Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gouda

Besluit van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Gouda houdende regels omtrent mandaat (Gouds mandatenbesluit)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieGouda
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBesluit van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Gouda houdende regels omtrent mandaat (Gouds mandatenbesluit)
CiteertitelGouds mandatenbesluit
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervalt op 31 december 2021.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 160 van de Gemeentewet
  2. artikel 168 van de Gemeentewet
  3. artikel 171 van de Gemeentewet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

24-07-2020artikel 36, 48

14-07-2020

gmb-2020-188412

4050
15-07-202024-07-2020artikel 47

07-07-2020

gmb-2020-178230

4190
10-04-202015-07-2020artikel 5, 24, 25, 83, 84, 85, 86, 87, 88

24-03-2020

gmb-2020-93609

3877
26-03-202010-04-2020artikel 29

03-03-2020

gmb-2020-81497

3773
01-01-202026-03-2020nieuwe regeling

17-12-2019

gmb-2019-316506

3320

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Gouda houdende regels omtrent mandaat (Gouds mandatenbesluit)

Het college van burgemeester en wethouders van Gouda en de burgemeester van de gemeente Gouda ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;

 

gelet op artikel 160, 168 en 171 van de Gemeentewet;

 

besluiten:

 

het Gouds mandatenbesluit vast te stellen.

 

1 Algemeen

Artikel 1  

  • 1.

    Aan de functionarissen genoemd in de hoofdstukken 2, 3 en 4 van dit besluit wordt mandaat verleend voor de uitoefening van de bevoegdheden die voor de desbetreffende functionarissen in die onderdelen zijn aangegeven.

  • 2.

    Onder mandaat wordt mede verstaan de verlening van volmacht voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en machtiging voor het verrichten van feitelijke handelingen.

  • 3.

    Het ambtelijk verstrekken van informatie vindt plaats op eigen naam en niet krachtens mandaat. Onder het ambtelijk verstrekken van informatie wordt verstaan het geven van feitelijke inlichtingen over geldende regelingen of bestaand beleid, waardoor geen rechtsgevolgen ontstaan.

Artikel 2  

  • 1.

    In geval van afwezigheid van functionarissen, aan wie bevoegdheden zijn toegekend, worden deze bevoegdheden uitgeoefend door hun door de algemeen directeur aangewezen plaatsvervanger.

  • 2.

    Toekenning van een mandaat aan een functionaris houdt tevens in de toekenning van dit mandaat aan diens hiërarchisch leidinggevende(n).

  • 3.

    Toekenning van een beslissingsmandaat houdt tevens in de toekenning van een ondertekeningsmandaat.

Artikel 3  

Bij de uitoefening van de bevoegdheden krachtens mandaat worden de regels c.q. voorschriften krachtens wetten, besluiten, verordeningen, circulaires, regelingen etc. van rijks- of provinciale en gemeentelijke wetgevers of bestuursorganen in acht genomen, interne richtlijnen en voorschriften daaronder begrepen.

Artikel 4  

  • 1.

    Terugkoppeling naar de verantwoordelijke portefeuillehouder vindt vooraf plaats :

    • -

      indien er rekening mee gehouden moet worden dat de betrokken portefeuillehouder en/of het college op zijn of haar verantwoordelijkheid voor het te nemen besluit zal worden aangesproken;

    • -

      bij mogelijke strijdigheid met het beleid, richtlijnen, voorschriften e.d;

    • -

      bij afwijking van ingewonnen adviezen of indien er tegenstrijdige adviezen voorhanden zijn;

    • -

      voor wat betreft personele aangelegenheden, indien er rekening mee gehouden moet worden, dat de ambtenaar die het betreft, van zijn of haar bevoegdheid op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht om zijn of haar belangen rechtstreeks bij het tot aanstelling bevoegde orgaan te bepleiten, gebruik zal maken.

  • 2.

    Terugkoppeling naar de naast hogere leidinggevende vindt vooraf plaats indien er bij de uitoefening van een bedrijfsvoeringsmandaat sprake is van (bedrijfsvoerings)risico.

Artikel 5  

  • 1.

    Ingeval van uitoefening van bevoegdheden namens burgemeester en wethouders worden uitgaande stukken als volgt ondertekend:

    • namens burgemeester en wethouders van Gouda,

      functieaanduiding

      naam

      handtekening van de (onder)gemandateerde

  • 2.

    Betreft het de uitoefening van een bevoegdheid van de burgemeester, dan worden uitgaande stukken als volgt ondertekend:

    • namens de burgemeester van Gouda,

      functieaanduiding

      naam

      handtekening van de (onder)gemandateerde

  • 3.

    In geval een volmacht is verleend om namens de gemeente privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten, houdt deze bevoegdheid tevens in het namens de gemeente in plaats van de burgemeester ondertekenen van stukken. Ingeval van het afsluiten van een overeenkomst, wordt de overeenkomst als volgt ondertekend:

    • de gemeente Gouda,

      vertegenwoordigd door

      functieaanduiding

      naam

      handtekening

Artikel 6  

Indien de bevoegdheid tot ondertekening is toegekend aan een ander persoon dan degene die krachtens mandaat de beslissing heeft genomen, worden uitgaande stukken als volgt ondertekend: namens ‘Burgemeester en wethouders van Gouda’, dan wel namens ‘De burgemeester van Gouda’, gevolgd door de functieaanduiding en naam van de mandataris overeenkomstig diens besluit (datum besluit mandataris aangeven), gevolgd door de functieaanduiding en naam van degene die ondertekent.

Artikel 7  

  • 1.

    Het verlenen van ondermandaat is niet toegestaan, tenzij dit nadrukkelijk in het mandaatbesluit is aangegeven.

  • 2.

    Tenzij anders bepaald, is ondermandaat alleen toegestaan aan hiërarchisch ondergeschikten.

  • 3.

    Ondermandaat wordt in een schriftelijk besluit vastgelegd, deugdelijk geregistreerd en op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt.

  • 4.

    Ondermandaat moet in de betreffende uitgaande stukken tot uitdrukking worden gebracht.

Artikel 8  

Eenmaal per jaar kan bij de jaarstukken worden gerapporteerd over bijzonderheden betreffende de in mandaat genomen besluiten.

Artikel 9  

Dit besluit is van overeenkomstige toepassing op overige mandaatbesluiten van burgemeester en wethouders of de burgemeester van Gouda.

 

2 Inhoudelijke mandaten

2.1 Bestuurlijke mandaten

Artikel 10 Burgemeester en wethouders – geen ondermandaat

  • 1.

    Burgemeester en wethouders beslissen op klachten over gedragingen van de burgemeester als bestuursorgaan (niet zijnde voorzitter van het college van burgemeester en wethouders of van de gemeenteraad van Gouda).

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kennen per woonplaats namen toe aan delen van de openbare ruimte en zonodig aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken.

Artikel 11 Burgemeester - geen ondermandaat

  • 1.

    De burgemeester is bevoegd besluiten te nemen inzake het deelnemen aan samenwerkingsconstructies en het aangaan van taken en plichten die daaruit voortvloeien, voor zover daarmee operationele uitvoering wordt gegeven aan door het college en de raad vastgesteld integraal veiligheidsbeleid.

  • 2.

    De burgemeester is bevoegd convenanten, overeenkomsten en vergelijkbare documenten aan te gaan, voor zover daarmee operationele uitvoering wordt gegeven aan door het college en de raad vastgesteld integraal veiligheidsbeleid.

  • 3.

    De burgemeester is bevoegd éénmalige trouwlocaties aan te wijzen.

  • 4.

    De burgemeester is op grond van de Kieswet bevoegd leden van de stembureaus te benoemen.

  • 5.

    De burgemeester is bevoegd machtigingen af te geven voor het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner aan de met het toezicht belaste ambtenaren, ex artikel 5:27, lid 2, Algemene wet bestuursrecht.

  • 6.

    De burgemeester is bevoegd besluiten te nemen inzake naamgeving openbare ruimte.

Artikel 12 Wethouders – geen ondermandaat

  • 1.

    Een wethouder is bevoegd een crisismaatregel te nemen ten aanzien van een persoon, die zich in de gemeente bevindt als bedoeld in artikel 7:1 eerste lid van Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.

  • 2.

    Een wethouder is bevoegd de in artikel 7:1 en 7:2 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg beschreven acties te verzorgen bij het nemen van een crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:1, eerste lid, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.

  • 3.

    Een wethouder is bevoegd een huisverbod op te leggen aan personen, als bedoeld in artikel 2 van de Wet tijdelijk huisverbod.

Artikel 13 Portefeuillehouders, voor zover het de portefeuille betreft – geen ondermandaat

  • 1.

    Een portefeuillehouder is bevoegd te beslissen op bezwaarschriften ingevolge de Algemene wet bestuursrecht, ingeval van gelijkluidende adviezen van de Bezwaarschriftencommissie Gouda en (ambtelijk) van de functionele afdeling. Dit mandaat geldt niet:

    • a.

      indien het college of de portefeuillehouder het primaire besluit heeft genomen

    • b.

      indien de Bezwaarschriftencommissie Gouda een aanbeveling heeft gedaan, die niet wordt overgenomen

    • c.

      voor bezwaarschriften op het gebied van rechtspositie

    • d.

      indien het college nogmaals op het bezwaarschrift een besluit moet nemen

  • 2.

    Een portefeuillehouder is bevoegd te beslissen op subsidieverzoeken op grond van de Algemene Subsidieverordening Gouda 2003 ten aanzien van op de begroting voorkomende budgetten vanaf bedragen hoger dan € 25.000,-.

  • 3.

    Een portefeuillehouder is bevoegd te beslissen op subsidieverzoeken ten aanzien van specifieke op de begroting voorkomende budgetten op grond van een subsidieregeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Algemene Subsidieverordening Gouda 2003 vanaf bedragen hoger dan € 25.000,-.

  • 4.

    Een portefeuillehouder is bevoegd te besluiten namens de gemeente en het college rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten. Rechtsgedingen omvat ook het instellen van een kort geding, de voeging in strafzaken, de instelling van beroep, het verzoek tot schorsing van een aangevochten beslissing of het aanvragen van een voorlopige voorziening.

  • 5.

    Een portefeuillehouder is bevoegd namens de gemeente te besluiten zaken bij een geschillen- of arbitragecommissie of mediator aanhangig te maken.

Artikel 14 Portefeuillehouder binnenstad (o.a. economie) – geen ondermandaat

  • 1.

    De portefeuillehouder binnenstad is bevoegd koopzon- en feestdagen vast te stellen op grond van de Winkeltijdenwet en de Winkeltijdenverordening Gouda 2014.

  • 2.

    De portefeuillehouder binnenstad is bevoegd bestuursdwang toe te passen en daarmee tevens bevoegd een dwangsom op te leggen grond van artikel 125 Gemeentewet, wegens strijd met bepalingen in de hoofdstukken 3 en 4 van de Leegstandwet en de Leegstandverordening Gouda.

Artikel 15 Portefeuillehouder financiën, belastingen en grondzaken – geen ondermandaat

  • 1.

    De portefeuillehouder financiën, belastingen en grondzaken is bevoegd te besluiten tot het voortzetten van bestaande gemeentegaranties.

  • 2.

    De portefeuillehouder financiën, belastingen en grondzaken is bevoegd te besluiten tot inning van achterstallige vorderingen.

Artikel 16 Portefeuillehouder onderwijs – geen ondermandaat

  • 1.

    De portefeuillehouder onderwijs is bevoegd afspraken te maken over het onderwijsachterstandenbeleid, als bedoeld in de artikelen 167 en 167a van de Wet op het primair onderwijs en artikel 118a van de Wet op het voortgezet onderwijs.

  • 2.

    De portefeuillehouder onderwijs is bevoegd uitvoeringsbeleid onderwijsachterstanden vast te stellen op basis van door het college vastgestelde kaders.

Artikel 17 Portefeuillehouder RO en strategisch grondbeleid – geen ondermandaat

De portefeuillehouder RO en strategisch grondbeleid is bevoegd te beslissen op aanvragen om een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan (artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) wanneer deze wordt verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a onder 3º (Wabo-projectbesluit of projectafwijkingsbesluit).

Artikel 18 Portefeuillehouder sport – geen ondermandaat

De portefeuillehouder sport is bevoegd jaarlijks de tarieven van de scholen voor het gebruik van sporthallen, gymzalen en sportparken vast te stellen en de tarieven voor de verhuur van kleedkamers op buitensportaccommodaties, indien het een verhoging betreft met de reguliere index.

Artikel 19 Portefeuillehouder stedelijk beheer en mobiliteit – geen ondermandaat

  • 1.

    De Portefeuillehouder stedelijk beheer en mobiliteit is bevoegd gladheidsbestrijdingsplannen vast te stellen.

  • 2.

    De portefeuillehouder verkeer, vervoer en parkeren is bevoegd jaarlijkse tegemoetkomingen toe te kennen aan de Vereniging Buurtbus Reeuwijk voor de ontsluiting van Achterwillens door de buurtbus Reeuwijk.

Artikel 20 Portefeuillehouder Klimaat (water, groen en bodemdaling) – geen ondermandaat

De portefeuillehouder Klimaat (water, groen en bodemdaling) is bevoegd te beslissen over toepassing van de hardheidsclausule uit de Subsidieverordening Groenfonds Gouda.

Artikel 21 Portefeuillehouder Jeugd en welzijn, maatschappelijke ondersteuning en Publieke gezondheid – geen ondermandaat

  • 1.

    De portefeuillehouder jeugd en welzijn is bevoegd verboden om in exploitatie te gaan of te blijven op te leggen als bedoeld in artikel 1.66, eerste en tweede lid, van de Wet kinderopvang.

  • 2.

    De portefeuillehouder jeugd en welzijn is bevoegd dwangsommen en bestuurlijke boetes op te leggen als bedoeld in artikel 1.72 van de Wet kinderopvang, alsmede het uitspreken van een voornemen tot het opleggen van een boete als bedoeld in artikel 1.80 van de Wet kinderopvang.

  • 3.

    De portefeuillehouder jeugd en welzijn is bevoegd om jaarlijks, aan de hand van de uitgevoerde evaluatie, een geactualiseerd Samenwerkingsprotocol met de Raad voor de Kinderbescherming vast te stellen.

Artikel 22 Portefeuillehouder wonen en wijkontwikkeling – geen ondermandaat

  • 1.

    De portefeuillehouder wonen en wijkontwikkeling is bevoegd wijkanalyses, -visies en -jaarprogramma’s van de 13 (wijkaanpak) wijken vast te stellen.

  • 2.

    De portefeuillehouder wonen en wijkontwikkeling is bevoegd bestuursdwang aan te zeggen en bestuursdwang toe te passen en daarmee tevens bevoegd een dwangsom op te leggen krachtens artikel 125 van de Gemeentewet op en nabij woonwagencentra.

  • 3.

    De portefeuillehouder wonen en wijkontwikkeling is bevoegd op grond van artikel 17, eerste lid, Huisvestingsverordening Gouda afspraken te maken met woningcorporaties over het beschikbaar stellen van een aantal woningen voor woningzoekenden die vallen onder het regionaal convenant ter bevordering van de uitstroom uit maatschappelijke instellingen en de huisvesting van ex-gedetineerden.

  • 4.

    De portefeuillehouder wonen en wijkontwikkeling is bevoegd experimenten toe te staan waarin afgeweken conform artikel 35 van de Huisvestingsverordening Gouda.

  • 5.

    De portefeuillehouder wonen en wijkontwikkeling is op grond van artikel 13 lid 4 van de Huisvestingsverordening Gouda bevoegd toestemming te geven aan een woningcorporatie om bij de toewijzing van woningen in specifieke complexen voorrang te geven aan specifieke doelgroepen.

  • 6.

    De portefeuillehouder wonen en wijkontwikkeling is bevoegd tot vaststelling/wijziging van (toekomstige) overeenkomsten over uitvoering van taken in het kader van de Huisvestingsverordening Gouda.

Artikel 23 Portefeuillehouder woonwagens – geen ondermandaat

De portefeuillehouder woonwagens is bevoegd om in individuele gevallen af te wijken van de Beleidsregels toewijzen huurstandplaatsen woonwagens Gouda, conform artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht.

 

2.2 Ambtelijke mandaten

2.2.1 Ambtelijke mandaten aan directeuren

Artikel 24 Gemeentesecretaris/algemeen directeur – geen ondermandaat

  • 1.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur is bevoegd te beslissen op klachten over gedragingen van directeuren.

  • 2.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur is bevoegd burgers de toegang te ontzeggen tot de ruimten van de desbetreffende diensten, indien dit dringend noodzakelijk moet worden geacht in het belang van de openbare orde of de voortgang van de werkzaamheden in die ruimten.

Artikel 25 Gemeentesecretaris/algemeen directeur en directeuren– geen ondermandaat

  • 1.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur en de directeuren zijn bevoegd te beslissen op klachten over gedragingen van afdelingshoofden waaraan hiërarchisch leiding wordt gegeven, overeenkomstig het door de directie vastgestelde organogram.

  • 2.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur en de directeuren zijn bevoegd declaraties in te dienen ter verkrijging van publiekrechtelijke uitkeringen.

  • 3.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur en de directeuren zijn bevoegd plaatsvervangers van de directeuren en afdelingshoofden aan te wijzen en vast te leggen in de ‘Lijst leidinggevenden en plv. leidinggevenden’.

  • 4.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur en de directeuren zijn bevoegd verzoeken tot ontheffing van het anti-speculatiebeding af te handelen op basis van de privaatrechtelijke voorwaarden in grondverkoopcontracten.

  • 5.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur en de directeuren zijn bevoegd te beslissen op aankoopverzoeken van percelen, mits ambtelijk wordt geadviseerd om een perceel niet aan te kopen en voorafgaand overleg met de portefeuillehouder heeft plaatsgevonden.

  • 6.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur en de directeuren zijn bevoegd besluiten te nemen inzake begrotingssubsidie Ondernemersfonds Gouda, op grond van artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 7.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur en de directeuren zijn bevoegd overeenkomsten van geldlening en overeenkomsten van financiële derivatieve constructies passend binnen de door de gemeenteraad in de programmabegroting vastgestelde kaders en limieten te sluiten.

  • 8.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur en de directeuren zijn bevoegd te beslissen op schadeclaims (niet WRO-planschade) van meer dan € 1.250,-.

  • 9.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur en de directeuren zijn bevoegd binnen het toegekende budget overeenkomsten te sluiten voor de inkoop van re-integratie- en inburgeringsinstrumenten in het kader van wet- en regelgeving op het gebied van re-integratie en inburgering en het verrichten van alle daarmee verband houdende of daaruit voortvloeiende handelingen.

2.2.2 Ambtelijke mandaten aan afdelingshoofden

Artikel 26 Afdelingshoofden– geen ondermandaat

Een afdelingshoofd is bevoegd de volgende bevoegdheden, zoals omschreven in de Algemene Subsidieverordening Gouda 2003 (ASV) en het daarbij behorende uitvoeringsbesluit, uit te oefenen voor zover deze aangelegenheden betrekking hebben op het werkterrein van de afdeling:

  • 1.

    artikel 4, eerste lid, van de ASV, voor zover het betreft:

    • -

      besluiten over aanvragen tot subsidieverlening en vaststelling

    • -

      besluiten om subsidieaanvragen niet in behandeling te nemen

    • -

      aangaan van subsidieovereenkomsten

    • -

      besluiten tot verdaging

    • -

      besluiten over het verlenen van voorschotten

    • -

      besluiten over het wijzigen, intrekken, terugvorderen en/of beëindigen van subsidies

  • 2.

    op grond van artikel 21a van de ASV verstrekken van subsidies lager dan € 25.000,- onder de voorwaarden:

    • a.

      de verantwoordelijke portefeuillehouder ontvangt een kopie van in mandaat verstuurde beschikkingen

    • b.

      jaarlijks wordt een overzicht van in mandaat verstrekte subsidies aan de verantwoordelijke portefeuillehouder overgelegd

    • c.

      bij subsidietenders wordt de verantwoordelijke portefeuillehouder voorafgaand aan het versturen van de beschikkingen geïnformeerd.

  • 3.

    beslissen op subsidieverzoeken ten aanzien van specifiek op de begroting voorkomende budgetten op grond van artikel 7, eerste lid, van de ASV en artikel 11 van de ASV lager dan € 25.000,-

  • 4.

    nader uitwerken en ondertekenen van beschikkingen ter uitvoering van beslissingen op subsidieverzoeken ten aanzien van specifieke op de begroting voorkomende budgetten op grond van een subsidieregeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Algemene Subsidieverordening Gouda 2003 vanaf bedragen hoger dan € 25.000,-, die in mandaat door een portefeuillehouder zijn genomen.

  • 5.

    aanwijzingen geven voor aanvragen (artikel 8, tweede lid, van de ASV).

  • 6.

    verzoeken om extra gegevens over te leggen of verlenen van ontheffing van bepaalde gegevens (artikel 3, derde en vierde lid uitvoeringsbesluit).

  • 7.

    bekendmaken van subsidieverlening (artikel 10 van de ASV en artikel 5 van het uitvoeringsbesluit).

  • 8.

    opleggen van verplichtingen (artikel 12 ASV).

  • 9.

    verzoeken om medewerking aan een onderzoek (artikel 19, vierde lid, van de ASV).

  • 10.

    aanwijzingen geven voor de gegevens (artikel 21, tweede lid, van de ASV) en voor het overleggen van extra gegevens (artikel 7, tweede lid, van het uitvoeringsbesluit).

  • 11.

    verlenen van toestemming voor overschrijding percentage (artikel 24, vierde lid, van de ASV).

  • 12.

    instemmen met reserve en doel (artikel 26, tweede lid, van de ASV).

  • 13.

    verlenen van ontheffing en vrijstelling accountantsverklaring (artikel 9 van het uitvoeringsbesluit).

  • 14.

    bekendmaken van vaststelling van de subsidie (artikel 10 van het uitvoeringsbesluit).

  • 15.

    verlenen van toestemmingen (artikel 11 van het uitvoeringsbesluit).

  • 16.

    betaling in gedeelten (artikel 30 van de ASV).

  • 17.

    Een afdelingshoofd is bevoegd te beslissen op klachten over gedragingen van medewerkers, werkzaam in de betreffende afdeling.

  • 18.

    Een afdelingshoofd is bevoegd bij beschikking de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom vast te stellen als bedoeld in artikel 4:18 van de Algemene wet bestuursrecht (Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen).

  • 19.

    Een afdelingshoofd is bevoegd te beslissen omtrent de invordering van dwangsommen als bedoeld in artikel 5:37 van de Algemene wet bestuursrecht, die zijn opgelegd bij lasten onder dwangsom.

  • 20.

    Een afdelingshoofd is bevoegd aanvraagformulieren vast te stellen ten behoeve van de eigen afdeling.

  • 21.

    Een afdelingshoofd is bevoegd te beslissen op verzoeken om inzage als bedoeld in artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming.

  • 22.

    Een afdelingshoofd is bevoegd besluiten te nemen op verzoeken op grond van artikel 16 t/m 22 van de Algemene verordening gegevensbescherming.

  • 23.

    Een afdelingshoofd is bevoegd kennisgevingen te doen op grond van artikel 19 van de Algemene verordening gegevensbescherming.

Artikel 27 Afdelingshoofden– ondermandaat toegestaan

  • 1.

    Een afdelingshoofd is bevoegd verweerschriften en andere stukken te verzorgen en in te dienen in het kader van rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten. Rechtsgedingen omvat ook een kort geding, de voeging in strafzaken, beroepszaken, schorsing van een aangevochten beslissing of het aanvragen van een voorlopige voorziening

  • 2.

    Een afdelingshoofd is bevoegd verweerschriften en andere stukken te verzorgen en in te dienen in het kader van een geschillen- of arbitragecommissie of in het kader van zaken die bij een mediator aanhangig zijn gemaakt.

  • 3.

    Een afdelingshoofd is bevoegd de gemeente te vertegenwoordigen in hoorzittingen in het kader van rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten. Rechtsgedingen omvat ook een kort geding, de voeging in strafzaken, beroepszaken, schorsing van een aangevochten beslissing of het aanvragen van een voorlopige voorziening

  • 4.

    Een afdelingshoofd is bevoegd de gemeente te vertegenwoordigen in hoorzittingen in het kader van een geschillen- of arbitragecommissie of bij zaken die bij een mediator aanhangig zijn gemaakt.

  • 5.

    Een afdelingshoofd is bevoegd te beslissen op verzoeken om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, voor zover deze verzoeken betrekking hebben op het werkterrein van de afdeling.

  • 6.

    Een afdelingshoofd is bevoegd correspondentie van feitelijke aard te voeren ten behoeve van de eigen afdeling, zoals het opvragen dan wel verstrekken van informatie.

  • 7.

    Een afdelingshoofd is bevoegd te beslissen op verzoeken om hergebruik van overheidsinformatie op grond van de Wet hergebruik overheidsinformatie, voor zover deze verzoeken hebben op het werkterrein van de afdeling.

Artikel 28 Afdelingshoofd beheer openbare ruimte (BOR) – geen ondermandaat

  • 1.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd de bevoegdheden genoemd in artikel 3 vierde lid en artikel 4 eerste lid (het aanbieden van huurcontracten), artikel 5 eerste en vierde lid (toestaan standplaatsruil), en artikel 6 tweede lid (termijn geven voor aanvullen benodigde gegevens) van de Beleidsregels toewijzen huurstandplaatsen woonwagens Gouda uit te oefenen.

  • 2.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd jaarlijks de huurprijsverhogingen voor woonwagens en woonwagenstandplaatsen vast te stellen conform de index.

  • 3.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd te beslissen op verzoeken om vergunning tot het leggen enzovoort van kabels en leidingen.

  • 4.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd te beslissen op verzoeken om plaatsing van fietsenrekken, paaltjes en ander straatmeubilair.

  • 5.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd standplaatsvergunningen te verlenen (artikel 5 van de Marktverordening Gouda 2009).

  • 6.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd voorschriften en beperkingen te verbinden aan een vergunning of ontheffing op grond van de Marktverordening Gouda 2009 (artikel 4 van de Marktverordening Gouda 2009).

  • 7.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd te beslissen op aanvragen om ontheffingen van het verbod om gebruik te maken van een andere dan elektrische verlichting of van het verbod om elektriciteit te betrekken van een ander dan degene door het college voor het leveren daarvan is aangewezen, of om zelf hierin te voorzien (artikel 27 van de Nadere regelen Gouda 2009).

  • 8.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd te beslissen op aanvragen om ontheffingen van het verbod om op de standplaats gebruik te maken van luidsprekers, versterkers en andere middelen ter versterking van het geluid of van het verbod om radio's, cd-spelers en overige geluidsapparatuur op de standplaats aanwezig te hebben voor een ander doel dan de verkoop daarvan (artikel 28 van de Nadere regelen Gouda 2009).

  • 9.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd te beslissen op aanvragen om ontheffingen van het verbod om verwarmingstoestellen of bak- en kookinstallaties te gebruiken en het daarbij stellen van voorwaarden (artikel 29 van de Nadere regelen Gouda 2009).

  • 10.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd te beslissen op aanvragen om ontheffing van het verbod om tijdens de duur van de markt op het marktterrein met goederen of waren ten verkoop rond te rijden of te lopen, slechts voor zover het betreft de verkoop van alcoholvrije dranken en geringe eet- en drinkwaren ten behoeve van de vergunninghouders (artikel 31 van de Nadere regelen Gouda 2009).

  • 11.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd de vaste standplaatsvergunningen in te trekken en te schoresn (artikel 7 en 9 van de Marktverordening Gouda 2009).

  • 12.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd dagplaatshouders of standwerkers uit et sluiten (artikel 10 van de Marktverordening Gouda 2009).

  • 13.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd te beslissen op verzoeken om vergunning voor het ophalen van diverse categorieën afvalstoffen.

  • 14.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd aanbiedplaatsen voor het ophalen van huisvuil aan te wijzen.

  • 15.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd dagen en tijden aan te wijzen voor het overdragen of het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst.

  • 16.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd verkeersbesluiten te nemen en in te trekken (artikel 18, eerste lid, onder d, Wegenverkeerswet 1994 en artikel 12 Besluit Algemene Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW) voor zover niet betrekking hebbend op het aanwijzen van gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen.

  • 17.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd verkeersbrigadiers aan te stellen als bedoeld in artikel 56, vierde lid, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer.

Artikel 29 Afdelingshoofd beheer openbare ruimte (BOR) – ondermandaat toegestaan

  • 1.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd te besluiten tot vestiging van zakelijke rechten.

  • 2.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd te besluiten tot het vaststellen, intrekken en wijzigen van nummeraanduidingen op grond van artikel 3 van de Verordening naamgeving en nummering adressen Gouda 2012.

  • 3.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd tot het vaststellen van lig- en standplaatsen en het afbakenen van panden, verblijfsobjecten, standplaatsen, ligplaatsen, voor personen toegankelijke objecten en afgebakende terreinen, op grond van artikel 3 van de Verordening naamgeving en nummering adressen Gouda 2012.

  • 4.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd tot het geven van aanwijs aan het Kadaster, bij verkoop van gemeentelijke gronden in het kader van de vaststelling van de eigendomsgrenzen.

  • 5.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd handelingen te verrichten of besluiten te nemen die voortkomen uit de artikelen 2, 14, 31, 32, 37, 39, 40 en 41 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen.

  • 6.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd handelingen te verrichten die voortkomen uit de artikelen 7, 8, 9, 10 en 11 van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen.

  • 7.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd handelingen te verrichten die voortkomen uit de artikelen 11, 12, 13, 14, 27, 28 en 30 van de Wet basisregistratie grootschalige topografie.

  • 8.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd handelingen te verrichten die voortkomen uit de artikelen 9, 12, 33 en 40.

  • 9.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd tijdelijke verkeersmaatregelen te nemen zoals bedoeld in artikel 34 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer.

  • 10.

    Het afdelingshoofd BOR is bevoegd tot het nemen besluiten tot plaatsing van afvalcontainers voor het aanbieden en inzamelen van huishoudelijk afval.

Artikel 30 Afdelingshoofd centraal juridische afdeling (CJA) – ondermandaat toegestaan

  • 1.

    Het afdelingshoofd CJA is bevoegd te beslissen op verzoeken om schadevergoeding (niet WRO-planschade) tot een bedrag van maximaal € 1.250,-.

  • 2.

    Het afdelingshoofd CJA is bevoegd derden aansprakelijk te stellen inzake schade aan openbare ruimte.

  • 3.

    Het afdelingshoofd CJA is bevoegd te beslissen op een verzoek tot rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter op grond van artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 4.

    Het afdelingshoofd CJA is bevoegd de beslistermijn te verdagen op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en de Wet hergebruik overheidsinformatie.

Artikel 31 Afdelingshoofd cultuur, vastgoed en ontwikkeling (CVO) – ondermandaat toegestaan

  • 1.

    Het afdelingshoofd CVO is bevoegd de volgende bevoegdheden, zoals omschreven in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Gouda, uit te oefenen:

    • a.

      niet in behandeling nemen van huisvestingsaanvragen

    • b.

      toetsen en goedkeuren begroting c.a. voor bekostiging achterwege te laten en het beschikbaar stellen en vaststellen van bedrag voor uitvoering voorziening

    • c.

      beslissen op instemming met bouwplannen, begroting en tijdstip aanvang bekostiging

    • d.

      bekostigen in termijnen

    • e.

      verlengen van de termijn van de aanspraak op vergoeding

    • f.

      doen van een schriftelijke mededeling van de vordering van huisvesting aan het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt

    • g.

      toestemmen voor de verhuur (van onderwijsruimten door schoolbesturen) n.a.v. verzoeken daartoe

    • h.

      vaststellen van voorstellen tot inroostering van het onderwijsgebruik door scholen van gymnastiekruimten

    • i.

      sluiten van huurcontracten met betrekking tot ruimten in leegstaande onderwijsgebouwen

  • 2.

    Het afdelingshoofd CVO is bevoegd te besluiten tot het huren en verhuren van panden in beheer bij de gemeente Gouda beneden de € 30.000,- huur/jaar en alle daarmee verband houdende of daaruit voortvloeiende handelingen en gerechtelijke procedures.

  • 3.

    Het afdelingshoofd CVO is bevoegd besluiten te nemen ten aanzien van maal- en draaipremies van Goudse molens en de afwikkeling daarvan.

  • 4.

    Het afdelingshoofd CVO is bevoegd te besluiten tot erfpachtherzieningen en canon.

  • 5.

    Het afdelingshoofd CVO is bevoegd te besluiten tot verhuur en ingebruikgeving van gronden, na overleg met de betrokken portefeuillehouder(s).

  • 6.

    Het afdelingshoofd CVO is bevoegd te besluiten tot vestiging van zakelijke rechten.

  • 7.

    Het afdelingshoofd CVO is bevoegd te besluiten tot verkoop van erfpachtgronden tot een bedrag van € 30.000,-.

  • 8.

    Het afdelingshoofd CVO is bevoegd te besluiten tot verkoop van snippergroen.

  • 9.

    Het afdelingshoofd CVO is bevoegd te besluiten tot afstand doen en/of van toepassing verklaren van algemene voorwaarden.

  • 10.

    Het afdelingshoofd CVO is bevoegd toestemming en/of ontheffing te verlenen als in de algemene voorwaarden bedoeld.

  • 11.

    Het afdelingshoofd CVO is bevoegd toestemming of ontheffing te verlenen of te weigeren als bedoeld in algemene voorwaarden.

  • 12.

    Het afdelingshoofd CVO is bevoegd te besluiten tot verkoop van restpercelen tot een grootte van 175 m2.

  • 13.

    Het afdelingshoofd CVO is bevoegd de gemeente in en buiten rechte te vertegenwoordigen als bedoeld in artikel 171 van de Gemeentewet, waaronder ondertekenen van overeenkomsten, voor zover het aangaan van die rechtshandelingen voortvloeit uit de aan de afdeling opgedragen taken of werkzaamheden

Artikel 32 Afdelingshoofd facilitaire zaken (FAC) – ondermandaat toegestaan

  • 1.

    Het afdelingshoofd FAC is bevoegd te beslissen op verzoeken tot huur van ruimten in het Huis van de Stad en de Agnietenkapel.

  • 2.

    Het afdelingshoofd FAC is bevoegd ingekomen stukken te registreren, te scannen en de ontvangst ervan te bevestigen.

  • 3.

    Het afdelingshoofd FAC is bevoegd eHerkenningsmiddelen voor medewerkers aan te schaffen, het eHerkenningsmiddel van de bijbehorende medewerker te registreren evenals de diensten waartoe deze persoon is gemachtigd en de machtigingen voor eHerkenningsmiddelen, zoals het intrekken, tijdelijk opschorten en uitbreiden van deze machtigingen te beheren.

  • 4.

    Het afdelingshoofd FAC is bevoegd gegevens te beheren, waaronder het doorgeven van wijzigingen, ten behoeve van de inschrijving van de gemeente Gouda in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Artikel 33 Afdelingshoofd financiën (FIN) – geen ondermandaat

  • 1.

    Het afdelingshoofd FIN is bevoegd belastingaangiften te doen.

  • 2.

    Het afdelingshoofd FIN is bevoegd besluiten te nemen terzake de invordering van de kosten van het toepassen van bestuursdwang en van dwangsommen op grond van artikel 125 Gemeentewet.

Artikel 34 Afdelingshoofd financiën (FIN) – ondermandaat toegestaan

  • 1.

    Het afdelingshoofd FIN is bevoegd informatie aan derden te verstrekken op basis van het Besluit Begroten en Verantwoorden en de ministeriële regeling informatie aan derden.

  • 2.

    Het afdelingshoofd FIN is bevoegd de betaaladvieslijst te tekenen.

  • 3.

    Het afdelingshoofd FIN is bevoegd betaalopdrachten te tekenen.

  • 4.

    Het afdelingshoofd FIN is bevoegd invorderingsprocedures bij de kantonrechter te voeren tot een bedrag van maximaal € 5.000,- met uitzondering van huurzaken.

  • 5.

    Het afdelingshoofd FIN is bevoegd toestemming tot (gedeeltelijk) royement van hypotheekrechten te verlenen.

Artikel 35 Afdelingshoofd informatievoorziening en automatisering (INA) – geen ondermandaat

  • 1.

    Het afdelingshoofd INA is bevoegd archiefbescheiden te vernietigen.

  • 2.

    Het afdelingshoofd INA is bevoegd te bepalen of en langs welke weg elektronische berichten aan de gemeente kunnen worden verzonden. Het daarbij vaststellen van het niveau van betrouwbaarheid van een elektronisch bericht en het vaststellen of een elektronische handtekening noodzakelijk is, en zo ja, welke.

  • 3.

    Het afdelingshoofd INA is bevoegd te bepalen of en langs welke weg elektronische berichten aan een of meer geadresseerden kunnen worden verzonden. Het daarbij vaststellen van het niveau van betrouwbaarheid van een elektronisch bericht en het vaststellen of een elektronische handtekening noodzakelijk is, en zo ja, welke.

  • 4.

    Het afdelingshoofd INA is bevoegd te besluiten tot het weigeren van elektronisch verzonden berichten én van elektronisch verschafte gegevens en bescheiden ex artikel 2:15 lid 2 en 3 Algemene wet bestuursrecht.

  • 5.

    Het afdelingshoofd INA is bevoegd elektronische aanvraagformulieren (webformulieren) ex artikel 4:4 Algemene wet bestuursrecht vast te stellen ten behoeve van alle afdelingen van de gemeente Gouda.

Artikel 36 Afdelingshoofd inkomen (INK) – geen ondermandaat

  • 1.

    Het afdelingshoofd INK is bevoegd beslissingen op grond van de volgende wetten, besluiten, verordeningen en de daarop gebaseerde regelgeving te nemen:

    • a.

      Besluit bijstandsverlening zelfstandigen;

    • b.

      Participatiewet;

    • c.

      Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;

    • d.

      Wet inburgering;

    • e.

      Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

    • f.

      Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;

    • g.

      Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

    • h.

      Verordening bevordering maatschappelijke participatie Gouda 2017.

  • 2.

    Het afdelingshoofd INK is bevoegd de artikelen 21 tot en met 22 van de Wet op de lijkbezorging uit te voeren.

  • 3.

    Het afdelingshoofd INK is bevoegd de verklaring als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f van de Faillissementswet af te geven.

  • 4.

    Indien de uitoefening van het mandaat ziet op 100% afstemmings- of intrekkingsbesluiten als bedoeld in de artikelen 18, 54 derde en vierde lid, art. 55 van de Participatiewet, wordt vooraf overlegd met de portefeuillehouder.

Artikel 37 Afdelingshoofd maatschappelijk beleid (MBL) – geen ondermandaat

  • 1.

    Het afdelingshoofd MBL is bevoegd een beschikking af te geven aan de houder van een kindercentrum of gastouderbureau als bedoeld in artikel 1.46, eerste lid, van de Wet kinderopvang.

  • 2.

    Het afdelingshoofd MBL is bevoegd het register bij te houden en een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau op te nemen in dat register en gegevens te wijzigen, met de bijbehorende taken, als bedoeld in artikel 1.46, derde en vierde lid, en artikel 1.47, tweede lid, van de Wet kinderopvang.

  • 3.

    Het afdelingshoofd MBL is bevoegd een waarschuwing te geven.

  • 4.

    Het afdelingshoofd MBL is bevoegd een schriftelijke aanwijzing te geven volgens artikel 1.65 van de Wet kinderopvang.

  • 5.

    Het afdelingshoofd MBL is bevoegd de termijn van een bevel als bedoeld in artikel 1.65 van de Wet kinderopvang te verlengen.

  • 6.

    Het afdelingshoofd MBL is bevoegd afspraken te maken met de GGD Hollands Midden over toezicht en kwaliteit van kindercentra, voorzieningen voor gastouderopvang en gastouderbureaus.

  • 7.

    Het afdelingshoofd MBL is bevoegd op verzoek van een houder of indien is gebleken dat de houder niet langer het kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau exploiteert de beschikking waarin positief is beslist op de aanvraag tot exploitatie, in te trekken en dat kindercentrum, die voorziening voor gastouderopvang of het gastouderbureau uit het register te verwijderen, als bedoeld in artikel 1.47, derde lid, van de Wet kinderopvang.

Artikel 38 Afdelingshoofd ruimtelijk beleid en advies (RBA) – geen ondermandaat

  • 1.

    Het afdelingshoofd RBA is bevoegd brieven aan vooroverleginstanties te ondertekenen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder 1, van het Besluit ruimtelijke ordening.

  • 2.

    Het afdelingshoofd RBA is bevoegd te beslissen op subsidieaanvragen op grond van Subsidieverordening Groenfonds Gouda, met uitzondering van het toepassen van de hardheidsclausule.

  • 3.

    Het afdelingshoofd RBA is bevoegd te beslissen op aanvragen voor subsidies en lopende subsidieverplichtingen op grond van de artikelen 15 tot en met 37 en toepassen van de hardheidsclausule (artikel 39) van de Subsidieverordening stedelijke vernieuwing 2011.

  • 4.

    Het afdelingshoofd RBA is bevoegd te beslissen op subsidieaanvragen voor huur- en koopwoningen, standplaatsen woonwagens, als bedoeld in de betreffende rijkssubsidieregelingen.

  • 5.

    Het afdelingshoofd RBA is bevoegd te beslissen op aanvragen voor een duurzaamheidslening.

  • 6.

    Het afdelingshoofd RBA is bevoegd te beslissen op aanvragen om een jaarlijkse bijdrage woningbouwcomplexen bij het ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties.

  • 7.

    Het afdelingshoofd RBA is bevoegd te beslissen op aanvragen voor een starterslening.

  • 8.

    Het afdelingshoofd RBA is bevoegd de bevoegdheden uit te oefenen genoemd in artikel 1 (bekendmaking), artikel 3 en 4 tweede lid (volgordebepaling), en artikel 6 tweede lid (termijn geven voor aanvullen benodigde gegevens) van de Beleidsregels toewijzen huurstandplaatsen woonwagens Gouda.

  • 9.

    Het afdelingshoofd RBA is bevoegd de bevoegdheden toe te passen als bedoeld in de volgende artikelen van de Huisvestingsverordening Gouda:

    • -

      artikel 6, vijfde lid (verzoek aan verhuurders tot verantwoording)

    • -

      artikel 7, vierde lid (het overnemen van een in een andere gemeente verleende urgentiebeschikking) en zevende lid (het verlenen van een urgentie)

    • -

      artikel 12, eerste lid (intrekken urgentieverklaring)

    • -

      artikel 12, derde lid (verlengen geldigheidsduur urgentie)

    • -

      artikel 12, vierde lid (indelen in een andere urgentiecategorie)

    • -

      artikel 36 (het toepassen van de hardheidsclausule)

    • -

      artikel 37 (het opleggen van een bestuurlijke boete)

Artikel 39 Afdelingshoofd ruimtelijk beleid en advies (RBA) –ondermandaat toegestaan

  • 1.

    Het afdelingshoofd RBA is bevoegd alle bevoegdheden ingevolge de Leegstandverordening Gouda en de hoofdstukken 3 en 4 van de Leegstandwet uit te oefenen.

  • 2.

    Het afdelingshoofd RBA is bevoegd wijzigingsbesluiten te nemen in het kader van het gemeentelijk erfgoedregister, zoals bedoeld in artikel 2.8, respectievelijk in artikel 3.10 van de Erfgoedverordening 2017.

Artikel 40 Afdelingshoofd regionale dienstverlening sociaal domein (RDS) – geen ondermandaat

  • 1.

    Het afdelingshoofd RDS is bevoegd een legitimatiebewijs aan toezichthouders als bedoeld in artikel 5:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht af te geven.

  • 2.

    Het afdelingshoofd RDS is bevoegd een aanvraag tot een akte van opsporingsbevoegd in te dienen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.

  • 3.

    Het afdelingshoofd RDS is bevoegd een aanvraag tot beëdiging van een buitengewoon opsporingsambtenaar in te dienen als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.

  • 4.

    Het afdelingshoofd RDS is bevoegd een in artikel 7 van de Leerplichtwet 1969 bedoelde arts, pedagoog of psycholoog aan te wijzen, die een verklaring omtrent de geschiktheid tot toelating tot een school of instelling afgeeft.

  • 5.

    Het afdelingshoofd RDS is bevoegd leerplichtambtenaren aan te wijzen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969.

  • 6.

    Het afdelingshoofd RDS is bevoegd alles te doen of na te laten in het kader van het aanvragen, besteden en verantwoorden van de provinciale subsidie inzake OV kosten CVV

  • Hieronder inbegrepen is:

    • -

      het tijdig en compleet indienen van een jaarlijkse subsidieaanvraag;

    • -

      het onderhouden van de contacten met de provincie in het kader van de subsidie;

    • -

      het zorgdragen voor de inning van het ontvangen subsidiebedrag en de besteding in overeenstemming met de voorwaarden van de subsidieregeling.

    • -

      het zorg dragen voor de tijdige en volledige financiële verantwoording, onder andere doormiddel van het indienen van een jaarlijkse afrekening conform de voorschriften van de subsidieverstrekker.

Artikel 41 Afdelingshoofd regionale dienstverlening sociaal domein (RDS) – ondermandaat toegestaan

Het afdelingshoofd RDS is bevoegd de RMC-effectrapportage op te stellen en in te dienen (conform de artikelen 118i van de Wet op het voortgezet onderwijs, 8.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en 162c van de Wet op de expertisecentra) bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Dienst Uitvoering Onderwijs.

Artikel 42 Afdelingshoofd Services (SRV) – geen ondermandaat

  • 1.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd ambtenaren aan te wijzen die bevoegd zijn tot het afnemen van een verklaring onder eed of belofte op grond van artikel 2.8 , tweede lid, onder e, van de Wet basisregistratie personen.

  • 2.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd ambtenaren aan te wijzen die belast zijn met het toezicht op de naleving van de verplichtingen van de burger ingevolge hoofdstuk 2, afdeling 1, paragraaf 5, op grond van artikel 4.2 van de Wet basisregistratie personen.

  • 3.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd instellingen aan te wijzen op het terrein van maatschappelijke opvang waar degene die er zijn woonadres heeft kan kiezen voor een briefadres op grond van artikel 2.40 van de Wet basisregistratie personen.

  • 4.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd te beslissen tot openstelling van het bureau burgerlijke stand op grond van artikel 16 boek 1 van het Burgerlijk Wetboek

  • 5.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd kleine kansspelen te verbieden op grond van de Wet op de kansspelen (niet zijnde een onderdeel van een evenement).

  • 6.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd personen tot (buitengewoon) ambtenaar van de burgerlijke stand aan te wijzen op grond van artikel 16 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

  • 7.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd een bestuurlijke boete op te leggen als bedoeld in artikel 4.17 van de Wet basisregistratie personen.

Artikel 43 Afdelingshoofd Services (SRV) – ondermandaat toegestaan

  • 1.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd alle in de Paspoortwet en Paspoortuitvoeringsregeling Nederland aan de burgemeester opgedragen bevoegdheden uit te oefenen.

  • 2.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd werkzaamheden te verrichten als kassier van de gemeente Gouda.

  • 3.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd te beslissen op aanvragen om ontheffing op grond van artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

  • 4.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd te beslissen op aanvragen ingebruikname openbare grond door middel van een toestemmingsverklaring.

  • 5.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd alle in de Wet basisregistratie personen aan burgemeester en wethouders opgedragen bevoegdheden uit te oefenen met uitzondering van de bevoegdheden op grond van artikel 2.8., 4.2. en 2.40 van de Wet basisregistratie personen.

  • 6.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd alle in het Reglement rijbewijzen en de Wegenverkeerswet 1994 aan de burgemeester opgedragen bevoegdheden uit te oefenen.

  • 7.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd alle in de Rijkswet op het Nederlanderschap en het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap aan de burgemeester opgedragen bevoegdheden uit te oefenen.

  • 8.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd te verzoeken tot verstrekking van inlichtingen uit de justitiële documentatie (zoals het aanvragen van uittreksels uit politieregisters) ten behoeve van de beoordeling van aanvragen ter verkrijging van de Nederlandse nationaliteit.

  • 9.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd alle in de Kieswet en Kiesbesluit aan burgemeester en wethouders en/of aan de burgemeester opgedragen bevoegdheden uit te oefenen, met uitzondering van de taken van de burgemeester op grond van paragraaf 3, artikel N11 en artikel N13 van de

  • Kieswet (voorzitter van het centraal c.q. hoofdstembureau, het vaststellen van de verkiezingsuitslag en het openen van de verzegelde pakketten verkiezingsbescheiden) en met uitzondering van het benoemen van de leden van de stembureaus op grond van de Kieswet.

  • 10.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd taken te verrichten gericht op informatieverstrekking, zoals beschreven in artikel 9 van de Wet Kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen en artikel 32 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen.

  • 11.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd gehandicaptenparkeerkaarten af te geven op grond van artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer.

  • 12.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd te beslissen op aanvragen om ventvergunningen, voor maximaal 5 dagen, op grond van artikel 5:8 van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009 (na eerste wijziging).

  • 13.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd te beslissen op aanvragen om vergunning tot het houden van collectes en kledinginzamelingen op grond van artikel 5:7 van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009 (na eerste wijziging).

  • 14.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd te beslissen op aanvragen om een vergunning voor het ophangen van spandoeken en/of het plaatsen van driehoek/sandwichborden op grond van artikel 2:5 van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009 (na eerste wijziging).

  • 15.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd te beslissen op de aanvragen tot verhuur van hun woningen op grond van de Leegstandwet. Verzoeken van woningcorporaties of andere vastgoedbeheerders die betrekking hebben op woningcomplexen worden eerst voor akkoord voorgelegd aan het hoofd van afdeling RBA.

  • 16.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd te beslissen op aanvragen tot het aansluiten van het riool door middel van een toestemmingsverklaring.

  • 17.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd te beslissen op aanvragen op verlof tot ontleding en toestemming tot verlenging van de termijn tot begraven of verbranden en de afgifte van een laissez passer voor lijken op grond van de Wet op de lijkbezorging.

  • 18.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd handtekeningen te legaliseren en documenten te waarmerken.

  • 19.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd aanvragen van een verklaring omtrent gedrag in ontvangst te nemen en door te geleiden.

  • 20.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd te beslissen op grond van artikel 5 tot en met 12 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek (gevonden voorwerpen).

  • 21.

    Het afdelingshoofd SRV is bevoegd te beslissen op aanvragen om een vergunning voor het houden van een loterij op grond van artikel 3 van de Wet op de kansspelen (niet zijnde een onderdeel van een evenement).

Artikel 44 Afdelingshoofd Stadstoezicht (STZ) – geen ondermandaat

  • 1.

    Het afdelingshoofd STZ is bevoegd een legitimatiebewijs toezichthouders als bedoeld in artikel 5:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht af te geven.

  • 2.

    Het afdelingshoofd STZ is bevoegd ambtenaren aan te wijzen, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde in de Afvalstoffenverordening Gouda 2011, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Drank en Horecawet, Winkeltijdenwet, Wet op de Kansspelen, Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009, Parkeerverordening 2012, Wegsleepverordening gemeente Gouda inclusief eerste wijziging en de op deze wetten en verordeningen gebaseerde verordeningen en besluiten als toezichthouder, als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht en krachtens artikel 5.10,derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

  • 3.

    Het afdelingshoofd STZ is bevoegd handhavingsbeschikkingen te nemen zoals bedoeld in artikel 125 Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht, te weten last onder bestuursdwang, invorderingsbeschikking en kostenverhaal op grond van de Wet milieubeheer en de hierop gebaseerde Afvalstoffenverordening Gouda 2011 en nadere regelgeving.

  • 4.

    Het afdelingshoofd STZ is bevoegd verkeersregelaars aan te stellen als bedoeld in artikel 56, eerste lid, onder b van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer.

  • N.B. voor het aanstellen van verkeersregelaars in verband met evenementen is het hoofd van de Afdeling Veiligheid en Wijken gemandateerd.

  • 5.

    Het afdelingshoofd STZ is bevoegd personen aan te wijzen, die belast zijn met het feitelijk toepassen van bestuursdwang en die toegang tot elke plaats dienen te verkrijgen, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is, als bedoeld in artikel 5:27, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 6.

    Het afdelingshoofd STZ is bevoegd de schade te vergoeden in het kader van het betreden van plaatsen in verband met het toepassen van bestuursdwang, als bedoeld in artikel 5:27, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 7.

    Het afdelingshoofd STZ is bevoegd teruggave van zaken op te schorten, in situaties waarin bestuursdwang is of wordt toegepast, als bedoeld in artikel 5:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 8.

    Het afdelingshoofd STZ is bevoegd meegevoerde en opgeslagen zaken te verkopen in situaties waarin bestuursdwang is toegepast, als bedoeld in artikel 5:30 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 9.

    Het afdelingshoofd STZ is bevoegd de beslissing als bedoeld voor het in artikel 170, eerste lid, onder c Wegenverkeerswet genoemde geval tot het toepassen van bestuursdwang te nemen, inhoudende het opdracht geven aan de berger tot het wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen.

  • 10.

    Het afdelingshoofd STZ is bevoegd de beslissing tot toepassing van bestuursdwang, zoals bedoeld in artikel 5:24, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (het opmaken van een wegsleepbeschikking) op schrift te stellen.

  • 11.

    Het afdelingshoofd STZ is bevoegd aantekening te houden in het register als bedoeld in artikel 170, vierde lid, Wegenverkeerswet.

  • 12.

    Het afdelingshoofd STZ is bevoegd de wegsleepbeschikking uit te reiken in de gevallen bedoeld in artikel 171, eerste lid, onder b Wegenverkeerswet (de niet binnen 48 uur afgehaalde voertuigen) en een afschrift te verstrekken van het proces-verbaal van meevoeren en opslaan.

Artikel 45 Afdelingshoofd Stadstoezicht (STZ) – ondermandaat toegestaan

  • 1.

    Het afdelingshoofd STZ is bevoegd feitelijke bestuursdwang uit te voeren, waarvoor op grond van de Opiumwet, Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009, Gemeentewet, Wet Milieubeheer of de Afvalstoffenverordening Gouda 2011 een last onder bestuursdwang is opgelegd en aan de last binnen de gestelde begunstigingstermijn geen of onvoldoende opvolging is gegeven, waaronder het fysiek sluiten van panden.

  • 2.

    Het afdelingshoofd STZ is bevoegd feitelijk bestuursdwang uit te voeren in geval van spoedeisende bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:31, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvoor op grond van de Opiumwet, Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009, Gemeentewet, Wet Milieubeheer of de Afvalstoffenverordening Gouda 2011 een besluit tot spoedeisende bestuursdwang is of zal worden opgelegd, waaronder het fysiek sluiten van panden.

  • 3.

    Het afdelingshoofd STZ is bevoegd het betreden van een plaats aan te zeggen in het kader van het toepassen van bestuursdwang, als bedoeld in artikel 5:27, derde lid e.v. van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 4.

    Het afdelingshoofd STZ is bevoegd gebouwen, terreinen en hetgeen zich daarin of daarop bevindt, te verzegelen in situaties waarin bestuursdwang is of wordt toegepast, als bedoeld in artikel 5:28 Algemene wet bestuursrecht.

  • 5.

    Het afdelingshoofd STZ is bevoegd zaken mee te voeren, op te slaan, te bewaren en terug te geven, in situaties waarin bestuursdwang is of wordt toegepast, als bedoeld in artikel 5:29, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 46 Afdelingshoofd Veiligheid en Wijken (VNW) – geen ondermandaat

  • 1.

    Het afdelingshoofd VNW is bevoegd om te beslissen op aanvragen om ontheffing van zon- en feestdagen bij bijzondere situaties, als bedoeld in artikel 15 van de Winkeltijdenverordening Gouda 2014.

  • 2.

    Het afdelingshoofd VNW is bevoegd om te beslissen op aanvragen om avondopenstelling als bedoeld in artikel 16 van de Winkeltijdenverordening Gouda 2014.

  • 3.

    Het afdelingshoofd VNW is bevoegd om verleende ontheffingen als bedoeld in artikel 17 van de Winkeltijdenverordening Gouda 2014 in te trekken, te wijzigen en te weigeren.

  • 4.

    Het afdelingshoofd VNW is bevoegd om te beslissen op aanvragen om vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet voor het uitoefenen van een horecabedrijf of slijtersbedrijf.

  • 5.

    Het afdelingshoofd VNW is bevoegd om te beslissen op aanvragen om ontheffing voor bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen, als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Drank- en Horecawet.

  • 6.

    Het afdelingshoofd VNW is bevoegd om te beslissen op aanvragen om tijdelijke ontheffing ten behoeve van het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank, als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet.

  • 7.

    Het afdelingshoofd VNW is bevoegd om te de ontvangst van een aanvraag als bedoeld in artikel 30a, vierde lid, van de Drank- en Horecawet te bevestigen.

  • 8.

    Het afdelingshoofd VNW is bevoegd om het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a van de Drank- en Horecawet te wijzigen.

  • 9.

    Het afdelingshoofd VNW is bevoegd om te beslissen aanvragen om een vergunning voor een speelautomatenhal op grond van artikel 2 van de Verordening speelautomaten Gouda 2012.

  • 10.

    Het afdelingshoofd VNW is bevoegd om te beslissen op aanvragen om een aanwezigheidsvergunning ten behoeve van speelautomaten op grond van artikel 30b van de Wet op de kansspelen.

  • 11.

    Het afdelingshoofd VNW is bevoegd om te beslissen op aanvragen om vergunning voor het houden van loterijen op grond van artikel 3 van de Wet op de kansspelen (voor zover onderdeel van een evenement).

  • 12.

    Het afdelingshoofd VNW is bevoegd om kleine kansspelen op grond van de Wet op de kansspelen (voor zover onderdeel van een evenement) te verbieden.

  • 13.

    Het afdelingshoofd VNW is bevoegd om een verblijfsontzegging op te leggen als vermeld in artikel 2:2 Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009.

  • 14.

    Het afdelingshoofd VNW is bevoegd om bestuursdwang toe te passen en daarmee tevens het opleggen van een dwangsom, op grond van artikel 125 Gemeentewet wegens strijd met artikel 2:15 (terrasvergunningen) van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009.

  • 15.

    Het afdelingshoofd VNW is bevoegd om het overleg met Gedeputeerde Staten te voeren over een bij Gedeputeerde Staten aangevraagde ontheffing van het verbod om met een luchtvaartuig op te stijgen of te landen, anders dan van of op een luchthaven, als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen.

  • 16.

    Het afdelingshoofd VNW is bevoegd om te beslissen op aanvragen om in het kader van evenementen om ontheffing om op zondagen geluid te maken dat op meer dan 200 meter van de bron hoorbaar is (artikel 3 van de Zondagswet).

  • 17.

    Het afdelingshoofd VNW is bevoegd om te beslissen op aanvragen in het kader van evenementen om ontheffingen om op zondagen voor 13:00 uur openbare vermakelijkheden te houden of daartoe gelegenheid te geven (artikel 4 van de Zondagswet).

  • 18.

    Het afdelingshoofd VNW is bevoegd om te adviseren over klachten over gedragingen van ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 71 van de Politiewet 2012

  • Het mandaat geldt niet voor:

    • -

      klachten over discriminatie

    • -

      klachten over voorvallen, die kunnen leiden tot maatschappelijke onrust

    • -

      klachten met grote persoonlijke (financiële, psychische of fysieke) consequenties voor de klager

    • -

      andere ernstige klachten, te beoordelen door de burgemeester.

  • 19.

    Het afdelingshoofd VNW is bevoegd om te beslissen op aanvragen om ontheffing voor het vervoeren van gevaarlijke stoffen, als bedoeld in artikel 29 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.

Artikel 47 Afdelingshoofd Veiligheid en Wijken (VNW) – ondermandaat toegestaan

  • 1.

    verlengen van de beslistermijn voor het beslissen op aanvragen om vergunning of ontheffing op grond van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009 (artikel 1:2 APV).

  • 2.

    verzorgen van een bewijs van ontvangst van de kennisgeving met het tijdstip van de kennisgeving aan hem, die de kennisgeving doet (artikel 2:3 APV).

  • 3.

    stellen van voorschriften bij openbare manifestaties als bedoeld in artikel 5 Wet Openbare Manifestaties.

  • 4.

    beslissen op aanvragen om vergunning tot gebruik weg anders dan overeenkomstig bestemming (artikel 2:5 APV).

  • N.B.: voor zover het betreft aanvragen in verband met bouwactiviteiten is de directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland gemandateerd.

  • 5.

    beslissen tot het opleggen en uitvoeren van bestuursdwang en daarmee tevens het opleggen van een dwangsom wegens overtreding van artikel 2:5 APV voor zover het betreft het op straat plaatsen van inboedels in het kader van huisuitzettingen.

  • 6.

    beslissen op aanvragen om vergunning voor evenementen (2:11 APV).

  • 7.

    beslissen op aanvragen om een exploitatievergunning inrichting van vermakelijkheid (artikel 2:15 APV).

  • 8.

    beslissen op aanvragen om terrasvergunningen (artikel 2:15 APV).

  • 9.

    beslissen op aanvragen om vergunning sluitingstijd inrichting van vermakelijkheid (artikel 2:16 APV).

  • 10.

    opleggen van een last onder dwangsom wegens het vervoeren of bij zich hebben van inbrekerswerktuigen (artikel 2:23A APV).

  • 11.

    beslissen op aanvragen om vrijstelling van de verplichting voor handelaren om in een register aantekening te houden van gebruikte en ongeregelde goederen, die zij verkopen of op andere wijze overdragen (artikel 2:41 APV).

  • 12.

    opleggen van een dwangsom wegens overtreding van de verplichtingen voor handelaren, die gebruikte en ongeregelde goederen verkopen of op andere wijze overdragen, als bedoeld in artikel 2:41 en 2:42 APV.

  • 13.

    beslissen op aanvragen om ontheffing ten aanzien van geluidhinder bij evenementen (artikel 4:5,4:5a, b en c).

  • 14.

    beslissen op aanvragen om ontheffing van het verbod om ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein, in het kader van het houden van een evenement (artikel 4:12 APV).

  • 15.

    beslissen op aanvragen om vergunning voor venten en dergelijke (artikel 5:8 APV).

  • 16.

    beslissen op een aanvraag om een standplaats (artikel 5:10 APV).

  • 17.

    beslissen op aanvragen om vergunning voor het plaatsen van voorwerpen, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water (artikel 5:12 APV).

  • 18.

    besluiten ten aanzien van het houden van circussen en kermissen.

  • 19.

    toepassen van bestuursdwang en daarmee tevens het opleggen van een dwangsom, op grond van artikel 125 Gemeentewet, wegens strijd met de volgende artikelen van de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009: artikel 2:5 (‘voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg’), 4:12 (recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen), 5:6 (‘overlast van fiets of bromfiets’), 5:2 (‘voertuigwrakken’), 5:3 (‘kampeermiddelen e.a.’) en 5:4 (‘parkeren van reclamevoertuigen’).

  • 20.

    geven van waarschuwingen als bedoeld in de Beleidsregels artikel 13b Opiumwet Gouda.

  • 21.

    intrekken en weigeren van ontheffingen op grond van artikel 1.4 van de Beleidsregels ontheffingen autovrij gebied binnenstad en andere verkeersontheffingen.

  • 22.

    aanstellen van verkeersregelaars als bedoeld in artikel 56, eerste lid, onder b van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer in verband met evenementen.

  • 23.

    opleggen van een last onder dwangsom wegens het verhandelen van drugs op straat (artikel 2:35 APV).

Artikel 48 Afdelingshoofd Werk en participatie (WNP) – ondermandaat toegestaan

  • 1.

    Het afdelingshoofd WNP is bevoegd beslissingen te nemen op grond van de volgende wetten, besluiten, verordeningen en de daarop gebaseerde regelgeving:

    • a.

      het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen

    • b.

      Participatiewet

    • c.

      de Wet inburgering

    • d.

      de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen

    • e.

      de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers

  • 2.

    Indien de uitoefening van het mandaat ziet op 100% afstemmings- of intrekkingsbesluiten als bedoeld in de artikelen 18, 54 derde en vierde lid, art. 55 van de Participatiewet, wordt vooraf overlegd met de portefeuillehouder.

Artikel 49 Afdelingshoofd Zorg en welzijn (ZNW) – ondermandaat toegestaan

  • 1.

    Het afdelingshoofd ZNW is bevoegd beslissingen te nemen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de daarop gebaseerde regelgeving.

  • 2.

    Het afdelingshoofd ZNW is bevoegd besluiten te nemen over het verstrekken van voorzieningen voor maatschappelijke ondersteuning, individuele voorzieningen voor jeugdhulp en persoonsgebonden budget (pgb) op grond van artikel 5 lid 6, artikel 8, artikel 9, artikel 10 en artikel 11 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020.

  • 3.

    Het afdelingshoofd ZNW is bevoegd een besluit te nemen tot herziening, intrekking of terugvordering van een voorziening voor maatschappelijke ondersteuning, individuele voorziening voor jeugdhulp of een pgb op grond van artikel 12 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020.

  • 4.

    Het afdelingshoofd ZNW is bevoegd een mededeling te doen tot verlenging van de beslistermijn op grond van artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht of opschorting van de termijn voor het geven van een beschikking op grond van artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 5.

    Het afdelingshoofd ZNW is bevoegd besluiten op aanvragen om verstrekking van gehandicaptenparkeerkaarten als bedoeld in hoofdstuk IV van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer te nemen.

  • 6.

    Het afdelingshoofd ZNW is bevoegd besluiten op grond van artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra, de Verordening leerlingenvervoer Gouda 2015 en de Beleidsregels leerlingenvervoer Gouda 2015 te nemen.

     

2.2.3 Ambtelijke mandaten overig

Artikel 50 Budgethouders – ondermandaat toegestaan

  • 1.

    Budgethouders zijn bevoegd besluiten tot het verrichten van onderstaande privaatrechtelijke rechtshandelingen te nemen, binnen het doel van het hen toegekende budget en tot het bedrag van het hen toegekende budget, met inachtneming van hoofdstuk 3 dit besluit:

    • a.

      doen van aanbestedingen en nemen van besluiten in het kader van een aanbestedingsprocedure betreffende werken, producten of diensten, met inachtneming van het (Europese) aanbestedingsrecht en het gemeentelijke inkoopbeleid,

    • b.

      aangaan van overeenkomsten,

  • voor zover dit in het belang is van de bedrijfsvoering van de gemeentelijke organisatie dan wel strekt tot uitvoering van vastgestelde beleidskaders.

  • Onder het aangaan van een overeenkomst wordt tevens verstaan het wijzigen, verlengen, beëindigen of ontbinden van die overeenkomst en het verrichten van (rechts)handelingen voortvloeiend uit of strekkende tot nakoming van die overeenkomst, waartoe kan worden gerekend de ingebrekestelling.

  • 2.

    vertegenwoordigen van de gemeente bij het verrichten van (rechts)handelingen als hierboven bedoeld, waaronder het ondertekenen van overeenkomsten, alsmede het voeren van onderhandelingen in de voorbereidende fase.

  • 3.

    de bevoegdheid tot het aanvragen van vergunningen in het kader van bouwprojecten.

Artikel 51 Controleurs openbare ruimte A en B – geen ondermandaat

  • 1.

    Controleurs openbare ruimte zijn bevoegd te beslissen op aanvragen om vergunningen voor toewijzing van dagplaatsen (artikel 13 van de Nadere regelen Gouda 2009).

  • 2.

    Controleurs openbare ruimte zijn bevoegd standwerkerplaatsen toe te wijzen (artikel 14 van de Nadere regelen Gouda 2009).

  • 3.

    Controleurs openbare ruimte zijn bevoegd vergunninghouders te gelasten om zich onmiddellijk van de markt te verwijderen (artikel 11 van de Marktverordening Gouda 2009).

  • 4.

    Controleurs openbare ruimte zijn bevoegd te beslissen op aanvragen om ontheffingen van het verbod om gebruik te maken van een andere dan elektrische verlichting of van het verbod om elektriciteit te betrekken van een ander dan degene door het college voor het leveren daarvan is aangewezen, of om zelf hierin te voorzien (artikel 27 van de Nadere regelen Gouda 2009).

  • 5.

    Controleurs openbare ruimte zijn bevoegd te beslissen op aanvragen om ontheffingen van het verbod om op de standplaats gebruik te maken van luidsprekers, versterkers en andere middelen ter versterking van het geluid of van het verbod om radio's, cd-spelers en overige geluidsapparatuur op de standplaats aanwezig te hebben voor een ander doel dan de verkoop daarvan (artikel 28 van de Nadere regelen Gouda 2009).

  • 6.

    Controleurs openbare ruimte zijn bevoegd te beslissen op aanvragen om ontheffingen van het verbod om verwarmingstoestellen of bak- en kookinstallaties te gebruiken en het daarbij stellen van voorwaarden (artikel 29 van de Nadere regelen Gouda 2009).

  • 7.

    Controleurs openbare ruimte zijn bevoegd te beslissen op aanvragen om ontheffing van het verbod om tijdens de duur van de markt op het marktterrein met goederen of waren ten verkoop rond te rijden of te lopen, slechts voor zover het betreft de verkoop van alcoholvrije dranken en geringe eet- en drinkwaren ten behoeve van de vergunninghouders (artikel 31 van de Nadere regelen Gouda 2009).

  • 8.

    Controleurs openbare ruimte zijn bevoegd de handel in bepaalde artikelen te verbieden gedurende een bepaalde termijn, indien dit in het belang van de orde op de markt of van de volksgezondheid noodzakelijk wordt geacht (artikel 32 van de Nadere regelen Gouda 2009).

Artikel 52 Gemeentelijke archeoloog – geen ondermandaat

  • 1.

    De gemeentelijke archeoloog is bevoegd werkzaamheden stil te leggen door toepassing van bestuursdwang ingeval van handelen in strijd met artikel 5.2 van de Erfgoedverordening Gouda 2017.

Artikel 53 Voorzitter Jeugdbeschermingstafel – geen ondermandaat

  • 1.

    De voorzitter van de Jeugdbeschermingstafel is bevoegd een oordeel te treffen over een individuele voorziening inhoudende dat een voorziening op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder nodig is o.g.v. artikel:

    • -

      1:255 lid 2 BW (n.a.v. verzoek een minderjarige onder toezicht te stellen (VOTS));

    • -

      1:265b lid 2 BW (n.a.v. verzoek tot machtiging om de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen (MUHP));

    • -

      6.1.2 lid 5 Jeugdwet (n.a.v. verzoek tot machtiging om een jeugdige in een gesloten accommodatie op te nemen ex art. 6.1.8 Jeugdwet);

    • -

      6.1.9 lid 1 Jeugdwet (n.a.v. verzoek tot spoedmachtiging gesloten accommodatie ex art. 6.1.8 Jeugdwet);

    • -

      6.1.4 lid 3 Jeugdwet (n.a.v. verzoek tot voorwaardelijke machtiging gesloten accommodatie ex art. 6.1.8 Jeugdwet).

  • 2.

    De voorzitter van de Jeugdbeschermingstafel is bevoegd een op grond van één van de bovenstaande artikelen getroffen individuele voorziening in te trekken indien het verzoek is afgewezen.

     

Mandaat wordt verleend voor zover dat genomen wordt in het kader van:

  • -

    een verzoek ondertoezichtstelling (VOTS) door de Raad van de Kinderbescherming of Openbaar Ministerie als vermeld in artikel 1:255 lid 2 BW;

  • -

    een machtigingsverzoek (MUHP) door de Raad van de Kinderbescherming of Openbaar Ministerie als vermeld in artikel 1:265b lid 2 BW;

  • -

    een verzoek gericht op het verkrijgen van een machtiging als vermeld in artikel 6.1.8 Jeugdwet, zoals een verzoek (MUHP) door de coördinator Sociaal Team.

     

inhoud machtiging

De voorzitter van de Jeugdbeschermingstafel is bevoegd ten behoeve van een jeugdige die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente een individuele voorzieningen te treffen op het gebied van jeugdhulp indien en voor zover het betreft:

  • -

    voorzieningen inzake preventieve jeugdbescherming; of

  • -

    voorzieningen inzake preventieve drang.

Dit mandaat wordt verleend voor het treffen van individuele voorzieningen tot maximaal zes maanden preventieve jeugdbescherming of preventieve hulpverlening binnen het drangkader.

Artikel 54 Klachtencoördinator – geen ondermandaat

De klachtencoördinator is bevoegd de ontvangst van klachten te bevestigen en de correspondentie omtrent de behandeling van klachten te verzorgen.

Artikel 55 Leerplichtambtenaar – geen ondermandaat

De leerplichtambtenaar is bevoegd ter uitvoering van de artikelen 3a, 3b en 15 van de Leerplichtwet

1969 te beslissen.

Artikel 56 Privacycoördinator– geen ondermandaat

De privacycoördinator is bevoegd datalekken te melden op grond van artikel 34a van de Wet bescherming persoonsgegevens en artikel 33 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

Artikel 57 Projectleider A en beleidsmedewerkers A en B m.b.t. het vakgebied RO – geen ondermandaat

De projectleider A en de beleidsmedewerkers A en B zijn bevoegd digitale ruimtelijke plannen en het manifest conform artikel 1.2.1 lid 1 en artikel 1.2.2 lid 1 van het Besluit ruimtelijke ordening te waarmerken en te publiceren, onder de voorwaarde, dat gebruik wordt gemaakt van het afgegeven PKI-certificaat van Gemnet dat een voor de gemeente unieke cijfercombinatie bevat.

Artikel 58 Secretaris van de Bezwaarschriftencommissie Gouda – geen ondermandaat

  • 1.

    De secretaris van de Bezwaarschriftencommissie Gouda is bevoegd de ontvangst van bezwaarschriften te bevestigen en correspondentie omtrent de behandeling van bezwaarschriften te verzorgen.

  • 2.

    De secretaris van de Bezwaarschriftencommissie Gouda is bevoegd beslissingen op bezwaarschriften te verdagen.

     

2.3 Mandaten aan externen

Artikel 59 Directeuren van de Bergings Combinatie Utrecht – ondermandaat toegestaan

De directeuren van de Bergings Combinatie Utrecht zijn bevoegd de bestuursrechtelijke bevoegdheden in verband met het wegslepen, bewaren en teruggeven van motorrijtuigen uit te oefenen, conform de Wegsleepprocedure motorrijtuigen gemeente Gouda 2017.

Artikel 60 Manager Centrale Diensten van de Coöperatie ParkeerService U.A. – ondermandaat toegestaan

De manager Centrale diensten van de Coöperatie ParkeerService U.A. is bevoegd de in de art. 3, 4, 5 en 6 van de Parkeerverordening 2012 aan burgemeester en wethouders opgedragen bevoegdheden uit te oefenen.

Artikel 61 Directeur Publieke Gezondheid Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Hollands Midden - ondermandaat toegestaan

  • 1.

    De directeur Publieke Gezondheid van de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Hollands Midden is bevoegd de onder hem ressorterende personen aan te wijzen als personen die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

  • 2.

    De directeur Publieke Gezondheid van de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Hollands Midden is bevoegd forensisch artsen als gemeentelijk lijkschouwer te benoemen.

Artikel 62 Directeur Jeugdbescherming West – ondermandaat toegestaan

De directeur van Jeugdbescherming West is bevoegd een individuele voorziening ex artikel 2.3 Jeugdwet te treffen, inhoudende dat een voorziening op het gebied van jeugdhulp nodig is. Dit indien en voor zover de voorziening betrekking heeft op niet vrijblijvende jeugdhulp in het vrijwillig kader.

Artikel 63 Directeur Leger des Heils Jeugdbescherming en Jeugdreclassering – ondermandaat toegestaan

De directeur van het Leger des Heils Jeugdbescherming en Jeugdreclassering is bevoegd een individuele voorziening ex artikel 2.3 Jeugdwet te treffen, inhoudende dat een voorziening op het gebied van jeugdhulp nodig is. Dit indien en voor zover de voorziening betrekking heeft op niet vrijblijvende jeugdhulp in het vrijwillig kader.

Artikel 64 Regiodirecteur en plaatsvervangend regiodirecteur Kwintes – ondermandaat toegestaan aan leidinggevenden van Kwintes Vrouwenopvang Midden Holland en de vrouwenhulplverlener

De regiodirecteur en plaatsvervangend regiodirecteur van Kwintes zijn bevoegd toegang tot de opvang te verlenen of te weigeren.

Artikel 65 Directeur Maatschappelijk Centrum Rotterdam e.o. onderdeel van Leger des Heils, St. Welzijns- en gezondheidszorg – ondermandaat toegestaan aan de manager primair proces en de unitleider van de opvanglocaties in Gouda

De directeur van het Maatschappelijk Centrum Rotterdam e.o. is bevoegd toegang tot de opvang te verlenen of te weigeren.

Artikel 66 Directeuren-bestuurders Mozaïek wonen en Woonpartners Midden-Holland – ondermandaat toegestaan

  • 1.

    Het verlenen van ondermandaat is toegestaan voor het beslissen op aanvragen om een huisvestingsvergunning en verzoeken om het toekennen van urgentie als woningzoekende.

  • 2.

    Ondermandaat kan:

    • a.

      bij Woonpartners Midden Holland alleen verleend worden aan:

      • -

        Manager Wonen en/of

      • -

        Coördinator Klantinformatie & Verhuur

    • b.

      bij Mozaïek Wonen aan:

      • -

        Teamleider Woonservicepunt en/of

      • -

        Teamleider Wonen

  • 3.

    De directeuren-bestuurders van Mozaïek wonen en Woonpartners Midden-Holland zijn bevoegd te beslissen op aanvragen op grond van de Huisvestingsverordening Gouda om een huisvestingsvergunning en op verzoeken om het toekennen van urgentie als woningzoekende.

  • 4.

    De directeuren-bestuurders van Mozaïek wonen en Woonpartners Midden-Holland zijn bevoegd de bevoegdheid tot het verlenen van huisvestingsvergunningen, als bedoeld in artikel 3 tweede lid, artikel 4 tweede en derde lid van de Huisvestingsverordening Gouda uit te oefenen.

  • 5.

    De directeuren-bestuurders van Mozaïek wonen en Woonpartners Midden-Holland zijn bevoegd tot het in behandeling nemen, advies in winnen en verlenen van urgentiebeschikkingen, als bedoeld in artikel 7 tweede, derde, zesde en zevende lid van de Huisvestingsverordening Gouda.

  • 6.

    De directeuren-bestuurders van Mozaïek wonen en Woonpartners Midden-Holland zijn bevoegd passende woonruimte aan te bieden in verband met urgentie, als bedoeld in artikel 10 tweede en derde lid van de Huisvestingsverordening Gouda.

  • 7.

    De directeuren-bestuurders van Mozaïek wonen en Woonpartners Midden-Holland zijn bevoegd het zoekprofiel bij urgentie te bepalen, als bedoeld in artikel 11 eerste lid van de Huisvestingsverordening Gouda.

  • 8.

    De directeuren-bestuurders van Mozaïek wonen en Woonpartners Midden-Holland zijn bevoegd urgentiebeschikkingen te verlenen, te wijzigen en in te trekken, als bedoeld in artikel 12 eerste, derde en vierde lid van de Huisvestingsverordening Gouda.

  • 9.

    Aan het mandaat zijn de volgende instructies verbonden:

    • a.

      Beschikkingen ten aanzien van urgentie, waarbij afgeweken wordt van het advies van de adviserende instantie, worden vóór afwijzend wordt beschikt, via de beleidsmedewerker woonruimteverdeling van de gemeente, voorgelegd aan de portefeuillehouder wonen en wijkontwikkeling;

    • b.

      De woningcorporaties rapporteren jaarlijks aan burgemeester en wethouders over de wijze waarop uitvoering is gegeven aan het mandaat.

Artikel 67 Directeur Omgevingsdienst Midden-Holland – ondermandaat toegestaan

  • 1.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd ambtenaren aan te wijzen, die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Gemeentewet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, de Woningwet, de Wet ruimtelijke ordening, de Erfgoedwet, de Wet geluidhinder, de Wet bodembescherming en de op deze wetten gebaseerde uitvoeringsbesluiten, alsmede de Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009.

  • 2.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd ambtenaren aan te wijzen, die belast zijn met het opstellen van processen verbaal in het kader van artikel 10 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen.

  • 3.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd de in de Algemene wet bestuursrecht of in een hierboven genoemde wet of uitvoeringsbesluit opgenomen procedure toe te passen en naar aanleiding van deze procedures te corresponderen.

  • 4.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd op grond van artikel 4:18 Algemene wet bestuursrecht inzake dwangsommen bij niet tijdig beslissen te besluiten, voor zover het een procedure betreft die door de Omgevingsdienst wordt afgehandeld.

  • 5.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd op grond van artikel 2.4 van de Wabo te beschikken op aanvragen om een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1 en/of 2.2 van de Wabo, alsmede aanhakende activiteiten als bedoeld in de Wet Natuurbescherming en de provinciale Milieuverordening.

  • 6.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd meldingen op grond van de Wabo af te handelen.

  • 7.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd omgevingsvergunningen ambtshalve te actualiseren, te wijzigen en in te trekken.

  • 8.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd principe-verzoeken af te handelen.

  • 9.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd een omgevingsvergunning over te schrijven op een andere naam.

  • 10.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd beschikkingen te nemen op grond van de Wet milieubeheer, zoals maatwerkvoorschriften, gelijkwaardigheidstoetsen en besluiten op aanmeldnotities in het kader van het Besluit milieu-effectrapportage (bij vergunningprocedures).

  • 11.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd de gemeentelijke taken en bevoegdheden op grond van onder andere de artikelen 10.63, 12.13, 12.23, 12.24, 17.2, 17.3, 17.4, 17.15 en 18.2 van de Wet milieubeheer uit te oefenen.

  • 12.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd meldingen af te handelen of besluiten te nemen in verband met het Activiteitenbesluit of andere besluiten op grond van artikel 8.40 van de Wet milieubeheer.

  • 13.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd de gemeentelijke taken en bevoegdheden op grond van de Wet geluidhinder en de daarbij behorende uitvoeringsbesluiten zoals onder andere het Besluit geluidhinder (waaronder begrepen het nemen van besluiten en het uitvoeren van taken met betrekking tot sanering van verkeerslawaai) uit te oefenen en uitvoering te geven aan de toepasselijke ministeriële regelingen zoals onder andere het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder. Voordat het besluit tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting wordt genomen, wordt overleg gevoerd met de gemeente in verband met de afstemming met het bestemmingsplan.

  • 14.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd de gemeentelijke taken en bevoegdheden op grond van de Wet bodembescherming (met uitzondering van artikel 27) en de daarbij behorende uitvoeringsbesluiten, zoals onder andere het Besluit bodemkwaliteit en het uitvoering geven aan de toepasselijke ministeriële regelingen zoals onder andere de Regeling bodemkwaliteit en de Vrijstellingsregeling grondverzet, uit te oefenen.

  • 15.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd op verzoeken om openbare informatie (Wet openbaarheid van bestuur) te besluiten inzake activiteiten of procedures die door de Omgevingsdienst worden uitgevoerd, inclusief het nemen van verdagingsbesluiten.

  • 16.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd meldingen af te handelen, zoals bouw, sloop of gebruik ingevolge het Bouwbesluit.

  • 17.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd te beschikken op aanvragen om ontheffingen voor bouwlawaai het verrichten van de welstandstoets in geval van sneltoetscriteria.

  • 19.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd te beslissen op aanvragen om planschadevergoeding (artikel 6.1), voor zover het besluit in overeenstemming is met het advies van de (planschade)adviseur, dan wel voor zover het besluiten tot (kennelijke) niet-ontvankelijk verklaring en kennelijke ongegrond verklaring betreft.

  • 20.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd een adviescommissie aan te wijzen en opdracht te geven.

  • 21.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd te beslissen op verzoeken tot wraking van adviseurs.

  • 22.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd te beslissen op aanvragen om toekenning van een voorschot tegemoetkoming planschade.

  • 23.

    het verlenen van ontheffing van de parkeerbepalingen ex artt. 3.1, leden e en f van de Parapluherziening Parkeren.

  • 24.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd meldingen af te handelen en andere taken en bevoegdheden ingevolge het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  • 25.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd de gemeentelijke taken en bevoegdheden op grond van dit Besluit met betrekking tot bodemenergiesystemen uit te oefenen, zoals het stellen van maatwerkvoorschriften en het uitvoeren van toezicht en handhaving.

  • 26.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd te beschikken op aanvragen om ontheffingen in verband met geluidhinder.

  • 27.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd kennisgevingen voor incidentele festiviteiten af te handelen.

  • 28.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd te beslissen op aanvragen om een vergunning voor het gebruik van de weg anders dan overeenkomstig bestemming in verband met bouwactiviteiten (artikel 2:5 Algemene plaatselijke verordening Gouda 2009).

  • 29.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd te beslissen op aanvragen om ligplaatsvergunningen, op verzoeken om plaatsing op wachtlijst voor ligplaatsvergunning, op verzoeken om overschrijving van een ligplaatsvergunning, en intrekking van ligplaatsvergunningen (artikel 6 tot en met 10).

  • 30.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd toezichtsbevoegdheden en -taken uit te voeren met betrekking tot het bepaalde bij of krachtens de Gemeentewet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, de Woningwet, de Wet ruimtelijke ordening, de Erfgoedwet, de Wet geluidhinder en de Wet bodembescherming, en de op deze wetten gebaseerde uitvoeringsbesluiten, ministeriële regelingen en verordeningen.

  • 31.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd naar aanleiding van de toezicht- en handhavingstaken, zoals wraken, waarschuwingen en dergelijke, te corresponderen.

  • 32.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd handhavingsbeschikkingen te nemen zoals bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht, te weten last onder bestuursdwang, last onder dwangsom, invorderingsbeschikking, kostenverhaal en intrekking van een vergunning (als sanctie) op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Woningwet, de Wet ruimtelijke ordening, de Wet bodembescherming en de op deze wetten gebaseerde uitvoeringsbesluiten, ministeriële regelingen en verordeningen.

  • 33.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd spoedeisende bestuursdwang op grond van hoofdstuk 5 van de Wabo op te leggen.

  • 34.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd bouwwerkzaamheden stil te leggen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Erfgoedwet of de Woningwet.

  • 35.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd andere toezicht –en handhavingsbevoegdheden op grond van hoofdstuk 5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en titel 5.2 en 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht toe te passen.

  • 36.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd te beschikken op verzoeken van derden om handhaving ten aanzien van (vermeende) overtredingen van een vergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van (vermeende) overtredingen van de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Woningwet, de Wet ruimtelijke ordening, de Erfgoedwet en de Wet bodembescherming en de op deze wetten gebaseerde uitvoeringsbesluiten, ministeriële regelingen en verordeningen.

  • 37.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd mondelinge bestuursdwang aan te zeggen voor het opruimen van gevaarlijke stoffen, zoals asbest of andere milieugevaarlijke stoffen en/of het voorkomen van verdere verontreiniging bij incidenten buiten inrichtingen.

  • 38.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd opdrachten te verlenen tot het doen van onderzoek naar of het opruimen van gevaarlijke stoffen en/of het voorkomen van verdere verontreiniging bij incidenten buiten inrichtingen ingeval geen gehoor wordt gegeven aan de mondelinge bestuursdwang dan wel de veroorzaker van het incident onbekend is.

  • 39.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd handhavingsbeschikkingen te nemen bij geconstateerde overtreding van de geluidnormen zoals opgenomen in verleende evenementenvergunningen.

  • 40.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd verweerschriften en andere stukken in het kader van bezwaar- beroeps- en hoger beroepsprocedures en verzoeken om voorlopige voorzieningen op te stellen en in te dienen.

  • 41.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd medewerkers van de Omgevingsdienst te machtigen om de gemeente te vertegenwoordigen in hoorzittingen.

  • 42.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd de gemeente te vertegenwoordigen in hoorzittingen in het kader van bezwaar- en gerechtelijke procedures, waaronder beroep, hoger beroep en verzoeken om voorlopige voorzieningen bij de Rechtbank en de Raad van State.

  • 43.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd (incidenteel) hoger beroep in te dienen.

  • 44.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd meldingsformulieren op grond van artikel 41 van de Wet bodembescherming te ondertekenen en aanvullende informatie te verstrekken.

  • 45.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd te beslissen op aanvragen in het kader van (bouw)werkzaamheden om ontheffing om op zondagen geluid te maken dat op meer dan 200 meter van de bron hoorbaar is.

  • 46.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd Wabo gerelateerde klachten van derden af te handelen.

  • 47.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd correspondentie te doen uitgaan samenhangend met de aan de Omgevingsdienst Midden-Holland opgedragen taken, zoals bezoekbevestigingen en ontvangstbevestigingen.

  • 48.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd beslissingen te nemen en handelingen te verrichten in het kader van archiefbeheer met betrekking tot milieu en BWT-taken, voortvloeiend uit de gemandateerde taken, die door de Omgevingsdienst Midden-Holland worden verricht, zoals bedoeld in de Archiefwet 1995.

  • 49.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd kennisgevingen en publicaties van de aan de Omgevingsdienst opgedragen taken te verzorgen.

  • 50.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd een opgave te doen op grond van artikel 41 van de Wet bodembescherming.

  • 51.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd dossierinformatie ter inzage beschikbaar te stellen.

  • 52.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd overeenkomsten aan te gaan in het kader van sanering van verkeerslawaai zoals bedoeld in de artikelen 6.8 tot en met 6.10 van het Besluit geluidhinder.

  • 53.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd planschadeovereenkomsten bij binnenplanse afwijkingen en kleine buitenplanse afwijkingen van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.1 en 2.12 van de Wabo aan te gaan.

  • 54.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd hogere waardenbesluiten en lasten onder dwangsom aan te leveren voor inschrijving in het openbare register / kadaster op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen.

  • 55.

    De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland is bevoegd gegevens voor het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen en het Informatiesysteem Overige Risico’s aan te leveren.

Artikel 68 Coördinator Sociaal Team – geen ondermandaat

  • 1.

    De coördinator van het Sociaal Team is bevoegd een verzoek in te dienen gericht op het verkrijgen van een machtiging, een spoedmachtiging of een voorwaardelijke machtiging van de kinderrechter om een jeugdige die woonplaats in de gemeente heeft in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven (plaatsing in het vrijwillig kader). Deze machtiging wordt verleend voor zover er sprake is van het indienen van een verzoek (ex art. 6.1.8 Jeugdwet) gericht op het verkrijgen van een machtiging in het vrijwillig kader. Dit betreft de gevallen dat er sprake is van instemming met opneming en verblijf van de jeugdige door de wettelijk vertegenwoordiger.

  • 2.

    De coördinator van het Sociaal Team is bevoegd het college te vertegenwoordigen, inclusief het verrichten van handelingen ter voorbereiding daarop, in rechtszittingen naar aanleiding van het indienen van een verzoek door het college als vermeld in artikel 6.1.8 Jeugdwet. De coördinator Sociaal team kan deze machtiging tevens doormachtigen aan medewerkers van het Sociaal team.

Artikel 69 Manager Sociaal Team – geen ondermandaat

  • 1.

    De manager van het Sociaal Team wordt is bevoegd bij de Raad voor de Kinderbescherming een verzoek tot onderzoek te doen over een maatregel met betrekking tot gezag over een minderjarige op basis van artikel 2.4 van de Jeugdwet.

  • 2.

    De manager van het Sociaal Team is bevoegd de Collectieve Opdracht Routeer Voorziening (CORV) te gebruiken. Onder gebruik wordt in ieder geval verstaan het verzenden en ontvangen van elektronische berichten via de CORV waaronder het ontvangen van notificaties, het monitoren, verwerken, registreren en archiveren van elektronische berichten via de CORV en het op basis daarvan verrichten van feitelijke handelingen (bijvoorbeeld het contact opnemen met betrokken partijen en het voeren van overleg).

  • 3.

    De manager van het Sociaal Team kan met betrekking tot de bevoegdheid in het eerste lid machtiging verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen.

  • 4.

    De uitoefening van de machtigingen in het eerste en tweede lid geschiedt met inachtneming van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.

  • 5.

    De manager van het Sociaal Team is gemachtigd om bij het treffen van een individuele voorziening indien nodig overleg te voeren met het bevoegd gezag van een school op basis van artikel 2.7, eerste lid, van de Jeugdwet.

  • 6.

    De manager van het Sociaal Team kan met betrekking tot de bevoegdheid in het vijfde lid machtiging verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen.

  • 7.

    De manager van het Sociaal Team is gemachtigd tot het doen van mededeling van het vervallen van de machtiging en het besluit geen nieuwe machtiging aan te vragen op basis van artikel 6.1.12, zesde lid, van de Jeugdwet.

  • 8.

    De manager van het Sociaal Team kan met betrekking tot de bevoegdheid in het zevende lid machtiging verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen.

Artikel 70 Manager Sociaal Team – ondermandaat toegestaan

  • 1.

    De manager van het Sociaal Team is bevoegd de ontvangst van een melding of aanvraag jeugdhulp te bevestigen, onderzoek te doen naar de aangewezen vorm van jeugdhulp en het opmaken van een verslag hierover op grond van artikel 4 lid 1 t/m 5, artikel 5 en artikel 6 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda.

  • 2.

    De manager van het Sociaal Team is bevoegd een mededeling tot verlenging van de beslistermijn op grond van artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht of opschorting van de termijn voor het geven van een beschikking op grond van artikel 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht te doen.

  • 3.

    De manager van het Sociaal Team is bevoegd een passende tijdelijke maatregel te treffen op basis van artikel 4, zevende lid, van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda.

Artikel 71 Manager Maatschappelijke Zorg en Veilig Thuis – ondermandaat toegestaan

De manager van Maatschappelijke Zorg en Veilig Thuis is bevoegd een passende tijdelijke maatregel te treffen op basis van artikel 4, zevende lid, van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda.

Artikel 72 Manager Crisisdienst – ondermandaat toegestaan

De manager crisisdienst is bevoegd een passende tijdelijke maatregel te treffen op basis van artikel 4, zevende lid, van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda.

Artikel 73 Regiodirecteur Groene Hart Stichting Lelie zorggroep, locatie De Reling – ondermandaat toegestaan aan de coördinator van De Reling

De regiodirecteur Groene Hart Stichting Lelie zorggroep, locatie De Reling is bevoegd toegang tot de opvang te verlenen of te weigeren.

Artikel 74 Directeur William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering– ondermandaat toegestaan

De directeur van de William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering is bevoegd een passende tijdelijke maatregel te treffen op basis van artikel 4, zevende lid, van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda.

Artikel 75 Medewerkers van de sector Maatschappelijke Zorg en Veilig Thuis van de Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden– geen ondermandaat

  • 1.

    De medewerkers van de sector Maatschappelijke Zorg en Veilig Thuis van de Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden zijn bevoegd om uitvoering te geven aan de gemeentelijke taak in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Daartoe wordt in ieder geval gerekend het uitvoeren van de artikelen 5:1 en 5:2 van hoofdstuk 5 van de Wvggz (Voorbereiden Zorgmachtiging) voor zover het de taken van het college van burgemeester en wethouders betreft.

  • 2.

    De medewerkers van de sector Maatschappelijke Zorg en Veilig Thuis van de Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden zijn bevoegd om de betrokkene te horen alvorens een crisismaatregel wordt genomen, zoals bedoeld in artikel 7:1 lid 3 sub b Wvggz.

     

3 Financiële mandaten

Artikel 76 – definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • -

    budget: geraamd bedrag gekoppeld aan een uitvoeringsopdracht, het bedrag (een bate en/of een last) dat verbonden is aan een product, taakveld, krediet of kostenplaats, welke door het college van burgemeester en wethouders kan worden toegekend aan een budgetverantwoordelijke.

  • -

    budgethouder: natuurlijk persoon die uit hoofde van zijn functie de eindintegraal verantwoordelijkheid draagt over uitvoeringsopdrachten en het beheer van de daarbij behorende toegewezen budgetten.

Artikel 77 – budgethouders

  • 1.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur, de directeuren en de afdelingshoofden zijn budgethouders.

  • 2.

    Met in achtneming van het eerste lid strekt de bevoegdheid van:

    • a.

      een directeur, niet zijnde de gemeentesecretaris/algemeen directeur, tot € 3.000.000;

    • b.

      een afdelingshoofd tot € 300.000.

Artikel 78 – inhoud mandaat budgethouder

Budgethouders zijn bevoegd besluiten tot het verrichten van de in artikel 50 genoemde privaatrechtelijke rechtshandelingen te nemen en uitgaven te doen binnen de hen toegekende budgetten met inachtneming van de rest van deze bepaling. Hierbij is onderscheid te maken in:

  • -

    exploitatiebudgetten, de hoogte van deze budgetten is opgenomen in de programmabegroting;

  • -

    voorzieningen, de hoogte van het budget is opgenomen in de onderbouwing van de voorziening zoals blijkt uit het overzicht reserves en voorzieningen behorende bij de programmabegroting;

  • -

    investeringsbudget, het investeringsbudget is opgenomen in het concerninvesteringsplan (CIP) behorende bij de Programmabegroting of is apart beschikbaar gesteld door de gemeenteraad.

Artikel 79 – ondermandaat

Een budgethouder is bevoegd ondermandaat te verlenen. Aan niet-leidinggevenden kan slechts ondermandaat worden verleend voor budgetten van maximaal € 30.000,-.

Artikel 80 – Plaatsvervanging

In geval van afwezigheid van een budgethouder, oefent de door de algemeen directeur aangewezen plaatsvervanger diens bevoegdheden uit.

Artikel 81 – budgethoudersregeling

De gemeentesecretaris/algemeen directeur stelt een budgethoudersregeling op. In deze regeling staan procedures met betrekking tot het benutten van toegekende budgetten beschreven.

De budgethoudersregeling wordt ten minste 1x per vier jaar geactualiseerd.

Artikel 82 – register

De afdeling Financiën houdt een register bij van de geldende ondermandaten en de aangewezen plaatsvervangers.

 

4 Rechtspositionele mandaten

Artikel 83 Burgemeester – geen ondermandaat

De burgemeester is bevoegd alle personele uitvoeringshandelingen te verrichten voor zover het gaat om de individuele rechtspositie van de gemeentesecretaris/algemeen directeur met betrekking tot:

  • a.

    het uitvoering geven aan de Regeling financiële belangen Gouda 2020;

  • b.

    het uitvoering geven aan de Regeling nevenwerkzaamheden Gouda 2020;

  • c.

    het uitvoering geven aan de Regeling personeelsbeoordeling Gouda 2020 (met en zonder zienswijze);

  • d.

    het afnemen van de eed of belofte inclusief uitvoering geven aan de Regeling ambtseed en belofte Gouda 2020;

  • e.

    een integriteitsverklaring afnemen die geen ambtseed of belofte hebben afgelegd, omdat ze geen werknemer zijn;

  • f.

    het accorderen van declaraties;

  • g.

    het vaststellen van het evaluatie-/individueel werkplan.

Artikel 84 Portefeuillehouder Personeel & bedrijfsvoering – geen ondermandaat

  • 1.

    De portefeuillehouder Personeel & bedrijfsvoering is bevoegd te besluiten een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeentesecretaris/algemeen directeur aan te gaan met betrekking tot diens individuele rechtspositie.

  • 2.

    De portefeuillehouder Personeel & bedrijfsvoering is bevoegd alle personele uitvoeringshandelingen te verrichten voor zover het gaat om de individuele rechts-positie van de gemeentesecretaris/algemeen directeur met betrekking tot:

    • a.

      het toepassen van de hardheidsclausule;

    • b.

      het uitvoering geven aan de bepalingen m.b.t. salaris, salaristoelagen en vergoedingen;

    • c.

      het uitvoering geven aan de bepalingen m.b.t. het Individueel Keuzebudget;

    • d.

      het uitvoering geven aan de bepalingen m.b.t. arbeidsduur en werktijden;

    • e.

      het uitvoering geven aan de bepalingen m.b.t. vakantie en verlof;

    • f.

      het uitvoering geven aan de bepalingen m.b.t. arbeidsongeschiktheid;

    • g.

      het uitvoering geven aan de bepalingen m.b.t. duurzame inzetbaarheid;

    • h.

      het uitvoering geven aan de bepalingen m.b.t. boventalligheid;

    • i.

      het uitvoering geven aan de bepalingen m.b.t. uitkeringen;

    • j.

      het uitvoering geven aan de bepalingen m.b.t. toekenning overlijdensuitkering;

    • k.

      het uitvoering geven aan de bepalingen m.b.t. rechten en plichten;

    • l.

      het uitvoering geven aan de bepalingen m.b.t. overgangsrecht hoofdstuk 3 CAR-GUWO 31-12-2019;

    • m.

      het uitvoering geven aan de bepalingen m.b.t. Uitvoeringsbepalingen m.b.t. verlof voormalige verlofspaarmogelijkheid art. 4:9 CAR-GUWO;

    • n.

      het uitvoering geven aan de bepalingen m.b.t. aanspraken bij ongeschiktheid wegens ziekte of een gebrek (overgangsbepalingen hoofdstuk 7 CAR-GUWO);

    • o.

      het uitvoering geven aan de bepalingen m.b.t. overgangsbepalingen uit hoofdstuk 8 CAR-GUWO;

    • p.

      het uitvoering geven aan de bepalingen m.b.t. gemeentelijke levensloopregeling;

    • q.

      het uitvoering geven aan de bepalingen m.b.t. wachtgeld;

    • r.

      het uitvoering geven aan de bepalingen m.b.t. bovenwettelijke werkloosheidsuitkering;

    • s.

      het uitvoering geven aan de bepalingen m.b.t. uitkeringsregeling ontslag;

    • t.

      het uitvoering geven aan de bepalingen m.b.t. suppletie;

    • u.

      het uitvoering geven aan de bepalingen m.b.t. alle regelingen dan wel handreikingen met uitzondering van De Goudse Gedragscode 2020, de Regeling klachten ongewenst gedrag decentrale overheid 2020, de Regeling melding vermoeden misstand Gouda 2020, de Regeling privacygebruik e-mail, telefoon en internet Gouda 2020, de Regeling stage Gouda 2020 en het Sociaal Statuut gemeente Gouda 2000;

    • v.

      tot het toekennen van een afscheids-gratificatie aan werknemers die vóór 11-01-1978 in dienst zijn getreden van de gemeente Gouda en zonder onder-breking in dienst van de gemeente zijn gebleven. De aanspraak hierop wordt toegekend bij ouderdomspensioen of volledige arbeidsongeschiktheid;

    • w.

      het vaststellen van het Evaluatie-/Individueel Werkplan;

    • x.

      het geven van een dienstopdracht.

Artikel 85 Gemeentesecretaris/algemeen directeur – geen ondermandaat

  • 1.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur is bevoegd te besluiten een privaatrechtelijke overeenkomst met een directeur, afdelings-hoofd of andere werknemer aan te gaan die onder zijn rechtstreekse leiding valt met betrekking tot diens individuele rechtspositie.

  • 2.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur is bevoegd alle personele uitvoeringshande-lingen te verrichten voor zover het gaat om de individuele rechtspositie van de directeur, het afdelingshoofd of de andere werknemer die onder zijn rechtstreekse leiding valt.

  • 3.

    Van het eerste en tweede lid zijn uitgezonderd het:

    • a.

      het sluiten van een raamovereenkomst voor arbodienstverlening;

    • b.

      het uitvoering geven aan de Regeling buitengewoon ambtenaar burgerlijke stand Gouda 2020;

    • c.

      het uitvoering geven aan het Reglement burgerlijke stand Gouda 2020;

    • d.

      het uitvoering geven aan de Regeling interne hulpverlening Gouda 2020;

    • e.

      het treffen van een bijzondere voorziening inzake dienstreizen o.g.v. artikel 7, vijfde lid, van de Beloningsregeling Gouda 2020.

  • 4.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur is bevoegd de personele uitvoeringshande-lingen te verrichten voor zover het gaat om de individuele rechtspositie van het afdelingshoofd of de werknemer die onder de rechtstreekse leiding valt van de directeur met betrekking tot:

    • a.

      het vaststellen van functies en waarderingen;

    • b.

      het verlagen van de salarisschaal;

    • c.

      het stopzetten van salaris, salaristoelagen en vergoedingen indien opzettelijk wordt nagelaten de overeengekomen arbeid te verrichten;

    • d.

      het stopzetten salaris, salaristoelagen en vergoedingen bij arbeidsongeschiktheid;

    • e.

      het opschorten salaris, salaristoelagen en vergoedingen bij arbeidsongeschiktheid;

    • f.

      het schorsen als ordemaatregel;

    • g.

      het vaststellen van de personeelsbeoor-deling bij een zienswijze;

    • h.

      het uitvoering geven aan de bepalingen in de Regeling privacygebruik e-mail, telefoon en internet Gouda 2020;

    • i.

      het afnemen van een integriteitsver-klaring van personen die geen ambtseed of belofte hebben afgelegd, omdat ze geen werknemer.

  • 5.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur is bevoegd de personele uitvoeringshande-lingen te verrichten voor zover het gaat om de individuele rechtspositie van alle werknemers met betrekking tot:

    • a.

      afzien van beëindiging arbeidsovereenkomst bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd;

    • b.

      toekennen arbeidsmarkttoelage;

    • c.

      tijdelijk uitbreiden van de formele arbeidsduur van 36 uur naar 40;

    • d.

      opleggen van (sanctie)maatregelen;

    • e.

      verlenen van ontslag anders dan op eigen verzoek;

    • f.

      het uitvoering geven aan de bepalingen in De Goudse Gedragscode 2020, Regeling klachten ongewenst gedrag decentrale overheid 2020, Regeling melding vermoeden misstand Gouda 2020 en het Sociaal Statuut gemeente Gouda 2000;

    • g.

      het afnemen van de ambtseed of belofte afnemen incl. uitvoering Regeling ambtseed en belofte Gouda 2020;

    • h.

      het boventallig verklaren van werknemers (inclusief de vaststelling van het daarbij behorende OMP);

    • i.

      het overeenkomen van vertrekregelingen.

  • 6.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur is bevoegd collectieve dagen aan te wijzen in overleg met de ondernemingsraad waarop het Huis van de Stad is gesloten.

  • 7.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur is bevoegd declaraties te accorderen van collegeleden.

  • 8.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur is bevoegd de formatie te wijzigen van het concern binnen de vastgestelde loonsom, zoals bedoeld in de ‘Goudse organisatie-uitgangspunten’.

  • 9.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur is bevoegd uitvoering te geven aan de besluitvorming van gedetacheerd personeel m.b.t. het treffen van sanctiemaatregelen en ontslagbesluiten, niet zijnde ontslagbesluiten op eigen verzoek.

  • 10.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur is bevoegd loco-secretarissen aan te wijzen.

  • 11.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur is bevoegd het collectief opleidingsplan vast te stellen, na overleg in de directie.

  • 12.

    De gemeentesecretaris/algemeen directeur is bevoegd het organogram vast te stellen.

Artikel 86 Directeuren – geen ondermandaat

  • 1.

    De directeur is bevoegd te besluiten een privaatrechtelijke overeenkomst met een afdelingshoofd of andere werknemer die onder zijn rechtstreekse leiding valt aan te gaan met betrekking tot diens individuele rechtspositie.

  • 2.

    De directeur is bevoegd alle personele uitvoeringshandelingen te verrichten voor zover het gaat om de individuele rechtspositie van het afdelingshoofd of de andere werknemer die onder zijn rechtstreekse leiding valt alsmede de bevoegdheid tot:

    • a.

      tot het toekennen van een afscheids-gratificatie aan werknemers die vóór 11-01-1978 in dienst zijn getreden van de gemeente Gouda en zonder onderbreking in dienst van de gemeente zijn gebleven. De aanspraak hierop wordt toegekend bij ouderdomspensioen of volledige arbeidsongeschiktheid;

    • b.

      tot het sluiten van detacheringsovereen-komsten; tot het geven van een dienstopdracht;

    • c.

      tot het vaststellen van een evaluatie-/individueel werkplan.

  • 3.

    Van het eerste en tweede lid zijn uitgezonderd de bevoegdheden behorend bij de gemeentesecretaris/ algemeen directeur, genoemd in artikel 85, vijfde lid.

  • 4.

    De directeur is bevoegd de personele uitvoeringshandelingen te verrichten voor zover het gaat om de individuele rechtspositie van de werknemer die onder de rechtstreekse leiding valt van het afdelingshoofd met betrekking tot:

    • a.

      het vaststellen van functies en waarderingen;

    • b.

      het verlagen van de salarisschaal;

    • c.

      het stopzetten van salaris, salaristoelagen en vergoedingen indien opzettelijk wordt nagelaten de overeengekomen arbeid te verrichten;

    • d.

      stopzetten salaris, salaristoelagen en vergoedingen bij arbeidsongeschiktheid;

    • e.

      opschorten salaris, salaristoelagen en vergoedingen bij arbeidsongeschiktheid;

    • f.

      schorsing als ordemaatregel;

    • g.

      het vaststellen van de personeelsbeoordeling bij een zienswijze;

    • h.

      het uitvoering geven aan de bepalingen in de Regeling privacygebruik e-mail, telefoon en internet Gouda 2020 en het afnemen van een integriteitsverklaring die geen ambtseed of belofte hebben afgelegd, omdat ze geen werknemer zijn.

  • 5.

    De directeur is bevoegd tot het de formatie te wijzigen van het betreffend cluster binnen de vastgestelde loonsom, zoals bedoeld in de ‘Goudse organisatie-uitgangspunten’.

  • 6.

    De directeur is bevoegd tot het vaststellen van het opleidingsplan van het betreffend cluster.

Artikel 87 Afdelingshoofden – geen ondermandaat

  • 1.

    Het afdelingshoofd is bevoegd te besluiten om een privaatrechtelijke overeenkomst met de werknemer aan te gaan met betrekking tot diens individuele rechtspositie die onder zijn rechtstreekse leiding valt.

  • 2.

    Het afdelingshoofd is bevoegd alle personele uitvoeringshandelingen te verrichten voor zover het gaat om de individuele rechts-positie van de werknemer die onder zijn rechtstreekse leiding valt.

  • 3.

    Van het eerste en tweede lid zijn uitgezonderd de bevoegdheden behorend bij de gemeentesecretaris/ algemeen directeur, genoemd bij artikel 85, vijfde lid en de bevoegdheden behorend bij de directeur, genoemd bij artikel 86, vierde lid.

  • 4.

    Het afdelingshoofd is bevoegd tot het toekennen van een afscheidsgratificatie aan werknemers die vóór 11-01-1978 in dienst zijn getreden van de gemeente Gouda en zonder onderbreking in dienst van de gemeente zijn gebleven. De aanspraak hierop wordt toegekend bij ouderdoms-pensioen of volledige arbeidsongeschiktheid.

  • 5.

    Het afdelingshoofd is bevoegd tot het sluiten van detacheringsovereenkomsten.

  • 6.

    Het afdelingshoofd is bevoegd tot het geven van een dienstopdracht.

  • 7.

    Het afdelingshoofd is bevoegd tot het vaststellen van een evaluatie-/individueel werkplan.

  • 8.

    Het afdelingshoofd is bevoegd tot het wijzigen van de formatie van de betreffende afdeling binnen de vastgestelde loonsom, zoals bedoeld in de ‘Goudse organisatie-uitgangspunten’.

Artikel 88 overige bevoegdheden

  • 1.

    Het afdelingshoofd Human Resource Management is bevoegd tot het uitvoeren van de rechtspositionele bevoegdheden van gedetacheerd personeel, niet genoemd in artikel 85, zevende lid, van dit Gouds mandatenbesluit.

  • 2.

    Het afdelingshoofd Human Resource Management is bevoegd tot het sluiten van een raamovereenkomst voor arbodienstver-lening.

  • 3.

    Het afdelingshoofd Human Resource Management is bevoegd tot het uitvoeren van de Regeling interne hulpverlening Gouda 2020.

  • 4.

    Het afdelingshoofd Human Resource Management is bevoegd tot het treffen van een bijzondere voorziening inzake dienstreizen op grond van artikel 7, vijfde lid, van de Beloningsregeling Gouda 2020.

  • 5.

    Het afdelingshoofd Services is bevoegd tot het uitvoeren van de Regeling buitengewoon ambtenaar burgerlijke stand Gouda 2020.

  • 6.

    Het afdelingshoofd Services is bevoegd tot het uitvoeren van het Reglement burgerlijke stand Gouda 2020.

5 Slotbepalingen

Artikel 89 Overgangsrecht

Besluiten, die zijn genomen op grond van deel A van het Mandatenbesluit 2012 worden aangemerkt als besluiten krachtens het Gouds mandatenbesluit.

Artikel 90 Intrekking

Het Mandatenbesluit 2012, met bijbehorende delen A, B en C wordt ingetrokken.

Artikel 91 Inwerkingtreding

  • 1.

    Dit besluit treedt op 1 januari 2020 in werking.

  • 2.

    In afwijking van het voorgaande lid treedt artikel 42, zesde lid, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2010 in werking.

Artikel 92 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Gouds mandatenbesluit.

Aldus besloten in de vergadering van 17 december 2019.

Burgemeester van Gouda,

mr. drs. P. Verhoeve

Burgemeester en wethouders van Gouda,

de secretaris,

E.M. Branderhorst

de burgemeester,

mr. drs. P. Verhoeve