Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Hoeksche Waard

Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent Protocol vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdrager gemeente Hoeksche Waard 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHoeksche Waard
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBesluit van de gemeenteraad van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent Protocol vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdrager gemeente Hoeksche Waard 2019
CiteertitelProtocol vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdrager gemeente Hoeksche Waard 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

23-01-2019nieuwe regeling

02-01-2019

gmb-2019-14750

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent Protocol vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdrager gemeente Hoeksche Waard 2019

Inleiding

Gedragscode raadsleden en commissieleden

In de Gedragscode integriteit raadsleden en commissieleden Hoeksche waard 2019 is (in artikel 6.2) bepaald dat op voorstel van de burgemeester de raad afspraken maakt over de processtappen die worden gevolgd in geval van een vermoeden van een integriteitsschending door een politieke ambtsdrager van de gemeente. Die afspraken maken onderdeel uit van de gedragscode.

 

In artikel 6.3 is bepaald dat als een raadslid in het geval van een concrete integriteitskwestie twijfels heeft over de uitleg of strekking van de gedragscode hij die twijfels kenbaar maakt aan de burgemeester. De burgemeester kan vervolgens het fractievoorzittersoverleg hierover consulteren.

 

In die gedragscode staat dat als een raadslid een geschenk ontvangt, hij dit meldt aan de griffier. Die kan dit eventueel voorleggen aan de burgemeester of aan het fractievoorzittersoverleg. Hetzelfde geldt voor door een raadslid ontvangen uitnodigingen.

 

Het fractievoorzittersoverleg fungeert als Commissie integriteit: deze commissie vervult een ambassadeursrol voor het thema integriteit en vormt het aanspreekpunt over algemene integriteitsvraagstukken. De burgemeester is de contactpersoon integriteit: hij is het aanspreekpunt voor zo wel algemene als op een individueel raadslid toegespitste integriteitskwestie. Hij heeft tot taak het raadslid van informatie en advies te voorzien en het begeleiden van het raadslid bij het doen van een melding.

 

Gedragscode burgemeester en wethouders

Ook in de gedragscode voor het college staat vermeld dat de raad op voorstel van de burgemeester afspraken maakt over de processtappen die worden gevolgd in het geval van een vermoeden van een integriteitsschending. Als contactpersoon fungeert de burgemeester of (als de integriteitskwestie de burgemeester betreft) de loco burgemeester.

 

Wat te doen in een concreet geval

Beide bovengenoemde gedragscodes bevatten inhoudelijke normen op het gebied van het aannemen van geschenken en uitnodigingen, omgaan met informatie, gebruik van gemeentelijke voorzieningen, enz. In paragraaf 6 van de codes wordt in algemene zin ingegaan op de uitvoering van de code, maar tevens wordt voorgeschreven dat er en protocol moet komen waarin concrete afspraken staan over welke stappen moeten worden gezet in een concreet geval. Dit document voorziet daarin. Bij het opstellen van dit document is gebruik gemaakt van protocollen van andere gemeenten.

1. Algemeen

  • 1.1

    Onder politieke ambtsdragers worden verstaan: de burgemeester, de wethouders, de raadsleden en de commissieleden.

  • 1.2

    Onder integriteitsschendingen en ambtsmisdrijven wordt verstaan (niet limitatief):

    • a.

      handelen in strijd met de Gedragscode integriteit raadsleden en commissieleden Hoeksche Waard 2019 en de Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders Hoeksche Waard 2019;

    • b.

      een financiële schending zoals diefstal of fraude;

    • c.

      misbruik van positie en belangenverstrengeling zoals omkoping, het aannemen/vragen van geschenken of ongeoorloofde nevenactiviteiten;

    • d.

      lekken en misbruik van informatie zoals raadplegen informatie uit vertrouwelijke documenten of het aan derden verstrekken van vertrouwelijke informatie;

    • e.

      misbruik van bevoegdheden zoals valsheid in geschrifte of ongeoorloofde dwangmiddelen;

    • f.

      misbruik van gemeentelijke bedrijfsmiddelen en overtreding van interne regels zoals ongewenst gebruik van email/internet of gebruik van alcohol en drugs

    • g.

      ongewenste omgangsvormen zoals seksuele intimidatie, discriminatie of pesten;

    • h.

      misdragingen in de privésfeer zoals ongewenste contacten in het criminele circuit;

    • i.

      het bevoordelen van personen uit de privé omgeving.

  • 1.3

    In gevallen waarin dit protocol niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, wordt de handelwijze bepaald door de burgemeester of (als de melding de burgemeester betreft) de loco burgemeester.

  • 1.4

    Het protocol is openbaar en door derden te raadplegen.

  • 1.5

    De burgemeester, de wethouders, de raadsleden en de commissieleden ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van dit protocol;.

  • 1.6

    Bij het gebruik van dit protocol zijn de Gedragscode integriteit raadsleden en commissieleden Hoeksche Waard 2019 en de Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders Hoeksche Waard 2019 uitgangspunt.

  • 1.7

    Onder externe onderzoeker wordt verstaan de onderzoeker (of het onderzoeksbureau) die in op dracht van de burgemeester onderzoek doet naar aanleiding van een melding van integriteitsschending of een incident.

2. Procedurele bepalingen

  • 2.1

    Een melding van een vermoeden van integriteitsschending door een politieke ambtsdrager kan door een ieder (ook anoniem) worden gedaan.

  • 2.2

    De melding kan mondeling of schriftelijk worden gedaan en moet worden ingediend bij de burgemeester. Indien de melding betrekking heeft op de burgemeester, dan wordt de melding ingediend bij de loco burgemeester. De burgemeester brengt degene over wie de melding is gedaan direct op de hoogte van de gedane melding.

  • 2.3

    De burgemeester onderzoekt de melding en gaat na of de melding dusdanig concreet is en van een zodanige ernst dat een vooronderzoek als bedoeld in artikel 3 noodzakelijk is. Over de vraag naar de concreetheid en ernst van de melding kan de burgemeester zich later adviseren.

  • 2.4

    Indien de burgemeester vaststelt dat de melding onvoldoende concreet is dan wel een onvoldoende ernstig karakter heeft, besluit hij het onderzoek niet verder voort te zetten. Van deze beslissing worden de melder en de politieke ambtsdrager over wie de melding is gedaan schriftelijk binnen een redelijke termijn in kennis gesteld.

  • 2.5

    Indien de burgemeester op grond van de bevindingen vaststelt dat de melding voldoende concreet is en een voldoende ernstig karakter heeft, besluit hij een vooronderzoek als bedoeld in artikel 3 in te stellen. Van deze beslissing worden de melder en de politieke ambtsdrager over wie de melding is gedaan schriftelijk binnen een redelijke termijn in kennis gesteld.

3 Vooronderzoek

  • 3.1

    Het vooronderzoek vindt plaats op een door de burgemeester te bepalen wijze, waarbij voor de betreffende melding de meest geëigende onderzoeksmethode wordt gekozen.

  • 3.2

    Van het vooronderzoek wordt een rapport van bevindingen opgemaakt.

  • 3.3

    De burgemeester doet vertrouwelijk mededeling van de resultaten van het vooronderzoek aan het fractievoorzittersoverleg en het college.

  • 3.4

    Als het vooronderzoek geen aanleiding geeft voor het instellen van een nader onderzoek, besluit de burgemeester het onderzoek niet voort te zetten. Van deze beslissing worden de melder alsmede de politieke ambtsdrager over wie de melding is gedaan schriftelijk in kennis gesteld.

  • 3.5

    Indien op grond van de bevindingen uit het vooronderzoek de noodzaak blijkt tot het verrichten van een nader onderzoek, besluit de burgemeester een feitenonderzoek als bedoeld in artikel 4 in te stellen.

  • 3.6

    In het geval van een vermoeden van integriteitsschending van de burgemeester wordt, indien op grond van de bevindingen uit het vooronderzoek wordt besloten tot het instellen van een feitenonderzoek, de Commissaris van de Koning in kennis gesteld.

4 Feitenonderzoek

  • 4.1

    Van de beslissing een feitenonderzoek in te stellen wordt de betrokken politieke ambtsdrager in kennis gesteld. Tevens worden het fractievoorzittersoverleg, het college en de melder in kennis gesteld.

  • 4.2

    De burgemeester kan in overleg met het fractievoorzittersoverleg een schriftelijke opdracht voor het feitenonderzoek aan een onafhankelijk externe onderzoeker verstrekken.

  • 4.3

    De bevindingen uit het feitenonderzoek worden vastgelegd in een onderzoeksrapportage.

5. Onderzoeksrapportage

  • 5.1

    De onderzoeksrapportage wordt door de burgemeester vertrouwelijk aangeboden aan het college en de raad. De onderzoeksrapportage bevat alle informatie die nodig is om een oordeel te kunnen vormen over de aannemelijkheid en mate van verwijtbaarheid van het vermoeden van de integriteitsschending. Indien het onderzoek betrekking heeft op een commissielid, dan ontvangt dat commissielid een afschrift van de onderzoeksrapportage.

  • 5.2

    De raad besluit in hoeverre en op welke wijze de onderzoeksrapportage geheel of gedeeltelijk openbaar wordt gemaakt en wie daartoe mandaat krijgt.

  • 5.3

    Na kennisname van de onderzoeksrapportage beoordeelt de raad of de rapportage aanleiding geeft om aangifte te doen en/of een ander middel in te zetten.

6 Horen van betrokkene en getuigen

  • 6.1

    De betrokkene politieke ambtsdrager en getuigen kunnen worden gehoord.

  • 6.2

    De betrokken politieke ambtsdrager en getuigen worden vooraf op de hoogte gesteld van de aard en de mogelijke duur van het gesprek. Hen wordt meegedeeld dat zij zich kunnen laten bijstaan door een raadsman.

  • 6.3

    In het geval van een feitenonderzoek wordt er een gespreksverslag opgemaakt en ondertekend door de onderzoekers en de getuigen/betrokken politieke ambtsdrager.

  • 6.4

    Degene die is gehoord krijgt de mogelijkheid om binnen 5 werkdagen schriftelijk te reageren op het betreffende gespreksverslag.

  • 6.5

    Als degene die is gehoord weigert het gespreksverslag te ondertekenen wordt daarvan melding gemaakt in het verslag. Als degene die is gehoord dat wil wordt er een schriftelijke weergave van diens afwijkende mening bij het gespreksverslag gevoegd.

7 Communicatie

  • 7.1

    De burgemeester zorgt voor de interne en externe communicatie.

  • 7.2

    Voor de interne en externe communicatie worden de verschillende belangen, voornamelijk het belang van het onderzoek, het belang van het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken politieke ambtsdrager en het belang van transparantie, nauwkeurig afgewogen.

8 Aangifte

  • 8.1

    Als er op enig moment een vermoeden is van een strafbaar feit doet de burgemeester na overleg met het college of het fractievoorzittersoverleg aangifte bij de politie.

  • 8.2

    Vanaf dat moment wordt alle beschikbare informatie voorgelegd aan de politie, eventueel na overleg met de officier van justitie.

  • 8.3

    Het bestaan van een strafrechtelijk onderzoek naar een strafbaar feit laat onverlet dat de burgemeester een feitenonderzoek, zoals bedoeld in artikel 4, kan instellen of een civielrechtelijke procedure tegen de betrokken politieke ambtsdrager kan instellen.

9 Vermoeden van een opzettelijke valse beschuldiging

  • 9.1

    Als er op enig moment een vermoeden is van een opzettelijke valse beschuldiging doet de burgemeester, indien naar zijn oordeel sprake is van een strafbaar feit, aangifte bij de politie.

  • 9.2

    De gemeente kan bij een vermoeden van een opzettelijke valse beschuldiging de betreffende melder aansprakelijk stellen voor de eventuele door de gemeente geleden schade.

10 Registratieformulier integriteitsschendingen

De gemelde vermoedens van integriteitsschendingen, de aard van de daarop volgende onderzoeken en de afdoeningen worden vastgelegde in het formulier “registratie integriteitsschendingen”. Dit formulier is als bijlage bij dit protocol gevoegd.

Bijlage: 1 (registratieformulier)

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2 januari 2019,

De griffier,

E.R.M. Hesen

De voorzitter,

P.A.C.M. van der Velden