1

Het in 1.17.1.1 en 1.17.2 genoemde tarief wordt indien met betrekking tot een melding onderzoek naar de status van de kabel plaatsvindt, verhoogd met het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de melding aan de melder medegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die ter zake door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

 

 

 

begroting

1.17.3.2

Indien een begroting als bedoeld in 1.17.3.1 is uitgebracht, wordt een melding in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de melder ter kennis is gebracht, tenzij de melding voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer

1.18.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)

 

 

 

 

45,30

1.18.2

Indien een aanvraag wordt ingediend en aan de aanvrager in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag eerder een gehandicaptenparkeerkaart is verstrekt met een geldigheidsduur korter dan vijf jaar (art 51 lid 2 BABW), wordt de voor die eerdere aanvraag van die gehandicaptenparkeerkaart in rekening gebrachte leges met de op grond van artikel 1.18.1 verschuldigde leges verrekend.

 

 

1.18.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een duplicaat van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 52 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)

 

 

 

 

 

 

45,30

1.18.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot een gehandicaptenparkeerplaats

 

 

116,85

1.18.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1980

 

 

 

 

102,35

1.18.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen

 

 

102,35

Hoofdstuk 19 Diversen

1.19.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

 

1.19.1.1

gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina

 

 

5,00

1.19.1.2

afschriften, doorslagen of fotokopieën of digitale bestanden van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

 

 

1.19.1.2.1

per pagina op papier van A4-formaat

0,50

1.19.1.2.2

per pagina op papier van A3-formaat

0,65

1.19.1.2.3

per pagina op papier van A2- of A1-formaat

8,50

1.19.1.2.4

per pagina op papier van A0-formaat

10,35

1.19.1.3

een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze titel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen

 

 

18,90

1.19.1.4

stukken of uittreksels, welke op aanvraag moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina

 

 

 

 

0,50

1.19.2

vervallen

 

 

1.19.3

vervallen

 

 

1.19.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het aan derden schriftelijk verstrekken van bodeminformatie/milieuhygiënische bodemgesteldheid per kadastraal object/perceel

 

 

 

 

64,90

1.19.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het aan derden schriftelijk verstrekken van informatie met betrekking tot een KIWA certificaat (tanksanering) per kadastraal object/perceel

 

 

 

 

32,20

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

2.1.1

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

2.1.1.1

aanlegkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de kosten die voortvloeien uit de aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het aanleggen) van de werken of de werkzaamheden, de omzetbelasting daarin niet begrepen. Indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden wordt in deze titel onder aanlegkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van de werken of de werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen;

2.1.1.2

bouwkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de kosten, die voortvloeien uit aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het bouwen) van bouwwerken, exclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2699, uitgave 2017, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. De hoogte van de bouwkosten wordt bepaald aan de hand van het boekwerk ‘Basisbedragen gebouwen’ van het Nederlands Bouwkosten Instituut (NBI), uitgave vierde kwartaal 2019. Indien het bouwwerk niet in het boekwerk staat vermeld, zullen de bouwkosten ambtshalve worden vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met wat de bouwkosten zouden zijn voor zo goed mogelijk vergelijkbare werken. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt, wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen.

Bij de berekening van de bouwkosten worden de totale bouwkosten voor het bouwwerk naar beneden afgerond op een heel honderdtal.

Bovenbedoeld normblad en het boekwerk ‘Basisbedragen gebouwen’ van het Nederlands Bouwkosten Instituut (NBI), uitgave vierde kwartaal 2019 liggen conform artikel 139 lid 3 van de Gemeentewet ter inzage bij de gemeente Berg en Dal en de Omgevingsdienst Regio Nijmegen, Tweede Walstraat 14 te Nijmegen.

2.1.1.3

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

2.1.1.4

Bor: Besluit omgevingsrecht

2.1.1.5

bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels van het bestemmingsplan of de beheersverordening een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

2.1.1.6

hoofdfunctie: de functie(s) waarvoor gronden en/of bebouwing ingevolge de regels van het bestemmingsplan of de beheersverordening in hoofdzaak zijn bestemd.

2.1.2

In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

2.1.3

In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag

Vervallen

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning

2.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

 

 

 

 

 

2.3.1

Bouwactiviteiten

 

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

2.3.1.1

a. indien de bouwkosten € 8.800 of minder bedragen

232,30

 

b. indien de bouwkosten meer dan € 8.800 en minder dan € 250.000 bedragen

van de bouwkosten

2,64%

 

c. indien de bouwkosten € 250.000,- of meer bedragen, bedraagt het tarief € 6.600,- vermeerderd met

over de bouwkosten boven de € 250.000,-

 

1,76%

2.3.1.2

In afwijking van artikel 2.3.1.1 wordt geen leges in rekening gebracht voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, indien de bouwactiviteit betrekking heeft op een geval als bedoeld in artikel 2 of artikel 3, van Bijlage II Bor, maar op grond van artikel 4a, leden 1 en 2, van Bijlage II Bor voor de bouwactiviteit een omgevingsvergunning is vereist, omdat deze plaatsvindt in, aan of bij een beschermd of een aangewezen monument of in een beschermd stads- en dorpsgezicht.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrijstelling

 

 

 

 

2.3.1.3

Welstandstoets

 

 

 

Indien de onder 2.3 bedoelde omgevingsvergunning voor advies wordt voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit ingevolge artikel 6.8, eerste lid Bor, wordt het onder 2.3.1 genoemde bedrag verhoogd met 1,9‰ met een minimum van € 50,- ingeval van geraamde bouwkosten van € 1,- tot en met € 500.000,-,

plus van het gedeelte van de bouwsom van € 500.000,01 tot en met € 1.000.000,-

plus van het gedeelte van de bouwsom van € 1.000.000,01 tot en met € 2.500.000,-

plus van het gedeelte van de bouwsom van € 2.500.000,01 tot en met € 5.000.000,-

plus van het gedeelte van de bouwsom van € 5.000.000,01 en meer

 

Voor woningbouw van hetzelfde type welke in één complex worden uitgevoerd geldt bij de tariefberekening het volgende:

bij complexen van 1 tot en met 5 gelijke woningen, wordt het tarief berekend zoals hierboven vermeld;

bij complexen van 6 tot en met 10 gelijke woningen, wordt het tarief over de bouwsom van 5 woningen berekend;

bij complexen van 11 tot en met 20 gelijke woningen, wordt het tarief over de bouwsom van 6 woningen berekend;

bij complexen van 21 tot en met 30 gelijke woningen, wordt het tarief over de bouwsom van 8 woningen berekend;

bij complexen van 31 tot en met 40 gelijke woningen, wordt het tarief over de bouwsom van 10 woningen berekend;

bij complexen van 41 tot en met 50 gelijke woningen, wordt het tarief over de bouwsom van 12 woningen berekend;

bij complexen van 51 tot en met 60 gelijke woningen, wordt het tarief over de bouwsom van 14 woningen berekend;

bij complexen van 61 en meer gelijke woningen, wordt het tarief over de bouwsom van 16 woningen berekend.

Hierbij geldt dat etage- en galerijwoningen e.d. als één bouwblok worden beschouwd. Het tarief wordt dan berekend over de totale bouwsom van het bouwblok.

 

In het geval de aanvraag om een omgevingsvergunning naast een bouwactiviteit ook betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten en hiervoor tevens een integraal advies door het Gelders Genootschap wordt uitgebracht, geldt een factor van 1,8 x het reguliere tarief. Indien er meerdere extra disciplines voor de advisering van het Gelders Genootschap nodig zijn, geldt een factor van 2,2 x het regulier tarief.

Voor illegale bouwwerken geldt de factor 1,5 x reguliere tarief.

 

In het geval van formele behandelingen en verslaglegging adviezen vooroverleg bouw- en verbouwplannen wordt het bedrag bepaald bij de definitieve aanvraag. Ook wanneer de vergunning niet wordt verleend, zijn de kosten van het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit volledig verschuldigd.

 

 

 

 

1,2‰

0,8‰

0,5‰

0,25‰

2.3.1.4

In afwijking van artikel 2.3.1.2 wordt indien de onder 2.3 bedoelde omgevingsvergunning voor advies wordt voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit het onder 2.3.1 genoemde bedrag niet verhoogd, indien de bouwactiviteit betrekking heeft op een geval als bedoeld in artikel 2 of artikel 3, van Bijlage II Bor, maar op grond van artikel 4a, leden 1 en 2, van Bijlage II Bor voor de bouwactiviteit een omgevingsvergunning is vereist, omdat deze plaatsvindt in, aan of bij een beschermd of een aangewezen monument of in een beschermd stads- en dorpsgezicht.

Vrijstelling

2.3.1.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het afgeven van een beschikking, houdende verlenging van de termijn als bedoeld in artikel 2.23 van de Wabo

 

 

 

 

205,60

 

 

 

2.3.1.6

Doorbreken aanhoudingsplicht 

 

 

Indien voor de verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo artikel 3.3, derde lid en/of artikel 3.5, derde lid, van de Wabo (doorbreken aanhoudingsplicht) wordt toegepast, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in 2.3.1.1

 

 

 

 

 

 

205,60

 

 

 

2.3.1.7

Advies derden

 

 

Indien ten aanzien van een aanvraag tot een omgevingsvergunning advies van derden wordt ingewonnen, worden de onder dat punt bedoelde bedragen verhoogd met het bedrag van de externe advieskosten. Het op deze wijze berekende legesbedrag wordt voorafgaande aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager schriftelijk medegedeeld. Een aanvraag wordt in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het berekende legesbedrag aan de aanvrager is medegedeeld. Ook wanneer de vergunning niet wordt verleend, zijn de gemaakte externe advieskosten volledig verschuldigd.

 

 

 

 

 

 

 

begroting

 

 

 

2.3.1.8

Achteraf ingediende aanvraag

 

 

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit

van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges.

 

 

150%

2.3.1.8.1

De leges verband houdende met een aanvraag onder 2.3.1.8 komen niet voor restitutie in aanmerking.

 

2.3.1.8.2

Indien de aanvraag als bedoeld onder 2.3.1.8 voor advies wordt voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, geldt dat het ingevolge 2.3.1.2 berekende bedrag aan verschuldigde leges wordt vermenigvuldigd met factor 1,5.

 

 

2.3.2

Aanlegactiviteiten

 

2.3.2.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

 

 

110,80

2.3.2.2

Indien voor de verlening van de omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo artikel 3.3, derde lid en/of artikel 3.5, derde lid, van de Wabo (doorbreken aanhoudingsplicht) wordt toegepast, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in 2.3.2.1:

 

 

 

 

 

 

205,60

2.3.2.3

In afwijking van artikel 2.3.2.1 en 2.3.2.2. wordt geen leges in rekening gebracht voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, indien de aanvraag betrekking heeft op het omzetten van grasland in bouwland waarbij gebruik wordt gemaakt van de techniek van de niet kerende grondbewerking, het zogenaamde mülchen, mits de grond in het najaar ingezaaid wordt met een groenbemester, bodembedekker of wintergewas

Vrijstelling

 

 

 

2.3.3

Planologisch strijdig gebruik waarbij al dan niet sprake is van een bouwactiviteit

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1:

 

2.3.3.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º of 2º van de Wabo wordt toegepast:

205,60

2.3.3.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking), waarbij kostenverhaal niet door middel van een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening, of anderszins is verzekerd: het bedrag dat gelijk is aan het maximaal te verhalen bedrag aan kosten berekend volgens de Regeling plankosten exploitatieplan van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Stcrt. 2017, 6470), waarbij het in artikel 8 lid 2 onder a van de Regeling genoemde percentage, op 50% is bepaald.

 

 

2.3.3.2.1

vervallen

 

 

2.3.3.2.2

vervallen

 

 

2.3.3.3

vervallen

 

 

2.3.3.3.1

vervallen

 

 

2.3.3.3.2

vervallen

 

 

2.3.3.4

vervallen

 

 

2.3.3.5

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

 

 

205,60

2.3.3.6

indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving):

 

 

 

 

 

 

205,60

2.3.3.7

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving):

 

 

 

 

 

 

205,60

2.3.3.8

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit):

 

 

205,60

 

 

 

2.3.4

Exploitatieplan

 

2.3.4.1

Indien de aanvraag moet worden getoetst aan de regels van een exploitatieplan

74,25

 

 

 

 

2.3.5

Brandveilig gebruik

 

 

2.3.5.1

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d van de Wabo, bedraagt het tarief

vermeerderd met een verhoging ingevolge artikel 2.3.5.2

 

 

 

 

946,80

2.3.5.2

De verhoging bedraagt per volle eenheid van 100 vierkante meter gebruiksoppervlakte:

 

 

2.3.5.2.1

gebouwen met een gezondheidszorgfunctie

ingeval het bouwwerk betreft een bejaardenoord, of ziekenhuis

 

 

63,20

 

ingeval het bouwwerk betreft een tehuis met woon- dagverblijf

94,40

2.3.5.2.2

gebouwen met een logiesfunctie

 

 

 

ingeval het bouwwerk betreft een hotel

126,85

 

ingeval het bouwwerk betreft een discotheek

63,20

 

ingeval het bouwwerk betreft een restaurant, café, kantine, kinderdagverblijf of wijkcentrum

 

 

63,20

 

ingeval het bouwwerk betreft een sporthal of sportzaal

63,20

2.3.5.2.3

gebouwen met een onderwijsfunctie

ingeval het bouwwerk betreft een onderwijsinstelling

 

 

31,60

2.3.5.2.4

overige gebouwen

126,85

 

Bij de indeling in bovenstaande categorieën gelden de definities zoals gehanteerd in het Bouwbesluit.

 

 

2.3.5.2.5

Gebruiksvergunning voor tijdelijke overnachtingsaccommodatie, voor maximaal 1 week (t.b.v. evenementen):

 

 

58,70

2.3.5.2.6

Bij een gebouw met een gecombineerde gebruiksfunctie wordt de opslag per volle eenheid van 100 vierkante meter zoals bedoeld in artikel 2.3.5.2 berekend naar rato van het aantal vierkante meters per categorie. Het basisbedrag ingevolge artikel 2.3.5.1 wordt per gebruiksvergunning slechts eenmaal berekend.

 

 

 

 

 

 

2.3.6

Revisie brandveilig gebruik

 

 

2.3.6.1

Indien de aanvraag betrekking heeft op een aanvraag tot het verstrekken van een revisievergunning met betrekking tot het brandveilig gebruik van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.11.1 van het Gebruiksbesluit waarvoor reeds een omgevingsvergunning brandveilig gebruik is afgegeven maar waar sedertdien enkel interne bouwkundige wijzigingen hebben plaatsgevonden waarbij de vergunningsvoorwaarden niet worden gewijzigd en of administratieve wijzigingen bedraagt het tarief

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

94,30

2.3.6.2

Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een revisievergunning met betrekking tot het brandveilig gebruik van een bouwwerk als bedoeld in 2.11.1 van het Gebruiksbesluit waarvoor reeds een gebruiksvergunning is afgegeven maar waar sedertdien bouwkundige wijzigingen hebben plaatsgevonden, waarbij het vloeroppervlak van het pand wordt gewijzigd en of wijzigingen in het pand waarbij de vergunningsvoorwaarden worden gewijzigd

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

473,55

2.3.6.3

Indien de bouwkundige wijziging een uitbreiding in vierkante meters gebruiksoppervlakte betreft wordt het onder artikel 2.3.6.2 genoemde bedrag vermeerderd met het van toepassing zijnde tarief uit artikel 2.3.5.2 per volle eenheid van 100 m2 uitbreiding gebruiksoppervlakte.

 

 

 

 

 

 

2.3.7

Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

 

 

2.3.7.1

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, of artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo in samenhang met de provinciale erfgoedverordening of de Erfgoedverordening Groesbeek 2015 bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

 

2.3.7.1.1

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument:

 

 

108,50

2.3.7.1.2

voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:

 

 

108,50

2.3.7.2

In afwijking van artikel 2.3.7.1 wordt geen leges in rekening gebracht voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit met betrekking tot monumenten, voor zover de activiteit een bouwactiviteit betreft als bedoeld in artikel 2 of artikel 3, van Bijlage II Bor en voor de bouwactiviteit geen omgevingsvergunning vereist zou zijn, indien deze niet plaatsvindt in, aan of bij een beschermd of aangewezen monument.

Vrijstelling

2.3.7.3

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, of artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo in samenhang met de provinciale erfgoedverordening of de Erfgoedverordening Groesbeek 2015, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

113,10

 

 

 

 

2.3.8

Aanleggen of veranderen weg

 

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wabo in samenhang met de provinciale verordening of artikel 2:11, eerste lid van de Algemene plaatselijke verordening, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

444,30

 

 

 

 

2.3.9

Uitweg/inrit 

 

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo in samenhang met de provinciale verordening of artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

200,00

 

 

 

 

2.3.10

Kappen

 

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo in samenhang met de provinciale verordening of artikel 4:12 van de Algemene plaatselijke verordening, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

17,65

 

 

 

 

2.3.11

Natura 2000-activiteit

 

 

 

vervallen

 

 

 

 

 

 

2.3.12

Flora- en fauna activiteiten

 

 

 

vervallen

 

 

 

 

 

 

2.3.13

Andere activiteiten

 

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit of handeling:

 

 

2.3.13.1

behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

 

 

205,60

2.3.13.2

behoort tot een bij provinciale verordening, gemeentelijke verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

2.3.13.2.1

als het een gemeentelijke verordening betreft:

205,60

2.3.13.2.2

als het een provinciale of waterschapsverordening betreft:

205,60

 

 

 

 

2.3.14

Omgevingsvergunning in twee fasen

 

 

 

Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

 

2.3.14.1

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft;

 

 

2.3.14.2

voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft.

 

 

 

 

 

 

2.3.15

Beoordeling rapporten

 

 

2.3.15.1

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een rapport wordt beoordeeld, voor de beoordeling van:

 

 

2.3.15.1.1

een milieukundig bodemrapport

333,50

2.3.15.1.2

een archeologisch bodemrapport

333,50

2.3.15.1.3

een brandveiligheidsrapport

333,50

2.3.15.1.4

een bouwveiligheidsplan

geen leges 

2.3.15.1.5

een sloopveiligheidsplan

geen leges 

2.3.15.1.6

een akoestisch onderzoek betreffende het oprichten, veranderen (van de werking) of het in werking hebben van een inrichting

geen leges 

2.3.15.1.7

een rapport betreffende de geluidsbelasting op gevels van een te bouwen of te verbouwen woning of andere geluidsgevoelige gebouwen

 

 

333,50

2.3.15.1.8

een onderzoeksrapport naar externe veiligheid

333,50

2.3.15.1.9

een rapport over de volwaardigheid van bedrijven

333,50

2.3.15.1.10

een onderzoeksrapport naar aanwezige flora en fauna

333,50

2.3.15.1.11

een natuurcompensatierapport

333,50

2.3.15.1.12

een milieukundig onderzoeksrapport betreffende de luchtkwaliteit

333,50

2.3.15.1.13

overige (vervolg) rapporten

333,50

 

 

 

 

2.3.16

Advies

 

 

2.3.16.1

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld:

 

 

 

 

 

 

 

begroting 

2.3.16.2

Indien een begroting als bedoeld in 2.3.16.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

2.3.17

Verklaring van geen bedenkingen

 

 

2.3.17.1

Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo:

 

 

 

indien een ander bestuursorgaan dan de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven:

 

 

221,50

Hoofdstuk 4 Vermindering

-

Hoofdstuk 5 Teruggaaf

2.5.1

Teruggaaf als gevolg van niet in behandeling nemen aanvraag omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten en/of activiteit planologisch strijdig gebruik

 

 

 

Als een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouwactiviteiten en/of de activiteit planologisch strijdig gebruik, als bedoeld in de onderdelen 2.3.1.1 en 2.3.3, en niet (verder) in behandeling wordt genomen, wordt 50% van de verschuldigde leges in rekening gebracht

 

 

 

 

50%

2.5.2

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten en/of activiteit planologisch strijdig gebruik

 

 

 

Indien na het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouwactiviteiten en/of de activiteit planologisch strijdig gebruik, doch voor het verlenen van de vergunning, deze aanvraag schriftelijk wordt ingetrokken, wordt 50% teruggaaf van de op grond van onderdeel 2.3.1.1 en/of 2.3.3 geheven leges verleend.

 

 

 

 

50%

2.5.3

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten:

Indien van een verleende vergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouwactiviteiten geen gebruik wordt gemaakt en binnen 1 jaar na verlening van de vergunning, deze vergunning op schriftelijk verzoek van de aanvrager wordt ingetrokken, wordt teruggaaf van 50% van de ingevolge onderdeel 2.3.1.1 geheven leges verleend.

 

50%

2.5.4

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten

 

 

2.5.4.1

Indien de gevraagde vergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouwactiviteiten wordt geweigerd, wordt van de ingevolge 2.3.1.1 verschuldigde leges 50% in rekening gebracht. De kosten van het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit blijven volledig verschuldigd.

 

 

 

50%

2.5.5

Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen en welstand

De aanvrager is de kosten van het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en welstand volledig verschuldigd. Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.3.1.7, 2.3.16 en 2.3.17 wordt geen teruggaaf verleend.

 

 

Hoofdstuk 6 Principeverzoeken

2.6

Het tarief voor een verzoek tot beoordeling van een principeverzoek door het college van burgemeester en wethouders met betrekking tot de vraag of het, op basis van de beoogde uitwerking van een project of (bouw)plan, bereid is medewerking te verlenen aan herziening (artikel 3.1, eerste lid Wro), wijziging (artikel 3.6, eerste lid, onder a Wro) of uitwerking (artikel 3.6, eerste lid, onder b Wro) van het bestemmingsplan dan wel een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, die slechts met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3, van de Wabo kan worden verleend, bedraagt

 

Indien voor het op basis van het principeverzoek uitgewerkte project of (bouw)plan een aanvraag voor herziening, wijziging of uitwerking van het bestemmingsplan dan wel om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo volgt en deze in behandeling wordt genomen, wordt het bedrag ad € 443,20 met de daarvoor verschuldigde leges verrekend.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

443,20

Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

2.7

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project:

 

 

 

 

205,60

Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

2.8.1.1.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot herziening of uitwerking van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid en artikel 3.6 eerste lid, onder b van de Wet ruimtelijke ordening, bedraagt het bedrag dat gelijk is aan het maximaal te verhalen bedrag aan kosten, berekend volgens de Regeling plankosten exploitatieplan van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Stcrt. 2017, 6470), waarbij het in artikel 8 lid 2 onder a van de Regeling genoemde percentage, op 50% is bepaald

 

 

2.8.1.2

vervallen

 

 

2.8.1.3

vervallen

 

 

2.8.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a van de Wet ruimtelijke ordening bedraagt het bedrag dat gelijk is aan het maximaal te verhalen bedrag aan kosten, berekend volgens de Regeling plankosten exploitatieplan van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Stcrt. 2017, 6470), waarbij het in artikel 8 lid 2 onder a van de Regeling genoemde percentage, op 50% is bepaald

 

 

2.8.3

Indien de aanvraag tot herziening, uitwerking of wijziging van het bestemmingsplan wordt geweigerd, wordt van de ingevolge de artikelen 2.8.1.1 dan wel 2.8.2 verschuldigde leges 25% in rekening gebracht.

 

 

Hoofdstuk 9 Sloopmelding

n.v.t.

Hoofdstuk 10 In deze titel niet benoemde aanvragen

2.10.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde beschikking:

 

 

221,55

2.10.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding tot overschrijving van een verleende omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.25 van de Wabo

 

 

 

 

46,80

2.10.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om vergunning voor het maken van (handels)reclame als bedoeld in artikel 4:15 van de APV dan wel de provinciale verordening

 

 

 

 

110,80

2.10.3.1

Indien de onder 2.10.3 bedoelde vergunning voor advies wordt voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, wordt het onder 2.10.3 genoemde bedrag verhoogd met

 

 

 

 

50,00

2.10.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 8.3, lid 3, van het Bouwbesluit 2012 (ontheffing bouwlawaai)

 

 

 

 

807,50

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

Hoofdstuk 1 Horeca

3.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3 van de Drank- en Horecawet

 

 

213,40

3.1.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 30, van de Drank- en Horecawet

 

 

69,85

3.1.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet

 

 

18,85

3.1.3.a

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a tweede lid van de Drank- en Horecawet

 

 

 

 

69,85

3.1.4

Voor de exploitatie van een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:28 van de APV

69,85

Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten

3.2.1

Tot het verkrijgen van een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:25 van de APV

 

 

54,10

3.2.2

n.v.t.

 

 

3.2.3

Tot het verkrijgen van een ontheffing op grond van artikel 4:6 van de APV:

 

 

3.2.3.1

geldig voor maximaal één week

18,85

3.2.3.2

geldig voor maximaal één maand

32,25

3.2.3.3

geldig voor maximaal één jaar

134,75

Hoofdstuk 3 Prostitutiebedrijven

3.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunningaanvraag voor seksinrichting en/of escortbedrijf als bedoeld in Hoofdstuk 3 van de APV

 

 

begroting

3.3.1

Voor een aanvraag als bedoeld in 3.3 wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager de kosten medegedeeld, blijkend uit een begroting die ter zake door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

Een aanvraag wordt in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het berekende legesbedrag aan de aanvrager is medegedeeld.

Ook wanneer de vergunning niet wordt verleend, zijn de kosten volledig verschuldigd.

In de genoemde tarieven worden in elk geval opgenomen:

 

 

a. kosten van deskundigen, indien en voor zover die deskundigen dienen te worden ingeschakeld, een en ander met een bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager medegedeelde externe advieskosten, blijkend uit een begroting, die ter zake door of vanwege het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

 

b. de kosten van openbare kennisgeving indien en voor zover deze noodzakelijk zijn, een en ander met een bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager medegedeelde publicatiekosten, blijkend uit een begroting, die ter zake door of vanwege burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

Hoofdstuk 4 Splitsingsvergunning woonruimte

n.v.t.

Hoofdstuk 5 Marktstandplaats

n.v.t.

Hoofdstuk 6 Winkeltijdenwet

3.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

3.6.1

voor een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet of het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet

 

 

70,90

Hoofdstuk 7 Kinderopvang

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

 

3.7.1

een uittreksel uit het register bedoeld in artikel 46 van de Wet kinderopvang, per uittreksel

 

 

7,15

3.7.2

Inlichtingen over gegevens die zijn opgenomen in het register bedoeld in artikel 46 van de Wet Kinderopvang, per verstrekking

 

 

7,15

3.7.3

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het in exploitatie nemen van de hierna genoemde categorieën gelden naast genoemde tarieven;

 

 

 

- gastouder

282,00

 

- gastouderbureau

469,00

 

- kinderdagverblijf

751,00

 

- buitenschoolse opvang

751,00

Hoofdstuk 8 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

3.8.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

 

3.8.1

tot het verkrijgen van een vergunning voor het inzamelen van geld (o.a. collecte) of goederen als bedoeld in artikel 5:13 van de APV

 

 

9,45

3.8.2

tot het verkrijgen van een standplaatsvergunning ingevolge artikel 5:18 van de APV:

 

 

3.8.2.1

geldig voor maximaal één week

18,85

3.8.2.2

geldig voor maximaal één maand

32,25

3.8.2.3

geldig voor maximaal één jaar

134,75

3.8.3

tot het verkrijgen van een vergunning voor een speelgelegenheid als bedoeld in artikel 2:39 van de APV

 

begroting

3.8.3.1

Voor een aanvraag als bedoeld in 3.8.3 wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager de kosten medegedeeld, blijkend uit een begroting die ter zake door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

Een aanvraag wordt in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het berekende legesbedrag aan de aanvrager is medegedeeld.

Ook wanneer de vergunning niet wordt verleend, zijn de kosten volledig verschuldigd.

In de genoemde tarieven worden in elk geval opgenomen:

 

 

 

a. kosten van deskundigen, indien en voor zover die deskundigen dienen te worden ingeschakeld, een en ander met een bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager medegedeelde externe advieskosten, blijkend uit een begroting, die ter zake door of vanwege het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

 

 

b. de kosten van openbare kennisgeving indien en voor zover deze noodzakelijk zijn, een en ander met een bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager medegedeelde publicatiekosten, blijkend uit een begroting, die ter zake door of vanwege burgemeester en wethouders is opgesteld.

 

 

3.8.4

Om een andere, in deze titel niet benoemde beschikking

18,85

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Berg en Dal op 12 december 2019,

De raadsgriffier,

J.A.M. vanWorkum

De voorzitter,

Mr. M.Slinkman