Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Geertruidenberg

Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieGeertruidenberg
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2019
CiteertitelVerordening toeristenbelasting 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpFinanciën organisatie en beleid

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Datum van de ingang van de heffing is 1 juli 2019

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 224 van de Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Uitvoeringsregeling toeristenbelasting Geertruidenberg 2019

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

29-06-2019Nieuwe regeling

27-06-2019

gmb-2019-158898

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2019

 

Nr.

De raad van de gemeente GEERTRUIDENBERG;

 

Mede gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 mei 2019;

 

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

 

BESLUIT

 

Vast te stellen de:

 

Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2019.

 

Artikel 1 Belastbaar feit

Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.

 

Artikel 2 Belastingplicht

  • 1.

    Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1.

  • 2.

    De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.

  • 3.

    Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.

     

Artikel 3 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:

  • 1.

    van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;

  • 2.

    van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers;

  • 3.

    op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting, havengeld of binnenhavengeld is verschuldigd;

  • 4.

    als scout door leden van scoutingverenigingen aangesloten bij de Vereniging Scouting Nederland in niet-beroepsmatig verhuurde ruimten, die door Geertruidenbergse scoutingverenigingen ter beschikking worden gesteld voor het houden van verblijf met overnachten dan wel in mobiele kampeeronderkomens van scoutingverenigingen;

  • 5.

    van deelnemers en hun begeleiders aan door sportverenigingen georganiseerde verenigingsactiviteiten;

  • 6.

    van degene die verblijf houdt in niet-beroepsmatig verhuurde ruimten op een aangewezen terrein in het kader van een evenement waarvoor een evenementenvergunning is afgegeven.

  •  

     

Artikel 4 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingtijdvak.

 

Artikel 5 Belastingtarief

Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 1,00.

  •  

     

Artikel 6 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak loopt van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019.

  •  

     

Artikel 7 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

 

Artikel 8 Voorlopige aanslag

Na de aanvang van het belastingtijdvak kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag over dat tijdvak vermoedelijk zal worden vastgesteld.

  •  

     

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de (voorlopige) aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede termijn twee maanden later.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

  •  

     

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 11 Aanmeldingsplicht

  • 1.

    De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.

  • 2.

    De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingtijdvak in de heffing van de toeristenbelasting betrokken is.

  •  

     

Artikel 12 Registratieplicht

  • 1.

    De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd en door de gemeente verstrekt nachtverblijfregister.

  • 2.

    Het college van burgemeesters en wethouders stelt genoemd nachtverblijfregister kosteloos beschikbaar.

  • 3.

    Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de inrichting en gebruik van het nachtverblijfregister.

  •  

     

Artikel 13 Aangifte

  • 1.

    De belastingplichtige doet aangifte van het aantal overnachtingen bij de heffingsambtenaar middels een aan hem uit te reiken aangiftebiljet. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt de aangifte binnen twee weken na het uitnodigen daartoe gedaan.

  • 2.

    Het aangiftebiljet wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders.

  •  

     

Artikel 14 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van de toeristenbelasting.

 

Artikel 15 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 juli 2019.

  •  

     

Artikel 16 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening toeristenbelasting 2019".

 

Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 27 juni 2019,

 

Geertruidenberg,

de raad voornoemd,

 

de griffier, de voorzitter,

 

drs. K.M.C. Millenaar-Rammelaere J.J. Luteijn

 

 

Toelichting op de verordening toeristenbelasting 2019

Artikel 224 Gemeentewet maakt het mogelijk om een toeristenbelasting te heffen voor het houden van verblijf door niet-ingezetenen.  

 

Artikel 1 Belastbaar feit

Met de toeristenbelasting wordt het houden van nachtverblijf tegen vergoeding door niet-ingezetenen van de gemeente belast, in welk soort woning, onderkomen of gebouw zij ook overnachten. Met de keuze voor overnachtingen tegen een vergoeding in welke vorm ook, sluit de verordening aan bij een in de praktijk bestaand afrekenmoment. Degene die gelegenheid biedt tot overnachting zal immers ervoor zorgdragen dat hij de afgesproken vergoeding ontvangt. Daarnaast zal de ontvangen vergoeding in de (financiële) administratie worden verantwoord. De heffing van de toeristenbelasting sluit daarmee aan bij een al bestaande wettelijke plicht tot het voeren van een administratie. Dit maakt de controle en handhaving uitvoerbaar.

 

Artikel 2 Belastingplicht

De belastingplichtige voor de toeristenbelasting is degene die aan niet-ingezetenen gelegenheid biedt tot het nachtverblijf tegen vergoeding, de verblijfbieder. Dit is bijvoorbeeld de campinghouder, de hotelexploitant of de B&B-exploitant. De verblijfbieder mag de belasting verhalen op degene die als niet-ingezetene van de gemeente overnacht bij de verblijfbieder. Dit kan de verblijfbieder doen door de toeristenbelasting te verrekenen in de overnachtingsprijs, of het afzonderlijk in rekening te brengen. Indien er geen verblijfbieder als belastingplichtige is aan te wijzen, maar er wel wordt overnacht door een niet-ingezetene, wordt degene die als niet-ingezetene overnacht zelf aangeslagen voor de toeristenbelasting. Dit laatste komt vrijwel nooit voor.

 

Artikel 3 Vrijstellingen

De Gemeentewet schrijft geen verplichte vrijstellingen voor. Desondanks is ervoor gekozen enkele bijzondere verblijfsvormen vrij te stellen. Het gaat hierbij om verblijfsvormen waarbij de verblijfhouder doorgaans geen vrije keuze heeft. Naast verzorgden en verpleegden in verzorgings-, verpleeg- en ziekenhuizen is daarbij in een regeling voorzien voor asielzoekers die door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers zijn gehuisvest.

Voor de vrijstelling voor verzorgden en verpleegden is aansluiting gezocht bij de Wet Toelating Zorginstellingen.

Andere groepen welke uitgesloten zijn:

- degene die verblijven op vaartuigen waarvoor watertoeristenbelasting, havengeld of binnenhavengeld is verschuldigd;

- overnachtingen vanuit sportclubs, scouting en evenementen waarvoor een evenementenvergunning afgegeven is.

 

Artikel 4 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen door niet-inwoners van de gemeente in het belastingtijdvak. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten. 

 

Artikel 5 Belastingtarief

De gemeente hanteert een vast tarief per overnachting. Het tarief is vastgesteld op € 1,00 per persoon per overnachting.

 

Artikel 6 Belastingtijdvak

Voor 2019 bedraagt het belastingtijdvak de periode 1 juli 2019 tot en met 31 december 2019. Hieraan doet niet af dat het onderkomen waar wordt overnacht, maar een gedeelte van het tijdvak is opengesteld. Deze beperkte openstelling komt tot uitdrukking in de berekening van het aantal overnachtingen.

 

Artikel 7 Wijze van heffing

De toeristenbelasting wordt bij wege van aanslag geheven. Doordat de belastingschuld pas aan het einde van het jaar kan worden vastgesteld, vindt de aanslagregeling in het volgende kalenderjaar plaats.  

 

Artikel 8 Voorlopige aanslag

Vooruitlopend op de aanslagoplegging kan de gemeente in de loop van het belastingtijdvak voorlopige aanslagen toeristenbelasting opleggen.

  •  

     

Artikel 9 Termijnen van betaling

De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede termijn twee maanden later.

  •  

     

Artikel 10 Kwijtschelding

Voor toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

  •  

     

Artikel 11 Aanmeldingsplicht

Belastingplichtigen zijn verplicht zich bij de heffingsambtenaar aan te melden vóórdat zij voor de eerste maal na inwerkingtreding van de verordening gelegenheid bieden tot nachtverblijf.

  •  

     

Artikel 12 Registratieplicht

De verblijfbieder moet een nachtverblijfregister bijhouden. Het register dient ertoe het aantal overnachtingen vast te leggen. Het aantal geregistreerde overnachtingen vormt de heffingsmaatstaf voor de heffing van de toeristenbelasting.

  •  

     

Artikel 13 Aangifte

De belastingplichtige doet aangifte van het aantal overnachtingen. 

 

Artikel 14 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting.

  •  

     

Artikel 15 Inwerkingtreding

De toeristenbelasting 2019 treedt in werking op 1 juli 2019. 

 

Artikel 16 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening toeristenbelasting 2019".