Het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Blaricum per 1 januari 2009

Geldend van 16-11-2013 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-11-2013

Intitulé

Het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Blaricum per 1 januari 2009

De raad van de gemeente Blaricum,  

 

B E S L U I T :

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

a voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;

b amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen;

c subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft;

d motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;

e voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering;

f initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel.

Artikel 2 De voorzitter

De voorzitter is belast met:

a het leiden van de vergadering;

b het handhaven van de orde;

c het doen naleven van het reglement van orde;

d hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.

Artikel 3 De griffier

  • 1 De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.

  • 2 Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aangewezen ambtenaar.

  • 3 Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.

Artikel 4 De secretaris

De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement.

Artikel 5 Het presidium

  • 1 De raad heeft een presidium.

  • 2 Het presidium bestaat uit de voorzitter van de raad en de fractievoorzitters. De griffier is in elke vergadering van het presidium aanwezig

  • 3 De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor het presidium.

  • 4 Elke fractievoorzitter wijst per voorval (lees: ad hoc) een raadslid van zijn fractie aan, dat hem bij zijn afwezigheid in het presidium vervangt.

  • 5 Elke fractievoorzitter, of zijn vervanger, heeft één stem in het presidium.

  • 6 Het presidium stelt de voorlopige agenda van de vergaderingen van de raad vast.

  • 7 Het presidium heeft, naast de taken opgenomen in het zesde lid, alsmede de artikelen 8, 15, 41,42,52 en 53 van deze verordening, als taak aanbevelingen te doen aan de raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad, zijn commissies en rondetafelgesprekken..

Hoofdstuk 2 Toelating nieuwe leden

Artikel 6 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging

  • 1 Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en de processen-verbaal van de stembureaus.

  • 2 De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt

  • 3 Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

  • 4 In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

  • 5 Bij de benoeming van een wethouder wordt, overeenkomstig het eerste lid, een commissie ingesteld, welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig het tweede lid.

Artikel 7 Fractie

  • 1 De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.

  • 2 Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren.

  • 3 De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.

    a Indien:

    1° één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden;

    2° twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;

    3° één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.

    b Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan.

Hoofdstuk 3 Vergaderingen

Artikel 8 Vergaderfrequentie

  • 1 De vergaderingen van de raad vinden plaats volgens een jaarlijks door het presidium vast te stellen vergaderrooster op basis van een in principe 4-wekelijkse cyclus; vangen aan om 20.00 uur en worden gehouden op een door de raad vastgestelde locatie.

  • 2 De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in het presidium.

  • 3 De vergaderingen worden in de regel uiterlijk om 23.00 gesloten. Als de agenda op dat tijdstip nog niet is afgehandeld, schorst de voorzitter de vergadering, die zonder nadere oproeping wordt voortgezet op de eerstvolgende werkdag, om 20.00 uur

Artikel 9 Oproep

  • 1 De voorzitter zendt ten minste 7 dagen voor een vergadering de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering.

  • 2 De voorzitter kan, ingeval van een van het rooster afwijkende vergadering als bedoeld in artikel 8, lid 2, afwijken van de in het eerste lid genoemde termijn.

  • 3 De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden.

Artikel 10 Agenda

  • 1 In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de leden van de raad verzonden, en openbaar gemaakt

  • 2 Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.

  • 3 Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college nadere inlichtingen of advies vragen of het onderwerp verwijzen naar een commissie of anderszins.

  • 4 Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Artikel 11 De wethouders

Voor de wethouders geldt een permanente uitnodiging om in de vergadering aanwezig te zijn en desgevraagd aan de beraadslagingen deel te nemen.

Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken

  • 1 Stukken, die dienen ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder ter inzage gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.

  • 2 Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten de locatie gebracht.

  • 3 Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, wordt de procedure toezending niet-openbare stukken gevolgd.

Artikel 13 Openbare kennisgeving

  • 1 De vergadering wordt zoveel mogelijk door aankondiging in de Hei&Wei en door plaatsing op de website van de gemeente openbaar gemaakt. In de Hei&Wei staat een permanente verwijzing naar de website van de gemeente.

  • 2 De openbare kennisgeving vermeldt:

    a de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;

    b de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien;

  • 3 De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden, indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente geplaatst.

Artikel 14 Presentielijst

Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening

Artikel 15 Zitplaatsen

  • 1 De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.

  • 2 Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium.

  • 3 De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.

Artikel 16 Opening vergadering, quorum

  • 1 De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is.

  • 2 Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.

Artikel 17 Primus bij hoofdelijke stemming

Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de voorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.

Artikel 18 Notulen en besluitenlijst

  • 1 De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een presentielijst, de notulen - inclusief het vastleggen op cdrom - en de besluitenlijst van de vergadering.

  • 2 De ontwerp-notulen van de voorgaande vergadering worden, zo mogelijk, aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep. De ontwerp-notulen worden gelijktijdig aan de overige personen die het woord hebben gevoerd, toegezonden.

  • 3 De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de notulen onjuistheden bevatten of niet duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient 3 dagen voor de vergadering waarin de notulen worden vastgesteld, bij de griffier te worden ingediend.

  • 4 De notulen moeten inhouden:

    a de namen van de voorzitter, de griffier, de secretaris, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben;

    b een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

    c een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord voerden;

    d een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden;

    e de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen en burgerinitiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen;

    f bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 24 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen

  • 5 De notulen worden zoveel mogelijk in de eerstvolgende vergadering vastgesteld, waarna deze door de voorzitter en de griffier worden ondertekend.

  • 6 Er wordt een besluitenlijst opgesteld, die in de griffiebrief kan worden opgenomen.

Artikel 19 Ingekomen stukken

  • 1 Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst.

  • 2 De griffier draagt er zorg voor dat deze lijst aan de leden van de raad wordt gezonden.

  • 3 Alle ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college en de burgemeester aan de raad, worden ter inzage gelegd voor de leden van de raad

  • 4 De griffier stelt namens de raad de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast, waarbij de stukken worden onderverdeeld in een categorie “voor kennisgeving aannemen”, een categorie “in handen stellen van het college ter afdoening” en een categorie “in handen stellen van het college voor nader advies”. De griffier doet hiervan mededeling in de griffiebrief.

Artikel 20 Spreekregels en volgorde van sprekers

  • 1 De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.

  • 2 Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.

  • 3 Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.

  • 4 De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van de raad het woord vraagt over de orde van de vergadering.

  • 5 Als een van de raadsleden meent dat sprake is van een “persoonlijk feit”, zal de voorzitter dit raadslid de gelegenheid geven hierop te reageren.

Artikel 21 Aantal spreektermijnen en spreektijd

  • 1 De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.

  • 2 Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

  • 3 Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel, tenzij de raad anders beslist.

  • 4 Het derde lid is niet van toepassing op:

    a de rapporteur van een commissie;

    b het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel;

    c bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

  • 5 Per raadsvergadering heeft elke fractie maximaal 20 minuten spreektijd. Het college heeft maximaal 30 minuten spreektijd.

Artikel 22 Handhaving orde; schorsing

  • 1 Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:

    a de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;

    b een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

  • 2 Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.

  • 3 De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten

  • 4 De voorzitter kan gebruik maken van de mogelijkheden van artikel 26 van de Gemeentewet t.a.v. het doen verwijderen van toehoorders en van raadsleden; bij herhaling van verstoring van de orde kan aan toehoorders en aan raadsleden voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

Artikel 23 Verzoek om schorsing van de vergadering

  • 1 Als een raadslid verzoekt om schorsing van de vergadering, staat de voorzitter dit toe.

  • 2 De verzoeker geeft aan hoe lang de gevraagde schorsing zal duren; na het verstrijken van die termijn heropent de voorzitter de vergadering.

  • 3 De verzoeker krijgt na de schoring als eerste het woord; wanneer hij (nog) niet is teruggekeerd in de vergadering, handelt de voorzitter naar eigen inzicht.

Artikel 24 Beraadslaging

  • 1 De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.

  • 2 Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.

Artikel 25 Deelname aan de beraadslaging door anderen

  • 1 De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.

  • 2 Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.

Artikel 26 Stemverklaring

Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.

Artikel 27 Beslissing

  • 1 Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.

  • 2 Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd.

  • 3 Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.

Artikel 28 Algemene bepalingen over stemming

  • 1 De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen.

  • 2 In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet van stemming te hebben onthouden.

  • 3 Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling.

  • 4 De voorzitter roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 17 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. De voorzitter brengt als hij lid van de raad is, als laatste zijn stem uit.

  • 5 Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich op grond van artikel 28 Gemeentewet niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen.

  • 6 De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.

  • 7 Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.

  • 8 De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit

Artikel 29 Stemming over amendementen en moties

  • 1 Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd.

  • 2 Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.

  • 3 Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.

  • 4 Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.

Artikel 30 Stemming over personen

  • 1 Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter twee leden tot stembureau.

  • 2 Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn

  • 3 Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.

  • 4 Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.

  • 5 Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd.

  • 6 In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter.

  • 7 Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.

Artikel 31 Herstemming over personen

  • 1 Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.

  • 2 Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.

  • 3 Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.

Artikel 32 Beslissen door het lot

  • 1 Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.

  • 2 Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.

  • 3 Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

Hoofdstuk 4 Rechten van leden

Artikel 33 Amendementen

  • 1 Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan ook het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.

  • 2 Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement).

  • 3 Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan.

  • 4 Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.

Artikel 34 Moties

  • 1 Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen, onverminderd hetgeen bepaald is in lid 6.

  • 2 Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.

  • 3 De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.

  • 4 De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.

  • 5 Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad plaatsvindt.

  • 6 Moties vreemd aan de orde van de vergadering worden drie dagen voor de vergadering bij de voorzitter aangeleverd en - desgewenst onder embargo tot aan de raadsvergadering - door de indiener(s) onverwijld ter kennis gebracht van de overige leden van de raad en het college..

Artikel 35 Voorstellen van orde

  • 1 De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.

  • 2 Een voorstel van orde kan uitsluitend de (technische) orde van de vergadering betreffen.

  • 3 Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.

Artikel 36 Initiatiefvoorstel

  • 1 Ieder lid van de raad kan de raad een initiatiefvoorstel voorleggen.

  • 2 Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden 8 kalenderdagen voor de vergadering schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.

  • 3 De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst.

  • 4 De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat:

    a het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld,

    b het voorstel eerst dient te worden behandeld in een commissie of anderszins

    c het voorstel voor advies naar het college dient te worden gezonden. In dit geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

  • 5 De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening.

  • 6 Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van een wethouder, zijn de bepalingen in dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk voorstel kan na instemming van de raad terstond aan de agenda toegevoegd worden.

Artikel 37 Collegevoorstel

  • 1 Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.

  • 2 Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Artikel 38 Interpellatie

  • 1 Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.

  • 2 De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.

  • 3 De interpellant, de overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders voeren niet meer dan tweemaal het woord.

Artikel 39 Schriftelijke vragen

  • 1 Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per ommegaande aan de indiener teruggestuurd.

  • 2 De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de voorzitter en de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht.

  • 3 Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.

  • 4 De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad toegezonden.

  • 5 De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

Artikel 40 Inlichtingen

  • 1 Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij het college of de burgemeester.

  • 2 De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad een afschrift van dit verzoek krijgen.

  • 3 De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.

  • 4 De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.

Hoofdstuk 5 Begroting en rekening

Artikel 41 Procedure begroting

Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die de raad, op voorstel van het presidium, vaststelt.

Artikel 42 Procedure jaarrekening

Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad, op voorstel van het presidium, vaststelt.

Hoofdstuk 6 Lidmaatschap van andere organisaties

Artikel 43 Verslag en verantwoording

  • 1 Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie of anderszins.

  • 2 Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 39, zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 3 Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 40, zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 4 Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.

Hoofdstuk 7 Besloten vergadering

Artikel 44 Algemeen

Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 45 Notulen

  • 1 De notulen van een besloten vergadering worden verzonden conform de vastgestelde procedure voor niet-openbare stukken.

  • 2 Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van deze notulen. De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Artikel 46 Geheimhouding

Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.

Artikel 47 Opheffing geheimhouding

Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Hoofdstuk 8 Toehoorders en pers

Artikel 48 Toehoorders en pers

  • 1 De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.

  • 2 Het geven van naar het oordeel van de voorzitter, storende tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde, is verboden.

Artikel 49 Geluid- en beeldregistraties

Degenen die in de vergaderzaal voor of na afloop van de raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.

Artikel 50 Verbod gebruik mobiele telefoons en andere communicatiemiddelen

n de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan.

Hoofdstuk 9 Rondetafelgesprekken

Artikel 51 Begripsomschrijvingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a gesprek: het rondetafelgesprek. De volgende verschillende rondetafelgesprekken worden onderscheiden: beeldvormend rondetafelgesprek, presentatie rondetafelgesprek, informerend rondetafelgesprek en het adviserend rondetafelgesprek;

b RTG-griffier: de griffier of de griffiemedewerker;

in afwijking van artikel 1,

c voorzitter: de voorzitter van het gesprek of diens vervanger.

Artikel 52 Doel en aard van het rondetafelgesprek

  • 1 a. Beeldvormende rondetafelgesprekken hebben als doel het verzamelen van informatie ten behoeve van een goede oordeelsvorming door de fracties ten aanzien van aan de orde zijnde onderwerpen die op de raadsagenda komen. Een kort en bondig weergegeven mening is toegestaan. Van elke fractie neemt maximaal één raadslid of fractievertegenwoordiger deel.

    b. Burgers en belanghebbenden kunnen in principe aan tafel meepraten over reeds geagendeerde onderwerpen. Zij kunnen zich tot aanvang van het gesprek bij de voorzitter of de griffier melden. Ook kunnen zij zich schriftelijk melden bij de griffier met onderwerpen die niet geagendeerd zijn.

    c. De gedragsregel voor een niet geagendeerd onderwerp is als volgt:

    • Over onderwerpen, die niet zijn geagendeerd voor de betrokken vergadering, kan het woord worden gevoerd, mits hiervoor een schriftelijk verzoek is ingediend bij de griffier, uiterlijk de maandag (12:00 uur) vóór de betrokken vergadering. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer. In het verzoek wordt melding gemaakt van het onderwerp en een korte samenvatting van de gewenste inbreng.

    • Het woord kan niet gevoerd worden over:

    - een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;

    - benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;

    - een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.

    • Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord.

    d. De beeldvormende rondetafelgesprekken vinden plaats in Blaricum.

     

  • 2 a Presentatie rondetafelgesprekken hebben als doel de raad te informeren door het geven van een presentatie. Deze presentaties zijn puur informatief. Doorgaans wordt dan ook niet over standpunten gesproken en ook worden geen meningen gegeven.

    b Alle raadsleden en fractievertegenwoordigers kunnen deelnemen.

    c Ook burgers en belanghebbenden kunnen aan tafel meepraten.

    d De presentatie rondetafelgesprekken vinden, indien technisch noodzakelijk, plaats in Eemnes. Hiervan kan, om redenen, door het presidium worden afgeweken.

  • 3 a Informerende rondetafelgesprekken hebben als doel het informeren van de raad. Deze gesprekken zijn niet zozeer een voorbereiding van raadsbesluiten, als wel een gelegenheid waarbij het college de raad informeert.

    b Alle raadsleden en fractievertegenwoordigers kunnen deelnemen.

    c Raadsleden en collegeleden kunnen elkaar informeren over hun vertegenwoordigende functie(s).

    d In dit gesprek heeft het college evenzo de gelegenheid om aan zijn actieve informatieplicht te voldoen.

    e Burgers en belanghebbenden kunnen niet meepraten.

    f De informerende rondetafelgesprekken vinden plaats in Blaricum.

  • 4 a bieden het college de gelegenheid de raad om zijn mening te vragen over een kwestie waarover het college nog moet besluiten of een kwestie waarover het college met de raad wil overleggen.

    b Alle raadsleden en fractievertegenwoordigers kunnen deelnemen. Het gaat hier om onderwerpen die tot de beslisbevoegdheid van het college behoren.

    c Burgers en belanghebbenden kunnen niet meepraten.

    d De adviserende rondetafelgesprekken vinden plaats in Blaricum

Artikel 53 Het presidium

  • 1 Het presidium stelt de agenda(s) vast voor de avond(en) waarop de gesprekken plaatsvinden.

  • 2 Het presidium stelt de agenda(s), inclusief de te behandelen stukken, beschikbaar vóór het weekend voorafgaand aan de avond waarop de rondetafelgesprekken plaatsvinden. Alle relevante stukken liggen vanaf dat moment in het gemeentehuis ter inzage. De agenda wordt via een huis aan huis publicatie en via de website openbaar gemaakt.

  • 3 Het presidium draagt zorg voor de uitnodigingen voor het gesprek.

Artikel 54 Fractievertegenwoordigers

  • 1 Iedere fractie kan bij de raad maximaal twee personen als fractievertegenwoordiger voordragen.

  • 2 De fractievertegenwoordiger wordt door de raad benoemd en legt in de raad de eed of belofte af.

  • 3 Als fractievertegenwoordiger kan worden benoemd een ieder die voorkomt op de kandidatenlijst als bedoeld in artikel N19 van de Kieswet en heeft ingestemd met en voldaan aan dezelfde voorwaarden als een raadslid.

  • 4 De fractievertegenwoordiger kan deelnemen aan de openbare- en niet-openbare gesprekken.

  • 5 De fractievertegenwoordigers krijgen toegang tot alle beschikbare informatie over de geagendeerde onderwerpen van de openbare- en niet openbare gesprekken.

  • 6 De gedragscode voor de leden van de raad is voor zover relevant van overeenkomstige toepassing op de fractievertegenwoordigers.

  • 7 De fractievertegenwoordiger wordt ontslagen:

    • bij verkiezingen, gelijk met de raadsleden;

    • op eigen verzoek;

    • bij verhuizing naar een andere gemeente;

    • op aangeven van de fractievoorzitter, indien hij gedurende tenminste een

       half jaar geen vergadering van raad of rtg heeft bijgewoond.

     

Artikel 55 De voorzitter

  • 1 De raad benoemt en ontslaat als voorzitter en plaatsvervanger een raadslid of een fractievertegenwoordiger.

  • 2 De voorzitter is belast met het leiden van het gesprek, het handhaven van de orde en het doen naleven van het reglement van orde.

  • 3 De voorzitter nodigt belanghebbenden, deskundigen en het college uit aan tafel.

  • 4 De voorzitter verleent het woord. Daarvoor hanteert hij zoveel mogelijk de vooraf bepaalde volgorde van sprekers.

  • 5 De voorzitter sluit het gesprek met het verwoorden van de conclusie.

Artikel 56 De RTG-griffier

  • 1 In ieder beeldvormend rondetafelgesprek is de griffier of een RTG-griffier aanwezig, die functioneert onder de zorg van de griffier.

  • 2 Bij verhindering of afwezigheid van de RTG-griffier draagt de griffier zorg voor vervanging.

  • 3 De griffier of de RTG-griffier kan aan het gesprek deelnemen.

Artikel 57 Het verslag

  • 1 De RTG-griffier maakt een beknopt verslag van het beeldvormend rondetafelgesprek.

  • 2 Het verslag bevat ten minste:

    a de namen van de voorzitter, de RTG-griffier en alle deelnemers aan het gesprek;

    b een vermelding van alle nieuwe informatie die naar voren is gebracht;

    c de nog openstaande vragen en de toezeggingen van het college;

    d de conclusie van het gesprek.

  • 3 Een voorstel tot verandering van het verslag dient 3 dagen voor de vergadering waarin het verslag wordt vastgesteld, bij de griffier te zijn ingediend.

  • 4 Het verslag wordt zoveel mogelijk vastgesteld in de eerstvolgende raadsvergadering.

Artikel 58 Toehoorders en pers

De artikelen 46, 47 en 48 zijn van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 10 Slotbepalingen

Artikel 59 Uitleg reglement

  • 1 In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.

  • 2 Ingeval het ronde tafelgesprek beslist, in afwijking van het eerste lid, de voorzitter van het rondetafelgesprek.

Artikel 60 Citeertitel

Dit reglement kan worden aangehaald als “Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Blaricum”.

Artikel 61 In werking treden

  • 1 Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 januari 2008.

  • 2 Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Blaricum, vastgesteld bij raadsbesluit van 26 mei 2005 en sedertdien gewijzigd.

Bijlage Bijlagen

i231783.pdf [Klik hier om het document te downloaden]