Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Openbaar lichaam Bonaire

EILANDSVERORDENING van de 10de December 1954 tot vaststelling van de "Motorrijtuigbelastingverordening”

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieOpenbaar lichaam Bonaire
Officiële naam regelingEILANDSVERORDENING van de 10de December 1954 tot vaststelling van de "Motorrijtuigbelastingverordening”
CiteertitelMotorrijtuigbelastingverordening 1954
Vastgesteld doorEilandsraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling is vastgesteld en in werking getreden vóór 10-10-2010, maar op grond van artikel 7 van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de Positieve lijst regelgeving Eilandsraad Bonaire (AB 2010, no. 20) tevens vastgesteld voor het openbaar lichaam Bonaire en derhalve met ingang van 10-10-2010 in het openbaar lichaam Bonaire van toepassing.

Deze verordening vervangt de Motorrijtuigbelastingverordening 1928 (geldende tekst P.B. 1936 no. 17, zoals sindsdien gewijzigd).

Het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging van deze verordening bij A.B. 1959, no. 5, - dat ligt voor de datum van publicatie - is niet door uitdrukkelijke verlening van terugwerkende kracht vastgesteld.

De datum van inwerkingtreding van de wijzigingsregeling van 29-12-1978 (A.B. 1978, no. 26) is bij eilandsbesluit van 16-1-1979 (A.B. 1979, no. 1) bepaald op 17-1-1979 en vervolgens bij eilandsverordening van 23-6-1981 (A.B. 1981, no. 16) en bij eilandsbesluit van 23-6-1981 (A.B. 1981, 17) op 1-7-1981. In elk geval is de betrokken wijziging sinds 1-7-1981 in werking.

Aan de wijziging van deze verordening bij A.B. 1979, no. 11, is abusievelijk terugwerkende kracht verleend tot en met 29-12-1979. Bedoeld zal zijn 29-12-1978, de datum waarop de betrokken wijziging, die nog niet bij eilandsbesluit in werking was gesteld, is vastgesteld.

Artikel 1 van deze wijzigingsverordening van 30-5-1979 (A.B. 1979, no. 11) is ingetrokken bij de verordening van 23-6-1981 (A.B. 1981, no. 16). Dat komt neer op intrekking van de gehele regeling, die heeft maar één inhoudelijke bepaling: artikel 1.

Aangezien een inwerkingtredingsbepaling in de wijzigingsverordening van 23-6-1981 (A.B. 1981, no. 16) ontbreekt, is zij krachtens artikel 84, juncto 105 van de Eilandenregeling Nederlandse Antillen, in werking getreden met ingang van de tiende dag na die van de afkondiging.

Abusievelijk zijn in deze regeling twee artikelen genummerd als artikel 24.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Eilandsverordening van 8 oktober 2010, no. 1 tot vaststelling van eilandsverordeningen voor het openbaar lichaam Bonaire

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

10-10-201001-01-2011Bestendiging eilandsregeling in het openbaar lichaam

08-10-2008

A.B. 2010, no. 8

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

EILANDSVERORDENING van de 10de December 1954 tot vaststelling van de "Motorrijtuigbelastingverordening”

Artikel 1.

  • 1. Onder de naam "Motorrijtuigbelasting" wordt in het Eilandgebied Bonaire een belasting geheven op motorrijtuigen, waarmee van de openbare weg gebruik gemaakt wordt.

  • 2. Onder "Motorrijtuigen" worden in deze verordening verstaan alle rij- en voertuigen, bestemd om uitsluitend of mede door een mechanische kracht op of aan het rij- of voertuig zelf aanwezig, te worden voortbewogen.

  • 3. Onder "Ontvanger" wordt in deze verordening verstaan de Ontvanger van het Eilandgebied Bonaire.

  • 4. De opbrengst van de motorrijtuigbelasting wordt uitsluitend besteed aan het beheer, het in goede staat brengen en houden en het aanleggen van openbare wegen met bijbehorend regenwater afvoerstelsels op Bonaire. De opbrengst wordt hiertoe ter beschikking gesteld aan de Fundashon Fondo Pa Kaminda Di Bonaire.

  • 5. De Fundashon Fondo Pa Kaminda Di Bonaire legt voor 1 juli rekening en verantwoording af aan het bestuurscollege over de besteding van de opbrengst van de motorrijtuigbelasting in het afgelopen jaar.

Artikel 2.

  • 1. De belasting is verschuldigd door hem, die het motorrijtuig houdt.

  • 2. Het belastingjaar begint met 1 Januari en eindigt met 31 December.

Artikel 3.

De belasting bedraagt per jaar:

  • a.

    voor motorrijtuigen op twee wielen en voor motorrijtuigen op drie of meer wielen, waarvan het ledig gewicht niet meer bedraagt dan 400 kg: f.245,=;

  • b.
    • 1.

      voor motorrijtuigen op drie of meer wielen, voortbewogen door een benzinemotor en zwaarder dan 400 kg: f.340, =;

    • 2.

      voor motorrijtuigen bedoeld in b.1., met accommodatie voor maximaal 12 personen, in gebruik voor het openbaar vervoer: f.245,=;

    • 3.

      voor motorrijtuigen bedoeld in b.1., ingericht voor vrachtvervoer, waarvan de exploitatie de enige bron van inkomsten vormt voor de eigenaar die zelf optreedt als bestuurder en die in het bezit is van een hiertoe door het bestuurscollege afgegeven kosteloze verklaring: f.245,=;

  • c.
    • 1.

      voor motorrijtuigen op drie of meer wielen, die door diesel- of gasmotoren worden voortbewogen: f.1.500,=;

    • 2.

      voor motorrijtuigen als bedoeld in c.1, bestemd voor openbaar personenvervoer f. 375,=;

    • 3.

      voor motorrijtuigen bedoeld in c.1., ingericht voor vrachtvervoer, waarvan de exploitatie de enige bron van inkomsten vormt voor de eigenaar die zelf optreedt als bestuurder en die in het bezit is van een hiertoe door het bestuurscollege afgegeven kosteloze verklaring: f.750,=;

  • d.
    • 1.

      voor motorrijtuigen, naar hun aard niet bestemd voor het vervoer van personen of consumptiegoederen, niet zwaarder dan 2000 kg: f.340,=;

    • 2.

      voor motorrijtuigen als bedoeld in d.1 met een gewicht van 2000 kg of meer: f.2.250,=.

Artikel 4.

  • 1. Bij aanvang van de belastingplicht in de loop van het belastingjaar is de belasting verschuldigd over de nog niet verstreken kwartalen van het belastingjaar.

  • 2. Bij vervanging van een motorrijtuig in de loop van het belastingjaar door een ander, waarvoor een hoger belastingtarief geldt, alsmede ingeval een motorrijtuig, bestemd voor het openbaar personenvervoer, niet langer daarvoor wordt gebruikt, wordt de meer verschuldigde belasting berekend over de nog niet verstreken kwartalen van het belastingjaar.

Artikel 5.

  • 1. Hij, die bezwaar heeft tegen het bedrag dat aan belasting van hem op grond van de vorenstaande artikelen wordt geheven, kan zich met een gemotiveerd bezwaarschrift wenden tot het Bestuurscollege, hetwelk in hoogste instantie beslist en eventueel de Ontvanger machtigt tot teruggaaf van te veel betaalde belasting.

  • 2. Van de teruggaaf wordt aantekening gesteld op het in artikel 7 bedoelde ontvangstbewijs.

Artikel 6.

  • 1. Behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel wordt de belasting geheven door middel van nummerplaten, die tegen betaling van de belasting en van de prijs der platen worden uitgegeven door de Ontvanger, met dien verstande, dat de belasting voor motorrijtuigen op meer dan drie wielen in twee gelijke termijnen kan worden voldaan en wel de eerste uiterlijk op 31 Januari en de tweede uiterlijk op 31 Juli van elk jaar.

    In afwijking van het bepaalde in het vorige lid wordt de belasting voor motorrijtuigen, die tot het internationaal verkeer op de openbare weg zijn toegelaten, geheven tegen afgifte van het in artikel 7 bedoelde ontvangstbewijs.

  • 2. De houder van een motorrijtuig is gehouden om bij de betaling der belasting over te leggen een geldig bewijs van verzekering, zoals bedoeld in artikel 11, lid 1, van de "Landsverordening aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen", alsook zodanig bij bet motorrijtuig behorende geldige bescheiden als de Ontvanger nodig oordeelt voor de vaststelling van het belastingbedrag en de bepaling van de soort en het aantal der af te geven nummerplaten.

Artikel 7.

  • 1. Ter zake van de betaling der belasting wordt door de Ontvanger aan de belanghebbende tevens een ontvangstbewijs afgegeven en wordt door hem in zijn administratie aantekening gehouden van de gedane betaling, met vermelding van:

    • a.

      de naam en de woonplaats van de persoon door wie of te wiens name betaald wordt;

    • b.

      het nummer van de afgegeven nummerplaten;

    • c.

      het type en merk van het motorrijtuig;

    • d.

      het nummer van de motor in het motorrijtuig geplaatst.

    Deze gegevens worden tevens op het ontvangstbewijs vermeld.

  • 2. Op verzoek van belanghebbende kan de Ontvanger van het in het eerste lid bedoelde ontvangstbewijs kosteloos een afschrift afgeven, hetwelk voor de toepassing van deze verordening voor het oorspronkelijke in de plaats treedt.

    Het ontvangstbewijs hiervoren bedoeld moet gedurende het rijden met het voertuig op de openbare weg in het voertuig aanwezig zijn en op eerste vordering van de ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving en met het opsporen van de overtredingen van deze verordening, worden vertoond.

Artikel 8.

  • 1. Uiterlijk in de maand November van elk jaar wordt voor het komende belastingjaar door het Bestuurscollege, in overleg met het plaatselijk hoofd van politie de kleur, de nummerreeksen, alsmede de kentekenen voor de te gebruiken platen en verdere bijzonderheden met betrekking tot die platen vastgesteld, zomede het aantal platen, dat voor elke categorie aan het motorrijtuig moet worden aangebracht en de plaats, waar zulks moet geschieden, bepaald.

  • 2. Ieder motorrijtuig, waarmede op de openbare weg wordt gereden, behalve een motorrijtuig als bedoeld in het tweede lid van artikel 6, en sub c. en d. van artikel 14 moet voorzien zijn van het voor elke categorie ingevolge het bepaalde in het eerste lid vastgestelde aantal geldige nummerplaten.

Artikel 9.

ledere nummerplaat is geldig voor het belastingjaar, dat daarop is uitgedrukt, zomede voor de eerste maand van het volgende belastingjaar.

Artikel 10.

De nummerplaten zijn voor elk belastingjaar van af de eerste werkdag van de maand Januari tegen betaling van het daarvoor vastgestelde bedrag verkrijgbaar ten kantore van de Ontvanger.

Artikel 11

  • 1. In de maand Januari van het belastingjaar wordt aan de houder van een motorrijtuig, na betaling van de verschuldigde belasting en het voor de nummerplaat of nummerplaten verschuldigde bedrag, het voor elk motorrijtuig bepaalde aantal nummerplaten ten kantore van de Ontvanger verstrekt, zo mogelijk aangevende hetzelfde nummer, hetwelk in het afgelopen jaar door de houder is gevoerd.

  • 2. Op tijdig verzoek kan aan belanghebbende in de maand Januari een ander of in latere maanden hetzelfde nummer als in het afgelopen jaar gevoerd, worden uitgereikt.

Artikel 12.

  • 1. Aan handelaren van motorrijtuigen, die over een verkooplokaal beschikken, kan de Ontvanger op schriftelijk verzoek, tegen betaling van belasting naar de tarieven vermeld in het eerste lid van artikel 3 en van de prijs der platen, nummerplaten uitreiken tot ten hoogste een aantal gelijk aan het aantal merken dat zij vertegenwoordigen, vermeerderd met niet meer dan twee ingeval zij tevens motorrijtuigen verhandelen niet behorende tot de door hen vertegenwoordigde merken, een en ander onder voorwaarde dat de nummerplaten uitsluitend worden gebruikt om, in verband met het bedrijf dier handelaren, motorrijtuigen tot hun handelsvoorraad behorende, op de openbare weg te vervoeren of te beproeven. In dit geval is belasting verschuldigd slechts voor zoveel motorrijtuigen als belastingnummers aan de handelaar zijn uitgegeven.

  • 2. In het verzoek dienen het merk of de merken die worden vertegenwoordigd en de plaats of plaatsen waar de verkooplokalen zijn gelegen te worden opgegeven.

  • 3. Bij gebleken misbruik van een op de voet van dit artikel verstrekte nummerplaat kan de Ontvanger het betreffende nummer intrekken. De intrekking wordt bij aangetekend schrijven, onder opgave van redenen, ter kennis van belanghebbende gebracht, die binnen tweemaal 24 uur de betrekkelijke platen dient in te leveren.

  • 4. Bezwaren tegen de intrekking, alsmede tegen niet- of gedeeltelijke inwilliging van het in het eerste lid bedoelde verzoek, kunnen schriftelijk onder opgave van redenen, binnen een maand nadat de beslissing ter kennis van belanghebbenden is gekomen, bij het Bestuurscollege worden ingediend, dat in hoogste instantie beslist.

Artikel 13.

  • 1. Anderen, dan handelaren in motorrijtuigen en ook deze handelaren voor wat betreft motorrijtuigen, niet behorende tot hun handelsvoorraad, die een motorrijtuig, dat niet of nog niet in gebruik is, voor een bepaald doeleinde op de openbare weg of op een openbaar water willen vervoeren of beproeven, zijn verplicht zich tot de Ontvanger te wenden, die, tenzij het hem blijkt, dat het een poging betreft tot belastingontduiking, voor dat doel, met bepaling van het tijdstip, waarop deze te zijnen kantore moet of moeten worden terugbezorgd, kosteloos een nummerplaat of -platen afstaat.

  • 2. In zeer bijzondere gevallen ter beoordeling van de Ontvanger, kan of kunnen ook aan handelaren in motorrijtuigen voor wat betreft motorrijtuigen behorende tot hun handelsvoorraad, een nummerplaat of -platen als bovenbedoeld worden afgestaan.

  • 3. Van een afwijzende beschikking van de Ontvanger kan de belanghebbende onder opgave van redenen binnen een maand nadat de beschikking te zijner kennis is gekomen, in beroep komen bij het Bestuurscollege, dat in hoogste instantie op het beroep beslist.

  • 4. Bij niet terugbezorging binnen de voorgeschreven termijn, of bij niet terugbezorging in goede staat ten Ontvangerskantore van de nummerplaat of -platen wordt de in het eerste lid bedoelde persoon de prijs der plaat of -platen in rekening gebracht en wordt voorts het betrekkelijk nummer ingetrokken (welke de Ontvanger schriftelijk ter kennis van de betrokken persoon brengt).

Artikel 14.

Van de belasting zijn vrijgesteld:

  • a.

    motorrijtuigen welke worden gehouden door het Rijk, de Nederlandse Antillen en het eilandgebied;

  • b.

    motorrijtuigen welke worden gehouden door consuls en consulaire ambtenaren van vreemde mogendheden, mits zij vreemdeling zijn en overigens binnen de Nederlandse Antillen geen beroep of bedrijf uitoefenen en onder voorwaarde van wederkerigheid;

  • c.

    in Nederland of Suriname ingeschreven motorrijtuigen, gehouden door in Nederland of Suriname wonende of gevestigde personen, onder voorwaarde van wederkerigheid;

  • d.

    motorrijtuigen welke worden gehouden door in een ander eilandgebied wonende of gevestigde personen en welke motorrijtuigen voorzien zijn van voor dat eilandgebied geldige nummerplaten, mits daarmede niet langer dan drie maanden op de openbare weg wordt gereden, onder voorwaarde van wederkerigheid.

Artikel 15.

  • 1. Hij, die op grond van sub a en b van het vorige artikel recht heeft op vrijstelling van de belasting, moet zich ter bekoming van een nummerplaat of -platen schriftelijk wenden tot de Ontvanger, die, als hem het recht van vrijstelling zal zijn gebleken, een nummerplaat of -platen, voor wat betreft de in artikel 14 sub a bedoelde vervoermiddelen van afwijkend model, uitgeeft.

  • 2. In de gevallen bedoeld sub a en b van het vorige artikel worden de nummerplaten kosteloos verstrekt.

  • 3. Van een afwijzende beslissing van de Ontvanger kan de belanghebbende in beroep komen bij het Bestuurscollege, dat in hoogste instantie op het beroep beslist.

Artikel 16.

  • 1. Hij die een motorrijtuig waarvoor de opvorderbare belasting over het lopende belastingjaar is betaald, vervangt door een ander motorrijtuig is verplicht het hem uitgereikte ontvangstbewijs, bedoeld in artikel 7, eerste lid, ter wijziging aan de Ontvanger te bieden.

  • 2. Nadat van de vervanging in de administratie van de Ontvanger aantekening is gehouden en na toepassing, zo nodig, van het tweede lid van artikel 4, wordt hem het overeenkomstig de gewijzigde omstandigheden veranderde ontvangstbewijs teruggegeven.

  • 3. Nadat aan de verplichting, vermeld in het eerste lid, is voldaan kunnen de voor het afgeschafte motorrijtuig uitgegeven nummerplaten op het in gebruik te nemen voertuig worden overgebracht.

  • 4. Ingeval krachtens artikel B voor het nieuwe motorrijtuig andere nummerplaten zijn vereist, worden, in afwijking van het derde lid, nieuwe nummerplaten uitgereikt tegen inlevering van de oude platen en tegen betaling van de prijs der platen.

  • 5. Wanneer de belasting voor het vervangende motorrijtuig lager is dan de voor het afgeschafte motorrijtuig betaalde belasting kan op verzoek van belanghebbende, door of namens het Bestuurscollege teruggaaf worden verleend van het verschil, berekend over de nog niet ingetreden kwartalen van het belastingjaar, mits het terug te geven bedrag tenminste f. 5,-- bedraagt.

  • 6. De leden een, twee, vier en vijf van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing in het geval een motorrijtuig voor het openbaar personenvervoer wordt bestemd.

Artikel 17.

Hij die een motorrijtuig, waarvoor de opvorderbare belasting over het lopende belastingjaar is betaald, van een ander overneemt, is bevoegd, na ten Ontvangerskantore het mede overgenomen ontvangstbewijs, bedoeld in artikel 7 eerste lid, te hebben doen wijzigen, zich op de openbare weg van de voor het motorrijtuig uitgegeven nummerplaat of -platen te bedienen.

Artikel 18.

  • 1. Onleesbaar of onbruikbaar geraakte nummerplaten kunnen ten Ontvangerskantore, onder intrekking van het betrekkelijke nummer, worden ingeleverd ter vervanging door andere die tegen betaling van de prijs der platen worden uitgereikt.

  • 2. Voor verloren geraakte nummerplaten worden tegen betaling van de prijs der platen en tegen inlevering van tenminste een der oorspronkelijk uitgereikte platen, andere uitgereikt. Het nummer der verloren geraakte platen wordt ingetrokken.

  • 3. Van de ingevolge de voorgaande leden ingetrokken nummers wordt door de Ontvanger maandelijks aan de politie kennis gegeven.

  • 4. Terzake van het nieuw uitgegeven, nummer wordt door of namens de Ontvanger op het bij de betaling der belasting afgegeven ontvangstbewijs alsmede in zijn administratie een aantekening gesteld.

Artikel 19.

Aan hem wiens belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt op zijn verzoek, mits hij daarbij de uitgereikte nummerplaat of -platen en het in het eerste lid van artikel 7 bedoelde ontvangstbewijs inlevert, door of namens het Bestuurscollege ontheffing of teruggaaf van belasting verleend over de op het tijdstip van inlevering nog niet ingetreden kwartalen.

Artikel 19a.

Onder voorwaarde van wederkerigheid is de houder van een motorrijtuig geen belasting verschuldigd over het kwartaal waarin hij zich, komende van een ander eilandgebied, in het eilandgebied vestigt, mits door hem wordt overlegd het bewijs, dat de belasting over dit kwartaal in het eilandgebied van herkomst is voldaan en de aldaar gebruikte nummerplaten zijn ingeleverd. (A.B.1959, no.5)

Artikel 20.

Het Bestuurscollege is bevoegd teruggaaf te verlenen van tengevolge van dwaling of verschoonbaar verzuim te veel of ten onrechte betaalde belasting.

Artikel 21.

  • 1. Met een geldboete van ten hoogste driehonderd gulden wordt gestraft:

    • a.

      hij, die op de openbare weg als bestuurder optreedt van een motorrijtuig, dat niet of niet zichtbaar en leesbaar of niet op de ingevolge artikel 8 aangewezen plaatsen voorzien is van de voorgeschreven geldige nummerplaat of -platen;

    • b.

      hij, die op de openbare weg als bestuurder optreedt van een motorrijtuig, zonder dat daarvoor de verschuldigde en opvorderbare belasting is voldaan;

    • c.

      hij, die houder is van een motorrijtuig dat op de openbare weg wordt gebruikt, zonder dat daarvoor de verschuldigde en opvorderbare belasting is voldaan.

  • 2. Met een geldboete van ten hoogste honderd gulden wordt gestraft:

    hij, die in strijd handelt met enige andere bepaling van deze verordening.

Artikel 22.

De feiten, bij het vorige artikel strafbaar gesteld, worden beschouwd als overtredingen.

Artikel 23.

  • 1. De met het toezicht op de naleving en met het opsporen van overtredingen van de bepalingen dezer verordening aangewezen personen zijn bevoegd ieder motorrijtuig dat zij op de openbare weg aantreffen te onderzoeken en de bestuurder, desnoods met geweld, tot stilhouden te dwingen.

  • 2. Bij ontdekking ener overtreding zijn zij bevoegd het betreffende voertuig, namens de Ontvanger, in bewaring te nemen.

    Het voertuig wordt teruggegeven zodra aan de bepalingen dezer verordening is voldaan of voor de niet of de te weinig betaalde belasting zekerheid is gesteld.

Artikel 24.

  • 1. Tot het opnemen, onderzoeken en in bewaring nemen van de onder deze verordening vallende motorrijtuigen hebben de met het toezicht op de naleving en met het opsporen van overtredingen van de bepalingen van deze verordening belaste ambtenaren toegang tot alle terreinen en bergplaatsen.

  • 2. Indien hun de toegang geweigerd wordt, verschaffen zij zich die desnoods met inroeping van de sterke arm.

  • 3. Is een hierbedoelde plaats tevens een woning of is deze alleen door een woning toegankelijk, dan treden zij de woning niet binnen tegen de wil van de bewoner, dan op bijzondere schriftelijke last van de Officier van Justitie of de Substituut-officier van Justitie, dan wel in tegenwoordigheid van een van deze ambtenaren.

  • 4. Van dit binnentreden wordt door de ambtenaar binnen 24 uur proces-verbaal opgemaakt, dat aan degene wiens woning is binnengetreden in afschrift wordt uitgereikt.

Artikel 24.

  • 1. Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam "Motorrijtuigbelastingverordening Bonaire 1954".

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 Januari 1955.

  • 3. Bij de inwerktreding dezer verordening houdt ten aanzien van het eilandgebied Bonaire de Motorrijtuigbelastingverordening 1928" (geldende tekst P.B. 1936 no. 17, zoals sindsdien gewijzigd) op te gelden.