Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Deurne

Draagkrachtregels bijzondere bijstand 2012

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieDeurne
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingDraagkrachtregels bijzondere bijstand 2012
CiteertitelDraagkrachtregels bijzondere bijstand 2012
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Draagkrachtregels vastgesteld op 13 december 2005.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet werk en bijstand, art.31
  2. Wet werk en bijstand, art. 32
  3. Wet werk en bijstand, art. 33
  4. Wet werk en bijstand, art. 34

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2012nieuwe regeling

13-01-2012

Weekblad voor Deurne, 29-11-2011

Onbekend.

Tekst van de regeling

Intitulé

Draagkrachtregels bijzondere bijstand 2012

Burgemeester en wethouders van de gemeente Deurne,

overwegende dat het gewenst is nadere regels vast te stellen met betrekking tot de verlening van individuele bijzondere bijstand op grond van artikel 35 lid 1 Wet werk en bijstand (WWB);

gelet op het bepaalde in artikel 31, 32, 33 en 34 van de WWB;

besluiten

vast te stellen: de draagkrachtregels bijzondere bijstand 2012.

Draagkrachtregels bijzondere bijstand 2012

Hoofdstuk 1 De begrippen  

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze beleidsregel onderscheidt de volgende begrippen:

  • a.

    alleenstaande: de ongehuwde zoals bedoeld in artikel 4 sub a WWB;

  • b.

    alleenstaande ouder: de ongehuwde zoals bedoeld in artikel 4 sub b WWB;

  • c.

    ANW: Algemene Weduwen en Wezenwet;

  • d.

    AOW: Algemene ouderdomswet;

  • e.

    Awb: de Algemene wet bestuursrecht;

  • f.

    belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit betrokken is;

  • g.

    de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm: de op de gezinssituatie van toepassing zijnde bijstandsnorm zoals bedoeld in artikel 21, 23 en 24 van de WWB inclusief de van toepassing zijnde verhoging of verlaging zoals bedoeld in artikel 25, 26, 27, 28 en 29 van de WWB.

  • h.

    bijzondere bijstand: de bijstand, bedoeld in artikel 35, eerste lid WWB;

  • i.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deurne;

  • j.

    draagkracht: het gedeelte van het inkomen of vermogen dat aangewend dient te worden voor financiering van de bijzondere kosten;

  • k.

    draagkrachtperiode: de periode waarover de draagkracht van een belanghebbende wordt vastgesteld;

  • l.

    gehuwde: de echtgenoot of partner als bedoeld in artikel 3 WWB;

  • m.

    gezin: het gezin als bedoeld in artikel 4 sub c WWB;

  • n.

    inrichting: de instelling als bedoeld in artikel 1 sub f WWB;

  • o.

    inkomen: het inkomen zoals bedoeld in de artikelen 31, 32 en 33 WWB;

  • p.

    inkomen op minimumniveau: het inkomen dat lager of gelijk is aan 110 % van de voor belanghebbenden geldende bijstandsnorm;

  • q.

    IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;

  • r.

    IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen;

  • s.

    kind: het kind als bedoeld in artikel 4 sub d WWB;

  • t.

    SVB: Sociaal verzekeringsbank;

  • u.

    vermogen: het vermogen zoals bedoeld in artikel 34 WWB;

  • v.

    WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

  • w.

    WAZ: Wet arbeidsongeschikte zelfstandigen (vervallen per 01-08-2004);

  • x.

    Wet Wajong: Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten;

  • y.

    WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;

  • z.

    WWB: de Wet werk en bijstand.

    • 2.

      Voor zover niet anders is bepaald, worden begrippen in deze beleidsregel gebruikt in dezelfde betekenis als in de WWB.

Hoofdstuk 2 draagkrachtregels individuele bijzondere bijstand

Artikel 2 De draagkracht

Individuele bijzondere bijstand wordt verleend met inachtneming van de draagkracht van de belanghebbende en zijn gezin.

Artikel 3 Vaststelling van de draagkracht

  • 1.

    De draagkracht wordt vastgesteld met inachtneming van de middelen zoals bedoeld in paragraaf 3.4 van de WWB.

  • 2.

    In afwijking van lid 1 wordt de pensioenvrijlating, opgenomen in artikel 33 lid 5 WWB, bij de draagkrachtberekening voor de bijzondere bijstand, niet toegepast.

  • 3.

    Het vermogen boven het vrij te laten vermogen zoals bedoeld in artikel 34 WWB wordt voor de vaststelling van de draagkracht geheel in aanmerking genomen.

  • 4.

    De langdurigheidstoeslag als bedoeld in artikel 36 WWB wordt voor de vaststelling van de draagkracht niet in aanmerking genomen.

Artikel 4 Draagkrachtpercentages

  • 1.

    Voor de vaststelling van de draagkracht wordt van de in aanmerking te nemen middelen zoals genoemd in artikel 3 het gedeelte van het inkomen dat meer bedraagt dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm in aanmerking genomen en als draagkracht vastgesteld.

  • 2.

    De draagkracht in het inkomen bedraagt in afwijking van het eerste lid, 100% van de middelen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm, bij verstrekkingen van de volgende vormen van individuele bijzondere bijstand:

    • a.

      vaste lasten tijdens tijdelijk verblijf in een inrichting of ziekenhuis;

    • b.

      woonkostentoeslag als bijzondere bijstand;

    • c.

      bijzondere bijstand aan 18 t/m 20 jarigen die niet in een inrichting verblijven.

Artikel 5 Draagkrachtperiode

  • 1.

    De draagkracht in het inkomen wordt vastgesteld voor een periode van 12 maanden, vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag voor bijzondere bijstand wordt ingediend of waarop de bijstandsverlening betrekking heeft.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid wordt de draagkrachtperiode voor cliënten die een (aanvullende) WWB-uitkering ontvangen van de gemeente Deurne of een IOW-uitkering van de SVB, vastgesteld tot wijzigingen van de uitkering deze uitkering beïnvloeden of beëindiging van de uitkering plaatsvindt;

  • 3.

    Voor cliënten met een uitkering op grond van de IOAW, IOAZ, Bbz, Wajong, WIA, WAZ of WAO, ANW of AOW, die niet over draagkracht beschikken, wordt de draagkrachtperiode vastgesteld voor de duur van drie jaar, vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag voor bijzondere bijstand wordt ingediend of waarop de bijstandsverlening betrekking heeft.

  • 4.

    Voor de vaststelling van de draagkracht als bedoeld in het eerste lid wordt de berekende draagkracht die is vastgesteld per maand toegerekend naar een periode van 12 maanden.

  • 5.

    De vastgestelde draagkracht als bedoeld in het derde lid wordt in eerst in mindering gebracht op de verstrekking alvorens tot uitbetaling wordt overgegaan.

Artikel 6 Vaststellen maandinkomen

  • 1.

    Het inkomen, dat voor de vaststelling van de draagkracht in aanmerking wordt genomen, wordt over de in artikel 5 eerste, tweede en derde lid aangegeven periode, op maandbasis vastgesteld.

  • 2.

    Bij de vaststelling van het maandinkomen wordt, bij regelmatig ontvangen inkomsten, uitgegaan van de hoogte van deze inkomsten over de laatste gebruikelijke betalingsperiode, voorafgaande aan het tijdstip waarop de in artikel 5 aangegeven periode van een jaar aanvangt.

  • 3.

    Bij wisselende inkomsten wordt voor het vaststellen van het maandinkomen de som van deze inkomsten over de 3 maanden berekend voorafgaande aan het tijdstip waarop de in artikel 5 aangegeven periode aanvangt, gedeeld door drie.

  • 4.

    Bij de toepassing van het tweede en derde lid, kan al rekening worden gehouden met een wijziging van omstandigheden die binnen de in artikel 5 eerste lid van deze draagkrachtregels aangegeven periode van 12 maanden zal optreden.

Artikel 7 De wijze en het tijdstip van aanvragen

  • 1.

    Het college stelt het recht op bijzondere bijstand op schriftelijke aanvraag vast.

  • 2.

    De individuele bijzondere bijstand wordt door de gehuwden gezamenlijk schriftelijk aangevraagd, dan wel door één van hen met schriftelijke toestemming van de ander.

  • 3.

    Het college kan het recht op individuele bijzondere bijstand in bijzondere omstandigheden ambtshalve vaststellen.

  • 4.

    Een aanvraag om individuele bijzondere bijstand moet schriftelijk worden ingediend op het moment dat de kosten zich voordoen doch uiterlijk binnen drie maanden.

  • 5.

    Bij een aanvraag om individuele bijzondere bijstand ingediend nadat de kosten zijn gemaakt dient de klant de noodzaak van het maken van deze kosten zelf aan te tonen.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 12 Onvoorziene omstandigheden en kennelijke hardheid

Het college handelt in overeenstemming met de bovenstaande draagkrachtregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze draagkrachtregels te dienen uitgangspunten en doelen, conform artikel 4:84 van de Awb.

Artikel 13 Overgangsbepalingen

  • 1.

    Voor cliënten met een lopend draagkrachtjaar gaan deze draagkrachtregels gelden bij de eerstvolgende vaststelling van hun draagkracht met bijbehorende periode.

  • 2.

    Cliënten kunnen, in afwijking van wat in deze draagkrachtregels is vastgelegd, tot 1 april 2012 nog aanvragen om bijzondere bijstand indienen voor kosten die zij de afgelopen 12 maanden hebben gemaakt.

Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De draagkrachtregels vastgesteld op 13 december 2005 worden ingetrokken tegelijkertijd met de inwerkingtreding van deze draagkrachtregels.

  • 2.

    Deze draagkrachtregels worden aangehaald als “draagkrachtregels bijzondere bijstand 2012”;

  • 3.

    Deze draagkrachtregels treden in werking per 1 januari 2012.