Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Delfzijl

Verordening gezamenlijke commissie bezwaarschriften sociaal domein

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieDelfzijl
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening gezamenlijke commissie bezwaarschriften sociaal domein
CiteertitelVerordening gezamenlijke commissie bezwaarschriften sociaal domein
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

02-06-2017Nieuwe regeling

29-09-2016

Gemeenteblad, 2017, 92274

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening gezamenlijke commissie bezwaarschriften sociaal domein

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Delfzijl;

ieder voor zover het diens bevoegdheden betreft;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 21 juni 2016;

gelet op artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

b e s l u i t en

vast te stellen de volgende verordening:

"Verordening gezamenlijke commissie bezwaarschriften sociaal domein"

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;

  • b.

    commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften over de Wmo en de Jeugdwet zoals bedoeld in artikel 7:13 Awb;

  • c.

    BABW: Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer.

Artikel 2 Inleidende bepaling gezamenlijke commissie

  • 1.

    Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester.

  • 2.

    De commissie is alleen bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet en daarop gebaseerde en mee samenhangende regelingen. Tevens is de commissie bevoegd inzake bezwaren ingediend tegen besluiten op grond van het hoofdstuk van de BABW over de gehandicaptenparkeerkaart.

  • 3.

    De commissie functioneert voor de gemeenten Delfzijl, Appingedam en Loppersum.

  • 4.

    De commissie kan tevens functioneren als klachtencommissie als bedoeld in artikel 4.2.1 Jeugdwet".

Artikel 3 Samenstelling van de commissie

  • 1.

    De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden.

  • 2.

    De voorzitters en de leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen.

  • 3.

    Het college kan een aantal plaatsvervangende leden benoemen.

  • 4.

    De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.

Artikel 4 Secretaris

  • 1.

    De secretaris van de commissie is een door het college aangewezen ambtenaar/functionaris.

  • 2.

    Het college kan een of meer plaatsvervangers aanwijzen van de secretaris.

Artikel 5 Zittingsduur

  • 1.

    De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar.

  • 2.

    De voorzitter en de leden van de commissie zijn herbenoembaar.

  • 3.

    De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen.

  • 4.

    De aftredende of ontslag nemende voorzitter of leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift

  • 1.

    Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.

  • 2.

    Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen zeven werkdagen, in handen van de commissie gesteld.

Artikel 7 Uitoefening bevoegdheden

  • 1.

    De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie:

    • a.

      artikel 2:1, tweede lid;

    • b.

      artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie;

    • c.

      artikel 7:4, tweede lid;

    • d.

      artikel 7:6, vierde lid.

  • 2.

    De bevoegdheid om een termijn te stellen aan de indiener op grond van artikel 6:6 Awb kan worden uitgeoefend door de voorzitter van de commissie.

Artikel 8 Vooronderzoek

  • 1.

    De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.

  • 2.

    De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist.

Artikel 9 Hoorzitting

  • 1.

    De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.

  • 2.

    De voorzitter kan besluiten over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb.

Artikel 10 Uitnodiging zitting

  • 1.

    De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.

  • 2.

    Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.

  • 3.

    De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan medegedeeld.

  • 4.

    De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid.

Artikel 11 Uitnodiging zitting minderjarige belanghebbenden

  • 1.

    Bij een besluit in het kader van de Jeugdwet beslist de voorzitter tot het al dan niet uitnodigen van minderjarige belanghebbende(n). Bij de beslissing tot het al dan niet uitnodigen van een minderjarige worden de volgende omstandigheden in ieder geval meegewogen:

  • a.

    de leeftijd van de minderjarige. Bij een leeftijd van twaalf jaren en ouder wordt verwacht dat de minderjarige goed in staat is zijn mening te vormen en goed in staat is zich vrijelijk te uiten. Onder deze leeftijdsgrens wordt uitgegaan van een verminderde plicht tot horen, afhankelijk van de omstandigheden van het geval;

  • b.

    de verstandelijke capaciteiten van de minderjarige. Een afweging dient te worden gemaakt of de minderjarige voldoende in staat is zijn mening te verwoorden, zich vrijelijk kan uiten en de consequenties van het horen door de commissie begrijpt.

  • 2.

    Indien een minderjarige wordt uitgenodigd voor de zitting van de commissie, zendt de voorzitter een op de minderjarige aangepaste uitnodiging.

  • 3.

    De voorzitter kan beslissen tot het afzonderlijk horen van de minderjarige, voorafgaand aan het horen van de overige belanghebbenden.

  • 4.

    Voor het overige geldt bij het uitnodigen van minderjarige belanghebbenden voor de zitting het bepaalde van artikel 11 van deze verordening.

Artikel 12 Quorum

Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het aantal leden, onder wie in elk geval de voorzitter of zijn plaatsvervanger, aanwezig is.

Artikel 13 Niet-deelneming aan de behandeling

De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig vervangen.

Artikel 14 Openbaarheid zitting

De zitting van de commissie vindt in beginsel plaats achter gesloten deuren.

Artikel 15 Schriftelijke verslaglegging

  • 1.Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 Awb vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid.

  • 2.

    Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.

  • 3.

    Indien de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.

  • 4.

    Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht.

  • 5.

    Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.

Artikel 16 Nader onderzoek

  • 1.

    Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden.

  • 2.

    De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.

  • 3.

    De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo'n verzoek.

  • 4.

    Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 17 Raadkamer en advies

  • 1.

    De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.

  • 2.

    De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.

  • 3.

    Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

  • 4.

    Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt.

  • 5.

    Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

  • 6.

    Het advies wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.

Artikel 18 Uitbrengen advies en verdaging

  • 1.

    Het advies wordt, onder medezending van het verslag, bedoeld in artikel 16 van deze verordening en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.

  • 2.

    Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van 12 weken, genoemd in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing verzoekt hij het verwerend orgaan tijdig de beslissing te verdagen.

  • 3.

    Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift.

Artikel 19 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt de dag na bekendmaking in werking.

Artikel 20 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening gezamenlijke commissie bezwaarschriften sociaal domein.

Vastgesteld in de openbare vergadering

van de raad van de gemeente Delfzijl d.d. 29 september 2016

Beukema, voorzitter.

Rijkens, griffier.