Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Openbaar lichaam Bonaire

EILANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van 24-2-'99, no. 22 regelende de dienst- en werktijden van de ambtenaren werkzaam bij de Brandweerdienst

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieOpenbaar lichaam Bonaire
Officiële naam regelingEILANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van 24-2-'99, no. 22 regelende de dienst- en werktijden van de ambtenaren werkzaam bij de Brandweerdienst
CiteertitelDienst- en Werktijdenregeling Brandweerdienst Bonaire
Vastgesteld doorBestuurscollege
Onderwerppersoneel en organisatie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling is vastgesteld en in werking getreden vóór 10-10-2010, maar op grond van artikel 7 van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en het Eilandsbesluit vaststellen positieve lijst regelgeving Bestuurscollege Bonaire (AB 2010, nr. 19) tevens vastgesteld voor het openbaar lichaam Bonaire en derhalve met ingang van 10-10-2010 in het openbaar lichaam Bonaire van toepassing.

De oorspronkelijke grondslag(en) kan men vinden door de regeling te zoeken op 09-10-2010.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen van 08 OKT. 2010 no. 12 tot vaststelling van de eilandsbesluiten, houdende algemene maatregelen voor het openbaar lichaam Bonaire

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

10-10-2010Bestendiging eilandsregeling in het openbaar lichaam

08-10-2010

A.B. 2010, no. 19

Onbekend
01-03-199910-10-2010Nieuwe regeling

24-02-1999

A.B. 1999, no. 1

n.v.t.

Tekst van de regeling

Intitulé

EILANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van 24-2-'99, no. 22 regelende de dienst- en werktijden van de ambtenaren werkzaam bij de Brandweerdienst

ALGEMENE BEPALINGEN.

Artikel 1

In dit eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt verstaan onder

ahet bestuurscollege:het bestuurscollege van het eilandgebied Bonaire;
bde commandant:de commandant van de Brandweer;
cambtenaar:degene die in een brandweerrang is aangesteld;
dde LM.A.:de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht (P.B. 1964 no.159), zoals gewijzigd;
ede R.V.V.D.A.:de Regeling Vakantie en Vrijstelling van Dienst Ambtenaren (P.B. 1969 no. 44), zoals gewijzigd;
ffeestdagen:hetgeen wat daaronder wordt verstaan in artikel 42,vierde lid, van de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht (P.B. 1964, no. 159, zoals gewijzigd) te weten: de Nieuwjaarsdag, de Karnavalsmaandag, de beide Kerstdagen, de Goede Vrijdag, de Christelijke tweede Paasdag, de Hemelvaartsdag, de dag waarop de verjaardag van de koning officieel wordt gevierd, de dag waarop de dag van de arbeid (1 mei) officieel wordt gevierd, 6 september (dia di Boneiru), 21 oktober (Antillendag) en ieder dag, die daarboven door de het eilandgebied Bonaire - en/of het Land wordt vastgesteld;
ginkomen:de jaarlijkse bezoldiging, vermeerderd met eventuele kindertoelage. Persoonlijke toelage, en andere aan de betrekking van de ambtenaar verbonden toelagen, welke op grond van een organieke regeling der bezoldiging en/of ingevolge de artikelen 25 en 26 van de L.M.A. worden genoten, continudiensttoelage en vergoeding van onkosten daaronder niet begrepen;
hdiensturen:actieve uren, passieve uren en wachturen te bed;
iactieve uren:uren waarop de brandweerman gehouden is werkzaamheden te verrichten ten behoeve van de dienst; deze uren hebben een waarderingsfaktor van 100%;
jpassieve uren:uren waarop de brandweerman zich kan ontspannen doch op de werkplaats beschikbaar blijft ten behoeve van de uitrukdienst; deze uren hebben een waarderingsfaktor van 50%;
kwachturen te bed:uren waarop de brandweerman bedrust kan houden doch op de werkplaats beschikbaar blijft; deze uren hebben een waarderingsfaktor van 25%;
loverwerk:arbeid door een ambtenaar verricht buiten de voor hem bij dienstrooster voorgeschreven diensturen.
mwerkzaamheden:Activiteiten die voortvloeien uit de door de geüniformeerde ambtenaar vervulde functie, alsmede andere opgedragen activiteiten die om redenen van de dienst dan wel in het algemeen belang noodzakelijk zijn.
nrooster:de staat waarop voor de werknemers geldende werktijden zijn aangegeven.

WERKINGSSFEER.

Artikel 2

  • 1. Bij de regeling van de werktijd wordt in acht genomen dat deze werktijd niet overmatig zij en behoorlijk door rusttijd wordt onderbroken. Tussen twee aan een ambtenaar op te dragen A- en B-diensten dient een onderbreking van tenminste 12 aaneengesloten uren in acht te worden genomen.

  • 2. Bij de regeling van de werktijd en bij haar toepassing wordt voorts ten aanzien van iedere ambtenaar zoveel mogelijk gezorgd dat hij op zondag en de voor hem geldende kerkelijke feestdagen zijn kerk kan bezoeken en dat hij in zijn zondagsrust zo weinig mogelijk wordt beperkt. Bij die regeling zal ernaar worden gestreefd dat op tenminste 26 zondagen per jaar geen dienst zal worden verricht.

  • 3. Hetgeen in dit artikel ten aanzien van arbeid op zondag is bepaald, geldt mede voor het verrichten van arbeid op een feestdag.

DIENSTROOSTER

Artikel 3

  • 1. Voor elk afdeling of onderafdeling daarvan wordt voor de daarbij ingedeelde ambtenaren de te verrichten diensten bij dienstrooster voorgeschreven door de commandant.

  • 2. De commandant kan de in het vorige lid bedoelde taak aan de ambtenaar, die met de dagelijkse leiding van dat onderdeel is belast, opdragen.

  • 3. De ambtenaar dient te allen tijde, door de daartoe bestaande middelen, kennis te kunnen nemen van het voor hem geldende dienstrooster.

  • 4. Het opstellen van het dienstrooster geschiedt in beginsel op een zodanig tijdstip dat hij van een door hem op een bepaalde datum te verrichten dienst tenminste twee weken van tevoren kan kennisnemen.

  • 5. Wijziging van een voor de ambtenaar geldend dienstrooster kan, behoudens het bepaalde in de artikelen 7, 8 en 11 slechts geschieden op verzoek van de ambtenaar of om dringende redenen van dienstbelang waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de wensen van de ambtenaar. Een wijziging uit dienstbelang dient behoudens in bijzondere omstandigheden, uiterlijk tweemaal 12 uren vóór de aanvang van de te verrichten dienst ter kennis van de ambtenaar te zijn gebracht.

  • 6. Het dienstrooster wordt door de in het eerste lid genoemde autoriteit telkenmale vastgesteld voor een periode van een maand. Het wordt gedurende tenminste vijf jaren bewaard.

DIENST- EN WERKTIJDEN

Artikel 4

  • 1. De uren waarop de ambtenaar niet in wachtdienst werkzaam is, wordt conform het volgende werkrooster ingedeeld:

    • -

      op werkdagen van maandag tot en met donderdag 07.30 uur tot 12.00 uur en van 13.30 uur tot 17.00 uur, en;

    • -

      op vrijdag van 07.30 uur tot 12.00 uur en van 13.30 uur tot 16.30 uur.

    De commandant kan, na overleg met de betrokken ambtenaar, andere werkuren voorschrijven indien het dienstbelang dit noodzakelijk maakt en het gevallen betreft die zich regelmatig voordoen

  • 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid kan, wanneer zulks uit een oogpunt van dienstbelang noodzakelijk is, aan de ambtenaar bij dienstrooster diensten op andere dan de in het eerste lid genoemde dagen en tijden tot een maximum van acht uren per dag worden opgedragen, mits deze diensten aaneengesloten zijn. De werktijden van het niet wachtdienstpersoneel worden bij dienstrooster zodanig geregeld dat per week gemiddeld niet meer dan 39.5 uren dienst wordt voorgeschreven en per etmaal niet meer dan 8 uren.

  • 3. De dienst wordt nadat vijf uren werk is verricht door een pauze van een uur onderbroken, gedurende welke de ambtenaar in de gelegenheid wordt gesteld naar behoren zijn maaltijd te nuttigen. Indien om dringende redenen van dienstbelang de werktijd niet door een pauze zoals voornoemd kan worden onderbroken, wordt in ieder geval aan de ambtenaar gelegenheid gegeven zijn maaltijd te nuttigen gedurende maximaal 10 minuten. De werktijd van de ambtenaar wordt in het laatstbedoelde geval op die dag verminderd met een aaneengesloten tijd van 1 uur.

Artikel 5

  • 1. De regeling van de werktijden voor de ambtenaar, in wachtdienst werkzaam, kan verschillend zijn voor elke afdeling of onderafdeling.

  • 2. De werktijden van het wachtdienstpersoneel worden dusdanig geregeld dat per week niet meer dan gemiddeld 56 uren dienst wordt voorgeschreven.

  • 3. Het wachtdienstrooster bestaat in de regel uit diensten van 24 uren aaneengesloten en worden aangeduid met een A- en B-dienst. Een dergelijke dienst wordt aangeduid met dubbeldienst en wordt in de regel aansluitend gevolgd door twee rustdagen zijnde van 07.00 uur tot 07.00 uur daaropvolgend.

  • 4. Een A-dienst, vangt in de regel aan om 07. 00 uur en eindigt om 19. 00 uur. Een B-dienst, vangt in de regel aan om 19. 00 uur en eindigt om 07.00 uur van de dag daaropvolgend. De A-dienst bestaat uit 8 actieve uren en 4 passieve uren. De B-dienst bestaat uit 4 passieve uren en 8 wachturen te bed.

  • 5. De commandant overlegt maandelijks het dienstrooster en de dagindelingsrooster ter kennisneming aan het bestuurscollege.

  • 6. De in de voorgaande leden bedoelde uren van de A- en B-diensten zijn aaneengesloten en nadat vijf diensturen zijn verricht door een pauze worden onderbroken, gedurende welke de ambtenaar in de gelegenheid wordt gesteld naar behoren zijn maaltijd te nuttigen, als de omstandigheden voortvloeiende uit repressief optreden dit toelaten. De pauzes worden aangemerkt als passieve wachturen.

RUSTDAGEN

Artikel 6

  • 1. Aan de ambtenaar, die niet in wachtdienst werkzaam is, wordt in beginsel op zondagen en op feestdagen een rustdag toegekend. Behoudens het bepaalde in artikel 4, tweede lid, wordt hem op zaterdagen, eveneens een rustdag toegekend.

  • 2. Indien voor de in het eerste lid bedoelde ambtenaar het dienstbelang zich verzet tegen toekenning van een rustdag, dan mag deze worden verschoven; in de regel zal het voornemen daartoe tenminste tweemaal 24 uren vóór de aanvang daarvan aan de ambtenaar worden bekend gemaakt. In dit geval wordt de rustdag zo spoedig mogelijk daarna toegekend, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de wensen van de ambtenaar.

Artikel 7

Een rustdag voor de ambtenaar in wachtdienst is een roostervrije dag van 24 aaneengesloten uren, aanvangend 7 uur s' ochtends.

Artikel 8

  • 1. Aan de ambtenaar in wachtdienst wordt voor de in een kalenderjaar vallende feestdagen een gelijk aantal extra rustdagen toegekend als aan de ambtenaar bedoeld in artikel 6 rustdagen op feestdagen worden toegekend. Deze dagen worden zoveel mogelijk over dat kalenderjaar verdeeld. Een extra rustdag is gelijk aan een A- óf een B-dienst.

  • 2. Voor de ambtenaar die niet het gehele jaar dienst heeft verricht, wegens onder meer vrijstelling van dienst wegens ziekte, wordt de in het eerste lid bedoelde extra rustdagen verminderd met een gelijk aantal extra rustdagen die aan deze ambtenaar zou worden toegekend, indien hij in voornoemde periode dienst had verricht.

Artikel 9

  • 1. Op de ambtenaar die overgaat naar een afdeling of een onderafdeling waar hij in wachtdienst werkzaam zal zijn, wordt vanaf de dag der overplaatsing een tegoed aan extra rustdagen toegekend gelijk aan het aantal in dat jaar nog komende feestdagen waarbij rekening wordt gehouden met het bepaalde in artikel 8, tweede lid die hierop van toepassing is.

  • 2. Op de ambtenaar die in de loop van een kalenderjaar overgaat naar een onderdeel waar hij niet in wachtdienst werkzaam zal zijn, is vanaf de dag van de overgang het bepaalde in artikel 6 van toepassing, echter wordt aan hem alsnog verleend een tegoed van een aantal extra rustdagen gelijk aan het aantal nog niet door hem als extra rustdag genoten feestdagen.

  • 3. Aan het begin van een kalenderjaar wordt voor de ambtenaar in wachtdienst op de dienstroosters een tegoed aan extra rustdagen opgebracht, gelijk aan het aantal in dat jaar aan de ambtenaar, niet in wachtdienst werkzaam, te verlenen feestdagen. De verlening van de extra rustdagen dient gelijkmatig over het gehele jaar te worden verspreid. De extra rustdagen dienen op straffe van verval in het desbetreffende kalenderjaar te worden opgenomen, tenzij het niet opnemen van deze dagen het gevolg is van het toedoen van degene die bevoegd is om toestemming te verlenen voor het opnemen van deze rustdagen.

  • 4. Aan de ambtenaar die met vakantie, vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden van twee maanden of langer of de dienst verlaat, wordt - onder aftrek van de reeds verleende en ingevolge artikel 8 in mindering gebrachte dagen - voorafgaande daaraan een aantal extra rustdagen verleend gelijk aan het aantal in dat jaar reeds verschenen feestdagen.

  • 5. Aan de in het vorige lid bedoelde ambtenaar worden echter geen extra rustdagen verleend voor de in dat jaar nog komende feestdagen die - voor zover te voorzien - binnen dat verlof of deze vrijstelling van dienst wegens buitengewone omstandigheden of na ontslag, vallen.

  • 6. Aan de ambtenaar die aan het begin van een kalenderjaar niet werkzaam is, wordt na aanvang van zijn werkzaamheden een tegoed aan extra rustdagen toegekend, verminderd met de in dat jaar reeds verschenen feestdagen.

  • 7. Aan de ambtenaar die in het lopende kalenderjaar geen tegoed meer heeft aan extra rustdagen worden - ingeval op hem artikel 8, tweede lid inzake vermindering van tegoed aan extra rustdagen van toepassing is - niet op andere wijze rustdagen in mindering gebracht.

WIJZIGING DIENSTROOSTER.

Artikel 10

  • 1. De ambtenaar werkzaam in een dubbeldienst en wiens werkrooster zodanig wordt gewijzigd dat hij overgaat in het werkrooster van de wacht die zijn eerdere wacht aflost, dient de dag vooraf de dag van zijn roosterwijziging alleen een A-dienst te verrichtten. Aan deze ambtenaar wordt een roostervrije A- of een B-dienst toegekend.

  • 2. Voor een ambtenaar werkzaam in een dubbeldienst die overgaat naar een afdeling of onderafdeling daarvan waar hij niet in de wachtdienst werkzaam is, dient deze overplaatsing op een roosterdag te geschieden en wel gedurende de week van maandag tot en met vrijdag.

  • 3. Indien in verband met het dienstbelang de in het vorige lid genoemde overplaatsing op een maandag niet vallende op een roosterdag dient te geschieden dan dient de ambtenaar die volgens zijn werkrooster op de zaterdag vooraf zijn overplaatsing moet werken, alleen een A-dienst te verrichten onder toekenning van één extra roostervrije A- of een B-dienst óf een dubbeldienst onder toekenning van een roostervrije A- én een B-dienst. De ambtenaar die volgens zijn wachtdienstrooster op de zondag vooraf aan zijn overplaatsing moet werken, dient alleen een A-dienst te verrichtten onder toekenning van een roostervrije A- én een B-dienst.

  • 4. Voor een ambtenaar die in gevolge artikel 4 niet in de wachtdienst werkzaam is en die overgaat naar een afdeling of onderafdeling daarvan waar hij voor meerdere dubbeldiensten wordt ingedeeld dient deze overplaatsing slechts in de week van maandag tot en met vrijdag te geschieden. Indien deze overplaatsing op een vrijdag plaatsvindt dan dient aan de ambtenaar een roostervrije A- én een B-diensten te worden toegekend.

  • 5. Voor de ambtenaar die in gevolge artikel 4 niet in de wachtdienst werkzaam is en op een van de weekdagen van maandag tot en met vrijdag tijdelijk in de wachtdienst voor één dubbeldienst wordt ingedeeld dient aansluitend op de te verrichtten dubbeldienst een aaneengesloten A- en B-dienst vrij van dienst te worden gesteld waarna hij zijn normale werkrooster hervat. Aan de ambtenaar die op een vrijdag voor een dubbeldienst wordt ingedeeld dient een extra verlofdag bestaande uit 8 uren te worden toegekend. Bij een tijdelijke indeling in de wachtdienst voor een dubbeldienst op een zater-, zon- of feestdag komt de ambtenaar in aanmerking voor overwerk voor de uren dat hij dienst verricht.

OVERWERK

Artikel 11

  • 1. Het bestuurscollege kan de commandant machtigen de ambtenaar overwerk te doen verrichten.

  • 2. De commandant zal er op toezien dat overwerk slechts bij uitzondering en alleen in die gevallen wordt opgedragen, waarin de belangen van de dienst zulks onvermijdelijk maken.

  • 3. Van verricht overwerk wordt telkenmale aantekening gehouden op het dienstrooster alsmede op een daartoe bestemd formulier. Het formulier moet worden ondertekend door de ambtenaar die het overwerk verrichtte en door de ambtenaar die de opdracht tot het verrichten van het overwerk gaf.

  • 4. Indien het dienstbelang het onvermijdelijk maakt, dat aan een ambtenaar werk wordt opgedragen buiten de voor hem vastgestelde werktijden, wordt hem door het bestuurscollege een beloning in geld toegekend conform het bepaalde in het vijfde lid van dit artikel. Arbeid, welke gedurende korter dan vijftien minuten aansluitend aan de normale werktijd wordt verricht, wordt niet als overwerk aangemerkt.

  • 5. Voor de overwerkuren bedoeld in het vorige lid ontvangt de ambtenaar niet in wachtdienst, in de maand volgende op die waarin dit overwerk werd verricht een beloning in geld naar reden van:

    • -

      anderhalf maal de duur van het overwerk;

    • -

      tweemaal de duur van het overwerk, indien het betreft overuren op een zon-, zater- of feestdag, of de dag van vrijstelling van dienst. Voor het personeel in wachtdienst worden de overwerkuren vergoed naar reden tweemaal de duur van het overwerk indien het betreft overuren op een rustdag.

  • 6. Het uurloon van de ambtenaar in de wachtdienst is vastgesteld op het inkomen gedeeld door vijftig maal 56 zijnde het normale aantal werkuren per week. Voor de ambtenaar niet in de wachtdienst, is het uurloon vastgesteld op het inkomen gedeeld door vijftig maal 39.5 werkuren per week.

  • 7. Bij het berekenen van het uurloon bij het verrichten van overwerk, door de ambtenaar in wachtdienst, wordt de meerurentoelage ais inkomen beschouwd.

  • 8. De ambtenaar ontvangt voor dienst verricht ingevolge het voor hem geldende dienstrooster op een feestdag voor elk uur dat hij volgens het dienstrooster heeft gewerkt, naast zijn inkomen een toelage gelijk aan honderd procent van zijn uurloon.

  • 9. Geen beloning van overwerk, geen toelage als bedoeld in het zevende lid van dit artikel en geen vergoeding als bedoeld in artikel 15 worden genoten door de ambtenaar in de rang van Adjunct Hoofdbrandmeester 1ste klasse en hoger, noch door de met het ambt van Adjunct Hoofdbrandmeestér 1ste klasse of hoger belaste ambtenaar, die daarvoor een toelage ontvangt. Aan deze ambtenaar kan voor overwerk een tijdelijke vergoeding of een gratificatie worden toegekend, vastgesteld door het bestuurscollege. Een en ander conform artikel 27 van de L.M.A.

INHOUDING

Artikel 12

Op de ambtenaar die in strijd met zijn verplichtingen opzettelijk nalaat zijn dienst te verrichten, dan wel anderszins verzuim pleegt, waardoor hij geen dienst heeft verricht volgens zijn geldende dienstrooster zal inhouding op zijn bezoldiging worden gepleegd naar reden van zijn uurloon zoals vastgesteld in artikel 11, zesde lid, voor de duur van het verzuim een en ander conform de L.M.A.

PARAATHEIDSTOELAGE

Artikel 13

  • 1. De ambtenaar op wie de verplichting rust buiten de voor hem geldende werktijden ter beschikking te zijn ten behoeve van de Brandweerdienst, heeft aanspraak op een vergoeding. Het ter beschikking zijn wordt aangeduid met paraatheid.

  • 2. In beginsel wordt het ter beschikking zijn vergoed door toekenning door de commandant van vrije tijd, mits deze vrije tijd kan worden genoten in de maand waarin de ambtenaar paraat was of in de daaropvolgende maand. De paraatheidstoelage bedoeld in de vorige zin wordt maandelijks vergoed naar reden van 10% van het inkomen met een maximum van Naf. 450,00 per maand omgerekend in uren. Voornoemde uren worden genoten ongeacht het aantal dagen waarop de ambtenaar paraat was.

  • 3. Indien de in het tweede lid genoemde paraat-uren vanwege het dienstbelang niet in vrije tijd kunnen worden vergoed, ontvangt de ambtenaar een toelage van 10% van zijn inkomen met een maximum van Naf. 450,00 per maand. Voornoemde toelage wordt genoten in de maand waarin de ambtenaar paraat was of in de daaropvolgende maand.

  • 4. De tijdens paraatheidsdienst gemaakte actieve uren komen in aanmerking voor overwerkvergoeding overeenkomstig artikel 11, vijfde lid. Voor deze actieve uren, komt de aanspraak op paraatheidvergoeding te vervallen.

  • 5. Op de ambtenaar die door de commandant is aangewezen paraatheidsdienst te verrichten, rust de verplichting, om bij een gegeven alarm, zich binnen vijftien minuten op de werkplaats te melden.

  • 6. De ambtenaar verricht zijn paraatheidsdienst met inachtneming van de door de commandant vastgestelde instructie.

  • 7. De commandant en de ondercommandant van de Brandweerdienst verrichten bij toerbeurt zogenaamde paraatheidsdienst en ontvangen hiervoor een vergoeding als bedoeld in het tweede lid.

  • 8. Artikel 15, zesde lid is van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar die in aanmerking komt voor een paraatheidstoelage.

  • 9. Bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen kan het bestuurscollege bepalen dat de paraatheidstoelage zal worden toegekend naar ratio van de daadwerkelijke uren waarop de ambtenaar paraat is geweest, met dienverstande dat deze regeling de overheid niet meer mag kosten dan de huidige regeling opgenomen in het tweede en derde lid.

Artikel 14

  • 1. In geval van buitengewone omstandigheden kan door de commandant aan de ambtenaren worden opgedragen dat zij zich gedurende een bepaalde tijd boven de voor hen vastgestelde werktijd ter beschikking van de Brandweerdienst dienen te houden in hun woning dan wel in een dienstgebouw of een andere daartoe aangewezen lokaliteit of plaats.

  • 2. Voor de in het eerste lid bedoelde tijd wordt een vergoeding toegekend van tweemaal de vergoeding, bedoeld in artikel 13, tweede lid.

  • 3. Indien de ambtenaar in de bovenomschreven tijd actieve dienst moet verrichten dan wordt de tijd voor de duur van de actieve dienst voor overwerk in aanmerking genomen overeenkomstig het in artikel 11, vijfde lid, bepaalde voor dienst op een roostervrije dag. De vergoeding ingevolge het tweede lid komt voor deze tijd te vervallen.

CONTINUDIENSTTOELAGE

Artikel 15

  • 1. Een ambtenaar wordt geacht in volcontinudienst werkzaam te zijn, indien hij A- en B-diensten verricht. Hij wordt geacht in halfcontinudienst werkzaam, te zijn indien hij een A- of een B-dienst dient te verrichten.

  • 2. De ambtenaar die niet in vol- dan wel halfcontinudienst werkzaam is, wordt, ingeval hij tijdelijk in een werkrooster als bedoeld in het eerste lid wordt ingedeeld, voor de duur van die indeling geacht in vol- dan wel halfcontinudienst werkzaam te zijn.

  • 3. De ambtenaar die ingevolge het voor hem geldende werkrooster in vol- dan wel halfcontinudienst werkzaam is, ontvangt een continudiensttoelage met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.

  • 4. De continudiensttoelage bedraagt Naf. 120,00 per maand indien de ambtenaar in volcontinudienst werkzaam is en Naf. 90,00 per maand indien de ambtenaar in halfcontinudienst werkzaam is geweest.

  • 5. De in het tweede lid bedoelde ambtenaar ontvangt voor de duur van de tijdelijke indeling de continudiensttoelage als bedoeld in het vierde lid naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in vol- dan wel halfcontinudienst werkzaam is geweest.

  • 6. De ambtenaar als bedoeld in het derde lid ontvangt geen continudiensttoelage gedurende de tijd dat:

    • a.

      hij voor tenminste 30 aaneengesloten kalenderdagen geen A- en B-diensten heeft verricht ongeacht wat de reden hiervoor was, tenzij het niet verrichten van de A- en B-diensten het gevolg is van een bedrijfsongeval, een en ander conform de R.V.V.D.A;

    • b.

      hij vrijstelling van dienst heeft wegens bijzondere omstandigheden zonder behoud van inkomen, geheel of gedeeltelijk;

    • c.

      hij in strijd met zijn verplichtingen opzettelijk nalaat zijn dienst te verrichten;

    • d.

      hem schorsing als disciplinaire straf wordt opgelegd.

MEERURENTOELAGE

Artikel 16

  • 1. De ambtenaar die ingevolge artikel 5 in de wachtdienst werkzaam is ontvangt per maand telkenmale een meerurentoelage. De meerurentoelage bedraagt 13 procent van het inkomen van de ambtenaar met een maximum van Naf. 390,00 per maand.

  • 2. De meerurentoelage is herleid aan de hand van de dienst- en werktijden ingevolge artikel 5. Ingevolge artikel 1, onderdelen i, j en k zijn aan de onderscheidene type diensturen verschillende waarderingsfaktoren verbonden waarbij tevens voor het volgens rooster verrichten van dienst op zondagen en zaterdagen, voor de onderscheidene diensturen daarenboven respectievelijk een waarderingsfaktor van 200% en 150% wordt toegekend.

  • 3. De ambtenaar als bedoeld in het eerste lid ontvangt geen bijzondere meerurentoelage gedurende de tijd dat:

    • a.

      hij voor tenminste 30 aaneengesloten kalenderdagen geen A- en B-diensten heeft verricht ongeacht wat de reden hiervoor was, tenzij het niet verrichten van de A- en B-diensten het gevolg is van een bedrijfsongeval, een en ander conform de R.V.V. D.A;

    • b.

      hij vrijstelling van dienst heeft wegens bijzondere omstandigheden zonder behoud van inkomen, geheel of gedeeltelijk;

    • c.

      hij in strijd met zijn verplichtingen opzettelijk nalaat zijn dienst te verrichten;

    • d.

      hem schorsing als disciplinaire straf wordt opgelegd;

  • 4. De ambtenaar die ingevolge artikel 4 niet in de wachtdienst werkzaam is en tijdelijk wordt ingedeeld in wachtdienst ontvangt naar evenredigheid van het aantal verrichte A- en B-diensten de toelage als bedoeld in lid 1.

AMBULANCE TOELAGE

Artikel 17

  • 1. De ambtenaar die ingevolge artikel 5 in de wachtdienst werkzaam is, ontvangt voor elke maand die hij belast wordt met de ambulance hulpverlening, een ambulance toelage van Naf. 175,00.

  • 2. Artikel 16, derde lid is van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar die in aanmerking komt voor een ambulance toelage;

  • 3. Bij eilandsbesluit houdende algemene maatregelen kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de ambulance hulpverlening.

VAKANTIE EN SNIPPERDAGEN

Artikel 18

  • 1. Een vakantiedag voor het personeel in wachtdienst is gelijk aan een periode van 12 aaneengesloten dienstvrije uren, zijnde van 07.00 uur tot 19.00 uur of 19.00 uur tot 07.00 uur.

  • 2. Bij het verlenen van vakantie aan de ambtenaar in de wachtdienst wordt voor elke A- of B-dienst een vakantiedag afgeschreven van het tegoed aan vakantie van de ambtenaar met dien verstande dat een vakantiedag bestaande uit een A- of een B-dienst gelijk is aan het aantal uren die een werkdag in de zin van artikel 8 van de Regeling Vakantie en Vrijstelling van dienst ambtenaren (P.B. 1969, no. 44) omvat. Het aantal opgenomen vakantiedagen per jaar dienen gemiddeld een gelijk aantal A- en B-dienst te bevatten.

  • 3. Uiterlijk 1 maart dient de ambtenaar zijn wensen in verband met het opnemen van aaneengesloten vakantie kenbaar te maken.

    Snipperdagen

  • 4. Aaneengesloten vakantie bestaat uit ten hoogste de helft van het aantal vakantie uren waarop de ambtenaar per kalenderjaar aanspraak op heeft en dient tenminste 30 kalenderdagen voor de dag waarop de vakantie wordt verzocht, schriftelijk te worden aangevraagd.

  • 5. Het is voor zover de dienst dit toelaat, toegestaan een A-of B-dienst te snipperen waarbij van het tegoed een vakantiedag wordt afgeschreven. Een snipperdag dient tenminste 3x24 uur voor de dag waarop de snipperdag wordt verzocht, schriftelijk te worden aangevraagd.

  • 6. Het is voor zover de dienst dit toelaat ook toegestaan een halve snipperdag op te nemen zijnde zes aaneengesloten uren welke gelijk zijn aan een halve A- of B-dienst. Voor de aanvraag hiervan is van toepassing de procedure zoals voorgeschreven in het vijfde lid.

  • 7. Vakantie- en snipperdagen worden door of namens de commandant schriftelijk verleend, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de belangen van de ambtenaar.

VRIJSTELLING VAN DIENST I.V.M. BIJZONDERE OMSTANDIGHEDEN AMBTENAAR IN WACHTDIENST

Artikel 19

  • 1. Ter uitvoering van artikel 26, eerste lid, van de R.V.V.D.A, wordt voor de ambtenaar in wachtdienst voor onderstaande gelegenheden op onderstaande wijze vrijstelling van dienst verleend. De vrijstelling van dienst wordt verleend indien de onderstaande gelegenheden plaatsvinden op de dag dat de betrokken ambtenaar zijn dienst zou aanvangen tenzij anders bepaald in dit artikel:

    • a.

      op de dag van ondertrouw, een A-dienst;

    • b.

      bij zijn huwelijk, twee op elkaar volgende A- en B- diensten, of vier op elkaar volgende A- of B-diensten;

    • c.

      op de dag van het huwelijk van bloed- en aanverwanten in de eerste tweede en derde graad, een A- of B-dienst;

    • d.

      bij de bevalling van zijn echtgenote, twee op elkaar volgende A- en B-diensten of vier op elkaar volgende A of B diensten;

    • e.

      op de dag van zijn kerkelijke bevestiging en eerste Heilige Communie en op die van zijn echtgenote, kinderen, stief- of pleegkinderen, een A- of B-dienst;

    • f.

      op de dag van herdenking van zijn 25-, 30-, 35- en 40- jarig ambtsjubileum, een A- of B-dienst;

    • g.

      op de dag van herdenking van 25- en 40-jarig huwelijksjubileum, een A- of B-dienst;

    • h.

      op de dag van herdenking van het 25-, 40-, 50- en 60- jarig huwelijksjubileum van zijn ouders, stief-, schoon-, pleeg- en grootouders, een A- of B-dienst;

    • i.

      bij ernstige ziekte van zijn echtgenote, ouders, stief-, schoon- of pleegouders, kinderen, stief- of pleegkinderen, ten hoogste 15 kalenderdagen. Mocht blijken dat dit aantal in bepaalde omstandigheden niet toereikend is, dan kan artikel 29 van de R.V.V.D.A. toepassing vinden;

    • j.

      bij overlijden van echtgenote, ouders, stief-, schoon- of pleegouders, kinderen, stief- of pleegkinderen, een op elkaar volgende A- en B-dienst of twee op elkaar volgende A of B-diensten;

    • k.

      bij overlijden van grootouders, huisgenoten en bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad, een A- of B- dienst

    • l.

      p de dag vóór en de dagen waarop een examen ter verkrijging van een wettelijk erkend diploma wordt afgelegd, een A- of een B-dienst;

    • m.

      indien hij gehuwd is of een eigen huishouding heeft, bij verhuizing, in één op elkaar volgende A- en B-diensten of twee op elkaar volgende A- of B- diensten;

  • 2. Bij het aanvragen van vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden kan van dienstwege een bewijs van plaatsvinden van de gebeurtenis worden gevorderd.

MAALTIJDVERGOEDING

Artikel 20

  • 1. Indien de ambtenaar als gevolg van brand of hulpverleningen meer dan vier uren aaneengesloten werkzaamheden dient te verrichten en daarbij niet in de gelegenheid is om op zijn post zijnde een maaltijd te kunnen nuttigen, wordt van dienstwege een maaltijd verschaft, dan wel voor een tegenwaarde van fl. 15,00 per maaltijd een maaltijdbon verstrekt.

  • 2. Indien een ambtenaar aaneengesloten aan zijn dienst voor meer dan twee uren overwerk dient te verrichten, wordt van dienstwege een maaltijd verschaft, dan wel voor een tegenwaarde van fl. 15,00 per maaltijd een maaltijdbon verstrekt.

ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN

Artikel 21

  • 1. Van verricht overwerk wordt telkenmale aantekening gehouden op het dienstrooster alsmede op een daartoe bestemd overwerk-formulier. Het formulier moet worden ondertekend door de ambtenaar die het overwerk verrichtte en door de ambtenaar die de opdracht tot het verrichten van het overwerk gaf.

  • 2. Na afloop van elke kalendermaand worden bij de commandant of de door hem aangewezen functionaris de op naam gestelde opgaven ingediend van de ambtenaren, die in aanmerking komen voor overwerk, vergoeding of toelagen als bedoeld in dit besluit, alsmede de inhoudingen.

  • 3. De in het vorige lid bedoelde opgaven moeten uiterlijk op de derde dag na afloop van de maand, volgende op die waarop zij betrekking hebben, worden ingediend bij de commandant of de daartoe aangewezen functionaris.

  • 4. De opgaven dienen vergezeld te gaan van de dienstroosters over de desbetreffende maand, alsmede van het in het eerste lid vermelde overwerkformulier.

  • 5. Het model van de in dit artikel genoemde formulieren wordt door de commandant vastgesteld in overleg met de dienst Financiën.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 22

De commandant kan nadere richtlijnen geven ter uitvoering van de bepalingen van dit eilandbesluit. Hij legt deze vooraf aan het bestuurscollege.

Artikel 23

  • 1. Op het tijdstip van inwerkingtreding van dit eilandsbesluit vervalt het eilandsbesluit houdende algemene maatregelen regelende de inwerkingtreding van de Waakgeldregeling voor de dienst brandweer (A. B. 1989, no. 2).

  • 2. Behoudens het bepaalde in dit eilandsbesluit blijven de bepalingen van de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht (P.B. 1964 no. 159) en de Regeling Vakantie en Vrijstelling van Dienst Ambtenaren (P.B. 1969 no. 44) onverminderd van kracht voor de ambtenaar.

Artikel 24

  • 1. Dit eilandsbesiuit, houdende algemene maatregelen, kan worden aangehaald als "Dienst- en Werktijdenregeling Brandweerdienst Bonaire.

  • 2. Het treedt in werking ingaande 1 maart 1999.