Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Geldermalsen

Regionale ambtsinstructie leerplicht Buren, Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Tiel, West Maas & Waal en Zaltbommel

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieGeldermalsen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingRegionale ambtsinstructie leerplicht Buren, Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Tiel, West Maas & Waal en Zaltbommel
CiteertitelRegionale ambtsinstructie leerplicht Buren, Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Tiel, West Maas & Waal en Zaltbommel
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerponderwijs
Eigen onderwerpLeerplicht, leerplichtwet, leerplichtambtenaar, instructie, verzuim, verlof, administratie, leerlingenadministratie,

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De regeling is vervangen door de Regionale Ambtsinstructie Leerplicht.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Leerplichtwet, art. 16 lid 4

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

15-09-201415-09-2014intrekking

28-06-2014

Elektronisch gemeenteblad, 01-09-2014

003
11-11-201115-09-2014nieuwe regeling

02-11-2010

Gemeenteblad, 2011-34

Collegebesluit, 2-11-2010, nr. 108

Tekst van de regeling

Intitulé

REGIONALE AMBTSINTRUCTIE LEERPLICHT

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Geldermalsen,

 

gelet op artikel 16 lid 4 van de Leerplichtwet,

 

besluit

 

vast te stellen de Regionale Ambtsinstructie Leerplicht Buren, Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Tiel, West Maas en Waal en Zaltbommel

Artikel 1.

In deze instructie wordt verstaan onder:

  • A.

    de wet De Leerplichtwet 1969;

  • B.

    de RMC-wetgeving De regeling van de regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten volgens de Wet van 6 december 2001(Stb. 2001, 636);

  • C.

    de leerplichtambtenaar De ambtenaar door de burgemeester en wethouders van de gemeente benoemd in de functie van leerplichtambtenaar, die de eed of belofte als bedoeld in artikel 16 van de wet heeft afgelegd;

  • D.

    de administratieve medewerker De ambtenaar die belast is met de ondersteuning van de leerplichtambtenaar o.a. door het verrichten van de leerlingenadministratie en controle;

  • E.

    directeur Hoofd in de zin van artikel 1 onder d van de wet, dat wil zeggen degene die met de leiding van de school of de instelling is belast, dan wel degene die in opdracht van het bevoegd gezag de opgave van voortijdig schoolverlaten doet (als bedoeld in artikel 28 WVO, artikel 47a WEC en artikel 8.1.8 WEB);

  • F.

    de ouders/verzorgers De in artikel 2, eerste lid, van de wet bedoelde personen;

  • G.

    de jongere Een persoon in de leeftijd tussen 5 en 18 jaar die leerplichtig of kwalificatieplichtig is op grond van de wet;

  • H.

    Buitengewoon opsporings- Een functionaris met opsporingsbevoegdheid en de Ambtenaar (BOA) bevoegdheid tot het opmaken van een proces-verbaal

Artikel 2 Preventie
  • 1.

    Door middel van voorlichting op internet, brochures en beantwoording van telefonische vragen wordt proactief en in een zo vroeg mogelijk stadium informatie verschaft aan leerlingen, ouders en betrokken instellingen en scholen.

  • 2.

    Jaarlijks vindt afstemming plaats met het onderwijsveld. De scholen in het werkgebied worden minimaal 1 keer per jaar geïnformeerd over de werkzaamheden van de leerplichtambtenaar. Er wordt gewezen op de aandachtspunten en het verzuimprotocol voor de scholen en een toelichting gegeven op de prioriteiten van de leerplichtambtenaar, gewijzigde wetgeving etc.

  • 3.

    Er is georganiseerde (preventieve) afstemming met relevante ketenpartners, zoals het onderwijsveld en zorginstanties. Met de ketenpartners worden jongeren met een complexe problematiek besproken. Er wordt afgestemd welke acties vereist zijn en wie welke taken op zich neemt. Ontwikkelingen rondom ondernomen acties worden teruggekoppeld. Daar waar nodig kan hiervoor de verwijsindex worden ingezet.

  • 4.

    In de controle op absoluut verzuim worden de 4-jarigen meegenomen.

  • 5.

    Er zal extra zorg en aandacht besteed worden aan de overgang van leerplicht naar kwalificatieplicht (VO schoolverlaters)

  • 6.

    Bij herhaalde schorsing ouders/jongere oproepen voor een gesprek met de leerplichtambtenaar; doel is onderzoeken wat reden van schorsing is en eventueel een verwijzing naar hulpverlening te doen.

  • 7.

    Het besteden van extra aandacht aan ziekteverzuim.

Artikel 3Leerlingenadministratie en controle absoluut verzuim

(artikel 19 Leerplichtwet; artikel 3 Leerplichtregeling)

 

  • 1.

    Er is een leerlingenadministratie, die wordt bijgehouden door de leerplichtambtenaar en de administratieve medewerker.

  • 2.

    In de leerlingenadministratie worden de persoonsgegevens opgenomen van alle in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) opgenomen personen in de leeftijd van 4 tot en met 22 jaar.Van de personen van 4 tot 18 jaar worden ook de ouders en of verzorgers in de leerlingenadministratie opgenomen.

  • 3.

    De mutaties in de basisadministratie persoonsgegevens met betrekking tot de in lid 2 bedoelde personen worden tenminste wekelijks in de leerlingenadministratie verwerkt.

  • 4.

    De administratieve medewerker controleert of de mutaties van de verschillende scholen met betrekking tot in- en afschrijvingen van jongeren binnengekomen zijn en verwerkt deze. De administratieve medewerker neemt uit naam van de leerplichtambtenaar contact op met de directeuren van scholen en instellingen die in gebreke gebleven zijn.

  • 5.

    Blijkt uit het contact met de directeur dat deze verwijtbaar in gebreke blijft, dan heeft de leerplichtambtenaar een gesprek met de directeur. Indien er sprake is van herhaling dan kan de leerplichtambtenaar een proces-verbaal op (laten) maken.[1]

  • 6.

    De leerplichtambtenaar kan aan het college van burgemeester en wethouders een voorstel doen tot het opleggen van bestuursdwang of een last onder dwangsom jegens de directeur, indien hij van mening is dat deze maatregel kan bijdragen tot het opheffen van de overtreding dan wel het voorkomen van herhaling daarvan.[1]

  • 7.

    De administratieve medewerker controleert minimaal maandelijks of alle leerplichtigen en kwalificatieplichtigen overeenkomstig de bepalingen van de wet als leerling op een school of onderwijsinstelling zijn ingeschreven.Indien er geen inschrijving is wordt een brief naar de ouders/verzorgers verstuurd. In deze brief is aangegeven dat zij binnen 1 week dienen te reageren. Als wordt teruggemeld dat er wel sprake is van een schoolinschrijving dan wordt dit gecontroleerd.

  • 8.

    Bij geen reactie (na een rappelbrief met wederom 1 week reactietermijn) stelt de leerplichtambtenaar een onderzoek in conform artikel 7 van deze ambtsinstructie (absoluut verzuim).

  • 9.

    Tegenover een bericht van afschrijving van de ene school staat voor jongeren tot 18 jaar zonder startkwalificatie een bericht van inschrijving van een andere school. Als deze registratie niet sluitend is, volgt in eerste instantie contact met de school die de afschrijving (zonder kennisgeving van bestemming) gemeld heeft. Wanneer deze geen duidelijkheid kan geven wordt schriftelijk contact gezocht met de ouders van de jongere.

  • 10.

    Bij verhuizing wordt de schoolhistorie gezonden naar de nieuwe woongemeente van de jongere. Indien noodzakelijk vindt een warme overdracht plaats aan de leerplichtambtenaar van die gemeente.

Artikel 4 Leerplichtdossier
  • 1.

    De leerplichtambtenaar legt slechts een leerplichtdossier aan over een jongere indien de leerplichtambtenaar mondelinge, telefonische, e-mail- of schriftelijke contacten heeft met de jongere of derden over diens:

    • a.

      vervangende leerplicht;

    • b.

      vrijstelling van inschrijving;

    • c.

      vrijstelling van schoolbezoek;

    • d.

      (vermoeden van) absoluut verzuim;

    • e.

      (vermoeden van) relatief verzuim;

    • f.

      (vermoeden van) voortijdig schoolverlaten;

    • g.

      situatie die leidt tot bespreking in een (preventief) georganiseerd overleg;

    • h.

      gedrag dat leidt tot melding van maatregelen zoals schorsing;

    • i.

      signalen die uiteindelijk kunnen leiden tot een van bovenstaande situaties.

  • 2.

    In het leerplichtdossier neemt de leerplichtambtenaar de volgende gegevens op: burgerservicenummer, onderwijsnummer of administratienummer;

    • a.

      voornamen en achternaam;

    • b.

      geslacht;

    • c.

      geboortedatum en -plaats;

    • d.

      nationaliteit;

    • e.

      naam, voornamen, voorletters, titulatuur, geslacht, adres, postcode, woonplaats,

    • f.

      zo mogelijk een telefoonnummer en soortgelijke gegevens van ouders, voogden/verzorgers;

    • g.

      school (scholen) van inschrijving, met gevolgde klassen en/of onderwijssoort;

    • h.

      kennisgeving(en) van beroep op vrijstelling van inschrijfplicht;

    • i.

      kennisgeving(en) van (vermoedelijk) schoolverzuim;

    • j.

      aanvragen en behandeling van aanvragen voor vrijstelling van schoolbezoek;

    • k.

      afschrift van correspondentie met betrekking tot de jongere;

    • l.

      verslagen van gesprekken met dan wel over de jongere;

    • m.

      afschrift van proces-verbaal;

    • n.

      eventueel behaalde diploma’s

    • o.

      afschrift van de melding aan de Sociale Verzekeringsbank;

  • 3.

    De leerplichtambtenaar verstrekt slechts gegevens uit zijn administratie aan derden binnen de grenzen die daaraan worden gesteld door de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en het Vrijstellingsbesluit Wbp, in het bijzonder artikel 20 van het Vrijstellingsbesluit.

Artikel 5 Verlof wegens andere gewichtige omstandigheden

(artikel 14, derde lid, tweede volzin Leerplichtwet: meer dan 10 schooldagen verlof)

 

  • 1.

    De vrijstellingsaanvraag dient schriftelijk volgens een vastgesteld formulier plaats te vinden uiterlijk 6 weken voor aanvang van de vrijstellingsperiode.

  • 2.

    Indien de periode tussen de ontvangst van de aanvraag en de aanvang van het gevraagde verlof korter is dan de termijn die redelijkerwijs nodig is om tot een besluit te komen, deelt de leerplichtambtenaar dit bij de ontvangstbevestiging aan de aanvrager mee en wijst hij de aanvrager op de mogelijkheid dat de aanvrager de wet overtreedt indien de aanvraag niet of niet geheel wordt gehonoreerd.

  • 3.

    De ontvangst van een aanvraag wordt bevestigd door de administratieve medewerker en vermeldt in de ontvangstbevestiging dat binnen 4 weken een besluit wordt genomen.

  • 4.

    De leerplichtambtenaar geeft de aanvrager een termijn van tenminste een week en ten hoogste drie weken om een onvolledig ingediende aanvraag aan te vullen. Indien deze situatie zich voordoet wijst de leerplichtambtenaar de aanvrager op artikel 2 van deze instructie.

  • 5.

    De leerplichtambtenaar hoort de directeur over de aanvraag en draagt er zorg voor dat het oordeel van de directeur over de aanvraag schriftelijk wordt vastgelegd.

  • 6.

    De leerplichtambtenaar kan aan een directeur gevraagd of ongevraagd een advies geven over het te voeren beleid met betrekking tot aanvragen voor verlof wegens andere gewichtige omstandigheden voor 10 schooldagen of minder, met het oog op het bevorderen van de rechtsgelijkheid.

Artikel 6 Relatief verzuim van leerplichtige en kwalificatieplichtige jongeren

(artikelen 2 lid 1, 4a, 21, 21a en 22 Leerplichtwet)

 

  • 1.

    De meldingen van schoolverzuim worden ontvangen door de administratieve medewerker. Jongeren die onderwijs volgen aan een school voor het Voortgezet Onderwijs of het Middelbaar Beroeps Onderwijs worden gemeld via de IB-groep. Jongeren die onderwijs volgen aan een school voor het primair onderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en het niet –bekostigd onderwijs worden gemeld middels een kennisgeving (vermoedelijk) ongeoorloofd schoolverzuim. Er wordt een leerling dossier aangemaakt, of de kennisgeving wordt toegevoegd in het reeds aanwezige leerling dossier.

  • 2.

    Binnen een week meldt de administratief medewerker via de IB-groep betreffende jongeren die onderwijs volgen aan een school voor het Voortgezet Onderwijs of het Middelbaar Beroeps Onderwijs, welke acties er naar aanleiding van de kennisgeving worden ondernomen. Voor jongeren die onderwijs volgen aan een school voor het primair onderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en het niet-bekostigd onderwijs meldt de administratief medewerker binnen een week aan de schoolinstelling welke acties er naar aanleiding van de kennisgeving worden ondernomen.

  • 3.

    De leerplichtambtenaar zoekt na ontvangst van een kennisgevingcontact met de ouders/verzorgers en stelt hen in de gelegenheid om nadere uitleg over het gemelde verzuim te geven en informeert hen over de procedures en eventuele consequenties. Indien het verzuim een jongere van 12 jaar of ouder betreft, zoekt de leerplichtambtenaar ook contact met de jongere zelf.

  • 4.

    De leerplichtambtenaar onderhoudt zo vaak als nodig contact met de ouders/jongere en betrokken organisaties om de verzuimsituatie zo spoedig mogelijk te beëindigen.

  • 5.

    De leerplichtambtenaar draagt zorg voor terugkoppeling naar de school van zijn handelswijze, vorderingen in het onderzoek naar het vermeende verzuim of afspraken met de jongere.

  • 6.

    De leerplichtambtenaar legt een huisbezoek af wanneer deze dat nodig acht.

  • 7.

    De leerplichtambtenaar kan een bemiddelende rol vervullen ten behoeve van de jongere en de ouders bij het zoeken naar een andere school of een zo goed mogelijk passende leerroute.

  • 8.

    De leerplichtambtenaar draagt er zorg voor dat een kennisgeving van verzuim binnen een zo kort mogelijke periode wordt afgehandeld. De hoogste prioriteit ligt bij het beëindigen van de verzuimsituatie. De leerplichtambtenaar doet mededeling van de afhandeling aan anderen die bij de verzuimsituatie zijn betrokken. De leerplichtambtenaar sluit de melding voor jongeren die onderwijs volgen binnen het Voortgezet Onderwijs en het Middelbaar Beroeps Onderwijs, af bij het verzuimloket van de IB-groep.

  • 9.

    Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het derde lid dat geen sprake is van vrijstelling, en blijkt dat sprake kan zijn van verwijtbaar handelen of nalaten van de ouders en/of de jongere die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, dan kan de leerplichtambtenaar die tevens bevoegd is als bijzonder opsporingsambtenaar een proces-verbaal opmaken. Tevens kan hij een melding doen bij de Sociale Verzekeringsbank zoals omschreven staat in artikel 17 van deze instructie. De leerplichtambtenaar maakt de betrokkenen uitdrukkelijk kenbaar dat hij voornemens is een melding te doen bij de Sociale Verzekeringsbank. Het opmaken van een proces-verbaal en een melding doen bij de Sociale Verzekeringsbank kan gelijktijdig, maar ook volgend op elkaar plaatsvinden.

  • 10.

    Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het derde lid dat geen sprake is van vrijstelling, en blijkt dat sprake kan zijn van verwijtbaar handelen of nalaten van de ouders en/of de jongere die de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt, dan kan de leerplichtambtenaar die tevens bevoegd is als bijzonder opsporingsambtenaar een proces-verbaal opmaken.

  • 11.

    De leerplichtambtenaar kan aan het college van burgemeester en wethouders een voorstel doen tot het opleggen van een last onder dwangsom indien hij van mening is, gezien de achtergrond en de aard van de verzuimsituatie, dat deze maatregel kan leiden tot het opheffen van het verzuim dan wel het voorkomen van herhaling daarvan.

  • 12.

    Zodra de leerplichtambtenaar kennisneemt van schoolverzuim waarvan niet door een directeur in kennis gegeven, stelt de Leerplichtambtenaar een onderzoek in naar de reden waarom de directeur het verzuim niet heeft gemeld. Blijkt de directeur onwillig of nalatig in het nakomen van deze verplichting, dan kan de Leerplichtambtenaar proces-verbaal op maken.

  • 13.

    De leerplichtambtenaar kan aan de directeur advies geven over het te voeren beleid met betrekking tot het registreren van verzuim en het doen van kennisgevingen van verzuim, met het oog op het bevorderen van een effectief verzuimbestrijdingbeleid en de rechtsgelijkheid. De leerplichtambtenaar kan de directeur verzoeken om eerder een kennisgeving van verzuim in te dienen dan de wet voorschrijft indien dat doelmatig is met het oog op de verzuimbestrijding.

Artikel 7

 

Absoluut verzuim

(artikelen 2 lid 1, 3, 4a en 4b Leerplichtwet)

 

  • 1.

    Indien blijkt dat een leerplichtige en/of kwalificatieplichtige jongere niet als leerling is ingeschreven zonder dat daarvoor een grond voor vrijstelling aanwezig is, doet de leerplichtambtenaar onderzoek naar de reden van het ontbreken van deze inschrijving.

  • 2.

    Indien de ouders is aangeraden in het gesprek om het kind in te schrijven dan wel een andere actie op te volgen, wordt gecontroleerd of hier inderdaad gehoor aan is gegeven. Als het advies is opgevolgd wordt dit verwerkt in het leerplichtdossier. Is het advies niet opgevolgd dan kan er een proces-verbaal worden opgemaakt.

  • 3.

    Indien de jongere vóór het intreden van de situatie van absoluut verzuim wel op een school of instelling ingeschreven is geweest, neemt de leerplichtambtenaar contact op met de directeur van die school of instelling en vraagt diens zienswijze over het opgetreden absolute verzuim.

Artikel 8 Kennisgeving in- en afschrijvingen

(artikel 18 Leerplichtwet, artikel 28 WVO, artikel 47a WEC of artikel 8.1.8 WEB)

 

  • 1.

    De kennisgevingen van:

    • -

      een (voorgenomen) beslissing tot verwijdering van een leerling;

    • -

      een kennisgeving van afschrijving;

    • -

      de melding van voortijdig schoolverlaten, worden ontvangen door de administratieve medewerker. Er wordt een leerplichtdossier aangemaakt, of de kennisgeving wordt toegevoegd in het al aanwezige leerplichtdossier.

  • 2.

    Zodra de leerplichtambtenaar kennisneemt van verwijdering of van voortijdig schoolverlaten van een jongere die niet overeenkomstig de wettelijke bepalingen is gemeld, stelt hij een onderzoek in naar de oorzaak hiervan. Als de directeur onwillig of nalatig is in het nakomen van deze verplichting, dan roept de leerplichtambtenaar de directeur op voor een gesprek en kan hij proces-verbaal opmaken (bij overtreding van artikel 18 Leerplichtwet). Tevens kan de leerplichtambtenaar de inspecteur van die school of instelling van zijn bevindingen op de hoogte brengen (bij het niet nakomen van de verplichtingen krachtens artikel 28 WVO, artikel 47a WEC of artikel 8.1.8 WEB).

  • 3.

    De leerplichtambtenaar kan aan een directeur advies geven over de aanpak van het voorkomen van verwijdering of voortijdig schoolverlaten van een bij de school ingeschreven jongere.

  • 4.

    De leerplichtambtenaar kan aan de directeuren gevraagd of ongevraagd een advies geven over het te voeren beleid met betrekking tot het voorkomen van voortijdig schoolverlaten, met het oog op het bevorderen van een effectief startkwalificatiebeleid en de rechtsgelijkheid. De Leerplichtambtenaar kan directeuren uitnodigen om eerder een melding van voortijdig schoolverlaten te doen dan de wet voorschrijft, indien dat doelmatig is met het oog op de belangen van de schoolloopbaan van jongeren.

Artikel 9 Vervangende leerplicht

(artikelen 3a en 3b Leerplichtwet)

 

  • 1.

    De leerplichtambtenaar besluit namens het College van Burgemeester en Wethouders over aanvragen tot het toestaan van vervangende leerplicht, als bedoeld in de artikelen 3a en 3b van de wet.

  • 2.

    Blijkt aan de leerplichtambtenaar dat een jongere vermoedelijk in de omstandigheden verkeert als bedoeld in artikel 3a dan wel 3b van de wet, dan draagt de leerplichtambtenaar er zorg voor dat de noodzakelijke gesprekken met betrekking tot het aangepaste onderwijs- en begeleidingsprogramma en de praktijktijd (artikel 3a) dan wel arbeid van lichte aard (artikel 3b) worden gevoerd.

  • 3.

    De leerplichtambtenaar draagt er zorg voor dat:

    • -

      de afspraken die in de gesprekken worden gemaakt schriftelijk worden vastgelegd;

    • -

      de vastgelegde afspraken in het leerplichtdossier worden opgenomen;

    • -

      degenen die betrokken zijn bij het ontwerpen van het aangepaste onderwijs- en begeleidingsprogramma en de inrichting van de praktijktijd dan wel de arbeid van lichte aard over de gemaakte afspraken worden geïnformeerd;

    • -

      het programma op voor hen begrijpelijke wijze aan de ouders en de leerling wordt uitgelegd;

    • -

      de ouders het verzoek tot het toestaan van vervangende leerplicht ondertekenen en indienen.

  • 4.

    De leerplichtambtenaar informeert de Arbeidsinspectie over de toestemming voor vervangende leerplicht welke op grond van artikel 3b is verleend.

Artikel 10 Vrijstelling van de leerplicht wegens het volgen van ander onderwijs

(artikel 15 Leerplichtwet)

 

  • 1.

    De leerplichtambtenaar besluit namens het College van Burgemeester en Wethouders over een aanvraag tot toepassing van de vrijstelling als bedoeld in artikel 15 van de wet.

  • 2.

    Bij de beoordeling of de jongere op andere wijze voldoende onderwijs geniet, slaat de ambtenaar acht op:

    • de vraag of het onderwijs bijdraagt aan het behalen van een startkwalificatie; en

    • de vraag of de hoeveelheid tijd die met het onderwijs is gemoeid in redelijke verhouding staat tot de omvang van het onderwijs.

Artikel 11 Vrijstelling van de inschrijvingsplicht

(artikel 5 aanhef en onder a, b en c, alsmede de artikelen 6, 7, 8 en 9 Leerplichtwet)

 

  • 1.

    De administratieve medewerker neemt de kennisgeving als bedoeld in artikel 6 van de wet in ontvangst. Hij zendt de ouders een ontvangstbevestiging.

  • 2.

    Indien het vermoeden bestaat dat ouders een beroep willen doen op de grond als bedoeld in artikel 5 onder a, draagt de leerplichtambtenaar er zorg voor dat de aangewezen deskundige op een zo kort mogelijke termijn een schriftelijke verklaring over de geschiktheid van de jongere geeft.

  • 3.

    Indien de kennisgeving betrekking heeft op de grond als bedoeld in artikel 5 onder a, dan is de termijn voor een bericht aan de ouders binnen 10 werkdagen na ontvangst van de verklaring van de deskundige.

  • 4.

    Indien de ouders een beroep willen doen op de grond als bedoeld in artikel 5 onder b, dan is de termijn voor een bericht aan de ouders ten hoogste 20 werkdagen. Als gegronde redenen aanwezig zijn voor een langere termijn, dan deelt de leerplichtambtenaar deze termijn binnen 20 werkdagen aan de ouders mee.

  • 5.

    Indien de ouders een beroep doen op de grond als bedoeld in artikel 5 onder b, dan onderzoekt de leerplichtambtenaar de bij de kennisgeving overgelegde bescheiden. Hij nodigt de ouders uit voor een mondelinge toelichting op het beroep. Hij onderzoekt of de bedenkingen daadwerkelijk de richting van het onderwijs betreffen. Hij gaat na of de jongere eerder op een school of instelling ingeschreven is geweest.

  • 6.

    De leerplichtambtenaar onderzoekt of de ontvangen kennisgeving voldoet aan de eisen van de wet. Hij deelt tevens aan de ouders de gevolgen mee die verbonden zijn aan het al dan niet voldoen aan de eisen van de wet.

  • 7.

    Indien de kennisgeving niet aan de eisen van de wet voldoet, geeft de leerplichtambtenaar de ouders een redelijke termijn, die doorgaans niet langer is dan 20 werkdagen, om de jongere alsnog in te schrijven op een school of instelling.

  • 8.

    Indien de kennisgeving wel aan de eisen van de wet voldoet, deelt de leerplichtambtenaar aan de ouders mee voor welke periode de vrijstelling geldt. Tevens wordt aan hen medegedeeld voor welke datum zij een kennisgeving moeten indienen indien, zij opnieuw een beroep op een vrijstellingsgrond willen doen.

  • 9.

    Indien de kennisgeving betrekking heeft op de grond als bedoeld in artikel 5 onder c, en de omstandigheden zijn van dien aard dat (nog) geen verklaring van de directeur van de buiten Nederland gelegen school of inrichting van onderwijs kan worden overgelegd, dan deelt de leerplichtambtenaar aan de ouders schriftelijk mede dat deze binnen 3 weken overgelegd dient te worden.

  • 10.

    De leerplichtambtenaar informeert:

    • de Arbeidsinspectie;

    • de Sociale Verzekeringsbank en

    • de afdeling burgerzaken van de gemeente,

over de vrijstelling van de inschrijvingsplicht als deze betrekking heeft op jongeren die 16 jaar of ouder zijn.

Artikel 12 Bepalen of een onderwijsvoorziening een school in de zin van de Leerplichtwet is(artikelen 1 onder b, 1a, 1a1 en 22 lid 4 Leerplichtwet)

 

  • 1.

    Indien ouders aangeven dat zij voldoen aan hun verplichtingen krachtens de Leerplichtwet doordat hun kind gebruik maakt van een niet uit de openbare kas bekostigde of aangewezen onderwijsvoorziening, dan neemt de leerplichtambtenaar contact op met de onderwijsinspectie met het verzoek een onderzoek in te stellen en binnen een in het verzoek aangegeven termijn een advies uit te brengen over de vraag of de onderwijsvoorziening kan worden beschouwd als een school in de zin van de Leerplichtwet.

  • 2.

    De leerplichtambtenaar volgt het advies van de onderwijsinspectie.

  • 3.

    Indien een school niet voldoet aan de criteria van de wet, stelt de leerplichtambtenaar de ouders van de leerlingen van de onderwijsvoorziening binnen 7 dagen schriftelijk op de hoogte van het feit dat de onderwijsvoorziening niet langer een school is als bedoeld in de wet, of verzekert hij er zich van dat de onderwijsvoorziening de ouders daarvan schriftelijk op de hoogte heeft gesteld.

Artikel 13 Aanwijzing deskundige

(artikel 7 Leerplichtwet)

 

Er zijnafspraken gemaakt met schoolartsen van de GGD Rivierenland om een verklaring over de geschiktheid tot toelating tot een school of instelling af te geven.

Artikel 14 Melding aan de Raad voor de Kinderbescherming

(oa. artikel 22 lid 5 Leerplichtwet)

 

Indien de leerplichtambtenaar een proces-verbaal in verband met zorgverzuim (zowel tegen de ouders als tegen de jongere) aan de officier van justitie stuurt, gaat tevens een afschrift van het proces-verbaal naar de Raad voor de Kinderbescherming.

Artikel 15 Melding aan Advies-en Meldpunt Kindermishandeling (AMK)

(Bureau Jeugdzorg)

 

Indien de leerplichtambtenaar tijdens een onderzoek vermoedens heeft van verwaarlozing van de belangen van een kind, kan hij een melding doen bij het AMK met het verzoek een onderzoek in te stellen. Hij deelt in beginsel aan de betrokken ouders mede dat hij een melding heeft gedaan. Tevens maakt hij een notitie van de melding in hetleerplichtdossier.

Artikel 16 Melding aan de inspectiedienst van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

(artikel 23 Leerplichtwet, artikel 5 Leerplichtregeling 1995)

 

De leerplichtambtenaar draagt zorg voor een goede informatieverstrekking aan het districtshoofd van de Arbeidsinspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met betrekking tot:

  • -

    jongeren waarvoor vervangende leerplicht is goedgekeurd op grond van artikel 3, eerste lid onder b van de wet;

  • -

    jongeren waarvoor vrijstelling van de inschrijfplicht bestaat op grond van artikel 5 onder a of 5 onder b, van de wet en die 16 jaar of ouder zijn;

  • -

    jongeren van wie hij bemerkt dat deze in strijd met de voorschriften arbeid verrichten.

Artikel 17 Melding aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB)

(artikel 7 Algemene Kinderbijslagwet)

 

  • 1.

    De leerplichtambtenaar kan een melding doen bij de SVB indien er sprake is van ongeoorloofd verzuim bij een jongere van 16 of 17 jaar zonder startkwalificatie. Onder ongeoorloofd verzuim wordt verstaan; verzuim van meer dan 16 uur in een periode 4 weken, of het niet ingeschreven staan op een school, tenzij er sprake is van een vrijstelling.

  • 2.

    De leerplichtambtenaar kan besluiten om over te gaan tot een melding indien er sprake is van verwijtbaarheid van de ouders en/of jongere, de ouders en/of jongere niet willen meewerken aan afspraken om het verzuim te stoppen en/of er sprake is van recidive.

  • 3.

    Alvorens de leerplichtambtenaar een melding doet bij de SVB, roept hij de ouders en de jongere op om hen van de voorgenomen melding op de hoogte te brengen. Tevens worden er afspraken gemaakt binnen welke termijn en onder welke voorwaarden de ouders en de jongere de melding kunnen voorkomen.

  • 4.

    Als de ouders en de jongere geen gehoor geven aan de oproep van de leerplichtambtenaar, worden zij schriftelijk geïnformeerd conform de afspraken van lid 5.

  • 5.

    De leerplichtambtenaar maakt een verslag, welke aan de ouders en de jongere wordt verstuurd. Hierin wordt opgenomen:

    • het geconstateerde verzuim (minimaal 16 uur per 4 weken);

    • de ondernomen acties om dit verzuim te stoppen, welke niet hebben geleid tot het resultaat;

    • de datum waarop de melding naar de SVB is verstuurd;

    • de datum waarop de kinderbijslag stop gezet zal worden

    • de voorwaarden waar de ouders en/of de jongere aan moeten voldoen om de melding ongedaan te maken;

    • de evaluatiedatum (als de melding aan de SVB is gedaan, kunnen de ouders en/of de jongere alsnog voldoen aan de voorwaarden om de melding aan de SVB ongedaan maken. Hiervoor wordt een uiterste datum genoemd. Op deze wijze hebben ouders en jongere alsnog de kans de melding ongedaan te maken).

Artikel 18 Jaarverslag leerplicht en effectrapportage RMC

(artikel 25 Leerplichtwet; artikel 118h, zevende lid, WVO, artikel 162b, zevende lid, WEC, artikel 8.3.2, zevende lid, WEB).

 

  • 1.

    De leerplichtambtenaar verantwoordt het in het afgesloten schooljaar in de gemeente gevoerde leerplichtbeleid inzake de handhaving van de leerplicht en de kwalificatieplicht en de resultaten daarvan aan het bestuur door middel van een jaarverslag.

  • 2.

    De leerplichtambtenaar draagt er zorg voor dat de gegevens voor het jaarlijks aan de minister uit te brengen verslag inzake de omvang en behandeling van het schoolverzuim tijdig beschikbaar zijn.

Artikel 19

Samenwerking in de regio inzake leerplicht en RMC

(artikel 16, lid 4 onder c Leerplichtwet)

 

  • 1.

    De leerplichtambtenaar pleegt zo vaak als noodzakelijk is overleg met ambtgenoten uit de regio.

  • 2.

    Met de regiogemeenten worden in ieder geval afspraken gemaakt over:

    • de wijze waarop contact wordt onderhouden met de officier van justitie in het kader van de toepassing van artikel 22 van de Leerplichtwet;

    • de afspraken met het onderwijsveld over het verlenen van verlof op grond van de artikelen 11 onder f en g en 14 van de Leerplichtwet. (respectievelijk extra vakantieverlof, of verlof bij andere gewichtige omstandigheden.

Artikel 20 Samenwerking met diensten en instellingen

(artikel 16, lid 4 onder d Leerplichtwet; artikel 118h, derde lid, WVO, artikel 162b, derde lid, WEC, artikel 8.3.2, derde lid, WEB)

 

  • 1.

    De leerplichtambtenaar werkt samen met de instellingen, die onder andere zijn opgenomen in bijlage 1, zo vaak hij dat nuttig en wenselijk acht. Om inzichtelijk te krijgen of jongeren daadwerkelijk aankomen bij een organisatie en verder worden bemiddeld, vervult de leerplichtambtenaar een regierol. De leerplichtambtenaar controleert of doorverwezen jongeren daadwerkelijk in bemiddeling zijn genomen. Er wordt vastgelegd welke jongeren, waarheen zijn doorverwezen.

  • 2.

    De leerplichtambtenaar zorgt dat alle gegevens (zoals bedoeld in artikel 4 lid 1 en 2 van deze instructie) welke zijn opgenomen in de leerplichtadministratie bij het einde van de leerplicht cq. kwalificatieplicht worden overgedragen aan het RMC. Indien nodig zorgt de leerplichtambtenaar voor een warme overdracht aan de medewerker van het RMC.

Artikel 21 Beleidsontwikkeling

 

  • 1.

    De leerplichtambtenaar draagt er zorg voor dat de ervaringen met de uitvoering van de leerplichttaken binnen het werkgebied, kwantitatief en kwalitatief, op een systematische wijze worden verzameld en overlegt met de beleidsmedewerkers en leerplichtambtenaren van de verschillende gemeenten over voorstellen voor aanpassingen van het beleid (de zgn. signaalfunctie).

  • 2.

    De leerplichtambtenaar blijft op de hoogte van de lokale en landelijke ontwikkelingen die voor de uitvoering van de leerplichttaken van belang zijn en draagt bij aan de verwerking van die ontwikkelingen in voorstellen voor aanpassingen van het gemeentelijke beleid.

  • 3.

    Meerdere malen per jaar vindt er op uitvoerend niveau overleg plaats om af te stemmen over aanpak en werkwijze (Regionaal Overleg Leerplicht)

Artikel 22 Slotbepalingen

 

  • 1.

    Het vaststellen van deze instructie wordt bekendgemaakt aan de scholen en instellingen waar leerlingen uit de regio staan ingeschreven en aan de in bijlage 1 genoemde instellingen, door bekendmaking van dit besluit.

  • 2.

    Deze instructie treedt in werking 14 dagen na de dag van bekendmaking via een daartoe gekozen medium. Zaken die op het tijdstip van inwerkingtreding bij de leerplichtambtenaar in behandeling zijn, worden zo veel mogelijk overeenkomstig deze instructie behandeld, tenzij de belangen van de jongere daardoor geschaad worden.

  • 3.

    De regeling wordt aangehaald als ‘Regionale Ambtsinstructie Leerplicht´, Buren, Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Tiel, West Maas & Waal en Zaltbommel.

  • 4.

    Met het vaststellen van de instructie komt de Instructie voor de leerplichtambtenaar van 13-2-2007 te vervallen.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders

gemeente Geldermalsen op 2 november 2010, nummer 108,

de loco-secretaris, de burgemeester,

J.C. Steurrijs mr. S.W. van Schaijck

Bijlage 1. Diensten en instellingen waar ondermeer mee wordt samengewerkt:[2]

Scholen voor primair onderwijs

Scholen voor voortgezet onderwijs

Scholen voor speciaal onderwijs

Instellingen voor beroepsonderwijs

Regionale Expertise Centra

Arrondissementsparket

Rechtbank

Bureau Halt

Politie

De Raad voor de Kinderbescherming

Advies- en Meldpunt Kindermishandeling

Reclassering

Gemeenten

Provincie

Ministerie OC&W

Ministerie van Justitie

Ministerie van Binnenlandse Zaken

Ingrado (branchevereniging voor Leerplicht- en RMC)

Onderwijsinspectie

Instellingen voor jeugdhulpverlening

Instellingen voor jeugdgezondheidszorg

Instellingen voor geestelijke gezondheidszorg

Lokale zorginstanties

Arbeidsinspectie

Sociale verzekeringsbank

Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen /Werkbedrijf (UWV)

Jongerenloket

Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG)

Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC)

Bijlage 2. Wetswijziging toezicht op scholen

(uit: Kamerstuk 26695 nr. 69, onder punt 4)

Zoals in de vorige brief over dit onderwerp al aangekondigd, wordt het toezicht op de naleving van de Leerplichtwet door scholen eenduidig belegd bij de Inspectie. Het is te kort dag gebleken om het wettelijk traject hiervoor op 1 augustus 2010 te hebben afgerond. Gestreefd wordt naar afronding per 1 januari 2011. Nu is het nog zo dat zowel de leerplichtambtenaar als de Inspectie toezicht houdt op het verzuimbeleid van scholen. Het is de kerntaak van de Inspectie om uitsluitend toezicht te houden op scholen. Dit doet de Inspectie met risicogericht toezicht. Scholen die het goed doen krijgen minder toezicht, scholen die het niet goed doen krijgen meer toezicht.

De leerplichtambtenaar houdt een belangrijke signaleringsrol wat betreft de naleving door scholen. Vooral in de grote steden zal de signaleringsrol een belangrijke schakel vormen in de samenwerking van de keten. In de uitoefening van zijn toezichttaak gericht op ouders en leerlingen, kan de leerplichtambtenaar signalen opvangen over bijvoorbeeld het verzuimbeleid van een school. Hij kan dit soort signalen doorgeven aan de Inspectie, die deze meeneemt in haar risicogericht toezicht. De praktische uitwerking hiervan heeft alle aandacht en inzet. Het gaat om samenwerking op maat. De Inspectie maakt hierover afspraken met Ingrado en de gezamenlijke gemeenten. De Inspectie beschouwt signalen van een leerplichtambtenaar als urgente signalen. Het is de kerntaak van de leerplichtambtenaar om een verzuimende leerling weer naar school te krijgen en zijn ouders daar waar nodig op aan te spreken. Het toezicht op naleving van de Leerplichtwet door leerlingen vanaf 12 jaar en ouders blijft dan ook onveranderd.

Vooral in de grote steden is goede samenwerking tussen de Inspectie en leerplichtambtenaren en leerplichtconsulenten van de gemeente van groot belang. Het ministerie van OCW zal regelmatig met de gemeenten communiceren over de uitkomsten van het toezicht door de Inspectie. Door het toezicht op scholen eenduidig bij de Inspectie te beleggen valt bovendien te verwachten dat het verzuimbeleid van scholen in het vo en bve verder zal verbeteren. De keten ter bestrijding van verzuim en voortijdig schoolverlaten wordt effectiever vormgegeven en de samenwerking in de keten wordt bevorderd.