Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Het Hogeland

Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ Het Hogeland 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHet Hogeland
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingHandhavingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ Het Hogeland 2019
CiteertitelHandhavingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ, Het Hogeland 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 8b van de Participatiewet
  2. artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
  3. artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

05-01-201901-01-2019Nieuwe regeling

02-01-2019

gmb-2019-2725

Tekst van de regeling

Intitulé

Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ Het Hogeland 2019

De raad van de gemeente Het Hogeland;

gelet op artikel 8b van de Participatiewet, artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);

besluit de Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ, Het Hogeland 2019 vast te stellen.

 

Artikel 1. Begrippen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    de wet: de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);

  • 2.

    handhaving: een stelsel van preventieve en repressieve maatregelen, gericht op het voorkomen, ontmoedigen en bestrijden van misbruik of oneigenlijk gebruik van een uitkering of inkomensvoorziening.

  • 3.

    fraude: het verstrekken van onjuiste en/ of onvolledige gegevens dan wel het verzwijgen of niet (tijdig) verstrekken van, voor de bepaling van het recht op uitkering en de duur en de hoogte van de uitkering, relevante gegevens, met als gevolg dat de uitkering geheel of gedeeltelijk ten onrechte wordt verstrekt. Veel voorkomende gevallen van fraude zijn het niet melden van betaald werk naast de uitkering, verandering in de leefsituatie of aanwas van vermogen. Vergissingen en slordigheden van de klant kunnen hier ook onder vallen, afhankelijk van de mate van verwijdbaarheid.

  • 4.

    misbruik: het verwijtbaar ontvangen van een uitkering in strijd met de wettelijke voorschriften.

  • 5.

    oneigenlijk gebruik: het ontvangen van een uitkering volgens de regels van de wet, maar in strijd met de bedoeling van de wet zoals die bij de totstandkoming van de wet bestond.

  • 6.

    benadelingsbedrag: het bedrag dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.

  • 7.

    inlichtingenplicht: de plicht zoals bedoeld in de wet, of de verplichtingen bedoeld in artikel 30c tweede en derde lid, Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

  • 8.

    aangiftegrens: de grens als bedoeld in de Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude.

  • 9.

    Begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Algemene Wet bestuursrecht en de Gemeentewet.

Artikel 2. Opdracht aan het college

  • 1.

    Het college stelt een plan vast waarin staat beschreven hoe zorg wordt gedragen voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.

  • 2.

    Het college hanteert in dit plan de volgende visie-elementen voor het voorkomen en opsporen van fraude:

    • a.

      het vroegtijdig informeren van cliënten over, rechten, plichten en handhaving;

    • b.

      het optimaliseren van de dienstverlening;

    • c.

      vroegtijdige detectie en afhandeling van fraudesignalen;

    • d.

      bij geconstateerde fraude daadwerkelijk sanctioneren.

  • 3.

    Het college beschrijft in dit plan tenminste:

    • a.

      de wijze van controle bij de aanvraag, de voortzetting en bij beëindiging van de bijstand;

    • b.

      het gebruik van signaal- en risicosturing bij de beoordeling van het recht op bijstand;

    • c.

      de uitvoering van onderzoeken en bestandsvergelijkingen waarbij actuele gegevens worden gecontroleerd.

Artikel 3. Verantwoording

Het college informeert de raad via het jaarverslag van de uitvoeringsorganisatie en de kwartaalrapportages inhoudelijk over de uitvoering en resultaten van de opsporing en de controleactiviteiten.

Artikel 4. Terugvordering, invordering, kwijtschelding en verhaal

Het college draagt zorg voor de terugvordering, de invordering, de kwijtschelding en het verhaal van de kosten van de bijstand of de uitkering.

Artikel 5. Het afstemmen van de bijstand/ uitkering dan wel het opleggen van een bestuurlijke boete

  • 1.

    Als de belanghebbende de verplichtingen voortvloeiend uit de Participatiewet, de IOAW of de IOAZ niet of onvoldoende nakomt, stemt het college de bijstand of de uitkering af conform de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ.

  • 2.

    Als de belanghebbende onvoldoende besef van verantwoordelijkheid toont, stemt het college de bijstand of de uitkering af conform de Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ.

  • 3.

    Als een belanghebbende een schending van inlichtingenplicht pleegt, wordt krachtens de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ een bestuurlijke boete opgelegd.

Artikel 6. Aangifte bij het Openbaar Ministerie

Indien een gedraging van een belanghebbende als bedoeld in artikel 4 leidt tot benadeling van de gemeente, doet het college aangifte bij het Openbaar Ministerie, in overeenstemming met de door het Openbaar Ministerie gehanteerde uitgangspunten.

Artikel 7. Slotbepalingen

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van het bepaalde bij of krachtens deze verordening, indien toepassing van de verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 8. Intrekking oude verordening

De Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ van de gemeenten Bedum, De Marne, Winsum en Eemsmond, op 22 september 2016 vastgesteld door de raad van de gemeente Bedum, op 27 september 2016 vastgesteld door de raad van de gemeente De Marne, op 27 september 2016 vastgesteld door de raad van de gemeente Winsum en op 29 september 2016 vastgesteld door de raad van de gemeente Eemsmond, wordt ingetrokken.

Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt op dag volgende op de dag van bekendmaking in werking en werkt terug tot 1 januari 2019.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ, Het Hogeland 2019.

 

Aldus vastgesteld door de raad van Het Hogeland op 2 januari 2019

De voorzitter, Henk Jan Bolding

De griffier, Pieter Norder