Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Dalfsen

Bezoldigingsverordening gemeente Dalfsen - 2002

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieDalfsen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBezoldigingsverordening gemeente Dalfsen - 2002
CiteertitelOnbekend
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, artikel 147
  2. Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten, artikel 3:1 en 12:1
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-20041e wijziging

25-11-2003

KernPUNTEN, 2008-04-15

2003-11-18, nummer
01-01-200101-01-2001Nieuwe regeling

26-08-2002

KernPUNTEN, 2008-04-15

2002-08-21, nummer 903

Tekst van de regeling

Intitulé

Bezoldigingsverordening gemeente Dalfsen - 2002

Burgemeester en wethouders van de gemeente Dalfsen;

 

overwegende dat het gewenst is dat er tekstueel consistentie bestaat beoordelingssystematiek en de bezoldigingsregeling;

 

gelet op het feit dat met de plaatselijke commissie voor georganiseerd overleg als bedoeld in artikel 21:1 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) overeenstemming is bereikt over de wijziging in de tekst van artikelen 7, 8, 9 en 15 van de in het dictum omschreven regeling;

 

mede gelet op artikel 3:1 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling;

 

b e s l u i t e n :

 

  • 1.

    vast te stellen de (1e) wijziging in de "Bezoldigingsverordening gemeente Dalfsen - 2002" overeenkomstig bijgaande regeling;

  • 2.

    dat onder 1. genoemde regeling in werking treedt met ingang van 1 januari 2004

I Begripsbepalingen
Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    CAR: Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten;

  • b.

    UWO: Uitwerkingsovereenkomst;

  • c.

    ambtenaar:

    • 1.

      de ambtenaar in de zin van artikel 1:1 van de CAR;

    • 2.

      de werknemer als bedoeld in artikel 2:5:1 van de UWO;

  • d.

    salaris: het salaris, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder b, van de CAR;

  • e.

    uurloon het uurloon als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder o, van de CAR;

  • f.

    schaal: de schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder a, van de CAR, opgenomen in bijlage II en IIa van die regeling;

  • g.

    maximumsalaris: het hoogste bedrag van een salarisschaal;

  • h.

    bezoldiging: de bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder c, van de CAR;

  • i.

    betrekking: de betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder b, van de CAR;

  • j.

    volledige betrekking: de volledige betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder k, van de CAR;

  • k.

    overwerk: het overwerk als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder 1, van de CAR.

  • l.

    entreeschaal: de bij de functie behorendeschaal dieéén schaal lager is dan de voor de functie geldende normschaal.

  • m.

    normschaal: de voor de functie geldende schaal, afgeleid uit de conversietabel.

  • n.

    prestatieschaal: de schaal die één schaal hoger is dan de voor de functie geldende normschaal.

  • o.

    conversietabel: een tabel die een koppeling legt tussen de resultaten van de functiewaardering en de salarisniveaus.

II Salaris
Artikel 2 Recht op salaris
  • 1.

    Het recht op salaris vangt aan met de dag waarop de aanstelling van de ambtenaar ingaat. Indien in het aanstellingsbesluit geen datum van ingang is vermeld, vangt het recht op salaris aan met de dag waarop de ambtenaar feitelijk in dienst is getreden.

  • 2.

    Het recht op salaris eindigt, in geval van ontslag, met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat.

Artikel 3 Gebroken tijdvakken

Wanneer het salaris of een toelage als omschreven in deze verordening moet worden berekend over een gedeelte van een maand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantal kalenderdagen van die maand.

Artikel 4 Onvolledige betrekking

Het salaris van de ambtenaar met een onvolledige betrekking wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris dat voor hem zou gelden bij een volledige betrekking.

Artikel 5 Salarisbedragen

De salarissen van de ambtenaren, wier salaris niet bij of krachtens de wet is geregeld, worden vastgesteld op de bedragen volgens de salarisschalen zoals opgenomen in bijlage II of bijlage IIa van de CAR.

Artikel 6
  • 1.

    De toepassing van bijlage II dan wel bijlage IIa van de CAR vindt plaats conform hetgeen is bepaald in artikel 3:1, derde tot en met vijfde lid, van de CAR.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders bepalen met inachtneming van de resultaten van het functiewaarderingsonderzoek en aan de hand van de vastgestelde conversietabel de voor de ambtenaar geldende salarisschaal, tenzij zijn wijze van functioneren zich nog daartegen verzet.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking tot de uitvoering van het functiewaarderingsonderzoek en de daarbij te hanteren methode.

  • 4.

    Anders dan bij het aanvaarden van passende of gangbare arbeid, dan wel bij wijze van disciplinaire straf, als bedoeld in hoofdstuk 16 van de UWO, kan zonder voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dan dat van de reeds voor hem geldende salarisschaal.

Artikel 7 Periodieke verhoging van het salaris
  • 1.

    Het salaris van de ambtenaar die gemiddeld voldoende functioneert, wordt binnen de voor hem geldende salarisschaal periodiek verhoogd tot het naast hogere bedrag.

  • 2.

    De periodieke verhogingen worden toegekend aan de ambtenaar die het maximum van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand waarin zijn aanstelling een jaar is verstreken en nadien telkens na een jaar.

  • 3.

    Het tijdstip waarop ingevolge het vorige lid voor de eerste maal een periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding bestaat.

  • 4.

    Het salaris wordt, indien de salarisschaal dit aangeeft en wanneer het maximum salaris is bereikt, voor de eerste maal na drie jaar en vervolgens om de twee jaar verhoogd tot het naast hogere bedrag.

  • 5.

    De tijd gedurende welke de ambtenaar ingevolge wettelijke verplichting, als bedoeld in hoofdstuk 3 van de UWO, wordt geacht in zijn betrekking met verlof te zijn, wordt voor de toekenning van het salaris als diensttijd in aanmerking genomen.

  • 6.

    Een verhindering wegens ziekte als bedoeld in hoofdstuk 7 van de CAR/UWO zal niet van invloed zijn op het tijdstip van toekenning van periodieke salarisverhogingen.

Artikel 8 Extra periodieke verhoging van het salaris
  • 1.

    Aan de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, kan een extra periodieke salarisverhoging tot een in de salarisschaal genoemd bedrag, niet uitgaande boven het maximumsalaris, worden toegekend op grond van meerdere jaren gemiddeld goed dan wel één jaar uitstekend vervullen van de betrekking.

  • 2.

    Bij de toepassing van het vorige lid blijft het tijdstip waarop ingevolge artikel 7 een salarisverhoging wordt toegekend onverlet, tenzij anders wordt bepaald.

Artikel 9 Geen periodieke verhoging
  • 1.

    Indien een ambtenaarmeerdere jaren gemiddeld matig dan wel één jaar onvoldoende functioneert, kan worden bepaald dat voor hem de in artikel 7 bedoelde salarisverhoging achterwege wordt gelaten.

  • 2.

    Nadien kan worden bepaald dat de salarisverhoging, welke met toepassing van het eerste lid achterwege is gelaten, al dan niet met terugwerkende kracht alsnog wordt toegekend.

  • 3.

    Van een beslissing tot toepassing van het eerste lid wordt de ambtenaar zo spoedig mogelijk, doch in elk geval voor de datum waarop anders de salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk mededeling gedaan, onder vermelding van de redenen welke tot de beslissing hebben geleid.

Artikel 10 Benoemings- en bevorderingsregels
  • 1.

    Zij die op 31 december 2000 in vaste dienst werkzaam waren dan wel een tijdelijke aanstelling hadden met het vooruitzicht op een vaste betrekking bij de voormalige gemeenten Dalfsen en Nieuwleusen worden per 1 januari 2001 geplaatst in de normschaal.

  • 2.

    Het vorenstaande laat onverlet de “Salarisaanspraken” uit het Sociaal Statuut Gemeentelijke Herindeling van de gemeente Dalfsen en de gemeente Nieuwleusen. Benoeming bij de gemeente Dalfsen vindt in principe plaats in de normschaal tenzij burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat betrokkene nog niet toe is aan de toekenning van de normschaal in welk geval de benoeming plaats vindt in de entreeschaal.

  • 3.

    Na één jaar te hebben doorgebracht in de entreeschaal vindt bevordering plaats tot de voor de functie geldende normschaal. De hiervoor genoemde termijn kan met ten hoogste één jaar worden verlengd, indien omtrent het functioneren van de medewerker geen duidelijk beeld is verkregen.

  • 4.

    Benoeming in een functie waaraan een hoger maximumsalaris is verbonden (dan aan de ‘oude’ functie) gaat gepaard met een bevordering naar de normschaal tenzij burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat betrokkene nog niet toe is aan de toekenning van de normschaal in welk geval de benoeming plaats vindt in de entreeschaal.

Artikel 11 Inpassingsregels

Voor de ambtenaar op wie artikel 10 van toepassing is gelden de navolgende inpassingsregels:

  • a.

    voor de ambtenaar, als bedoeld in artikel 3:1, derde lid onder a, van de CAR, het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het bedrag, gelegen onmiddellijk boven het salaris dat de ambtenaar in de oude schaal zou hebben genoten, met dien verstande dat een salarisverhoging wordt verkregen overeenkomende met het bedrag van tenminste één periodieke verhoging in de nieuwe schaal.

    De uitkomst hiervan moet zijn dat bij de voortduring een financieel voordeel ontstaat ten opzichte van de salariëring zoals die zou zijn bij verhoging ingevolge artikel 7 in de oude schaal.

  • b.

    voor de ambtenaar, als bedoeld in artikel 3:1, derde lid onder b, van de CAR, het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het eerst hogere bedrag in die schaal, waarmee gerealiseerd wordt dat het verschil tussen het nieuwe salaris en het oude salaris van de ambtenaar tenminste 75% bedraagt van het verschil tussen het bedrag dat de ambtenaar laatstelijk genoot en het naast hogere bedrag in die oude schaal, dan wel het naast lagere bedrag in die oude schaal, indien het salaris in de oude schaal reeds overeenkwam met het hoogste bedrag uit die schaal.

    De uitkomst hiervan moet zijn dat bij de voortduring een financieel voordeel ontstaat ten opzichte van de salariëring zoals die zou zijn bij verhoging ingevolge artikel 7 in de oude schaal.

III Instrumenten van resultaatgerichte beloning
Artikel 12 Gratificatie

Wegens buitengewone toewijding of bijzonder loffelijke vervulling van de betrekking kan aan de ambtenaar, naast een tevredenheidsbetuiging, een bijzondere beloning als bedoeld in artikel 15:1:28 van de UWO worden toegekend.

Artikel 13 Groepsgratificatie

Aan een groep ambtenaren die een uitstekende collectieve prestatie heeft geleverd, kan een groepsgratificatie worden toegekend.

Artikel 14 Tijdelijke persoonlijke toelage

Aan een ambtenaar die gedurende een bepaalde periode zijn betrekking met buitengewone toewijding of bijzonder loffelijk heeft vervuld, kan een tijdelijke persoonlijke toelage worden toegekend.

Artikel 15 Persoonlijke toelage na het bereiken maximum normschaal
  • 1.

    Aan een ambtenaar die het maximum van de voor hem geldende normschaal heeft bereikt, kan een persoonlijke toelage als bedoeld in artikel 3:7:8 van de UWO worden toegekend, indien betrokkene gedurende meerdere jaren gemiddeld goed dan wel één jaar uitstekend heeft gefunctioneerd.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde toelage wordt ingetrokken, indien de gronden waarop de toelage werd toegekend, niet meer aanwezig zijn, tenzij burgemeester en wethouders van oordeel zijn, dat er omstandigheden zijn om de toelage geheel of gedeeltelijk te handhaven.

Artikel 16 Arbeidsmarkt- en bindingstoelage
  • 1.

    Aan een ambtenaar kan om redenen van werving of behoud een toelage of uitkering worden toegekend.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde toelage wordt toegekend over een tijdvak dat tevoren is vastgesteld, met inachtneming van een maximum van drie jaar.

  • 3.

    De toelage als bedoeld in het eerste lid eindigt op de ingevolge het tweede lid vastgestelde vervaldatum. Wanneer de arbeidssituatie waarop de toelage is gebaseerd nog steeds bestaat kan opnieuw een toelage als bedoeld in het eerste lid aan de ambtenaar worden toegekend.

  • 4.

    De in het eerste lid bedoelde uitkering wordt toegekend aan het eind van een tijdvak dat tevoren is vastgesteld door burgemeester en wethouders en die aan het toekennen daarvan nadere voorwaarden kunnen verbinden.

  • 5.

    Aan de medewerker die niet heeft kunnen voldoen aan de in het vierde lid bedoelde voorwaarden, door een naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet aan hemzelf te wijten oorzaak, kan de uitkering gedeeltelijk worden toegekend.

Artikel 17 Nadere regels instrumenten resultaatgerichte beloning

Burgemeester en wethouders stellen nadere regels omtrent de toepassing en de hoogte van instrumenten van flexibele beloning als bedoeld in de artikelen 12 tot en met 16.

Artikel 18 Geen afbouwregeling

Bij het beëindigen van instrumenten van flexibele beloning als bedoeld in de artikelen 12 tot en met 16 wordt geen afbouwregeling toegepast.

Artikel 19 Bevordering naar de prestatieschaal

Burgemeester en wethouders stellen regels krachtens welke een bevordering naar de prestatieschaal plaatsvindt.

IV Overige toelagen en vergoedingen
Artikel 20 Waarnemingstoelage

Een waarnemingstoelage wordt toegekend conform hetgeen is geregeld in artikel 3:1:2 van de UWO.

Artikel 21 Overwerkvergoeding

In een nader vast te stellen regeling wordt door burgemeester en wethouders bepaald aan welke ambtenaar, gesalarieerd naar schaal 11 of hoger, in geval van overwerk geen overwerkvergoeding conform hetgeen is geregeld in artikel 3:2 van de CAR en artikel 3:2:1 van de UWO wordt toegekend.

Artikel 22 Toelage onregelmatige dienst
  • 1.

    Aan de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt met een lager maximumsalaris dan dat van schaal 11 en voor wie de werktijden zijn vastgesteld als bedoeld in artikel 3:3 van de CAR, wordt een toelage toegekend op grond van artikel 3:3 van de CAR.

  • 2.

    De toelage, als bedoeld in het eerste lid, bedraagt per gewerkt uur een percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur en wel:

    • a.

      maandag tot en met vrijdag tussen 6 en 8 uur en tussen 18 en 22 uur: 20%,

    • b.

      maandag tot en met vrijdag tussen 0 en 6 uur en tussen 22 en 24 uur: 40%,

    • c.

      op zaterdagen: 45%,

    • d.

      op zondagen: 70%,

    • e.

      ingevolge in de CAR en de UWO genoemde feestdagen en bij besluit van burgemeester en wethouders gelijkgestelde dagen: 100%.

  • 3.

    Voor de in het vorige lid onder a genoemde morgen- en avonduren wordt de toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen vóór 7 uur, respectievelijk is beëindigd na 19 uur.

  • 4.

    In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen, welke het bepaalde in de vorige leden aanvult of daarvan afwijkt.

Artikel 23 Toelage bedrijfshulpverlening

Aan de ambtenaar die als bedrijfshulpverlener is aangewezen wordt een vergoeding per jaar verstrekt naar de bepalingen uit artikel 3 van de ‘Bedrijfshulpverleningsregeling Binnenlandse Zaken’.

V Overgangsbepalingen
Artikel 24
  • 1.

    De op 31 december 2000 bij de gemeente Dalfsen in dienst zijnde bedrijfsleider openluchtzwembad Gerner geniet, voor zover de volgens de in artikel 22 van deze regeling berekende toelage lager is dan zijn vaste toelage naar de peildatum van 1 januari 1995, een vergoeding tot aan het niveau van deze waardevaste toelage onregelmatige dienst.

  • 2.

    De op 31 december 2000 bij de gemeente Nieuwleusen in dienst zijnde sporthalbeheerder/badmeester geniet, voor zover de volgens de in artikel 22 van deze regeling berekende toelage lager is dan zijn vaste toelage naar de peildatum van 31december 2000, een vergoeding tot aan het niveau van deze waardevaste toelage onregelmatige dienst.

Artikel 25

Artikel 9 uit hoofdstuk II treedt eerst in werking op het moment dat een regeling Methodische Personeelsbeoordeling inclusief Bezwarenprocedure is ingevoerd.

Artikel 26 Afbouwtoelage
  • 1.

    Aan de ambtenaar wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van de toelage, als bedoeld in artikel 22, een blijvende verlaging ondergaat, wordt door burgemeester en wethouders een aflopende toelage toegekend, indien:

    • a.

      die blijvende verlaging tenminste 3% bedraagt van het salaris en

    • b.

      de ambtenaar de toelage – als bedoeld in artikel 22 – direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende tenminste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt aan de ambtenaar van 55 jaar of ouder wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van de toelage – als bedoeld in artikel 22– een blijvende verlaging ondergaat, een blijvende toelage toegekend, indien de ambtenaar de toelage – als bedoeld in artikel 22– direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende tenminste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. Hierbij tellen ook mee de dienstjaren die zijn doorgebracht bij de ‘oude’ gemeenten Dalfsen en Nieuwleusen.

  • 3.

    De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de ambtenaar de leeftijd van 55 jaar bereikt en hij onmiddellijk voor de aanvang van die toelage gedurende tenminste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking de toelage – als bedoeld in artikel 22 – heeft genoten, over in een blijvende toelage als bedoeld in het vorige lid. Voor de toepassing van het 10-jaren criterium tellen ook mee de dienstjaren die zijn doorgebracht bij de ‘oude’ gemeenten Dalfsen en Nieuwleusen.

  • 4.

    Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.

  • 5.

    De afbouw vindt stapsgewijs in vier jaar plaats: het eerste jaar: 75%, het tweede jaar: 50%, het derde jaar: 25% en het vierde jaar niets meer.

VI Overige bepalingen
Artikel 27 Referte tijdvak

Voor de toepassing van het bepaalde in hoofdstuk 7 van de CAR en de UWO worden de vergoeding, bedoeld in artikel 3:3, de overgangstoelage onregelmatige dienst, alsmede de prestatiebeloning slechts geacht te behoren tot de bezoldiging tot een bedrag dat overeenkomt met hetgeen in de drie kalendermaanden of in de dertien kalenderweken, voorafgaande aan de datum waarop de verhindering tot het vervullen van de betrekking is ontstaan, gemiddeld per maand of per week is toegekend aan die vergoeding of die beloning, al naar gelang de bezoldiging van de ambtenaar per maand of per week wordt uitbetaald. Voor zover de ambtenaar op even bedoelde datum minder dan drie kalendermaanden of dertien kalenderweken zijn betrekking heeft vervuld, wordt gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld per maand of per week is toegekend over het tijdvak waarin hij voor het ontstaan van de verhindering in dienst is geweest.

Artikel 28 Garantieschaal

Indien functiewaardering leidt tot een indeling in een lagere schaal, dan blijft de betrokken ambtenaar bezoldigd naar de schaal waarnaar hij werd gesalarieerd. Evenzo behoudt hij de vooruitzichten volgens deze schaal, één en ander met inachtneming van de overige bepalingen uit deze verordening.

Artikel 29 Onvoorziene gevallen

Voor gevallen waarin deze verordening niet of niet naar billijkheid voorziet, treffen burgemeester en wethouders een bijzondere regeling.

Burgemeester en wethouders van Dalfsen,

de burgemeester, de secretaris,

L.V. Elfers drs. H. Zwart

Inhoudsopgave

I Begripsbepalingen

Artikel 1

II Salaris

Artikel 2 Recht op salaris

Artikel 3 Gebroken tijdvakken

Artikel 4 Onvolledige betrekking

Artikel 5 Salarisbedragen

Artikel 6

Artikel 7 Periodieke verhoging van het salaris

Artikel 8 Extra periodieke verhoging van het salaris

Artikel 9 Geen periodieke verhoging

Artikel 10 Benoemings- en bevorderingsregels

Artikel 11 Inpassingsregels

III Instrumenten van resultaatgerichte beloning

Artikel 12 Gratificatie

Artikel 13 Groepsgratificatie

Artikel 14 Tijdelijke persoonlijke toelage

Artikel 15 Persoonlijke toelage na het bereiken maximum normschaal

Artikel 16 Arbeidsmarkt- en bindingstoelage

Artikel 17 Nadere regels instrumenten resultaatgerichte beloning

Artikel 18 Geen afbouwregeling

Artikel 19 Bevordering naar de prestatieschaal

IV Overige toelagen en vergoedingen

Artikel 20 Waarnemingstoelage

Artikel 21 Overwerkvergoeding

Artikel 22 Toelage onregelmatige dienst

Artikel 23 Toelage bedrijfshulpverlening

V Overgangsbepalingen

Artikel 24

Artikel 25

Artikel 26 Afbouwtoelage

VI Overige bepalingen

Artikel 27 Referte tijdvak

Artikel 28 Garantieschaal

Artikel 29 Onvoorziene gevallen