Regeling vervallen per 07-12-2019

Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting

Geldend van 01-01-2017 t/m 06-12-2019

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting

De raad van de gemeente Hollands Kroon

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 oktober 2016

Gelet op artikel 224 van de Gemeentewet

Besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting

Artikel 1 - Belastbaar feit

Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor:

  • 1.

    het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente.

  • 2.

    het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente op vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente.

Artikel 2 - Belastingplicht

  • 1. Belastingplichtig is:

    • a.

      degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid.

    • b.

      degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1, tweede lid, aan hem ter beschikking staande ligplaatsen of op hem ter beschikking staande vaartuigen.

  • 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.

  • 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.

Artikel 3 - Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:

  • 1.

    van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen .

  • 2.

    van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 , die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet , en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

  • 3.

    van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd;

  • 4.

    Van degene, beneden de leeftijd van 15 jaar, die om sociaal-medische reden verblijf houden alsmede hun begeleiders.

  • 5.

    van degene die werkzaam is binnen het grondgebied van de gemeente Hollands Kroon.

  • 6.

    door degene die verblijf houden aan boord van:

    • a.

      een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen en hulpbehoevenden of van ouden van dagen;

    • b.

      kano’s, roei- en volgboten;

    • c.

      motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter;

    • d.

      een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijk watergebied bevindt;

  • 7.

    Als het verblijf een schoolreis en/of werkweek betreft, georganiseerd door een van overheidswege erkende onderwijsinstelling.

Artikel 4 - Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.

Artikel 5 - Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

  • A. Voor de toeristenbelasting vallend onder artikel 1, eerste lid wordt:

    • 1.

      het aantal personen dat heeft overnacht, met betrekking tot:

    • a.

      vakantie-onderkomens en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten bepaald op het aantal slaapplaatsen;

    • b.

      mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen bepaald op:

      1. twee personen indien het aantal slaapplaatsen drie of minder bedraagt;

      2. drie personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie bedraagt;

    • c.

      mobiele kampeeronderkomens op niet vaste standplaatsen bepaald op de som van het aantal kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van maximaal drie personen, vermenigvuldigt met 2 en het aantal kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van meer dan drie personen, vermenigvuldigt met 3.

    • 2.

      het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht:

    • a.

      ingeval verblijf wordt gehouden in vakantie-onderkomens, niet beroepsmatig verhuurde ruimten dan wel op vaste standplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende een periode van:

      1. ten hoogste drie maanden bepaald op 40;

      2. meer dan drie doch ten hoogste zes maanden bepaald op 50;

      3. meer dan zes doch ten hoogste negen maanden bepaald op 60;

      4. meer dan negen doch ten hoogste twaalf maanden bepaald op 70;

    • b.

      ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens op niet vaste standplaatsen bepaald op 365.

    • 3.

      het aantal mobiele kampeeronderkomens als bedoeld in het eerste lid, letter c, wordt vastgesteld op het gemiddelde van een aantal tellingen in de maanden juni, juli en augustus van het belastingjaar.

  • B. Voor de toeristenbelasting vallend onder artikel 1, tweede lid wordt:

    • 1.

      1. terzake van vaartuigen met een vaste ligplaats het aantal personen die verblijf hebben gehouden, bepaald op:

    • a.

      2 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 4, maar ten hoogste 8 meter;

    • b.

      2,5 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 8, maar ten hoogste 12 meter;

    • c.

      3 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12 meter.

    • 2.

      het aantal nachten dat is gehouden, bepaald op 20.

Artikel 6 - Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing

  • 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 4 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 4 berekende aantal.

  • 2. Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan desgewenst per ligplaats worden voldaan.

Artikel 7 - Belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de jaarlijks door de gemeenteraad vast te stellen Nota tarieven.

Artikel 8 - Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 9 - Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 10 - Aanslaggrens

Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, tijdens het belastingjaar minder dan tien zal of heeft belopen.

Artikel 11 - Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2. In afwijking van het eerste lid geldt:

    • 1.

      zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

    • 2.

      In afwijking op lid 2 sub 1 van dit artikel moet in geval het totale aanslagbedrag, van op één aanslagbiljet verenigde aanslagen of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat, kleiner is dan

      € 80,00 of meer bedraagt dan € 2.000, de aanslag in twee gelijke bedragen worden betaald, conform lid 1 van dit artikel.

  • 3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 12 - Kwijtschelding

Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 13 - Aanmeldingsplicht

De belastingplichtige bedoelt in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, dat schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.

Artikel 14 - Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van de toeristenbelasting.

Artikel 15 - Overgangsbepalingen

De ‘Verordening toeristenbelasting 2014’ van de gemeente Hollands Kroon van 1 oktober 2013 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 16, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 16 - Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.

Artikel 17 - Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening toeristenbelasting’

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 29 november 2016,
De Raad voornoemd,
Griffier Voorzitter