Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Brielle

Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2020

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieBrielle
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2020
CiteertitelVerordening precariobelasting 2020
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 228 van de Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2020nieuwe regeling

17-12-2019

gmb-2019-314865

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2020

De raad van de gemeente Brielle;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 november 2019;

gelet op: artikel 228 van de Gemeentewet;

b e s l u i t :

vast te stellen de navolgende:

 

Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2020

 

 

 

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan;

  • jaar: een kalenderjaar;

  • maand: een kalendermaand;

  • vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben;

  • week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen.

Delen van jaren, maanden, weken, dagen, vierkante en strekkende meters worden voor een

geheel gerekend.

 

Artikel 2. Belastbaar feit.

Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

 

Artikel 3. Belastingplicht.

De belasting wordt geheven van degene die één of meer voorwerpen heeft onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.

 

Artikel 4. Maatstaf van heffing en belastingtarief.

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tabel.

 

Artikel 5. Berekening van de precariobelasting.

  • 1.

    Voor de berekening van de belasting worden gedeelten van de in de tabel genoemde eenheden van hoeveelheid of afmeting voor een geheel gerekend.

  • 2.

    Ingeval de belasting wordt geheven naar de oppervlakte van een voorwerp, geldt als maatstaf de oppervlakte van de projectie van dat voorwerp in een horizontaal vlak.

  • 3.

    De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.

  • 4.

    Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.

  • 5.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting:

    • a.

      indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week.

    • b.

      indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.

  • 6.

    Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.

  • 7.

    Het minimumtarief voor een belastingplichtige bedraagt per locatie, per subonderdeel € 20,- per jaar.

 

Artikel 6. Vrijstellingen.

De belasting wordt niet geheven voor het hebben van:

  • a.

    voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;

  • b.

    een voorwerp, waarvan de gemeente genot hebbende is krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;

  • c.

    voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd;

  • d.

    buizen in de grond tot lozing van fecaliën, van huishoudelijk afvalwater of van hemelwater;

  • e.

    voorwerpen, gebruikt voor activiteiten met een politiek, godsdienstig, geestelijk, wereldbeschouwelijk, sociaal of weldadig doel;

  • f.

    voorwerpen gebruikt voor activiteiten met een sportief, cultureel, recreatief of mediadoel, één en ander voor zover er geen sprake is van een directe of indirecte commerciële (neven-activiteit);

  • g.

    voorwerpen op de openbare weg bij kleinschalige niet-commerciële buurtactiviteiten;

  • h.

    voorzieningen, aangebracht ten behoeve van mindervaliden, tot het toegankelijk maken van een eigendom;

  • i.

    een voorwerp ter zake, waarvan door de gemeente een retributie of een belasting wordt geheven dan wel uit anderen hoofde een vergoeding is overeengekomen.

 

Artikel 7. Belastingtijdvak.

Indien de belasting wordt geheven naar jaartarieven is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar, waarin de voorwerpen aanwezig zijn. In de overige gevallen is het belastingtijdvak het kwartaal, de maand, de week of de dag waarin de voorwerpen aanwezig zijn, met dien verstande dat ook heffing voor elk belastbaar feit afzonderlijk kan plaatsvinden.

 

Artikel 8. Wijze van heffing.

De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

 

Artikel 9. Betalingstermijn.

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in één termijn, die vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet;

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid is, ingeval de dagtekening van het aanslagbiljet ligt in het tijdvak, waarover de belasting wordt geheven, de voorlopige aanslag invorderbaar in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening nog volle maanden in het belastingjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen minimaal één bedraagt. Op de laatste dag van elk van die maanden vervalt een termijn.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijnen.

 

Artikel 10. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt is de naar jaartarieven geheven belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven belasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,--.

  • 4.

    Belastingbedragen van minder dan € 9,-- worden niet geheven.

  • 5.

    Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en het vierde lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag.

 

Artikel 11. Inwerkingtreding en citeerartikel

  • 1.

    De ‘Verordening precariobelasting 2019’ wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening precariobelasting 2020'.

 

 

Aldus besloten door de gemeenteraad van Brielle

in de openbare vergadering van 17 december 2019

de griffier, L.C.M. van Steijn

de voorzitter, G.G.J. Rensen

Tabel van tarieven, behorende bij de Precarioverordening 2020 van de gemeente Brielle, vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2019.

 

 

A-1

Gebruik gemeentegrond voor verkopingen

A-2

Gebruik gemeentegrond voor reparaties

A-3

Gebruik gemeentegrond voor opslag van goederen

A-4

Gebruik gemeentegrond voor plaatsen van containers

A-5

Gebruik gemeentegrond voor uitstalling van goederen

A-6

Gebruik van gemeentegrond en/of -water voor evenementen/ evenemententerrein(en)

A-7

Algemeen tarief voor het gebruik van gemeentegrond en/of -water

 

 

B-1

Bouw- en onderhoudswerken

B-2

Terrassen, etc.

B-3

Windschermen, etc.

B-4

Kraampjes, wagens, etc.

B-5

Borden, uithangborden, reclames, lichtreclames

B-6

Stoepen etc.

B-7

Waterputten, elektriciteits- of telefoonkasten

B-8

Winkel- en/of propagandaweken

B-9

Telefoonzuilen

B-10

Luifels, balkons, erkers, etc.

B-11

Leidingen, buizen, kabels, etc.

B-12

Biertap

 

 

 

 

 

 

 

 

Tarief

2020

Tarief

2019

 

Het tarief bedraagt voor:

 

 

 

 

 

 

 

 

A-1

Gebruik gemeentegrond voor verkopingen:

 

 

 

A-1/1

het gebruik van openbare gemeentegrond ten behoeve van verkopingen per oppervlakte grond van maximaal 100 m²

 

 

 

 

per dag

42,70

41,90

 

voor elke m2 meer per dag

0,80

0,80

 

 

 

 

 

A-2

Gebruik gemeentegrond voor reparaties:

 

 

 

A-2/1

het gebruik van openbare gemeentegrond met het oogmerk daarop reparaties te verrichten of te doen verrichten, dan wel het in gebruik nemen van grond in verband met voorgenomen reparaties

 

 

 

 

per m² per maand

2,65

2,60

 

 

 

 

 

A-3

Gebruik gemeentegrond voor opslag van goederen:

 

 

 

A-3/1

het op openbare gemeentegrond opslaan van goederen hoe ook genaamd, met uitzondering van oud papier, lompen of oude metalen

 

 

 

 

per m² per maand

1,00

1,00

A-3/2

het op openbare gemeentegrond opslaan van oud papier, lompen of oude metalen

 

 

 

 

per m² per maand

1,75

1,75

 

 

 

 

 

A-4

Gebruik gemeentegrond voor plaatsen van containers:

 

 

 

A-4/1

het bezetten van gemeentegrond met een container voor afvoer van bouwmaterialen, puin, e.d.:

 

 

 

 

a. de eerste twee dagen

 

kosteloos

kosteloos

 

b. elke volgende werkdag of gedeelte daarvan

 

37,45

36,75

 

 

 

 

 

A-5

Gebruik gemeentegrond voor uitstalling van goederen:

 

 

 

A-5/1

het uitstallen van goederen op openbare gemeentegrond op andere wijze, dan bedoeld in artikel A-3:

 

 

 

 

per m² per maand

2,65

2,60

 

 

 

 

 

A-6

Gebruik gemeentegrond en/of -water voor evenementen/ evenemententerrein(en):

 

 

 

A-6/1

het gebruik van gemeentegrond en/of -water voor het organiseren van een evenement, met uitzondering van de 2e parkeerplaats aan de Thoelaverweg in Brielle:

 

 

 

 

per m² per dag

0,50

0,50

A-6/2

het gebruik van de 2e parkeerplaats aan de Thoelaverweg in Brielle voor het organiseren van een evenement:

 

 

 

 

a. de eerste dag

112,40

110,20

 

b. elke volgende aansluitende dag

27,95

27,45

 

 

 

 

 

A-7

Algemeen tarief voor het gebruik van gemeentegrond en/of -water:

 

 

 

A-7/1

het gebruik van gemeentegrond en/of -water op enige andere wijze dan vermeld in deze of andere verordening:

 

 

 

 

per m² per maand

1,75

1,75

 

Overigens gelden de bepalingen in dit artikel niet voor het gebruik van de openbare weg wegens het parkeren en stallen van motorrijtuigen en/of voertuigen.

 

 

 

 

 

 

 

 

B-1

Bouw- en onderhoudswerken:

 

 

 

B-1/1

het afsluiten van grond voor het verkeer of van water voor de scheepvaart per dag

42,70

41,90

B-1/2

het machinaal lozen van water uit bouwputten op de riolering per lozingsput per dag

42,70

41,90

B-1/3

het hebben van een dichte schutting bij een bouwwerk per m² per dag

2,65

2,60

B-1/4

het hebben van een loods of ander getimmerte per m² per week

1,75

1,75

B-1/5

de opslag van steen of ander materiaal op gemeentegrond per m² per week

2,65

2,60

B-1/6

het hebben van een heimachine en/of heibaan per m² per week

2,65

2,60

B-1/7

het hebben van een asfaltketel of soortgelijk werktuig per m² per week

2,65

2,60

B-1/8

het bezetten, beleggen, afschutten of overdekken van grond per m² per dag, voor zover niet eerder genoemd

0,80

0,80

 

 

 

 

 

B-2

Terrassen, etc.:

 

 

 

B-2/1

het hebben van een terras bij cafés, restaurants, lunchrooms en dergelijke inrichtingen:

 

 

 

 

a. per m² per week

0,50

0,50

 

b. per m² per maand

2,30

2,30

 

c. per m² per jaar

24,00

23,55

 

 

 

 

 

B-3

Windschermen, etc.:

 

 

 

B-3/1

het hebben van een windscherm of dergelijk werk per maand

8,85

8,70

 

 

 

 

 

B-4

Kraampjes, wagens, etc.:

 

 

 

B-4/1

het hebben of plaatsen van kraampjes, wagens, manden en dergelijke voorwerpen tot verkoop van waren (uitgezonderd die op tijdens de aangewezen markt- en/of kermisdagen op de daarvoor aangewezen plaatsen geplaatste)overeenkomstig de volgende factorentabel voor andere dan dagtarieven:

 

 

 

 

Factoren bij dag(en) per week:

 

 

 

 

Tarief

bij

1 dag

bij 2 dagen

bij 3 dagen

bij 4 dagen

bij meer dan 4 dagen

 

 

per week

1,0

2,0

3,0

4,0

4,5

 

 

per maand

4,0

8,0

12,0

16,0

18,0

 

 

per kwartaal

12,0

24,0

36,0

48,0

54,0

 

 

per jaar

48,0

96,0

144,0

192,0

216,0

 

 

 

 

 

 

 

kraampjes en hiermee gelijk te stellen wagens

 

 

 

 

1. binnen de stadswallen van de kern Brielle per m2 per dag

0,75

0,75

 

2. in de wijken "Rugge", "Goote", "Zuurland", “Meeuwenoord" en "Nieuwland", per m² per dag

0,60

0,60

 

3. op overige plaatsen binnen de gemeente Brielle per m² per dag

0,45

0,45

 

 

 

 

 

B-5

Borden, uithangborden, reclames, lichtreclames:

 

 

 

B-5/1

het hebben van een bord op de openbare weg:

 

 

 

 

a. voor een bord, kleiner dan 1 m², per maand

2,65

2,60

 

b. voor een bord van 1 m² of groter, per maand

4,30

4,25

B-5/2

het hebben van een bord, scherm of dergelijk voorwerp tegen een gevel:

 

 

 

 

a. voor zo'n object, kleiner dan 1 m² , per maand

2,65

2,60

 

b. voor zo'n object van 1 m² of groter, per maand

4,30

4,25

B-5/3

het hebben van een folkloristisch uithangteken, zoals een barbiers- of kapperspaal, een gaper, een vijzel of dergelijk voorwerp per stuk per jaar

4,30

4,25

B-5/4

het hebben van een uithangbord of -teken, letteropschrift, letterreclame, reclamekastje of -vitrine, spiegelreflexbord of een dergelijk voorwerp

 

 

 

 

a. voor zo'n object, kleiner dan 1 m², per maand

2,65

2,60

 

b. voor zo'n object van 1 m² of groter, per maand

4,30

4,25

B-5/5

het hebben van een lichtreclame, bestaande uit neonbuizen of daarmee vergelijkbaar materiaal:

 

 

 

 

a. indien de gezamenlijke lengte der buizen meer bedraagt dan 10 strekkende meters per jaar

43,45

42,60

 

b. indien de gezamenlijke lengte der buizen minder bedraagt dan 10 strekkende meters per jaar

17,50

17,20

B-5/6

het hebben van een sierlamp of -lantaarn, bevestigd aan de gevel van een pand per jaar

13,30

13,05

B-5/7

het hebben van een vrijstaande lantaarn of ander verlichtingsarmatuur per jaar

37,70

37,00

B-5/8

het hebben van een zonnescherm of markies per jaar

26,30

25,80

B-5/9

het hebben van een spandoek per m² per week

0,80

0,80

 

 

 

 

 

B-6

Stoepen etc.:

 

 

 

B-6/1

het hebben van een stoep of stoeptrede(n), indien deze meer dan 0,30 m. buiten de rooilijn steekt per dm² per jaar

0,80

0,80

 

met een minimum van 10 dm²

8,85

8,70

 

 

 

 

 

B-7

Waterputten, elektriciteits- of telefoonkasten:

 

 

 

B-7/1

het hebben van een watermeterput, van beton of steen, een elektriciteits- of een telefoonkast per m² per jaar

25,15

24,70

 

 

 

 

 

B-8

Winkel- en/of propagandaweken:

 

 

 

 

het ter gelegenheid van winkel- en/of propaganda weken etc. hebben van:

 

 

 

B-8/1

een podium, reclamezuil, erepoort en dergelijke per m² per week

0,80

0,80

B-8/2

een paal, mast en dergelijke per stuk per week

0,95

0,95

B-8/3

reclameborden, spandoeken, borden schermen en dergelijke voorwerpen, dienende het commerciële belang, ongeacht de grootte of plaatsing per stuk per week

1,75

1,75

 

 

 

 

 

B-9

Telefoonzuilen:

 

 

 

B-9/1

het hebben van een telefoonzuil per m² per jaar

124,95

122,55

 

 

 

 

 

B-10

Luifels, balkons, erkers, etc.:

 

 

 

B-10/1

het hebben van een luifel, balkon, erker, uitbouw, overbouwing en dergelijke onderdelen van bouwwerken:

per m² in beslag genomen of overdekte grond of water

 

 

 

 

a. tot en met 10 m² per m² per jaar

8,85

8,70

 

b. voor elke m² boven 10 m² vermeerderd met

3,30

3,25

 

 

 

 

 

B-11

Leidingen, buizen, kabels, etc.:

 

 

 

B-11/1a

het hebben van een buisleiding tot lozing van faecaliën, huishoud- of hemelwater per strekkende meter per jaar

4,30

4,25

B-11/1b

het hebben van een vetvangput, olie-afscheider of septictank per m² per jaar

20,95

20,55

B-11/2

het hebben van andere buizen en buisleidingen dan die, genoemd onder artikel B-11/1a of 1b en voor leidingen en kabels: per strekkende meter per jaar

5,15

5,05

 

 

 

 

 

B-12

Biertap:

 

 

 

 

Het hebben van een biertap per dag

5,60

5,50

 

Behorende bij raadsbesluit van 17 december 2019.

 

De griffier van Brielle,

L.C.M. van Steijn.