Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Bodegraven-Reeuwijk

Regeling aanvulling hoofdstuk 3 CAR-UWO

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieBodegraven-Reeuwijk
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingRegeling aanvulling hoofdstuk 3 CAR-UWO
CiteertitelRegeling aanvulling Hoofdstuk 3 CAR-UWO
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 160, lid 1, onder c
  2. CAR-UWO, Hoofdstuk 3

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2016Nieuwe regeling

08-12-2015

Onbekend

Z-15-36636

Tekst van de regeling

Intitulé

Regeling aanvulling hoofdstuk 3 CAR-UWO

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk;

 

gelet op het gestelde in artikel 160, lid 1 onder c van de Gemeentewet en het bepaalde in hoofdstuk 3 van de CAR-UWO;

 

en overeenstemming bereikt in het Georganiseerd Overleg (GO);

 

besluit:

 

vast te stellen de navolgende: Regeling aanvulling hoofdstuk 3 CAR-UWO

Artikel 1: Bevordering van aanloop- naar functieschaal

De ambtenaar wordt bevorderd van de aanloop- naar de functieschaal wanneer hij blijkens de ten aanzien van zijn functioneren opgemaakte beoordeling zijn functie volledig en naar behoren vervult.

Artikel 2: Periodieke verhoging van het salaris

  • 1.

    Gebleken voldoende functioneren wordt bepaald aan de hand van de jaarlijkse personeelsbeoordeling. Als de personeelsbeoordeling niet heeft plaatsgevonden wordt automatisch een periodiek toegekend.

  • 2.

    De periodieke verhoging wordt toegekend per 1 januari van ieder kalenderjaar.

  • 3.

    Het tijdstip waarop ingevolge lid 2 van dit artikel voor de eerste keer een periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van het college aanleiding bestaat.

  • 4.

    Het tijdstip waarop ingevolge lid 2 van dit artikel voor de eerste keer een periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van het college aanleiding bestaat.

    De volgende tijd wordt in elk geval aangemerkt als het niet verrichten van arbeid:

    • a.

      tijd doorgebracht met verlof zonder bezoldiging, indien het verlof is verleend uitsluitend in het belang van de medewerker, dan wel is verleend onder voorwaarde, dat bedoelde tijd niet zal meetellen voor de vaststelling van de diensttijd;

    • b.

      tijd doorgebracht met verlof zonder bezoldiging, voor zover deze een tijdvak van een half jaar te boven gaat;

    • c.

      tijd gedurende welke de medewerker in de uitoefening van zijn functie is geschorst:

      • *

        bij wijze van disciplinaire straf;

      • *

        van rechtswege, behoudens in geval van plaatsing of in bewaringstelling in een instelling voor psychiatrie of een daarmee gelijk te stellen inrichting;

      • *

        op grond van het feit dat een strafrechtelijke vervolging ter zake een misdrijf tegen hem is ingesteld, of hem het voornemen tot oplegging van de straf is aangezegd, dan wel hem die straf is opgelegd;

      • *

        omdat het belang van de dienst de schorsing vorderde, tenzij het tot schorsen bevoegd gezag het tegendeel bepaalt;

    • d.

      tijd doorgebracht wegens arbeidsongeschiktheid (artikel 7:8:2 CAR-UWO).

  • 5.

    Indien vaststaat dat een schorsing, als bedoeld in lid 4 sub c van dit artikel, niet door het ten uitvoer leggen van een straf is gevolgd noch zal worden gevolgd, telt de tijd van deze schorsing niet mee voor de vaststelling van de periode van 6 maanden zoals genoemd in lid 4.

  • 6.

    De periode gedurende welke de ambtenaar ingevolge wettelijke verplichting verlof geniet ter vervulling van de militaire- of daarvoor in de plaats tredende dienst, wordt voor de toekenning van het salaris als diensttijd in aanmerking genomen.

Artikel 3: Extra periodieke verhoging van het salaris

Aan het toekennen van een extra periodieke verhoging ligt een vastgestelde personeelsbeoordeling ten grondslag.

Artikel 4: Geen periodieke verhoging van het salaris

  • 1.

    Aan het niet toekennen van de periodieke verhoging ligt een vastgestelde personeelsbeoordeling ten grondslag.

  • 2.

    Van het besluit wordt de medewerker schriftelijk mededeling gedaan onder vermelding van de redenen die tot deze beslissing hebben geleid.

  • 3.

    Nadien kan worden bepaald dat de salarisverhoging, welke met toepassing van het eerste lid achterwege is gelaten, alsnog wordt toegekend al dan niet met terugwerkende kracht.

Artikel 5: Salarisbevordering naar hogere schaal

In het geval er voor de medewerker een salarisschaal gaat gelden met een hoger maximumsalaris, bijvoorbeeld bij functiewaardering of bevordering van de aanloop- naar de functieschaal, wordt het salaris in de nieuwe schaal als volgt vastgesteld: het bedrag in de nieuwe schaal – gelegen onmiddellijk boven het huidige salaris – wordt verhoogd met één periodieke verhoging.

Artikel 6: Beloning uitstekend functioneren en/of bijzondere prestaties

De Gratificatie wordt netto uitgekeerd en bedraagt tussen € 250,- en € 1.500,-.

Artikel 7: Maaltijdvergoeding bij overwerk

  • 1.

    Een medewerker kan aanspraak maken op een maaltijdvergoeding als het dienstbelang het niet toelaat de avondmaaltijd op de voor hem gebruikelijke plaats (thuis) te nuttigen.

  • 2.

    De uitbetaling van de gemaakte kosten geschiedt achteraf op declaratiebasis, tot maximaal het bedrag van de vergoeding voor een avondmaaltijd op grond van de Reisregeling binnenland van de rijksoverheid.

Artikel 8: Toelage bezwarende werkomstandigheden

  • 1.

    Het college kan medewerkers aanwijzen die een functie vervullen waarin sprake is van bezwarende werkomstandigheden tijdens de werkzaamheden.

  • 2.

    Aan de bovengenoemde medewerkers wordt een vergoeding toegekend ter hoogte van 3.5% van het maximum van schaal 5. De medewerker die in deeltijd werkt ontvangt de toelage naar rato van zijn aanstelling.

Artikel 9: Gemeente jubileum

  • 1.

    De ambtenaar ontvangt een gratificatie van € 100,-- netto bij een dienstverband bij de gemeente Bodegraven-Reeuwijk van 12,5 jaar.

  • 2.

    De ambtenaar ontvangt een gratificatie van € 200,-- netto bij een dienstverband bij de gemeente Bodegraven-Reeuwijk van 25 jaar.

  • 3.

    De ambtenaar ontvangt een gratificatie van € 300,-- netto bij een dienstverband bij de gemeente Bodegraven-Reeuwijk van 40 jaar.

Artikel 10: Overig

In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet kunnen burgemeester en wethouders andere regels treffen.

Artikel 11: Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze regeling kan worden aangehaald als “Regeling aanvulling Hoofdstuk 3 CAR-UWO”.

  • 2.

    Deze regeling treedt inwerking met ingang van 1 januari 2016. Met ingang van dezelfde datum vervallen de navolgende regelingen:

    • a.

      Beloningsregeling Bodegraven-Reeuwijk 2011;

    • b.

      Eerste wijziging Beloningsregeling Bodegraven-Reeuwijk 2012;

    • c.

      Jubileumregeling Bodegraven-Reeuwijk 2011.

Bodegraven, 8 december 2015.

Burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk,

de secretaris, a.i.,

drs. J.G. de Jager

de burgemeester,

mr. C. van der Kamp