bezoldigingsverordening gemeente Boekel 2005

Geldend van 03-08-2010 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2006

Intitulé

bezoldigingsverordening gemeente Boekel 2005

Burgemeester en wethouders van Boekel;

gelet op het bepaalde in artikel 3:1 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Boekel;

gehoord de Ondernemingsraad;

gehoord de Commissie voor Georganiseerd Overleg;

B E S L U I T E N:

vast te stellen de navolgende

“bezoldigingsverordening gemeente Boekel 2005”

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Arbeidsvoorwaardenregeling: de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en Uitwerkingsovereenkomst (UWO) van de gemeente Boekel;

  • b.

    Ambtenaar: de ambtenaar in de zin van de arbeidsvoorwaardenregeling;

  • c.

    Salaris: het salaris als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder b van de arbeidsvoorwaardenregeling;

  • d.

    Uurloon: het uurloon als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder o van de arbeidsvoorwaardenregeling;

  • e.

    Salarisschaal: de schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder a, opgenomen in bijlage IIa van de arbeidsvoorwaardenregeling;

  • f.

    Maximum salaris: het hoogste bedrag van een salarisschaal;

  • g.

    Functieschaal: salarisschaal behorende bij de organieke functie, die als gevolg van functiewaardering is vastgesteld;

  • h.

    Aanloopschaal: de naastgelegen lagere salarisschaal dan de functieschaal;

  • i.

    Periodiek: een aanduiding, bestaande uit een getal dat voor een salarisschaal is vermeld;

  • j.

    Bezoldiging: de bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder c van de arbeidsvoorwaardenregeling;

  • k.

    Functie: het geheel van taken die door een ambtenaar worden verricht, zoals die zijn beschreven in de functieomschrijving;

  • l.

    Overwerk: het overwerk als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder l van de arbeidsvoorwaardenregeling;

  • m.

    Conversie: de vertaling van de gevonden rangorde naar salarisschalen.

Hoofdstuk 2 Salaris

Artikel 2 Recht op salaris

  • 1. Het recht op salaris vangt aan op de dag waarop de aanstelling van de ambtenaar ingaat. Indien in het aanstellingsbesluit geen datum van ingang is vermeld, vangt het recht op bezoldiging aan op de dag waarop de ambtenaar feitelijk in dienst is getreden.

  • 2. Het recht op bezoldiging eindigt, in geval van ontslag, met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat.

  • 3. De bezoldiging wordt maandelijks uitbetaald.

Artikel 3 Gebroken tijdvakken

Wanneer het salaris of een toelage moet worden berekend over een gedeelte van een maand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantal kalenderdagen van die maand.

Artikel 4 Onvolledige betrekking

Het salaris van de ambtenaar met een onvolledige betrekking wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris dat voor hem zou gelden bij een volledige betrekking.

Artikel 5 Salarisbedragen

De salarissen van de ambtenaren wier salaris niet bij of krachtens de wet is geregeld, worden vastgesteld op de bedragen volgens de salarisschalen zoals opgenomen in bijlage IIa van de arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Boekel.

Artikel 6

Anders dan bij het aanvaarden van passende of geschikte arbeid, dan wel bij wijze van disciplinaire straf, als bedoeld in de arbeidsvoorwaardenregeling, kan zonder voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dan dat van de reeds voor hem geldende salarisschaal.

Artikel 7 Inschaling

  • 1. Bij aanstelling wordt de ambtenaar het salaris toegekend dat in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld, behorende bij periodiek 0.

  • 2. 1. Van het bepaalde in het vorige lid kan worden afgeweken door het toekennen van een hoger salaris, indien daarvoor aanleiding bestaat.

Artikel 8

  • 1. Een ambtenaar die nieuw in dienst treedt kan worden ingeschaald in de functieschaal als hij voldoet aan de functie-eisen en naar verwachting de functie volledig en naar voldoening zal vervullen.

  • 2. Wanneer een ambtenaar niet aan de functie-eisen voldoet of er nog geen juist beeld is van zijn wijze van functioneren, kan hij worden ingeschaald in de aanloopschaal.

  • 3. Een ambtenaar die is ingeschaald in de aanloopschaal kan worden ingeschaald in de functieschaal wanneer hij voldoet aan de functie-eisen en de functie volledig en naar voldoening vervult.

Artikel 9 Periodieke verhoging van het salaris

  • 1. Het salaris van de ambtenaar die voldoende functioneert, wordt binnen de voor hem geldende salarisschaal periodiek verhoogd tot het naast hogere bedrag.

  • 2. De periodieke verhoging wordt jaarlijks op 1 januari toegekend aan de ambtenaar die het maximum salaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, dit met ingang van het jaar volgend op de aanstelling en nadien telkens na één jaar met dien verstande dat geen aanspraak op verhoging bestaat indien de ambtenaar is aangesteld of bevorderd met ingang van een datum gelegen na 30 juni van het voorafgaande jaar.

  • 3. Het tijdstip waarop ingevolge lid 2 van dit artikel voor de eerste maal een periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daar naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding toe is.

Artikel 10 Extra periodieke verhoging van het salaris

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen aan de ambtenaar die het maximum van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, een extra periodieke verhoging toekennen tot een in de salarisschaal genoemd bedrag, niet uitgaande boven het maximum salaris van de schaal, op grond van een zeer goede vervulling van de functie.

  • 2. Bij toepassing van het vorige lid blijft het tijdstip waarop ingevolge artikel 9 een salarisverhoging wordt toegekend onverlet, tenzij anders wordt bepaald.

Artikel 11 Geen periodieke verhoging

  • 1. Indien een ambtenaar onvoldoende functioneert, kan worden bepaald dat voor hem de in artikel 9 bedoelde salarisverhoging achterwege wordt gelaten.

  • 2. Zolang ten aanzien van de ambtenaar het vorige lid van toepassing is, wordt jaarlijks opnieuw bekeken in hoeverre er aanleiding bestaat deze toepassing voort te zetten.

  • 3. Van een beslissing tot toepassing van het eerste of tweede lid wordt de ambtenaar zo spoedig mogelijk, doch in elk geval voor de datum waarop anders de salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk mededeling gedaan, onder vermelding van de redenen welke tot de beslissing hebben geleid.

Artikel 12 Salaris bij bevordering naar hogere schaal

  • 1. Wanneer de ambtenaar wordt bevorderd naar een salarisschaal met een hoger maximumsalaris, wordt het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het bedrag, gelegen onmiddellijk boven het salaris dat de ambtenaar genoot in de oude schaal, plus één periodiek.

  • 2. Indien de bevordering naar een salarisschaal met een hoger maximumsalaris tegelijkertijd plaatsvindt met een periodieke verhoging, vindt eerst de overschaling plaats en wordt vervolgens de periodieke verhoging toegepast.

  • 3. Ter uitvoering van het bepaalde in dit artikel kunnen burgemeester en wethouders nadere regels stellen.

Hoofdstuk 3 Instrumenten van flexibele beloning

Artikel 13 Gratificatie

  • 1. Indien een ambtenaar een uitstekende individuele prestatie heeft geleverd, kan aan hem een gratificatie als bedoeld in artikel 15:1:28 van de Arbeidsvoorwaardenregeling worden toegekend.

  • 2. De hoogte van de gratificatie bedraagt maximaal € 500,- netto.

Artikel 14 Groepsgratificatie

  • 1. Aan een groep ambtenaren die een uitstekende collectieve prestatie hebben geleverd, kan een groepsgratificatie worden toegekend.

  • 2. De hoogte van de groepsgratificatie bedraagt per persoon maximaal € 250,- netto.

Artikel 15 Tijdelijke persoonlijke toelage

  • 1. Aan de ambtenaar die gedurende een tijdvak van 2 jaar zeer goede individuele prestaties heeft geleverd, kan een tijdelijke persoonlijke toelage worden toegekend van ten hoogste 10% van zijn salaris.

  • 2. Toekenning van de in lid 1 genoemde toelage vindt plaats als hier naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding toe is.

  • 3. De toelage dient vergezeld te gaan van schriftelijk vastgelegde afspraken over de grond, de hoogte, de duur en de ingangs- en einddatum van de toelage.

  • 4. De toelage heeft een maximumduur van 2 jaar.

  • 5. De toelage wordt ingetrokken, indien de gronden waarop de toelage werd toegekend niet meer aanwezig zijn, tenzij burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat er omstandigheden zijn om de toelage geheel of gedeeltelijk te handhaven.

Artikel 16 Persoonlijke toelage na het bereiken maximum functionele schaal

  • 1. Aan de ambtenaar die het maximum voor de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt, kan een persoonlijke toelage als bedoeld in artikel 3:7:8 van de arbeidsvoorwaardenregeling worden toegekend, indien betrokkene gedurende meerdere jaren uitstekend heeft gefunctioneerd.

  • 2. De in het vorige lid bedoelde toelage is niet hoger dan 10% van het salaris van de betrokken ambtenaar.

  • 3. De toelage wordt ingetrokken, indien de gronden waarop de toelage werd toegekend niet meer aanwezig zijn, tenzij burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat er omstandigheden zijn om de toelage geheel of gedeeltelijk te handhaven.

Artikel 17 Arbeidsmarkttoelage

  • 1. Aan de ambtenaar kan om redenen van werving of behoud een toelage worden toegekend.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde toelage wordt toegekend voor een tijdvak dat tevoren is vastgesteld, met inachtneming van een maximum van drie jaar.

  • 3. De hoogte van de toelage als bedoeld in het eerste lid bedraagt maximaal het verschil tussen het maximum van de functieschaal en dat van de daaropvolgende schaal.

  • 4. De toelage als bedoeld in het eerste lid eindigt op de ingevolge het tweede lid vastgestelde vervaldatum. Wanneer de arbeidsmarktsituatie waarop de toelage is gebaseerd nog steeds bestaat, kan opnieuw een toelage als bedoeld in het eerste lid aan de ambtenaar worden toegekend.

Artikel 18 Nadere regels instrumenten flexibele beloning

Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen omtrent de toepassing en de hoogte van instrumenten van flexibele beloning als bedoeld in de artikelen13 tot en met 17. Over de nader door burgemeester en wethouders te stellen regels vindt vooraf overleg plaats met het GO.

Artikel 19 Geen afbouwregeling

Bij het beëindigen van instrumenten van flexibele beloning als bedoeld in de artikelen 13 tot en met 17 wordt geen afbouwregeling toegepast.

Hoofdstuk 4 Overige toelagen en vergoedingen

Artikel 20 Waarnemingstoelage

Een waarnemingstoelage wordt toegekend conform hetgeen is geregeld in de arbeidsvoorwaardenregeling.

Artikel 21 Overwerkvergoeding

Aan de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt lager dan schaal 11 wordt ingeval van overwerk een overwerkvergoeding toegekend conform hetgeen geregeld is in de arbeidsvoorwaardenregeling.

Artikel 22 Toelage onregelmatige dienst

  • 1. Aan de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt lager dan schaal 11 en voor wie, anders dan bij wijze van overwerk, de werktijden zijn vastgesteld als bedoeld in artikel 3:3 van de arbeidsvoorwaardenregeling, wordt een toelage toegekend op grond van artikel 3:3 van de arbeidsvoorwaardenregeling.

  • 2. De in het vorige lid bedoelde toelage bedraagt per gewerkt uur een percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur. Dit percentage bedraagt:

    • a.

      20% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 6.00 en 8.00 uur en tussen 18.00 en 22.00 uur;

    • b.

      30% voor de uren op zaterdag tussen 6.00 en 22.00 uur;

    • c.

      40% voor de uren op maandag tot en met zaterdag tussen 22.00 en 24.00 uur en tussen 00.00 en 6.00 uur;

    • d.

      45% voor de uren op zondag en op feestdagen zoals genoemd in de arbeidsvoorwaardenregeling.

  • 3. Voor de in het vorige lid onder a genoemde ochtend- en avonduren wordt de toelage slechts toegekend indien de arbeid is aangevangen vóór 7.00 uur, respectievelijk is beëindigd na 19.00 uur.

  • 4. In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen die het bepaalde in dit artikel aanvult of daarvan afwijkt.

Artikel 23 Bereikbaarheidstoelage

  • 1. Aan de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt lager dan schaal 11 en die buiten de werktijden als bedoeld in artikel 4:1 en 4:2 van de arbeidsvoorwaardenregeling ingevolge een schriftelijke aanwijzing van burgemeester en wethouders zich regelmatig bereikbaar moet houden, wordt een toelage toegekend.

  • 2. De toelage bedraagt per uur van bereikbaarheid een percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur en wel:

    • a.

      1% voor de uren op maandag tot en met vrijdag;

    • b.

      5% voor de uren op zaterdag, zondag en op algemeen erkende feestdagen.

  • 3. De in lid twee genoemde percentages worden berekend over ten hoogste het maximumsalaris van schaal 7.

  • 4. In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen die het bepaalde in dit artikel aanvult of daarvan afwijkt.

Artikel 24 Bereikbaarheids- en beschikbaarheidstoelage

  • 1. Aan de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt lager dan schaal 11 en die buiten de werktijden als bedoeld in artikel 4:1 en 4:2 van de arbeidsvoorwaardenregeling ingevolge een schriftelijke aanwijzing van burgemeester en wethouders zich regelmatig bereikbaar en beschikbaar moet houden teneinde bij oproep arbeid te gaan verrichten, wordt een toelage toegekend.

  • 2. De toelage bedraagt per uur van bereikbaarheid en beschikbaarheid een percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur en wel:

    • a.

      5% voor de uren op maandag tot en met vrijdag;

    • b.

      10% voor de uren op zaterdag, zondag en op algemeen erkende feestdagen.

  • 3. De in lid twee genoemde percentages worden berekend over ten hoogste het maximumsalaris van schaal 7.

  • 4. In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen die het bepaalde in dit artikel aanvult of daarvan afwijkt.

Artikel 25 Jubileumgratificatie

  • 1. Aan de ambtenaar die gedurende 25, 40 of 50 jaar een betrekking bij de overheid heeft vervuld, wordt een jubileumgratificatie toegekend conform hetgeen is geregeld in artikel 3:5 en 3:5:1 van de arbeidsvoorwaardenregeling.

  • 2. Op ambtenaren die vóór 1 januari 1996 in dienst waren van de gemeente Boekel is artikel 3:5:1 van de arbeidsvoorwaardenregeling eveneens van toepassing voor het gemeentejubileum.

  • 3. Eventuele verschuldigde loonbelasting, premie AOW of premies ingevolge andere sociale verzekeringswetten komen voor rekening van de gemeente Boekel.

Artikel 26 Afbouwtoelage

  • 1. Aan de ambtenaar van wie de bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage, als bedoeld in artikelen 22 tot en met 24 een blijvende verlaging ondergaat, wordt een aflopende toelage toegekend, indien

    • a.

      die blijvende verlaging tenminste 3% bedraagt van de som van het salaris en de toelage, als bedoeld in artikelen 22 tot en met 24, en

    • b.

      de ambtenaar de toelage, als bedoeld in de artikelen 22 tot en met 24, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste twee jaar zonder wezenlijke onderbreking heeft ontvangen.

  • 2. De ambtenaar van 60 jaar of ouder ontvangt in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een blijvende toelage, mits hij de betreffende toelage direct voorafgaande aan het tijdstip van beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste 10 jaar zonder wezenlijke onderbreking heeft ontvangen.

  • 3. De aflopende toelage als bedoeld in lid 1 wordt omgezet in een blijvende toelage, zodra de ambtenaar 60 jaar wordt en mits hij de betreffende toelage direct voorafgaand aan het tijdstip van beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste 10 jaar zonder wezenlijke onderbreking heeft ontvangen.

  • 4. Voor toepassing van de voorgaande leden wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.

Artikel 27 Overige bepalingen

In gevallen waarin deze regeling niet of niet naar billijkheid voorziet, beslissen burgemeester en wethouders.

Artikel 28 Slotbepalingen

  • 1. Deze regeling kan worden aangehaald als “Bezoldigingsverordening gemeente Boekel 2005”.

  • 2. Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2006 met ingang van dezelfde datum wordt de “Bezoldigingsverordening Boekel 1981” en zoals sindsdien gewijzigd ingetrokken, alsmede de regeling bereikbaarheids- en beschikbaarheidstoelage van 1998.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van Burgemeester en wethouders van 1 november 2005.