Verordening Urgentiecommissie Woonruimteverdeling Hellevoetsluis 2003

Geldend van 08-01-2004 t/m heden

Intitulé

Verordening Urgentiecommissie Woonruimteverdeling Hellevoetsluis 2003

Nummer: 20-11-03\10

De raad der gemeente Hellevoetsluis;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van: 7 oktober 2003 nummer 20-11-03\10;

gelet op het bepaalde in de Huisvestingswet;

gelet op de Huisvestingsrichtlijn Stadsregio Rotterdam 2002;

gelet op artikel 2.5.1. tot en met 2.5.4. van de Huisvestingsverordening 2003 van Hellevoetsluis;

besluit:

vast te stellen de Verordening Urgentiecommissie Woonruimteverdeling Hellevoetsluis 2003, houdende regels omtrent de behandeling van urgentieaanvragen.

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    wet : de Huisvestingswet;

  • b.

    urgentiecommissie : het orgaan dat op grond van de Huisvestingsverordening Hellevoetsluis en de Huisvestingsrichtlijn Stadsregio Rotterdam op verzoek van de aanvrager, advies verleent in de beoordeling of hij een urgentieverklaring verkrijgt voor het opheffen van een ernstig woonprobleem;

  • c.

    aanvrager : degene die een verzoek indient om in aanmerking te komen voor een urgentieverklaring voor het verkrijgen van woonruimte;

  • d.

    woontrefpunt MaasDelta : het orgaan dat de woonruimteverdeling uitvoert, hierna te noemen “MaasDelta”.

HOOFDSTUK 2 BEHANDELING VAN DE URGENTIEAANVRAGEN

Afdeling 1 Urgentiecommissie

Artikel 2 Inleidende bepaling

Er is een urgentiecommissie die adviezen verleent op aanvragen voor urgentie die bij MaasDelta of college van burgemeester en wethouders zijn ingediend, op grond van de Huisvestingsverordening Hellevoetsluis en de Huisvestingsrichtlijn Stadsregio Rotterdam.

Artikel 3 Samenstelling van de urgentiecommissie

De urgentiecommissie bestaat uit een voorzitter en twee leden, die deskundigheid bezitten op het terrein van de volkshuisvesting. Zij worden benoemd door het college van burgemeester en wethouders. MaasDelta beveelt voor de benoeming twee leden aan. Op dezelfde wijze worden plaatsvervangende leden benoemd. Ten aanzien van hen zijn de voor de leden gegeven bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4 Secretariaat

  • 1. Het secretariaat van de urgentiecommissie wordt bekleed door een door burgemeester en wethouders aan te wijzen persoon.

  • 2. De secretaris woont de vergaderingen, zittingen en beraadslagingen bij en heeft een adviserende stem.

Artikel 5 Zittingsduur

  • 1. De voorzitter en de leden van de urgentiecommissie treden af op de dag van het aftreden van de gemeenteraad;

  • 2. De voorzitter en de leden van de urgentiecommissie kunnen op ieder moment ontslag nemen;

  • 3. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de voorzitter en leden van de urgentiecommissie tussentijds te schorsen of ontslaan. Het besluit tot het verlenen van ontslag, anders dan op eigen verzoek, is met redenen omkleed;

  • 4. De aftredende voorzitter en de leden van de urgentiecommissie blijven hun functie vervullen, totdat in de opvolging is voorzien.

Artikel 6 Vergaderingen

De urgentiecommissie vergadert éénmaal per maand, of zo dikwijls haar voorzitter nodig acht of tenminste één lid aan de voorzitter, onder opgaaf van redenen, het verlangen daartoe schriftelijk kenbaar maakt.

Afdeling 2 Procedure

Artikel 7 De aanvraag

De aanvraag wordt geregistreerd in een gecombineerd aanvragen- en besluitenregister.

Artikel 8 Het aanvraagformulier

  • 1. Ter verkrijging van de noodzakelijke gegevens om tot beoordeling te komen of er recht op een urgentieverklaring bestaat, wordt van een aanvraagformulier gebruik gemaakt;

  • 2. De aanvrager dient het aanvraagformulier volledig in te vullen en te ondertekenen;

  • 3. De aanvrager is verplicht aan MaasDelta gegevens te verstrekken ter verifiëring van hetgeen op het aanvraagformulier is gesteld.

Artikel 9 Het onderzoek en de rapportage

  • 1. Door de urgentiecommissie wordt, na een daartoe ingesteld onderzoek, een rapportage met advies opgesteld waaruit kan worden opgemaakt of en in hoeverre er recht bestaat op een urgentieverklaring;

  • 2. De omvang van het onderzoek mag zich niet verder uitstrekken, dan tot datgene dat voor vaststelling van het recht op een urgentieverklaring noodzakelijk is;

  • 3. Wanneer dit voor het vaststellen van het recht op een urgentieverklaring noodzakelijk is, wint de urgentiecommissie ook inlichtingen in bij derden. De aanvrager wordt hiervan in kennis gesteld.

Artikel 10 Verslaglegging

De urgentiecommissie rapporteert jaarlijks over de genomen beslissingen en de aard van de urgentieaanvragen in het evaluatierapport woonruimteverdeling.

HOOFDSTUK 3 SLOTBEPALINGEN

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening Urgentiecommissie Woonruimteverdeling Hellevoetsluis 2003 onder gelijktijdige intrekking van de Verordening Urgentiecommissie 1998.

  • 2. Deze verordening treedt ingevolge artikel 22, lid 2 van de Tijdelijke Referendumwet niet eerder in werking dan zes weken na de bekendmaking ervan.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 20 november 2003.
De raad voornoemd,
de griffier, de voorzitter,
H.J. van der Graaff, C.A. Kleijwegt.