Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Geldermalsen

Verordening op de raadscommissies gemeente Geldermalsen 2012  

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieGeldermalsen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de raadscommissies gemeente Geldermalsen 2012  
CiteertitelVerordening op de raadscommissies gemeente Geldermalsen 2012  
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpRaadscommissies, commissie, raad, gemeenteraad, grondgebied, samenleving, bestuur en middelen, advies, spreekrecht

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Vervangt de Verordening op de raadscommissie 2011 van 29 maart 2011

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 82
  2. Gemeentewet, art. 149

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

28-12-2011nieuwe regeling

20-12-2011

Gemeenteblad, 2011-36

Raadsbesluit, 2011, 12.7b

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de raadscommissies gemeente Geldermalsen 2012

De raad van de gemeente Geldermalsen;

 

gelet op artikel 149 en artikel 82 van de Gemeentewet;

 

gelezen het voorstel van het presidium van 6 december 2011,

 

besluit:

 

vast te stellen de:

 

Verordening op de raadscommissies gemeente Geldermalsen 2012

Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    lid : lid van een raadscommissie;

  • b.

    voorzitter : voorzitter van een raadscommissie of diens vervanger;

  • c.

    commissiegriffier : secretaris van een raadscommissie of diens vervanger;

  • d.

    griffier : griffier van de raad of diens vervanger;

  • e.

    vergadering : vergadering van een raadscommissie.

Hoofdstuk 2 Instelling, taken en samenstelling.

Artikel 2 Instelling raadscommissies.

  • 1.

    De raad stelt de volgende raadscommissies in:

    • a.

      Grondgebied;

    • b.

      Samenleving;

    • c.

      Bestuur en Middelen;

  • 2.

    De raadscommissie Grondgebied adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen:

    • a.

      Ruimtelijke Ordening;

    • b.

      Verkeer en vervoer;

    • c.

      Volkshuisvesting;

    • d.

      Waterbeheer;

    • e.

      Beheer openbare ruimte;

    • f.

      Grondexploitatie;

    • g.

      Monumentenbeleid;

    • h.

      Bouwzaken;

    • i.

      Milieu.

  • 3.

    De raadscommissie Samenleving adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen:

    • a.

      Onderwijs;

    • b.

      Welzijn;

    • c.

      Wet Maatschappelijke Ondersteuning;

    • d.

      Cultuur;

    • e.

      Sport;

    • f.

      Kunst;

    • g.

      Recreatie en toerisme;

    • h.

      Volksgezondheid;

    • i.

      Sociale Zaken;

    • j.

      Minderheden;

    • k.

      Woonwagenzaken.

  • 4.

    De raadscommissie Bestuur & Middelen adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen:

    • a.

      Financiën;

    • b.

      Economische Zaken;

    • c.

      Lokale heffingen;

    • d.

      Personeel & Organisatie;

    • e.

      Bestuurlijke organisatie;

    • f.

      Integrale veiligheid;

    • g.

      Verbonden partijen (o.a. gemeenschappelijke regelingen);

    • h.

      Burgerzaken;

    • i.

      ICT en E-dienstverlening;

    • j.

      Regiozaken;

    • k.

      Communicatie.

      Daarnaast voert de raadscommissie Bestuur & Middelen, namens de gemeenteraad, het overleg met de rekenkamercommissie en de accountant.

  • 5.

    De onder de leden 2 en 3 genoemde onderwerpen worden respectievelijk in de raadscommissie Grondgebied en Samenleving integraal (incl. financiële, personele en communicatieve aspecten) behandeld.

  • 6.

    Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken, tenzij de voorzitters van de betrokken raadscommissies in overleg beslissen dat een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies wordt belegd of de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, het onderwerp behandelt.

  • 7.

    Indien een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies wordt belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter.

Artikel 3 Taken

Een raadscommissie heeft de volgende taken:

  • a.

    het beeldvormend bespreken van onderwerpen en thema’s die het beleidsterrein betreffen al dan niet met daartoe specifiek uitgenodigde of spontaan aangemelde derden;

  • b.

    het bepalen of het raadsvoorstel rijp is voor een oordeelsvormende bespreking in de commissie;

  • c.

    het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, tweede, derde of vierde lid, genoemde onderwerpen;

  • d.

    het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;

  • e.

    het voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in artikel 2, tweede, derde of vierde lid, genoemde onderwerpen.

Artikel 4 Samenstelling

  • 1.

    Een raadscommissie bestaat uit één lid per fractie.

  • 2.

    De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd.

  • 3.

    Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De artikelen 10, 11, 12, 13, 14 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie.

  • 4.

    De raad benoemt op voordracht van een fractie voor iedere raadscommissie één plaatsvervangend lid per fractie, die zitting in een raadscommissie heeft bij verhindering of ontstentenis van een lid als bedoeld in het eerste lid. Het plaatsvervangend lid voldoet aan de in het derde lid, genoemde vereisten.

Artikel 5 Voorzitter

  • 1.

    De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn midden benoemd.

  • 2.

    De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.

  • 3.

    De voorzitter is belast met:

    • a.

      het leiden van de vergadering;

    • b.

      het handhaven van de orde;

    • c.

      het doen naleven van deze verordening;

    • d.

      hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.

Artikel 6 Zittingsduur en vacatures

  • 1.

    De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het eind van de zittingsperiode van de raad.

  • 2.

    Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen.

  • 3.

    De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd.

  • 4.

    De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.

  • 5.

    Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.

  • 6.

    Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en 5.

  • 7.

    Indien een fractie volgens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.

Artikel 7 Griffier en commissiegriffier

  • 1.

    De raad benoemt ter ondersteuning van iedere raadscommissie een medewerker van de griffie als commissiegriffier.

  • 2.

    De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig.

  • 3.

    Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een daartoe door de griffier, na overleg met de secretaris, aangewezen ambtenaar.

  • 4.

    De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.

Hoofdstuk 3 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris

Artikel 8 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris

  • 1.

    De voorzitter kan de burgemeester, één of meer wethouders en de secretaris uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen.

  • 2.

    Indien de burgemeester, een wethouder of de secretaris bij een vergadering aanwezig wil zijn en wil deelnemen aan de beraadslagingen, doet hij hiertoe een verzoek aan de voorzitter.

  • 3.

    De voorzitter neemt zo spoedig mogelijk een voorlopige beslissing op het verzoek.

Hoofdstuk 4 Vergaderingen

Paragraaf 1. Tijdstip van vergaderen en voorbereiding

Artikel 9 Vergaderfrequentie

  • 1.

    In de regel vinden de oordeelsvormende vergaderingen van de raadscommissie(s):

    • a.

      Samenleving en Grondgebied plaats op de eerste dinsdag van de maand;

    • b.

      Bestuur en Middelen op de tweede dinsdag van de maand.

    • c.

      en voor specifieke onderwerpen betreffende Samenleving, Grondgebied of Bestuur en Middelen of de hele gemeenteraad op aparte, eventueel parallelle bijeenkomsten voor de beeldvormende fase op de derde dinsdag van de maand.

  • 2.

    De oordeelsvormende vergaderingen van de raadscommissies Samenleving en Grondgebied vangen aan om 20.00 uur en vinden plaats in het gemeentehuis. De vergadering van de raadscommissie Bestuur en Middelen vangt aan om 20.00 uur. De vergaderingen duren respectievelijk tot uiterlijk 23.00 uur en 21.30 uur. Als dat tijdstip is aangebroken, vraagt de voorzitter de commissieleden of men door wil vergaderen. Als daartoe wordt besloten is daarvoor een unaniem besluit nodig

  • 3.

    Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken.

  • 4.

    Vergaderingen van de commissies met het doel onderwerpen alleen beeldvormend te bespreken zijn, indien daartoe wordt verzocht of opgeroepen, op de derde dinsdag van de maand.

  • 5.

    De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de griffier.

Artikel 10 Oproep

  • 1.

    De voorzitter zendt tenminste 10 dagen voor een vergadering de leden een digitale oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering.

  • 2.

    De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de digitale oproep op de website geplaatst.

  • 3.

    Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 11, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.

Artikel 11 De agenda

  • 1.

    Voordat de digitale oproep wordt verzonden, stelt de voorzitter de agenda van de vergadering, conform het vastgestelde format, voorlopig vast.

  • 2.

    In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de digitale oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van de vergadering een aanvullende agenda opstellen.

  • 3.

    Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.

  • 4.

    Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

  • 5.

    Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken

  • 1.

    Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de digitale oproep voor een ieder op het gemeentehuis in de leeskamer ter inzage gelegd. Indien ná het verzenden van de digitale oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.

  • 2.

    Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht.

  • 3.

    Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier een lid inzage.

Artikel 13 Openbare kennisgeving.

  • 1.

    De vergadering wordt tegelijkertijd met de digitale oproep door aankondiging via de gemeentelijke infopagina en door plaatsing op de website van de gemeente ter openbare kennis gebracht.

  • 2.

    De openbare kennisgeving vermeld:

    • a.

      de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;

    • b.

      de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien;

    • c.

      de fase (n) waar binnen de bespreking van het onderwerp zich afspeelt: beeldvorming en/of oordeelsvorming;

    • d.

      de mogelijkheid tot het uit oefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 16.

Paragraaf 2 Orde der vergadering

Artikel 14 Presentielijst

De commissiegriffier vermeldt de namen van de deelnemers aan de beraadslaging op de afsprakenlijst.

Artikel 15 Opening vergadering en quorum

  • 1.

    De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

  • 2.

    Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de digitale oproep is gelegen.

  • 3.

    Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien volgens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

Artikel 16 Spreekrecht burgers

  • 1.

    In de openbare commissievergaderingen waarin sprake is van ‘beeldvorming’ worden de aanwezige deskundigen of belangstellenden in de gelegenheid gesteld over de te behandelen onderwerpen mee te spreken of informatie te verstrekken. Zij worden als eersten in de gelegenheid gesteld het woord te voeren. De leden van de commissie krijgen de gelegenheid om vragen te stellen aan de meesprekers. Vervolgens spreken de commissieleden met elkaar en de portefeuillehouder. Op voorstel van de voorzitter kan de commissie besluiten van deze spreekvolgorde af te wijken.

  • 2.

    In elke commissievergadering die geheel aan beeldvorming wordt besteed is ook een rondvraag. Burgers kunnen voorafgaand aan de vergadering bij de voorzitter of de commissiegriffier melden dat ze een punt willen bespreken bij de rondvraag.

  • 3.

    Het woord kan niet worden gevoerd over:

    • a.

      een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;

    • b.

      benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;

    • c.

      een gedraging waarover een klacht ex. artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.

Artikel 17 Afspraken

  • 1.

    De griffier draagt zorg voor het vermelden van de aanwezigen op de afsprakenlijst van elke vergadering.

  • 2.

    Het audioverslag wordt één werkdag na de commissievergadering via de website beschikbaar gesteld.

  • 3.

    De conceptafsprakenlijst van de voorgaande vergadering wordt, zo mogelijk, aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de digitale oproep voor de volgende vergadering.

  • 4.

    De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de afsprakenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen is afgesproken.

  • 5.

    De afsprakenlijst bevat ten minste:

    • a.

      de namen van de voorzitter, de griffier, de secretaris, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben;

    • b.

      een zakelijke samenvatting van de afspraken;

  • 6.

    De lijst met afspraken wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld,

Artikel 18 Aantal spreektermijnen in de oordeelsvormende fase

  • 1.

    De oordeelsvormende beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist.

  • 2.

    Elke spreektijd wordt door de voorzitter afgesloten.

  • 3.

    Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

  • 4.

    Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

Artikel 19 Spreektijd

Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden.

Artikel 20 Voorstellen van orde

  • 1.

    De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.

  • 2.

    Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.

  • 3.

    Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond.

Artikel 21 Handhaving orde; schorsing

  • 1.

    Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:

    • a.

      de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren;

    • b.

      een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

  • 2.

    Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin dat plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.

  • 3.

    De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten.

  • 4.

    De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen.

  • 5.

    Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

Artikel 22 Beraadslaging

  • 1.

    De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.

  • 2.

    Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.

Artikel 23 Deelname aan de beraadslaging door anderen

  • 1.

    De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

  • 2.

    Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.

Artikel 24 Advies

  • 1.

    Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht stelt de voorzitter vast dat het onderwerp of voorstel voldoende duidelijk is om te worden beoordeeld door de commissie, tenzij de commissie anders beslist.

  • 2.

    Wanneer de voorzitter vaststelt dat het onderwerp of het voorstel voldoende is behandeld, sluit hij de be raadslaging, tenzij de commissie anders beslist.

  • 3.

    Nadat de bespreking is gesloten, beslist de raadscommissie of er een advies aan de raad wordt uitgebracht.

  • 4.

    Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies.

  • 5.

    In het advies worden de standpunten plus overgebleven discussiepunten van alle fracties opgenomen.

Hoofdstuk 5 Besloten vergadering

Artikel 25 Algemeen

Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 26 Verslag

  • 1.

    Het verslag van een besloten vergadering wordt uitsluitend toegezonden aan de leden van de raad en de aanwezige leden van de raadscommissie en college.

  • 2.

    Het verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de commissiegriffier ondertekend.

Artikel 27 Geheimhouding

Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie overeenkomst artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of over de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.

Artikel 28 Opheffen geheimhouding

Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover, indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.

Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers

Artikel 29 Toehoorders en pers

  • 1.

    De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemd plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.

  • 2.

    Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op een andere wijze verstoren van de orde is verboden.

  • 3.

    De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.

Artikel 30 Geluid- en beeldregistraties

Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zo ver gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.

Artikel 31 Gebruik mobiele communicatiemiddelen

In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik, van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen toegestaan mits dit het goede verloop van de vergadering niet hindert.

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

Artikel 32 Uitleg verordening

In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de voorzitter.

Artikel 33 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking.

  • 2.

    Met ingang van die datum wordt de verordening op de raadscommissies 2011 van 29 maart 2011 ingetrokken.

Artikel 34 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening op de raadscommissies gemeente Geldermalsen 2012”.

Aldus besloten in de openbare vergadering

van 20 december 2011, nummer 7b

de griffier, de voorzitter,