Regeling vervallen per 01-01-2020

Verordening van de gemeenteraad van Bodegraven-Reeuwijk houdende regels voor de heffing en de invordering van liggeld 2019

Geldend van 01-01-2019 t/m 31-12-2019

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van Bodegraven-Reeuwijk houdende regels voor de heffing en de invordering van liggeld 2019

De raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk;

gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders van 13 november 2018;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen de:

Verordening van de gemeenteraad van Bodegraven-Reeuwijk houdende regels voor de heffing en de invordering van liggeld 2019

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Afmeerplaats: een gedeelte van het openbaar water, bestemd of geschikt om door een vaartuig, niet zijnde een woonboot te worden ingenomen.

  • b.

    Jaar: een kalenderjaar.

 

Artikel 2: Belastbaar feit

Onder de naam liggeld wordt, overeenkomstig hetgeen in de volgende artikelen is bepaald, een recht geheven voor het aanleggen van een vaartuig aan openbare gemeentegrond en/of in openbaar water.

 

Artikel 3: Belastingplicht

Het in artikel 2 bedoelde recht is verschuldigd door degene, die de vereiste vergunning heeft verkregen, of door degene, door wie openbare gemeentegrond of gemeentewater is ingenomen.

 

Artikel 4: Maatstaf van heffing

Het liggeld wordt geheven per afmeerplaats.

 

Artikel 5: Belastingtarieven en belastingtijdvak

  • 1.

    Het liggeld bedraagt per belastingjaar:

    • a.

      voor een afmeerplaats in haven De Wikke, haven Treebord en haven Kamille/Melkdistel en voor de afmeerplaatsen HA2 t/m HA8 in haven Kerkestuk/Dunantlaan: € 280,38

    • b.

      voor een afmeerplaats aan de Notaris d’Aumerielaan, Roland Holstlaan, Vondelpad, Raadhuisweg en Zoutmansweg en voor de afmeerplaatsen HA1a, HA1b en HA9 t/m HA14 in haven Kerkestuk/Dunantlaan: € 168,26

    • c.

      voor afmeerplaatsen op de overige locaties: € 86,00

  • 2.

    Over de in lid 1 genoemde bedragen is 21% omzetbelasting (btw) verschuldigd.

 

Artikel 6: Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 7: Wijze van heffing

Het recht wordt geheven bij wege van schriftelijke kennisgeving.

 

Artikel 8: Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    Het liggeld is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is het liggeld verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde liggeld als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde liggeld als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

 

Artikel 9: Termijnen van betaling

Het recht genoemd in artikel 5 is invorderbaar in 1 termijn, welke vervalt een maand na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

 

Artikel 10: Kwijtschelding

Bij de invordering van liggeld wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 11: Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van liggeld.

 

Artikel 12: Overgangsrecht

De “Verordening liggeld 2018” van 13 december 2017 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2019, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 13: Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het in artikel 10 en het voorgaande lid bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van de rechten in die periode plaatsvindt.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

 

Artikel 14: Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening liggeld 2019'.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk, gehouden op 19 december 2018.

De griffier,

drs J.H. Rijs

De voorzitter,

mr. C. van der Kamp