Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Bodegraven-Reeuwijk

Verordening van de gemeenteraad van Bodegraven-Reeuwijk houdende regels voor de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieBodegraven-Reeuwijk
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van de gemeenteraad van Bodegraven-Reeuwijk houdende regels voor de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2019
CiteertitelVerordening Lijkbezorgingsrechten 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpbelastingen en heffingen

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 229 van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2019Nieuwe regeling

19-12-2018

gmb-2018-282662

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van Bodegraven-Reeuwijk houdende regels voor de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2019

De raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk;

 

gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders van 13 november 2018;

 

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

 

besluit:

 

vast te stellen de:

 

Verordening van de gemeenteraad van Bodegraven-Reeuwijk houdende regels voor de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2019

 

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    begraafplaats: de algemene begraafplaats Vredehof Bodegraven, de algemene begraafplaats de Tempel in Reeuwijk en de algemene begraafplaats Waarder;

  • b.

    particulier graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • a.

      het doen begraven en begraven houden van lijken;

    • b.

      het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

    • c.

      het doen verstrooien van as;

  • c.

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot:

    • a.

      het doen begraven van lijken;

    • b.

      het bijzetten van asbussen met of zonder urnen;

    • c.

      het doen verstrooien van as;

  • d.

    kindergraf: een algemeen graf, uitsluitend bestemd voor het begraven van lijken van kinderen tot twaalf jaar oud;

  • e.

    Asbussen nis: een nis in het columbarium, waarvan voor bepaalde tijd het uitsluitend recht is verkregen tot het doen bijzetten en bijgezet houden van één asbus zonder urn;

  • f.

    asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • g.

    urn: een voorwerp ter berging van één of meerdere asbussen:

  • h.

    verstrooiingsplaats: een permanent daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid, dan wel een plaats waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het recht is verleend om as te doen verstrooien.

 

Artikel 2. Belastbaar feit

Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.

 

Artikel 3. Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

 

Artikel 4. Vrijstellingen

De rechten worden niet geheven voor:

  • a.

    het lichten van een lijk of asbus op rechterlijk gezag;

  • b.

    het begraven van of het bijzetten van de as van doodgeboren kinderen of van zuigelingen die met de overleden moeder in één kist worden begraven of gecremeerd.

 

Artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

 

Artikel 6. Belastingjaar

  • 1.

    Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

  • 2.

    Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 4.2 en 4.3 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht.

  

Artikel 7. Wijze van heffing

  • 1.

    De onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 4.2 en 4.3 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    Andere rechten dan die bedoeld in hoofdstuk 4.2 en 4.3 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

 

Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten

  • 1.

    De onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk 4.2 en 4.3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 4.2 en 4.3 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld in hoofdstuk 4.2 en 4.3 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00.

 

Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten

Andere rechten dan die bedoeld in hoofdstuk 4.2 en 4.3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

 

Artikel 10. Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen dertig dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

 

Artikel 11. Kwijtschelding

Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 12. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten.

 

Artikel 13. Overgangsrecht

De "Verordening Lijkbezorgingsrechten 2018” en de daarbij behorende tarieventabel van 13 december 2017, worden ingetrokken met ingang van 1 januari 2019, met dien verstaande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 14. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel treden in werking met ingang van de eerste dag na de dag van de bekendmaking.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het in artikel 13 en het voorgaande lid bepaalde, blijven, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening en tarieventabel gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van de rechten in die periode plaatsvindt.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

 

Artikel 15. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als de "Verordening lijkbezorgingsrechten 2019".

 

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk, gehouden op 19 december 2018.

 

De griffier,

drs J.H. Rijs

 

De voorzitter,

mr. C. van der Kamp

Tarieventabel bij de Verordening lijkbezorgingsrechten 2019

 

Hoofdstuk 1: Recht op een particulier graf of een nis voor asbussen

1.1 Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een particulier graf wordt geheven:

1.1.1 voor een periode van 30 jaar (Vredehof): € 3.802,25

1.1.2 voor een periode van 30 jaar (Tempel en Waarder): € 2.534,75

1.2 Voor het verlenen van het recht op een particuliere nis voor asbussen wordt geheven:

1.2.1 voor een periode van 30 jaar: € 1.901,00

1.3 Verlenging:

1.3.1 voor het verlengen van de rechten als bedoeld in 1.1 en 1.2 voor een periode van 10 jaar wordt een recht geheven:

- voor een particulier graf: € 1.267,35

- voor een eigen nis voor asbussen: € 576,10

 

Hoofdstuk 2: Begraafrechten

2.1 Voor het begraven van een lijk van een persoon van 12 jaar of ouder in een graf wordt geheven:

- indien begraven in een particulier graf: € 1.468,85

- indien begraven in een algemeen graf: € 979,20

2.2 Voor het begraven van een lijk van een kind beneden de 12 jaar (maar ouder dan één jaar) wordt geheven:

- indien begraven in een particulier graf: € 725,65

- indien begraven in een algemeen graf: € 449,35

- indien begraven in een kindergraf: € 184,20

2.3 Voor het begraven van een lijk van een kind beneden één jaar wordt geheven:

- indien begraven in een particulier graf: € 357,05

- indien begraven in een algemeen graf: € 218,90

- indien begraven in een kindergraf: € 86,25

2.4Voor het begraven op zaterdagen wordt het recht, bedoeld in artikel 2.1, 2.2 en 2.3 verhoogd met 15%

2.5 Voor het begraven op zondagen wordt het recht, bedoeld in artikel 2.1, 2.2 en 2.3 verhoogd met 100%.

2.6 Voor het begraven op buitengewone uren op de dagen maandag tot en met zaterdag, vóór 10.00 uur en na 16.00 uur, wordt het recht, bedoeld in artikel 2.1, 2.2 en 2.3 verhoogd met 75%.

 

Hoofdstuk 3: Rechten voor het bijzetten in nis voor asbussen

3.1 Voor het bijzetten van een asbus wordt geheven:

3.1.1 in een nis voor asbussen in het columbarium (zonder urn): € 184,20

3.1.2 in een particulier graf (met of zonder urn): € 737,15

3.1.3 in een algemeen graf (met of zonder urn): € 455,00

3.1.4 op een particulier graf (met of zonder urn): € 102,90

 

Hoofdstuk 4: Rechten voor vergunning en onderhoud grafbedekking

4.1 Voor het afgeven van een vergunning ter zake van het plaatsen of vernieuwen van een grafbedekking zoals bedoeld in artikel 20 van de Beheersverordening Begraafplaatsen 2017 wordt geheven:

4.1.1 voor de aanleg van een grafkelder: € 28,70

4.1.2 voor het plaatsen van een zerk of gedenkteken op een particulier graf, algemeen graf of kindergraf: € 28,70

4.2 Voor het onderhoud door de beheerder zoals bedoeld in artikel 24 van de Beheersverordening Begraafplaatsen 2017 wordt geheven:

4.2.1 voor een particulier graf voor een periode van 30 jaar: € 1.440,15

4.2.2 voor een algemeen graf voor een periode van 10 jaar: € 345,45

4.2.3 voor een kindergraf voor een periode van 10 jaar: € 115,05

4.2.4 voor een particulier graf voor een periode van 1 jaar (met een maximum van 20 jaar): € 61,75

4.3 Verlenging:

4.3.1 bij verlenging van het uitsluitend recht op een particulier graf met een periode van 10 jaar bedraagt het recht voor het onderhoud door de beheerder: € 478,00

 

Hoofdstuk 5: Inschrijven en overboeken van rechten in register

5.1 Voor het inschrijven en overboeken van particuliere graven in de daartoe bestemde registers wordt geheven: € 28,70

5.2 Voor het inschrijven en overboeken van particuliere nissen voor asbussen in de daartoe bestemde registers wordt geheven: € 28,70

 

Hoofdstuk 6: Opgraven, ruimen en verstrooien

6.1 Voor het opgraven van een lijk wordt geheven:

6.1.1 bij opgraving uit een particulier graf: € 1.768,55

6.1.2 bij opgraving uit een algemeen graf: € 1.768,55

6.1.3 bij opgraving uit een kindergraf: € 875,65

6.2 Voor het opgraven of verwijderen van een asbus wordt geheven:

6.2.1 uit een particulier graf: € 875,65

6.2.2 uit een algemeen graf: € 875,65

6.2.3 uit een nis voor asbussen: € 172,70

6.3 Voor het herschikken van een graf op verzoek van belanghebbende (stoffelijke resten blijven in bestaand graf) wordt geheven: € 875,65

6.4 Voor het verstrooien van as wordt per asbus geheven:

6.4.1 in een particulier graf: € 172,70

6.4.2 in een algemeen graf: € 172,70

6.4.3 op een aangewezen verstrooiingsplaats op een van de algemene begraafplaatsen van de gemeente: € 107,40

 

Hoofdstuk 7: Overige heffingen

7.1 Voor het gebruik van de aula en de daarbij behorende faciliteiten wordt geheven per begrafenis:

7.1.1 voorafgaand aan de begrafenis (duur: maximaal een half uur): € 86,25

7.1.2 voorafgaand aan de begrafenis (duur: langer dan half uur): € 172,70

7.1.3 aansluitend aan de begrafenis (duur: maximaal een half uur): € 86,25

7.1.4 aansluitend aan de begrafenis (duur: langer dan half uur): € 172,70

7.1.5 extra kosten opbaring lijken per dag: € 50,00

 

Hoofdstuk 8: Citeertitel

8 Deze tabel kan worden aangehaald als “Tarieventabel bij de Verordening lijkbezorgingsrechten 2019”.