Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Berkelland

Verordening Begrotingspost- en Incidentele Subsidies 2013

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieBerkelland
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening Begrotingspost- en Incidentele Subsidies 2013
CiteertitelVerordening Begrotingspost- en Incidentele Subsidies 2013
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 149
  2. Gemeentewet, art. 156
  3. Algemene wet bestuursrecht

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2013nieuwe regeling

11-12-2012

Berkelbericht, 08-01-2013

11 B

Tekst van de regeling

Intitulé

VERORDENING BEGROTINGSPOST- EN INCIDENTELE SUBSIDIES 2013

Raadsvergadering : 11 december 2012

Agendanummer : 11 B

De raad van de gemeente Berkelland,

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30 oktober 2012;

gelet op de artikelen 149 en 156 van de Gemeentewet, op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en op artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het bijzonder;

overwegende dat artikel 4:23, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht vereist dat voor het verstrekken van subsidies een wettelijk voorschrift is vastgesteld dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt;

dat het derde lid van artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht vier situaties beschrijft waarin geen wettelijk voorschrift voor het verstrekken van subsidies is vereist;

dat in Berkelland voor diverse activiteiten subsidies worden verstrekt op grond van artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, te weten subsidies op basis van een begrotingspost als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c. en subsidies in incidentele gevallen als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder d.;

dat het gewenst is de procedures die van toepassing zijn op de twee genoemde subsidies duidelijk vast te leggen;

b e s l u i t:

vast te stellen de

 

Artikel 1

Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • b.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Berkelland;

  • c.

    subsidie op basis van een begrotingspost: subsidie als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Awb waarbij de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld in de begroting zijn vermeld;

  • d.

    incidentele subsidie: subsidie als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder d, van de Awb, die in een incidenteel geval wordt verstrekt voor maximaal vier jaar.

Artikel 2 Reikwijdte verordening

Deze verordening is van toepassing op subsidies op basis van een begrotingspost en incidentele subsidies.

Artikel 3 Bevoegdheden college

Het college is belast met de uitvoering van deze verordening en bevoegd:

  • a.

    te beslissen op aanvragen om subsidie op basis van een begrotingspost;

  • b.

    te beslissen op aanvragen om een incidentele subsidie;

c.andere subsidiebesluiten ten aanzien van de subsidies als bedoeld onder a en b te nemen op grond van de Awb.

Artikel 4 Aanvraagtermijnen

  • 1.

    Aanvragen om een subsidie op basis van een begrotingspost worden vóór 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het tijdvak waarop de aanvraag betrekking heeft, ingediend.

  • 2.

    Aanvragen om een incidentele subsidie worden uiterlijk 8 weken voor aanvang van de activiteiten ingediend.

  • 3.

    Het college kan besluiten een te laat ingediende aanvraag alsnog in behandeling te nemen.

Artikel 5 Beslistermijnen

  • 1.

    Op een aanvraag om een subsidie op basis van een begrotingspost beslist het college vóór 1 januari van het tijdvak waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2.

    Op een aanvraag om een incidentele subsidie beslist het college binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 3.

    Een subsidie tot en met € 5.000,- wordt door het college zonder voorafgaande verlening vastgesteld overeenkomstig de termijnen als genoemd in het eerste en tweede lid.

Artikel 6 Termijnen voor het indienen van aanvragen tot vaststelling

  • 1.

    Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie op basis van een begrotingspost van meer dan € 5.000,- wordt vóór 1 juli van het jaar volgend op het tijdvak waarvoor subsidie is verleend, ingediend.

  • 2.

    Een aanvraag tot vaststelling van een incidentele subsidie van meer dan € 5.000,- wordt binnen 8 weken na afloop van de activiteiten of het tijdvak waarvoor subsidie is verleend, ingediend.

Artikel 7 Beslistermijnen op aanvragen tot vaststelling subsidies

  • 1.

    Op een aanvraag tot vaststelling van een subsidie beslist het college binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing op aanvragen om subsidie tot en met € 5.000,-.

Artikel 8

Verantwoording van subsidies van meer dan € 5.000 tot en met

€ 50.000,-

1.De aanvraag tot vaststelling van subsidies van meer dan € 5.000 tot en met maximaal € 50.000,- gaat in ieder geval vergezeld van een inhoudelijk en een financieel verslag met betrekking tot de gesubsidieerde activiteiten.

2.Het college kan bij de subsidieverlening bepalen dat de subsidieontvanger in plaats van een financieel verslag, de jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek overlegt.

3.Het college kan in nadere regels of in de verleningsbeschikking bepalen welke informatie het inhoudelijk of financieel verslag bevat of welke bescheiden moeten worden overgelegd.

Artikel 9 Accountantscontrole bij verantwoording van subsidies van meer dan € 50.000

1.De subsidieontvanger die een subsidie ontvangt van meer dan € 50.000,- dan wel die tegelijkertijd meerdere subsidies ontvangt die in totaal een bedrag van meer dan

€ 50.000,- beslaan, geeft aan een accountant opdracht tot onderzoek van de jaarrekening als bedoeld in artikel 393 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

2.Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van het gestelde in het eerste lid.

3.Bij een onderzoek als bedoeld in het eerste lid onderzoekt de accountant of de verantwoording voldoet aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften en of het activiteitenverslag, voor zover hij dat verslag kan beoordelen, met de verantwoording verenigbaar is.

4.Bij de subsidieverlening kan worden bepaald dat de in het eerste lid bedoelde opdracht tevens strekt tot onderzoek van de naleving van aan de subsidie verbonden verplichtingen.

5.De accountant geeft de uitslag van zijn onderzoek weer in een schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid van het verslag. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van deze verklaring.

Artikel 10

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van

11 december 2012.

de griffier, de voorzitter,

Toelichting Verordening begrotingspost- en incidentele subsidies 2013

Algemeen

In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de algemene regel opgenomen dat een subsidie alleen mag worden verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt (artikel 4:23, eerste lid, Awb). Voor gemeenten betekent dit dat de subsidiabele activiteiten in een subsidieverordening of nadere regels moeten worden omschreven.

Op het vereiste van een wettelijk voorschrift maakt het derde lid van artikel 4:23 vier uitzonderingen. Een omschrijving van de subsidiabele activiteit in een verordening of nadere regels is niet vereist:

  • a.

    in afwachting van de totstandkoming van een wettelijk voorschrift gedurende ten hoogste een jaar of totdat een binnen dat jaar bij de Staten-Generaal ingediend wetsvoorstel is verworpen of tot wet is verheven en in werking is getreden;

  • b.

    indien de subsidie rechtstreeks op grond van een door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen vastgesteld programma wordt verstrekt;

  • c.

    indien de begroting de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt of

  • d.

    in incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt.

De onder a en b vermelde subsidies (subsidies die de gemeente met spoed wil verstrekken in verband met bijvoorbeeld een onverwachte gebeurtenis in de gemeente en de Europese subsidies) komen tot op heden in Berkelland niet voor en daarom vallen zij buiten deze regeling.

In de gemeente Berkelland worden wel subsidies op basis van een begrotingspost (onder c) en subsidies in incidentele gevallen (onder d) verstrekt. De incidentele subsidies betreffen aanvragen om subsidie voor activiteiten waarvoor de gemeente Berkelland geen beleid heeft vastgesteld. De situatie kan zich voordoen dat spontaan een aanvraag binnenkomt voor een activiteit die het college wel zou willen subsidiëren maar waarvoor geen nadere regels zijn vastgesteld. De subsidie mag dus niet verleend worden. Het college kan dan besluiten in dit incidentele geval toch een subsidie toe te kennen op grond van artikel 4:23, derde lid, onder d van de Awb. Dit is echter alleen toegestaan wanneer:

-het inderdaad een incidenteel geval betreft (één of enkele aanvragers);

-er geen nadere regel of anderszins beleid is vastgesteld en evenmin een vaste gedragslijn wordt gehanteerd waarbij de betreffende activiteit toch structureel wordt gesubsidieerd én

-de subsidie voor niet meer dan vier jaar wordt verstrekt.

Wanneer het college de activiteit structureel zou willen subsidiëren dan moet het daarvoor nadere regels vaststellen of de subsidie verlenen op basis van een begrotingspost. In dat geval is sprake van een eenmalige subsidie als bedoeld in artikel 1 onder d van de ASV 2013. Een eenmalige subsidie wordt eenmalig verstrekt voor eenmalige activiteiten of voor activiteiten die zich incidenteel voordoen (een evenement dat een keer in de vier jaar wordt georganiseerd, een subsidie voor de vervanging van uniformen aan muziekverenigingen e.d.). Het gaat wel steeds om activiteiten die passen in het beleid en waarvoor nadere regels zijn vastgesteld. Hierin onderscheiden de eenmalige subsidies zich van de subsidies in incidentele gevallen die op grond van artikel 4:23, derde lid onder d., van de Awb worden verstrekt.

In de praktijk bestaat de behoefte aan een duidelijke procedure voor de subsidies op basis van een begrotingspost en de incidentele subsidies. Die procedure is in deze verordening vastgelegd. Omdat de Awb andere eisen stelt aan de subsidies op basis van een begrotingspost en in incidentele gevallen dan aan subsidies die op basis van een wettelijk voorschrift worden verleend, is ervoor gekozen een aparte procedureverordening vast te stellen. Op die manier kan er geen verwarring ontstaan over welke onderdelen van de algemene subsidieverordening (hierna: ASV) wel en welke niet op de subsidies op basis van een begrotingspost en in incidentele gevallen van toepassing zijn.

 

Inhoud verleningsbeschikking

Dat er andere regels gelden voor deze subsidies leidt er ook toe dat de procedureverordening beperkter van omvang is dan de ASV. Juist omdat er geen wettelijk voorschrift is, is de wetgever er vanuit gegaan dat veel onderwerpen in de verleningsbeschikking moeten kunnen worden geregeld (voor de andere subsidies geldt vaker de eis dat een onderwerp in de subsidieverordening of nadere regels moet zijn geregeld). Ook kunnen de activiteiten waarvoor subsidies worden verstrekt zo divers zijn, dat het makkelijker is om per subsidie te bepalen welke verplichtingen e.d. gelden dan dit in algemene regels te proberen te vatten. Er is daarom gekozen voor een procedureverordening met een minimale inhoud. Dat betekent wel dat - voor zover nodig - meer zaken in de verleningsbeschikking moeten worden geregeld.

In alle gevallen moeten de volgende onderwerpen worden in een verlengingsbeschikking worden opgenomen:

-een omschrijving van de gesubsidieerde activiteiten (artikel 4:30 Awb);

-het subsidiebedrag of de wijze waarop dit wordt berekend. In geval de wijze waarop het bedrag wordt berekend wordt opgenomen, wordt ook het maximumbedrag vermeld (artikel 4:31 Awb);

-het tijdvak waarvoor de subsidie wordt verleend (indien van toepassing).

Ook kan indien dat nodig is een begrotingsvoorbehoud worden gemaakt, wanneer de subsidie wordt verleend voordat de begroting is vastgesteld (artikel 4:34 Awb) en kunnen bepaalde voorwaarden aan de subsidieverlening worden verbonden (artikel 4:33 Awb).

Daarnaast worden in de verleningsbeschikkingen voor subsidies op basis van een begrotingspost en in incidentele gevallen opgenomen:

  • 1.

    De verplichtingen die gelden voor de subsidieontvanger;

  • Bijna alle verplichtingen moeten in de verleningsbeschikking worden opgenomen; de procedureverordening bevat alleen enkele verplichtingen met betrekking tot het overleggen van gegevens bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie (artikelen 9 en 10). Bij kleinere subsidies zijn dat er misschien maar een paar. Bij grotere subsidies kunnen zwaardere en meer verplichtingen gelden. Denk bijvoorbeeld aan:

  • -de verplichting een egalisatiereserve op te bouwen of

  • -de verplichting toestemming te vragen voor het verrichten van bepaalde rechtshandelingen zoals het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon, het wijzigen van de statuten, het in eigendom verwerven, vervreemden of bezwaren van registergoederen indien zij mede zijn verworven door middel van de subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de subsidiegelden.

  • Het zijn voorbeelden van verplichtingen die zijn opgenomen in afdeling 4.2.8 Awb. Die afdeling lijkt op een verordening en is alleen van toepassing wanneer dat uitdrukkelijk is besloten (artikel 4:58, eerste lid, Awb). De afdeling is dan van toepassing op subsidies die per boekjaar aan rechtspersonen worden verstrekt. In Berkelland is er voor gekozen de afdeling niet van toepassing te verklaren op de subsidies op basis van een begrotingspost, omdat de afdeling wat betreft indienings- en beslistermijnen afwijkt van de reguliere procedure in Berkelland en diverse bepalingen te zwaar zijn voor de subsidies die op basis van een begrotingspost worden verstrekt. In Berkelland worden ook subsidies in de categorie tot en met € 5.000,- op basis van een begrotingspost verstrekt.

  • Per subsidie kan bekeken worden welke verplichtingen gewenst zijn; deze kunnen bij de subsidieverlening altijd worden opgelegd. Het moet dan wel steeds om doelgebonden verplichtingen gaan als bedoeld in de artikelen 4:37 en 4:38. De niet-doelgebonden verplichtingen kunnen niet worden opgelegd. Het zijn verplichtingen waarmee het bestuursorgaan een ander beleidsdoel wil bereiken dan dat met de subsidie wordt beoogd. Te denken valt aan de toegankelijkheid van accommodatie voor gehandicapten of de verplichting de activiteiten uit te voeren met milieuvriendelijk papier. Om deze verplichtingen op te kunnen leggen, moet er een wettelijke grondslag zijn.

  • 2.

    of de subsidieontvanger verplicht is een vergoeding te betalen voor met subsidie opgebouwd vermogen in de situaties als bedoeld in artikel 4:41 van de Awb;

De situaties die artikel 4:41 Awb noemt zijn, indien:

  • -

    de subsidieontvanger voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen vervreemdt of bezwaart of de bestemming daarvan wijzigt;

  • -

    de subsidieontvanger een schadevergoeding ontvangt voor verlies of beschadiging van voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen;

  • -

    de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd;

  • -

    de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd;

  • -

    de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd of

  • -

    de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden.

Dit is een voorbeeld van een bepaling waaraan niet altijd behoefte zal bestaan.

  • 3.

    de betalingstermijn na vaststelling van de subsidie of van een voorschot wanneer deze langer is dan zes weken (artikelen 4:52, tweede lid, en 4:95, derde lid, Awb);

  • 4.

    in geval van betaling in termijnen wordt aangegeven hoe de gedeelten worden berekend en op welke tijdstippen wordt betaald (artikel 4:53, tweede lid, Awb).

 

Weigeringsgronden

De procedureverordening bevat geen weigeringsgronden. Dat is ook niet nodig omdat wat betreft de subsidies op basis van een begrotingspost in beleid vastgelegd is welke activiteiten het gemeentebestuur wil subsidiëren. Voor zover een aanvraag om een subsidie op basis van een begrotingspost activiteiten betreft die niet passen binnen het beleid, kan de aanvraag worden afgewezen.

Ten aanzien van de incidentele subsidies heeft het college veel vrijheid om aanvragen wel of niet te honoreren. Het gaat immers altijd om activiteiten die op grond van de nadere regels niet gesubsidieerd kunnen worden; alleen wanneer het college de activiteit toch wenselijk vindt of toejuicht kan subsidie worden verstrekt. Voor zover een tweede aanvraag voor eenzelfde activiteit wordt aangevraagd geldt in beginsel dat gelijke gevallen gelijk behandeld moeten worden. Van gelijke gevallen is echter heel vaak geen sprake. Is wel sprake van een gelijk geval dan heeft het college nog steeds de vrijheid om een aanvraag af te wijzen, bijvoorbeeld omdat al voldoende in een behoefte is voorzien. Afwijzingen moeten natuurlijk wel altijd goed worden gemotiveerd en de motivering moet ook hout snijden.

 

Subsidieplafond

Wat voor weigeringsgronden geldt, geldt ook voor het subsidieplafond. Een subsidieplafond is het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift. Uit de definitie volgt dat een subsidieplafond niet wordt vastgesteld voor de subsidies die op grond van artikel 4:23, derde lid, van de Awb worden verstrekt. Dat is ook niet nodig want voor subsidies op basis van een begrotingspost geldt het op de begroting vermelde subsidiebedrag als maximumbedrag; een aanvraag die boven dat bedrag uitgaat, mag voor dat gedeelte zonder meer worden afgewezen. Voor de incidentele subsidies geldt dat veel beleidsvrijheid is om aanvragen af te wijzen en dat ook kan worden afgewezen omdat er onvoldoende financiële middelen beschikbaar zijn. Dus ook voor die subsidies bestaat geen behoefte aan een subsidieplafond.

 

Artikelgewijze toelichting

Artikel 1

Begripsbepalingen

Deze bepaling behoeft geen verdere toelichting.

 

Artikel 2 Reikwijdte verordening

De verordening is uitsluitend van toepassing op subsidies op basis van een begrotingspost en incidentele subsidies. Voor de subsidies op basis van een wettelijk voorschrift gelden de ASV 2013 en de nadere regels. Voor zover een subsidie zonder verordening wordt verstrekt omdat er spoed mee gemoeid is (artikel 4:23, derde lid, onder a, Awb) of in geval een Europese subsidie wordt verstrekt (artikel 4:23, derde lid, onder b, Awb), geldt dat de gemeenteraad het bevoegde bestuursorgaan is.

 

Artikel 3 Bevoegdheden college

Het college is bevoegd te beslissen op aanvragen op grond van een begrotingspost en in incidentele gevallen. Het college is ook bevoegd tot het nemen van andere subsidiebesluiten ten aanzien van deze subsidies. Te denken valt aan het besluit tot voorschotverlening of het opschorten van de betaling daarvan, het intrekken of wijzigen van de subsidieverlening of -vaststelling en dergelijke.

 

Artikel 4 Aanvraagtermijnen

De aanvraagtermijnen zijn dezelfde als voor de jaarlijkse en eenmalige subsidies die op grond van de nadere regels worden verstrekt.

Voor zover een aanvraag niet compleet is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld de aanvraag aan te vullen (verplicht op grond van artikel 4:5 Awb). De beslistermijn wordt opgeschort vanaf de dag nadat de aanvrager is uitgenodigd de aanvraag aan te vullen tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de termijn daarvoor is verstreken (artikel 4:5, eerste lid onder a, Awb). Wordt de aanvraag niet of niet voldoende aangevuld, dan kan de aanvraag buiten behandeling worden gelaten. Dat besluit moet worden genomen binnen vier weken nadat de hersteltermijn ongebruikt is verlopen of de aanvraag onvoldoende is aangevuld (artikel 4:5, vierde lid Awb).

Wanneer een aanvrager te laat is met zijn aanvraag, kan het college besluiten de aanvraag alsnog in behandeling te nemen (derde lid). Het is aan het college om de afweging te maken of behandeling nog mogelijk is. Om te voorkomen dat de ambtenaren die de bevoegdheid in mandaat uitoefenen de bepaling verschillend interpreteren en toepassen, ligt het voor de hand de bevoegdheid niet te mandateren.

 

Artikel 5 Beslistermijnen

Ook de beslistermijnen zijn gelijk aan de termijnen voor jaarlijkse en eenmalige subsidies die op grond van nadere regels worden verstrekt. Op een aanvraag om een subsidie op basis van een begrotingspost beslist het college vóór 1 januari van het tijdvak waarop de aanvraag betrekking heeft. Op een aanvraag om een incidentele subsidie beslist het college binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag.

Een subsidie tot en met € 5.000,- wordt door het college zonder voorafgaande verlening vastgesteld overeenkomstig de beslistermijnen voor de subsidies op basis van een begrotingspost en incidentele subsidies.

 

Artikel 6 Termijnen voor het indienen van aanvragen tot vaststelling

Alle subsidies moeten worden vastgesteld. In de regel gebeurt dat op basis van een aanvraag. De aanvraagtermijnen komen overeen met de termijnen die gelden voor de subsidies die op grond van nadere regels worden verstrekt. Wanneer geen aanvraag wordt ingediend of de te leveren gegevens ontbreken, dan wordt de subsidieontvanger in de gelegenheid gesteld zijn aanvraag of de gegevens alsnog binnen een bepaalde termijn in te dienen. Laat hij dit na, dan is het college bevoegd de subsidie ambtshalve vast te stellen. De aanvrager loopt dan het risico dat de subsidie lager of op nihil wordt vastgesteld omdat er geen gegevens zijn aan de hand waarvan het college kan toetsen of aan alle vereisten is voldaan.

 

Artikel 7 Beslistermijnen op aanvragen tot vaststelling subsidies

Het college beslist in alle gevallen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. Voor de duidelijkheid is aangegeven dat op aanvragen om subsidie tot en met € 5.000,- de beslistermijn voor verlening geldt; dus voor 1 januari van het tijdvak waarvoor de subsidie is bedoeld of binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag voor een incidentele subsidie.

 

Artikel 8

Verantwoording van subsidies van meer dan € 5.000 tot en met

€ 50.000,-

Een subsidie van meer dan € 5.000,- tot maximaal € 50.000,- wordt in beginsel na een verleningsbeschikking en na afloop van de activiteiten vastgesteld. Normaal gesproken wordt vastgesteld op basis van een aanvraag tot vaststelling. Om te kunnen beoordelen op welk bedrag de subsidie moet worden vastgesteld, moet een inhoudelijk en financieel verslag met betrekking tot de gesubsidieerde activiteiten worden aangeleverd. Het college kan bij de subsidieverlening bepalen dat de subsidieontvanger in plaats van een financieel verslag, de jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek overlegt (tweede lid). Dit ligt voor de hand wanneer het een instelling betreft die verplicht is een jaarrekening op te stellen.

Het college kan in de verleningsbeschikking voorschrijven welke informatie het inhoudelijk en financieel verslag moet bevatten of welke bescheiden daarbij moeten worden overgelegd. Dit stelt het college in staat per subsidie precies die informatie te vragen die nodig is om de subsidie vast te kunnen stellen.

 

Artikel 9 Accountantscontrole bij verantwoording van subsidies van meer dan € 50.000,-

Voor subsidies van meer dan € 50.000,- geldt dat een accountantsverslag moet worden overgelegd. Bij subsidies van een dergelijke omvang verhouden de accountantskosten zich tot de omvang van de subsidie.

De accountant moet onderzoeken of het financiële verslag of de jaarrekening voldoet aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften en of het activiteitenverslag, voor zover hij dat verslag kan beoordelen, met de verantwoording verenigbaar is. In nadere regels of bij de subsidieverlening kan de subsidieontvanger ook nog worden verplicht de accountant de opdracht te verstrekken te onderzoeken of de aan de subsidie verbonden verplichtingen zijn nageleefd. De schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid van het verslag dat de accountant heeft opgesteld, wordt meegezonden met de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. In bijzondere gevallen kan het college instemmen met afwijking van de eis een accountantsonderzoek te laten uitvoeren.

 

Artikel 10

Inwerkingtreding

De verordening treedt in werking op 1 januari 2013. Een overgangsbepaling is niet nodig. Toepassing van deze verordening op aanvragen die in 2012 zijn verleend en in 2013 worden vastgesteld levert naar verwachting geen conflicten op.