Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Bodegraven-Reeuwijk

Algemeen mandaatbesluit gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2017

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieBodegraven-Reeuwijk
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingAlgemeen mandaatbesluit gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2017
CiteertitelAlgemeen mandaatbesluit gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2017
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpmandaat, machtiging, volmacht

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet
  2. Algemene wet bestuursrecht, Afdeling 10.1.1
  3. Regeling resultaatverantwoordelijkheid gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2017, art. 2 en art. 3

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Regeling resultaatverantwoordelijkheid gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2017

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

20-09-2018Wijziging Bijlage 3

07-08-2018

gmb-2018-209569

Tekst van de regeling

Intitulé

Algemeen mandaatbesluit gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2017

Burgemeester en wethouders van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk en de burgemeester van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;

 

gelet op de artikelen 2 en 3 van de Regeling resultaatverantwoordelijkheid gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2017;

 

overwegende, dat in dit mandaatbesluit de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke bevoegdheden worden toegekend aan resultaatverantwoordelijke medewerkers, teneinde hen in staat te stellen werkzaamheden aan hun opdracht, project of proces zelfstandig uit te voeren;

 

gelet op de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Collectieve Arbeidsvoorwaarden Regeling/Uitwerkingsovereenkomst (CAR/UWO);

 

besluiten:

 

vast te stellen het volgende

 

Besluit mandaat, volmacht en machtiging gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2017

Artikel 1. Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk;

  • b.

    de burgemeester: de burgemeester van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk als bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de gemeente in en buiten rechte;

  • c.

    de portefeuillehouders: de afzonderlijke leden van het college;

  • d.

    de gemeentesecretaris: de (loco-)gemeentesecretaris van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk;

  • e.

    de resultaatverantwoordelijke medewerkers: medewerkers als genoemd in artikel 1 van de Regeling resultaatverantwoordelijkheid gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2017;

  • f.

    de gemeente: de gemeente als publiekrechtelijke rechtspersoon alsmede de gemeente als privaatrechtelijke rechtspersoon;

  • g.

    de raad: de gemeenteraad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk;

  • h.

    mandaat: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester besluiten te nemen;

  • i.

    volmacht: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

  • j.

    machtiging: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 2. Mandaat gemeentesecretaris

  • 1.

    Aan de gemeentesecretaris wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot het college en de burgemeester behorende aangelegenheden met uitzondering van de aangelegenheden als vermeld in bijlage 1.

  • 2.

    De gemeentesecretaris is bevoegd om mandaten die bij dit besluit aan de resultaatverantwoordelijke medewerkers van de gemeente zijn verleend, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, in te trekken. Een dergelijk besluit wordt schriftelijk vastgelegd en ter informatie aan het college gezonden, tenzij het om een concrete, individuele aangelegenheid gaat.

Artikel 3. Mandaat resultaatverantwoordelijke medewerkers

  • 1.

    De aan de gemeentesecretaris gemandateerde bevoegdheden worden gemandateerd aan de resultaatverantwoordelijke medewerkers van de gemeente met uitzondering van:

    • a.

      de bevoegdheden die bij of krachtens de wet aan zijn functie zijn toegekend, en

    • b.

      de bevoegdheden, genoemd in bijlage 2;

    • c.

      de bevoegdheden, genoemd in bijlage 3.

  • 2.

    De resultaatverantwoordelijke medewerkers maken van het aan hen verleende mandaat slechts gebruik ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot de opdracht, het project of het proces waarvoor zij resultaatverantwoordelijk zijn.

Artikel 4. Algemene uitzonderingen van mandaat

  • 1.

    Aan het college en de burgemeester blijft voorbehouden de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen die zijn neergelegd in een document, gericht tot:

    • a.

      de gemeenteraad;

    • b.

      de Koning en andere leden van het Koninklijk Huis;

    • c.

      de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie, ministers en staatssecretarissen;

    • d.

      de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie;

    • e.

      de vice-president van de Raad van State;

    • f.

      de president van de Algemene Rekenkamer;

    • g.

      de Nationale Ombudsman, voor zover het correspondentie betreft terzake van formele klachten;

    • h.

      enig bestuursorgaan van een provincie;

    • i.

      enig bestuursorgaan van een waterschap of een hoogheemraadschap.

  • 2.

    Onverminderd het gestelde in het eerste lid en in artikel 7 blijven aan het college en de burgemeester overigens voorbehouden de bevoegdheden als genoemd in bijlage 1.

  • 3.

    Onverminderd het gestelde in het eerste en tweede lid is het mandaat niet van toepassing:

    • a.

      indien de verantwoordelijke portefeuillehouder namens het college beslist dat de aangelegenheid door het college moet worden afgedaan en indien de burgemeester beslist dat de aangelegenheid door hem moet worden afgedaan. De portefeuillehouder wordt tijdig geïnformeerd over gevoelige kwesties;

    • b.

      indien de aangelegenheid tot negatieve berichtgeving in de media heeft geleid dan wel in verband met de aard van de aangelegenheid redelijkerwijs moet worden aangenomen dat dit zal gebeuren;

    • c.

      indien de aangelegenheid ingrijpende gevolgen kan hebben voor een groot aantal burgers, bedrijven, verenigingen of belangengroepen;

    • d.

      op het voeren van het overleg met de vakbonden (Georganiseerd Overleg).

Artikel 5. Nadere regels en instructies

  • 1.

    Een resultaatverantwoordelijke medewerker blijft bij de uitoefening van de aan hem gemandateerde bevoegdheid te allen tijde binnen de door bestuursorganen van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk vastgestelde beleidskaders.

  • 2.

    Een resultaatverantwoordelijke medewerker oefent de aan hem gemandateerde bevoegdheid uit met inachtneming van vigerende formele en materiële wet- en regelgeving.

  • 3.

    Een resultaatverantwoordelijke medewerker is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteitstoets op zijn werk.

  • 4.

    Een krachtens dit algemeen mandaatbesluit gemandateerde bevoegdheid om een besluit te mogen nemen omvat tevens de bevoegdheid om dat besluit en de daarbij behorende correspondentie te mogen ondertekenen.

  • 5.

    Het college kan nadere regels stellen omtrent het opmaken en het ondertekenen van een document, waarin van het verleende mandaat gebruik wordt gemaakt.

  • 6.

    Het college respectievelijk de burgemeester kan instructies geven over de wijze waarop de gemandateerde bevoegdheden worden uitgeoefend.

Artikel 6. Volmacht en machtiging

Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen worden met mandaat gelijkgesteld de verlening van:

  • a.

    volmacht;

  • b.

    machtiging.

Artikel 7. Bezwaarschriften

  • 1.

    De bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften, gericht aan het college, wordt opgedragen aan de portefeuillehouders, ieder voor zover de zaak tot zijn portefeuille behoort en met uitzondering van bezwaarschriften tegen besluiten die door het college zelf zijn genomen.

  • 2.

    Ten aanzien van bezwaarschriften, gericht aan het college, die om advies in handen worden gesteld van een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht of van een juridisch adviseur ambtelijk horen als bedoeld in het Reglement ambtelijk horen Bodegraven-Reeuwijk 2016 blijft de beslissing op het bezwaarschrift voorbehouden aan het college met uitzondering van de beslissing op bezwaar als bedoeld in het derde lid.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in het vorige lid wordt de beslissing op bezwaar, waarbij de in het vorige lid bedoelde adviescommissie of de in dat lid bedoelde juridisch adviseur ambtelijk horen adviseert het bezwaar niet-ontvankelijk of ongegrond te verklaren en dat advies wordt overgenomen, opgedragen aan de portefeuillehouder wiens portefeuille het onderwerp van het bezwaarschrift betreft.

Artikel 8. Intrekken oude regeling

De Bevoegdhedenregeling gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2012 wordt ingetrokken.

Artikel 9. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2017 en werkt terug tot en met 1 januari 2017.

Artikel 10. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Algemeen mandaatbesluit gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2017.

 

Bodegraven, 13 december 2016.

 

Burgemeester en wethouders van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk,

de secretaris,

drs. J.G. de Jager

 

de burgemeester,

mr. C. van der Kamp

 

De burgemeester van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk,

mr. C. van der Kamp

 

 

Bijlage 1 Aangelegenheden welke ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Algemeen mandaatbesluit Bodegraven-Reeuwijk 2017 blijven voorbehouden aan het college respectievelijk de burgemeester

 

A. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden

 

Publiekrecht

 

  • 1.

    Het doen van voorstellen aan de raad.

  • 2.

    Het vaststellen van regels omtrent de ambtelijke organisatie.

  • 3.

    Het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels, voor zover deze niet door de raad worden vastgesteld.

  • 4.

    Het nemen van een besluit tot het al dan niet verlenen van inspraak op grond van de inspraakverordening.

  • 5.

    Het vaststellen van de inspraakprocedure voor een voorgenomen besluit.

  • 6.

    Het nemen van besluiten voor individuele gevallen, die niet onder een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel vallen, waaronder begrepen het toepassing geven aan hardheidsclausules in algemeen verbindende voorschriften die door de raad zijn vastgesteld.

  • 7.

    De bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van vergunningen, ontheffingen en vrijstellingen ten behoeve van de gemeente zelf.

  • 8.

    Het nemen van besluiten op verzoeken om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, die betrekking hebben op een ramp als bedoeld in de Wet veiligheidsregio's.

  • 9.

    Het nemen van besluiten over verzoeken om planschade en nadeelcompensatie.

  • 10.

    Het vaststellen van een subsidieplafond en de wijze van verdeling ervan.

 

Privaatrecht

 

A) Algemeen

 

  • 1.

    Het besluit tot het aangaan van convenanten, intentieverklaringen, bestuursovereenkomsten etc..

  • 2.

    Het besluit tot het aangaan van overeenkomsten indien:

    • a.

      op grond van de Gemeentewet het college de raad vooraf over de overeenkomst moet informeren, omdat de raad daarom heeft verzocht;

    • b.

      op grond van de Gemeentewet de raad vooraf in de gelegenheid moet worden gesteld zijn wensen en bedenkingen ten aanzien van de overeenkomst ter kennis van het college te brengen omdat deze ingrijpende gevolgen voor de gemeente kan hebben;

    • c.

      de raad terzake om informatie heeft gevraagd.

 

B) Inkopen

 

  • 1.

    Inkoopkalender:

    Het nemen van een besluit over het niet op de inkoopkalender agenderen van de inkoop van een werk, levering of dienst met een waarde vanaf € 50.000,--;

  • 2.

    Inkoopstrategie:

    Het nemen van een besluit over de strategie bij het inkopen van een werk, levering of dienst en de daarbij te volgen (aanbestedings)procedure met een waarde vanaf € 50.000,--;

  • 3.

    Speerpunten:

    Het nemen van een besluit over het niet digitaal aanbesteden van een inkoop en/of het niet of niet volledig toepassen van speerpunten op het gebied van duurzaamheid, social return on investments (SROI) en economisch meest voordelige inschrijving (EMVI); 

  • 4.

    Gunningsbeslissing:

    Het nemen van een besluit over het daadwerkelijk verlenen van de opdracht voor een werk, levering of dienst met een waarde vanaf € 50.000,--;

  • 5.

    Offertes:

    Het nemen van een besluit over het niet opvragen van 3-5 offertes bij het inkopen van een werk, levering of dienst met een waarde vanaf € 10.000,--;*

 

C) Contracten

 

  • 1.

    Het verstrekken van een opdracht en/of het aangaan van een overeenkomst voor een werk, levering of dienst met een waarde vanaf € 50.000,--;

  • 2.

    Het opleggen van sancties aan opdrachtnemers, anders dan kortingen en boetes die voortvloeien uit de bepalingen van het contract.

 

D) Civiele– en strafrechtelijke procedures

 

  • 1.

    Het besluit tot het aangaan van civiele procedures.

  • 2.

    Het besluit hoger beroep of cassatie aan te tekenen namens de gemeente of het gemeentebestuur in civiele procedures.

  • 3.

    Het nemen van besluiten t.a.v. alternatieve geschillenbeslechting, niet zijnde arbitrage of het voorleggen van geschillen aan scheidslieden voorzover afspraken daarover vooraf schriftelijk zijn vastgelegd.

  • 4.

    Het treffen van een schikking in een strafzaak.

 

E) Overige privaatrechtelijke rechtshandelingen

 

  • 1.

    Het besluit tot de oprichting van of de deelneming in rechtspersonen.

  • 2.

    Het kwijtschelden en buiten invordering stellen van vorderingen met een financieel belang hoger dan € 10.000,--, niet zijnde vorderingen in het kader van belastingheffing.

  • 3.

    Het besluit tot aanvaarding of afwijzing van erfstellingen en legaten.

  • 4.

    Het besluit tot aanvaarding of afwijzing van schenkingen.

  • 5.

    Het besluit tot het doen van een schenking.

  • 6.

    Het aanvragen van surseance van betaling en faillissement.

  • 7.

    Het afgeven van borgstellingen, met dien verstande dat de raad met betrekking tot borgstellingen voor meer dan € 500.000,-- vooraf in de gelegenheid wordt gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.

  • 8.

    Het nemen van besluiten over het opnemen van geldleningen op de kapitaalmarkt met een looptijd van een jaar of langer.

  • 9.

    Het nemen van besluiten over het verstrekken van geldleningen via de kapitaalmarkt.

  • 10.

    Het nemen van besluiten over het doen van beleggingen op de kapitaalmarkt.

  • 11.

    Het ondertekenen van overeenkomsten met een ander bestuursorgaan, waarbij de wederpartij wordt vertegenwoordigd door een bestuurder, met dien verstande dat in dat geval de burgemeester een machtiging kan verlenen aan een wethouder.

  • 12.

    Het verwerven dan wel anderszins verkrijgen of in gebruik nemen van onroerende zaken.

  • 13.

    Het vervreemden van onroerende zaken, daaronder mede te verstaan het in erfpacht uitgeven, verhuren, in gebruik geven, verpachten, in economisch eigendom overdragen en het vestigen van beperkte genotsrechten, dan wel het wijzigen, verlengen, opzeggen of anderszins beëindigen van de desbetreffende rechten.

  • 14.

    Het nemen van besluiten ten aanzien van het ontzeggen van de toegang tot gebouwen die in eigendom of gebruik zijn bij de gemeente voor zover de ontzegging geldt voor een langere periode dan 24 uur.

 

B. Personeelsaangelegenheden

 

  • 1.

    Het nemen van besluiten over de formele arbeidsduur, de totale organisatie betreffende.

  • 2.

    Het jaarlijks aanwijzen van verplichte brugdagen.

  • 3.

    Het aanhouden van een ontslagverzoek als strafontslag wordt overwogen.

  • 4.

    Het aanhouden van een ontslagverzoek totdat de uitspraak van de strafrechter of het besluit tot disciplinaire bestraffing onherroepelijk is geworden.

  • 5.

    Het verlenen van ontslag wegens reorganisatie als bedoeld in artikel 8:3 CAR-UWO.

  • 6.

    Het verlenen van ontslag op overige gronden, als bedoeld in artikel 8:8 CAR-UWO, waarbij al dan niet een ontslagvergoeding wordt toegekend, die meer bedraagt dan € 25.000,--.

  • 7.

    Het verlenen van ontslag op eigen verzoek als bedoeld in artikel 8:1 CAR-UWO. waarbij een ontslagvergoeding wordt toegekend, die meer bedraagt dan € 25.000,--.

  • 8.

    Het verlenen van strafontslag, als bedoeld in artikel 8:13 CAR-UWO.

  • 9.

    Het inzetten van ambtenaren in geval van een staking bij een particulier bedrijf.

  • 10.

    Het nemen van beslissingen ten aanzien van overlijdensuitkeringen aan nabestaanden van overleden ambtenaren.

  • 11.

    Het uitvoeren van de wachtgeldregeling en de suppletieregeling.

 

C. Overige aangelegenheden

 

  • 1.

    Het benoemen van personen als vertegenwoordiger van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk in bestuurs- en toezichthoudende organen van publiekrechtelijke- en privaatrechtelijke rechtspersonen.

  • 2.

    Het benoemen van personen in adviesorganen van het college.

  • 3.

    Het benoemen van personen in bestuurscommissies als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet.

  • 4.

    Het benoemen van personen in commissies als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet.

  • 5.

    Het aanwijzen van een gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet.

  • 6.

    Het aanwijzen van een gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c van de Gemeentewet.

 

Bijlage 2 Aangelegenheden welke ingevolge artikel 3, eerste lid, sub b, van het Algemeen mandaatbesluit Bodegraven-Reeuwijk 2017 blijven voorbehouden aan de gemeentesecretaris

 

A. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden

 

Publiekrecht

 

  • 1.

    Het nemen van besluiten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, indien het verzoek om informatie geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd.

  • 2.

    Het nemen van besluiten in het kader van de Wet bescherming persoonsgegevens, indien het verzoek om informatie geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd.

  • 3.

    Het indienen van een verweerschrift of andere productie bij de gerechtelijke instantie die het administratiefrechtelijk (hoger) beroep behandelt.

  • 4.

    Het nemen van het besluit om bezwaar of (administratief) beroep aan te tekenen of een verzoek om (wijziging of opheffing van) een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen namens de gemeente of het gemeentebestuur in administratiefrechtelijke procedures.

 

Privaatrecht

 

A) Civiele procedures

 

  • 1.

    Het bij de rechtbank aanhangig maken van een vordering tot het betalen van een geldsom ≥ € 5.000,--.

  • 2.

    De beslissing dat de gemeente zich voegt in een strafzaak.

  • 3.

    Het besluit tot het voeren van verweer in civiele- en strafrechtelijke procedures, met de instructie dat de betreffende portefeuillehouder hierover vooraf dient te worden geïnformeerd.

 

B. Personeelsaangelegenheden

 

  • 1.

    Het toekennen van een persoonlijke schaal.

  • 2.

    Het toekennen van een waarnemingsvergoeding in bijzondere situaties.

  • 3.

    Het weigeren van een verzoek om roostervrije uren te mogen sparen.

  • 4.

    Het vaststellen van een overwerkvergoeding in bijzondere situaties (oorlog, rampen e.d.).

  • 5.

    Het verlenen van ontslag wegens gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 8:4 en artikel 8:5 CAR-UWO.

  • 6.

    Het verlenen van ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de functie als bedoeld in artikel 8:6 CAR-UWO.

  • 7.

    Het verlenen van ontslag op de gronden als bedoeld in artikel 8:7 CAR-UWO.

  • 8.

    Het verlenen van tussentijds ontslag uit een tijdelijke aanstelling als bedoeld in artikel 8:12:1 CAR-UWO.

  • 9.

    Het weigeren van toestemming om nevenwerkzaamheden te verrichten.

  • 10.

    Het overplaatsen naar een ander organisatieonderdeel.

  • 11.

    Het opdragen van andere werkzaamheden onder andere in tijden van oorlog.

  • 12.

    Het opleggen van de volgende disciplinaire straffen als bedoeld in de leden h en i van artikel 16:1:2 CAR-UWO:

    • a.

      plaatsing in een andere betrekking al dan niet in een ander onderdeel van de dienst, voor bepaalde of onbepaalde tijd en met of zonder vermindering van bezoldiging;

    • b.

      schorsing voor bepaalde tijd zonder of met gedeeltelijk genot van bezoldiging met of zonder een ontzegging van de toegang tot de kantoren, werkplaatsen of andere arbeidsterreinen, dan wel het verblijf aldaar.

  • 13.

    Het toepassen van hardheidsclausules van alle door het college vastgestelde (uitvoerings)regelingen, inclusief de CAR/UWO.

  • 14.

    Het verlenen van ontslag op eigen verzoek als bedoeld in artikel 8:1 CAR-UWO. waarbij een ontslagvergoeding wordt toegekend, die lager is dan € 25.000,-.

  • 15.

    Het verlenen van ontslag op overige gronden, als bedoeld in artikel 8:8 CAR-UWO, waarbij al dan niet een ontslagvergoeding wordt toegekend, die lager is dan € 25.000,-.

  • 16.

    Het toekennen van overwerkvergoeding in bijzondere situaties.

  • 17.

    Het (over)plaatsen van een medewerker in het belang van de ambtelijke organisatie.

  • 18.

    Het opleggen van een verplichting tot het vergoeden van door de gemeente geleden schade.

  • 19.

    Het verlenen van toestemming tot het dragen van een uniform of dienstkleding bij het deelnemen aan betogingen of optochten.

  • 20.

    Het bepalen van functies waarvoor uniformkleding is verplicht.

  • 21.

    Het opleggen van de verplichting in of meer nabij zijn standplaats te gaan wonen.

  • 22.

    Het opleggen van de verplichting tot het betrekken van een dienstwoning.

  • 23.

    Het opleggen van een verbod om de werkzaamheden te vervullen in verband met het in contact staan of kort geleden heeft gestaan met een persoon met een infectieziekte.

  • 24.

    Het verlenen van een schadeloosstelling en vergoeding van kosten in niet elders voorziene gevallen.

  • 25.

    Het opleggen van de volgende disciplinaire straffen als bedoeld in artikel 16:1:2, eerste lid, sub a tot en met g CAR-UWO:

    • a.

      schriftelijke berisping;

    • b.

      oplegging extra werk;

    • c.

      vermindering vakantietegoed;

    • d.

      geldboete;

    • e.

      inhouding deel salaris;

    • f.

      niet toekennen periodieke salarisverhoging;

    • g.

      tijdelijke vermindering van salaris.

  • 26.

    Het opleggen van de volgende ordemaatregelen:

    • a.

      het ontzeggen van de toegang tot de kantoren, werkplaatsen of andere arbeidsterreinen, dan wel het verblijf aldaar, als bedoeld in artikel 15:1:19 CAR-UWO;

    • b.

      het opleggen van de schorsing, als bedoeld in artikel 8:15:1 CAR-UWO, met of zonder geheel of gedeeltelijke inhouding van bezoldiging.

  • 27.

    Het uitvoeren van de rechtspositieregeling vrijwillige brandweer.

  • 28.

    Het uitvoeren van de rechtspositieregeling bijzondere groepen ambtenaren.

  • 29.

    Het nemen van beslissingen ten aanzien van jubileumgratificaties.

  • 30.

    Het verlenen van onbetaald verlof als bedoeld in artikel 6:9 CAR-UWO.

  • 31.

    Het nemen van beslissingen omtrent het wel of niet doorbetalen van de volledige bezoldiging in individuele gevallen van terminale ziekte.

  • 32.

    Het nemen van besluiten tot aanstelling van medewerkers.

  • 33.

    Het aangaan van arbeidsovereenkomsten.

  • 34.

    Het inlenen van extern personeel.

  • 35.

    Het verminderen en uitbreiden van de formele arbeidsduur.

  • 36.

    De inschaling van de ambtenaar.

  • 37.

    Het toekennen van salaris bij aanstelling.

  • 38.

    Het toekennen van een periodieke verhoging en het aanmerken van buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging als diensttijd voor toekennen van periodieke verhoging.

  • 39.

    Het toekennen van extra salarisverhoging en het wijzigen van de periodiekdatum.

  • 40.

    Het niet toekennen van een periodieke verhoging en het alsnog, met terugwerkende kracht toekennen van een periodieke verhoging.

  • 41.

    Het inpassen van een ambtenaar in een andere schaal bij bevordering.

  • 42.

    Het toekennen van een persoonlijke toelage en andere vormen van flexibele beloning.

  • 43.

    Het toepassen van de voorschriften met betrekking tot arbeidsongeschiktheid.

  • 44.

    Het verlenen van ontslag op eigen verzoek als bedoeld in artikel 8:1 CAR-UWO.

  • 45.

    Het verlenen van ontslag wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd als bedoeld in artikel 8:2 CAR-UWO.

  • 46.

    Het verlenen van ontslag wegens FPU als bedoeld in artikel 8:11 CAR-UWO.

  • 47.

    Het verlenen van ontslag uit een tijdelijke aanstelling of tijdelijke urenuitbreiding als bedoeld in artikel 8:12 CAR-UWO.

  • 48.

    Het verplicht volgen van een opleiding.

  • 49.

    Het toekennen van een buitengewone verhoging van de bezoldiging.

  • 50.

    Het nemen van beslissingen ter uitvoering van de Vervoersregeling.

  • 51.

    Het nemen van beslissingen ter uitvoering spaarloonregeling.

  • 52.

    Het nemen van beslissingen ten aanzien van het toekennen van een BHV-toelage.

  • 53.

    Het toekennen van een toelage onregelmatige dienst en wachtdienst.

  • 54.

    Het vaststellen van een afloopregeling van vaste toelagen.

  • 55.

    Het toekennen van het genot van woning, energie en water en het korten van het salaris hiervoor.

  • 56.

    Het toekennen van een waarnemingstoelage.

  • 57.

    Het toekennen van een overwerkvergoeding bestaande uit verlof en een vergoeding.

  • 58.

    Het vaststellen van de feitelijke arbeidsduur per week.

  • 59.

    Het toepassen van het cafetariamodel.

  • 60.

    Het terugbrengen van de seniorenarbeidsduur (de seniorenmaatregel).

  • 61.

    Het omzetten van extra arbeidsuren in vakantie.

  • 62.

    Het verlenen van vakbondsverlof.

  • 63.

    Het verlenen van buitengewoon verlof, op grond van artikelen 6:4, 6:4:1 en het verlenen van langdurig zorgverlof op grond van 6:4:1a CAR-UWO.

  • 64.

    Het verlenen van betaald ouderschapsverlof.

  • 65.

    Het verlenen van zwangerschaps- en bevallingsverlof.

  • 66.

    Het verlenen van adoptie- en pleegzorgverlof.

  • 67.

    Het toekennen van extra verlof en gratificatie als bijzondere beloning.

  • 68.

    Het toekennen van een vergoeding voor scholingskosten.

Bijlage 3 Aangelegenheden welke ingevolge artikel 3, eerste lid, sub c, van het Algemeen mandaatbesluit Bodegraven-Reeuwijk 2017 gemandateerd worden aan niet-ondergeschikten

 

Politiechef eenheid Den Haag

De mandaten die zijn genoemd in het besluit van burgemeester en wethouders en de burgemeester van 24 mei 2011 (aanstellen of vervallen verklaren aanstelling als verkeersregelaar bij evenementen op grond van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer).

 

CAK (Centraal Administratie Kantoor)

De mandaten, volmachten en machtigingen, met toestemming voor ondermandaat, die zijn genoemd in het besluit van burgemeester en wethouders van 16 september 2011 (oplegging en inning eigen aandeel bij financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 19 Wet maatschappelijke ondersteuning).

 

Regionaal commandant en directeur Risicobeheersing van de Brandweer Hollands Midden

De mandaten, volmachten en machtigingen, met toestemming voor ondermandaat, die zijn genoemd in het besluit van burgemeester en wethouders van 13 december 2012 (aanwijzen toezichthouders Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Brandbeveiligingsverordening en Algemene plaatselijke verordening gemeente Bodegraven-Reeuwijk en ondertekenen en afgeven en intrekken van legitimatiebewijzen).

 

Politie Haaglanden, Politiechef eenheid Den Haag en BCU (Berging Combinatie Utrecht)

De mandaten, volmachten en machtigingen, met toestemming voor ondermandaat, die zijn genoemd in de besluiten van burgemeester en wethouders van 4 april 2013 (wegslepen, bewaren en teruggeven van voertuigen op grond van de Wegsleepverordening gemeente Bodegraven-Reeuwijk en de Algemene plaatselijke verordening gemeente Bodegraven-Reeuwijk).

 

Ambtenaren rampenbestrijding van de gemeenten in de Veiligheidsregio Hollands Midden, in de crisisbeheersingsrol als Officier van Dienst Bevolkingszorg

De mandaten, volmachten en machtigingen die zijn genoemd in het besluit van burgemeester en wethouders en de burgemeester van 21 mei 2013 (verlenen van opdrachten ten tijde van rampen en crises en coördinatie voeren over en geven van bindende aanwijzingn aan gemeentelijke diensten).

 

Wethouder gemeente Gouda met de portefeuille beschermd wonen en opvang

De mandaten, volmachten en machtigingen, met toestemming voor ondermandaat, die zijn genoemd in het besluit van burgemeester en wethouders van 25 november 2014 (bevoegdheden met betrekking tot beschermd wonen en opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015).

 

Directeur Publieke Gezondheid GGD Hollands Midden

Het mandaat, met toestemming voor ondermandaat, dat is genoemd in het besluit van burgemeester en wethouders van 12 januari 2016 (aanwijzen toezichthouders in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015).

 

Revitalisering Bedrijventerreinen B.V. (REDEMA)

Het mandaat dat is genoemd in het besluit van burgemeester en wethouders van 17 mei 2016 (verlenen parkeervergunningen als bedoeld in de Beleidsregels parkeervergunningen).

 

Directeur Publieke Gezondheid GGD Hollands Midden

Het mandaat dat is genoemd in het besluit van burgemeester en wethouders van 21 juni 2016 (benoemen van gemeentelijke lijkschouwers op grond van de Wet op de lijkbezorging).

 

Stichting Veen

De mandaten, met toestemming voor ondermandaat, die zijn genoemd in het besluit van burgemeester en wethouders van 20 september 2016 (bevoegdheden met betrekking tot vaarontheffingen op grond van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Bodegraven-Reeuwijk).

 

Directeur Omgevingsdienst Midden-Holland en diens plaatsvervanger

De mandaten, volmachten en machtigingen, met toestemming voor ondermandaat, die zijn genoemd in het besluit van burgemeester en wethouders van 6 december 2016 (diverse bevoegdheden op grond van wetgeving op het terrein van ruimtelijke ordening en milieu).

 

Teamleider sociaal team, manager AMHK, manager Crisisdienst van de GGD Hollands Midden, voorzitter en vervangend voorzitter van de jeugdbeschermingstafel en directeur en plaatsvervangend directeur Gecertificeerde Instellingen

De mandaten, volmachten en machtigingen, met toestemming voor ondermandaat, die zijn genoemd in het besluit van burgemeester en wethouders van 13 februari 2018 (diverse bevoegdheden op grond van de Jeugdwet en de Verordening Jeugdhulp Bodegraven-Reeuwijk 2015

 

Directeur-bestuurder woningcorporatie Mozaïek Wonen, directeur-bestuurder Woningbouwvereniging Reeuwijk en directeur-bestuurder Stichting Zorgpartners Midden-Holland

De mandaten, met toestemming voor ondermandaat, die zijn genoemd in het besluit van burgemeester en wethouders van 7 augustus 2018 (diverse bevoegdheden op grond van de Huisvestingsverordening gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2015).