Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Dantumadiel

Drank- en Horecaverordening Dantumadiel

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieDantumadiel
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingDrank- en Horecaverordening Dantumadiel
CiteertitelDrank- en Horecaverordening Dantumadiel
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpBestuur, burger, veiligheid

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De verordening tot beperking drankverstrekking 2002 vastgesteld bij raadsbesluit van 22 januari 2002 wordt ingetrokken.

Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing of vergunning op grond van de Verordening tot beperking drankverstrekking 2002 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening (de Drank- en Horecaverordening Dantumadiel 2013) toegepast.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Art. 147 van de Gemeentewet en 4, 25a, 25b, 25c, 25d en 26 van de Drank- en Horecawet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2014Geen

17-12-2013

Kollumer Courant, 31 december 2013

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Drank- en Horecaverordening Dantumadiel

De raad van de gemeente Dantumadiel

 

gelezen het voorstel van het presidium d.d. 3 december 2013;

 

gelezen het voorstel van de burgemeester d.d. 5 november, nummer 7;

 

gelet op de artikelen 147 van de Gemeentewet en 4, 25a, 25b, 25c, 25d en 26 van de Drank- en Horecawet;

 

b e s l u i t vast te stellen de volgende verordening:

 

Drank- en Horecaverordening Dantumadiel

HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    de wet: Drank- en Horecawet;

  • b.

    terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.

  • c.

    vergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de wet;

  • d.

    bezoeker: een ieder die zich in een inrichting bevindt, met uitzondering van:

    • -

      leidinggevenden in de zin van de wet;

    • -

      personen die dienst doen in de inrichting;

    • -

      personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is;

  • e.

    paracommerciële inrichting: een inrichting waarin een paracommerciële rechtspersoon in eigen beheer het horecabedrijf exploiteert.

HOOFDSTUK 2 BEPALINGEN VOOR INRICHTINGEN WAARIN HET HORECABEDRIJF WORDT UITGEOEFEND

Artikel 2 Voorschriften aan vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen

De burgemeester kan aan een vergunning voor een horecabedrijf voorschriften verbinden. Deze voorschriften kunnen alleen worden gesteld:

  • a.

    ter bescherming van de volksgezondheid, of

  • b.

    in het belang van de openbare orde, of

  • c.

    ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de wet.

Artikel 3 Verbod happy hours

Ter bescherming van de volksgezondheid of in het belang van de openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de betreffende horecalokaliteit of op het betreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.

Artikel 4 Toelating tot alle horecagelegenheden en terrassen

  • 1.

    Het is verboden tussen 2.00 en 8.00 uur bezoekers toe te laten tot horecalokaliteiten en terrassen.

  • 2.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op 1 januari en op door de burgemeester aangewezen feesten voor de in die aanwijzing genoemde horecalokaliteiten en/of gebieden..

  • 3.

    De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  • 4.

    Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  • 5.

    Het in het lid 1 tot en met lid 3 bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.

HOOFDSTUK 3 AANVULLENDE BEPALINGEN VOOR PARACOMMERCIELE INRICHTINGEN

Artikel 5 Schenktijden paracommerciële rechtspersonen

  • 1.

    Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank gedurende de periode beginnende met één uur voor aanvang en eindigend met één uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon.

  • 2.

    De in het vorige lid genoemde schenktijden mogen niet plaatsvinden buiten de volgende tijden:

    • a.

      voor paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sportieve aard: van maandag tot en met vrijdag van 18:00 tot 23:00 uur en op zaterdag en zondag van 14:00 tot 19:00 uur;

    • b.

      voor overige paracommerciële rechtspersonen: van maandag tot en met zondag van 15:00 tot 24:00 uur;

Artikel 6 Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden

  • 1.

    Ter voorkoming van oneerlijke mededinging is het verboden in een paracommerciële inrichting alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het vorige lid mag in een paracommerciële inrichting waarbij het faciliteren van sociale interactie direct voortvloeit uit de statutaire doelstellingen (zoals dorpshuizen), die gelegen zijn in een afgelegen en op zichzelf gerichte kern, wel alcohol verstrekt worden tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, voor zover in die kern geen commerciële inrichting aanwezig is die dezelfde faciliteiten kan bieden.

Artikel 7 Verbod verstrekken van sterke drank

Het is verboden sterke drank te verstrekken in paracommerciële inrichtingen met uitzondering van paracommerciële inrichtingen waarbij het faciliteren van sociale interactie direct voortvloeit uit de statutaire doelstellingen (zoals dorpshuizen).

Artikel 8 Aanvullende vragen aan paracommerciële rechtspersonen

  • 1.

    Een paracommerciële rechtspersoon geeft bij de aanvraag voor het verkrijgen van een vergunning tot uitoefening van het horecabedrijf nadere informatie over de doelstelling van de paracommerciële rechtspersoon en de doelgroep waarop de rechtspersoon zich richt.

  • 2.

    Hiertoe wordt het in de bijlage van deze verordening opgenomen door de gemeenteraad vastgestelde formulier met aanvullende vragen ingevuld en verstrekt de paracommerciële rechtspersoon een afschrift van de statuten en het bestuursreglement als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet.

HOOFDSTUK 5 BEPALINGEN VOOR DE DETAILHANDEL

Artikel 9 Prijsacties detailhandel

Ter bescherming van de volksgezondheid of in het belang van de openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken aan te bieden voor gebruik elders dan ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van één week of korter lager is dan 70% van de prijs die in het betreffende verkooppunt gewoonlijk wordt gevraagd.

Artikel 10 Beperkingen voor andere detailhandel dan slijtersbedrijven

Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet zwak-alcoholhoudende drank te verstrekken vanuit locaties als bedoeld in artikel 18, tweede lid, of artikel 19, tweede lid, onder a van de Drank- en Horecawet van 22:00 tot 08:00 uur.

Artikel 11 Voorschriften slijterijen

De burgemeester kan aan een vergunning voor een slijtersbedrijf voorschriften verbinden. Deze voorschriften kunnen alleen worden gesteld:

  • a.

    ter bescherming van de volksgezondheid, of

  • b.

    in het belang van de openbare orde, of

  • c.

    ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de wet.

HOOFDSTUK 6 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 12 Overgangsrecht

  • 1.

    In navolging van de in artikel III van de Wet tot wijziging van de Drank- en Horecawet van 24 mei 2012 opgenomen overgangsregeling voor paracommerciële rechtspersonen, vervallen op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening voor paracommerciële inrichtingen:

    • a.

      de voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld;

    • b.

      de ontheffingen die tot dat tijdstip door het College van burgemeesters en wethouders en burgemeester zijn verleend;

    • c.

      de tot dat tijdstip gehanteerde schenk- of taptijden.

  • 2.

    Voorschriften en beperkingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld aan vergunningen van andere dan in het eerste lid bedoelde inrichtingen, blijven van kracht.

  • 3.

    Ontheffingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet, behalve de in het eerste lid, onder c bedoelde ontheffingen, blijven 12 maanden na inwerkingtreding van deze verordening van kracht. Daarna komen deze ontheffingen te vervallen.

  • 4.

    Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing of vergunning op grond van de Verordening tot beperking drankverstrekking 2002 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening (de Drank- en Horecaverordening Dantumadiel 2013) toegepast.

  • 5.

    Op bezwaarschriften gericht tegen een besluit krachtens de Verordening tot beperking drankverstrekking 2002 wordt beslist met toepassing van deze verordening (de Drank- en Horecaverordening Dantumadiel 2013) .

Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De Verordening tot beperking drankverstrekking 2002 vastgesteld bij raadsbesluit van 22 januari 2002 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.

  • 3.

    Deze verordening wordt aangehaald als Drank- en Horecaverordening Dantumadiel.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad

er gemeente Dantumadiel, gehouden in het

gemeentehuis te Damwâld op 17 december 2013.

De raad voornoemd,

…………………………….., voorzitter.

……………………………..., griffier.

Toelichting op de Drank- en Horecaverordening Dantumadiel

Algemene toelichting

Deze verordening bevat medebewindbepalingen die zijn gebaseerd op de artikelen 4, 25a, 25b, 25c en 25d van de Drank- en Horecawet (DHW). Er is voor gekozen om deze medebewindbepalingen in navolging van het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid (STAP) in een aparte Drank- en Horecaverordening op te nemen, in plaats van opname van een afdeling in de APV. Een klein voordeel van opname in de APV is dat alle bepalingen die de horeca betreffen (horeca-exploitatievergunning, sluitingstijden en dergelijke) dan in één verordening staan. Een aparte verordening ligt echter meer voor de hand omdat hier de DHW de grondslag vormt en niet de Gemeentewet. De bevoegdheden op basis van de DHW betreffen medebewindbepalingen, gericht op bescherming van de volksgezondheid en verantwoorde alcoholverstrekking. Ook het toezicht en het sanctieregime is geregeld in de DHW en daarmee anders dan andere APV bepalingen.

 

Deze verordening is een resultaat van afstemming en samenwerking tussen de gemeenten Dantumadiel, Dongeradeel en Kollumerland c.a. omdat het zeer wenselijk werd bevonden om voor deze gemeenten een en dezelfde verordening vast te stellen. Bij het opstellen van deze verordening is gebruik gemaakt van de modelverordeningen van het STAP en van de VNG waarbij goed is gekeken naar de wenselijkheid van de verschillende modelbepalingen voor de gemeenten Dantumadiel, Dongeradeel en Kollumerland c.a.. Hiertoe is gekeken naar de plaatselijke situatie zoals het feit dat Dantumadiel, Dongeradeel en Kollumerland c.a. plattelandsgemeentes zijn, met een aantal afgelegen kernen, dorpshuizen en een beperkt aantal horecagelegenheden en de afwezigheid van nachthoreca en disco’s. Er is slechts één uitgaansgebied, namelijk de binnenstad van Dokkum. Het model is verder afgestemd met: de plaatselijke horeca en paracommerciële instellingen (dorpshuizen en verenigingen), de Koninklijke Horeca Nederland, de detailhandel en slijterijen. Deze afstemming heeft ertoe geleid dat een koppeling van een toelatingstijd aan leeftijd, namelijk na 23:00 uur geen jongeren onder de 18 meer toelaten tot horecagelegenheden, niet op is genomen in deze verordening. De grotendeels kleine horecagelegenheden kunnen het hiervoor vereiste deurbeleid niet uitvoeren.

 

Wijziging DHW per 1 januari 2013

Met ingang van 1 januari 2013 zijn enkele wijzigingen in de DHW in werking getreden. De DHW is onder meer aangepast om drankmisbruik door jongeren beter aan te kunnen pakken. Belangrijkste veranderingen per 1 januari 2013 zijn in het kort:

  • 1.

    de vergunningverlening en het toezicht op de naleving van de DHW is voortaan een bevoegdheid van de burgemeester en niet meer van het College van burgemeester en wethouders of de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (artikelen 3 en 11 DHW);

  • 2.

    gemeenten krijgen meer bevoegdheden op het gebied van toezicht en handhaving (artikelen 41, 44a, 44aa DHW). Interbestuurlijk toezicht vervalt;

  • 3.

    jongeren onder de zestien jaar zijn zelf strafbaar wanneer ze in een horecagelegenheid of op de openbare weg in het bezit zijn van alcoholhoudende drank (artikel 45 DHW);

  • 4.

    aan supermarkten en andere detailhandelaren die meer dan drie keer in een jaar de DHW overtreden, kan de burgemeester een tijdelijk verkoopverbod van één tot twaalf weken opleggen. Dit wordt ook de 3-strikes-out regel genoemd (artikel 19a DHW). De horeca- en slijterijvergunning kan al na één overtreding worden geschorst.

  • 5.

    de burgemeester kan de vergunning voor maximaal 12 weken schorsen (artikel 32 DHW);

  • 6.

    gemeenteraden krijgen de bevoegdheid toegangsleeftijden in de horeca te koppelen aan tijdsruimten;

  • 7.

    gemeenteraden krijgen de bevoegdheid prijsacties (Happy Hours, stuntprijzen) te reguleren;

  • 8.

    gemeenten worden verplicht om uiterlijk 1 januari 2014 een verordening op te stellen ter voorkoming van oneerlijke concurrentie door paracommerciële instellingen (artikelen 4, 5, 6, 8, 9 en 24 DHW) waarbij onderscheid mag worden gemaakt naar de aard van de rechtspersoon. In deze verordening moeten de schenktijden, bijeenkomsten van persoonlijke aard en feesten voor derden geregeld worden;

  • 9.

    de administratieve lasten voor horeca- en slijtersbedrijven worden fors verminderd. Zo hoeft een ondernemer een nieuwe leidinggevende nog slechts bij de gemeente te melden en hoeft er in zo’n geval ook geen nieuwe vergunning meer te worden aangevraagd.

     

De regels met betrekking tot de paracommerciële horecabedrijven dienen ter voorkoming van oneerlijke mededinging. In de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2008/09, nr 3, blz. 10) staat dat de regering er van uitgaat dat de gemeenten de belangrijke maatschappelijke functie van de verschillende paracommerciële instellingen in acht zullen nemen en geen onnodige beperkingen zullen opleggen daar waar de mededinging niet in het geding is en er geen sprake is van onverantwoorde verstrekking van alcohol, met name aan jongeren. Bij de opstelling van deze verordening is goed gekeken naar de noodzaak van beperkende regelgeving en of er inderdaad sprake is van oneerlijke mededinging.

 

Overtredingen van de voorschriften uit deze verordening zijn strafbaar als overtredingen op grond van artikel 2, vierde lid, juncto artikel 1, onder 4º, van de Wet op de economische delicten .

 

Vanaf 1 januari 2013 hebben gemeenten de bevoegdheid bij verordening het volgende te reguleren:

  • 1.

    Alcoholverstrekking in paracommerciële inrichtingen, zoals sportkantines (artikel 4 DHW)

    • a.

      vaststellen schenktijden, eventueel rekening houdend met de aard van de paracommerciële rechtspersoon;

    • b.

      verbod/beperken alcoholverstrekking privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden, eventueel rekening houdend met de aard van de paracommerciële rechtspersoon.

  • 2.

    De verstrekking van alcoholhoudende drank in horeca/slijterij (artikel 25a DHW):

     

    • a.

      verstrekkingsverbod of beperkingen aan verstrekking van alcoholhoudende drank (bijvoorbeeld alleen zwak-alcoholhoudende drank):

      • -

        voor alle horeca/slijterij of voor horeca/slijterij van bepaalde aard;

      • -

        in hele gemeente of in bepaald deel van de gemeente;

      • -

        permanent of gedurende bepaalde tijdstippen.

    • b.

      voorschriften door burgemeester aan vergunning horeca/slijterij

    • c.

      burgemeester kan vergunning horeca/slijterij beperken tot zwak-alcoholhoudende drank.

  • 3.

    Toelatingsleeftijden tot horecalokaliteiten/terrassen (maximaal 21 jaar) (artikel 25b DHW)

    • a.

      voor alle horeca of horeca van bepaalde aard;

    • b.

      in hele gemeente of in bepaald deel van de gemeente;

    • c.

      permanent of gedurende bepaalde tijdstippen;

    • d.

      verplichte ID-check bij toelatingscontrole.

  • 4.

    Tijdelijk verstrekkingsverbod of tijdelijke beperkingen aan verstrekking van zwakalcoholhoudende drank in detailhandel zonder vergunning, zoals supermarkten, snackbars, bierkoeriers, etcetera (artikel 25c DHW) in hele gemeente of in bepaald deel van de gemeente.

  • 5.

    Verbod extreme prijsacties in de horeca (bijvoorbeeld happy hours) en in de detailhandel (bijvoorbeeld stuntprijzen) (artikel 25d DHW)

     

    • a.

      eventueel beperkt tot acties van bepaalde aard;

    • b.

      in hele gemeente of in bepaald deel van de gemeente.

       

In het onderstaande overzicht worden de artikelen van deze Drank en Horecaverordening apart besproken en toegelicht.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

In artikel 1 van deze verordening is een aantal begripsbepalingen opgenomen die niet in de DHW aan de orde komen. Alle begripsbepalingen uit de DHW zijn automatisch ook van toepassing op deze verordening en hoeven hier dan ook niet meer opgenomen te worden.

 

Eerste lid

Door de begripsbepaling ‘de wet’ kan op diverse plaatsen in deze modelverordening op eenvoudige wijze verwezen worden naar de DHW.

 

Voorgesteld wordt ook een begripsbepaling voor ‘terras’. We hebben ervoor gekozen dezelfde begripsomschrijving op te nemen als gehanteerd wordt in de APV.

 

De begripsbepaling ‘vergunning’ verwijst naar artikel 3 van de DHW. Het gaat derhalve niet alleen om door het bevoegd gezag verleende vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen, maar ook om vergunningen voor de uitoefening van het slijtersbedrijf.

 

De begripsbepaling ‘bezoeker’ heeft betrekking op eenieder die zich in een inrichting bevindt waarin het horeca- of het slijtersbedrijf wordt uitgeoefend, met uitzondering van de leidinggevenden (exploitant, bedrijfsleider, beheerder) en dienstdoende personen, zoals barpersoneel, keukenhulpen, schoonmakers en portiers. Verder zijn uitgezonderd personen van wie de aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is. Het betreft hier bijvoorbeeld ambulancepersoneel dat te hulp is geroepen of een politieagent of toezichthouder die bezig is met wetshandhaving.

 

Het begrip ‘paracommerciële inrichting’ staat voor alle kantines die door paracommerciële

rechtspersonen in eigen beheer worden geëxploiteerd. Paracommerciële rechtspersonen richten zich per definitie primair op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard. De exploitatie in eigen beheer van de kantine is een nevenactiviteit.

Artikel 2 Voorschriften aan vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen

 

In artikel 2 van deze verordening is opgenomen dat de burgemeester bevoegd is voorschriften te verbinden aan vergunningen om het horecabedrijf uit te oefenen. Bepaald wordt wèl dat de voorschriften die de burgemeester stelt zijn:

  • -

    ter bescherming van de volksgezondheid, en/of

  • -

    in het belang van de openbare orde, en/of

  • -

    ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de DHW (waarin onder meer leeftijdsgrenzen worden gesteld voor de verstrekking van alcoholhoudende dranken).

     

Artikel 25a van de DHW biedt gemeenten de mogelijkheid in een verordening op te nemen dat de burgemeester, volgens bij die verordening te stellen regels, vooraf - dat wil zeggen bij de afgifte van de vergunning - voorschriften aan een vergunning kan verbinden of de vergunning kan beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank. Dit kan worden bepaald voor horecavergunningen en voor slijterijvergunningen (opgenomen in artikel 11 van deze verordening). Deze gemeentelijke bevoegdheid was voorheen opgenomen in artikel 23 van de DHW, zij het dat toen aan B&W dat mandaat gegeven kon worden.

In deze verordening wordt de burgemeester uitsluitend de bevoegdheid gegeven de alcoholverstrekking aan voorschriften te verbinden. Hij krijgt niet de bevoegdheid de verstrekking te beperken tot zwak-alcoholhoudende drank. Dit omdat in deze verordening de gemeenteraad al in artikel 8 categorieën inrichtingen heeft aangewezen waar geen sterke drank mag worden verstrekt. Zoals hiervoor reeds vermeld beperkt de gemeenteraad verder de bevoegdheid van de burgemeester door te bepalen dat hij slechts voorschriften kan verbinden vanwege drie specifiek genoemde redenen (bescherming volksgezondheid, in het belang van de openbare orde en voor de naleving van leeftijdsbepalingen).

 

Voorbeelden van voorschriften die de burgemeester kan verbinden aan de vergunning voor een horecabedrijf zijn:

  • -

    Ter bescherming van de volksgezondheid: een gevarieerde drankenkaart verplicht stellen. Dit houdt in dat er – naast alcoholhoudende dranken – voldoende betaalbare niet alcoholhoudende alternatieven moeten worden aangeboden (fris, water, thee, koffie).

  • -

    In het belang van de openbare orde: eisen stellen ten aanzien van het maximaal aantal bezoekers. Voor de veiligheid kan het aantal bezoekers dat tegelijkertijd in de inrichting aanwezig mag zijn worden gemaximeerd. Het aantal bezoekers maximeren is bovendien ter bescherming van de volksgezondheid. Uit onderzoek blijkt dat hoe meer mensen er in een zaak zijn en hoe minder makkelijk men even kan zitten, des te meer er wordt gedronken (Hughes, 2009).

  • -

    Ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de DHW: verlangen dat polsbandjes-systemen worden toegepast en/of eisen stellen aan het aantal entrees en het aantal portiers.

     

Artikel 3 Verbod happy hours

Artikel 25d van de DHW biedt gemeenten de mogelijkheid prijsacties, zoals happy hours, gedeeltelijk te beperken. Happy hours zijn doorgaans afgebakende tijden (enkele uren, één dag in de week) waarop alcohol tegen een gereduceerd tarief wordt aangeboden. Met dit artikel kan de gemeente bijvoorbeeld ook prijsacties als ‘2 drankjes voor de prijs van 1’ verbieden. Ook kan men er bepaalde arrangementen mee tegengaan, zoals één avond onbeperkt drinken voor € 15, althans als het onbeperkt drinken gedurende één avond normaal gesproken voor meer dan € 25 wordt aangeboden en er in het kader van een actie tijdelijk een prijs van € 15 wordt gevraagd. De zogenaamde ladies nights (avonden waarop vrouwen gratis mogen drinken) worden met dit artikel ook verboden.

 

Het verbod heeft uitsluitend betrekking op prijsacties in horecalokaliteiten en op terrassen en geldt dus niet voor goedkoop schenken op andere plaatsen, bijvoorbeeld met een artikel 35-ontheffing tijdens bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard (evenementen). Het gaat bij dit verbod ook uitdrukkelijk om de korting op de prijs die normaal daar in die horecalokaliteit of op dat terras wordt gevraagd. Dat is in de horeca na te gaan door de actieprijs te vergelijken met de prijs die wordt vermeld op de (op grond van het Besluit prijsaanduiding producten) verplichte prijslijst.

 

Gemeenten kunnen deze bepaling alleen inzetten ter bescherming van de volksgezondheid of in het belang van de openbare orde. Uit onderzoek (Meijer, e.a. 2008) blijkt dat prijs en betaalbaarheid belangrijke factoren zijn voor alcoholconsumptie: hoe lager de prijs hoe hoger de consumptie. Dit artikel biedt een effectief alcoholpreventiemaatregel, het beïnvloeden van de prijs is namelijk het meest effectieve middel om (schadelijk) alcoholgebruik terug te dringen. Het verbod op prijsacties geldt voor alle kopers, dus ook voor volwassenen.

Artikel 4 Toelatingstijden

Ter beperking van het alcoholgebruik en verstoringen van de openbare orde zijn toelatingstijden vastgesteld voor alle horecalokaliteiten en voor alle bezoekers. Deze tijd is vastgesteld op 02:00 uur. Deze beperking wordt door de gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel, Dongeradeel, Ferwerderadeel, Kollumerland c.a. en Tytsjerksteradiel gezamenlijk ingevoerd waardoor er geen sprake kan zijn van een aanzuigende werking van bezoekers van regiogemeenten. Dat zou namelijk een toename van (alcohol)verkeersdelicten en een toename van overlast tot gevolg kunnen hebben.

Het artikel is opgenomen in verband met de onwenselijk dat horecabezoekers na twee uur ’s nachts nog van horecagelegenheid wisselen vanwege de overlast die dit veroorzaakt en vanwege de (verkeers)veiligheid. Er is geen eindtijd opgenomen omdat dat vaak gepaard gaat met extra overlast op straat doordat bezoekers allemaal tegelijk op straat terecht komen, dan krijg je ongewenste groepsvorming op straat.

 

Artikel 5 Schenktijden paracommerciële rechtspersonen

Een paracommerciële rechtspersoon is een rechtspersoon - geen NV of BV zijnde - die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf. Hieronder vallen onder meer: sportkantines, dorps- en buurthuizen, kerkelijke centra, studentenverenigingen, filmtheaters, concertzalen, schouwburgen, musea etcetera.

 

In artikel 4 van de DHW is de verplichting aan gemeenten opgelegd in een verordening regels vast te stellen voor paracommerciële inrichtingen. De regels hebben als doel het voorkomen van oneerlijke mededinging en gelden bij het verstrekken van alcoholhoudende drank. Volgens de memorie van toelichting bij de wijziging van de DHW per 1 januari 2013 mogen de lokale regels rond paracommercialisme naar de aard van de paracommerciële rechtspersoon verschillend zijn. Dit betekent dat bijvoorbeeld sportkantines andere regels kunnen worden opgelegd door een gemeente, dan dorpshuizen.

 

De gemeente kan daarbij recht doen aan de verschillen tussen bijvoorbeeld sportkantines en overige paracommerciële instellingen. De wetgever gaat er vanuit dat gemeenten bij deze afweging de belangrijke maatschappelijke functie van de verschillende paracommerciële instellingen in acht neemt en geen onnodige beperkingen zullen opleggen daar waar de mededinging niet in het geding is en er geen sprake is van onverantwoorde verstrekking van alcohol, met name aan jongeren.

 

Er is voor gekozen om te werken met een combinatie van schenken rond het plaatsvinden van activiteiten en vaste begin- en eindtijden waarbuiten dit schenken niet plaats mag vinden. Dit zorgt ervoor dat het artikel beter handhaafbaar is. Het is namelijk lastig om als toezichthouder vast te stellen wanneer een activiteit gestopt is of zal starten. Bij vaste tijden kan beter toezicht worden gehouden op de naleving van de opgenomen schenktijden.

 

Bij het vaststellen van deze tijden is in het tweede lid van dit artikel onderscheid gemaakt tussen sportkantines en overige paracommerciële rechtspersonen. Dit onderscheid komt voort uit het feit dat deze verschillende paracommerciële rechtspersonen zeer verschillende activiteiten hebben die ook op andere momenten plaatsvinden.

 

Bij sociaal-culturele instellingen zijn de schenktijden gemakkelijk te koppelen aan de activiteiten waarvoor deze rechtspersonen in het leven geroepen zijn. Bij schouwburgen valt daaronder overigens vaak een breed programma aan culturele activiteiten. Het is twijfelachtig of hier veel concurrentie optreedt met de reguliere horeca. Bezoekers zullen na een voorstelling of na het museumbezoek meestal een drankje drinken en dan naar een café of restaurant, dus de reguliere horeca gaan, of naar huis. Bij poppodia ligt dat waarschijnlijk anders, maar ook bij deze categorie is het de vraag of er concurrentie met de reguliere horeca optreedt. Er zijn zelfs aanwijzingen dat de aanwezigheid van podia, waaronder poppodia, de reguliere horeca ten goede komt. Dit zijn uiteraard vragen die in onze gemeente niet of nauwelijks aan de orde komen.

 

De ABRS heeft in een uitspraak van 6 september 1999 bepaald dat een schouwburg in Tilburg niet onder de definitie van paracommercieel horecabedrijf viel, omdat de hoofdactiviteit niet van sociaal-culturele aard was, maar louter van culturele aard (zaaknr. HO1.98.1692). Het ging hier om een culturele stichting die een reguliere horecavergunning had, omdat zij door het college niet als paracommerciële instelling was aangemerkt; volgens de ABRS terecht dus. Het is de enige uitspraak in deze lijn geweest, en het is de vraag of van ieder theater of iedere schouwburg zonder meer gezegd kan worden dat deze geen activiteiten van sociaal-culturele aard maar alleen van culturele aard ontplooit. Veel zal afhangen van de activiteiten van de rechtspersoon in kwestie. Wel is duidelijk dat het moet gaan om een rechtspersoon niet zijnde een BV of NV. Als het theater, de schouwburg etcetera geen paracommerciële rechtspersoon blijkt te zijn, dan zal de instelling een reguliere horecavergunning moeten aanvragen als zij alcohol wil verstrekken. Dan komt wel het aspect aan de orde of een horecabedrijf in het bestemmingsplan ter plaatse past. Verder heeft een paracommercieel horecabedrijf fiscale voordelen die een commercieel horecabedrijf niet heeft.

Artikel 6 Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden

Artikel 6 van deze verordening heeft betrekking op de alcoholverstrekking door paracommerciële rechtspersonen tijdens gelegenheden die niet direct verbonden zijn aan de hoofdactiviteit van de paracommerciële rechtspersoon zelf, zoals bruiloften, feesten, partijen, recepties, jubilea, verjaardagen, bedrijfsfeesten, koffietafels, condoleancebijeenkomsten en dergelijke. Voor zover die bijeenkomsten ook een zakelijk karakter hebben dat direct verband houdt met de activiteiten van de rechtspersoon, zoals het afscheid van de voorzitter van een vereniging, vallen deze niet onder het bereik van deze bepaling.

 

Bij bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn kan worden gedacht aan: activiteiten die niet verenigingsgebonden zijn. Dit doet zich voor als een paracommerciële rechtspersoon zijn kantine of een andere ruimte verhuurt aan derden om bijvoorbeeld een feest te geven (voor niet-leden van de vereniging of niet-betrokkenen bij de stichting). Ook komt het nog al eens voor dat theaters en schouwburgen hun accommodatie verhuren voor congressen. Als daarbij alcohol wordt geschonken kan er oneerlijke mededinging ontstaan met de reguliere horeca.

 

Verder is van belang dat veel schouwburgen een brede programmering aan culturele activiteiten van professionals en amateurs hebben die zij op drie manieren vorm geven: door middel van uitkoopsommen, partage al dan niet met garantiebedragen en verhuringen. Deze activiteiten vallen nagenoeg altijd onder de statutaire doelstelling van de schouwburg. In dat geval is er geen sprake van bijeenkomsten als bedoeld in artikel 4, lid 3 onder b of c van de DHW en zijn ze daarom zonder meer toegestaan.

 

Zoals eerder vermeld is er alleen aanleiding om beperkingen op te leggen aan deze soorten bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen ter voorkoming van oneerlijke mededinging. In deze bepaling hebben we dit vertaald naar het toestaan van bruiloften, feesten en dergelijke bij dorpshuizen wanneer er geen reguliere horeca in de omgeving aanwezig is die een reëel alternatief biedt, dat is het geval in de afgelegen kernen. Deze dorpshuizen vervullen mede door het ontbreken van reguliere horeca, een belangrijke functie bij het vieren van verjaardagen, doopfeesten, bruiloften en dergelijke. Deze dorpshuizen vervullen vaak de rol van verlengde huiskamer.

 

In ABRS 22 juli 2009, LJN: BJ3403 en ABRS 22 juli 2009, LJN: BJ3399 wees de Afdeling er op dat uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 4, eerste lid, van de DHW valt af te leiden dat de omstandigheden waarop in deze bepaling wordt gedoeld, in het bijzonder betrekking hebben op het aantal in de omgeving van de desbetreffende instelling aanwezige reguliere horecaondernemingen en de mate waarin deze aan de bestaande vraag naar horecadiensten kunnen voldoen (Kamerstukken II 1988/89, 21128, nr. 3, blz. 7). Uit die geschiedenis valt geen in aanmerking te nemen afstandscriterium af te leiden, aldus de Afdeling. Deze zaken gingen uiteraard over de DHW zoals deze luidde vóór de wetswijziging m.b.t. de paracommercie, maar de essentie van artikel 4 (beperkingen voor paracommerciële rechtspersonen met het oog op tegengaan van oneerlijke mededinging) is niet veranderd.

 

Overigens wordt bij het voorgaande niet gedoeld op dorpshuizen in grotere plaatsen met een redelijk tot groot aanbod aan reguliere horeca. Deze dorpshuizen vervullen ongetwijfeld ook een belangrijke functie op het gebied van sociale interactie tussen dorpsbewoners, maar als daar alcohol wordt geschonken kan er duidelijk wél concurrentie zijn met de reguliere horeca. Als dat het geval is, is er wel aanleiding om striktere beperkingen op te leggen. Het hangt dus van de plaatselijke omstandigheden af hoe dit wordt ingevuld.

Ontheffingsmogelijkheid burgemeester van artikel 5 en 6 van deze verordening

Het is niet nodig om een ontheffingsmogelijkheid voor artikel 5 en 6 in de verordening op te nemen omdat de burgemeester deze mogelijkheid reeds heeft op grond van artikel 4, vierde lid, van de DHW. In dat artikel is bepaald dat de burgemeester de bevoegdheid heeft om voor ten hoogste 12 aaneengesloten dagen ontheffing te verlenen van de hier door de raad gestelde regels voor schenktijden en voor de verschillende soorten bijeenkomsten. Het gaat om bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard. Uit deze bewoordingen van de wet blijkt dat hier zeer terughoudend mee moet worden omgegaan. Te denken valt aan kampioenschappen en dergelijke grotendeels onvoorziene gebeurtenissen, maar het kan ook gaan om feestelijkheden die wel te voorzien zijn, zoals carnaval en Koninginnedag.

 

Omdat de burgemeester deze bevoegdheid rechtstreeks aan de wet ontleent, kan de raad hier verder geen beperkingen aan stellen. Op deze ontheffing door de burgemeester is de lex silencio positivo (LSP) niet van toepassing. De DHW valt onder de Dienstenwet, en ingevolge artikel 28, eerste lid van die wet is de LSP van toepassing op vergunningen (daar zijn ontheffingen ook onder begrepen) tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.

Artikel 7 Verstrekken van sterke drank

Dit artikel verbiedt het schenken van sterke drank in paracommerciële inrichtingen met uitzondering van paracommerciële instellingen waarbij het faciliteren van sociale interactie direct voortvloeit uit de statutaire doelstellingen (zoals dorpshuizen).

 

In deze verordening is grotendeels gekozen voor een verbod omdat paracommerciële inrichtingen veel door jongeren worden bezocht. Bovendien is het wenselijk een duidelijk onderscheid te maken tussen paracommerciële inrichtingen en commerciële inrichtingen waaraan zwaardere eisen worden gesteld, die geen subsidies ontvangen, geen fiscale voordelen genieten en geen gebruik kunnen maken van barvrijwilligers. Bovendien wordtdaarmee oneerlijke concurrentie zoveel mogelijk tegengegaan.

 

Dorpshuizen zijn uitgezonderd van het verbod in verband met de gebruikelijke activiteiten die daar plaatsvinden. Dan wordt bijvoorbeeld gedacht aan de klaverjasavond met het gebruikelijke jenevertje welke over het algemeen niet door jongeren bezocht worden.

 

Artikel 8 Aanvullende vragen aan paracommerciële rechtspersonen

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft in 1995 de Regeling aanvraaggegevens en formulieren DHW gepubliceerd. Deze regeling is in 2000 aangepast. Bij deze regeling horen (als bijlagen) formulieren waarmee de verschillende DHW-vergunningen moeten worden aangevraagd. De verplicht te gebruiken DHW-formulieren zijn in het kader van de nieuwe wijziging van de DHW per 1 januari 2013 aangepast. Er zijn ook digitale aanvraagformulieren ontwikkeld.

 

Het tweede lid van artikel 26 van de DHW geeft per 1 januari 2013 duidelijker dan voorheen aan dat gemeenten voor het stellen van extra vragen, nodig voor de uitvoering van artikel 4 van de DHW, bij verordening zelf een formulier kunnen vaststellen. Door te verlangen dat dit bij verordening geschiedt, heeft de wetgever aan willen geven dat de gemeenteraad een uitspraak moet doen over de aard en omvang van de aanvullende vragen die aan paracommerciële rechtspersonen gesteld kunnen worden. Omdat in de voorgaande artikelen een onderscheid is gemaakt naar de aard van de paracommerciële rechtspersoon, is in deze verordening opgenomen dat paracommerciële rechtspersonen een door de gemeenteraad vastgesteld formulier met aanvullende vragen dienen in te vullen en een afschrift van hun statuten en hun bestuursreglement moeten verstrekken.

Artikel 9 Prijsacties detailhandel

Deze bepaling is gebaseerd op artikel 25a van de DHW. In artikel 3 van deze verordening is een verbod opgenomen op bepaalde prijsacties in de horeca, zoals happy hours. In artikel 9 van deze verordening worden extreme prijsacties die van korte duur zijn in de detailhandel verboden. Het gaat volgens de wet om prijsacties die één week of korter duren èn een prijskorting geven van meer dan 30% op de reguliere verkoopprijs in die winkel. Ook vallen hieronder bepaalde koppelverkoopacties, zoals ‘Bij € 25 boodschappen krat X-bier voor maar € 6,95’, tenminste als er normaal gesproken géén korting wordt gegeven op dergelijke kratten bier bij € 25 boodschappen én een krat X-bier pleegt te worden verkocht voor minimaal € 9,95. De grondslag voor deze bepaling is artikel 25d van de DHW. Net als bij het verbod op bepaalde prijsacties in de horeca kunnen gemeenten een verbod op extreme prijsacties in de detailhandel alleen inzetten ter bescherming van de volksgezondheid of in het belang van de openbare orde (en dus niet om bijvoorbeeld beginnende ondernemers te ondersteunen).

 

Er zijn signalen dat er voor het uitgaan buiten de horecagelegenheden wordt ingedronken. Dit gebeurt met goedkope drank uit de detailhandel. Juist deze indrinkers lijken veel overlast te veroorzaken. Dit signaal wordt bevestigd door de horeca.

 

Er is veel onderzoek dat aantoont dat het verlagen van prijzen van alcoholhoudende dranken (bijvoorbeeld door prijsacties) alcoholgebruik en alcoholgerelateerde schade in de hand werkt (Babor 2010, RAND 2009, Meier 2008). Een meerderheid van de jongeren geeft aan als gevolg van prijsacties méér te gaan drinken (Universiteit Twente 2007). Doel van deze bepaling is de volksgezondheid te beschermen en de openbare orde te bewaken door (overmatig) alcoholgebruik te verminderen. Het artikel is gericht op een verbod van extreme prijsacties die leiden tot het ‘dumpen’ van alcohol, bijvoorbeeld op piekmomenten (in examenfeesttijd en rond Oud en Nieuw) en vaak onder de kostprijs. In de toelichting bij de wet wordt er van uitgegaan dat van dumpen in de detailhandel sprake is bij kortingen van meer dan 30%.

 

Gemiddeld werd in 2008/2009 25% korting gegeven. Maar naar schatting is een kwart van de prijsacties op bier hoger dan 30% van de normale verkoopprijs (STAP 2011). Het is belangrijk om in het lokale beleid juist ook in de detailhandel aandacht te besteden aan

extreme prijsacties. Naar schatting 80% van alle in Nederland geconsumeerde liters alcohol wordt verkocht via de detailhandel, waarvan 90% via supermarkten. De prijs van alcohol is in de detailhandel ook (met afstand) het laagst. Verder vindt ongeveer driekwart van de prijsacties op bier plaats in supermarkten. En tot slot adverteren supermarkten vooral voor goedkoop bier tijdens feestdagen en andere piekmomenten in het jaar, waarop mensen vaak al geneigd zijn om meer te drinken (STAP 2011). Dit stimuleert overmatig alcoholgebruik en ook nog op momenten dat dit mogelijk extra risico’s met zich meebrengt voor de openbare orde en veiligheid. Een lokaal alcoholbeleid dat aan bovenstaande voorbij gaat, spant in wezen het paard achter de wagen.

 

Bij de handhaving van een verbod op stuntprijzen in de detailhandel kan de toezichthouder gebruik maken van diverse internetsites, zoals www.goedkoopbier.nl en www.supermarktcheck.nl, waarop alle aanbiedingen van supermarkten met van/voor-prijzen te vinden zijn.

 

Ten overvloede merken we hier op dat het college ook bezig is met het landelijk aanpakken van de prijsacties binnen de detailhandel gelet op de prijsacties die door landelijke ketens aan hun filialen worden opgelegd.

Artikel 10 Beperkingen voor andere detailhandel

Deze bepaling is gebaseerd op artikel 25c van de DHW. Daarbij is uitdrukkelijk bepaald dat het verbod om zwak-alcoholhoudende drank te verkopen alleen betrekking kan hebben op een beperkte tijdsruimte. Hier is gekozen voor een tijdsruimte die overeenkomt met de Winkeltijdenwet, namelijk van 22:00 tot 08:00 uur.

 

Het gaat om de beperking van het verkopen van zwak-alcoholhoudende drank in bedrijven en winkels zoals warenhuizen, snackbars, supermarkten of andere levensmiddelenwinkels (artikel 18, tweede lid DHW). Ook het verkopen van zwak-alcoholische drank in of vanuit bestelruimten (internetbestellingen) valt hier onder (artikel 19, tweede lid onder a DHW). Deze bepaling kan gebruikt worden om te voorkomen dat er tijdens bepaalde feestelijkheden en evenementen in de detailhandel blikjes bier, flessen wijn, breezers en andere zwak-alcoholhoudende drank wordt verkocht die vervolgens op straat wordt opgedronken. Het verkopen van sterke drank is uiteraard in ieder geval verboden in snackbars en in andere soorten winkels dan slijterijen.

 

Het is mogelijk om het verbod te beperken tot bepaalde gebieden, dan moet dat in de verordening zelf gebeuren. Dit kan niet aan de burgemeester gedelegeerd worden. Dat blijkt uit de woorden “bij verordening” in artikel 25c van de DHW.

Artikel 11 Voorschriften slijterijen

Deze bepaling is gebaseerd op artikel 25a van de DHW. In de bepaling is opgenomen dat de burgemeester bevoegd wordt bij het verlenen van vergunningen voor de uitoefening van het slijtersbedrijf voorschriften aan de vergunning te verbinden. Bepaald wordt wel dat de voorschriften die de burgemeester stelt zijn:

  • ·

    ter bescherming van de volksgezondheid en/of

  • ·

    in het belang van de openbare orde en/of

  • ·

    ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de DHW (waarin onder meer leeftijdsgrenzen worden gesteld voor de verstrekking van alcoholhoudende dranken).

 

Voorbeelden van voorschriften die de burgemeester kan verbinden aan de vergunning voor een slijtersbedrijf zijn:

    • -

      Ter bescherming van de volksgezondheid: eisen stellen ten aanzien van reclame buiten de inrichting. Bijvoorbeeld het verbieden van losse reclameborden en andere staande reclameuitingen buiten de inrichting als die slijterij ligt binnen een straal van 200 meter van een school met veel leerlingen onder de 18 jaar.

    • -

      In het belang van de openbare orde: eisen stellen ten aanzien van het maximaal aantal klanten. Voor de veiligheid kan het aantal klanten dat tegelijkertijd in de inrichting aanwezig mag zijn worden gemaximeerd.

    • -

      Ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de DHW:

      • -

        eisen dat er toegangscontrole is op bepaalde tijdstippen. Bijvoorbeeld zaterdag aan het einde van de middag moet bij de deur op leeftijd worden gecontroleerd.

      • -

        eisen dat effectieve leeftijdscontrole wordt toegepast. Bijvoorbeeld verlangen dat controlesystemen worden ingezet die bewezen vrijwel sluitend zijn.

         

Artikel 12 Overgangsrecht

Eerste lid

In het eerste lid van artikel 12 is opgenomen dat alle oude voorschriften en beperkingen o.g.v. gemeentelijke verordeningen komen te vervallen op het moment van inwerkingtreding van de nieuwe plaatselijke verordening rond paracommercie. Deze bepaling voor paracommerciële rechtspersonen is in lijn met het overgangsrecht zoals dat is opgenomen in art III van de wet die de Drank- en Horecawet wijzigt. Daarin is bepaald dat op het moment van inwerkingtreding van de plaatselijke verordening rond paracommercie de oude voorschriften en beperkingen m.b.t. oneerlijke mededinging komen te vervallen. Voor paracommerciële rechtspersonen gelden dan de voor die categorie inrichtingen nieuwe gemeentelijke bepalingen. Zo nodig zendt de burgemeester een paracommerciële rechtspersoon een gewijzigde vergunning met daarin de aangepaste voorschriften en beperkingen.

 

Tweede en derde lid

In het tweede en derde lid is overgangsrecht opgenomen voor alle andere verstrekkers. De kern is dat voorschriften en beperkingen die aan horecabedrijven en slijterijen zijn gesteld op grond van de ingetrokken gemeentelijke Drank- en Horecaverordening van kracht blijven en dat alle ontheffingen op grond van deze oude verordening één jaar na inwerkingtreding van de nieuwe gemeentelijke verordening komen te vervallen. Vanzelfsprekend kan op verzoek van betrokkene de ontheffing ook eerder komen te vervallen.

 

Vierde lid

Aanvragen die ten tijde van de inwerkingtreding van de nieuwe verordening nog niet zijn

afgehandeld worden afgehandeld op basis van de nieuwe verordening.

 

Vijfde lid

Op bezwaarschriften wordt ook beslist met toepassing van de nieuwe verordening.

 

Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel

Dit artikel heeft geen toelichting nodig.