Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Borsele

Verordening op de heffing en de invordering van reinigingsrechten 2011.

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieBorsele
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van reinigingsrechten 2011.
CiteertitelVerordening reiningsrechten 2011
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpfinancien en economie

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De regeling vervangt de Verordening reiningingsrechten 2010.

De datum ingang heffing is 1 januari 2011.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet art. 229

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen Borsele 2010 

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-201101-01-2012nieuwe regeling

02-12-2010

Borselse Bode, 09-12-2010

raadstukken 02-12-2010, B13
01-01-2011nieuwe regeling

02-12-2010

Borselse Bode, 09-12-2010

raadstukken 02-12-2010, B13

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van reinigingsrechten 2011.

De raad der gemeente Borsele;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 november 2010;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

b e s l u i t :

vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van reinigingsrechten 2011. 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het genot van door het ge-meentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde ge-meentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

Artikel 3 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en tarief

  • 1

    Het recht voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang of hoeveelheid bedraagt per belastingjaar € 376,60 per bedrijfspand. 

  • 2

    onverminderd het bepaalde in het voorgaande lid wordt het tarief genoemd in het voorgaande lid verhoogd met een bedrag van € 125,50 voor een container met een inhoud van 140 liter en € 188,20 voor een container met een inhoud van 240 liter voor elke op verzoek beschikbaar ge-stelde container boven het getal van twee. 

  • 3

    onverminderd het bepaalde in de voorgaande leden bedraagt het recht voor het op verzoek be-schikbaar stellen van een container voor het verwijderen van papier per jaar € 37,25. 

  • 4

    de tarieven genoemde in de voorgaande leden zijn inclusief omzetbelasting. 

Artikel 5 Belastingjaar

Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 

Artikel 6 Wijze van heffing

  • 1

    De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 1 en 2 wordt bij wege van aanslag geheven. 

  • 2

    De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 3 wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toe-zending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. 

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten

  • 1

    De rechten bedoeld in artikel 4, lid 1 en 2 zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 

  • 2

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten bedoeld in artikel 4, lid 1 en 2 verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschul-digde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaan-den overblijven. 

  • 3

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op onthef-fing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten bedoeld in artikel 4 lid 1 en 2 als er in dat jaar na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. 

  • 4

    Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de ge-meente verhuist. 

Artikel 8 Termijn van betaling

  • 1

    De aanslagen moeten worden betaald binnen twee maanden na dagtekening van het aanslag-biljet. 

  • 2

    In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet vere-nigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,00 doch minder dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening nog maanden in het ka-lenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande, dat het aantal termijnen tenminste vijf en ten hoogste negen bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 

  • 3

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde ter-mijnen. 

Artikel 9 Vrijstellingen

De rechten bedoeld in deze verordening worden niet geheven van gebruikers van gebouwen of ge-deelten van gebouwen, die uitsluitend worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente Borsele.

 

Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsrechten.

 

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1

    De "Verordening reinigingsrechten 2010" van 3 december 2009 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 

  • 2

    Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2011. 

  • 3

    De datum van ingang van heffing is 1 januari 2011. 

  • 4

    Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening reinigingsrechten 2011". 

Vastgesteld in de openbare vergadering van 2 december 2010.

de griffier,    de voorzitter,