Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Groningen (Gr)

Horecanota Groningen 2011-2015

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieGroningen (Gr)
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingHorecanota Groningen 2011-2015
CiteertitelHorecanota Groningen 2011-2015
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpopenbare orde en veiligheid
Eigen onderwerpHorecanota Groningen
Externe bijlagenInhoudsopgave Samenvatting 2.6 Nieuw in het vestigingsbeleid Samenvattend overzicht ontwikkelingsgebieden en sterlocaties in oude en nieuwe staat Schema Eindtijden evenementen Bijlagen

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Algemene Plaatstelijke Verordening Groningen 2009;

Handhavingsprotocol horeca gemeente Groningen 2010

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

21-10-2011nieuwe regeling

28-09-2011

Gemeenteblad, 2011, 93

GR 11.2731257

Tekst van de regeling

Intitulé

Horecanota Groningen 2011-2015

DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN;

(GR 11. 2731257);

 

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 augustus 2011;

 

HEEFT BESLOTEN:

 

de Horecanota Groningen 2011-2015 vast te stellen.

 

Inhoudsopgave

Samenvatting
Hoofdstuk 1. Inleiding

1.1.      Terugblik op het horecabeleid 2005 - 2010

De gemeente Groningen is in 2005 met de vaststelling van de “Horecanota Groningen 2005” een nieuwe weg ingeslagen ten aanzien van het horecabeleid.

De voor het vestigingsbeleid belangrijkste actiepunten uit de horecanota 2005 waren:

  • -

    het terugbrengen van de typering van horecabedrijven in de Staat van Horecabedrijven (SvH) tot drie hoofdcategorieën. Hiermee werd het keurslijf van toegestane concepten losgelaten, zodat de ondernemer zelf kon inspelen op de markt met nieuwe of aangepaste concepten. De drie hoofdcategorieën zijn sindsdien gebaseerd op de mate waarin er bescherming moet worden gegeven aan een geordend woon- en leefklimaat. Tevens werd de categorie winkelondersteunende horeca (categorie 2.2)*2 geïntroduceerd waarmee we de samenhang met detailhandel beter kunnen beschermen;

  • -

    op bepaalde locaties werd het toegestane aantal en typen horecabedrijven verruimd. De markt kreeg hiermee extra mogelijkheden zich evenwichtiger en diverser over de binnenstad te verspreiden;

  • -

    op een aantal daartoe aangewezen zogenoemde sterlocaties *3 faciliteerde en initieerde de gemeente, in het kader van de algehele centrumontwikkeling, horeca-initiatieven;

  • -

    bij de beoordeling van ontheffingsaanvragen zou de gemeente voortaan ook de ontwikkeling van de horecafunctie in het betreffende gebied en de meerwaarde in samenhang met de al gevestigde bedrijven meewegen. Het leidende criterium van een uniek, nieuw concept (uniciteitscriterium) werd hiermee losgelaten.

 

Doordat de gemeente de heel fijnmazige wijze van typering van toegestane horecaconcepten heeft losgelaten, heeft de ondernemer veel meer vrijheid gekregen om de interne bedrijfsvoering te bepalen. Leidend werd de ruimtelijke en functionele inpassing van horeca in de stad, de samenhang met andere branches en de bescherming van het woon- en leefklimaat.

We hebben dit gedaan ten behoeve van de belangrijkste doelstellingen van het horecavestigingsbeleid, te weten:

  • -

    ruimte bieden voor de verdere ontwikkeling van de horecafunctie als deel van een aantrekkelijke en bruisende binnenstad met regionale uitstraling;

  • -

    bescherming van het woon- en leefklimaat en handhaving van de openbare orde en veiligheid;

 

Het in 2005 ingezette beleid is succesvol gebleken. Ondanks dat de gevolgen van de mondiale kredietcrisis nog sterk doorwerken en een aantal horecabedrijven het moeilijk hebben om ‘het hoofd boven water” te houden en ondanks de moeizame invoering van het rookverbod, bestaat er in Groningen nog steeds een bruisend uitgaansleven. Dit uitgaansleven heeft niet alleen een stedelijke en regionale uitstraling, maar deels ook een nationale uitstraling.

Het wijzigen van de Staat van Horecabedrijven in 2005 in samenhang met de invoering van het sterlocatiebeleid heeft er mede voor gezorgd dat de horecabedrijvigheid zich evenwichtiger heeft verdeeld. Het heeft tevens mogelijk gemaakt dat ondernemers prominente gebouwen succesvol konden invullen. Voorbeelden hiervan zijn het Fortiscomplex aan de Vismarkt en het postkantoor aan het Gedempte Zuiderdiep.

Daarnaast is van belang geweest dat we in 2005 de horecacategorie-indeling sterk hebben vereenvoudigd. De ondernemers kregen daardoor veel meer vrijheid in het ondernemen, bedenken of aanpassen van concepten. Vanuit het horecabeleid bleven we op deze manier onze sturingsmogelijkheden houden op het gebied van openbare orde en veiligheid en een geordend woon- en leefklimaat in de binnenstad. Met invoering van de subcategorie ‘winkelondersteunde horeca’ bleven winkelstraten overdag levendig.

Tot slot heeft het loslaten van het uniciteitscriterium bij de beoordeling van ontheffingsaanvragen de ondernemer en de gemeente meer armslag gegeven om kansen voor de een te scheppen en problemen voor de ander op te lossen. Een voorbeeld is bijvoorbeeld Pruim City in de Oosterstraat. Het voormalige bioscooppand met een groot geluidprobleem kreeg op deze manier, na aanpassing ervan, een nieuwe invulling. Eind 2009 ging deze nieuwe zaak open. Ook het Clubhuis voor Doven aan de Munnekeholm is hier een voorbeeld van. Met de overgang naar dit pand kreeg deze stichting een nieuw onderkomen en werd een probleem in de Violenstraat opgelost.

In het kader van ‘Veilig Uitgaan’ is het cameratoezicht voortgezet. Het aantal geweldsincidenten in het uitgaansgebied is de laatste jaren verder afgenomen.

In 2007 is besloten het ‘Convenant Veilig Uitgaan in Groningen’ structureel voort te zetten, is het Panel Deurbeleid van start gegaan en wordt gewerkt met gebiedsverboden voor notoire overlastveroorzakers in het uitgaansgebied.

 

*2= Winkelondersteunende horeca: In de binnenstad betekent dit dat de zaak minimaal 4 dagen in de week vanaf 11.00 uur ’s ochtends dient open te zijn.

*3= Sterlocaties: locatie waar de gemeente vestiging van horeca ziet als een belangrijke ruimtelijke en economische drager van het/de betreffende gebied/locatie.

 

1.2.      Ambities voor 2011 – 2015

Wij willen, in vervolg op bovenstaande ontwikkelingen, in samenwerking met de horecabranche en het hotelwezen, een verdere kwaliteitsslag mogelijk maken.

In de structuurvisie 2008-2020, Groningen, Stad op scherp, geven we aan dat de binnenstad het visitekaartje blijft waar we het van groot belang vinden dat het aantal bezoekers blijft groeien. Daarvoor is een vernieuwingsimpuls noodzakelijk met een verrassend aanbod aan vrijetijdsbesteding. We realiseren ons dat de wereld sneller verandert dan ooit en steeds minder maakbaar is. We moeten daarom optimale omstandigheden creëren om nieuwe initiatieven aan te jagen. Daarbij hebben we de intentie om duurzaamheid in de horecabranche te faciliteren en te stimuleren en de uitstraling, zowel nationaal als internationaal, te versterken. Dat betekent dat we moeten zorgen voor passende, niet-knellende regelgeving die ook initiatieven voor nieuwe winkelformules en winkelmengvormen mogelijk maken, zodat onze positie als ‘koopcentrum van het noorden’ sterker kan worden. In steeds meer in landen om ons heen en in de media is te zien dat winkels zich vernieuwen met bijvoorbeeld een toevoeging van koffiecorners of alcoholvrije cafeetjes.

Daarnaast zien we ook een belangrijke rol voor het Ebbingekwartier aan de noordkant van het centrum, net buiten de Diepenring.

Ten slotte vinden we het van belang dat het woon- en leefklimaat in Groningen (verder) wordt verbeterd en versterkt en dat het uitgaan in Groningen veilig blijft en nog veiliger wordt. Hiervoor blijft regelgeving en een consequente handhaving noodzakelijk.

Om bovenstaande te bevorderen is het van belang het ingezette beleid waar mogelijk voort te zetten en waar nodig aan te vullen of bij te stellen.

 

De belangrijkste ambities van het horecabeleid 2011 – 2015 zijn:

  • -

    Ruimte bieden voor de verdere ontwikkeling van de horecafunctie als deel van een aantrekkelijke en bruisende binnenstad met een regionale uitstraling;      

  • -

    Het creëren van mogelijkheden voor nieuwe horeca door het verruimen van het toegestane aantal en typen horecabedrijven op bepaalde locaties;

  • -

    Deregulering van de lokale regelgeving;

  • -

    Het samen met de sector ontwikkelen van instrumenten om op kwaliteit te sturen.

  • -

    Verdere verbetering van de veiligheid door nieuwe aanvullende maatregelen in het uitgaansgebied en adequate toepassing van het handhavingsbeleid.

  • -

    Voortzetting van het cameratoezicht in het uitgaansgebied.

  • -

    Verruiming van het terrassenbeleid, waaronder de invoering van het “Tropisch Weer Scenario” waarbij terrassen bij erg warm weer langer open mogen blijven.

 

1.3.      Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt uitgebreid ingegaan op de economische aspecten van de horecabranche in Groningen, het horeca-aanbod, een beschrijving van de te verwachten ontwikkelingen in de horeca en de deregulering.

 

Hoofdstuk 3 biedt een overzicht van het landelijk juridisch kader waarbinnen het horecabeleid gestalte moet krijgen. In hoofdstuk 4 gaan we in op het specifieke lokale beleid.

 

In hoofdstuk 5 wordt een overzicht gegeven van de genomen en nog te nemen maatregelen ter bevordering van de veiligheid in het uitgaansgebied.

 

Informatie omtrent de vergunningverlening wordt geboden in hoofdstuk 6.

Tenslotte is hoofdstuk 7 gewijd aan de onderwerpen toezicht en handhaving.

In de bijlage is het “Handhavingsprotocol Horeca” opgenomen.

Hoofdstuk 2. Horecavestigingsbeleid Groningen 2011-2015

2.1.      Inleiding

Naast de detailhandel en culturele voorzieningen en activiteiten vormt de horeca een belangrijke smaakmaker van de stad. Samen vormen zij als het ware de rode loper van Groningen. ‘Gastvrij Groningen’ is een van de drie deelprogramma’s van de nota G-kracht, het beleidskader voor ons economisch meerjarenprogramma 2010-2014. De horeca bepaalt mede die beleving van Groningen als gastvrije, aantrekkelijke en unieke stad. De horecasector is bovendien een economisch belangrijke sector met een grote werkgelegenheidscomponent. Kortom: de horeca is een sector van betekenis voor Groningen.

 

Vernieuwing en modernisering van het horeca-aanbod is een continu proces dat veel aandacht behoeft, willen we tegemoet kunnen komen aan de veranderende consumentenwensen. Een op verbetering gericht horeca-aanbod is noodzakelijk om de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de Groningse binnenstad op peil te houden èn waar nodig te stimuleren voor bewoners, bezoekers, ondernemers en werkgelegenheid. Om die reden hebben we in ons collegeprogramma 2010-2014 aangegeven dat we de aantrekkelijkheid van de binnenstad met een mix van winkels, horeca en voorzieningen van groot belang vinden. We vinden de ontwikkeling van het Forum en de Oostwand van de Grote Markt cruciaal voor de binnenstad. Ook hebben we extra oog voor marktinitiatieven in het Ebbingekwartier en de Gelkingestraat. Daarnaast is het bevorderen van een goed woon- en leefklimaat in de wijken een aandachtspunt. In deze ontwikkelingen dient veiligheid geïntegreerd te zijn en willen we waar mogelijk meewerken aan deregulering.

 

Uitgangspunten voor aanpassing van het horecavestigingsbeleid vormden het huidige horeca-aanbod in Groningen (paragraaf 2.2), de huidige ruimtelijke verdeling en identiteit van de verschillende horecazones (paragraaf 2.3.) en de relevante trends en ontwikkelingen (paragraaf 2.4). In paragraaf 2.5 zetten we op een rij wat dit alles voor ons horecabeleid betekent. De concrete wijzigingen voor het horecavestigingsbeleid in de binnenstad staan aangegeven in paragraaf 2.6 en voor het gebied buiten de binnenstad in paragraaf 2.7.

De aard van het horecavestigingsbeleid brengt met zich mee dat dit tot op een detaillistisch niveau is beschreven.

 

In de voorbereidingsfase van deze nota zijn de plannen  tijdens interne en externe consultatieronden voorgelegd aan (horeca)ondernemers, brancheorganisaties, andere belanghebbenden en deskundigen. De tijdens die overleggen gemaakte opmerkingen zijn, waar mogelijk, verwerkt in deze nota.

 

2.2.      De horecasector in 2010

Begin 2010 tellen we 560 horecabedrijven in Groningen (exclusief contractcatering) met een gezamenlijk oppervlak van circa 85.000 m2 vvo. In de afgelopen vijf jaar zijn er 35 horecabedrijven bijgekomen en is het aanbod met ongeveer 5.000 m2 vvo toegenomen. Van dit aanbod is ongeveer de helft gevestigd in de binnenstad *4.

De toename in het horeca-aanbod heeft ook geleid tot groei van de werkgelegenheid. In 2009 is de horecawerkgelegenheid vanwege de recessie echter tijdelijk gedaald met 149 personen ten opzichte van 2008. Evengoed waren eind 2009 5.667 personen werkzaam in de horeca; dat is 4,4% van het totale aantal werkzame personen *5. De werkgelegenheid in de horeca kenmerkt zich door relatief veel jongeren en ook lager opgeleide en parttime arbeidskrachten. De sector is dan ook zeer geschikt voor het toeleiden van (ook lager opgeleide) werkzoekenden naar werk en uiteraard voor relevante stage- en werkervaringplekken ten behoeve van de horecavakopleidingen. Verheugend is het daarom ook dat in mei 2010 het horecavakpunt regio Groningen is geopend. Dit is een initiatief van brancheorganisaties en vakbonden. Binnen dit horecavakpunt zorgen leerbedrijven en horecascholen ervoor dat leerlingen een zo goed mogelijke praktijkopleiding krijgen die daarmee goed aansluit op de wensen uit de markt.

 

De horeca in Groningen is nog steeds sterk op studenten gericht. Dit is sinds 2005 niet echt veranderd. Dat is een logisch gevolg van het feit dat Groningen een belangrijke studentenstad is waar het aantal studerenden nog steeds toeneemt *6. De gemeente zou graag zien dat er (daarnaast) in de horecabranche ook meer aandacht zou kunnen zijn voor toeristisch bezoek en recreatieve doelgroepen en voor doelgroepen als bijvoorbeeld ouderen en allochtonen. De stijging van het aandeel van deze groepen in de samenleving biedt ruimte voor nieuwe concepten op nieuwe plekken, ook in Groningen. In het toeristische bezoek is overigens het aandeel van de groep 65+ ondervertegenwoordigd *7. Nieuwe concepten zouden hierop in kunnen spelen zodat Groningen ook voor deze groep aantrekkelijker wordt.

 

*4= Cijfers Bedrijfschap Horeca en Catering – horeca in cijfers 2009

*5= Idem

*6= Bron: Bureau Onderzoek en Statistiek

*7= Bron: Toeristisch-recreatieve Ontwikkelings Monitor en het Continu Vakantie Onderzoek (beiden 2009 en beiden zijn terugkerende onderzoeken)

 

2.3.      Huidige ruimtelijke verdeling, identiteit en functie

Binnen de Diepenring onderscheiden we diverse horecagebieden die op basis van de bediende doelgroepen functioneren en daar ook hun respectievelijke identiteit aan ontlenen:

  • 1.

    Allereerst is er het drukke uitgaansgebied Poele-/Peperstraat dat hoofdzakelijk wordt bezocht door jongeren uit Stad en Ommeland waaronder een groot aantal studenten.

  • 2.

    Hoewel ook de Poelestraat in de nachtelijke uren als nachtstad functioneert, onderscheidt de straat zich van de Peperstraat: de Poelestraat is een belangrijke toegangsweg naar de verdere binnenstad vanuit oostelijke richting. Het trekt daarmee publiek aan van diverse leeftijden. De mix van bedrijvigheid is dan ook essentieel om een ‘dode’ straat in de daguren te voorkomen.

  • 3.

    Het gebied rond de Zuidwand van de Grote Markt trekt eveneens een grotendeels jeugdig publiek met overdag een aantrekkingskracht voor iedereen, met name ook op de terrassen. Door onderling verbonden te zijn is hier het grootste café van Europa ontstaan. Er bestaat de mogelijkheid dat er voor het Amusino op de hoek van de Gelkingestraat en Grote Markt een andere locatie wordt gezocht door de exploitant.

  • 4.

    De Ellebogenbuurt trekt veel 30-plussers in de concentratie rondom de Pintelier, restaurant Muller en de Wolthoorn. Hiermee heeft het gebied een unieke en gewaardeerde functie in het horecalandschap van Groningen. Een totaalconcept met dansmogelijkheden ontbreekt hier naar onze mening. Een meer studentikoos karakter treffen we aan in het begin van de Kromme Elleboog rond Soestdijk. Er is zo een mix ontstaan met een gezellige Quartier Latin-achtige drukte met een geheel eigen karakter.

  • 5.

    Op het Gedempte Kattendiep is in samenwerking tussen gemeente en de ondernemers met de nieuwe aankleding een heel eigen sfeer ontstaan met een Ramblas-achtige uitstraling. Uitgaan, eten, drinken en loungen worden gemengd ten behoeve van een gedifferentieerd publiek. De positieve reacties van publiek en ondernemers zijn reden te veronderstellen dat dit een goed concept is. De reeds bestaande tramtracéplannen zullen bij doorgang van invloed zijn op dit gebied.

  • 6.

    De Gelkingestraat trekt bij haar ingang vanaf de Grote Markt qua publiek gezamenlijk op met de Grote Markt-Zuidzijde maar kent richting het Gedempte Zuiderdiep toe een ander gezicht vanwege de diverse gelegenheden die zich juist richten op een al dan niet trendy of juist traditioneel uitgaanspubliek. Binnen de plannen voor de Gelkingestraat wordt gewerkt aan het tegengaan van de leegstand en aan de invulling van de lege plekken in de straat. De Donkersgang en omgeving zal worden aangepakt en een belangrijkere rol gaan vervullen als verbinding tussen de Oosterstraat en de Gelkingestraat. Hierbij wordt tevens gekeken naar een onderscheidende horeca-invulling om ook deze functie gestalte te geven waarbij ook het gevoel van sociale onveiligheid beperkt wordt. De eventuele komst van de tram door de Oosterstraat zal van de Gelkingestraat een echte fietsstraat maken. Detailhandel heeft in deze straat de voorkeur en daarom willen we heel terughoudend zijn met mogelijke ontheffingen voor horecaplannen.

  • 7.

    Het Gedempte Zuiderdiep sluit functioneel vanuit de branche gezien goed aan op zowel de Gelkingestraat als het Gedempte Kattendiep. Hier vinden we dan ook een deel van de zaken dat zich heeft verenigd in het initiatief ‘Aangenaam Groningen 2010’. De invulling van de sterlocatie in het voormalige postkantoor met een restaurant (zie ook blz. 25), de toevoeging van de Heeren van Martini (straks weer WEEVA), het verdwijnen van Liberty en de herinvulling van bestaande zaken hebben het gebied goed gedaan.

  • 8.

    De Steentilstraat, met uitzondering van de coffeeshopdoelgroepen in de Steentilstraat, en de Oosterstraat kennen een mix van doelgroepen die naast elkaar kunnen bestaan. De komst van de parkeergarage aan het Damsterdiep zal dit gebied nieuwe kansen bieden. Er is een plan in behandeling voor de herinrichting van de Steentilstraat. Na vaststelling en uitvoering ervan zullen we bekijken of dit ruimte biedt voor meer gezellige terrasruimte. Twee nieuwe horecazaken hebben zich onlangs in die straat gevestigd, duidelijk anticiperend op de verwachte publieksstroom vanuit de parkeergarage.

 

Uit bovenstaande opsomming blijkt dat de horeca evenwichtig over de binnenstad is verspreid. Deze spreiding over de binnenstad is het waard om gekoesterd te worden. Wel merken we op dat het zuid-westen van de binnenstad wat dun bedeeld is. Voor dit gebied worden momenteel plannen voor een wandel- en verblijfsgebied rondom het voormalige Natuurmuseum ontwikkeld. Deze route zal tevens fungeren als een alternatieve looproute tussen de Westerhaven en de binnenstad.

 

2.4.      Trends en ontwikkelingen

De horeca omvat een zeer gevarieerd aanbod dat zich in de komende jaren verder zal ontwikkelen en nóg gevarieerder zal worden. We schetsen hier een aantal trends en ontwikkelingen in de sector, waarvan we een deel al in de Horecanota 2005 aangaven en die zich verder hebben doorgezet:

  • 1.

    Verdergaande schaalvergroting: Ook de horecasector wordt steeds zakelijker en professioneler. Als resultaat daarvan zijn schaalvergroting en ketenvorming in bijna alle deelsectoren aan de orde.

  • 2.

    Koppeling van verschillende horecafuncties: Eetcafé, dinnerclub, loungebars etc. en de combinatie van eten-drinken-dansen en eventueel ook slapen in één bedrijf.

  • 3.

    Nieuw aanbod (steeds meer fastfood, nieuwe ketens, maar ook biologisch en fair trade): Nieuwe spelers vanuit de detailhandel, leisure en internationale foodfabrikanten, betreden de horecamarkt en verdringen oude spelers. Nieuwe en zich vernieuwende spelers zullen moderne concepten en grootschalige geïntegreerde projecten willen realiseren waarin ook horeca zal schaalvergroten, filialiseren en thematiseren. Deze nieuwe horecabedrijven zullen zich vanwege omgeving, bezoekersstromen en parkeerfaciliteiten graag in de binnenstad, in moderne/eigentijdse centra en op aantrekkelijke perifere locaties willen vestigen. De Detailhandelsnota onderscheidt onder meer het doelgerichte winkelen en het recreatieve winkelen en dat brengt kortere of langere verblijfsduur met zich mee waarop ook de horeca zich richt.

  • 4.

    Branchevervaging en semi-horeca: Toenemende integratie met andere functies zal het zicht op wat nu nog duidelijk horeca is verder verminderen. Horeca neemt winkels en vermaak in zich op; winkels en vermaak introduceren horeca in hun formule. De begrenzing tussen de sectoren vervaagt. Door de integratie van functies ontstaan steeds vaker cross-over of hybride vormen van detailhandel, horeca en vermaak. Denk daarbij aan de introductie van bepaalde vormen van horeca als ondersteunende functie in een zaak met als hoofdfunctie detailhandel. De combinatie van functies vormt dan een belangrijk onderdeel van de bedrijfsfilosofie en helpt in het algehele streven om het de consument naar zijn zin te maken, te verwennen, te verleiden, en uiteindelijk tot aankoop te bewegen. Bij deze vormen van naar oppervlak en functie ondergeschikte vormen van horeca kan worden gesproken over ‘semi-horeca’. Deze semi-horeca achten wij belangrijk voor het functioneren van bestaande en nieuwe retailfuncties - en daarmee dus ook van belang voor het functioneren en de aantrekkingskracht van de binnenstad.

  • 5.

    Guerrilla en pop-up horeca: Hierbij gaat het om spontaan opkomende en weer verdwijnende horeca-activiteiten die eenmalig en van korte duur (maximaal enkele dagen) en in het algemeen bijzonder verrassend zijn. Denk aan terrassen zonder bijbehorende horeca-inrichting, of aan maaltijdverstrekking gedurende korte tijd in leegstaande panden, op bijzondere locaties, of tijdens bijzondere evenementen. We denken hierbij aan vooral culturele ‘oprispingen’ zonder direct van een evenement te kunnen spreken. Cruciaal hierbij is de spontaniteit in plaats van het ver tevoren aanvragen van evenementenvergunningen en ontheffingen drank- en horecawet.

    Aangezien we met het (geactualiseerde) evenementenbeleid alsmede ook met het herzien van hoe we omgaan met aanvragen voor een ‘Ontheffing artikel 35’ *8, geordende indieningsrichtlijnen hebben geïntroduceerd dan wel hebben bekrachtigd, zal in deze gevallen een oplossing moeten worden gezocht in een flexibele ‘turbo’-werkwijze.

  • 6.

    Zap-gedrag: Het zap-gedrag van vele nieuwe groepen horecabezoekers zal concepten en projecten steeds sneller doen verouderen. De wensen en behoeften van de hedendaagse horecaconsument zijn niet meer te vangen in de meer traditionele vormen van horeca. Het horecagedrag van de consumenten hangt af van het moment, zijn/haar leeftijd, gezinssamenstelling en lifestyle (expressietype) en is nog steeds sterk inkomensafhankelijk. De feitelijke horecakeuze die men maakt, hangt voornamelijk af van het moment op de dag en van de specifieke behoefte op dat moment. Horecabezoekers zijn dus steeds meer ‘momentconsumenten’.Een en ander zal ondernemers noodzaken tot steeds snellere vernieuwing van concepten. Voor horecaondernemers wordt het steeds belangrijker zich te onderscheiden ('beter en origineler') en zorg te besteden aan bedrijfsvoering gericht op een bepaald type consument en regelmatige update van de zaak.

  • 7.

    Emotie: Nauw samenhangend met het zap-gedrag is het toenemende belang van emotie in de waardering van een horecabezoek. Dit is één van de belangrijkste trends. Daarbij is service, entertainment en ambiance steeds belangrijker voor de consument.

 

We zagen in 2005 deze trends en ontwikkelingen op ons af komen en dat proces zet zich door en krijgt steeds grotere invloed. Hier wordt in concepten steeds meer op ingespeeld. Ontwikkeling van concepten vereist afstemming en goed ondernemerschap. Wat nu in is, kan morgen misschien al weer passé zijn. De risico’s zijn over het algemeen vrij groot; de marges tussen succes en falen vaak klein.

 

Daarom concluderen we dat overheden daar in hun beleid en regelgeving rekening mee moeten houden. Hierin past dat wij de al te fijnmazige horecacategorie-indeling in 2005 hebben losgelaten. Dat geldt echter nog niet voor alle facetten van ons horecabeleid. Vooral als het gaat om de verwevenheid van horeca en detailhandel is de komende jaren aandacht nodig voor wat wel en wat niet gewenst is in de (binnen)stad van Groningen. In ons collegeprogramma 2010-2014 geven wij aan dat we willen dat de verblijfskwaliteit van de binnenstad verder omhoog gaat, dat shoppen een belevenis is en dat bezoekers langer in de stad verblijven. Gegeven de ontwikkelingen in het aanbod en in de vraag is het dus van belang om ruimte te kunnen geven aan nieuwe, meer gemengde vormen van horeca en winkels.

 

*8= Artikel 35 van de Drank- en Horecawet geeft de mogelijkheid om een ontheffing van het verbod op schenken en nuttigen van zwak-alcoholische drank op een bepaalde locatie te verlenen.

 

2.5.      Betekenis voor ons horecabeleid

In de voorafgaande paragrafen hebben we beschreven dat het in 2005 ingezette beleid heeft bijgedragen aan een beter horecavestigingsklimaat. De succesvolle lijn daarin willen we voortzetten waarbij we oog hebben voor de huidige stand van zaken en de trends en ontwikkelingen die we onderscheiden. In deze paragraaf zetten we op een rij wat we willen voortzetten en welke beleidsaanpassingen we gaan doorvoeren.

 

In kwalitatieve zin gaan we meer ruimte geven aan nieuwe, gemengde vormen van horeca en detailhandel (semi-horeca). Bij mengvormen denken we vooral ook aan het Open Lab dat als proeftuin hierin zal fungeren. Ervaringen die we hier opdoen, zullen elders in de stad hun nut bewijzen. Verder realiseren wij ons dat guerrilla en pop-up horeca-initiatieven bij kunnen dragen aan het bruisende karakter van met name de binnenstad. De sterlocaties zijn kwaliteitslocaties waar horeca een impuls kan geven aan een gebied. Er zullen locaties worden geschrapt en nieuwe worden voorgesteld.

 

In kwantitatieve zin gaan we geringe aanpassingen in de Staat van Horecabedrijven aanbrengen. Die aanpassingen hebben te maken met de sterlocaties maar ook met het versterken van de identiteit van gebieden, het stimuleren van het zuidwesten van de binnenstad en verder het versterken van de huidige structuur.

 

Categorie-indeling horecabedrijven

We hebben al aangegeven dat het terugbrengen van de typering van horecabedrijven tot drie hoofdcategorieën succesvol is geweest. De categorie-indeling is gemaakt op basis van de mate van invloed die een vestiging heeft op een geordend woon- en leefklimaat. Hoofdcategorie 1 heeft de meeste invloed en bestaat uit jongerencentra, studentensociëteiten, discotheken/dancings en automatieken. Hoofdcategorie 2 bestaat uit inrichtingen waarbij de horeca-activiteit het hoofdaandeel is van de exploitatie en waar men alcoholische en niet alcoholische dranken voor gebruik ter plaatse verstrekt, al of niet gepaard gaand met het verstrekken van kleine eetwaren en of maaltijden voor gebruik ter plaatse of elders dan ter plaatse. Een subcategorie hierbij is de categorie 2.2, winkelondersteunende horeca, waarbij de exploitatie minimaal vier dagen per week vanaf 11 uur ’s ochtends plaats vindt. Verder vallen hieronder ook de coffeeshops als subcategorie 2.3.

Hoofdcategorie 3 waarbij de onder 2 genoemde activiteiten niet het hoofdaandeel van de exploitatie uitmaakt en altijd ondergeschikt is aan een georganiseerde activiteit of statutaire doelstelling (stichtingen, bioscopen e.d.)

Binnen de horeca is men door het terugdringen van de fijnmazige regelgeving veel vrijer geworden in het bedenken en invoeren van nieuwe of vernieuwende concepten. De categorie Winkelondersteunend is een uitstekend instrument gebleken om winkelstraten overdag levendig te houden ondanks de afname van winkels.

Wij blijven daarom de huidige indeling de komende jaren continueren.

 

Semi-horeca

Ons college wil meer cross-over, hybride winkelconcepten en semi-horeca in het horecabeleid mogelijk maken. Qua aanbod zal de horecasector immers steeds meer en ook steeds sneller veranderen waarbij de scheidslijnen met de detailhandel en leisure steeds meer vervagen. Vanuit economisch oogpunt is het zondermeer gewenst om semi-horeca of functieondersteunende horeca vrijer te laten in haar vestigingsmogelijkheden. Naast de genoemde trends neemt ook het internetshoppen toe zodat de traditionele winkel creatiever moet zijn om klanten naar zich toe te trekken.

Om te voorkomen dat winkels zich volledig gingen transformeren tot horecabedrijven, hebben we in Groningen in 1992 de semi-horecaregeling*9 in het leven geroepen. Daarbij zijn criteria opgesteld waaraan een winkel moet voldoen om horeca-activiteiten te mogen ontplooien:

  • 1.

    de detailhandel moet een jaar gevestigd zijn;

  • 2.

    er moet sprake zijn van een ambacht of assortiment dat een relatie heeft met de horeca-activiteit;    

  • 3.

    het vloeroppervlak ten behoeve van de horeca-activiteit mag niet meer dan 30% van het verkoopvloeroppervlak beslaan met een maximum van 50m2;

  • 4.

    er mogen geen alcoholhoudende dranken geschonken worden.

     

Inmiddels is het 2011 en zowel de vraag- als de aanbodkant van de markt is zo gewijzigd dat de regeling meer als beknellend dan als beschermend wordt ervaren. Waar destijds de druk vanuit horeca op de detailhandel werd ervaren, is het nu de vraag van de detailhandel die het marktbeeld bepaalt. Nog steeds staan wij achter het uitgangspunt dat winkels zich niet tot horecabedrijven moeten transformeren. Dit wordt met name geborgd door de bepalingen rond het vloeroppervlak en het verbod op alcohol (is geregeld in de Drank- en Horecawet). De eerste twee bepalingen (een jaar gevestigd zijn en een directe relatie met het assortiment) zijn echter steeds vaker in strijd met de wensen van consumenten en ondernemers.

Ons college stelt dan ook voor de regeling in deze lijn aan te passen. Dit betekent dat we binnen de semi-horecaregeling het vloeroppervlak leidend zullen laten zijn naast het wettelijke verbod op het schenken van alcoholhoudende dranken. Het criterium van minimaal één jaar vestiging zal worden geschrapt. En verder gaan we het vereiste van de relatie tussen asssortiment en horeca-activiteiten enigszins versoepelen door in de regeling de volgende formulering op te nemen: De horeca-activiteiten in de detailhandel moeten ten dienste staan van, en ondergeschikt zijn aan de detailhandelfunctie. Tevens zal in de nieuwe regelgeving loketverkoop worden verboden. In bepaalde gevallen zal ontheffing van dat verbod verleend kunnen worden. De horecafunctie mag nimmer een belangrijkere functie voor de winkel worden dan de detailhandelfunctie (qua omzet en inzet) en moet beschouwd kunnen worden als een soort dienstverlening aan de klant. De doelgroep moet ook de klant van de winkel zijn en niet iedere willekeurige voorbijganger. We gaan de APVG en de bijbehorende semi-horecaregeling overeenkomstig het voorgaande te wijzigen. Verder gaan we in het kader van de deregulering ook de vergunningplicht voor de semi-horeca (zonder terras) schrappen.

 

Deregulering voor de reguliere horeca

In een logisch gevolg op het voorgaande met betrekking tot de deregulering op het gebied van de semi-horeca, gaan wij ook, waar mogelijk, de regelgeving voor de reguliere horeca dereguleren. De benodigde vergunningen zullen daarbij gedifferentieerd worden naar de categorie-indeling van het horecabedrijf en/of de locatie.

Deregulering van de regelgeving is een al lang bestaande wens van zowel de horecabranche als van de gemeente. Hierbij is het van belang ervoor te zorgen dat belangen van openbare orde en veiligheid niet worden geschaad en dat er geen nieuwe vergunningen voor in de plaats komen. Indien dat laatste onvermijdelijk is, dan toch met een minimum aan administratieve lasten en kosten voor ondernemer en gemeente. De nadere uitwerking van de dereguleringsplannen voor de reguliere horeca gebeurt in nauw overleg met de branche. Besluitvorming zal in het najaar van 2011 plaats kunnen vinden.

De aanpassing van het stelsel van de exploitatievergunning brengt uiteraard wijzigingen van de APVG en haar bijlagen met zich mee. Bekeken moet in dat opzicht worden of het stelsel van de Staat van Horecabedrijven (nu een bijlage bij de APVG) ingepast kan worden in het in voorbereiding zijnde nieuwe bestemmingsplan voor de binnenstad. Waar de planologische ordening overeenstemt met de bescherming van openbare orde en een geordend woon- en leefklimaat, moet dit in ieder geval mogelijk zijn.

 

Open Lab

In de vorm van een pilot willen we met het project Open Lab kijken welke ontwikkelingen zich voordoen als de gemeente geen functionele beperkingen oplegt en allerlei vormen van horeca en mengvormen van horeca met andere bedrijvigheid toestaat voor de duur van dit project. Het Open Lab op CiBoGa is hiervoor gedurende vijf jaar de proeftuin. In paragraaf 4 gaan we hier uitgebreider op in.

 

Guerrilla en pop-up horeca

Om spontane activiteiten zoals guerrilla en pop-up horeca mogelijk te maken, willen we nog meer dan nu het geval is werken met korte procedures. In verband hiermee hebben we in paragraaf 3.4 al aangegeven dat hiervoor het beleid (door burgemeester en het college vastgesteld op 19 oktober 2010) niet weer behoeft te worden gewijzigd. Wel zijn we van mening dat er plannen uitgewerkt dienen te worden die het mogelijk maken om razendsnel op dergelijke initiatieven in te kunnen spelen. Er zal op het gebied van meldingen en ontheffingen in relatie tot (verkeers-)veiligheid, openbare orde en het woon- en leefklimaat in de buurt snel besloten moeten worden wat wel of niet kan. Wij denken bij Guerrilla en pop-up toch vooral aan spontane uitingen, niet zijnde evenementen, van culturele, gastronomische, ludieke maar ook sociaal-verbindende aard. Men kan hiermee bijvoorbeeld ideële, culturele, culinaire (Hoofdstad van de Smaak 2011), duurzame ontwikkelingen kort maar hevig onder de aandacht brengen. Op hypes ingaan of proberen ze te creëren. Hierbij denken we nadrukkelijk niet aan massale bijeenkomsten zoals het kijken naar voetbalwedstrijden op megaschermen op bijvoorbeeld de Grote Markt. Dit zijn evenementen waarvoor al beleid is ontwikkeld.

 

Sterlocaties

Verder is het aanwijzen van locaties en het creëren van bijzondere locaties in de Staat van Horecabedrijven dé manier om de juiste horecavormen op de juiste plek te laten landen. Daarbij stellen we voor:

  • 1.

    het toegestane aantal horecabedrijven per zone aanpassen waar nodig (uitwerking hiervan in paragraaf 4);

  • 2.

    het beleid ten aanzien van reeds bestaande en nieuw aan te wijzen sterlocaties voortzetten;

  • 3.

    primair kijken naar de functie in het betreffende gebied alsook naar de meerwaarde in samenhang met reeds gevestigde bedrijven.

Voor een overzicht van sterlocaties verwijzen we naar de bijlagen.

 

Aantallen en zonering; "Staat van Horecabedrijven (hierna: SvH)"

Op de vraag of de horeca in de binnenstad van Groningen zich in omvang en locaties zou moeten wijzigen om ook de komende jaren bij te dragen aan de attractie en de leefbaarheid van de binnenstad en aan de werkgelegenheid, antwoorden we dat ons beleid licht moet worden bijgesteld om dat te bereiken.

De omvang en samenstelling van de horeca is geregeld in de SvH. Deze staat zal geactualiseerd moeten worden om op actuele ontwikkelingen in de horecasector in te kunnen spelen. U vindt de voorgestelde nieuwe staat in paragraaf 2.6.

 

In eerste instantie zal deze aanpassing bestaan uit de toevoeging van een tiental mogelijkheden tot horecavestiging binnen de Diepenring. Dit tiental heeft voor een deel betrekking op het inpassen van al bestaande zaken met een overwegend horecakarakter. De ‘echte’ extra ruimte betreft nagenoeg alleen ‘sterlocaties’ die de potentie hebben om een waardevolle toevoeging te gaan vormen aan het functioneren van de branche en de binnenstad. Nieuw aanbod kan daarnaast ook worden gevestigd in de bestaande binnenstad en binnen de huidige SvH. Uiteraard indien er voor de betreffende concepten ook geschikte locaties beschikbaar zijn. Op dit moment zijn in de SvH in de binnenstad al diverse mogelijkheden en sterlocaties aangegeven. We stellen nu dan ook maar een beperkte uitbreiding van het aantal mogelijkheden tot vestiging voor.

 

Een daadwerkelijke latere uitbreiding van het aantal mogelijke horecazaken zal op basis van maatwerk deel uitmaken van de herontwikkeling van de Oostzijde van de Grote Markt, de bouw van het Forum en daarmee het ontstaan van de Nieuwe Markt. Het mogelijk maken van deze uitbreiding in toekomstige nieuwe zones in dat gebied kan eventueel ook een lichte verschuiving van horecazaken naar dat gebied betekenen. In deze herontwikkeling is de vestiging van diverse nieuwe en vernieuwende horecabedrijven in juiste verhouding tot andere voorziene functies de komende jaren van belang. Hierbij zullen we wel met name rekening houden met het hoekpunt Oosterstraat/Grote Markt. Daar is een situatie ontstaan waarbij in de nachtelijke uren sprake is van meerdere gewelddadige incidenten. Een geringere toeloop van publiek door aanbod elders lijkt hierin een goede weg om de problematiek te verminderen en daarmee de veiligheid te vergroten.

Ook vinden we dat een verdere uitbreiding (nadat nog bestaande capaciteit is benut) gewenst is in de Gelkingestraat indien dit noodzakelijk is voor de revitalisering van die straat, al is terughoudendheid daarbij wel gewenst aangezien detailhandel daar zeer welkom is.

 

Ten aanzien van die uitbreiding zien wij het maatwerk juist op het gebied van de samenstelling van de horecasector in Groningen. Nieuw aanbod en variëteit voor doelgroepen zoals 30-plussers en cultuurbezoekers die op zoek zijn naar een geheel eigen beleving en betekenis van Groningen willen we stimuleren. Het is in eerste instantie aan de markt om in te spelen op ‘nieuwe’ doelgroepen maar met de SvH in combinatie met het bestemmingsplan kunnen we wel sturing geven aan dit proces. Ook blijven we op de daarvoor geëigende locaties door middel van categorisering winkelondersteunende (dag-)horeca stimuleren.

Uitbreiding blijft overigens ook mogelijk via het verlenen van ontheffingen (van bestemmingsplan en van APVG). Hierbij betrekken wij in ieder geval het gegeven dat het aantal detailhandelvestigingen sterk zal verminderen. In de gebieden waar we het winkelstraatmanagement hebben ingevoerd (Ebbingekwartier en Binnenstad-Oost) blijft de focus in eerst instantie gericht op het behoud en de versterking van de detailhandel.

 

*9= Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2009, Bijlage 7 Semi-Horeca

 

2.6 Nieuw in het vestigingsbeleid

2.6.1.         Horeca in zone A

Huidige situatie: Zone A is overwegend een woongebied met (kleinschalige) dienstverlening en universiteit. Het is een relatief stille zone met een eigen uitgaanskarakter en dito horeca die zich in schaalgrootte en massaliteit van de doelgroepen nadrukkelijk onderscheidt van met name het uitgaansgebied Grote Markt–Poelestraat–Peperstraat. De horeca concentreert zich aan de Ellebogen e.o.; een uitgaansgebied met kleinschalige bedrijven waar studenten, maar ook een wat ouder publiek tot de primaire doelgroepen behoren. Dit uit zich in een horeca-aanbod met relatief veel eetcafés en kleine restaurants.

 

In zone A zijn maximaal 57 horecabedrijven toegestaan. In de afgelopen jaren is er één bedrijf (Hanzesociëteit) bijgekomen op een daarvoor aangewezen sterlocatie. De andere aangewezen sterlocatie (Noorderhaven, het Oude Havencafé) wordt inmiddels bewoond, heeft nu een woonbestemming en valt af voor de horeca (zone A8).

 

Ontwikkelingen: In dit gebied hechten we aan het ontwikkelen van een quartier latin-achtig woongebied met voorzieningen die in dat beeld passen. In dat kader wordt o.m. gedacht aan herontwikkeling van de functie van de Visserstraat en Hoekstraat met o.a. enige horeca. De gewenste ontwikkelingsrichting van dit deel van de binnenstad is beschreven in de door de gemeenteraad vastgestelde visie voor de binnenstad.

 

Wijzigingen in zone A:

Het uitgangspunt voor de komende jaren is behoud en waar mogelijk kwalitatieve versterking van de bestaande horeca. Dit kunnen we concluderen op basis van de volgende feiten. De gegeven ruimte die in de afgelopen jaren in de SvH is geboden, is nog niet is benut. Ook doen zich hier op dit moment geen potentieel nieuwe locaties voor en slechts 1 sterlocatie. Verder bevinden zich in zone A drie semi-horecazaken die eigenlijk het predicaat horeca verdienen en er is in het verleden een ontheffing verleend van de SvH voor 1 horecazaak. Op basis van maatwerk en het aanpassen van de SvH aan deze status quo is er behoefte aan een verhoging van het maximum tot 61. Dat aantal biedt voldoende ruimte voor eventuele nieuwvestigers en uitbreiding van het aantal horecabedrijven op de gewenste plaats.

  • -

    In zone A1 is in de huidige SvH een tweetal toegestane ondersteunende horecazaken (Grunneger Sproak en kantine Harmoniecomplex) niet meegeteld in het totaal. Dat willen we in de nieuwe staat rechtzetten.

  • -

    De belangrijkste concentratie is die aan de Ellebogen (zone A3), een uitgaansgebied voor kleinschalige horeca. We willen de huidige situatie graag behouden. Grote Kromme Elleboog 18-20 willen we als sterlocatie voor een eet- drink- en dansgelegenheid (categorie 1) mogelijk maken maar dan via een ontheffingsprocedure. Op dit moment stellen we nog geen ophoging van het aantal voor.

  • -

    Verspreid vinden we ook diverse horeca in met name zone A4, waar het totaal aantal bedrijven (13) wat kleiner is dan toegestaan (14). Alleen een categorie 3-bedrijf is hier mogelijk vanwege het verdwijnen van een lasergamebedrijf (Zwanestraat). We stellen daarom voor om deze categorie 3 mogelijkheid op te hogen naar een 2.2 (winkelondersteunende horeca) voor Stoeldraaierstraat 52 (Novo). Deze zaak is van oorsprong een (taarten-)bakkerij met een idealistische grondslag. De taarten kunnen nog steeds worden gekocht maar de zitgelegenheid met koffie en gebak vormt al jaren het hoofdaandeel van de exploitatie. In dit geval een natuurlijke en gewenste ontwikkeling. Daarnaast stellen we voor om twee extra categorie 2.2 bedrijven toe te voegen aan de SvH ten behoeve van Oude Kijk in ’t Jatstraat 31 (Il Gusto) en Oude Boteringestraat 4 (Het Opstapje). Vanuit deze panden worden al jaren belegde broodjes verkocht en eigenlijk past dit perfect op deze locaties. De status van horecabedrijf zou daarom meer recht doen aan de bestaande situatie met behoud van het winkelondersteunende karakter van deze bedrijven.

  • -

    In de Oude Boteringestraat gaat het om een gemêleerd gebied met overwegend dienstverlening. In deze zone (A6) bevindt zich een succesvol ingevulde sterlocatie (Hanzesociëteit vestigde zich op de locatie Boteringestraat 19) en er is ontheffing verleend voor een slijter met proeflokaal(Jos Beeres). Beide bedrijven zijn een versterking van de (zakelijke) dienstverlening die kenmerkend is voor deze straat. Hiermee zou het aantal bestaande bedrijven op 11 komen omdat ook de vrijgekomen plek (de Koningin in Oude Boteringestraat 60 is al lang dicht) weer wordt opgevuld door een nieuwe gezonde fastfoodzaak in het pand Oude Boteringestraat 8 (eat2Be). Het aantal mogelijkheden willen we hierop laten aansluiten en daardoor met 1 ophogen naar 11. Deze formele aanpassing van het aantal horecabedrijven in de Oude Boteringestraat wordt gerechtvaardigd door de feitelijke situatie dat er geen klachten uit deze straat komen met betrekking tot overlast. Daarnaast stellen we voor de categorie van hotel Corps de Garde (met bijbehorend restaurant het Wachtershuis) te verhogen van 3.1 naar 2.1 zodat de ondernemer zelf de vrijheid heeft om hett restaurant te exploiteren uitsluitend ten behoeve van gasten of ook voor niet-gasten.

  • -

    In de zones A5 en A8 bevindt zich het grootste gedeelte van het prostitutiegebied A-kwartier. Wij willen de prostitutie concentreren in Nieuwstad en willen daarom geen exploitatievergunningen prostitutie meer verlenen voor het A-kwartier na 1 januari 2016. We willen in dit gebied de leefbaarheid vergroten en het verblijfsklimaat aanmerkelijk veraangenamen. Een nieuw bestemmingsplan voor dit gebiedje is in voorbereiding en mochten horeca-initiatieven in het bovenstaande proces een positieve bijdrage kunnen leveren, dan willen we daar zeker aan meerwerken. Te denken valt aan bijvoorbeeld een restaurantfunctie in de Hoekstraat.

 

Resumerend stellen we vast dat in zone A een het aantal toegestane horecazaken met vier verhoogd wordt. Twee bestaande ondersteunende ‘horecazaken’ worden nu meegeteld, Twee semi-horecazaken worden reguliere horeca en een verleende ontheffing wordt nu opgenomen. Een sterlocatie verdwijnt. Daarnaast gaan we een categorie 3 mogelijkheid ophogen naar 2.2 ten behoeve van een bestaande semi-horecazaak en een categorie 3 mogelijkheid naar 2.1 ten behoeve van Corps de Garde/Wachtershuis.

  

2.6.2.         Horeca in zone B

Huidige situatie: Net als zone A is zone B overwegend een woongebied met kleinschalige dienstverlening, het Provinciehuis en beeldbepalende monumentale stadselementen als Martinitoren en de Grote Markt. Volgens de Staat van Horecabedrijven zijn hier in totaal maximaal 40 horecabedrijven toegestaan.

 

Ontwikkelingen: In zone B speelt in de nabije en de wat verdere toekomst een aantal grote (her)ontwikkelingen die relevant zijn voor het functioneren van de gehele binnenstad: de Grote Markt Oostzijde, de ontwikkeling van het Forum met de Nieuwe Markt, en de Grote Markt Noordzijde. Naast winkels en andere publieksfuncties zal in deze projecten zeker een aantal nieuwe horecabedrijven worden opgenomen inclusief terrassen.

 

Wijzigingen in zone B:

  • -

    Het huidige maximum aan horecabedrijven in deze zone wordt één verhoogd tot 41. Na definitieve planvorming van Grote Markt Oostzijde en/of Noordzijde kan het maximum aantal zo nodig verder worden aangepast in de SvH.

  • -

    In de Oostzijde van de Grote Markt is bij de ontwikkeling van het Groninger Forum ook een rol weggelegd voor de horeca, zowel aan de Grote Marktzijde als op de Nieuwe Markt. Hierbij wordt in de eerste plaats gedacht aan winkelondersteunende horeca. Naast cafés en restaurants zou ook een stadshotel mogelijk zijn in de Oostwand. Overigens wordt in het bestemmingsplan geen onderscheid gemaakt naar aard van de horecavestigingen. De doelstelling is de levendigheid aan deze zijde van de Grote Markt te versterken, zowel overdag als in de avonduren. Zoals elders aan de Grote Markt is er ook plaats voor horeca die zich richt op het late uitgaanspubliek. Het kan in verband met de planontwikkeling (overleg met Vindicat Atque Polit) voor de Grote Markt Oostzijde nodig blijken om horeca in het pand Martinikerkhof 8/8a (nu zone B6) mogelijk te maken. Wij zullen desgewenst en indien mogelijk, meewerken aan een eventueel noodzakelijke ontheffing. In samenhang hiermee moet tevens worden bekeken of het wenselijk is het buurpand van nummer 9 (Lefier) hierin te betrekken zodat aan de zijde van de Nieuwe Markt en aan het Martinikerkhof een aantrekkelijk straatwandgedeelte ontstaat.

  • -

    In de Noordzijde van de Grote Markt (B3) is winkelondersteunende horeca mogelijk. Op dit moment wordt hier het maximum toegestane aantal van 6 niet volledig ingevuld. Afhankelijk van de plannen voor de Grote Markt Noordzijde zal mogelijk uitbreiding van het aantal horecabedrijven worden toegestaan. Nu is dit niet aan de orde.

 

Daarnaast komen twee bijzondere locaties in aanmerking voor vestiging van horeca. Het gaat dan om de volgende sterlocaties:

  • -

    Het SNS-bankgebouw aan de Oude Ebbingestraat 25 (zone B2) biedt mogelijkheden voor (gedeeltelijke) herinvulling met horeca. Het betreft hier een fysiek grote locatie geschikt voor een grootschalige vorm van horeca, echter op dit moment zonder mogelijkheden voor een ruim terras. Recent is bekend geworden dat dit pand een onderwijsfunctie krijgt. Toch gaan we de horecamogelijkheid de komende periode nog niet schrappen.

  • -

    In het voormalige RTV Noord-complex aan de Martinikerkhof 23 wordt gedacht aan een stadshotel in het hogere prijssegment. Deze locatie is in het horecabeleid van 2005 reeds aangegeven en ook al opgenomen in de huidige SvH. Plannen hiervoor zijn inmiddels in ontwikkeling.

 

Resumerend gaan we in zone B het aantal vestigingsmogelijkheden met één verhogen ten behoeve van een nieuwe sterlocatie.

 

2.6.3.         Horeca in zone C

Huidige situatie:

Deze zone herbergt van oudsher het grootste aantal horecabedrijven van de binnenstad: In 2011 zijn hier 178 horecabedrijven mogelijk. Hier bevindt zich niet alleen het meest omvangrijke horeca-uitgaansgebied (Poelestraat/Peperstraat en Grote Markt-Zuidzijde), maar ook langs het Gedempte Kattendiep, het Zuiderdiep en in de Gelkingestraat bevinden zich clusters van horecabedrijven.

De horeca in de Poelestraat en de Peperstraat is overwegend gericht op het stappen en vooral in de Peperstraat is de horeca over het algemeen overdag gesloten. In de Poelestraat is een aantal eet- en lunchcafés en restaurants gevestigd dat deels ook tijdens winkeluren geopend is. De Poelestraat heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot terrassengebied met een bijzonder terrasseneiland en heeft ook zeker een dagfunctie gekregen. De horeca in de Poelestraat richt zich ’s avonds vooral op het jongere uitgaanspubliek, waaronder veel studenten die er enkele ‘eigen’ gelegenheden hebben. Een aantal zaken in de Poelestraat wordt ook veelvuldig bezocht door 30-plussers uit Stad en Ommeland.

De gezamenlijke uitstraling van de horecabedrijven aan het Gedempte Kattendiep die samen de Ramblas vormen is een waardevolle toevoeging gebleken aan het horeca-aanbod van de Binnenstad en heeft de uitstraling en het verblijfklimaat van het gebied verhoogd.

 

Ontwikkelingen: In zone C heeft zich in de afgelopen jaren een aantal wijzigingen voorgedaan waarvan de ontwikkeling van de zgn. Ramblas aan het Kattendiep tegenover het Casino de belangrijkste is. Ook de in 2005 gegeven mogelijkheden in de Poelestraat en Peperstraat zijn op 3 na volledig ingevuld.

 

Wijzigingen in zone C:

  • -

    We gaan maximaal 180 horecabedrijven toestaan in zone C, een ophoging met twee ten opzichte van de huidige SvH.

  • -

    Ons college wil de mix van dag- en avondzaken in de Poelestraat die door alle leeftijdscategorieën bezocht worden voor de toekomst behouden en ondersteunen. Om dat menggebied met aanloopfunctie te laten voortbestaan, moeten we het winkelaanbod hier in stand houden, met name op de hoeken van het Poeleplein. Ondanks druk vanuit de markt zullen we de vraag naar extra horecamogelijkheden in de Poelestraat dus niet honoreren.

  • -

    In de Poelestraat (zone C2) blijft de mogelijkheid bestaan om in het pand nummer 38 (nu avond- en zondagwinkel Turkse Levensmiddelen Broers naast Time Out) nog een nieuwe horecazaak in de categorie 2.2 te starten. Deze mogelijkheid is al opgenomen in de huidige SvH. Daarnaast gaan we de categorie 3 van Poelestraat 10 van voormalige ijssalon Fiorin  wijzigen in een categorie 2.2. Naast het ijsassortiment gaat een daghorecaconcept daarmee tot de mogelijkheid behoren. Deze locatie met een prachtige terrasmogelijkheid in de ‘poort’ naar de Poelestraat en straks de Nieuwe Markt, wordt nu niet benut door de te beperkende categorie. Wij zijn van mening dat hier meer mogelijkheden tot invulling geboden zouden kunnen worden.

  • -

    De Peperstraat (zone C6) staat op zichzelf en heeft duidelijk een nachthorecafunctie met landelijke bekendheid. Er zijn geen winkels en ook de woonfunctie ontbreekt afgezien van het Pepergasthuis en enkele kamerverhuurpanden. Er is geen/weinig relatie met het nabijgelegen Holland Casino. De Peperstraat is in 2005 reeds geheel vrijgegeven voor horeca, ook op de verdieping. De Peperstraat biedt nog twee mogelijkheden die niet zijn ingevuld. Waar mogelijk werken we mee aan ontheffingen voor nieuwe initiatieven, ook met betrekking tot categorie-indeling. De categorie van Peperstraat 12 (vm Contini) willen we nu al ophogen naar 1.2 (disco/dancing). De Peperstraat is het hart van de Nachtstad van Groningen.

  • -

    In de Oosterstraat 13a (zone C5) is Pruimcity mogelijk gemaakt door de bestaande categorie 3 met ontheffing op te hogen naar categorie 1. Deze situatie willen we vastleggen in de nieuwe SvH.

  • -

    Bij een verplaatsing van de speelautomaten hal Amusino op Gelkingestraat 1 zou hier in combinatie met Grote markt 40 een sterlocatie mogelijk worden in categorie 2.2. Daarmee krijgt de ingang van de Gelkingestraat aan deze zijde een meer uitnodigend en open karakter. Aan een ontheffing van de huidige categorie 3 (ondersteunend) willen we in geval van passende plannen zeker meewerken. Grote Markt 40 gaan we nu al als categorie 2.2 mogelijkheid opnemen omdat gebleken is dat dit pand niet geschikt is voor detailhandel.

  • -

    De huidige profilering van de Gelkingestraat (zone C4) als ‘mengstraat’ met winkels, horeca en wonen, zal ook in de toekomst hoog in het beleidsvaandel staan, gelet op het algemeen stedelijk belang van deze straat. De keuze voor bestendiging van het huidige functieprofiel laat onverlet dat er enige ruimte is om het aantal horecazaken uit te breiden. Samen met de ondernemers werken we aan het opwaarderen van de straat qua openbare ruimte en functionele invulling. Dit laatste kan in uiterste consequentie betekenen dat de daghoreca (winkelondersteunend, categorie 2.2) moet worden uitgebreid, maar dat bestaande mogelijkheden éérst moeten worden opgevuld (lege horecapanden) of dat de horecafunctie naar een ander pand wordt overgeheveld. Voor de Donkersgang zal worden meegewerkt aan ontheffingen om extra vestigingen mogelijk te maken, mocht dit nodig zijn in verband met de upgrading. In een recent advies heeft het Hoofdbedrijfsschap Detailhandel aangegeven dat in combinatie met de tramplannen, de Gelkingestraat juist een rustpunt zou kunnen zijn tussen Ooster- en Herestraat. Daghoreca is hier dan op z’n plaats.

  • -

    IJssalon Fiorin op de Grote Markt 46 (zone C1) is in 2006 over het hoofd gezien in de herijking van de SvH en als categorie 3 bedrijf gehandhaafd, ons voorstel is nu dit te rectificeren en het bedrijf op te nemen als categorie 2.2 bedrijf. Daarmee wordt de categorie-indeling in overeenstemming gebracht met de reeds jaren bestaande bedrijfsvoering.

  • -

    Gezien de positieve ontwikkelingen aan het Gedempte Kattendiep (zone C9) en met het oog op de gewenste continuïteit van de horeca en de Ramblas-terrassen, hebben we de intentie om indien daar waardevolle initiatieven voor komen, mee te werken aan ontheffingen ten behoeve van plannen die een horeca-invulling bieden in de panden Gedempte Kattendiep 11 en 17-19 (vm Swarte-panden die horen bij Steentilstraat 30-32). Als voorwaarde geldt wel dat er aansluiting moet worden gezocht met de Ramblas boulevard. De SvH hoeft daar nu nog niet voor te worden aangepast.

  • -

    Mocht het tracé van de tram over het Gedempte Kattendiep gaan leiden en daar ziet het naar uit, dan zal het zoals bij aanvang al aangekondigd, vrijwel zeker het einde betekenen van de huidige Ramblas. Toch willen we bekijken of er nog een kleine kans is om (een deel van) de Ramblasformule en de aanwezigheid van de tram te kunnen combineren*10.

  • -

    In zone C10 (Gedempte Zuiderdiep Oost) is het bestaande areaal aan horecavestigingen voldoende. Op de hoek van het Zuiderdiep met de Kleine Gelkingestraat hebben we in 2005 een horecavestiging mogelijk gemaakt in het voormalige postkantoor in de categorie winkelondersteunend. Dit laatste hebben we gedaan om de entree van het toen zwakke Gelkingestraatgebied ook overdag een invulling te geven. Dit heeft opgeleverd dat een ondernemer het pand heeft laten verbouwen tot een restaurant in het hogere segment. De verbouwing van het pand heeft een dermate grote meerwaarde opgeleverd dat de entree van de Kleine Gelkingestraat een goede uitstraling heeft gekregen ook zonder dat de zaak overdag open is. De ondernemer heeft verzocht om de categorie winkelondersteunend te wijzigen in de ‘gewone’ categorie 2.1 zodat ze meer vrijheid heeft in het ondernemen. Helaas is recent gebleken dat de onderneming per 1 juli 2011 de deuren gaat sluiten. We gaan echter wel de gevraagde aanpassing van de categorie-indeling doorvoeren. Ten slotte is er in deze zone een reservering voor de locatie De Faun. Dat pand is ingevuld met een Zara-vestiging (detailhandel). We stellen voor deze benoeming te verplaatsen naar Zuiderdiep 4. Mocht hier de detailhandel verdwijnen dan achten wij een nieuwe invulling met detailhandel weinig kansrijk.

  • -

    Steentilstraat 50 (zone C11) leent zich gezien de ontwikkeling van het Damsterdiep uitstekend voor een daghoreca-invulling. We gaan daarom deze locatie als specifieke sterlocatie toevoegen aan de SvH en daarmee het aantal mogelijkheden verhogen met één.

 

Resumerend gaan we het aantal toegestane horecabedrijven in zone C met twee verhogen (sterlocaties Grote Markt 40 en Steentilstraat 50). De aangewezen locatie van De Faun (Herestraat) verplaatsen we naar Zuiderdiep 4. Daarnaast gaan we de verleende ontheffing (categorie) voor Pruimcity vastleggen in de nieuwe SvH en gaan we de categorieën van de twee Fiorinvestigingen aanpassen. Ook de categorie van Peperstraat 12 gaan we wijzigen in 1.2 (diso/dancing) en tenslotte gaan we de categorie-indeling van Zuiderdiep 19 wijzigen van 2.2 naar 2.1.

 

*10= De Raad heeft op 20 oktober 2010 een motie aangenomen om de Ramblas op het Kattendiep te behouden als daar een tram gaat rijden.

 

2.6.4.   Horeca in zone D

Huidige situatie: Zone D kent een aantrekkelijke mix van binnenstedelijk wonen, winkelen en werken. De SvH biedt ruimte aan maximaal 85 horecabedrijven. In de Horecanota 2005 zijn acht sterlocaties benoemd in zone D, alsook een aantal uitbreidingsmogelijkheden in de Folkingestraat en de Nieuwstad.

Een aantal van de in 2005 aangegeven sterlocaties is succesvol ingevuld (Wagamama, Zomers, Subway). Voor het Natuurmuseum ligt een bouwplan. De eerder als sterlocatie aangemerkte locatie Tavenier (zone D9) kan worden geschrapt. Er zijn diverse geïnteresseerde marktpartijen geweest met plannen voor deze locatie, allen zijn afgeketst op de financiële investeringen die noodzakelijk zijn om exploitatie mogelijk te maken. Hoewel geen sterlocatie meer, willen we nog steeds meewerken mocht zich toch een kans voordoen dat zich hier een kansrijke onderneming met hoge kwaliteit wil vestigen.

 

Ontwikkelingen: Voor komende jaren is er ruimte voor verdere versterking van de horecafunctie in dit deel van de stad. Gezien het aantal nieuwe bedrijven in de afgelopen jaren kan worden geconcludeerd dat het vestigingsbeleid van 2005 uitstekend heeft gewerkt. Een aantal nog lopende wensen voor horecavestiging past in het beleid dat zich richt op een kwalitatieve verbetering van de horeca in deze zone.

 

Wijzigingen in zone D:

  • -

    We gaan het maximum aantal horecabedrijven in zone D met drie verhogen naar 88.

  • -

    In zone D3 wordt de ondersteunende categorie 3 met twee verruimd in verband met de vestiging van een clubhuis voor doven aan Munnekeholm 4 en in verband met de vergeten toevoeging van Eeterie De Globe in de eerdere herijking.

  • -

    We willen de horeca in de Folkingestraat (zone D5) houden als het is. Het is een straat met een bijzonder waardevol karakter voor winkels en horeca. De bestaande mix draagt wezenlijk bij aan het onderscheidend karakter van de Folkingestraat en er is een goede balans bereikt tussen de aanwezige functies.

  • -

    De in 2005 voorgestelde herontwikkeling van Nieuwstad (zone D6) tot integraal onderdeel van de Nachtstad heeft zich niet voltrokken. De uitbreidingsmogelijkheden die destijds zijn gecreëerd willen we desondanks handhaven.

  • -

    Ons college wil het Museumkwartier versterken met een looproute langs het water en met toeristisch-recreatief ondersteunende horeca in het botenhuis van roeivereniging De Hunze. Deze locatie blijft gehandhaafd als sterlocatie evenals het Museumdepot. Het museumdepot heeft daarbij als sterlocatie naast de directe ligging aan het water ook de potentie invulling te geven aan een alternatieve verbinding tussen de Westerhaven en de Binnenstad. Voor deze laatste locatie zijn plannen in ontwikkeling. Beide locaties bevinden zich in zone D11. In deze zone gaan we het aantal mogelijkheden met één verminderen. De in de vorige SvH opgenomen mogelijkheid voor het Pomphuisje aan de Lage der A bevindt zich namelijk in zone D12 en moet daar worden bijgeteld. Academie Minerva dient als ondersteunende locatie te worden toegevoegd aangezien dit de vorige keer niet is gebeurd. Daarom verschuift 1 mogelijkheid van categorie 2.2 naar categorie 3. Verder gaan we meewerken aan een ontheffing voor een categorie-ophoging naar 2.2 voor De Hunze.

  • -

    In zone D12 willen we het aantal mogelijkheden ophogen met 2 ten behoeve van de bestaande sterlocatie het Pomphuisje aan het Kleine der A (daar worden momenteel plannen voor onttwikkeld) en ten behoeve van de nieuwe sterlocatie het hoofdpostkantoor aan de Munnekeholm. Dat kan na herontwikkeling geheel of gedeeltelijk met horeca worden ingevuld.

  • -

    Het Vaniliapand aan de Vismarkt (zone D2) zal als Sterlocatie voor horeca nog een periode worden gehandhaafd. Bij een volgende actualisatie van de nota zal de mogelijkheid eventueel geschrapt worden.

 

Resumerend gaan we het aantal vestigingsmogelijkheden verhogen met drie3. We gaan namelijk twee vergeten vestigingen toevoegen, alsmede een verleende ontheffing en een nieuwe sterlocatie. Daarnaast verdwijnt er een sterlocatie.

 

2.6.7.   Horeca op overige plekken

Ook op diverse andere plekken net buiten de diepenring, maar wel behorend bij het centrum, maakt ons college zich sterk voor horecaontwikkeling en daardoor het aantrekkelijker maken van de locatie. Hierbij denken we vooral aan:

  • -

    Het dakterras van de Westerhaven: dit is al lang de bedoeling maar de eigenaar heeft lekkageproblemen op deze locatie gehad en is hier niet horeca-enthousiast. Andere ondernemers uit de omgeving zijn wel voor een horeca-invulling en ook wij hebben die wens. Aan initiatieven willen we dan ook zeker medewerking verlenen.

  • -

    Westerkade 24: Dit hoekpand vlakbij de Museumbrug is een prachtige locatie samen met het schilderachtige pleintje ervoor om een bijzondere invulling met terras te verdienen met uitzicht op de Zuiderhaven en de tuin bij het voormalige natuurmuseum. De entree vanuit deze zijde naar de Westerhaven zou er ontegenzeggelijk aantrekkelijker op worden.

  • -

    De Oosterhaven en Voor ’t voormalig Klein Poortje als entreegebied naar de Binnenstad kan worden geoptimaliseerd als ontvangst en verblijfsgebied met horeca aan het water en terrassen die uitkijken over de haven. Hiervoor willen we de volgende locaties benadrukken:

  • -

    Hoekpand aan het water bij de Steentilbrug: Dit pand heeft in het vigerende bestemmingsplan al een horecabestemming en dient dit te behouden.

  • -

    Het architectenbureau Oosterkade 1 willen we benoemen als sterlocatie. Dit pand ligt pal voor de jachthaven met een prachtig uitzicht.

  • -

    Het pand aan de Lijnbaanstraat 2/2a willen we benoemen als sterlocatie.

 

Voor dit entreegebied geldt dat het bij uitstek geschikt is als kwaliteitshorecagebied met de haven en de karakteristieke bebouwing van diverse tijdperken, architectuur en (voormalige) functies eromheen. De ruimte aan weerszijden van het hoekpand bij de brug, alsmede het pleintje op de hoek van het water van het Schuitendiep en de Oosterhaven, en de ruimte aan weerszijden van het architectenbureau zouden door nieuwe en bestaande exploitanten benut kunnen worden als terrassen met grote potentie. Deze gewenste ontwikkeling sluit aan bij het in ontwikkeling zijnde Perspectief Binnenstad Oost.

Tegenover de hoek Schuitendiep/Oosterhaven ligt aan de Winschoterkade de bij uitstek voor guerrillahoreca geschikte locatie van de blauwe bank en het ‘venster op de wereld’ (met podium). Deze locatie is ontworpen door architect Manuel de Sola Morales en is aangelegd in 1996 ten behoeve van de manifestatie ‘A Star is Born’. Hier dienen we wel rekening te houden met de omwonenden die veel overlast hebben ervaren op deze plek waardoor de positieve herinneringen aan de genoemde manifestatie zijn vervaagd.

 

2.7.      Voorstellen voor horeca buiten de binnenstad

In de voorgaande paragraaf hebben we de wijzigingne in het vestigignsbeleid voor de horeca in de verschillende zones in de binnenstad gepresenteerd. In dit hoofdstuk geven wij aan welke wijzigingen wij in het vestigingsbeleid buiten de binnenstad door gaan voeren.

Waarom wijzigingen voor het vestigingsbeleid buiten de binnenstad? In de eerste plaats omdat ook het horecavestigingsbeleid buiten de binnenstad een belangrijke component is in het leefbaar maken en houden van de woonwijken. Behalve zeer gewenst als sociaal ontspannings- en ontmoetingspunt en samenbindend element kan horeca, als er teveel van is in straat, buurt of wijk, juist ook afbreuk doen aan die leefbaarheid. Daarnaast schrijven we dit hoofdstuk met het oog op het proces van actualisering van bestemmingsplannen. Wettelijk gezien dienen bestemmingsplannen regelmatig te worden geactualiseerd. Deze horecanota is daarbij richtinggevend. Verder geeft deze nota de branche een goed inzicht in de vestigingsmogelijkheden waarmee horeca-ondernemers een betere mogelijkheid wordt geboden om te sturen op hun potentiële investeringen. In relatie daarmee geeft de nota aan waarmee het college op dit gebied rekening houdt in het geval van eventuele ontheffingen van bestemmingsplannen. Voor niet-genoemde gebieden volstaan de vigerende bestemmingsplannen en volstaat de bestaande wijze van beoordelen van initiatieven en eventueel daarvoor benodigde ontheffingen.

 

Met ‘horeca buiten de binnenstad’ bedoelen we die horecabedrijven die zich buiten de Diepenring bevinden en die niet direct worden bezocht door publiek dat zich richt op een avondje stappen in de binnenstad. Horecaconcentraties buiten de Diepenring die duidelijk wél gelieerd zijn aan de binnenstad bedoelen we hier niet (zoals aan de kop van de Nieuweweg, Schuitendiep-Oostzijde Uitbreiding horeca eventueel gewenst tussen Nieuweweg en Damsterdiep), Oosterhaven en de Astraat tussen de A-brug en de Westerhaven).

 

Behalve in woonwijken komt de horeca ook in andere gebieden buiten de Diepenring voor. Denk hierbij aan horeca in de wijkwinkelcentra en op specifieke gebieden als het Europapark, Kardinge, Sontplein en Zernike. Ook hier zullen afwegingen gemaakt worden in het belang van de kwaliteit van de branche en de functionaliteit van het gebied. In de volgende paragrafen doen we concrete voorstellen voor de ontwikkeling van de horeca in deze meer of minder perifeer gelegen gebieden.

 

2.7.1.         Horeca in woonwijken

In de Groninger woonwijken treedt een geschakeerd beeld op. Er zijn wijken die een bloeiende horeca-activiteit kennen met een wijkoverstijgend karakter (bijv. Oosterpoort); er zijn ook wijken waar spaarzaam horeca is gevestigd die uitsluitend op de wijk/buurt is gericht. In algemene zin is deze laatste vorm het meest gewenst in woonwijken omdat overlast daarmee het minst te verwachten is. In bestemmingsplannen met een mogelijkheid voor ontheffing of vrijstelling voor extra horecavestiging(en), dient het overlastcriterium dan ook leidend te zijn in de belangenafweging. Daarna volgt de meerwaarde voor het woon- en leefmilieu.

 

Achtereenvolgens doen we hieronder voorstellen voor de ontwikkeling van de horeca in de Oosterpoort, Korrewegwijk, Oosterpark, Blekerstraat, Paterswoldseweg, CiBoGa, Hortus, Hoogkerk, Hoornse Meer en Reitdiephaven. Dit doen we op basis van marktvragen, bijzondere clustering en te verwachten ontwikkelingen in de komende jaren. In andere wijken en stadsdelen is de vestiging en verschijning van horeca voldoende beschreven in geactualiseerde bestemmingsplannen.

 

Oosterpoort

  • -

    De Meeuwerderweg kent een levendige horecabranche die voornamelijk door (oud-)bewoners van de wijk wordt bezocht. Publiek dat niet tot deze twee groepen behoort wordt aangetrokken door het bijzondere karakter, sfeer en of kwaliteit van een aantal horecabedrijven. Er is weinig tot geen sprake van overlast. Ondanks de relatief grote vertegenwoordiging van de horeca is er sprake van een balans tussen horeca, andere commerciële voorzieningen en wonen. Een toevoeging van horeca aan de Meeuwerderweg moet vanwege de bereikte balans zeer kritisch worden bekeken en is eigenlijk ongewenst. Gezien, echter, het feit dat ons college de wijkeconomie wil stimuleren zouden we in geval van een moeilijke herinvulling van leegkomende winkelpanden kunnen meewerken aan een extra horecazaak.

  • -

    De Oosterweg zal als belangrijkste fietsverbinding tussen het Europapark en de binnenstad steeds meer betekenis krijgen. Dit betekent ook een kans voor bedrijvigheid aan deze route. Met betrekking tot horeca is er hier voldoende aanbod. Uitbreiding is in principe niet gewenst maar net als bij de Meeuwerderweg zou het voor de ontwikkeling van de straat goed kunnen zijn om de vestiging van één of twee extra bedrijven mogelijk zijn mits er sprake is van dagopenstelling. Het bestemmingsplan laat dit echter niet toe. In geval van toekomstige aanvragen zal er zorgvuldig worden gekeken of we ontheffingen van het bestemmingsplan kunnen en moeten verlenen.

  • -

    De strip aan de Veemarktstraat kent een ruime vertegenwoordiging van horeca. De markt zal uiteindelijk bepalen of er voor alle zaken bestaansrecht is. In gevallen waar dit niet het geval zal zijn, zullen we desgevraagd, en indien mogelijk, aan een functiewijziging van horeca naar een andere functie mee werken.

  • -

    Naast aandacht voor de kwantiteit van de horeca in de Oosterpoort, ligt hier ook een kans voor een kwaliteitsimpuls. De ligging, afmeting en het specifiek karakter van het plein voor de Oude Graansilo vragen om een bijzondere invulling. Dit zou goed kunnen met een terras als dit in overeenstemming te brengen is met de eisen die de gemeente stelt aan de ruimtelijke kwaliteit van deze plek.

 

Korrewegwijk

De Korrewegwijk is aangewezen als één van de twee Krachtwijken in Groningen. Dit heeft geleid tot een wijkactieplan dat moet leiden tot verhoogde leefbaarheid. Hier hoort ook bij dat we beleid formuleren voor de vestiging van horecabedrijven en er perspectief wordt geboden voor situaties waar nu sprake is van overlast.

 

De horecabranche in de Korrewegwijk is fors vertegenwoordigd en kent verschillende concentraties naast min of meer solitaire vestigingen:

  • -

    De kop van de Korreweg tussen de Rodeweg en de Riouwstraat kent van oudsher een horecaconcentratie die goed functioneert en die zich met de opening van De Beren heeft gehandhaafd op een goed niveau. Uitbreiding zou de gevonden balans verstoren en moet daarom als onwenselijk worden beoordeeld.

  • -

    Een tweede concentratie laat zich onderscheiden aan de Bedumerweg aan het andere uiteinde van de Rodeweg. Hier liggen kansen voor horecabedrijven om te verschieten van kleur. De vestiging van een eetcafé of restaurant in plaats van een cafetaria zou hier een gewenste ontwikkeling zijn. Het is goed mogelijk dat hier extra ruimte voor horeca wordt gecreëerd, mits dit gethematiseerd wordt toegelaten.

  • -

    Een kleinere concentratie horeca kennen we in het gebiedje waar de Riouwstraat kruist met de Padangstraat. Hier zijn enkele bedrijven gevestigd die zich mogen verheugen in een bovenwijkse aantrekkingskracht op grond van de kwaliteit van het gebodene en/of de vrij unieke doelgroep (: Humsies Corner, de Padangbar en Le Marronnier). Uitbreiding is niet gewenst; de transformatie van de hier gelegen coffeeshop naar een regulier horecabedrijf zou wel wenselijk zijn.

  • -

    Het Floresplein kent in de wijkactieplannen een bijzondere plaats. Het heeft alle potentie om zich te kunnen ontwikkelen tot een bruisend centrum van de wijk op sociaal en economisch terrein. Naast de vestiging van winkels en de aanwezigheid van sociaal cultureel werk hoort hier ook daarbij passende horeca bij. Hier zou de vestiging van extra horeca in het te vernieuwen Floreshuis en de flankerende commerciële strips mogelijk moeten worden gemaakt.

  • -

    De min of meer solitaire horeca zoals wij die vinden langs de Korreweg, in de Professorenbuurt en de Asingastraat, hebben alle in de loop der jaren hun bestaansrecht aangetoond en hebben de laatste jaren geen aanleiding tot klachten meer gegeven. Een uitzondering hierop is het snooker- en dartcentrum Raxx aan het Borneoplein. De gemeente moet hier samen met marktpartijen zoeken naar een oplossing die de overlast die het bedrijf met zich meebrengt, wegneemt.

 

Oosterpark

Deze wijk kent relatief veel horecabedrijven die alle gericht zijn op de behoeften van de inwoners van de wijk. Cafetaria’s en afhaalcentra hebben samen een hoog aandeel in het totale horeca-aanbod. Binnen dit aanbod zijn onderscheidende concepten aanwezig in de wijk die hun bestaansrecht door de jaren heen hebben bewezen. Bij de herontwikkeling van het Wielewaalplein bestaat de mogelijkheid om een extra horecagelegenheid met een winkelondersteunend karakter met terras toe te staan. Op de hoek van het Linneausplein en de Gorechtkade zien we ook ruimte voor horeca met terras. Langs het Damsterdiep vanaf de Petrus Campersingel naar het oosten vinden we een uitbreiding van horeca niet wenselijk. Het gebied aan de Dirk Huizingastraat tussen Petrus Campersingel en de Gerbrand Bakkerstraat kent veel horecabedrijven. Een wisseling van fast-food en afhaalconcepten naar verblijfshoreca is hier wenselijk. Ook terugkeer van horeca in het pand Dirk Huizingastraat 9 is mogelijk. Verder willen we zo mogelijk meewerken aan een horecavestiging in de onmiddellijke nabijheid van het Pioenpark. Ten slotte zijn er nog de hoekpanden in de wijk waar in het verleden winkels hebben gezeten en soms nog zitten. De bestaande winkelfuncties zouden ingevuld kunnen worden met kleinschalige verblijfshoreca zoals eetcafé en bistro-achtige formules. Daarvan is een tekort in de wijk.

 

Blekerstraat

Een kleinere horecaconcentratie is gelegen rond het gebiedje aan het begin van de Blekerstraat. Het betreft hier (eet)cafés en andere maaltijdverstrekkers die zich voornamelijk richten op de plaatselijke omgeving. Uitbreiding van het aantal zaken is hier niet gewenst omdat het woon- en leefmilieu daarmee onder te zware druk zal komen te staan. Daarnaast is er voldoende aanvullend horeca-aanbod aan de Kraneweg, Westersingel, Astraat, Aweg en het Westerhavengebied.

 

Paterswoldseweg

De kop van de Paterswoldseweg tussen de Westerhaven en de spoorovergang kent van oudsher een commerciële functie. De aantrekkingskracht van met name de detailhandel staat hier de laatste jaren echter flink onder druk. De horeca is in deze strip sterk vertegenwoordigd met restaurants, afhaalcentra, cafés en cafetaria’s. De horecabedrijven kunnen binnen deze categorieën van kleur verschieten maar een uitbreiding in aantal moet worden voorkomen omdat de balans tussen functies daarbij uit evenwicht gehaald wordt. Het gebied heeft gezien het matige functioneren en uitstraling een nieuwe visie en upgrading nodig.

 

CiBoGa-Het Open Lab

Het CiBoGa-terrein is gelegen tussen de Bloemsingel en het Boterdiep. Het terrein is inmiddels gedeeltelijk ingevuld. Voor de schotsen 8, 9 en 10 is een tijdelijke invulling gepland: het Open Lab. Dit omvat tijdelijke bouw gekoppeld aan een evenementenprogrammering. In de tijdelijke bouwwerken zullen bedrijfsmatige activiteiten mogelijk worden gemaakt met een zo breed mogelijke invulling.

Uiteraard zullen milieu- en brandveiligheideisen hierbij gehandhaafd worden. Ten aanzien van de functionele invulling zal ons college geen beperkingen opleggen. Hierop geldt één uitzondering en dat geldt voor coffeeshops waar soft-drugs worden verkocht, deze worden niet toegestaan. Voor de tijdelijke bouw geldt dat zowel zelfstandige als ondersteunende horeca beide toegelaten worden. Ook mengvormen tussen horeca, detailhandel en of dienstverlening zullen vrij zijn toegelaten voor de duur van het project. Een permanente horecavestiging in de voormalige silo wordt in samenwerking met het Groninger Monumenten Fonds ingevuld. Met dit project beogen we ook het Ebbingekwartier als creatief kwartier een goede impuls te geven.

 

Hortusbuurt

Het Open Lab en de impuls voor het Ebbingekwartier zou in onze ogen gecombineerd dienen te worden met de Visie Diepenring waaruit het aspect “beleving van het water van de diepenring” gestalte zou moeten krijgen middels terrassen aan het water aan het Spilsluizen (Herenhuis) en de Turfsingel (Toeter). De verkeersveiligheid is hierbij een punt van aandacht. Een uitgiftepunt op het terras zelf vermindert het aantal oversteekbewegingen. Een verdere vergroting van de verkeersveiligheid wordt verwacht van de planrealisering op basis van de Visie Diepenring. Momenteel overleggen we intensief met de ondernemers om de terrassen voor het seizoen 2012 te realiseren.

 

Hoogkerk

Hoogkerk heeft als voormalige zelfstandige gemeente haar identiteit en karakter behouden. De horeca in Hoogkerk bedient de inwoners van Hoogkerk; er is geen sprake van regionale toevloeiing met uitzondering van de horeca-inrichting aan de Ruskenplas.

Een uitbreiding van winkelondersteunende horeca binnen of naast winkelgebied aan de Zuiderweg is mogelijk.

 

Hoornse meer

Het Hoornse Meer is een moderne woonwijk met extra allure door haar ligging aan het Hoornse meer. De relatie met het meer kan nadrukkelijker worden beleefd door de toevoeging van een horecafunctie op het Salvador Allendeplein. Dit kan in de vorm van een paviljoen met terras op het plein. Op grond van wetstechnische redenen zou het paviljoen gekoppeld moeten worden aan een bestaand horecabedrijf indien de oppervlakte van het paviljoen onder de 35 m² vvo blijft. Ook hier geldt dat de kwaliteit van de plek vraagt om een kwalitatief hoogwaardige invulling. Extra aandacht verdient het woon- en leefklimaat hier in relatie tot de horecaformule aangezien geluidoverlast van met name hangjongeren in deze buurt een grote rol speelt bij klachten van aanwonenden volgens het Meldpunt Overlast. Een horecavestiging zou hier juist een positieve invloed op kunnen hebben (sociale controle).

 

Reitdiephaven

Reitdiephaven is een aantrekkelijke nieuwe woonwijk van Groningen met als waardevolle toevoeging een toeristische haven aan het Reitdiep. Hier past een tweetal horecavestigingen bij met een buurtverzorgend en of toeristisch-maritiem karakter. Een terras met een hoogwaardige kwalitatieve uitstraling zou hier zeker bijdragen aan het succes van het gebied.

 

2.7.2.   Horeca in wijkwinkelcentra

In de wijkwinkelcentra is behoefte aan specifieke, winkelondersteunende horeca. Er is al jaren een trend waarneembaar waarbij de detailhandel (maar ook dienstverlening) horeca-activiteiten ontplooit om het winkelbezoek aantrekkelijker te maken en de verblijfsduur te vergroten. In winkelcentra beperkt zich dat hoofdzakelijk tot bakkerijen. Andere horeca zoals restaurants en buurtcafés richten zich voornamelijk op avondpubliek. Wij zijn van mening dat meer daghoreca-activiteit de aantrekkelijkheid en gastvrijheid van winkelcentra kan verhogen. Binnen de nieuwe contouren van de semi-horecaregeling willen we die horecamogelijkheden in wijkwinkelcentra verruimen.

 

2.7.3.   Horeca op specifieke (traffic-)locaties

Horeca op deze locaties biedt een kwalitatieve impuls aan het functioneren van de aan- en afreisplekken in en rond de stad. Dit doen zij door de mogelijkheid te bieden nog even snel iets te eten of drinken aan te bieden, maar ook door het vergroten van de sociale veiligheid.

 

Voor het Hoofdstation geldt dat uitbreiding binnen de bestaande bebouwing mogelijk is. Er worden hier pas na 2020 echte ontwikkelingen verwacht zodat nu nog niet is in te schatten wat de juiste mix van functies wordt.

 

De transferia en P+R-locaties  rond de stad Groningen hebben baat bij horeca op maat, eventueel in combinatie met een kleinschalige ‘to go-achtig’  supermarktconcept. Ook benzinestations (met bijbehorende winkel) kunnen gezien worden als een traffic-locatie. Op grond van artikel 22 van de Drank- en Horecawet is verkoop van alcoholhoudende drank hier niet toegestaan. Een horecafunctie in deze detailhandelbestemming is niet wenselijk. Wel is semi-horeca op deze plekken een mogelijkheid.

 

Onderstaand doen we voorstellen voor de ontwikkeling van de horecabedrijvigheid op een aantal specifieke (traffic-)locaties: Sontplein en omgeving, Kardinge, Europapark, Driebond, Westpoort, Meerstad en Zernike.

 

Sontplein en omgeving

Het Sontplein kent een bijzondere plaats in het winkellandschap van Groningen. Hier zijn grootschalige winkelformules mogelijk gemaakt die vanwege hun omvang niet meer in de binnenstad passen. Ook treffen wij hier fastfood-formules aan van internationale ketens. Binnen het bestemmingsplan van de Kop van Oost is horecavestiging mogelijk. Voor de toekomst van het Sontplein willen we horeca als onderdeel van grootschalige winkelformules mogelijk maken. Ook is er ruimte voor nog één vestiging van een zelfstandig horecabedrijf.

 

Kardinge

Als hét leisurecentrum van Groningen kent Kardinge een groot aantal bedrijven dat horeca exploiteert ter ondersteuning van haar bedrijfsvoering. Dit huwelijk is gezond en maakt onverbrekelijk deel uit van de ‘leisure beleving’ van de consument. We staan nieuwe bedrijven dan ook toe horeca als onderdeel van de bedrijfsvoering te exploiteren. Ruimte voor zelfstandige horeca is er in ieder geval nog voor twee bedrijven: één bij het Zilvermeer en één op de transferiumlocatie.

 

Europapark

Horeca als onderdeel van het Europapark is absoluut levensvatbaar. Zowel plaatselijk verzorgend als met een regionaal aantrekkend karakter zijn horecavestigingen hier gewenst. De mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt zijn nog niet uitgeput; vestigingen daarboven zullen beoordeeld moeten worden naar de toegevoegde waarde van het initiatief in relatie tot het functioneren van het Europapark als totaalgebied.

 

Driebond en de route naar Meerstad

Voor het bedrijvenpark Driebond is behoefte aan een zelfstandige horecavestiging ter ondersteuning van de bedrijvigheid. Een plaats waar afspraken gemaakt kunnen worden onder het genot van een hapje en drankje (we denken hierbij niet aan fastfood) is belangrijk voor het vestigingsklimaat op het terrein. Mocht een ontheffing van het bestemmingsplan hiervoor mogelijk zijn dan willen we deze mogelijkheid bieden. Binnen de visie Eemskanaalzone is horeca genoemd als één van de vormen van bedrijvigheid die kunnen bijdragen aan een sociaal veilige route naar Meerstad. Hier creëren wij dan wel ruimte voor fastfood alsook voor concepten die op andere plaatsen in de stad moeilijker te realiseren zijn.

 

Westpoort

Wat voor Driebond geldt, geldt in gelijke mate voor Westpoort. In principe is de grond gereserveerd voor business to business bedrijven maar als er ruimte is, zou horeca een goede toevoeging zijn.

 

Meerstad

Hoewel strikt genomen niet op het grondgebied van de gemeente Groningen gelegen, is de ontwikkeling van Meerstad (en dan met name het centrumgebied) wel degelijk van invloed op het aanbod van horecavoorzieningen voor Stadjers.

In het centrumgebied van Meerstad is een groot winkelcentrum voorzien met een kwaliteit die een regionale uitstraling zal hebben. Door de ligging aan het meer draagt de vestiging van zelfstandige horeca hier bij aan het totaalaanbod van horecavoorzieningen in de stad. Uitwerking van aantallen en verschijningsvormen zal plaatsvinden in het bestemmingsplan van het gebied.

  

Zernike

Dit gebied huisvest een belangrijk deel van de RUG en de Hanzehogeschool. De bedrijvigheid is hieraan gelieerd. De horeca is gericht op de bezoekers en gebruikers van dit gebied en dat willen we zo houden.

 

Samenvattend overzicht ontwikkelingsgebieden en sterlocaties in oude en nieuwe staat

 

Hoofdstuk 3. Juridisch kader horecabeleid

In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van alle lokale en landelijke regels en wetten die rondom de horeca een rol spelen. Eerst wordt ingegaan op landelijke wet- en regelgeving. Daarna volgt een uiteenzetting van de belangrijkste lokale regels.

 

3.1. Landelijke Reglegeving

 

3.1.1. Drank – en Horecawet (DHW)

De Drank- en Horecawet schept randvoorwaarden voor een verantwoorde distributie van alcohol in de samenleving en bevat regels voor zowel verstrekkers van alcohol als voor overheden. De Drank- en Horecawet bepaalt dat het schenken van alcoholhoudende drank in de horeca en de verkoop van sterke drank in slijterijen vergunningplichtig is. Voor de verkoop van zwakalcoholica voor gebruik elders dan ter plaatse, zoals in winkels, is geen vergunning vereist.

 

De Drank- en Horecawet regelt de verstrekking van alcoholhoudende drank vanuit een sociaalhygiënische en sociaal-economische optiek. In de wet zijn met name kwalitatieve eisen ten aanzien van de ondernemer en leidinggevenden opgenomen. De wet biedt op dit punt geen enkele beleidsvrijheid. Indien de ondernemer en de leidinggevende voldoen aan de in de wet gestelde eisen die betrekking hebben op vakbekwaamheid, betrouwbaarheid en de inrichting van het pand, dan moet de drank –en horecavergunning worden afgegeven*11. Met andere woorden: de vergunning is een gebonden beschikking.

 

*11= Tenzij de Wet BIBOB van toepassing is. (zie hoofdstuk 3.1.6)

 

In 2000 is de Drank- en Horecawet gewijzigd. De nieuwe en/of gewijzigde bepalingen hebben met name betrekking op alcoholmatiging en preventie van misbruik. Verstrekkers van alcoholhoudende dranken zijn bijvoorbeeld verplicht om aan de hand van een leeftijdsdocument vast te stellen of de vereiste leeftijd van 16 (voor zwakalcoholhoudende dranken) en 18 (voor sterke drank) is bereikt. De verstrekker is ook verplicht in zijn bedrijf melding te maken van deze leeftijdsgrenzen.

 

Verder is de verkoop van alcohol in niet-levensmiddelenzaken en tankshops verboden en heeft de gemeente de mogelijkheid om de verkoop van alcohol in bijvoorbeeld supermarkten en snackbars tijdelijk (in een bepaald gebied) te verbieden, bijvoorbeeld rondom risicovolle voetbalwedstrijden.

Sportkantines en andere niet-commerciële inrichtingen zijn op grond van de Drank- en Horecawet verplicht om met huisregels te werken waarin onder andere moet worden opgenomen op welke tijden alcohol wordt verstrekt.

In de Drank- en Horecawet is in artikel 35 tevens een ontheffingsmogelijkheid voor het vergunningvereiste opgenomen. Dit artikel geeft aan dat de burgemeester op aanvraag ontheffing kan verlenen voor de verstrekking van zwak-alcoholhoudende drank. Het gaat daarbij om bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard (bijvoorbeeld een festival, culturele manifestaties, enz.) voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen, mits de verstrekking geschiedt onder onmiddellijke leiding vaneen persoon die voldoet aan de eisen zoals deze in artikel 8 (lid 2 en 4) van de DHW zijn opgenomen (> 21 jaar, geen slecht levensgedrag, enz).

Naar verwachting zal in 2012 een nieuwe Drank- en Horecawet van kracht worden. De voorgestelde wijzigingen in de wet richten zich vooral op vereenvoudiging van het vergunningstelsel, de aanpak van (overmatig) alcoholgebruik onder jongeren en nieuwe verordenende bevoegheden voor de gemeenten.

Het betreft o.a. de volgende wijzigingen:

  • -

    De vergunning komt voortaan op naam van het bedrijf of de ondernemer.

  • -

    Een nieuwe leidinggevende hoeft nog slechts te worden gemeld.

  • -

    Bepaalde niet operationele leidinggevenden hoeven geen Verklaring Sociale Hygiëne meer te hebben.

  • -

    Gemeenten mogen toegangsleeftijden koppelen aan de sluitingstijden.

  • -

    Gemeenten kunnen prijsacties in een verordening regelen.

  • -

    Introductie van het instrument schorsing van de vergunning (tijdelijke sluiting).

  • -

    Minimum en maximum sancties voor ondernemers die voor de derde maal in een jaar alcohol aan jongeren onder de 16 jaar verkopen.

  • -

    Strafbaarstelling jongeren onder de 16 jaar die in de openbare ruimte of in een horecabedrijf in het bezit zijn van alcohol.

  • -

    Gemeenten mogen gemeentelijk toezichthouders aanwijzen voor toezicht op naleving van de DHW.

  • -

    De burgemeester wordt aangewezen als het bevoegd gezag voor toezicht op naleving van de DHW.

 

3.1.1.a Paracommercie

Artikel 4 van de Drank- en Horecawet bepaalt dat alle rechtspersonen, niet zijnde naamloze vennootschappen of besloten vennootschappen, in beginsel paracommerciële instellingen zijn indien deze instellingen zich richten op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard. Uit deze bepaling kan worden afgeleid dat verenigingen en stichtingen die zich richten op de genoemde activiteiten in beginsel aangemerkt worden als paracommerciële instellingen. Als gevolg van het bepaalde in dit artikel dient het College van Burgemeester en wethouders bij de verlening van horecavergunningen aan genoemde niet-commerciële instellingen te waken tegen mogelijke oneerlijke concurrentie.

Om oneerlijke concurrentie met de commerciële horeca tegen te gaan heeft de gemeente voorwaarden en beperkingen vastgesteld die kunnen worden verbonden aan een horecavergunning voor een paracommerciële instelling. Daarover meer in hoofdstuk over de lokale regelgeving.

 

3.1.2. Besluit eisen Inrichtingen Drank- en Horecawet (AmvB)

In dit besluit zijn eisen opgenomen die, op grond van artikel 10 van de Drank- en Horecawet, in het belang van de sociale hygiëne aan horecabedrijven worden gesteld. Het betreft in dezen o.a. de onderverdeling van de inrichting in lokaliteiten, minimale maten, aanwezigheid van toiletvoorzieningen c.a. Naast de eisen zoals deze in dit besluit voor horeca-inrichtingen gelden, is ook het Bouwbesluit van belang. Hierin zijn algemene bouwtechnische-/ veiligheidseisen met betrekking tot bouwwerken opgenomen.

 

3.1.3. Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Barim)

Voor horecabedrijven geldt de Wet milieubeheer (Wm). De Wm beoogt gevaar, schade en hinder vanuit een inrichting te voorkomen en milieubelasting zoveel mogelijk te beperken. Dit is met name relevant voor geluidsoverlast), afvalstoffen, afvalwater, lucht (stankoverlast), energieverbruik, leefbaarheid en duurzaamheid.

De Wet milieubeheer maakt onderscheid in vergunningplichtige bedrijven en meldingplichtige bedrijven. In Groningen zijn geen vergunningplichtige bedrijven met horeca als hoofdfunctie. Er is een klein aantal vergunningplichtige bedrijven, waarbij horeca een nevenfunctie heeft (bv. Kardinge).

Vrijwel alle horecabedrijven in de stad vallen onder het Barim (het besluit heeft een bredere werking dan alleen horeca). Het besluit bevat een groot aantal standaard voorschriften. Deze zijn algemeen geldend en werken rechtstreeks op de inrichting. Deze bedrijven kunnen volstaan met een melding aan de gemeente.

De afhandeling van meldingen, vergunningaanvragen en de handhaving wordt door de Milieudienst uitgevoerd.

 

Melding

De ondernemer is verplicht zich te melden bij de gemeente, uiterlijk 4 weken voordat hij met de activiteiten start. De ondernemer geeft via de melding aan wat de aard en het karakter is/wordt van zijn bedrijf. Op basis hiervan wordt beoordeeld of de activiteit zondermeer uitgevoerd mag worden of dat bijvoorbeeld een akoestisch onderzoek nodig is. Als een bedrijf aangeeft dat door de bedrijfsactiviteiten het muziekniveau boven een bepaald niveau komt, dan wordt een akoestisch onderzoek verlangd. De ondernemers is zelf verantwoordelijk voor het (laten) uitvoeren van een dergelijk akoestisch onderzoek.

 

Geluid

Reguliere horeca-activiteiten: zoals vastgelegd in de Wet Milieubeheer en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Barim) wordt onderscheid gemaakt tussen de dag-, avond- en nachtperiode. ’s Avonds en ’s nachts mag er nauwelijks muziekgeluid hoorbaar zijn op straat of in aangrenzende woningen.

Een afzonderlijk uitgevoerd akoestisch onderzoek naar de geluidsisolatiewaarde van het gebouw waarin de horecaonderneming is gevestigd levert inzicht op over de mate waarin aan de geluidnormen van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheerkan worden voldaan. Een akoestisch onderzoek kan opgelegd worden bij nieuwe bedrijven of n.a.v. klachten.

Het besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer biedt de mogelijkheid maatwerkvoorschriften op te leggen. maatwerkvoorschriften zijn specifieke inrichtingsgebonden voorschriften (maatwerk). Op grond van de resultaten van akoestisch onderzoek kunnen maatwerkvoorschriften worden opgelegd om te bereiken dat aan de normen van het Besluit wordt voldaan. Deze kunnen bestaan uit:

  • -

    gedragsvoorschriften zoals het gesloten houden van ramen en deuren,

  • -

    verplicht installeren van een geluidbegrenzer en het afstellen daarvan op een toegestaan geluidniveau, op basis van een maximaal toegestaan binnengeluidsniveau (op basis van geluidmetingen),

  • -

    een verbod op levende muziek.

Als er in het verleden vergunningen zijn verleend met daarin voorschriften ter voorkoming van geluidoverlast, dan gelden die voorschriften nu veelal nog als maatwerkvoorschrift.

 

3.1.4. Bouwbesluit, Gebruiksbesluit en Wabo

Op het gebied van de brandveiligheid gelden voor bouwwerken – en dus alle horecapanden - bepalingen uit het Bouwbesluit, het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (kortweg: Gebruiksbesluit) en de Wabo.

 

Bouwbesluit

De bepalingen uit het Bouwbesluit moeten in acht worden genomen tijdens eventuele bouwactiviteiten in het pand of natuurlijk bij de nieuwbouw van een horecapand. Vergunningaanvragen worden getoetst op brandveiligheidsaspecten. Voor een bestaand pand gelden de regels van het Bouwbesluit zoals deze gesteld worden onder de kopjes: “bestaande bouw”.

 

Gebruiksbesluit

Het Gebruiksbesluit voorziet in de brandveiligheidsvoorschriften, waaraan men zich tijdens het gebruik van het horecapand moet houden. De Woningwet schrijft voor, dat gemeenten voorschriften over brandveilig gebruik van bouwwerken moeten opnemen in de gemeentelijke bouwverordening. Deze voorschriften verschilden in het verleden per gemeente. Het Gebruiksbesluit dat op 1 oktober 2008 in werking trad, heeft de voorschriften voor het brandveilig gebruik van bouwwerken op landelijk niveau uniform gemaakt, zodat in alle gemeenten dezelfde brandveiligheidseisen gelden en meer rechtsgelijkheid bij het brandveilig gebruik van bouwwerken is ontstaan. De brandveiligheidsvoorschriften voor het gebruik zijn voor de stad Groningen nu dus te vinden in het landelijke Gebruiksbesluit en niet meer in de gemeentelijke bouwverordening.

 

Het Gebruiksbesluit kent 3 situaties:

  • 1.

    gebruiksvergunningplichtig gebruik;

  • 2.

    gebruiksmeldingplichtig gebruik;

  • 3.

    algemeen gebruik (er moet worden voldaan aan algemene voorschriften).

Het aantal categorieën bouwwerken dat vergunningplichtig was, is in het Gebruiksbesluit verminderd. Zo bestond bijvoorbeeld een vergunningplicht voor een bouwwerk waarin meer dan 50 personen in konden verblijven. In het Gebruiksbesluit is bepaald dat deze bouwwerken nu ‘slechts’ meldingplichtig zijn.

De gebruiksvoorschriften van het Gebruiksbesluit maken geen onderscheid tussen nieuwbouw en bestaande bouwsituaties. Dit komt omdat deze voorschriften grotendeels afkomstig zijn uit de bouwverordening en die kende dat onderscheid ook niet. De achtergrond hiervan is dat de “mensveiligheid” (veilig kunnen vluchten en veilig kunnen optreden door de brandweer) in bestaande en in nieuwbouw gelijkwaardig moet zijn.

 

Wabo

Op 1 november 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingvergunning (hierna: Wabo) in werking getreden. De Wabo regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. Met de omgevingsvergunning zijn de diverse van toepassing zijnde voorschriften beter op elkaar afgestemd.

De vergunning voor het brandveilig gebruik valt onder de Wabo en in het Besluit Omgevingsrecht (kortweg: BOR) staat in artikel 2.2 beschreven welke bouwwerken vergunningplichtig zijn.

De omgevingsvergunningen voor brandveilig gebruik zijn, zoals al aangegeven, in aantal zeer sterk afgenomen. Hiervoor in de plaats zijn de gebruiksmeldingen gekomen die gekoppeld zijn aan een aantal uniforme gebruikseisen. Alleen horecagelegenheden waar bedrijfsmatig overnachting wordt geboden aan meer dan 10 personen zullen nog een omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik moeten hebben. De rest van de horeca is gebruiksmeldingplichtig als het pand geschikt is voor meer dan 50 personen. De Gebruiksmelding valt niet onder de Wabo en er is geen leges voor verschuldigd.

 

Vooruitblik wetgeving

Per 1 januari 2012 worden het Bouwbesluit 2003 en het Gebruiksbesluit samengevoegd tot het Bouwbesluit 2012. VROM streeft bij al deze veranderingen naar een vermindering van het aantal regels en het verlagen van de lastendruk.

 

3.1.5. Wet op de Kansspelen

Voor de aanwezigheid van een speelautomaat in een horecagelegenheid is een vergunning vereist. Onderscheid moet worden gemaakt tussen behendigheidsautomaten en kansspelautomaten. Een behendigheidsautomaat is een speelautomaat waarbij het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlenging van de spelduur of gratis spelen waarbij het spelproces door de speler kan worden beïnvloed. Alle andere speelautomaten zijn kansspelautomaten.

Het aantal en soort speelautomaten dat in een inrichting geplaatst mag worden is afhankelijk van het soort inrichting. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen laagdrempelige inrichtingen (cafetaria’s/snackbars, cafés en restaurants waar bijvoorbeeld regelmatig wordt gedanst of waar livemuziek staat geprogrammeerd zodat daarmee een zelfstandige stroom van bezoekers wordt getrokken) en hoogdrempelige inrichtingen (café’s, restaurants die zich houden aan de vereiste menusamenstelling).

Op 1 juni 2000 is een wijziging van de Wet op de Kansspelen, en het daarbij behorende Speelautomatenbesluit 2000, in werking getreden. Op grond van deze regelgeving en op grond van de Groninger Kansspelverordening geldt dat de burgemeester voor hoogdrempelige inrichtingen nog voor maximaal twee kansspelautomaten een vergunning kan/mag afgeven. Voor laagdrempelige inrichtingen mogen geen vergunningen voor kansspelautomaten worden afgegeven, maar mogen uitsluitend behendigheidsautomaten worden opgesteld.

We wachten al een tijd op een vernieuwde Wet op de Kansspelen. Een nieuwe wet betekent wijzigingen in de regelgeving. Op dit moment is het nog niet zeker wat voor wijzigingen worden doorgevoerd maar verwacht wordt dat bijvoorbeeld samengestelde inrichtingen (inrichtingen met zowel een hoogdrempelig als een laagdrempelig gedeelte) niet meer in aanmerking gaan komen voor een aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten.

 

3.1.6. Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties

In de Wet particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus zijn de waarborgen opgenomen voor de betrouwbaarheid van het personeel van beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. De beveiligingsorganisaties zijn verplicht om de werkzaamheden af te stemmen met de politie en te zorgen voor een duidelijke presentatie van de activiteiten aan opdrachtgevers en burgers.

Ook de horecaportier valt onder deze wetgeving. Het naleven van genoemde wet moet de veiligheid bevorderen van ondernemers, medewerkers en gasten. De Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus stelt de volgende eisen aan horecaportiers:

  • -

    hun antecedenten dienen (na screening door de politie) in orde te zijn;

  • -

    zij dienen in het bezit te zijn van een legitimatiebewijs dat is uitgerekt door de korpschef van de Regiopolitie Groningen;

  • -

    zij dienen in het bezit te zijn van een op naam gesteld vereist diploma;

  • -

    hun werkgever (de beveiligingsorganisatie of het horecabedrijf) dient in het bezit te zijn van een vergunning van het Ministerie van Justitie.

 

3.1.7. Wet BIBOB (Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur)

Sinds 2004 is in de gemeente Groningen de Wet BIBOB van toepassing op alle vergunningaanvragen horeca (exploitatievergunningen en vergunningen DHW). De Wet BIBOB biedt de gemeente de mogelijkheid om een bijdrage te kunnen leveren aan de preventie en bestrijding van georganiseerde criminaliteit en het beschermt de gemeente tegen het risico dat het ongewild criminele activiteiten faciliteert. Horecavergunningen kunnen geweigerd of ingetrokken worden indien er sprake is van ernstig gevaar dat de vergunningen gebruikt worden voor het plegen van strafbare feiten of het witwassen van geld. Ter beoordeling van de mate van dat gevaar moeten door de vergunningaanvrager vragen beantwoord worden die zich richten op o.a. de bedrijfsstructuur en de financiering van het bedrijf.

Alvorens toepassing te geven aan een weigerings- of intrekkingsgrond o.g.v. de Wet BIBOB onderzoekt de gemeente eerst of weigering of intrekking van de vergunning ook plaats kan vinden op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening of de Drank- en Horecawet.

 

3.2. Lokale Regelgeving

 

3.2.1. Bestemmingsplan

Op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening heeft de gemeenteraad de plicht/ bevoegdheid om voor zijn gebied bestemmingsplannen vast te stellen. Binnen de gemeente Groningen geldt een groot aantal bestemmingsplannen. In het kader van deze Nota is voornamelijk het bestemmingsplan Binnenstad Groningen 1995 van belang. Dit bestemmingsplan geldt (globaal) voor het gebied binnen de diepenring. Met betrekking tot de diverse functies is de binnenstad ingedeeld in diverse zones (straatwanden). Daarin is aangegeven hoeveel procent van de “straatwandlengte” is opengesteld voor (o.a.) de functie horeca. De gehanteerde systematiek sluit aan bij die van de APVG. Dat wil zeggen dat de meest belastende horeca niet in de directe omgeving van woonfuncties wordt toegestaan. In zijn algemeenheid kan gezegd worden dat in de winkelgebieden de horeca ondersteunend aan de detailhandelsfunctie dient te zijn en binnen de uitgaansgebieden meer diverse/ zwaardere horecavormen zijn toegestaan. Voor de bestemmingsplannen die gelden buiten de diepenring gelden andere normen. Veelal zal het ook hier om winkelondersteunde horeca gaan dan wel om buurtkroegen welke reeds lang in de wijken gevestigd zijn. Er is overigens een start gemaakt met de vernieuwing van het bestemmingsplan voor de binnenstad. Op welke wijze het bestemmen van diverse functies geregeld zal worden is nu onderwerp van onderzoek en startbesprekingen. Aangezien het een bestemmingsplan betreft voor de hele binnenstad, een gebied waarbinnen allerlei functies zijn gehuisvest en waar de verschillende en ook tegenstrijdige belangen groot zijn, zal het actualiseren ervan een tijdrovende onderneming betekenen. In deze nota willen we alle belanghebbenden nu al wijzen op de toekomstige inspraakmogelijkheden.

 

3.2.2. Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Groningen (APVG) 2009

 

3.2.2.1. Exploitatie horecabedrijf

In artikel 2:27 van de APVG 2009 is bepaald dat het verboden is een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. De burgemeester weigert de exploitatievergunning als vestiging van het horecabedrijf in strijd is met het geldende bestemmingsplan. De burgemeester kan de vergunning weigeren wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van het te vestigen horecabedrijf en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed wordt door de aanwezigheid van het horecabedrijf.

 

3.2.2.2. Beperking verkoop sterke drank

In artikel 2:28 APVG 2009 zijn enige beperkingen opgenomen ten aanzien van de verkoop van sterke drank. Verkoop van sterke drank mag bijvoorbeeld niet plaats vinden in een cafetaria, broodjeshuis, onderwijsinstelling, buurthuis, jeugdinstelling of op een camping.

 

3.2.2.3. Nadere regels

In artikel 2:29 APVG is geregeld dat burgemeester en wethouders nadere regels kunnen stellen over de exploitatie van horecabedrijven. Deze nadere regels zijn in de bijlage bij de APVG opgenomen met als doel het voorkomen van overlast in de binnenstad. Hiervoor is de binnenstad in zones ingedeeld, mede op basis van de historisch bepaalde situatie. Binnen deze zones is vastgelegd hoeveel van de diverse horecasoorten zijn toegestaan (maximumstelsel). Daarbij is de horeca ingedeeld in een aantal categorieën van zwaarte (belasting voor de omgeving) waarbij de zwaarste categorieën (discotheken) voornamelijk in de centrumstraten zijn toegestaan en de lichtere categorieën eveneens mogelijk zijn in of nabij “woonstraten”.

 

3.2.2.4. Veiligheidsplan

In artikel 2:30 APVG 2009 is vastgelegd dat bepaalde inrichtingen over een door de burgemeester goedgekeurd veiligheidsplan dienen te beschikken. In een aanwijzingsbesluit dat als bijlage bij de APVG is gevoegd wordt nader geregeld voor welke horecabedrijven deze verplichting geldt. Dat zijn:

  • ·

    bedrijven behorend tot de in de ‘Nadere regels exploitatie horecabedrijven’ onderscheiden categorieën 1.1, 1.2, 1.3 of 2.1 en;

  • ·

    ten aanzien waarvan geldt dat op enig moment gemiddeld meer dan 200 bezoekers aanwezig zijn in de inrichting.

Verordening beperking drankverstrekking

In Groningen zijn elk jaar meerdere grootschalige evenementen. Tijdens deze bijzondere gelegenheden zijn zeer veel mensen in een beperkt gebied aanwezig op straat. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de overvolle Grote Markt en omliggend gebied tijdens Koninginnedag en -nacht.

Als negatief neveneffect constateren gemeentelijke diensten en de politie de afgelopen jaren een toename van grote hoeveelheden (kapot) glas en blikjes e.d. op straat. Wij vinden dat met name ongewenst voor de veiligheid van de bezoekers van deze evenementen, maar ook voor de medewerkers van politie en hulpverlenende diensten. Het komt ook steeds vaker voor dat mensen gewond raken door glasscherven. Daarnaast komt het voor dat glaswerk, blik, etc. op een ‘verkeerde’ manier wordt gebruikt in geval van uit de hand gelopen ruzies. Ook het aantal dagen dat nodig is om het glaswerk, blikjes, etc. op te ruimen en de kosten van het opruimen maken veel glas en blik op straat ongewenst.

De ervaring leert dat alcoholhoudende dranken in glas en blik veelal afkomstig zijn uit omliggende supermarkten, slijterijen, avond- en nachtwinkels, snackbars, etc. Bezoekers van het evenement doen eerst ‘boodschappen’ waarna ze de gekochte drank nuttigen in de binnenstad.

Om glas/blik op straat tijdens bijzondere gelegenheden te beperken is in 2009 de “Verordening beperking drankverstrekking” ingevoerd. Deze verordening biedt de burgemeester de mogelijkheid om tijdens grootschalige evenementen, gedurende een bepaalde tijd en in een bepaald gebied, te verbieden dat er alcoholhoudende drank in glas en/of blik verkocht wordt.

 

3.2.4.Brandbeveiligingsverordening

De Brandbeveiligingsverordening valt niet onder het Gebruiksbesluit en niet onder de Wabo, omdat hij was gebaseerd op de Brandweerwet 1985 en deze structuur, ook nu de Brandweerwet is overgegaan in de Wet veiligheidsregio’s, blijft bestaan. Op grond van de Wet veiligheidsregio’s kan de inhoud van de Brandbeveiligingsverordening landelijk worden geregeld in een AMVB (zoals het Gebruiksbesluit), maar zo’n AMVB is er nog niet. De gebruikseisen in de Brandbeveiligingsverordening zijn nagenoeg gelijk aan de gebruikseisen uit het Gebruiksbesluit. De Brandbeveiligingsverordening is echter alleen van toepassing voor niet-bouwerken, zoals tenten of hotelboten.

Hoofdstuk 4. Lokaal beleid

4.1. Vrije sluitingstijden

De gemeente Groningen kent sinds begin jaren negentig vrije sluitingstijden voor de horeca en zal dat beleid de komende jaren voortzetten. Op die wijze wordt voorkomen dat het uitgaande publiek gelijktijdig op straat komt te staan.

Op grond van de APVG (artikel 2:32) heeft de burgemeester wel de bevoegdheid om voor één of meer horecabedrijven een tijdelijk sluitingsuur vast te stellen indien hij dat uit oogpunt van openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid wenselijk acht.

 

4.2.Terrasbeleid

In de APVG 2009 is in artikel 2:27 de toestemming voor het exploiteren van terrassen in de openbare ruimte geregeld. Hierin is aangegeven dat een terras niet kan worden geëxploiteerd als een bedrijf niet beschikt over een exploitatievergunning. In de praktijk komt het er op neer dat de terrasbepalingen (voorwaarden en beperkingen) zijn opgenomen in de exploitatievergunning van het horecabedrijf. Er zijn in dat kader diverse soorten terrassen:

  • -

    gevelterrassen in de binnenstad

  • -

    terraseilanden in de binnenstad

  • -

    waterkantterrassen aan de diepenring

  • -

    gevelterrassen buiten de binnenstad

  • -

    eilandterrassen buiten de binnenstad.

Het terrassenbeleid vond zijn grondslag vooornamelijk in de nota’s Ruimte voor Ruimte en Ruimte voor Ruimte Plus. In 2009 is de nota Herijking terrassenbeleid vastgesteld met een latere aanvulling in 2010. In deze nota’s is voor de stad aangegeven wat men voor ogen heeft met de inrichting van de openbare ruimte in het algemeen en met de invulling van de terrassen in het bijzonder. Voor de terrassen is bepaald welk meubilair er is toegestaan, waar ze mogen zijn en aan welke voorwaarden ze moeten voldoen qua openingstijden en minimale beschikbare ruimte. Binnen en aan de diepenring zijn winterterrassen mogelijk gemaakt op die plekken waar gevelterrassen zijn vergund. Ten behoeve van het roken op straat zijn aanvullende maatregelen getroffen. Ook zijn regels voor de opslag van terrasmeubilair vastgelegd en ontheffingsmogelijkheden daarvan.

Tot slot is bepaald dat het gebied Astraat, Westerhaven en Westerkade tot de binnenstad behoort en is aan de ondernemers van de daar gevestigde horecazaken in een brief kenbaar gemaakt dat ze per juni 2012 moeten voldoen aan de bijbehorende terrasvoorwaarden zoals meubilaireisen en openingstijden.

In de zomer van 2011 is besloten tot invoering van een zgn. TWS-scenario (Tropisch Weer Scenario) voor terrassen. Dat houdt in dat bij heel warm weer de terrassen langer open mogen blijven.

Het terrassenbeleid wordt, in het kader van de actualisering van de “Ruimte voor

ruimte“, na de zomer van 2011 geevalueerd en geactualiseerd. Het nieuwe beleid zal in eind 2011/begin 2012 vastgesteld kunnen worden. Daarnaast werken we momenteel ook aan een beleidsvisie voor locaties voor terrassen aan het water van de Diepenring.

 

4.3. Precario

Precario is de belasting die door de gemeente wordt geheven voor het gebruik van gemeentegrond. Indien een terras is opgenomen in de exploitatievergunning wordt in de vergunning vermeld of het daarbij gaat om het gebruik van gemeentegrond, eigen grond of beide. Het aantal vierkante meters gemeentegrond wordt gebruikt voor de berekening van de te betalen precario. Er wordt verschil gemaakt tussen terrassen binnen en buiten de diepenring. Het bedrag per vierkante meter wordt jaarlijks geïndexeerd en bedraagt in 2011 € 32,50 per jaar per m² buiten de diepenring. Binnen de diepenring is het tarief €40,05 per jaar per m².

 

4.4. Toeristenbelasting

De gemeente Groningen heeft sinds 2000 een Verordening Logiesbelasting. Deze verordening maakt het mogelijk dat in Groningen verblijvende gasten voor hun overnachting een bijdrage betalen. De belasting wordt in rekening gebracht bij exploitanten van hotels, pensions, e.d. Voor een overnachting in een hotel is de bijdrage € 3,30 per nacht; pension- en campinghouders € 1,60 per nacht.

De opbrengst van de toeristenbelasting heeft een tweeledige bestemming: een deel vloeit naar de algemene middelen en een deel heeft een bestemmingskarakter. De eerste bestemming is een gevolg van de opvatting dat ook niet-Groningers een bijdrage gevraagd kan worden in de kosten van openbare voorzieningen in de stad. Het bestemmingsdeel van de toeristenbelasting gaat naar Marketing Groningen.

 

4.5. Festiviteiten

De APVG kent een festiviteitenregeling (Afd. 4.1 APV jo. art. 2.2.1 Activiteitenbesluit). Deze geldt voor horecagelegenheden, incl. het reguliere terras. Tijdens 12 festiviteitendagen, waarvan jaarlijks 10 collectief worden vastgelegd en 2 individueel kunnen worden gekozen (na melding bij MD), mogen horecagelegenheden onbeperkt geluid produceren in afwijking van Wm en AMvB. Als eindtijd geldt 01.00 uur binnen de diepenring en 24.00 uur buiten de diepenring. Daarna geldt het reguliere regime weer.

 

4.6. Evenementen

Evenementenvergunningen worden verstrekt op grond van art. 2.19 APVG. De beleidsregels op basis van artikel 2.19 APVG zijn vastgelegd in de nota “Feesten in balans II, 2011”. De vergunningverlening en de handhaving ervan is een taak van de Milieudienst.

Een horeca-ondernemer krijgt te maken met het evenementenbeleid, zodra hij op straat een evenement (mee) wil organiseren. Een activiteit binnen een horecagelegenheid of op zijn reguliere terras valt immers onder zijn reguliere horeca-activiteiten of onder het festiviteitenregime.

Het evenementenbeleid en het festiviteitenbeleid worden zoveel mogelijk op elkaar afgestemd, b.v. bij het vaststellen van de 10 collectieve festiviteitendagen. Dit geldt ook voor enkele normen van het evenementenbeleid:

  • 1.

    de maximumnormen voor geluid: 85 dB(A) en gedurende 7 dagen per jaar in de horeca-concentratiegebieden 90 dB(A)

  • 2.

    de eindtijden voor geluid, terrassen en tappunten op straat (mobiele taps): zie schema.

     

Schema Eindtijden evenementen

Op donderdag, vrijdag en zaterdag geldt voor de binnenstad de eindtijd voor muziekgeluid van 01.00 uur. Buiten de diepenring geldt afhankelijk van de dag van de week en de locatie waar het evenement plaatsvindt een eindtijd voor geluid van 23.00 u of 24.00 uur. Zie hiervoor bovenstaand overzicht. In alle gevallen geldt dat het einde van de taptijd een uur later is dan de eindtijd voor muziek.

Een aantal dagen per jaar wordt afgeweken van de eindtijden. Bepaalde evenementen duren meerdere dagen en daardoor ook door de week. De horeca kent op grond van regelgeving milieubeheer de zogenaamde collectieve festiviteitendagen. Op deze dagen geldt voor de horeca tot 01.00 uur ’s nachts (binnen de diepenring) en tot 00.00 uur (buiten de diepenring) geen geluidslimiet. Jaarlijks worden tien collectieve festiviteitendagen vastgesteld door het college. Veelal wordt aangesloten bij feestdagen zoals Koninginnedag en Bevrijdingsdag. Omdat het op deze dagen toch al feest is in de stad geldt, gelijk aan de collectieve festiviteitendagen, op deze tien dagen een afwijkende eindtijd van 00.00 uur (buiten diepenring) en 01.00 uur (binnen de diepenring).

Vanwege het unieke culturele aanbod en de landelijke uitstraling geldt voor Noorderzon ook de uitzondering van de eindtijden door de week, namelijk 24.00 uur voor geluid en 01.00 uur voor tappen. Gelet op de waardevolle bijdrage van de KEI-week en het Gideonfestival aan het evenementenprogramma van Groningen geldt voor deze evenementen ook een uitzondering op de eindtijd. Gedurende de KEI-week geldt voor de evenementen van de KEI-week een eindtijd voor geluid van 01.00 uur (tappen 02.00 uur). Tijdens het Gideonfestival geldt een eindtijd voor geluid van 24.00 uur (tappen 01.00 uur).

Het kan wenselijk zijn dat ook andere evenementen om diverse redenen een uitzonderingspositie verdienen. Er wordt een aantal criteria ontwikkeld om te kunnen bepalen of een evenement in aanmerking komt voor een uitzonderingspositie.

Koninginnenacht

Voor Koninginnenacht (doorgaans de nacht van 29 op 30 april) geldt een uitzondering van de eindtijden in de binnenstad. De eindtijden voor het muziekgeluid en het tappen is gelijk, namelijk 02.00 uur. In de horecabranche staat dit extra uur bekend als het uurtje van Wallage’.

Koninginnenacht wordt in Groningen doorgaans groots en uitbundig gevierd. Uitgaanspubliek komt in grote getale naar de binnenstad en in toenemende mate vinden ook steeds meer mensen uit de regio hun weg naar de stad. De avond en nacht voor Koninginnedag (29 april) is één van de drukst bezochte stapavonden in Groningen. Op Koninginnedag (30 april) komt veel publiek af op de vrijmarkten aan de singels. In de namiddag en avond is er vervolgens wederom veel (uitgaans)publiek in de stad. Naast de reguliere horeca exploitanten, die op 29 en 30 april veel buitentaps aanvragen, trekken ook een groot podium op de Grote Markt en meerdere kleine podia veel bezoekers. De beheersbaarheid van deze grote groepen mensen is een aandachtspunt.

Elk jaar zal naar aanleiding van de evaluatie bekeken worden of het “uurtje van Wallage” wordt gecontinueerd. Ook de eindtijd van Koninginnedag 30 april maakt onderdeel uit van de evaluatie.

De burgemeester heeft de mogelijkheid om voor een buitengewoon evenement één keer per jaar af te wijken van de vastgestelde eindtijden.

Op grond van een evaluatie wordt jaarlijks bepaald of de eindtijden van de koninginnenacht binnen de Diepenring verschoven wordt naar 02.00 uur. Dit besluit wordt bekendgemaakt in de Gezinsbode.

 

4.7. Paracommercie

Aansluitend bij de limitatieve opsomming van onderwerpen die zijn opgenomen in artikel 4, tweede lid van de Drank- en Horecawet, worden aan horecavergunningen voor paracommerciële inrichtingen de volgende voorwaarden verbonden:

  • a.

    Bijeenkomsten met een veelal feestelijk karakter die geen verband houden met de hoofddoelstelling van de stichting of vereniging, vallen buiten de werkingssfeer van de horecavergunning. Dat wil zeggen dat er gedurende bijeenkomsten van persoonlijke aard geen alcoholhoudende drank mag worden verstrekt in of vanuit de inrichting. Voor zover deze bijeenkomsten tevens een zakelijk karakter hebben die direct verband houden met de activiteiten van de instelling, zoals het afscheid van de voorzitter van de vereniging, vallen deze niet onder het bereik deze bepaling.

  • b.

    Het is niet toegestaan om op enige wijze de mogelijkheid tot het houden van bijeenkomsten van persoonlijke aard in of vanuit de inrichting openlijk onder de aandacht te brengen dan wel aan te prijzen.

  • c.

    Alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse mogen alleen worden verstrekt gedurende de tijden die zijn vastgelegd in het , door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd, alcoholbestuursreglement.

  • d.

    Het alcoholbestuursreglement waarborgt dat de verstrekking van alcoholhoudende drank in de inrichting gedurende de openingstijden vanuit het oogpunt van sociale hygiëne te allen tijde plaatsvindt door op dit gebied gekwalificeerde personen.

Aan de horecavergunning van een stichting of vereniging worden de hierboven omschreven voorschriften in ieder geval niet verbonden, indiende stichting of vereniging op gelijke wijze en onder gelijke voorwaarden als een regulier horecabedrijf op de markt opereert.

Hiervan is sprake indien:

  • ·

    De stichting of vereniging kan aantonen de laatste 10 jaar voor de vergunningsaanvraag geen directe dan wel indirecte subsidie te hebben ontvangen;

  • ·

    De stichting of vereniging is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken en in die zin heffingen afdraagt aan de Kamer van Koophandel en Fabrieken;

  • ·

    De stichting of vereniging staat ingeschreven bij het Bedrijfschap Horeca en Catering in verband met de gebondenheid aan o.a. de horeca-CAO;

  • ·

    Aangetoond kan worden (bijvoorbeeld middels een accountantsverklaring) dat alle leidinggevenden en werknemers in loondienst zijn en er derhalve de gebruikelijke inhoudingen plaatsvinden;

  • ·

    De stichting te goeder trouw kan verklaren dat op geen enkele wijze gebruik gemaakt zal worden van vrijwilligers, ook niet op incidentele basis;

  • ·

    Alle bestuursleden van de stichting voldoen aan de eisen gesteld in artikel 8 van de Drank- en Horecawet (bezit diploma Sociale Hygiëne, geen slecht levensgedrag etc.);

  • ·

    De instelling belastingplichtig is en geen fiscale vrijstellingen geniet (zoals BTW, maar ook, voorzover van toepassing, vennootschapsbelasting);

  • ·

    De onderneming wordt gedreven voor rekening en risico van de ondernemer (dus geen enkele NV of BV onder de stichting of vereniging; die worden als schijnconstructies beschouwd);

  • ·

    De onderneming past binnen het ter plaatse vigerende bestemmingsplan;

  • ·

    Er een reële huur- of pachtprijs, c.q. koopprijs is overeengekomen conform de marktwaarde, of er sprake is van een aangepaste prijs in relatie tot het primaire doel van de exploitatie.

Hoofdstuk 5. Veilig uitgaan

De gemeente wil dat het uitgaan in Groningen veilig is. Daarom is het bestrijden van uitgaansgeweld al jarenlang een prioriteit in het beleid van de gemeente. Uitgaansgeweld kan variëren van irritatie, verbale agressie, trekken en duwen tot strafrechtelijk te vervolgen gedrag. Het gaat daarbij niet alleen om incidenten in de openbare ruimte, maar ook in de horecagelegenheden en in de directe omgeving ervan.

In november 2001 werd tussen gemeente, horecaondernemers, politie en Openbaar Ministerie het convenant 'Veilig Uitgaan Groningen' afgesloten. Daarin waren de door de convenantpartners te nemen maatregelen vastgelegd om te zorgen dat het dat het uitgaansgebied veilig(er) werd. Die maatregelen hadden vooral betrekking op de volgende thema’s: veilige inrichting en onderhoud uitgaanscentrum, toezicht, hinderlijk alcoholgebruik op straat, brandveiligheid en het vervolgingsbeleid.

In 2007 werd het “Nieuw Actieplan Veilig Uitgaan” vastgesteld. Daarin is o.a. vastgelegd dat de maatregelen uit het in 2001 afgesloten convenant als structureel beleid zouden worden voortgezet. Verder werd de mogelijkheid om aan notoire lastpakken in het uitgaansgebied een gebiedsverbod op te leggen ingevoerd, werd het vechten op straat in de APV strafbaar gesteld en werd het Panel Deurbeleid ingesteld.

In 2009 is door het Onderzoeksbureau COT, Instituut voor Veiligheids- en crisismanagement, in opdracht van de gemeente en de politie een strategische veiligheidanalyse uitgevoerd van het uitgaansgeweld in de binnenstad. Het COT concludeerde dat het met de aanpak van het uitgaansgeweld goed gaat, dat de belangrijkste maatregelen zijn gerealiseerd, maar dat er nog wel een aantal verbeteringen mogelijk zijn. Het COT deed daartoe een aantal aanbevelingen.

Mede op basis van de aanbevelingen zullen de komende periode de volgende aanvullende maatregelen nader worden uitgewerkt en ingevoerd:

  • -

    het toezicht door de politie zal voortaan uitgevoerd worden door zgn. openbare orde -teams;

  • -

    er zullen tijdens de stapavonden ook gemeentelijk toezichthouders worden ingezet;

  • -

    invoering van het concept “Bar Veilig in uw gemeente”: dit betreft een aanbod aan horecaondernemers voor een training om de kans op agressie en geweld in hun bedrijf te verkleinen;

  • -

    meer aandacht voor de bestrijding van overlast door fietsen in het uitgaansgebied;

  • -

    invoering collectief lokaalverbod door de horecabranche;

  • -

    toepassing Voetbalwet voor notoire overlastveroorzakers;

  • -

    bevordering van het beleid “Geen 16, geen druppel” en strikte handhaving van de leeftijdsgrenzen bij verkoop van alcohol (zodra de nieuwe Drank- en Horecawet van kracht is);

  • -

    kijken naar de mogelijkheden voor het verplicht stellen van een wapenkluis;

  • -

    na incidenten met glas, waar mogelijk het gebruik van polycarbonaat verplicht stellen.

  • -

    onderzoek naar de mogelijkheden tot het verplicht stellen van een veiligheidsplan voor grote horecabedrijven buiten de diepenring.

 

5.1. Panel Deurbeleid

Het Panel Deurbeleid Groningen is opgericht om het toegangsbeleid van de Groninger horeca te toetsen. Het panel onderzoekt klachten over vermeende onterechte weigeringen in de horeca. Het panel, waarin vertegenwoordigd zijn de horecabranche, de gemeente, de politie en het Meldpunt Discriminatie, komt hiertoe maandelijks bijeen.

Zodra een klacht bij het panel deurbeleid binnen is gekomen zal worden beoordeeld of deze klacht ontvankelijk kan worden verklaard. Een klacht is niet ontvankelijk wanneer de klacht niet binnen 5 dagen na de weigering is ingediend, of wanneer de klacht niet ziet op deurbeleid.

Wanneer een klacht ontvankelijk is bevonden, doet het panel onderzoek naar de klacht. Dit onderzoek geschied door middel van hoor en wederhoor en het eventueel bevragen van derden. Het panel zal op grond van het toegangsbeleid beoordelen of de klacht gegrond of ongegrond is Het panel kan er ook voor kiezen de klacht af te doen door middel van bemiddeling. Als de klacht middels bemiddeling kan worden afgedaan, geeft het panel geen oordeel. Mocht bemiddeling niet slagen dan zal het panel alsnog op grond van het toegangsbeleid beoordelen of de klacht gegrond of ongegrond is.

Het panel doet in ieder geval binnen 2 maanden uitspraak. Zowel de klager als het betrokken horecabedrijf wordt over de uitspraak geïnformeerd.

Als daartoe aanleiding is dient het panel het bedrijf van advies met betrekking tot aanpassing van het deurbeleid.

Bezoek voor meer informatie de website:

www.groningen.nl/deurbeleid

 

Hoofdstuk 6. Gemeentelijke loketten t.b.v. de horeca, vergunningen en procedures

6.1.      Economische Zaken

De afdeling Economische Zaken bestaat onder meer uit accountmanagers die het aanspreekpunt vormen voor ondernemers. Het is de bedoeling dat de (startende) ondernemer niet zelf de weg hoeft te vinden binnen de gemeente maar dat de accountmanager als het ‘entreeloket’ fungeert. Naast de natuurlijke samenwerking met de andere gemeentelijke loketten is hierbij ook samenwerking gezocht met de Kamer van Koophandel en de Belastingdienst Ondernemingen. Horecaondernemers kunnen elke dinsdag tot en met vrijdag van 10.00 – 12.00 uur langskomen voor informatie en voor vergunningaanvragen op het horecaspreekuur. De horeca-accountmanagers hebben een coördinerende rol en stemmen waar nodig af met de bakcoffice ten behoeve van de ondernemer zodat de tijdsinvestering door de ondernemer zo laag mogelijk wordt gehouden. Uiteraard kunnen buiten het spreekuur om ook individuele afspraken op maat worden gemaakt.

Overige ondernemers kunnen afspraken maken met accountmanagers van Economische Zaken via het eloket van onze website www.gemeente.groningen.nl zodat de ondernemer die afspraak doelgericht kan maken op een moment dat het goed uitkomt. Op dezelfde manier kunnen ook afspraken worden gemaakt met accountmanagers van de Kamer van Koophandel en de Belastingdienst voor elke laatste dinsdag van de maand.

 

6.2       Loket Bouwen en Wonen

Bij het Loket Bouwen en Wonen (hierna: LBW) kan men terecht met vragen op het gebied van bouwen en wonen. Hierbij moet worden gedacht aan bouwregelgeving zoals vastgelegd in wetten en AMvB's, planologische kaders zoals bestemmingsplannen en stedenbouwkundige deelplannen en gemeentelijke regelgeving zoals de bouwverordening en de algemene plaatselijke verordening (APV).

Daarnaast kan men bij het LBW terecht voor het aanvragen van verschillende vergunningen, welke op basis van de wetten en verordeningen nodig zijn om een bouwplan of ander initiatief op het gebied van bouwen en wonen te realiseren. Hierbij moet worden gedacht aan de omgevingsvergunning voor onder andere bouwactiviteiten, gebruiksactiviteiten, ontheffingen, sloop- en reclameactiviteiten. Overigens kan, alvorens tot een vergunningaanvraag over te gaan, eerst onderzocht worden of een bouwplan of initiatief kans van slagen heeft middels een voorbehandeling.

Het LBW verzorgt tenslotte nog de vertegenwoordiging van het College van B&W ingeval ertegen een besluit (weigering of vergunning) bezwaar of beroep wordt aangetekend. In die gevallen wordt door het LBW het verweer op het bezwaar of beroep gevoerd bij resp. de commissie voor beroep en bezwaar en de bestuursrechter.

 

Het takenpakket van het LBW is samengevat op te delen in drie categorieën:

  • 1.

    Informatieverstrekking over bouwen&wonen en de daaraan gerelateerde wet- en regelgeving;

  • 2.

    Coördinatie van vergunningaanvragen;

  • 3.

    Vertegenwoordiging B&W bij beroep en bezwaar.

 

Een horecaondernemer die met een bepaald pand horeca-plannen heeft, kan bij het LBW vragen of dat mogelijk is qua bestemming en functie. Hiervoor is zal aan het betreffende bestemmingsplan getoetst moeten worden. Daarnaast kan uitsluitsel gegeven worden of er bepaalde vergunningen verkregen moeten worden zoals de omgevingsvergunning voor onder andere bouwactiviteiten, gebruiksactiviteiten (milieuactiviteiten en brandveilig gebruik), ontheffingen, sloop- en reclameactiviteiten Hiervoor moet het plan worden getoetst aan wet- en regelgeving zoals de Woningwet, de Monumentenwet, het Bouwbesluit, het Gebruiksbesluit (vanaf 1-1-2012 zijn deze beide samengevoegd in het Bouwbesluit 2012) de Bouwverordening, de Brandbeveiligingsverordening en de Algemene Plaatselijke Verordening. Met andere woorden: De horecaondernemer kan bij het LBW terecht om duidelijkheid te krijgen over de vraag of zijn initiatief op de door hem/haar gedachte locatie mogelijk is.

 

6.3       Brandweer, afdeling Preventie

Voor gebouwen en inrichtingen waarin meer dan vijftig personen kunnen verblijven, moet een gebruiksmelding gedaan worden. Voor gebouwen waarin meer dan 10 personen bedrijfsmatig overnachten is een omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik nodig. De vergunningen kunnen digitaal worden aangevraagd bij: www.omgevingsloket.nl of bij het LBW van de Dienst RO/EZ. Ook de gebruiksmeldingen, hoewel deze niet onder de Wabo vallen, moeten worden gedaan bij dit loket. Alleen de gebruiksvergunningen op grond van de Brandveiligheidsverordening (voor niet-bouwwerken) moeten nog bij de Brandweer, afdeling Preventie worden aangevraagd.

Nadat de procedure voor de gebruiksmelding is afgerond c.q. de gebruiksvergunning is afgegeven, wordt dit ingevoerd in het controlesysteem van het team Toezicht en Handhaving van de afdeling Preventie van de brandweer. In het handhavingsplan wordt jaarlijks de frequentie van toezicht vastgelegd die afhankelijk is van de risicoklasse.

 

6.4       Centraal Meldpunt Evenementen (CME)

Het CME bij de Vakdirectie Stadstoezicht fungeert als een frontoffice voor zowel evenementen als festiviteiten in de zin van de Wet Milieubeheer. Het CME bewaakt termijnen op basis van een draaiboek of checklist, stelt een evenementenkalender op met evenementen en festiviteiten en publiceert deze in De Gezinsbode.

Wanneer een aanvraag binnenkomt bij het CME, wordt bekeken, of het gaat om een evenement dan wel een festiviteit.

Inzake evenementen heeft het CME tot taak om aanvragen voor evenementen aan regelgeving te toetsen en vervolgens al dan niet de vergunning te verlenen. Het CME heeft hier dus een formele rol.

Het CME bereidt de coördinatorenvergadering voor en zonodig speelt zij inhoudelijke vragen inzake evenementen door naar de coördinatoren ten behoeve van advies. Vaste coördinatoren zijn vertegenwoordigers van: politie, brandweer, gezondheidsdienst, milieudienst (Marktwezen en Reiniging) en RO/EZ (Verkeer en Stadsbeheer) Tevens stuurt het CME aanvragen voor andere vergunningen die nodig zijn, zoals een tijdelijke tapontheffing, naar de betreffende instantie.

Het CME verstrekt tenslotte de evenementenvergunning, inclusief (geluids)voorschriften. Wanneer meerdere vergunningen nodig zijn ten behoeve van het evenement, dan bundelt het CME deze tot één pakket en verzendt deze naar de aanvrager.

Inzake festiviteiten stuurt het CME de aanvraag vervolgens naar de afdeling Vergunningverlening en Handhaving die belast is met de beoordeling en de afhandeling van de melding.Een aanvraag voor een tijdelijke tapvergunning wordt door het CME doorgestuurd naar Economische Zaken.

Hoofdstuk 7. Toezicht en handhaving van het beleid

In dit hoofdstuk wordt weergegeven op welke wijze het toezicht is georganiseerd en het beleid in de horecasector wordt gehandhaafd.

 

7.1. Gemeentelijk toezichthouders, milieu-inspecteurs, brandweer en politie

De horeca-ondernemer krijgt in het kader van de handhaving van het beleid te maken met diverse functionarissen van gemeente, politie en de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA).

De gemeentelijk toezichthouders van de Dienst Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken, cluster inspectie van de afdeling Bouw- en Woningtoezicht, houden zich naast het bewaken, in stand houden en verbeteren van de kwaliteit van de gebouwde omgeving tevens bezig met het bestuurlijk toezicht op de vergunde horeca-inrichtingen. Tot de kerntaken horen o.a. de inspectie van horecagelegenheden, het terrassenbeleid, toezicht en handhaving bij evenementen, opsporing en handhaving van gerelateerde illegale inrichtingen, bedrijven en activiteiten, alsmede het geven van voorlichting aan betrokkenen en adviseren ten bate van beleidsontwikkeling. Ook worden continu (gewelds)incidenten in de horeca geanalyseerd en beoordeeld en vervolgens preventief of repressief (met bestuursrechtelijke maatregelen) afgehandeld.

Dit alles met als doel:

  • ·

    een horecasector die overeenkomstig de geldende regelgeving en vergunningsvoorschriften geëxploiteerd wordt;

  • ·

    het beperken van veiligheids- en gezondheidsrisico’s en het voorkomen van overlast door de exploitatie van horecabedrijven;

  • ·

    het uitbouwen van de gemeentelijk toezichthouderrol en het stimuleren van een bewustwordingsproces dat leidt tot naleving van de gestelde voorschriften.

De politie handhaaft inzake de horecabedrijven met name de openbare orde en veiligheid en verricht opsporing naar de strafbare feiten. Het gaat hierbij met name om overlast en om strafbare feiten gepleegd in en/of om het horecabedrijf.

Naast de reguliere surveillance houden gedurende de uitgaansavonden de zgn. voetposten ( 4 koppels van twee politiemensen) van de politie extra toezicht op straat. Dat toezicht wordt ondersteund door het cameratoezicht, hondengeleiders en, indien nodig, beredenen. Onder de toezichthouders is altijd één horecacontactfunctionaris van de basiseenheid Centrum aanwezig. Zij zijn direct aanspreekbaar voor het horecapersoneel en het uitgaanspubliek. Daarnaast hebben de contactpersonen regelmatig overleg met het horecapersoneel in het uitgaansgebied.

Het cameratoezicht heeft in de afgelopen jaren zijn waarde bewezen en zal de komende jaren worden gecontinueerd.

De bepalingen van de Drank- en Horecawet worden op grond van de wet door de Voedsel en Waren Autoriteit gehandhaafd. Het gaat dan bijvoorbeeld om de leeftijdsgrenzen voor de verkoop van alcohol.

De handhaving van de Drank- en Horecawet zal, naar verwachting in 2012, een gemeentelijke taak worden. He deze bevoegdheid vormgegeven wordt, zal zodra de nieuwe wet in werking is getreden, nader worden uitgewerkt.

De milieu-inspecteurs van de Milieudienst handhaven de onderwerpen die te maken hebben met milieubeheer. Daarbij gaat het om onderwerpen zoals: afvalstoffen, afvalwater, energie en geluid. Voorschriften daarover staan in de voorschriften op basis van de Wet Milieubeheer. Daarbij raken milieubeheer en openbare orde elkaar bij het onderdeel geluid en is afstemming en samenwerking aan de orde. De andere aspecten kunnen meer zelfstandig afgehandeld worden.

De brandweer handhaaft in algemene zin de brandveiligheid in bouwwerken of inrichtingen. Het betreft hier het toezicht op de naleving van de gebruiksvoorwaarden zoals die zijn genoemd in de afgegeven omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik en op de algemene gebruikseisen genoemd in het Gebruiksbesluit (na 1-1-2012 in het Bouwbesluit 2012).

Bij het signaleren van overtredingen zal een eerste actie er op gericht zijn om deze zo spoedig mogelijk ongedaan te maken. Afhankelijk van de ernst van de overtreding kan hierbij een traject van bestuursrechtelijke maatregelen worden gevolgd. Dit is vastgelegd in het Beleidsplan 2010-2013 Handhaving gemeente Groningen. Dit is een integraal plan van de Milieudienst, Dienst RO/EZ en de brandweer (HVD).

Gemeente en politie werken ten behoeve van het toezicht en de handhaving nauw samen. Regelmatig worden controles gezamenlijk uitgevoerd.

Verder is het ten behoeve van een adequate integrale handhaving onontbeerlijk dat er een goede informatie-uitwisseling is tussen politie en gemeente. De politie levert daarom de relevante informatie over een incident in de horeca binnen uiterlijk twee weken aan aan de gemeente. Op basis daarvan kan de burgemeester een beslissing nemen over een passen bestuurlijke maatregel.

Op de uitwisseling van gegevens tussen politie en gemeente is de Wet Politie Gegevens van toepassing.

 

7.2. Bestuursrechtelijke maatregelen - Handhavingsprotocol

De juridisch handhavingsmiddelen kunnen worden verdeeld in bestuursrechtelijke en strafrechtelijke middelen. In deze paragraaf gaan we kort in op de bestuursrechtelijke maatregelen.

 

7.2.1. Bestuursdwang

De gemeentewet kent aan het gemeentebestuur een algemene bevoegdheid toe tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. De regels over de toepassing van bestuursdwang zijn opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Bestuursdwang betekent dat door of vanwege een bestuursorgaan feitelijk wordt opgetreden tegen een situatie die in strijd is met enig wettelijk voorschrift. Onder ‘feitelijk’ optreden of handelen wordt verstaan het doen wegnemen, opruimen, beletten, in de vorige toestand herstellen of het treffen van maatregelen om verder nadelige gevolgen van de overtreding te voorkomen. Met bestuursdwang wordt dus beoogd om een bestaande (onwettige) situatie in overeenstemming te brengen met de bestuursrechtelijke voorschriften. De kosten van de toepassing van bestuursdwang kunnen worden verhaald op de overtreder.

 

7.2.2. Dwangsom

Een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen is eveneens bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom. Dat betekent dat de overtreder wordt aangeschreven om de overtreding te beëindigen of voortzetting of herhaling daarvan te voorkomen. Dit op straffe van het verbeuren van één of meer bedragen. De bestuursdwang- en de dwangsombevoegdheid kunnen niet gelijktijdig worden toegepast. Er kan dus geen last onder dwangsom worden opgelegd zolang voor dezelfde overtreding een beslissing tot toepassing van bestuursdwang van kracht is. Deze laatste beslissing zou dan eerst moeten worden ingetrokken. Beide handhavingsmiddelen kunnen dus wel achtereenvolgens kunnen worden toegepast.

 

7.2.3. Toegang tot een ruimte verbieden

Op grond van artikel 36 Drank- en Horecawet kunnen burgemeester en wethouders personen de toegang ontzeggen tot een ruimte waarin in strijd met de wet alcoholhoudende dranken worden verstrekt. In de praktijk wordt dit artikel weinig gebruikt. In de gemeente Groningen zijn geen voorbeelden bekend van de toepassing van dit artikel.

 

7.2.4. Sluiting van een inrichting.

In bepaalde omstandigheden kunnen horeca-inrichtingen worden gesloten. Bijvoorbeeld als een inrichting niet beschikt over de benodigde vergunning(en). De sluiting kan plaatsvinden voor bepaalde (maximaal 12 maanden) of voor onbepaalde tijd. Sluiting van een horeca-inrichting kan zijn gebaseerd op:

  • ·

    artikel 174, lid 2 Gemeentewet (ordemaatregel in het kader van veiligheid en gezondheid);

  • ·

    artikel 2:32 APVG (in het belang van de openbare orde, veiligheid en gezondheid);

  • ·

    artikel 13b Opiumwet (wegens handel in drugs).

  • ·

    artikel 125 Gemeentewet

 

7.2.5. Tijdelijk opleggen van sluitingstijden

In artikel 2:32 van de APVG is vastgelegd dat de burgemeester in het belang van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid aan één of meerdere horecabedrijven tijdelijk sluitingstijden op kan leggen.

 

7.2.6. Intrekken van een vergunning

Wanneer de vergunninghouder een overtreding begaat is als sanctie vaak mogelijk dat de vergunning geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken. Het intrekken van de vergunning kan gebaseerd zijn op de Drank- en Horecawet (artikel 31), de Wabo (artikelen 2.33 en 5.19), de Brandbeveiligingsverordening, of op grond van de APVG. Het intrekken van een vergunning moet worden gezien als “ultimum remedium” en dient dus als sluitstuk op het handhavingstraject te worden toegepast.

 

7.3. Handhavingsprotocol Horeca

In het handhavingsprotocol is per voorschrift aangegeven welke maatregelen zullen/ kunnen worden getroffen tegen de overtreder van het voorschrift.

De maatregelen hebben betrekking op de volgende overtredingen:

  • -

    Het exploiteren zonder vereiste vergunning(en).

  • -

    Overtreden bepalingen APVG.

  • -

    Overtreden artikel 13b Opiumwet.

  • -

    Overtreden Drank- en Horecawet.

  • -

    Overtreden Wet op de kansspelen en de Kansspelverordening 2002.

  • -

    Overtreden van Milieubepalingen

  • -

    Overtreden brandveiligheidsvoorschriften

In de praktijk kan het voorkomen dat er samenloop is van diverse overtredingen. In dat geval kan worden overgegaan tot handhaving van de “zwaarste” overtreding of kan de samenloop van de overtredingen aanleiding vormen voor een waarschuwing of voor bestuursrechtelijke maatregelen. Zoals in het protocol al is aangegeven, zal bij recidive of voortduring van de overtreding de volgende stap van het plan worden bewandeld. Uiteindelijk kan tot bestuursrechtelijke handhaving worden overgegaan. Stelregel is verder dat de ernst van de overtreding en/of de vereiste spoedeisendheid altijd aanleiding kan zijn om één of meerdere stappen in de handhavingstrajecten over te slaan.

Het handhavingsprotocol is al bijlage 1 in de nota opgenomen.

 

7.4. Handhaving (muziek)geluid

Geluidsoverlast is een bekend fenomeen in de Horeca. De normen voor geluid zijn vastgelegd in het Activiteitenbesluit. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de dag-, avond- en nachtperiode. ’s Avonds en ’s nachts mag er nauwelijks muziekgeluid hoorbaar zijn op straat of in aangrenzende woningen.

Het Activiteitenbesluit biedt de mogelijkheid maatwerkvoorschriften op te leggen. In het Activiteitenbesluit staat dat het opleggen van maatwerkvoorschriften een bevoegdheid is van de gemeente. Maatwerkvoorschriften zijn specifieke inrichtingsgebonden voorschriften. Deze maatwerkvoorschriften kunnen worden opgelegd om te bereiken dat aan de normen van het Activiteitenbesluit wordt voldaan. Dit gebeurt op grond van de resultaten van akoestisch onderzoek. Deze nadere eisen kunnen bestaan uit:

  • -

    gedragsvoorschriften, zoals het gesloten houden van ramen en deuren;

  • -

    verplicht installeren van een geluidsbegrenzer en het afstellen daarvan op een toegestaan geluidsniveau, op basis van een maximaal toegestaan binnengeluidsniveau;

  • -

    een verbod op levende muziek.

Als er in het verleden vergunningen zijn verleend met daarin voorschriften ter voorkoming van geluidsoverlast, dan gelden die voorschriften nu veelal nog als maatwerkvoorschriften.

Voor de uitvoering van de handhaving verwijzen we naar het Beleidsplan 2010-2013 Handhaving gemeente Groningen.

 

BIJLAGEN:

 

Bijlagen

Gedaan te Groningen in de openbare raadsvergadering van 28 september 2011.

 

 

De griffier,                                                     De voorzitter,

 

 

 

 

drs. A.G.M. (Toon) Dashorst.                            dr. J.P. (Peter) Rehwinkel.