Regeling vervallen per 24-02-2015

Verordening op de raadscommissies gemeente Eersel 2011

Geldend van 15-10-2011 t/m 23-02-2015

Intitulé

Verordening op de raadscommissies gemeente Eersel 2011

De raad van de gemeente Eersel;

gelezen het advies van de werkgroep bestuurlijke ontwikkeling;

gelet op artikel 82 van de Gemeentewet ;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de raadscommissies gemeente Eersel 2011;

Hoofdstuk 1 BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. lid: lid of burgerlid van een raadscommissie;

b. voorzitter: voorzitter van een raadscommissie;

c. commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens vervanger;

d. griffier: griffier van de raad of diens vervanger;

e. vergadering: vergadering van een raadscommissie;

f. BOB model: een vergaderstructuur waarbij de beraadslagingen bestaan uit de onderdelen beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming.

Hoofdstuk 2 INSTELLING, TAKEN EN SAMENSTELLING

Artikel 2 Instelling raadscommissies

  • 1.

    De raad stelt een raadscommissie in.

Artikel 3 Taken

De raadscommissie heeft de volgende taken:

a. het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp;

b. het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;

c. het voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur.

Artikel 4 Samenstelling

  • 1.

    De raadscommissie bestaat uit maximaal 2 leden per fractie.

  • 2.

    Als lid kunnen optreden:a. raadsleden;b. burgerleden.Burgerleden zijn maximaal 5 door elke fractie voorgedragen en door de raad benoemde en beëdigde, leden, geen raadslid zijnde. De artikelen 13, 14 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.Burgerleden voldoen aan de vereisten voor het lidmaatschap van de raad en moeten inwoner van de gemeente zijn. Burgerleden kunnen tussentijds van partij wisselen maar kunnen slechts voor één partij gedurende de raadsperiode als commissielid optreden.

  • 3.

    Tijdens de commissievergadering kunnen de leden van de fractie per agendapunt wisselen.

Artikel 5 Voorzitter

  • 1.

    De voorzitters worden door de raad uit zijn midden benoemd op voordracht van de fractie waartoe zij behoren;

  • 2.

    De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.

  • 3.

    De voorzitter is belast meta. het leiden van de vergadering;b. het handhaven van de orde;c. het doen naleven van deze verordening;d. hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.

Artikel 6 Zittingsduur en vacatures

  • 1.

    De zittingsperiode van leden en de voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.

  • 2.

    Een lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien hij niet meer voldoet aan de in artikel 4, tweede lid, gestelde eisen.

  • 3.

    De raad ontslaat een burgerlid op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd.

  • 4.

    De raad kan de voorzitter ontslaan.

  • 5.

    Een burgerlid en de voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad.

  • 6.

    Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.

Artikel 7 Griffier en commissiegriffier

  • 1.

    De raadsgriffier is tevens commissiegriffier.

  • 2.

    De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig.

  • 3.

    Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een daartoe door de raad benoemde vervanger.

Hoofdstuk 3 AANWEZIGHEID COLLEGE, BURGEMEESTER EN SECRETARIS

Artikel 8 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris

De wethouders en de burgemeester kunnen in de commissievergadering aanwezig zijn en aan de beraadslagingen deel nemen

Hoofdstuk 4 VERGADERINGEN

Paragraaf 1 TIJDSTIP VAN VERGADEREN EN VOORBEREIDING

Artikel 9 Vergaderfrequentie

  • 1.

    In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissie plaats op de eerste donderdag van de maand. Indien de agenda niet op deze dag kan worden afgewerkt, wordt de vergadering in de regel voortgezet op de dinsdagavond daaropvolgend.

  • 2.

    De vergaderingen van de raadscommissies vangen in de regel aan om 20.00 uur en vinden plaats in de raadzaal in het gemeentehuis.

  • 3.

    De raadscommissie vergadert voorts indien de agendacommissie het nodig oordeelt of indien ten minste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken.

  • 4.

    De agendacommissie kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Zij voert hierover overleg met de griffier.

Artikel 10 Agendacommissie

  • 1.

    Er is een agendacommissie.

  • 2.

    De agendacommissie bestaat uit één raadslid per fractie. Elke fractie wijst één vaste vervanger aan.

  • 3.

    De voorzitter van de raad is ook voorzitter van de agendacommissie. De waarnemend voorzitter van de raad is tevens waarnemend voorzitter van de agendacommissie.

  • 4.

    De griffier of zijn vervanger is in elke vergadering van de agendacommissie aanwezig.

  • 5.

    De voorzitter van de agendacommissie kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor een vergadering van de agendacommissie.

  • 6.

    De leden van de agendacommissie hebben elk één stem in de agendacommissie.

  • 7.

    De agendacommissie heeft, naast de taken opgenomen in de artikelen 9, 11, 21 en 44 van deze verordening, als taak het voorlopig vaststellen van de agenda's van de commissie en van de r

Artikel 11 Oproep

  • 1.

    De voorzitter zendt in de regel ten minste veertien dagen voor een vergadering de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering.

  • 2.

    De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden verzonden.

  • 3.

    Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 11, eerste lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.

Artikel 12 De agenda

  • 1.

    In spoedeisende gevallen kan de agendacommissie na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen.

  • 2.

    Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.

  • 3.

    Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De agendacommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

  • 4.

    Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken

  • 1.

    Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Inzage is mogelijk op afspraak. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de commissie en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken ook op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking worden gesteld.

  • 3.

    Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier een lid inzage.

Artikel 14 Openbare kennisgeving

  • 1.

    De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep door aankondiging in De Hint of op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt.

  • 2.

    De openbare kennisgeving vermeldt:a. de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige agenda van de vergadering;b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien;c. de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 17.

  • 3.

    Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende stukken, indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente geplaatst.

Paragraaf 2 ORDE DER VERGADERING

Artikel 15 Presentielijst

Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de commissiegriffier door ondertekening vastgesteld.

Artikel 16 Opening vergadering en quorum

  • 1.

    De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

  • 2.

    Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is gelegen.

  • 3.

    Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

Artikel 17 Spreekrecht burgers

  • 1.

    Burgers hebben spreekrecht. Zij kunnen het woord voeren in de commissievergadering.

  • 2.

    Het woord kan niet gevoerd worden over:a. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;b. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend;c. niet-geagendeerde onderwerpen.

  • 3.

    Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren.

  • 4.

    De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.

  • 5.

    De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de commissievergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.

  • 6.

    De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Artikel 18 Verslag

  • 1.

    Het conceptverslag van de commissie vergadering wordt, zo mogelijk, aan de commissie en raadsleden toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep voor de eerstvolgende raadsvergadering. Het conceptverslag wordt op hetzelfde moment aan de overige personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden.

  • 2.

    Bij het begin van de raadsvergadering wordt het verslag van de vorige commissievergadering vastgesteld.

  • 3.

    De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders, hebben het recht een voorstel tot wijziging van het verslag aan de raad te doen, indien het verslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot wijziging dient 24 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de commissiegriffier te worden ingediend.

  • 4.

    Het verslag houdt in:a. de namen van de voorzitter, de (commissie)griffier, de burgemeester en de wethouders, de secretaris en de leden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;c. een zakelijke samenvatting van het gesprokene.d. een samenvatting van het advies aan de raad;e. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 23 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.

  • 5.

    Het verslag wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de griffier.

  • 6.

    Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter van de raad en de griffier ondertekend.

Artikel 19 Vergaderstructuur en aantal spreektermijnen

  • 1.

    De beraadslagingen vinden plaats volgens de structuur van het BOB model waarbij de beraadslagingen bij de onderdelen beeldvorming en oordeelsvorming ieder plaatsvinden in maximaal 2 termijnen tenzij de commissie anders beslist. Ter afsluiting van het onderdeel oordeelsvorming adviseert de commissie overeenkomstig één van de volgende mogelijkheden:a. Als A-stuk (Akkoordstuk) naar de raad;b. Als A-stuk (Akkoordstuk) naar de raad mits aangepast met de opmerkingen van de commissie;c. Als B-stuk (Bespreekstuk) naar de raad;d. Als B-stuk (Bespreekstuk) naar de raad met het advies om te besluiten op basis van de opmerkingen van de commissie;e. Het stuk is niet rijp voor behandeling in de gemeenteraad;f. Het stuk is afdoende besproken (van toepassing indien geen raadsbehandeling volgt.)g. Het stuk is niet afdoende besproken. Terugverwijzing naar de agendacommissie;

  • 2.

    In het advies worden de standpunten van alle fracties opgenomen.

  • 3.

    Elke spreektermijn en elk BOB onderdeel wordt door de voorzitter afgesloten.

  • 4.

    Een lid mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel met uitzondering van interrupties.

  • 5.

    Bij de bepaling hoeveel maal een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde of de interrupties.

Artikel 20 Spreektijd

  • 1.

    De raadscommissie besluit, op voorstel van de voorzitter of een lid van de commissie, over de spreektijd van de leden

Artikel 21 Voorstellen van orde

  • 1.

    De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.

  • 2.

    Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.

  • 3.

    Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond.

Artikel 22 Handhaving orde; schorsing

  • 1.

    Een spreker wordt in zijn betoog niet gestoord, tenzij:a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren;b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

  • 2.

    Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.

  • 3.

    De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.

  • 4.

    De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen.

  • 5.

    Over het voorstel wordt zonder beraadslaging besloten. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

Artikel 23 Beraadslaging

  • 1.

    De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.

  • 2.

    Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.

Artikel 24 Deelname aan de beraadslaging door anderen

  • 1.

    De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

  • 2.

    Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.

Hoofdstuk 5 BESLOTEN VERGADERING

Artikel 25 Algemeen

Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 26 Verslag

  • 1.

    Het verslag van een besloten vergadering wordt niet rondgedeeld, maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de griffier.

  • 2.

    Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de commissiegriffier ondertekend.

Artikel 27 Geheimhouding

Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel 22 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 28 Opheffing geheimhouding

Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover, indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.

Hoofdstuk 6 TOEHOORDERS EN PERS

Artikel 29 Toehoorders en pers

  • 1.

    De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.

  • 2.

    Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

  • 3.

    De voorzitter is bevoegd toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.

Artikel 30 Geluid- en beeldregistraties

Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.

Artikel 31 Verbod storend gebruik apparatuur

In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het storend gebruik van (electronische) apparatuur (zoals mobiele telefoons, PDA’s, laptops of tablet-pc’s) , zulks ter beoordeling van de voorzitter, niet toegestaan.

Hoofdstuk 7 SLOTBEPALINGEN

Artikel 32 Uitleg verordening

In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de voorzitter.

Artikel 33 Citeertitel en in werking treden

  • 1.

    Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening op de raadscommissies gemeente Eersel 2011”.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op de 3e dag na bekendmaking.

  • 3.

    Op dat tijdstip vervalt de “Verordening op de raadscommissies gemeente Eersel” vastgesteld bij raadsbesluit van 14 februari 2006.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering
van de raad van de gemeente Eersel
van 15 september 2011
DE RAAD VOORNOEMD
de griffier, de voorzitter,
de heer H.J. Broekman mevrouw J.A.M. Thijs-Rademakers

Toelichting 1 TOELICHTING