Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Geertruidenberg

Verordening op de heffing en de invordering van havengelden 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieGeertruidenberg
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van havengelden 2019
CiteertitelVerordening havengelden 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpFinanciën, economie

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

13-12-2018nieuwe regeling.

07-11-2018

gmb-2018-267097

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van havengelden 2019

 

 

De raad van de gemeente GEERTRUIDENBERG;

 

Mede gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 oktober 2018;

 

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

 

BESLUIT

vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van havengelden 2019.

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    haven: de haven als bedoeld in artikel 1 van de ‘Regeling gebruik haven Raamsdonksveer 2010’;

  • b.

    vaartuig: alle soorten schepen, boten, schuiten, woonarken, drijvende kranen, bokken, pontons, baggermolens, zandzuigers, houtvlotten en dergelijke.

 

Artikel 2 Belastbaar feit en belastingplicht

 

  • 1.

    Onder de naam “havengeld” worden rechten geheven voor vaartuigen die in de gemeente Geertruidenberg een vaste ligplaats innemen in de gemeentelijke haven.

  • 2.

    Als belastingplichtige wordt aangemerkt de gebruiker van een vaartuig dat een vaste ligplaats heeft in de haven.

 

Artikel 3 Maatstaf van heffing

Het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt geheven naar de oppervlakte die benodigd is om te dienen als ligplaats van een vaartuig.

 

Artikel 4 Belastingtarieven

  • 1.

    Voor vaartuigen ligplaats hebbende aan de gemeentelijke steiger met voorzieningen:

  • a. per kleine ligplaats (kleiner dan 12 m2) € 330,12

  • b. per grote ligplaats (groter of gelijk aan 12 m2) € 691,92

  • 2.

    Voor vaartuigen ligplaats hebbende aan de gemeentelijke steiger zonder voorzieningen:

  • a. per kleine ligplaats (kleiner dan 12 m2) € 235,68

  • b. per grote ligplaats (groter of gelijk aan 12 m2) € 597,96

  • 3.

    Voor vaartuigen ligplaats hebbende op andere dan aan de onder 1 en 2 bedoelde plaatsen:

  • a. per roeiboot € 140,16

  • b. per zeil- of motorboot

  • 1. bij een oppervlakte van minder dan 30 m2 € 175,08

  • 2. bij een oppervlakte van 30 m2 of meer € 261,36

  • 4.

    De bedragen, genoemd in dit artikel worden geacht te zijn inclusief 21% B.T.W.

 

Artikel 5 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 6 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

 

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

 

  • 1.

    De rechten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

 

Artikel 8 kwijtschelding

Bij de invordering van het recht, als bedoeld in artikel 2, wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

  

Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de havengelden.

 

Artikel 11 Overgangsrecht

De “Verordening havengelden 2018” van 9 november 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019. 

 

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening havengelden 2019".

 

Geertruidenberg, 7 november 2018

De raad van Geertruidenberg,

de (loco)griffier, de voorzitter,

 

H.J. van Beek, J.J. Luteijn