Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Dalfsen

Beleidsregels subsidie peuteropvang en VVE gemeente Dalfsen

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieDalfsen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregels subsidie peuteropvang en VVE gemeente Dalfsen
CiteertitelBeleidsregels subsidie peuteropvang en VVE gemeente Dalfsen
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Dalfsen/CVDR285896/CVDR285896_2.html

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

N.v.t.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

05-10-201801-10-2018Nieuwe regeling

02-10-2018

gmb-2018-211221

B&W18-03300

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregels subsidie peuteropvang en VVE gemeente Dalfsen

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dalfsen;

 

gelezen het voorstel van 26 september 2018

 

overwegende dat het in het kader van de Wet Kinderopvang nodig is om voor peuteropvang en VVE nieuwe beleidsregels voor subsidie vast te stellen;

 

b e s l u i t:

 

vast te stellen “beleidsregels subsidie peuteropvang en VVE

 

HOOFDSTUK 1  

Artikel 1: Begripsomschrijvingen

BSN

Het Burgerservicenummer is een uniek persoonsnummer dat iedereen krijgt die ingeschreven staat in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA)

College

Het college van burgemeester en wethouders

Doelgroepkinderen

Kinderen die in aanmerking komen voor VVE, op indicatie van de JGZ arts van het consultatiebureau.

Gemeente

Gemeente Dalfsen

Houder

Degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet toebehoort en die met die onderneming een kinderdagverblijf exploiteert die staat vermeld in het Landelijk Register Kinderopvang

Inkomensverklaring

Een officiële verklaring (voorheen IB60) van de Belastingdienst met daarop de inkomensgegevens van een bepaald belastingjaar

Kinderopvang

Het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint

Kinderopvangtoeslag

De tegemoetkoming van het Rijk, uitgekeerd via de Belastingdienst aan ouders, bedoeld als bijdrage in de kosten voor in het LRKP geregistreerde kinderopvang

LRK

Landelijk Register Kinderopvang; het register waarin kinderopvangvoorzieningen zijn opgenomen die voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen

Ouderbijdrage

Financiële vergoeding die de ouders moeten betalen bij afname van een peuterplaats of een VVE-peuterplaats

Ouders

Ouder(s) of verzorger(s) van de peuter

Peuterplaats

Plaats voor peuters vanaf 2 jaar tot het moment dat zij naar de basisschool uitstromen, van 2 dagdelen en totaal 6,5 uur (bij gebruik van een ochtend en een middag) of 7 uur (bij gebruik van twee ochtenden) per week gedurende 40 weken per jaar op twee verschillende dagen van de week

Peuteropvang

Voorschoolse voorziening met peuterplaatsen en VVE-peuterplaatsen

Stamgroep

Stamgroepen zijn vaste groepen met een eigen groepsruimte. Een kind maakt in de week gebruik van hooguit 2 verschillende stamgroepen. Bij activiteiten kunnen kinderen de stamgroep verlaten. De maximale omvang van de stamgroep wordt dan tijdelijk losgelaten

Voorschoolse voorziening

Kinderdagverblijven, die zijn geregistreerd in het LRK

VVE

Voor- en vroegschoolse educatie; het aanbod voor kinderen tot en met groep 2 van de basisschool, waarbij aan de hand van een VVE-programma, op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling

VVE-programma

Een erkend voorschools programma waarin op een gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek, en sociaal- emotionele ontwikkeling. Dit programma moet zijn opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut

VVE-jaarbedrag

Een vergoeding in de vorm van een jaarbedrag aan de houder voor de extra werkzaamheden voor een bezette VVE-peuterplaats

VVE-peuterplaats

Plaats voor doelgroeppeuters van 2,5 jaar tot het moment dat zij naar de basisschool uitstromen. Een VVE-peuterplaats bestaat uit 3 dagdelen verdeeld over 3 dagen in de week en totaal 10 uur (bij gebruik van twee ochtenden en een middag) of 10,5 uur (bij gebruik van drie ochtenden) per week gedurende 40 weken per jaar.

 

Artikel 2 De subsidieaanvraag

  • 1.

    Subsidieaanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend door houders van voorschoolse voorzieningen die gevestigd zijn in de gemeente Dalfsen.

  • 2.

    Subsidieaanvragen moeten uiterlijk 1 november voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt gevraagd zijn ontvangen door de gemeente. Deze aanvragen worden gelijktijdig beoordeeld.

  • 3.

    De aanvraag moet worden gedaan op basis van een reële inschatting van het aantal bezette (VVE-)peuterplaatsen en te factureren ouderbijdragen.

  • 4.

    Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van het door de gemeente vastgestelde aanvraagformulier ‘subsidie peuteropvang en voorschoolse educatie’ en het bijbehorende format voor de subsidieberekening.

  • 5.

    Bij de aanvraag worden de stukken geleverd die in het aanvraagformulier staan beschreven.

Artikel 3 De grondslag voor subsidie

  • 1.

    Het college stelt jaarlijks vóór 16 oktober het uurtarief voor een (VVE-)peuterplaats vast, als grens voor de vast te stellen subsidie.

  • 2.

    Het college stelt jaarlijks vóór 16 oktober het VVE-jaarbedrag vast.

  • 3.

    Het college stelt jaarlijks vóór 16 oktober de inkomensafhankelijke ouderbijdrage vast. Deze is gebaseerd op het uurtarief en de (gecomprimeerde) tabel van de kinderopvangtoeslag.

  • 4.

    De grondslag voor het subsidie is het werkelijk aantal peuters en het werkelijk aantal uren dat gebruik wordt gemaakt van de peuteropvang.

  • 5.

    Het college subsidieert de volgende subsidiebedragen:

    • a.

      per bezette peuterplaats voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag maximaal 7 uren per week maal het vastgestelde uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage;

    • b.

      per bezette VVE-peuterplaats voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag 10 of 10,5 uren per week maal het vastgestelde uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage;

    • c.

      per bezette VVE-peuterplaats voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag 3,5 of 3 uren per week (het derde dagdeel) maal het vastgestelde uurtarief.

  • 6.

    Naast de in lid 2 genoemde subsidiebedragen stelt het college voor doelgroeppeuters een VVE-jaarbedrag per bezette peuterplaats beschikbaar. Deze subsidie wordt verstrekt voor peuters die een VVE-peuterplaats bezetten, ongeacht of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Indien de VVE-peuterplaats niet het gehele jaar bezet is, wordt de toeslag naar rato verstrekt.

  • 7.

    Houders innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het bijbehorende risico van niet-betalers.

Artikel 4 Registratie ten behoeve van de vaststelling van subsidie

  • 1.

    De vaststelling van het subsidie vindt plaats op basis van het daadwerkelijke gebruik van peuterplaatsen en VVE-peuterplaatsen. Daartoe registreert de aanbieder de volgende gegevens per locatie:

    • a.

      het aantal doelgroepkinderen, uitgesplitst naar ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag;

    • b.

      het aantal niet doelgroepkinderen, uitgesplitst naar ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag;

    • c.

      het aantal uren dat doelgroep- en niet-doelgroepkinderen gebruik maken van de peuteropvang gedurende de subsidieperiode, uitgesplitst naar kinderen van ouders met en zonder kinderopvangtoeslag;

    • d.

      de gefactureerde ouderbijdragen per kind.

Artikel 5 Procedurele en randvoorwaardelijke verplichtingen van de houder

  • 1.

    Houder neemt deel aan de gemeentelijke toeleiding en levert daartoe de benodigde informatie.

  • 2.

    Houder past de door het college vastgestelde inkomensafhankelijke ouderbijdrage toe voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.

  • 3.

    Voor het bepalen van de hoogte van het inkomen worden de Inkomensverklaringen van beide ouders (bij eenoudergezin van een ouder) gebruikt van twee jaar voorafgaand aan het betreffende jaar. Dit betekent dat ouders elk najaar nieuwe Inkomensverklaringen moeten overleggen voor het vaststellen van de ouderbijdrage in het nieuwe jaar. Bij sterke afwijking van het inkomen kan gebruik worden gemaakt van aanvullende documenten zoals salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering etc. Uit de documenten dient te blijken dat de inkomenswijziging structureel is, en in ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan plaatsing.

  • 4.

    Houder is verplicht de volgende voorrangsregels te hanteren:

    • a.

      Doelgroeppeuters die volgens het indicatieformulier ‘plaatsing met voorrang’ behoeven, krijgen voorrang bij het beschikbaar komen van VVE-peuterplaatsen

    • b.

      Doelgroeppeuters krijgen voorrang op niet-doelgroeppeuters bij het beschikbaar komen van (VVE-) peuterplaatsen voor zover voldaan kan worden aan de verhouding zoals beschreven in artikel 6, lid 2 van deze beleidsregels.

    • c.

      Peuters die woonachtig zijn in de gemeente Dalfsen krijgen voorrang bij plaatsing op beschikbaar gekomen peuterplaatsen op peuters die niet in de gemeente Dalfsen wonen, gevolgd door peuters die in de gemeente Dalfsen de basisschool zullen bezoeken.

  • 5.

    Houder verschaft op verzoek informatie aan de gemeente, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van Onderwijs of aan andere door de gemeente aangewezen instanties.

  • 6.

    Houder voldoet aan alle relevante juridische voorwaarden en regelingen die buiten deze beleidsregels van toepassing zijn. Het niet voldoen aan deze beleidsregels, de genoemde wettelijke regelingen of andere relevant juridische voorwaarden en regelingen kan leiden tot afwijzing van het subsidieverzoek of invordering van reeds betaalde subsidie.

  • 7.

    Het is toegestaan de werkelijke invulling van de plekken voor doelgroeppeuters en niet-doelgroeppeuters, ten opzichte van de aantallen genoemd in de subsidieaanvraag, gedurende de subsidieperiode aan te passen aan de vraag van ouders. Het definitieve subsidiebedrag kan echter nooit hoger worden dan het eerder verleende bedrag.

Artikel 6 Inhoudelijke verplichtingen van de houder.

  • 1.

    Houder werkt mee aan de uitvoering van het gemeentelijk beleid met betrekking tot de ontwikkeling van jonge kinderen.

  • 2.

    Houder zet zich in om doelgroeppeuters en niet doelgroeppeuters zo gelijk mogelijk te verdelen om segregatie te voorkomen. Het aandeel doelgroeppeuters in de stamgroep mag niet groter zijn dan 50 % van het totaal aantal peuters.

  • 3.

    Houder heeft een inspanningsverplichting om doelgroeppeuters die zijn ingeschreven te bereiken en laat zien op welke wijze daaraan is bijgedragen.

  • 4.

    Houder spant zich te allen tijde in wachtlijstvorming te voorkomen voor doelgroeppeuters en zoekt bij (dreigende) wachtlijsten met ouders en andere houders naar een plek op een van de voorschoolse voorzieningen.

  • 5.

    De aanbieder voldoet aan het volgende:

    • a.

      op alle peuteropvangen wordt een VVE-programma aangeboden ongeacht of er doelgroeppeuters aanwezig zijn;

    • b.

      pedagogisch medewerksters zijn per 16 oktober 2019 gecertificeerd in het VVE-programma waarmee wordt gewerkt op de locatie;

    • c.

      aanbod vindt plaats in aparte peutergroepen met alleen kinderen van 2-4 jaar;

    • d.

      het aanbod bestaat per locatie uit tenminste drie dagdelen per week, waardoor doelgroeppeuters voor een VVE-aanbod hier terecht kunnen;

    • e.

      er wordt gebruik gemaakt van een kind-volgsysteem;

    • f.

      er is sprake van een vastgesteld overdrachtsprotocol voor alle peuters naar het primair onderwijs en daarnaast een warme overdracht van doelgroeppeuters.

    • g.

      er is sprake van een aantoonbare samenwerking met tenminste één basisschool voor wat betreft de doorgaande lijn voor peuters, dit is vastgelegd in een jaarplan;

    • h.

      de samenwerking wordt aantoonbaar tenminste één maal per jaar door de partners geëvalueerd.

Artikel 7 Weigeringsgronden

Onverminderd de weigeringsgronden die in de Algemene subsidieverordening gemeente Dalfsen 2013 zijn opgenomen, kan de subsidie worden geweigerd indien:

  • 1.

    Niet wordt voldaan aan de subsidievoorwaarden die zijn opgenomen in deze beleidsregels.

  • 2.

    Voor één van de Dalfsense vestigingen van de houder vanaf het moment van subsidieaanvraag tot het moment van subsidieverlening bestuursrechtelijke handhaving van kracht is of wordt.

  • 3.

    Het uurtarief voor ouders die een beroep doen op kinderopvangtoeslag afwijkt van het uurtarief dat door het college is vastgesteld als tarief voor te subsidiëren peuterplaatsen.

Artikel 8 Verlening van de subsidie

  • 1.

    Voor de verlening van de subsidie gelden de bepalingen in artikel 12 van de Algemene subsidieverordening gemeente Dalfsen 2013.

  • 2.

    In aanvulling op lid 1 bevat de subsidiebeschikking voor peuterplaatsen, VVE-peuterplaatsen en de VVE-jaarbedragen in ieder geval:

    • a.

      de soort opvang waarvoor de subsidie wordt gegeven;

    • b.

      de periode en het aantal peuterplaatsen waarvoor de subsidie wordt gegeven;

    • c.

      de voorwaarden en verplichtingen waaraan de aanvrager moet voldoen;

    • d.

      de wijze waarop de subsidie wordt betaald;

    • e.

      de wijze waarop de subsidie wordt vastgesteld.

Artikel 9 Vaststelling van de subsidie.

  • 1.

    Voor de vaststelling van de subsidie overlegt de houder de verantwoording uiterlijk 1 juni volgend op het jaar waarvoor de subsidie is verleend. De verantwoording van de ouderbijdragen maakt hier deel van uit.

  • 2.

    Voor de vaststelling wordt gebruik gemaakt van een door de gemeente vastgesteld en door de houder ingevuld rapportageformat en is verplicht alle gevraagde bijlagen in het format toe te voegen.

  • 3.

    De financiële verantwoording moet voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 7 van de ‘Algemene subsidieverordening gemeente Dalfsen 2013’

  • 4.

    De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van het werkelijk aantal bezette peuterplaatsen en VVE-peuterplaatsen, het geldende uurtarief en de gefactureerde ouderbijdragen.

  • 5.

    De houder beschikt over onderliggende gegevens en kan deze op aanvraag binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan de gemeente, zodat de gemeente desgewenst of steekproefsgewijs het recht op subsidie kan controleren. Het gaat daarbij onder meer om:

    • a.

      een door de ouders ondertekend contract met daarin de namen, adres(sen) en BSN van ouders;

    • b.

      naam, geboortedatum en BSN van de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft;

    • c.

      een ‘Verklaring geen recht op Kinderopvangtoeslag’ (als bijlage bij het aanvraagformulier opgenomen) en een Inkomensverklaring van de niet-werkende ouder, voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag;

    • d.

      inkomensgegevens van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag middels recente Inkomensverklaringen of een kopie van de definitieve aangifte van de inkomstenbelasting van het voorgaande jaar;

    • e.

      indien het gaat om een VVE-peuterplaats: een bewijs van indicatiestelling voor VVE van het Consultatiebureau JGZ (Jeugdgezondheidszorg).

  • 6.

    De gegevens genoemd in lid 5 moeten minimaal één kalenderjaar na het jaar waarover verantwoording is afgelegd door de houder bewaard blijven.

Artikel 10 Hardheidsclausule

In bijzondere gevallen of in gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien, kan het college besluiten af te wijken van één of meerdere bepalingen uit deze beleidsregels.

 

Artikel 11 Reikwijdte

Deze beleidsregels zijn van toepassing op alle subsidies die het college verstrekt voor peuteropvangen.

 

Artikel 12 Overgangsbepalingen

  • 1.

    Voor doelgroeppeuters die voor 1 januari 2018 zijn geplaatst en voor wie de nieuwe regeling duurder zou uitpakken, wordt de in 2017 geldende vaste ouderbijdrage in rekening gebracht voor de resterende plaatsingsperiode.

  • 2.

    Er geldt een overgangsperiode tot en met 16 oktober 2019 waarin een peuteropvang gebruik kan maken van de gemeentelijke subsidie voor peuteropvang en VVE zonder VVE aan te bieden. Na 16 oktober 2019 moet iedere peuteropvang die gebruikt maakt van de gemeentelijke subsidie peuteropvang en voorschoolse educatie (VVE) aanbieden.

Artikel 13 Slotbepaling

  • 1.

    Deze regeling wordt aangehaald als ‘Beleidsregels subsidie peuteropvang en VVE’.

  • 2.

    De ‘beleidsregels peuterspeelzalen en VVE gemeente Dalfsen’, in werking getreden op 01-10-2017, worden bij de inwerkingtreding van deze regeling ingetrokken.

  • 3.

    Deze regeling treedt op 01-10-2018 in werking. Subsidie kan worden aangevraagd voor de periode vanaf 1 januari 2019.

 

Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dalfsen in haar vergadering van 02-10-2018.

Het college voornoemd,

de burgemeester, de gemeentesecretaris/algemeen directeur,

drs. H.C.P. Noten drs. J.H.J. Berends