Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Enkhuizen

Verordening op de heffing en invordering van reinigingsrechten 2011

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Enkhuizen
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en invordering van reinigingsrechten 2011
CiteertitelVerordening reinigingsrechten 2011
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmilieu
Eigen onderwerpafval, milieu, belasting, ondernemers, bedrijven,

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, artikel 147
  2. Gemeentewet, artikel 192
  3. Gemeentewet, artikel 229, lid 1 a en b
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

23-12-201029-12-2011Nieuwe regeling

07-12-2010

De Drom, 15-12-2010

2010085

Tekst van de regeling

Intitulé

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN REINIGINGSRECHTEN 2011

De raad van de gemeente Enkhuizen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 26 oktober 2010  ; gelet op

de artikelen 147, 192 en 229, lid 1, onderdeel a en b van de Gemeentewet; b e s l u i t :

de Verordening op de heffing en invordering van reinigingsrechten 2011 vast te stellen.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder (grof) bedrijfsafval: afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen dan wel hiermee vergelijkbare afvalstoffen die niet geproduceerd en aangeboden worden door huishoudens, welke door aard, omvang of hoeveelheid, niet periodiek worden ingezameld.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Met dien verstande dat het belastbare feit beperkt blijft tot belastbare feiten die betrekking hebben tot of zich voordien binnen het gebied gelegen in de binnenstad van Enkhuizen zoals aangegeven op de bij deze verordening gevoegde kaart.

Artikel 3 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1. 1. De rechten worden als volgt geheven:

    • 1.1

      Het recht bedraagt per belastingjaar voor het verwijderen van qua samenstelling met huishoudelijk afval vergelijkbaar bedrijfsafval,

      • -

        Voor het aanbieden tot en met 4 vuilniszakken per week € 326,00 per jaar excl. BTW.

      • -

        Voor het aanbieden van 5 tot en met 9 vuilniszakken per week € 647,00 per jaar excl. BTW.

    • 1.2

      Als sprake is van bedrijfsactiviteiten waarbij aannemelijk is dat glasafval ontstaat, dient een afzonderlijke overeenkomst te bestaan met een inzamelaar voor het inzamelen van glasafval. In beginsel gaat de gemeente er van uit, mits het tegendeel wordt aangetoond, dat een bedoeld bedrijf glas stort in een gemeente container die primair is bedoeld voor glasafval van huishoudens. Deze bedrijven betalen aan reinigingsrecht additioneel € 108,00 excl. BTW per jaar.

    • 1.3

      Bedrijven die meer glas hebben dan wat een normaal huishouden gemiddeld heeft, mogen van deze mogelijkheid geen gebruik maken. Bijvoorbeeld een horecabedrijf, deze zijn gehouden een overeenkomst te hebben met een derde (private) partij voor de afvoer van glas.

    • 1.4

      Bedrijven die bedrijfsafval aanbieden dat niet met huishoudelijk afval vergelijkbaar is, mogen geen gebruik maken van de gemeentelijke inzamelingsdienst en zijn gehouden een overeenkomst te hebben met een derde (private) partij voor de afvoer van bedrijfsafval.

  • 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 5 Belastingjaar

Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6 Wijze van heffing

De rechten bedoeld in artikel 4 worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten

  • 1. De rechten bedoeld artikel 4 zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00.

  • 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.

  • 5. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven.

  • 6. Voor de toepassing van het bepaalde in het tweede lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag

  • 7. Voorzover er een recht bestaat tot restitutie, overeenkomstig het gestelde onder punt 3 van dit artikel, zal de restitutie van het bepaalde bedrag in de maand januari volgend op het betreffende belastingjaar waarover de belasting is geheven, plaats vinden.

Artikel 8 Termijnen van betaling

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6, tweede lid:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan in één termijn die vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b, ingeval voor de betaling van de aanslagen, aan de gemeente Enkhuizen een machtiging voor automatische incasso is verstrekt, worden de betalingen in tien termijnen automatisch afgeschreven, na respectievelijk één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen en tien maanden na de dagtekening van de aanslag. Indien automatische incasso niet als hiervoor vermeld kan worden gerealiseerd, dient betaling overeenkomstig het eerste lid, onderdeel b te geschieden.

  • 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 2.500,00 of méér bedraagt, moeten de aanslagen worden betaald overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b.

  • 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de reinigingsrechten.

Artikel 10 Kwijtschelding

Voor de heffing reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. De Verordening Reinigingsrechten 2010, wordt ingetrokken met ingang van de in het vijfde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking.

  • 3. Zij is met betrekking tot de invordering tevens van toepassing op alle aanslagen in verband met belastbare feiten die zich voor de in artikel 10.4 vermelde ingangsdatum, hebben voorgedaan .

  • 4. In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vijfde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van de rechten in die periode plaatsvindt.

  • 5. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.

  • 6. Deze verordening wordt aangehaald als de “Verordening Reinigingsrechten 2011”.

Ondertekening

Besloten in de openbare vergadering van 7 december 2010,

De voorzitter, De griffier,