Regeling vervallen per 01-01-2024

Verordening op de rekenkamer Hardinxveld-Giessendam 2019

Geldend van 18-11-2019 t/m 31-12-2023

Intitulé

Verordening op de rekenkamer Hardinxveld-Giessendam 2019

De raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam;

gelezen het voorstel van de rekenkamercommissie d.d. 31 oktober 2019;

gelet op artikel 81oa van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de:

Verordening op de rekenkamer Hardinxveld-Giessendam 2019

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.

Rekenkamer:

de rekenkamerfunctie, in de zin van artikel 81oa van de Gemeentewet, die is ingesteld bij besluit van de gemeenteraad en die ten doel heeft om door middel van beleidsevaluaties en doelmatigheidsonderzoeken een bijdrage te leveren aan de doeltreffendheid van het beoogde beleid, alsmede de doelmatige voorbereiding en uitvoering daarvan;

b.

Directeur:

de directeur van de rekenkamer in Hardinxveld-Giessendam;

c.

Coördinator:

de coördinator van de rekenkamer in Hardinxveld-Giessendam

d.

Doelmatigheid of efficiëntie:

het streven om met een zo beperkt mogelijke inzet van de beschikbare middelen het gewenste resultaat te bereiken;

e.

Doeltreffendheid of effectiviteit:

de mate waarin een organisatie erin slaagt met de geleverde prestaties de gestelde doelen of de gewenste maatschappelijke effecten te bereiken;

f.

Begeleidingscommissie:

de begeleidingscommissie rekenkamer van de raad van Hardinxveld-Giessendam;

g.

Agendacommissie:

commissie bestaande uit de voorzitters van de voorzitterspool en de raadsvoorzitter. De commissie is belast met de voorbereiding van de agenda's van De Ontmoeting, Het Debat en Het Besluit;

Artikel 2 Instelling rekenkamer

  • 1.

    Er is een gemeentelijke rekenkamer.

  • 2.

    De rekenkamer heeft één lid, tevens directeur.

Artikel 3 Taak van de rekenkamer

  • 1.

    De rekenkamer voert onderzoek uit naar de (maatschappelijke) effecten van het gemeentelijk beleid en naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijke beleid.

Artikel 4 De directeur

  • 1.

    De raad benoemt en – zo nodig – ontslaat de directeur bij apart besluit.

  • 2.

    De directeur en de plaatsvervangend directeur leggen, voordat zij de functie kunnen uitoefenen, in een vergadering van de raad in de handen van de voorzitter van de raad de eed (verklaring en belofte) af:

    “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de rekenkamer benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gunst heb gegeven of beloofd.

    Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of belofte heb aangenomen of zal aannemen.

    Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de rekenkamer naar eer en geweten zal vervullen.

    Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)”

  • 3.

    De raad besluit over de termijn van de benoeming.

  • 4.

    De directeur is niet ondergeschikt aan enig bestuursorgaan van de gemeente Hardinxveld-Giessendam.

  • 5.

    De directeur wordt in zijn werkzaamheden ondersteund door de coördinator.

  • 6.

    In de situatie waarin de directeur tijdelijk niet in staat is zijn werkzaamheden te verrichten, is de coördinator plaatsvervangend directeur.

  • 7.

    De directeur:

    • a.

      is verantwoordelijk voor het functioneren van de rekenkamerfunctie en is belast met het voorstellen van onderzoeksonderwerpen, het opzetten van de organisatie van het onderzoek, alsmede het begeleiden dan wel het uitvoeren van het onderzoek;

    • b.

      draagt onder andere zorg voor een kwalitatief goede rapportage. De conclusies zijn helder en de aanbevelingen zijn zo mogelijk direct toepasbaar;

    • c.

      is verantwoordelijk voor de aansturing van de ondersteuning en (tijdelijke) onderzoeksmedewerkers.

  • 8.

    In de volgende gevallen kan ontslag worden verleend aan de directeur van de rekenkamerfunctie:

    • a.

      op verzoek van de directeur van de rekenkamerfunctie;

    • b.

      bij aanvaarding van een functie als bedoeld in artikel 81oa tweede lid in combinatie met artikel 81f Gemeentewet. De directeur van de rekenkamerfunctie maakt zijn nevenfuncties openbaar;

    • c.

      wanneer de directeur van de rekenkamerfunctie bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

    • d.

      indien de directeur van de rekenkamerfunctie bij onherroepelijk geworden uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;

    • e.

      wanneer de directeur van de rekenkamerfunctie door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is de rekenkamerfunctie uit te oefenen.

Artikel 5 Verboden handelingen

  • 1.

    Het is de directeur verboden de handelingen te verrichten als bedoeld in artikel 15 van de Gemeentewet. De raad kan, gehoord de directeur, een directeur die heeft gehandeld in strijd met dit verbod van zijn functie ontslaan.

  • 2.

    De directeur is niet werkzaam bij een bedrijf dat opdrachten uitvoert in opdracht van de gemeente of bij een door de gemeente gesubsidieerde instelling, danwel heeft geen andere (neven)betrekkingen die de onafhankelijke positie ten aanzien van de gemeente zou kunnen schaden.

  • 3.

    De directeur overlegt aan de raad elk half jaar een lijst met daarin opgenomen de nevenfuncties die hij op dat moment vervult.

Artikel 6 De begeleidingscommissie

  • 1.

    Er is een begeleidingscommissie die bestaat uit raads- en of burgerleden.

  • 2.

    De raad benoemt de leden en plaatsvervangend leden. Elke fractie draagt een lid en een plaatsvervangend lid voor. Burgerleden kunnen alleen als plaatsvervangend lid worden benoemd.

  • 3.

    De leden van de begeleidingscommissie wijzen uit hun midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter aan. De (plaatsvervangend) voorzitter is raadslid.

  • 4.

    De griffier is secretaris en adviseur van de begeleidingscommissie.

  • 5.

    De begeleidingscommissie onderhoudt primair contact met de directeur over het proces van het onderzoek.

  • 6.

    De onderzoeksopzet wordt voorafgaand aan het onderzoek besproken in de vergadering van de begeleidingscommissie.

  • 7.

    De vergaderingen van de begeleidingscommissie zijn niet openbaar.

Artikel 7 Budget van de rekenkamer

De raad stelt jaarlijks bij de begroting een bedrag beschikbaar voor de rekenkamer. Dit bedrag is exclusief btw.

Artikel 8 Onderwerpkeuze, onderzoeksprogramma en onderzoeksopzet

  • 1.

    De rekenkamer stelt zelf de onderwerpen voor onderzoek vast, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast.

  • 2.

    De in een jaar te onderzoeken onderwerpen worden jaarlijks vóór 31 december van het voorgaande jaar als onderzoeksprogramma ter kennisname aan de raad aangeboden.

  • 3.

    Jaarlijks start de rekenkamer in september met een consultatie van de raad voor het opstellen van het onderzoeksprogramma.

  • 4.

    Bij de selectie van onderwerpen hanteert de rekenkamer de volgende criteria:

    • -

      toegevoegde waarde voor de raad

    • -

      maatschappelijk belang

    • -

      financieel belang

    • -

      risico’s voor doelmatigheid en doeltreffendheid

    • -

      spreiding ten opzichte van eerdere rekenkameronderzoeken

  • 5.

    Als het onderzoeksprogramma bekend is, stelt de rekenkamer per onderwerp een onderzoeksopzet op. De onderzoeksopzet wordt voorafgaand aan de start van het onderzoek afgestemd met de begeleidingscommissie. Nadat de onderzoeksopzetten definitief zijn, worden deze ter kennisgeving verzonden aan de gemeenteraad en het college.

  • 6.

    Conform artikel 182 tweede lid van de Gemeentewet, kan de raad de rekenkamer verzoeken een onderzoek in te stellen;

  • 7.

    Na ontvangst van een verzoek van de raad geeft de directeur binnen één maand gemotiveerd aan of hij gevolg geeft aan het verzoek.

  • 8.

    Indien de directeur besluit gevolg te geven aan het verzoek van de raad, geeft hij in zijn melding als bedoeld in het tweede lid tevens aan hoe hij het verzoek zal oppakken, welke tijdsplanning hij hanteert en welke invloed dat eventueel heeft op het onderzoeksprogramma.

  • 9.

    Indien de directeur besluit geen gevolg te geven aan het verzoek van de raad, geeft hij in zijn melding als bedoeld in het tweede lid tevens aan op welke gronden hij tot zijn besluit is gekomen.

Artikel 9 Uitvoering van onderzoek en rapportage

  • 1.

    De directeur is verantwoordelijk voor de uitvoering van de onderzoeken volgens de vastgestelde onderzoeksopzet.

  • 2.

    De leden van de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht om op verzoek van de rekenkamer alle inlichtingen en informatie te verstrekken die zij nodig heeft voor de uitvoering van een onderzoek. De informatie en/of inlichtingen worden verstrekt binnen een door de directeur aan te geven redelijke termijn.

  • 3.

    De directeur stelt de ambtelijke organisatie in de gelegenheid om binnen twee weken hun zienswijze op de nota van bevindingen aan de directeur kenbaar te maken.

  • 4.

    Het college van burgemeester en wethouders wordt in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken zijn zienswijze op het rapport en de conclusies en aanbevelingen (bestuurlijke nota) kenbaar te maken. De directeur formuleert indien hij dat nodig acht een nawoord naar aanleiding van deze reactie.

  • 5.

    Het rapport, de reactie van het college van burgemeester en wethouders en het nawoord van de directeur worden integraal door de directeur aan de raad aangeboden.

  • 6.

    De onderzoeksrapporten van de directeur zijn openbaar, tenzij de raad op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van Bestuur ten aanzien van rapporten die aan de raad worden voorgelegd geheimhouding oplegt.

  • 7.

    De directeur en degenen die ten behoeve van hem werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van directeur van de rekenkamerfunctie, respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen.

Artikel 10 Behandeling door de raad

  • 1.

    De griffie vormt voor de directeur het eerste aanspreekpunt voor praktische aangelegenheden.

  • 2.

    Een onderzoeksrapport wordt door de directeur schriftelijk aangeboden aan de raad.

  • 3.

    Na ontvangst van het onderzoeksrapport zendt de griffie het rapport onverwijld door naar alle raads- en burgerleden.

  • 4.

    De directeur kan - na toezending van het onderzoeksrapport aan de raad- in de gelegenheid worden gesteld het rapport toe te lichten in een vergadering van De Ontmoeting en eventuele vragen te beantwoorden. De begeleidingscommissie kan hierover een advies uitbrengen aan de agendacommissie.

  • 5.

    Ten behoeve van de raadsbehandeling wordt door de griffier een raadsvoorstel opgesteld met Concept raadsbesluit, in afstemming met de begeleidingscommissie. De voorzitter van de begeleidingscommissie dient het voorstel bij de raad in.

  • 6.

    Het concept raadsbesluit bevat indien van toepassing een opdracht aan het betrokken orgaan om binnen vier maanden na het besluit, met een plan van aanpak ter uitvoering van de door de raad overgenomen aanbevelingen te komen

  • 7.

    De raad behandelt het onderzoeksrapport zo spoedig mogelijk, waarbij als uitgangspunt een termijn wordt gehanteerd van uiterlijk drie maanden na publicatie van het rapport.

Artikel 11 Evaluatie

Het functioneren van de rekenkamer wordt na drie jaar door de raad geëvalueerd. De evaluatie wordt voorbereid door de begeleidingscommissie.

Artikel 12 Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de rekenkamer Hardinxveld-Giessendam 2019.

  • 2.

    De verordening treedt in werking op de eerste dag na haar bekendmaking.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam

van 31 oktober 2019.

De griffier, De voorzitter,

A. van der Ploeg D.A. Heijkoop