Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Boxtel

Verordening Tegenprestatie Participatiewet 2015

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieBoxtel
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening Tegenprestatie Participatiewet 2015
CiteertitelVerordening Tegenprestatie Participatiewet 2015
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpgeen

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Participatiewet, artt. 8a, lid 1 onder b, en 9, lid 1 onder c
  2. Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (IOAW), art. 35, onder d
  3. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), art. 35, onder d

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

26-02-201501-01-2015Nieuwe regeling

16-12-2014

Gemeenteblad 2015, 13268 | 18-02-2015

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening Tegenpresentatie Participatiewet 2015

De raad van de gemeente Boxtel;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 november 2014;

 

gelet op artikelen 8a, eerste lid, onderdeel b en 9 eerste lid onderdeel c van de Participatiewet, artikel 35 onderdeel d van de IOAW en artikel 35 onderdeel d van de IOAZ;

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening Tegenprestatie Participatiewet 2015

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Tegenprestatie: de tegenprestatie zoals bedoeld in artikel 9 eerste lid onderdeel c van de Participatiewet.

  • b.

    Belanghebbende: een uitkeringsgerechtigde die een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet, de IOAW of IOAZ en die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt.

  • c.

    Mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.

  • d.

    Hulpbehoevende: degene die op basis van een zorgindicatie is aangewezen op mantelzorg of een zorgindicatie voor opname in een inrichting voor verpleging of verzorging.

  • e.

    Vrijwilligerswerk: het onverplicht en onbetaald , maar niet vrijblijvend, verrichten van werkzaamhe-den zowel informeel en ongeorganiseerd (kleinschalige burgerinitiatieven) als in georganiseerd verband (vrijwilligersorganisaties) ten behoeve van (groepen uit) de samenleving.”

  • f.

    Onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden: Onder onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden wordt verstaan additioneel werk bij een overheids-, non-profit- of andere organisatie zonder commerciële belangen.

Artikel 2. Algemeen

Het college kan een belanghebbende vragen naar vermogen een tegenprestatie naar vermogen te verrichten. Bij de nadere invulling van deze bevoegdheid is individueel maatwerk het uitgangspunt. De interesses en capaciteiten van het individu zijn hierin het uitgangspunt.

Artikel 3. Doelgroep

  • 1.

    Deze regeling is van toepassing op alle belanghebbenden van de gemeente.

  • 2.

    Uitgezonderd om een tegenprestatie naar vermogen te leveren zijn mantelzorgers die zorg verlenen aan een hulpbehoevende.

  • 3.

    Uitgezonderd om een tegenprestatie naar vermogen te leveren zijn belanghebbenden die maatschappelijke activiteiten en/of vrijwilligerswerk verrichten.

  • 4.

    Uitgezonderd om een tegenprestatie naar vermogen te leveren zijn belanghebbenden die actief zijn in een traject naar werk, dan wel geen ondersteuning krijgen richting werk omdat ze tot de doelgroep worden gerekend die in staat is om 80 % tot 100 % wettelijk minimum loon te verdienen.

  • 5.

    Uitgezonderd om een tegenprestatie naar vermogen te leveren zijn belanghebbenden die betaalde arbeid verrichten voor minimaal 20 uur per week.

Artikel 4. Opdragen en inhoud van participatie naar vermogen

  • 1.

    Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als participatie voor zover die werkzaamheden:

    • a.

      niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt;

    • b.

      niet zijn bedoeld als re-integratie instrument;

    • c.

      worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid;

    • d.

      niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.

  • 2.

    Bij het bepalen van de aard, de duur en de omvang van de maatschappelijke participatie houdt het college rekening met de individuele omstandigheden van de belanghebbende.

Artikel 5. Duur en omvang

  • 1.

    De duur en omvang van de tegenprestatie wordt individueel bepaald. Hierin spelen de volgende factoren een rol:

    • a.

      de persoonlijke wensen en kwaliteiten van belanghebbende;

    • b.

      persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van belanghebbende;

    • c.

      tegenprestatie naar vermogen.

  • 2.

    De tegenprestatie omvat maximaal 26 weken maximaal 10 uur per week ofwel 260 uur op jaarbasis.

  • 3.

    Handhaving vindt plaats zo lang de voor de belanghebbende geldende maximale omvang en duur nog niet is bereikt.

  • 4.

    Op vrijwillige basis en op eigen verzoek kan de belanghebbende een tegenprestatie leveren als de voor hem geldende maximale duur en omvang is bereikt.

Artikel 6. Zoektijd en begeleiding

  • 1.

    De belanghebbende krijgt zelf de gelegenheid binnen 2 maanden nadat de verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie is opgelegd, maatschappelijk nuttige werkzaamheden bij een organisatie te zoeken.

  • 2.

    Wanneer de belanghebbende niet binnen deze periode zelf een maatschappelijk nuttige activiteit heeft gevonden, kan door de gemeente een passende plek worden gezocht.

Artikel 7. Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden.

  • 1.

    Het college kan, indien de toepassing van bepalingen in deze verordening in de individuele situatie tot onbillijkheden van overwegende aard leidt voor zover het de bevoegdheid betreft die voortvloeit uitdeze verordening, afwijken van deze verordening.

  • 2.

    In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college.

Artikel 8. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.

  • 2.

    Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening Tegenprestatie Participatiewet 2015”.

Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 16 december 2014.

De gemeenteraad van Boxtel,

de griffier,

mw. ir. V.M.E. van den Broek

de voorzitter,

M. Buijs

Algemene toelichting Verordening Tegenprestatie Participatiewet 2015

Het college is bevoegd een belanghebbende te verplichten naar vermogen een tegenprestatie te verrichten, ook als die tegenprestatie niet direct samenhangt met arbeidsinschakeling. Een belanghebbende van achttien jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd kan vanaf de dag van melding gevraagd worden maatschappelijk te participeren Dit is vastgelegd in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De tegenprestatie bestaat uit de plicht om naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten, naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Wij kiezen ervoor om mensen te vragen maatschappelijk actief te zijn, omdat we geloven dat dat beter is dan niets doen. Wij vragen mensen op basis van hun eigen interesse, capaciteiten en motivatie actief te worden. Hierdoor gaan mensen gemotiveerd aan de slag, zijn ze blij met wat ze doen en houden ze het ook makkelijker vol. Uiteindelijk is dit voor de betrokken persoon het beste maar ook wordt de taak/klus op die manier het beste uitgevoerd.

 

Individuele omstandigheden

Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de aard, de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen tegenprestatie. Hierbij moet het college de in deze verordening neergelegde criteria in acht nemen. Als het college een tegenprestatie vraagt van belanghebbende, moet het een duidelijke omschrijving geven van de te verrichten werkzaamheden. Het moet voor een belanghebbende immers duidelijk zijn welke tegenprestatie van hem verwacht wordt (zie Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-02-2013, nr. 12/3649, ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171).

De nationale overheid acht het wenselijk om mensen die een beroep doen op de solidariteit van de samenleving, te verplichten tot het verrichten van een daaraan gerelateerde tegenprestatie. De tegenprestatie dient te voldoen aan de volgende wettelijke criteria:

  • -

    Er dient sprake te zijn van een tegenprestatie naar vermogen;

  • -

    Deze tegenprestatie bestaat uit het verrichten van onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden met behoud van uitkering;

  • -

    De werkzaamheden kunnen worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid;

  • -

    De maatschappelijk nuttige werkzaamheden mogen niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.

 

Geen tegenprestatie

Bepaalde groepen hoeven geen tegenprestatie in de zin van artikel 9 lid 1 onderdeel c omdat zij voor het ontvangen van een uitkering al iets terugdoen. Daarbij wordt gedacht aan mantelzorgers, personen die al vrijwilligerswerk verrichten en personen die door het actief meewerken aan een vastgesteld re-integratietraject de uitkeringsafhankelijkheid verkorten. Indien ze daarnaast toch nog een tegenprestatie willen leveren in de zin van artikel 9 lid 1 onderdeel c, dan is dat op vrijwillige basis en dat valt dan ook niet onder het maatregelenbeleid.

 

Afstemmen

Net als bij het niet nakomen van de arbeids- en re-integratieverplichting geldt voor het niet nakomen van de tegenprestatie dat de bijstand kan worden afgestemd overeenkomstig de gemeentelijke afstemmingsverordening.

 

Bevoegdheid opdragen tegenprestatie

De bevoegdheid van het college om een belanghebbende te verplichten naar vermogen een tegenprestatie te verrichten geldt al sinds 1 januari 2012. De regering meent dat de tegenprestatie voor uitkeringsgerechtigden een gelegenheid is om te blijven participeren in de samenleving en om een sociaal netwerk, arbeidsritme en regelmaat te behouden. Dit zijn volgens de regering ook noodzakelijke voorwaarden om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten (TK 2013-2014, 33 801, nr. 3, p. 29).

 

Tegenprestatie is geen re-integratieinstrument

De plicht tot tegenprestatie heeft tot doel om maatschappelijk nuttige werkzaamheden te doen in de samenleving als tegenprestatie voor het ontvangen van een uitkering. Het opdragen van een tegenprestatie heeft niet primair tot doel de re-integratie van een belanghebbende te bevorderen, maar moet worden gezien als een nuttige bijdrage aan de samenleving (TK 2013-2014, 33 801, nr. 7, p. 49-50). De tegenprestatie is daarom naar zijn aard niet gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt en is niet bedoeld als re-integratieinstrument. Voorts mag een tegenprestatie het accepteren van passende arbeid of van re-integratieinspanningen niet belemmeren. Immers, als uitgangspunt geldt werk boven uitkering.

 

Verordeningsplicht

De Wet maatregelen WWB legt de gemeenteraad de verplichting op om bij verordening regels vast te stellen over het opdragen van een tegenprestatie aan mensen met een bijstandsuitkering in de leeftijd van 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8a, eerste lid, onderdeel b Participatiewet. Het is aan de gemeente om de duur, omvang en inhoud van de tegenprestatie te regelen (zie TK 2013-2014, 33 801, nr. 24, p. 6).

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder behandeld.

 

Artikel 1. Begrippen

Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze verordening.

 

Mantelzorg

In artikel 1 van deze verordening is de definitie opgenomen van mantelzorg. Deze begripsbepaling is gebaseerd op het begrip zoals dat wordt gehanteerd in de Wet maatschappelijke ondersteuning (zie artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet maatschappelijke ondersteuning). Onder mantelzorg wordt verstaan: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. Het begrip 'mantelzorg' is van belang omdat artikel 3 van deze verordening bepaalt dat het college geen tegenprestatie opdraagt indien een belanghebbende mantelzorg verricht voor zover het verrichten van mantelzorg naar het oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk is.

Uit kamerstukken met betrekking tot het begrip 'mantelzorg' zoals neergelegd in de Wet maatschappelijke ondersteuning volgt dat de vier belangrijkste kenmerken van mantelzorg zijn:

  • -

    er is een bestaande sociale relatie tussen de zorgvrager en de zorgverlener;

  • -

    mantelzorg wordt niet verricht in een georganiseerd verband;

  • -

    het verrichten van mantelzorg is veelal geen bewuste keuze;

  • -

    het verlenen van mantelzorg is nooit afdwingbaar.

 

Deze kenmerken zijn ontleend aan diverse kamerstukken zoals TK 2004-2005, 30 169, nr. 1 (Notitie "De mantelzorger in beeld") en TK 2005-2006, 30 131, nr. C. Voor mantelzorg is vereist dat de verleende zorg de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. Voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning hanteren gemeenten veelal het protocol Gebruikelijke Zorg van het Centrum Indicatiestelling Zorg om vast te stellen of sprake is van gebruikelijke zorg. Voor de uitleg van wat onder gebruikelijke zorg kan worden aangesloten bij de definitie van gebruikelijke zorg in het protocol Gebruikelijke Zorg. Gebruikelijke zorg wordt in dat Protocol als volgt omschreven: de normale, dagelijkse zorg die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden.

De rijksoverheid voegt hier het volgende aan toe:

Bij mantelzorg duurt de verzorging meer dan 8 uur per week of langer dan 3 maanden. Gebruikelijke zorg is de normale dagelijkse zorg van gezinsleden en huisgenoten voor elkaar. Bijvoorbeeld zorg voor het huishouden of zorg voor de kinderen.

 

Vrijwilligerswerk

De definitie van vrijwilligerswerk is de meest gangbare landelijke definitie.

 

Re-integratietraject

Het doorlopen van een re-integratietraject heeft tot doel om de economische zelfstandigheid van een belanghebbende te vergroten en de uitkeringsduur te beperken. Ook dit is een vorm van “iets terugdoen” voor het ontvangen van een uitkering.

 

Artikel 3. Doelgroep

De tegenprestatie kan van iedere belanghebbende gevraagd worden. Uitgezonderd worden mantelzorgers, vrijwilligers, zij die een re-integratietraject doorlopen of tot de doelgroep worden gerekend die 80 tot 100 % wettelijk minimum loon kunnen verdienen. Ook belanghebbenden die al minimaal 20 uur per week betaalde arbeid verrichten worden vrijgesteld om een tegenprestatie te leveren. Deze groepen leveren al een prestatie in ruil voor het ontvangen van een uitkering, dan wel proberen zij het beroep uit uitkering te verkorten of zo laag mogelijk te houden. Vaak zelfs voor meer dan het maximale aantal uren van 260 zoals dat bij een tegenprestatie het geval is. Afzonderlijk dan nog een tegenprestatie verlangen is daarom niet aan de orde bij deze groepen.

 

Artikel 4. Opdragen en inhoud van participatie naar vermogen

In dit artikel wordt de aard van de werkzaamheden in het kader van de tegenprestatie beschreven. Deze criteria zijn al beschreven in het advies van de Raad van State bij de invoering van de tegenprestatie in de WWB.

In lid 2 wordt geregeld dat bij het bepalen van de te leveren tegenprestatie rekening gehouden dient te

worden gehouden met de individuele omstandigheden van belanghebbende. Dit kan er toe leiden dat

de maximale duur en omvang van artikel 5 niet haalbaar zijn en dus lager vastgesteld moeten worden.

 

Artikel 5. Duur en omvang

Bij het opleggen van een tegenprestatie dient rekening gehouden te worden met het vermogen van belanghebbende om die prestatie te leveren. Personen die volledig vrijgesteld zijn van de arbeidsplicht om medische/psychische redenen beschikken per definitie ook niet over vermogen om een tegenprestatie te leveren. Daarom worden in lid 1 factoren genoemd waarmee rekening gehouden dient te worden.

De tegenprestatie was ook al mogelijk in de WWB en toen moest in de verordening duur en omvang geregeld worden. Dat is in de Participatiewet niet meer voorgeschreven omdat het een tegenprestatie naar vermogen, afgestemd op de mogelijkheden van belanghebbende moet worden. Toch wordt aangeraden om een maximum in zowel duur als de omvang in regels op te nemen. Vandaar dat er voor gekozen is om maxima op te nemen. Dat neemt niet weg dat een belanghebbende op eigen verzoek een langere duur en/of grotere omvang een tegenprestatie mag leveren. Dat gebeurt dan op vrijwillige basis. Dat is van belang in verband met het maatregelenbeleid van de gemeente.

 

Artikel 6. Zoektijd en begeleiding

De tegenprestatie kan verplicht opgelegd worden. Dat neemt niet weg dat de belanghebbende zelf een activiteit kan verrichten die als tegenprestatie gezien kan worden en die hij naar vermogen kan verrichten. De kans dat de tegenprestatie goed verricht wordt is groter als de belanghebbende daar zelf een keuze in mag maken. Vandaar dat er een zoektijd van 2 maanden wordt gehanteerd. Indien de belanghebbende dan zelf geen activiteit heeft gekozen, zal hij de tegenprestatie moeten verrichten die de gemeente voor de belanghebbende heeft georganiseerd.