Regeling vervallen per 01-01-2012

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerhugowaard

Geldend van 19-12-2006 t/m 31-12-2011

Intitulé

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerhugowaard

Besluit maatschappelijke ondersteuning

Gemeente Heerhugowaard

Bedragen geldig vanaf 01-01-2009

De gehanteerde kostprijs voor de eigenbijdrage 2009 is voor HH1 € 14,65 en HH2 € 23,00

De werkelijke kostprijs is voor 2009 HH1 € 20,00 en HH2 € 24,00

19 december 2006

Inhoudsopgave

Besluit maatschappelijke ondersteuning

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen 2

Artikel 1 Inkomen en peiljaar

Hoofdstuk 2 Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget 3

Artikel 2 Regels rond verstrekking en verantwoording

Hoofdstuk 3 Eigen bijdragen bij hulp bij het huishouden 3

Artikel 3 Omvang van de eigen bijdragen

Hoofdstuk 4 Hulp bij het huishouden 4

Artikel 4 Vaststelling bedrag persoonsgebonden budget hulp

bij het huishouden

Hoofdstuk 5 Woonvoorzieningen 4

Artikel 5 Financiële tegemoetkoming en persoonsgebonden budget bij woonvoorzieningen

Hoofdstuk 6 Vervoersvoorzieningen 5

Artikel 6 Persoonsgebonden budget bij vervoersvoorzieningen

Artikel 7 Financiële tegemoetkoming bij vervoersvoorzieningen

Hoofdstuk 7 Rolstoelen 6

Artikel 8 Het persoonsgebonden budget bij rolstoelen

Hoofdstuk 8 Slotbepalingen 6

Artikel 9 Citeertitel en inwerkingtreding

Bijlage I 7

Bijlage II 9

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Inkomen en peiljaar

1.Onder inkomen wordt verstaan:

het inkomen van de persoon met beperkingen en diens echtgenoot of degene die daar op grond van artikel 1, lid 2 en lid 3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning mee gelijk gesteld is.

  • 2.

    Tot het inkomen wordt gerekend:

    • a.

      de bruto-inkomsten uit arbeid, als bedoeld in de Loonbelastingwet 2001 en de Wet op de inkomstenbelasting 2001;

b.de bruto-inkomsten uit uitkeringen ingevolge de sociale zekerheidswetten en pensioenuitkeringen;

c.de opbrengsten uit onderneming, waaronder wordt verstaan het in het laatste boekjaar behaalde netto bedrijfsresultaat, verminderd met 24%;

d.de overige bruto inkomsten, zoals ontvangen bedragen ter zake van alimentatie, studiefinanciering krachtens de Wet op de studiefinanciering en uit vermogen.

3.Niet als inkomen worden aangemerkt:

a.uitkeringen en vergoedingen of tegemoetkoming in specifieke kosten;

b.individuele huur- en zorgtoeslagen;

c.kinderbijslag;

d.overlijdensuitkeringen;

e.kinderalimentatie;

f.uitkeringen kerkelijke/charitatieve instellingen;

g.niet in geld genoten inkomsten;

h.afkoopsommen liquidatiewet Ouderdomswet en Invaliditeitswetten;

4.Bij inkomsten als bedoeld in artikel 1, lid 2 onder a., b. en d. van dit Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerhugowaard worden in mindering gebracht: belastingen, sociale verzekeringspremies en pensioenpremie.

5.Met wijzigingen in het inkomen wordt rekening gehouden.

6.Bij de berekening van de eigen bijdrage wordt onder peiljaar verstaan het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin aan een persoon maatschappelijke ondersteuning is verleend.

Hoofdstuk 2 Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget.

Artikel 2. Regels rond verstrekking en verantwoording

  • 1.

    Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager.

  • 2.

    Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget.

  • 3.

    Over 1,5% van het netto pgb hoeft geen verantwoording te worden afgelegd. Hierbij geldt een minimum van € 250,- per jaar en een maximum van € 1.250,- per jaar. Dit “vrij besteedbare bedrag” is bestemd voor kleine uitgaven.

  • 4.

    De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college van burgemeester en wethouders vindt als genoemd in artikel 6, lid 5 van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning steekproefsgewijs plaats, na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar.

.

Hoofdstuk 3 Eigen bijdragen bij hulp bij het huishouden

Artikel 3. Omvang van de eigen bijdragen

  • 1. De eigen bijdrage van ongehuwde personen jonger dan 65 jaar bedraagt € 17,60 per vier weken. Bij een verzamelinkomen (bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001) in het peiljaar meer dan € 22.222,-- wordt het bedrag van € 17,60 verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn verzamelinkomen in het peiljaar en € 22.222,--. De totaal verschuldigde bijdrage dient in termijnen van vier weken te worden voldaan.

  • 2. De eigen bijdrage van ongehuwde personen van 65 jaar of ouder bedraagt € 17,60 per vier weken. Bij een verzamelinkomen (bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001) in het peiljaar meer dan € 15.256,-- wordt het bedrag van € 17,60 verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn verzamelinkomen in het peiljaar en € 15.256,--. De totaal verschuldigde bijdrage dient in termijnen van vier weken te worden voldaan.

  • 3. De eigen bijdrage van gehuwde personen, waarvan een van beiden jonger is dan 65 jaar, bedraagt € 25,20 per vier weken. Bij een gezamenlijk verzamelinkomen (bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001) in het peiljaar meer dan € 27.222,-- wordt het bedrag van € 25,20 verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen hun gezamenlijk verzamelinkomen in het peiljaar en € 27.222,--. De totaal verschuldigde bijdrage dient in termijnen van vier weken te worden voldaan.

  • 4. De eigen bijdrage van gehuwde personen die beiden ouder zijn dan 65 jaar bedraagt € 25,20 per vier weken. Bij een gezamenlijke verzamelinkomen (bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001) in het peiljaar meer dan € 21.058,-- wordt het bedrag van € 25,20 verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen hun gezamenlijk verzamelinkomen in het peiljaar en € 21.058,--. De totaal verschuldigde bijdrage dient in termijnen van vier weken te worden voldaan.

Hoofdstuk 4 Hulp bij het huishouden

Artikel 4. Vaststelling bedrag persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden

  • 1. De vaststelling van een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden vindt als volgt plaats: het bedrag dat beschikbaar wordt gesteld wordt ingedeeld naar indicatieklassen, zoals deze zijn opgenomen in artikel 11 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning.

  • 2. Er wordt een bedrag beschikbaar gesteld dat per klasse per jaar bedraagt:

    Klasse 1: € 938,-

    Klasse 2: € 2.817,-

    Klasse 3: € 5.166,-

    Klasse 4: € 7.984,-

    Klasse 5: € 10.802,-

    Klasse 6: € 13.617,-

    Terwijl bij additionele uren die boven klasse 6 op basis van de hardheidsclausule worden toegekend een uurbedrag van € 18,25 wordt gehanteerd.

Hoofdstuk 5 Woonvoorzieningen

Artikel 5. Financiële tegemoetkoming en persoonsgebonden budget bij woonvoorzieningen

  • 1. De financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college van burgemeester en wethouders geaccepteerde offerte.

  • 2. Het bedrag dat als maximum verstrekt wordt bij het bezoekbaar maken van de woning als genoemd in artikel 19 lid 5 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerhugowaard bedraagt € 2.076,-.

  • 3. Het bedrag voor de verhuis- en inrichtingskostenvergoeding als genoemd in artikel 15 sub a van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerhugowaard bedraagt € 2.076,-

  • 4. Het maximumbedrag voor de kosten van onderhoud, keuring en reparatie van woonvoorzieningen als bedoeld in artikel 15 sub d wordt geregeld in bijlage I van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerhugowaard.

  • 5. De hoogte van het maximale bedrag dat wordt verleend voor het verwijderen van voorzieningen als bedoeld in artikel 15 sub g van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerhugowaard bedraagt € 1.558,--.

  • 6. De hoogte van de financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 15 sub f van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerhugowaard wordt bepaald op basis van de gederfde huurinkomsten.

  • 7. Het maximumbedrag voor de kosten van een niet bouwkundige of woontechnische woonvoorziening in de vorm van een woningsanering wordt geregeld in bijlage II van dit Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerhugowaard.

Hoofdstuk 6 Vervoersvoorzieningen

Artikel 6. Persoonsgebonden budget bij vervoersvoorzieningen

Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de huurprijs van de voorziening inclusief onderhoud en reparatie zoals dat door het college van burgemeester en wethouders aan de gecontracteerde aanbieder wordt betaald.

Artikel 7. Financiële tegemoetkoming bij vervoersvoorzieningen

1.Met inachtneming van hetgeen in de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente

Heerhugowaard is bepaald, wordt bij de vaststelling van de vervoersvoorziening uitgegaan van de volgende bedragen:

a voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een eigen auto of taxi (voor regionaal en bovenregionaal vervoer) geldt een normbedrag van

€ 894,- per jaar.

b.voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een bruikleenauto geldt een normbedrag van

€ 556,- per jaar;

  • c.

    voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een taxi voor bovenregionaal vervoer geldt een normbedrag van € 260,-;

  • d.

    voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi voor regionaal en bovenregionaal vervoer geldt een normbedrag van € 1.344,-;

  • e.

    voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi voor bovenregionaal vervoer geldt een tegemoetkoming van € 364,-.

    • 2.

      Indien de gehandicapte daar de voorkeur aan geeft, kan hij in plaats van het verstrekken van een voorziening zoals bedoeld in de Verordening in artikel 22 sub b in aanmerking worden gebracht voor een forfaitaire vergoeding van € 333,- per jaar voor het gebruik van een eigen vervoermiddel, voor zover deze vergoeding niet hoger is dan de kosten van de voor hem geïndiceerde voorziening.

    • 3.

      Voor zover de vervoersbehoeften van echtgenoten niet samenvallen, wordt niet meer dan anderhalf maal een enkele vergoeding toegekend.

Hoofdstuk 7 Rolstoelen

Artikel 8. Het persoonsgebonden budget bij rolstoelen

  • 1. Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel wordt vastgesteld aan de hand van de huurprijs inclusief onderhoud en reparatie zoals die door het college van burgemeester en wethouders aan de gecontracteerde aanbieder wordt betaald.

  • 2. Een sportrolstoel wordt uitsluitend verstrekt als persoonsgebonden budget. Het bedrag van dit persoonsgebonden budget bedraagt € 2309,-, welk bedrag bedoeld is als tegemoetkoming in aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel voor een periode van drie jaar.

Hoofdstuk8 Slotbepalingen

Artikel 9. Citeertitel en inwerkingtreding

1.Dit besluit kan worden aangehaald als het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerhugowaard.

2.Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.

BIJLAGE I

Maximale vergoeding van kosten van onderhoud, keuring en reparatie ingevolge artikel 2.16 van de verordening.

Alleen de werkelijk gemaakte kosten (met een maximum van de in de tabel genoemde bedragen) van

keuring, onderhoud en reparatie aan de hieronder genoemde onderdelen komen in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming:

  • a.

    stoelliften;

  • b.

    rolstoel- of sta-plateauliften;

  • c.

    woonhuisliften;

  • d.

    hefplateauliften;

  • e.

    mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte verstelbaar keukenblok, bad of wastafel;

  • f.

    elektromechanische openings- en sluitingsmechanismen van deuren.

Uitsluitend werkelijk gemaakte kosten van reparatie aan hieronder genoemde onderdelen komen voor vergoeding in aanmerking:

  • a.

    toilet met föhn en onderspoelinrichting;

  • b.

    intercominstallatie ten behoeve van ADL-projecten;

  • c.

    intercom/deurontgrendelingssystemen.

De maximale vergoeding van kosten voor onderhoud en keuring van diverse soorten liften in woningen en trappenhuizen bedraagt:

Keuring van liften

Beginkeuring

Kosten

excl. BTW

Frequentie

periodieke

keuring

Kosten

excl. BTW

per uur

Stoelliften

ja

€ 278,-

1 x per 4 jr.

€ 202,-

Rolstoel-

plateauliften

ja

€ 278,-

1 x per 4 jr.

€ 202,-

Sta-plateauliften

ja

€ 278,-

1 x per 4 jr.

€ 202,-

Woonhuisliften

ja

€ 431,-

1 x per 1,5 jr.

€ 247,-

Hefplateauliften

ja

€ 437,-

1 x per 1,5 jr.

€ 251,-

Voetnoot: In de bovengenoemde bedragen zijn opgenomen de kosten voor de keuring door het Liftinstituut (50%), alsmede de kosten van de noodzakelijke assistentie door de onderhoudsfirma (eveneens 50%).

* Balansliften worden niet meer nieuw gemaakt. Beginkeuringen zullen daarom nauwelijks nog voorkomen. Bestaande balansliften kunnen nog wel gewoon gekeurd en onderhouden worden. Het liftinstituut berekent de kosten voor periodieke keuring van balansliften op grond van een uurtarief van € 73,-.

_________________________________________________________________________________

Onderhoud van

Frequentie

periodiek onderhoud

Kosten excl. BTW

Stoelliften

1 x per jaar

€ 140,-

Rolstoel-plateauliften

1 x per jaar

€ 140,-

Sta-plateauliften

1 x per jaar

€ 140,-

Woonhuisliften

2 x per jaar

€ 202,-

Hefplateauliften

2 x per jaar

€ 140,-

Voetnoot: Maximale toeslagen op bovengenoemde tarieven:

  • -

    50% voor installaties geplaatst buiten de woning;

  • -

    50% voor installaties die meer dan één verdieping overbruggen;

  • -

    50% voor installaties, uitgevoerd met elektrisch aangedreven plateaus en/of afrijdbeveiliging resp. elektrisch wegklapbare raildelen.

BIJLAGE II

Indien een woningsanering is geïndiceerd, wordt een tegemoetkoming van een gemaximeerde bedrag verstrekt aan de gehandicapte voor vervanging van de stoffering, of indien de kosten lager zijn, het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten:

0 – 2 jaar 100% vergoeding tot maximum € 500,-

2 – 4 jaar 75% van de gemaximeerde vergoeding

4 – 6 jaar 50% van de gemaximeerde vergoeding

6 – 8 jaar 25% van de gemaximeerde vergoeding

> 8 jaar geen vergoeding meer