Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
De Wolden

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2020

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieDe Wolden
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2020
CiteertitelVerordening afvalstoffenheffing 2020
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpFinanciën en economie - verordeningen

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Artikel 216 Gemeentewet
  2. Artikel 219 Gemeentewet
  3. Artikel 229, lid 1, aanhef en sub a en b Gemeentewet
  4. Artikel 15.33 Wet milieubeheer

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2020Nieuwe regeling

19-12-2019

gmb-2019-320285

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2020

De raad van de gemeente DE WOLDEN;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 november 2019;

 

gelet op de artikelen 216, 219 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

 

Besluit:

 

vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2020

(Verordening afvalstoffenheffing 2020)

Artikel 1 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 2 Belastingplicht

  • 1.

    De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

  • 2.

    Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Artikel 3 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 4 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 5 Wijze van heffing en termijnen van betaling

  • 1.

    De belasting wordt als volgt geheven:

    a. De belasting bedoeld in hoofdstuk I van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag;

    b. De belasting bedoeld in hoofdstuk II van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

  • 2.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de laatste termijn twee maanden en later.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in het tweede lid geldt dat, ingeval een machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslag gemeentelijke heffingen, of wanneer het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minimaal € 125 doch niet meer dan € 1.800 bedraagt, de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste 3 en ten hoogste 10 bedraagt. De eerste termijn vervalt op of omstreeks de vijfentwintigste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 4.

    De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als bedoeld in het tweede lid.

  • 5.

    Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn lid 1, 2 en 3 van overeenkomstige toepassing, voorzover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.

  • 6.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

  • 7.

    in afwijking van voorgaande leden wordt de belasting opgenomen in Hoofdstuk II van de tarieventabel geheven door middel van een gedagtekende bon, nota of ander schriftuur, waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld, welke direct moet worden voldaan.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk I van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk I van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, op het moment van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.

  • 5.

    In afwijking van het bepaald in voorgaande leden is de belasting, bedoeld in hoofdstuk II van de tarieventabel, verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

Artikel 7 Kwijtschelding

Bij de invordering van de afvalstoffenheffing wordt geen kwijtschelding verleend van de tarieven opgenomen in Hoofdstuk I onder 1.3 en Hoofdstuk II van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 8 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen.

Artikel 9 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De 'Verordening afvalstoffenheffing 2019' van 20 december 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening afvalstoffenheffing 2020'.

Zuidwolde, 19 december 2019

De raad voornoemd,

griffier, voorzitter,

drs. I.J. Gehrke, R.T. de Groot

Tarieventabel  

behorende bij de "Verordening Afvalstoffenheffing 2020".

 

Begripsomschrijving:

Voor de toepassing van deze tarieventabel wordt verstaan onder:

 

Door de gemeente op aanvraag verwijderd grof huishoudelijk afval:

Het op aanvraag door de gemeente ophalen van meubelen en huisraad met uitzondering van huishoudelijke apparaten.

 

Door de gemeente op aanvraag verwijderd grof tuinafval:

Het op aanvraag door de gemeente ophalen van takken, blad, boomwortels en boomstammen gezaagd in handzame blokken.

 

het achterlaten van huishou­delijke afvalstoffen op een daarvoor door de gemeen­te ter beschikking gestelde plaats:

Het achterlaten op de milieustraat van schoon puin, afvalhout, gipsafval, landbouwfolie, dakleer, harde kunststoffen en restafval.

 

Bijzondere gezinssituatie:

Van een bijzondere gezinssituatie is sprake wanneer op een perceel:

 

  • -

    een bewoner afhankelijk is van wegwerpluiers;

  • -

    5 of meer bewoners staan ingeschreven.  

 

Hoofdstuk I

Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffen­heffing.

Voor elk perceel stelt de gemeente een basisset containers ter beschik­king (één grijze en één groene minicontainer of een verza­melcontainer).

 

1.1

De belasting bedraagt per perceel

per belastingjaar

met dien verstande, dat

€233,16

1.1.1

voor een perceel dat door 1 persoon wordt

bewoond en waarvoor alleen een basisset

beschikbaar is gesteld de belas­ting op

aanvraag van de gebrui­ker wordt vastgesteld

op

€183,78

1.2

voor een perceel, welke niet permanent mag

worden bewoond en wordt gebruikt voor

recrea­tieve doelein­den en waar­voor alleen

een ba­sisset be­schikbaar is gesteld de

belasting op aanvraag wordt vastgesteld op

€183,78

1.3

Met in achtneming van het gestelde in 1.1

en 1.2 bedraagt de belasting voor elke

extra gft-afvalcontai­ner die naast de in de aanhef van dit

hoofd­stuk ge­noemde basisset beschikbaar wordt

ge­steld, per perceel per belastingjaar

€44,40

1.4

Met in achtneming van het gestelde in 1.1

en 1.2 bedraagt de belasting voor elke

extra rest-afvalcontai­ner die naast de in de aanhef van dit

hoofd­stuk ge­noemde basisset beschikbaar wordt

ge­steld vanwege een bijzondere gezinssituatie,

per perceel per belastingjaar

€0,00

 

HoofdstukII

Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing

 

2.1

Onverminderd het bepaalde in Hoofdstuk I

bedraagt de belasting voor het door de

gemeen­te op aanvraag ver­wijderen van grof

huishou­delijk afval, per 2 m3 of

ge­deelte daarvan

€50,00

2.2

Onverminderd het bepaalde in Hoofdstuk I

bedraagt de belasting voor het door de

gemeen­te op aanvraag ver­wijderen van grof

tuinafval, per 2 m3 of

ge­deelte daarvan

€25,00

2.3

Onverminderd het bepaalde in Hoofdstuk I

bedraagt de belasting voor het achterlaten

van huishou­delijke afvalstoffen op een daarvoor

door de gemeen­te ter beschikking gestelde plaats:

per 2 m3 of gedeelte daarvan

€10,00

2.4

per m3 boven de 2m3

€10,00

2.5

Onverminderd het bepaalde in Hoofdstuk I

bedraagt de belasting voor de vervanging

van een afvalpas

€10,00

2.6

Onverminderd het bepaalde in Hoofdstuk I bedraagt

de belasting voor het vervangen van een beschadigde of

zoekgeraakte container

€25,00

2.7

Indien de onder 2.6 genoemde vervanging het gevolg is van

van beschadiging door derden, niet zijnde de inzameldienst of

diefstal van het oude exemplaar wordt het onder 2.6

genoemde tarief niet in rekening gebracht, mits een bewijs

van aangifte bij de politie wordt overlegd.

 

Behoort bij raadsbesluit van 19 december 2019

 

Zuidwolde, 19 december 2019

De raad voornoemd,

 

griffier,

I.J. Gehrke