Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Hoorn

Mandaatbesluit 2011-V

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHoorn
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingMandaatbesluit 2011-V
CiteertitelMandaatbesluit 2011-V
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp001 bestuursorganen
Externe bijlagebijlage Mandaatbesluit 2011-V Register

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Mandaat van de Algemene wet bestuursrecht, art. 10.1.1

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

16-05-201325-04-2014nieuwe regeling

29-04-2013

Gemeenteblad 2013-19a

2013 13.15074

Tekst van de regeling

Intitulé

Mandaatbesluit 2011-V

Corsaregistratienummer: 13.15074

 

Het college en de burgemeester van de gemeente Hoorn:

 

gelezen het voorstel van de afdeling Advies en Control;

 

overwegende dat het wenselijk is wijzigingen door te voeren in het Mandaatbesluit 2011 - IV en het daarbij behorende register voor de volgende onderwerpen:

  • 1.

    De bevoegdheid om vergunningen op grond van de Havenverordening in te trekken in het vervolg te mandateren aan de portefeuillehouder EZ in plaats van het college.

  • 2.

    De bevoegdheid om gebruik te maken van eHerkenning als elektronische handtekening en ondertekenen van besluiten hierover.

  • 3.

    De bevoegdheid om besluiten te nemen inzake het wijzigen van een vergunning door verandering van inrichting en op verzoeken tot wijzigingen van het aanhangsel drank- en horecavergunning. bevoegdheden in het kader van deze wet zijn overgegaan van het college naar de burgemeester. Daarom moet het mandaatbesluit worden aangepast.

  • 4.

    Op diverse plaatsen in het mandaatbesluit zijn daarnaast tekstuele aanpassingen doorgevoerd in het register.

 

gelet op de bepalingen van afdeling 10.1.1 Mandaat van de Algemene wet bestuursrecht;

 

besluit

 

vast te stellen het

 

Mandaatbesluit 2011-V

overeenkomstig de bijlage waarop de geconsolideerde tekst van het Mandaatbesluit 2011 -V en het daarbij behorende Register 2011 -V is weergegeven.

 

Bijlage Mandaatbesluit 2011-V: Register 2011-V

ARTIKEL 1 BEGRIPSOMSCHRIJVING

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    afdelingshoofden: de hoofden van de afdelingen Advies en Control, Middelen en Beheer, Publiekszaken, Sociale Zaken, Stadsontwikkeling, Stadsbeheer, Veiligheid, Vergunningen & Handhaving en Welzijn;

    • i.

      De bureauhoofden Advies en Control zijn aan te merken als afdelingshoofd Advies en Control omdat de functie van afdelingshoofd in verband met de ombuigingen niet meer wordt ingevuld.

    • ii.

      de directeur/archivaris van het Westfries Archief, de directeur van het Westfries Museum en de commandant van de Brandweer worden geacht afdelingshoofd te zijn.

  • b.

    adjunct-secretaris: de directeur bedrijfsvoering en eerste loco-secretaris (vooral van belang in het kader van het tweede lid van artikel 4);

  • c.

    afdoeningsmandaat: de gemandateerde besluit en ondertekent namens het bestuursorgaan;

  • d.

    budgetbeheerder: de budgetbeheerder zoals beschreven in de Nota Budgethouderschap: de spelregels in Hoorn (2005);

  • e.

    budgethouder: de budgethouder zoals beschreven in de Nota Budgethouderschap: de spelregels in Hoorn (2005);

  • f.

    bureauhoofd: de functionaris belast met en verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van een bureau (een door het afdelingshoofd benoemde organisatorische eenheid, onderdeel van een afdeling);

  • g.

    directie: het hoogste ambtelijke orgaan bestaande uit de algemeen directeur en de directeur bedrijfsvoering, door ons benoemd als eindverantwoordelijken voor de algemene leiding en bedrijfsvoering van de ambtelijke organisatie;

  • h.

    loco-secretaris: een (van de) functionaris(sen) die de gemeentesecretaris op basis van artikel 106 van de Gemeentewet vervangt bij diens afwezigheid in zijn taken in verhouding tot het college, de burgemeester en de door hen ingestelde commissies;

  • i.

    machtiging: de verklaring waarin iemand (de machtiginggever) een ander (de gemachtigde) de bevoegdheid verleent om handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;

  • j.

    mandaat: het opdragen van de bevoegdheid aan iemand (de gemandateerde) om in naam van een bestuursorgaan (mandaatverlener) besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Awb te nemen en te ondertekenen;

  • k.

    medewerker: een binnen een afdeling of bureau werkzame medewerker;

  • l.

    ondertekeningsmandaat: de gemandateerde tekent namens het bestuursorgaan nadat het bestuursorgaan zelf besloten heeft;

  • m.

    register: een bij dit besluit behorende bijlage waarin bevoegdheden zijn opgesomd die gemandateerd zijn c.q. waarvoor volmacht of machtiging is verleend;

  • n.

    secretaris: de gemeentesecretaris van de gemeente Hoorn, tevens algemeen directeur van de ambtelijke organisatie; volmacht: de verklaring waarin iemand (de volmachtgever) een andere binnen de eigen organisatie werkende persoon (de gevolmachtigde) de bevoegdheid verleent (een) privaatrechtelijke rechtshandeling(en) in zijn naam te verrichten;

  • o.

    wethoudersmandaat: het uitoefenen van bevoegdheden van het college door een of meer leden van het college zoals geregeld in artikel 168 van de Gemeentewet.

ARTIKEL 2 REIKWIJDTE

  • 1.

    Het in de bijlage opgenomen register is een onlosmakelijk onderdeel van dit besluit.

  • 2.

    Voor het in onze naam nemen van besluiten als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb evenals het ondertekenen van de daaruit voortvloeiende stukken, ter uitoefening van de in het register opgenomen bevoegdheden, wordt mandaat verleend aan de in het register bij die bevoegdheid vermelde wethouders (deel 1.) en aan ambtelijke functionarissen (delen 2. tot en met 9.).

  • 3.

    Volmacht en machtiging worden aan ambtelijke functionarissen verleend (zie onderdeel 10. van het register).

  • 4.

    Mandatering van bevoegdheden op grond van dit besluit geldt niet als de bevoegdheid inhoudelijk betrekking heeft op de eigen functie.

ARTIKEL 3 GEBRUIK MANDAAT

  • 1.

    Van het mandaat c.q. volmacht en machtiging mag uitsluitend gebruik worden gemaakt, wanneer deze uitoefening van de bevoegdheid:

    • a.

      geschiedt in overeenstemming met terzake vastgestelde regelgeving en /of vastgestelde beleidsregels en/of door het bestuursorgaan vastgestelde beleidsnotities;

    • b.

      past binnen de voor de uitvoering van de taak beschikbaar gestelde budgeten en de vastgestelde personeelsformatie.

  • 2.

    De gemandateerde maakt van de hem opgedragen bevoegdheid geen gebruik indien:

    • a.

      een intern dan wel extern advies over de desbetreffende aangelegenheid niet overeenstemt met eerder uitgebrachte adviezen en/of beleidsnotities;

    • b.

      het beslissingen betreft:

      • ·

        op Awb-bezwaarschriften;

      • ·

        betreffende het instellen van (hoger) beroep of het vragen van voorlopige voorzieningen, dan wel andere gerechtelijke procedures;

      • ·

        het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van een dwangsom tenzij uitdrukkelijk in het register specifiek is beschreven;

      • ·

        het doen van voorstellen aan de raad;

      • ·

        het vaststellen van beleidsregels ten aanzien van de bevoegdheden die onderwerp van het mandaat zijn.

ARTIKEL 4 VERVANGINGSREGELING

  • 1.

    Als mandaat aan een afdelingshoofd is verleend en deze afwezig is, wordt de gemandateerde bevoegdheid uitgeoefend door degene die door het college schriftelijk als plaatsvervangend afdelingshoofd is aangewezen.

  • 2.

    Als een plaatsvervangend afdelingshoofd ook afwezig is of er geen is aangewezen, wordt de gemandateerde bevoegdheid uitgeoefend door degene die in hiërarchische en functionele zin met de leiding aan het afdelingshoofd is belast.

  • 3.

    Als mandaat aan een bureauhoofd is verleend en deze afwezig is, wordt de gemandateerde bevoegdheid uitgeoefend door degene die door het afdelingshoofd schriftelijk als plaatsver-vangend bureauhoofd is aangewezen.

  • 4.

    Als een plaatsvervangend bureauhoofd ook afwezig is of er geen is aangewezen, wordt de gemandateerde bevoegdheid uitgeoefend door degene die in hiërarchische en functionele zin met de leiding aan het bureauhoofd is belast.

  • 5.

    Indien het mandaat is verleend aan meerdere functionarissen of personen (bijvoorbeeld bij de figuur van horizontale vervanging) wordt pas bij afwezigheid van allen de gemandateerde bevoegdheid uitgeoefend door degene die in hiërarchische en functionele zin met de leiding aan hen is belast.

ARTIKEL 5 ONDERMANDAAT

  • 1.

    Het verlenen van ondermandaat is alleen toegestaan indien dit uitdrukkelijk in het register in de desbetreffende kolom is vermeld.

  • 2.

    Ondermandaat dient schriftelijk door de daartoe bevoegde ambtenaar te worden verleend en bekend te worden gemaakt overeenkomstig artikel 3:42 Awb.

  • 3.

    Bij het verlenen van ondermandaat doet de in het register opgenomen gemandateerde hiervan mededeling aan het college dan wel de burgemeester indien het een burgemees-tersbevoegdheid betreft.

ARTIKEL 6 ONDERTEKENING

  • 1.

    Een krachtens wethouders-, afdoenings- of ondertekeningsmandaat genomen besluit dient te vermelden namens welk bestuursorgaan het besluit is genomen.

  • 2.

    Een besluit dat in afdoenings(onder)mandaat is genomen namens het college dient als volgt te worden ondertekend:

  • 3.

    Namens het college, … … … (naam, functie en handtekening van (onder)gemandateerde)

  • 4.

    Een besluit dat in afdoenings(onder)mandaat is genomen namens de burgemeester, dient als volgt te worden ondertekend:

  • 5.

    Namens de burgemeester, … … … ( naam, functie en handtekening van (onder)gemandateerde)

  • 6.

    Indien louter de ondertekening in (onder)mandaat geschiedt namens het college, de burgemeester of de secretaris, dient als volgt te worden ondertekend:

  • 7.

    Overeenkomstig het door het college / de burgemeester / de secretaris genomen besluit, … … … (naam, functie, handtekening van (onder)gemandateerde).

  • 8.

    Een handeling die op basis van een volmacht of machtiging van het college plaatsvindt, dient als volgt te worden ondertekend:

  • 9.

    Namens het college, … … …(naam, functie en handtekening van gevolmachtigde/gemachtigde)

ARTIKEL 7 INFORMATIEVERSTREKKING EN TERUGKOPPELING

De (voorgenomen) toepassing van dit mandaatbesluit vormt een onderdeel van het overleg tussen de portefeuillehouder en het afdelingshoofd als bedoeld in artikel 13 (van het ontwerp) van de Organisatieverordening.

ARTIKEL 8 SLOTBEPALING

  • 1.

    Dit besluit wordt aangehaald als "Mandaatbesluit 2011-V”.

  • 2.

    Het besluit treedt in werking op de dag na de bekendmaking van dit besluit in het Ge-meenteblad.

  • 3.

    Met de inwerkingtreding van dit besluit vervalt het Mandaatbesluit 2011-IV.

 

Ingevolge de Algemene wet bestuursrecht kan een belanghebbende tegen een besluit bezwaar maken door het indienen van een bezwaarschrift bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen binnen zes weken nadat het besluit is bekendgemaakt. Het bezwaarschrift dient ondertekend te worden en bevat tenminste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht, alsmede de gronden van het bezwaar.

Bijlage mandaatbesluit 2011 Register 2011-V (zie pdf op de O:schijf/Lokale Regelgeving

 

 

bijlage Mandaatbesluit 2011-V Register