Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemert-Bakel

Beleidsregels Herziening, intrekking, terugvordering en invordering Gemert-Bakel 2018

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieGemert-Bakel
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregels Herziening, intrekking, terugvordering en invordering Gemert-Bakel 2018
CiteertitelBeleidsregels herziening, intrekking, terugvordering en invordering gemeente Gemert-Bakel 2018
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpe-suite 21297-2018; Herijking beleidsregels Participatiewet 2015

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 17 van de Participatiewet
  2. artikel 52 van de Wet werk en bijstand
  3. artikel 54 van de Wet werk en bijstand
  4. artikel 58 van de Participatiewet
  5. artikel 59 van de Participatiewet
  6. artikel 60 van de Participatiewet
  7. artikel 60a van de Participatiewet
  8. artikel 60c van de Participatiewet
  9. artikel 13 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
  10. artikel 17 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
  11. artikel 25 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
  12. artikel 26 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
  13. artikel 27 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
  14. artikel 28 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
  15. artikel 29a van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
  16. artikel 13 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
  17. artikel 17 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
  18. artikel 25 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
  19. artikel 26 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
  20. artikel 27 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
  21. artikel 28 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
  22. artikel 29a van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
  23. titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-02-2019Nieuwe regeling

10-10-2018

gmb-2019-23635

Herijking beleidsregels Participatiewet 2015 e-suite zaaknummer 21297-2018

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregels Herziening, intrekking, terugvordering en invordering Gemert-Bakel 2018

Het college van burgemeester en wethouders,

 

Gelet op de artikelen 17, 52, 54, 58, 59, 60, 60a, 60b en 60c Participatiewet, de artikelen 13, 17, 20a, 25, 26, 27, 28, 29 en 29a Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de artikelen 13, 17, 25, 26, 27, 28, 29 en 29a Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en titel 4.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb):

Besluit

 

  • I.

    In te trekken de beleidsregels Invordering Gemert-Bakel 2015 zoals opgenomen in beleidsrichtlijn B125 tevens opgenomen in Verzamelbesluit Beleidsregels Participatiewet Gemert-Bakel 2015

  • II.

    Vast te stellen de Beleidsregels Herziening, intrekking, terugvordering en invordering gemeente Gemert-Bakel 2018

De beleidsregels Herziening, intrekking, terugvordering en invordering gemeente Gemert-Bakel 2018 worden als volgt ingevuld:

 

HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1.

    Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, IOAW, IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      bruteren: het verhogen van de vordering met de loonbelasting en premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de uitkering verstrekt krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtig is, voor zover deze belasting en premies niet verrekend kunnen worden met de door het college af te dragen loonbelasting en premies volksverzekeringen;

    • b.

      college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gemert-Bakel;

    • c.

      fraudevordering: vordering in verband met ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende uitkering als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht;

    • d.

      inlichtingenplicht: verplichting genoemd in artikel 17, eerste lid van de Participatiewet, artikel 13, eerste lid van de IOAW, artikel 13, eerste lid van de IOAZ en artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

    • e.

      IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers;

    • f.

      IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

    • g.

      uitkering: de door het college verleende bijstand in het kader van de Participatiewet en de uitkering in het kader van de IOAW en IOAZ;

    • h.

      Rv: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Artikel 2. Algemene bepaling met betrekking tot de bevoegdheid tot herziening, intrekking, terugvordering en brutering

Het college maakt gebruik van in de Participatiewet, de IOAW en IOAZ toekomende bevoegdheid tot:

  • a.

    herziening of intrekking als bedoeld in artikel 54, derde lid, laatste volzin en vierde lid van de Participatiewet of 17, derde lid, laatste volzin en vierde lid van de IOAW en IOAZ;

  • b.

    tot terugvordering zoals deze haar op grond van artikel 58, tweede lid en artikel 59 van de Participatiewet alsmede artikel 25, tweede lid en artikel 26 van de IOAW en IOAZ toekomt;

  • c.

    bruteren van de vordering, welke zijn ontstaan door gebruik te maken van de onder b genoemde bevoegdheden, bij niet tijdige betaling; en

  • d.

    verrekenen van inkomsten als bedoeld in 58, vierde lid van de Participatiewet of 25, vierde lid van de IOAW en IOAZ.

Artikel 3. Uitzonderingen voortvloeiende uit de jurisprudentie

  • 1.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 2, aanhef en onder b vordert het college een door haar na ontvangst van een signaal ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte uitkering niet terug, voor zover deze uitkering ook zes maanden na ontvangst van dit signaal nog onterecht of tot een te hoog bedrag is verleend, tenzij belanghebbende in dit kader de inlichtingenplicht heeft geschonden.

  • 2.

    Onder een signaal als genoemd in het eerste lid wordt verstaan relevante informatie waaruit kan worden afgeleid dat sprake is van een dusdanige fout, dat het college op grond daarvan actie zou moeten ondernemen.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 2, aanhef en onder b beperkt het college de terugvordering tot het bedrag rekening houdend met de matigingsjurisprudentie.

  • 4.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 2, aanhef en onder c ziet het college af van brutering indien sprake is van een vordering die is ontstaan buiten toedoen van belanghebbende en hem niet kan worden verweten dat de betaling van de schuld niet reeds is voldaan in het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft.

HOOFDSTUK 2 GEHEEL OF GEDEELTELIJK AFZIEN VAN VERDERE TERUGVORDERING

Artikel 4. Reikwijdte

De bepalingen in dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op vorderingen vanwege het schenden van de inlichtingenplicht die op of na 1 januari 2013 zijn ontstaan.

 

Paragraaf 2.1 Kwijtschelding in verband met het gedurende een bepaalde periode voldoen aan de betalingsverplichtingen

Artikel 5. Afzien van terugvordering of van verdere terugvordering na het voldoen aan de betalingsverplichting

  • 1.

    In afwijking van artikel 2, tweede lid kan het college besluiten af te zien van terugvordering of van verdere terugvordering van uitkering indien de belanghebbende:

    • a.

      gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; of

    • b.

      gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; of

    • c.

      gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of

    • d.

      een bedrag, overeenkomend met tenminste 50% van de restsom in één keer aflost.

  • 2.

    Tot toepassing van het eerste lid, aanhef en onder a, b, c en d wordt ambtshalve besloten.

Artikel 6. Uitzondering

  • 1.

    Artikel 5 is niet van toepassing ten aanzien van vorderingen die:

    • a.

      het gevolg zijn van schending van de inlichtingenplicht dan wel tekortschietend besef van verantwoordelijkheid dan bedraagt de termijn zoals genoemd in artikel 5, eerste lid onder a en b tien jaar;

    • b.

      door pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt, tenzij voor zover zij niet op die goederen verhaald kunnen worden.

  • 2.

    Het op basis van artikel 5 genomen besluit tot (gedeeltelijk) afzien van terugvordering wordt ingetrokken, indien op een later tijdstip blijkt dat belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.

     

Paragraaf 2.2 Kwijtschelding in verband met kruimelbedragen

Artikel 7. Afzien van terugvordering bij kruimelbedragen

In afwijking van het bepaalde in artikel 2, onderdeel b, ziet het college af van het nemen van een terugvordering besluit indien:

  • a.

    het terug te vorderen bedrag lager is dan € 150,- en het bedrag niet verrekend kan worden met een lopende uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW, IOAZ of gereserveerd vakantiegeld; of

  • b.

    sprake is van een restantvordering beneden € 150,- en is vastgesteld dat een minnelijk traject niet meer tot betalingen leidt.

Paragraaf 2.3 Schuldregeling

Artikel 8. Geheel of gedeeltelijk afzien van terugvordering bij schulden

  • 1.

    Het college verleent medewerking aan een schuldregeling indien:

    • a.

      redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden;

    • b.

      redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen;

    • c.

      de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde uitkering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang; en

    • d.

      de aanpak van de schuldenproblematiek wordt uitgevoerd door een instantie aangesloten bij de NVVK (Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet).

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing indien:

    • a.

      de terugvordering van uitkering het gevolg is van verwijtbaar gedrag van de belanghebbende dan wel de vordering ziet op bijstand die is verstrekt in de vorm van een geldlening op grond van het bepaalde in artikel 48, tweede lid, aanhef en onder b, van de Participatiewet;

    • b.

      de vordering wordt gedekt door pand of hypotheek op een goed of goederen, tenzij voor zover de vordering niet op die goederen verhaald kan worden.

  • 3.

    Het besluit om medewerking te verlenen aan een schuldregeling wordt ingetrokken indien:

    • a.

      niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen bedoeld in het eerste lid;

    • b.

      de belanghebbende de aan de schuldregeling verbonden verplichting ondanks eerdere waarschuwing blijft schenden; dan wel

    • c.

      onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.

HOOFDSTUK 3 INVORDERING

Paragraaf 3.1 De betalingsverplichting

Artikel 9. Algemeen

  • 1.

    Het college start de invordering gelijktijdig met de afgifte van het besluit tot terugvordering en hanteert daarbij de in artikel 4:87 van de Awb genoemde betalingstermijn van zes weken.

  • 2.

    Het gelijktijdig met het terugvordering besluit afgegeven invorderingsbesluit omvat daarbij de volgende punten:

    • a.

      de hoogte van (het saldo van) de vordering;

    • b.

      de betalingsverplichting om de vordering in zijn geheel te voldoen;

    • c.

      de datum waarop de betalingsverplichting in gaat;

    • d.

      de mogelijkheid voor belanghebbende om binnen 6 weken na verzenddatum van de beschikking als bedoeld in artikel 4.87 van de Awb een betalingsregeling te treffen;

    • e.

      de rechtsgevolgen bij niet-nakoming van de betalingsverplichting als beschreven in afdeling 4.4.2 Awb over verzuim en wettelijke rente en afdeling 4.4.4 over aanmaning en invordering bij dwangbevel;

    • f.

      de vermelding dat het aangaan van nieuwe schuldverplichtingen niet leidt tot een nieuwe vaststelling van een opgelegde betalingsverplichtingen behoudens bijzondere onvoorziene omstandigheden.

Artikel 10. Verrekening

Onverminderd het bepaalde in artikel 60, vierde lid van de Participatiewet en artikel 28, tweede lid van de IOAW en IOAZ en ongeacht de in artikel 9 genoemde betalingstermijn gaat het college indien mogelijk meteen na afgifte van het besluit tot terugvordering over tot verrekening van de vordering met een eventueel recht op bijstand of een uitkering in het kader van de IOAW of IOAZ.

Artikel 11. Uitstel van betaling

  • 1.

    Het college verleent uitstel van betaling indien haar ambtshalve dan wel op basis van een gemotiveerd verzoek van belanghebbende duidelijk is dat belanghebbende geen mogelijkheid heeft om binnen de gestelde betalingstermijn tot algehele aflossing van de vordering over te gaan.

  • 2.

    Voor zover belanghebbende beschikt over aflossingscapaciteit verbindt het college aan het verleende uitstel de voorwaarde dat belanghebbende deze aflossingscapaciteit aanwendt ter aflossing van de openstaande schuld.

  • 3.

    Onverminderd het bepaalde in het tweede lid verbindt het college, indien het een fraudevordering betreft, aan de verlening van (verder) uitstel de extra voorwaarde dat belanghebbende indien hij over vermogen beschikt dan wel komt te beschikken, dit vermogen - voor zover dit meer bedraagt dan de voor hem geldende bijstandsnorm - aanwendt ter aflossing van de openstaande schuld.

  • 4.

    Bij de vaststelling of belanghebbende over vermogen beschikt als bedoeld in het derde lid:

    • a.

      worden de vorderingen die het gevolg zijn van te veel ontvangen uitkering buiten beschouwing gelaten; en

    • b.

      is het bepaalde in artikel 34, tweede lid, onder a en d van de Participatiewet van overeenkomstige toepassing.

  • 5.

    Het uitstel wordt ingetrokken indien de belanghebbende de nader overeengekomen aflossing niet nakomt.

  • 6.

    Voor de periode dat uitstel van betaling is verleend wordt geen wettelijke rente in rekening gebracht.

Artikel 12. Vaststelling van de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij belanghebbenden met een uitkering

  • 1.

    Indien belanghebbende een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet, de IOAW of de IOAZ, hanteert het college 5% van de uitkeringsnorm inclusief vakantietoeslag als maandelijkse aflossingscapaciteit tenzij sprake is van de kostendelersnorm.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt voor belanghebbende die in een inrichting ter verpleging of verzorging verblijft ingevolge artikel 475d lid 4 Rv een afwijkende beslagvrije voet die gelijk is aan de prijs voor verzorging of verpleging, verhoogd met 2/3 van de toepasselijke bijstandsnorm als genoemd in artikel 23 Participatiewet.

  • 3.

    In afwijking van het eerste en tweede lid zal op verzoek van de belanghebbende het college een berekening uitvoeren volgens artikel 475d Rv om de juiste beslagvrije voet en daarmee de juiste hoogte van verrekening te bepalen en past de gemeente de hoogte van het verrekende bedrag aan vanaf de datum waarop het college de gegevens die nodig zijn voor de berekening heeft ontvangen tenzij het college al eerder van die gegevens op de hoogte was indien blijkt dat hantering van het eerste lid niet correct was.

Artikel 13. Vaststelling van de duur en de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij uitstroom uit de Participatiewet, IOAW of IOAZ en bij debiteuren die geen recht hebben op algemene bijstand krachtens de Participatiewet, uitkering krachtens de IOAW en uitkering krachtens de IOAZ

  • 1.

    De hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij beëindiging of intrekking van de uitkering wordt gedurende zes maanden na de verzenddatum van dit besluit, gesteld op het bedrag dat belanghebbende maandelijks reeds afloste tijdens de bijstandsperiode of periode waarin een uitkering op grond van de IOAW of IOAZ is ontvangen tenzij:

    • a.

      er aanwijzingen zijn dat belanghebbende over voldoende middelen beschikt om de vordering ineens terug te betalen; of

    • b.

      de beëindiging of intrekking van de uitkering plaatsvindt door schending van de inlichtingenplicht.

  • 2.

    Na afloop van de termijn als bedoeld in het eerste lid wordt bij alle vorderingen de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit vastgesteld met als uitgangspunt dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van de beslagvrije voet als bedoeld in artikel 475d Rv en dat de vordering binnen een redelijke termijn wordt afgelost tenzij er aanwijzingen zijn dat belanghebbende over voldoende middelen beschikt om de vordering ineens terug te betalen:

    < € 2.500,- aflossen binnen 36 maanden;

    € 2.500,- - € 5000,- aflossen binnen 48 maanden/60 maanden;

    > € 5000,- aflossen binnen 60 maanden/120 maanden.

     

Paragraaf 3.2 Tussentijdse beoordeling van een lopende betalingsverplichting

Artikel 14. Tussentijdse beoordeling van een betalingsverplichting door het college

  • 1.

    Bij een redelijk vermoeden dat de afloscapaciteit van belanghebbende is gewijzigd, kan het college een (draagkracht)onderzoek instellen.

  • 2.

    Voor zover geen redelijk vermoeden, als bedoeld in het eerste lid, aanwezig is, stelt het college telkens binnen 12 maanden een (draagkracht)onderzoek in.

  • 3.

    Wanneer het college als gevolg van een (draagkracht)onderzoek besluit tot wijziging van de eerder opgelegde betalingsverplichting, wordt belanghebbende hiervan in kennis gesteld bij beschikking.

  • 4.

    In het geval van een gewijzigde betalingsverplichting wordt deze opgelegd met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op die van de beschikking.

Artikel 15. Verzoek tot wijziging van een betalingsverplichting door belanghebbende

  • 1.

    Belanghebbende kan een verzoek doen, onder bijvoeging van zijn financiële en andere relevante gegevens met bijbehorende afschriften van bewijsstukken, tot:

    • a.

      wijziging van de eerder vastgestelde betalingsverplichting, of

    • b.

      tijdelijk uitstel van de opgelegde betalingsverplichting, omdat de belanghebbende meent de eerder vastgestelde periodieke aflossingsverplichting niet te kunnen voldoen.

  • 2.

    Binnen acht weken na ontvangst van het verzoek neemt het college een besluit over de aanvraag als bedoeld in het eerste lid en deelt dit aan belanghebbende mee.

  • 3.

    Het verzoek tot wijziging van de betalingsverplichting schort de lopende verplichting niet op tenzij naar oordeel van het college er sprake is van dringende redenen.

     

Paragraaf 3.3 Gevolgen bij het niet of niet meer voldoen aan de betalingsverplichting

Artikel 16. Niet of niet meer voldoen van de betalingsverplichting

Indien de belanghebbende niet bereid is tot het treffen van een betalingsregeling of een eerder opgelegde betalingsverplichting niet meer nakomt, wordt het terugvordering besluit ten uitvoer gelegd door middel van een executoriaal beslag overeenkomstig de artikelen 479b tot en met 479g, behoudens artikel 479e, tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, of beslag in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, op basis van de executoriale titel die is verbonden aan een dwangbevel, als bedoeld in artikel 4:114 Awb, nadat de per omgaande gestarte betalings- en aanmaningsprocedure is doorlopen als bedoeld in artikel 4:117 Awb.

Artikel 17. Rente en kosten

Indien moet worden overgegaan tot beslaglegging wordt de vordering slechts verhoogd met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, indien de invordering is overgedragen aan een gerechtsdeurwaarder.

HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN

Artikel 18. Citeertitel

Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels herziening, intrekking, terugvordering en invordering gemeente Gemert-Bakel 2018”.

Artikel 19. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking daags na publicatie.

Besluit van 10 oktober 2018,

het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,

A.J.L.G. vanOudheusden

de burgemeester,

ing. M.S. vanVeen

Bijlage 1.B. ‘Beleidsregel herziening, intrekking, terugvordering en invordering 2018’

Wijzigingsoverzicht

In deze nieuwe versie is rekening gehouden met het gestelde kader van 1deregulering:

Deregulering betekent niet alleen schrappen van bestaande regels, maar vooral ervoor zorgen dat er regels worden gemaakt die positief gedrag belonen en negatief gedrag aanpakt, dienstverlening effectiever en uitvoeringsprocessen doelmatiger maken. Dit moet resulteren in minder regeldruk en effectievere dienstverlening en snellere procesgang tegen lagere kosten voor zowel de werkgevers, de werkzoekenden, de gemeenten als de eigen organisatie en meer uitstroom naar (regulier) werk.

 

De belangrijkste wijzingen t.o.v. de vorige versie ‘Beleidsregel invordering 2015’ zijn:

  • -

    Bij terugvorderingen zijn de verhoging met incassokosten komen te vervallen. Reden is de doelgroep niet nog verder te belasten met hogere schulden (enige uitzondering bij inschakeling deurwaarder). Nieuwe artikel 14.

  • -

    Niet meer direct opleggen van de terugvordering bij mensen die uitstromen naar werk om armoedeval te voorkomen, door het bieden van een langere periode om de terugbetaling te voldoen m.u.v. fraudegevallen. Nieuwe artikel 13.

  • -

    Verhoging van het bedrag van €100 naar €150 bij afzien van terugvordering bij kruimelbedragen.

    Nieuwe artikel 7.

  • -

    Meer mogelijkheden kunnen bieden in maatwerk bij het gedeeltelijk of geheel af te zien van terugvordering bij schulden. Nieuwe artikel 8.

  • -

    Toevoeging van de 5% norm bij het vaststellen van de maandelijkse afloscapaciteit. Nieuwe artikel 5.

  • -

    Onderliggende wetgeving is gelijk gebleven. Regels die direct voortvloeiden uit Awb en participatiewet zijn verwijderd.

OUD: Beleidsregels invordering Helmond 2015, zoals opgenomen in richtlijn participatiewet B125.

Onderstaande richtlijn (B125) geeft het gemeentelijk beleid inzake invordering. Men spreekt in dit verband ook wel over 'debiteurenbeleid'. Huidige invulling Senzer (Gemeente Helmond) is van toepassing.

(Bron: vastgestelde beleidsregels 2015 - gepubliceerd in handboek Schulinck)

NIEUW: Beleidsregel herziening, intrekking, terugvordering en invordering Gemert-Bakel 2018

Artikel 1: Algemeen

Artikel 2: Opschorting, herziening en intrekking.

Artikel 3: Terugvordering

Artikel 4: Ten onrechte verleende bijstand of uitkering.

Wijziging: artikelen 1 tot en met 4 vervallen, deze zijn opgenomen in de nieuwe artikelen 1 tot en met 3.

 

 

Artikel 1: Begripsbepalingen.

Artikel 2: Algemene bepaling met betrekking tot de bevoegdheid tot herziening, intrekking, terugvordering en brutering

Artikel 3: Uitzonderingen voortvloeiende uit de jurisprudentie.

Wijziging:

artikel 1: toevoeging begrippen;

artikel 2: vereenvoudiging oude artikel 1;

artikel 3: toevoeging uitzonderingen t.a.v. nieuwe artikel 2 o.b.v. jurisprudentie.

artikel 4: toevoeging reikwijdte v.d. bepalingen.

Artikel 5: Terugvordering van gezinsleden.

Wijziging: artikel 5 vervalt, alle bepalingen zijn opgenomen in de participatiewet.

Artikel 5: afzien van terugvordering of van verdere terugvordering na het voldoen aan de betalingsverplichting.

Wijziging:

In verband met komende wetswijziging vereenvoudiging beslag vrije voet zal 5% gehanteerd moeten worden.

afwijkingsbepalingen t.a.v. artikel 2 tweede lid. Plus oude artikel 6.1. en 6.2.

Artikel 6: Afzien van het nemen van een terugvorderingsbesluit.

Wijzing:

artikel 6.1. en 6.2. komen terug in nieuwe 5.

Artikel 6.2. a,b,c zijn opgenomen in het nieuwe artikel 8, waarbij de hoogte van het bedrag wanneer wordt afgezien van in- of terugvordering is verhoogt van €100 naar €150 euro.

Artikel 6: Uitzondering

Wijziging: afwijkingsartikel i.v.m. fraudevorderingen t.a.v. artikel 5.

Artikel 7: kwijtschelding wegens schuldenproblematiek.

Artikel 8: afzien van kwijtschelding wegens schuldenproblematiek.

Artikel 9: inwerkingtreding van het besluit tot afzien van terugvordering wegens schuldenproblematiek.

Artikel 10:intrekking kwijtscheldingsbesluit schuldenproblematiek.

Wijziging: artikelen 7 tot en met 10 zijn opgenomen in het nieuwe artikel 8.

Artikel 7: Afzien van terugvordering bij kruimelbedragen.

Wijziging:

afwijkingsbepalingen t.a.v. artikel 2 onderdeel b.

Financieel begunstigd voor de klant.

Artikel 11: kwijtschelding na het voldoen aan de betalingsverplichting.

Wijziging: artikel 11 is opgenomen in het nieuwe artikel 5.

Artikel 8: Geheel of gedeeltelijk afzien van terugvordering bij schulden.

Wijziging: oude artikel 7, 8, 9,10 en 13.

financieel begunstigd voor de klant. Meer maatwerk mogelijkheden kunnen bieden om regelingen te kunnen treffen.

Artikel 12: Verkorting van de periode bij voldoen betalingsverplichting.

Wijzing: artikel 12 vervalt, deze bepaling heeft betrekking op de leenbijstand. Hiervoor verricht Senzer wel het debiteurenbeheer maar onder het beleid van de bijzonder bijstand en voor Helmond onder het beleid van de Zorgpoort.

Artikel 9: Algemeen

Wijziging: toevoeging algemene bepaling omtrent de betalingsverplichting m.b.t. de invordering.

Artikel 13: Afzien van kwijtschelding wegens schuldenproblematiek dan wel na voldoen aan betalingsverplichting.

Wijziging: artikel 13 is opgenomen in het nieuwe artikel 6.

 

Artikel 10: Verrekening

Wijziging: bepaling omtrent de wijze van verrekening.

Artikel 14: Boetebesluit

Artikel 15: Terugvorderingsbesluit

Wijziging: artikelen 14 en 15 vervallen, blijken uit de AWB.

Artikel 11: Uitstel van betaling

Wijziging: oude artikel 18.

Artikel 16: Wettelijke rente

Wijziging: opgenomen in nieuwe artikel 14.

Artikel 12: Vaststelling van de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij belanghebbenden met een uitkering.

Wijziging: oude artikel 21.

Artikel 17: Betaling

Wijziging: opgenomen in artikel 9.

 

Artikel 13: Vaststelling van de duur en de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij uitstroom uit de participatiewet, IOAW of IOAZ en bij debiteuren die geen recht hebben op algemene bijstand krachtens de participatiewet, uitkeringen krachtens de IOAW en uitkering krachtens de IOAZ.

Wijziging: was oude artikel 21. Meer ruimte voor maatwerk door verhoging aantal maanden aflossing naar 120 maanden. Glijdende schaal?

Niet direct opleggen van de terugvordering bij mensen die uitstromen naar werk om armoedeval te voorkomen.

Artikel 18: Uitstel van betaling

Wijziging: opgenomen in nieuwe artikel 11, weggelaten zijn de bepalingen en verwijzingen die blijken uit de AWB.

Artikel 14: Wettelijke rente bij uitstel

Wijziging: oude artikel 16.

Artikel 19: Aanmaning

Artikel 20: Dwangbevel

Wijziging: artikelen 19 en 20 zijn opgenomen in het nieuwe artikel 17, weggelaten zijn de bepalingen en verwijzingen die blijken uit de AWB.

 

Artikel 15: Tussentijdse beoordeling van een betalingsverplichting door het college.

Wijziging:

15.2. 12 maanden. 15.3. alleen bij wijziging om onnodige administratieve taken te verminderen.

Artikel 21: Verrekening en beslaglegging

Artikel 22: Verjaring

Artikel 23: Bescherming van de beslag vrijevoet

Wijziging: bepalingen uit de artikelen 21 tot en met 23 deze blijken uit de Awb zijn vervallen.

Artikel 16: Verzoek tot wijziging van een betalingsverplichting door belanghebbende.

Wijziging:

De kosten van het dwangbevel (art. 20c) en kosten van beslaglegging (art. 21 i) zijn komen te vervallen. Behalve als de deurwaarder wordt ingeschakeld. Artikel 16.1. ‘schriftelijk’ verzoek eruit, kan ook op andere manieren is hierdoor klantvriendelijker.

Artikel 24: Nadere specificatie

Wijziging: artikel 24 vervalt, de nadere uitwerking van de procedures zijn geen onderdeel van de beleidsregel en komen terug in de werkinstructies.

Artikel 17: Niet of niet meer voldoen van de betalingsverplichting.

Wijziging: Vereenvoudig oude artikel 19 en 20.

 

Artikel 18: Rente en kosten

Wijziging: Oude artikel 21.

 


1

Zoals beschreven in het ondernemingsplan 2018 van Senzer.