Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Houten

Besluit jeugd gemeente Houten

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHouten
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBesluit jeugd gemeente Houten
CiteertitelBesluit jeugd Houten
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp
Externe bijlageKwaliteitskader-Jeugd

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gelet op de jeugdwet en de Verordening jeugd gemeente Houten

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

19-07-2019.

18-06-2019

Gemeenteblad

BWV19.0127

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit jeugd Houten

Het college van burgemeester en wethouders van Houten;

Gelet op de Jeugdwet en de Verordening jeugd gemeente Houten;

besluit vast te stellen het

 

BESLUIT JEUGD HOUTEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    verordening: de ‘Verordening jeugd gemeente Houten’.

  • c.

    eigen kracht: het vermogen van individuen om het leven (of situaties) vorm te geven en problemen op te lossen of draaglijk te maken

  • d.

    familiegroepsplan: een hulpverleningsplan opgesteld door ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren.

  • e.

    sociaal netwerk: tot het sociale netwerk worden personen gerekend uit de huiselijk kring en andere personen met wie iemand een sociale relatie onderhoudt, zoals familieleden die niet in hetzelfde huis wonen, buren, vrienden en kennissen.

Artikel 2. Vormen van jeugdhulp

  • 1.

    Het te bereiken resultaat is leidend voor de inzet van voorzieningen.

  • 2.

    De beschikbare voorzieningen bestaan in principe uit voorzieningen die geboden worden door partijen die door de gemeente gecontracteerd zijn.

  • 3.

    Wanneer mogelijk wordt ingezet op overige voorzieningen, gericht op:

    • a.

      Het versterken van de sociale context, waaronder algemene informatieverstrekking omtrent de ontwikkelingsbehoeften van de jeugdige en opvoedingsvragen van opvoeders;

    • b.

      Basisondersteuning, vormen van vrij toegankelijke hulp, gericht op het creëren van een stabiele opvoed- en opgroeisituatie waaronder het bieden van informatie, advies en consultatie bij opgroei- en opvoedvragen.

  • 4.

    Indien nodig wordt ingezet op individuele voorzieningen, gericht op:

    • a.

      Flexibele ondersteuning, waaronder specifieke jeugdhulptrajecten gericht op de jeugdige en/of het gezinssysteem, dag- of weekendopvang en respijtzorg.

    • b.

      Intensieve ondersteuning, waaronder intensieve en meer langdurige interventies gericht op behandeling, herstel en/of rehabilitatie, intensieve dagbehandeling op maat, inzet van een (tijdelijke) vervangende opvoedsituatie, verblijf (op maat) van cliënten buiten de gewone leef/gezinssituatie en inzet van spoedzorg en crisisopvang, gedwongen jeugdhulp, dwang- en drangtrajecten en specialistische diagnostiek.

  • 5.

    De gemeente heeft partijen gecontracteerd zodat de in de verordening genoemde soorten van vrij toegankelijke en individuele voorzieningen beschikbaar zijn.

  • 6.

    Indien meerdere voorzieningen als passend aan te merken zijn, kent het college de goedkoopste voorziening toe.

  • 7.

    Het college legt de toe te kennen individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking zoals bedoeld in artikel 10 van de verordening.

Artikel 3. Informatie over de toegang tot jeugdhulp

  • 1.

    Voor het verkrijgen van informatie over de toegang tot jeugdhulp, kunnen jeugdigen en ouders zich wenden tot verwijzers, zoals bedoeld in artikel 3 en 4 van de Verordening.

  • 2.

    Informatie over verschillende soorten voorzieningen en de werkwijze van de stichting Sociaal Team Houten, zijn te vinden op de website van het Sociaal Team: www.sociaalteamhouten.nl

Artikel 4. Familiegroepsplan

Als de jeugdige en zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij het onderzoek, bedoeld in artikel 5 en 6 van de Verordening jeugd Houten.

Artikel 5. Criteria persoonsgebonden budget

  • 1.

    Onverminderd artikel 8.1.1.van de wet wordt een persoonsgebonden budget toegekend indien de individuele voorziening die met het persoonsgebonden budget wordt ingekocht voldoet aan de daaraan te stellen kwaliteitseisen én aan het doel waarvoor het wordt verleend.

  • 2.

    De cliënt aan wie een persoonsgebonden budget is verleend, sluit met de jeugdhulpaanbieder een schriftelijke overeenkomst, waarin ten minste afspraken zijn opgenomen over de kwaliteit en het resultaat van de individuele voorziening en de wijze van declareren.

  • 3.

    Indien het persoonsgebonden budget wordt ingezet voor ondersteuning door een professional, dan gelden de kwaliteitseisen zoals opgenomen in bijlage 1.

  • 4.

    Uit het persoonsgebonden budget kunnen personen uit het sociale netwerk worden betaald, indien:

    • a.

      Deze hulp gemotiveerd tot een gelijkwaardig of beter resultaat leidt dan de inzet van een professional;

    • b.

      deze persoon hiervoor een tarief hanteert voor niet beroepsmatige ondersteuning, op basis van maximaal het op grond van art. 5.22 lid 1 sub a genoemde gangbare tarief per tijdseenheid van de regeling Wet Langdurige Zorg, daarbij rekening houdend met het minimumloon op basis van de Wet Minimumloon;

    • c.

      het budget niet gebruikt wordt voor gebruikelijke zorg, zoals beschreven in de factsheet van het ministerie van VWS, hier opgenomen in bijlage 2. Daarbij wordt altijd rekening gehouden met de gehele gezinssituatie en de totale belasting die met de gebruikelijke, dan wel bovengebruikelijke hulp gepaard gaat.

    • d.

      dit niet tot overbelasting leidt van degene die de hulp biedt, zoals aangegeven door deze persoon zelf of een betrokken medisch professional.

  • 5.

    Het persoonsgebonden budget dient voor het eerst binnen zes maanden na startdatum van de indicatie en uiterlijk voor de einddatum van de indicatie, ingezet te worden voor de individuele voorziening waarvoor het budget is toegekend, mede gelet op het te bereiken resultaat.

  • 6.

    Een toegekend pgb kan niet worden aangewend voor de bekostiging van begeleiding en administratie in verband met het pgb; voor de bekostiging van tussenpersonen; belangenbehartigers; opleiding en training of huisvesting.

Artikel 6. Hoogte persoonsgebonden budget

  • 1.

    Het bedrag voor het pgb dat wordt ingezet ten behoeve van een persoon die behoort tot het sociale netwerk van de jeugdige of ouders en aan de persoon die niet als beroepskracht wordt aangemerkt, wordt gebaseerd op het op grond van art 5.22 lid 2 sub a genoemde gangbare tarief per tijdseenheid van de regeling Wet Langdurige Zorg en bedraagt maximaal:

    • a.

      €20,- per uur voor zorg die in uren wordt geïndiceerd

    • b.

      €20,- per dagdeel voor zorg die in dagdelen wordt geïndiceerd

    • c.

      €30,- voor zorgt die in etmalen wordt geïndiceerd.

  • 2.

    2.Het bedrag voor het pgb dat wordt ingezet ten behoeve van een professional, wordt als volgt berekend:

    • a.

      voor zzp-ers en kleine organisaties tot en met 9 medewerkers wordt het persoonsgebonden budget gebaseerd op 75% van de kostprijs van de goedkoopst adequate voorziening in natura, tenzij aannemelijk is dat dit percentage niet toereikend is om de zorg in de kopen. Zie bijlage 3 voor de maximale tarieven per tijdseenheid.

    • b.

      voor instellingen met 10 fte. of meer medewerkers wordt het persoonsgebonden budget gebaseerd op 100% van de kostprijs van de goedkoopst adequate voorziening in natura. Zie bijlage 3 voor de maximale tarieven per tijdseenheid.

  • 3.

    Uit het pgb mag niet apart vergoed worden:

    • a.

      Bemiddelingskosten

    • b.

      Administratiekosten

    • c.

      Één volledig maandsalaris na plotseling beëindigen van het pgb, buiten de schuld van de budgethouder om.

    • d.

      Reiskosten

    • e.

      Verlofdagen

    • f.

      Attenties en giften

  • 4.

    Er geldt een vrij besteedbaar bedrag tot een maximum van 1,5 % van het totale pgb-bedrag.

Artikel 7. Beschikkingen

  • 1.

    In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als persoonsgebonden budget wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.

  • 2.

    Bij het verstrekken van een individuele voorziening worden in de beschikking tevens de met de jeugdige of zijn ouders gemaakte afspraken vastgelegd.

Artikel 8. Controle op besteding

  • 1.

    De cliënt is eraan gehouden volledige medewerking te verlenen aan verzoeken van het college omtrent artikel 12, lid 1 van de verordening.

  • 2.

    In geval van weigering van medewerking kan het college op grond van artikel 12 van de verordening overgaan tot terugvordering.

  • 3.

    Het college kan ten aanzien van cliënten die een persoonsgebonden budget ontvangen:

    • a.

      tussentijds de rapportage over de besteding inzien;

    • b.

      steekproefsgewijs informatie of administratie van de besteding van het persoonsgebonden budget inzien;

    • c.

      de besteding van het persoonsgebonden budget inhoudelijk laten beoordelen door een medewerker van het Sociaal Team Jeugd of door een door het college aan te wijzen derde.

Artikel 9. Procedure medezeggenschap

  • 1.

    Indien het college beleidsvoornemens heeft met betrekking tot jeugdhulp worden cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen eerst uitgenodigd voor een interactieve beleidsvormingssessie om voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen. De termijnen waarbinnen ingebrachte ideeën of concrete voorstellen kunnen gedaan wordt in onderling overleg met elkaar afgestemd.

  • 2.

    De cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen kunnen op verzoek van het college advies uitbrengen bij de besluitvorming over de Verordening, nadere regelingen op grond van de verordening en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp.

  • 3.

    Het college overlegt periodiek met de cliënten en de vertegenwoordigers van cliëntengroepen over de uitvoering van het jeugdbeleid. De agenda van het periodiek overleg wordt in onderling overleg met elkaar afgestemd.

  • 4.

    Het college draagt er zorg voor dat de cliënten en vertegenwoordigers van cliëntengroepen kunnen beschikken over de informatie en documentatie die voor de overleggen met het college noodzakelijk zijn.

Artikel 10. Indexering

Het college kan de in het kader van dit Besluit geldende bedragen op basis van de jaarlijkse indexering wijzigen.

Artikel 11. Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van jeugdigen en hun ouders afwijken van de bepalingen van dit besluit indien toepassing van het besluit tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 12. Intrekking oude Besluit

  • 1.

    Het Besluit jeugd gemeente Houten 2015, vastgesteld op 12 mei 2015, wordt ingetrokken.

  • 2.

    Aanvragen die zijn ingediend onder het Besluit jeugd gemeente Houten 2015 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van dit Besluit, worden afgehandeld krachtens dit Besluit.

Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Dit besluit treedt op in werking op de achtste dag na publicatie in het Gemeenteblad.

  • 2.

    Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit jeugd Houten.

     

     

    Aldus vastgesteld in de vergadering 18 juni 2019

     

     

    De secretaris,

    A.J. Barink

     

    De burgemeester,

    W.M. de Jong

Bijlage 1: (Wettelijke) Kwaliteitseisen Jeugdhulpprofessionals

Er gelden kwaliteitseisen waaraan vrijgevestigde (zelfstandige) professionals en (professionals in dienst bij) jeugdhulpaanbieders moeten voldoen. De hier beschreven kwaliteitseisen zijn een vertaling van de ‘norm verantwoorde werktoedeling’, welke voortvloeit uit de Jeugdwet en het Besluit Jeugdwet. Deze kwaliteitseisen gelden ook bij jeugdhulp welke u betaalt vanuit een pgb.

 

Uitgangspunt is het bieden van verantwoorde hulp, dat wil zeggen: hulp van goed niveau die in elk geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van jeugdige of ouder.

Kwaliteitskader-Jeugd

Van alle jeugdhulpprofessionals worden de volgende kwaliteitseisen gesteld om aan dit uitgangspunt tegemoet te komen:

  • ·

    Zelfstandige professional is in het bezit van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) die niet ouder is dan 3 jaar. Jeugdhulpaanbieders zorgen ervoor dat medewerkers in bezit zijn van VOG die niet eerder is afgegeven dan 3 maanden voordat de medewerker bij hen kwam werken.

  • ·

    Vrijgevestigde (zelfstandige) professionals en (professionals in dienst bij) jeugdhulpaanbieder moeten in staat zijn - ter controle van de geschiktheid van de jeugdhulpaanbieder - op aanvraag (van gemeente of het Sociaal Team) een VOG te overhandigen, die niet ouder is dan 3 maanden.

  • ·

    Zelfstandige professional en jeugdhulpaanbieder werkt actief samen met anderen, zoals het sociaal netwerk; school; lokaal team en andere (jeugd)hulpaanbieders, wanneer dit nodig is gezien de aard van de hulpvraag.

  • ·

    Zelfstandige professional en jeugdhulpaanbieder werken met een systeem voor kwaliteitsbewaking. De wijze waarop de jeugdhulpaanbieder of professional dit doet is aangepast op de aard en omvang van de organisatie.

  • ·

    Zelfstandige professional en jeugdhulpaanbieder hanteren en gebruiken de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.

  • ·

    Zelfstandige professional en jeugdhulpaanbieder doen bij

(vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling hier melding van.

  • ·

    Zelfstandige professional en jeugdhulpaanbieder doen in geval van een calamiteit hier melding van.

  • ·

    Zelfstandige professional en jeugdhulpaanbieder stellen de vertrouwenspersoon in de gelegenheid zijn taak uit te voeren.

  • ·

    Zelfstandige professional en jeugdhulpaanbieder bieden passende ondersteuning die is afgestemd op de (reële) behoefte van de jeugdige en zijn ouders.

  • ·

    Jeugdhulpaanbieder met minimaal 10 medewerkers moeten beschikken over een cliëntenraad.

  • ·

    Zelfstandige professional of jeugdhulpaanbieder staat niet op de zwarte lijst van de gemeente Houten of andere gemeenten vanwege ondeskundige zorg, het handelen in strijd met de jeugdwet, het besluit en de gemeentelijke voorwaarden en beleid, misleiding, fraude en uitbuiting van personeel.

Een geregistreerd professional dient in elk geval te voldoen aan de volgende kwaliteitseisen:

·Zelfstandige professional en professional in dienst bij een jeugdhulpaanbieder zijn geregistreerd in:

I het Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ)

II het BIG register. (U kunt op www.bigregister.nl of via de BIG-informatielijn (0900 – 89 98 225, 1 cent per minuut) nagaan of de zorgverlener die u wilt inhuren in het BIG register staat).

·In het kader van de wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (wkkgz) moeten zelfstandige professional en jeugdhulpaanbieder met een BIG-registratie beschikken over of zijn aangesloten bij een klachtenregeling.

Voor de inzet van een niet-geregistreerde professional, wordt het afwegingskader uit de norm verantwoorde werktoedeling toegepast. Teneinde de kwaliteit van een niet-geregistreerde professional te kunnen borgen, stelt het college daarbij de volgende aanvullende kwaliteitseisen:

·Zelfstandige professional en professional in dienst bij een jeugdhulpaanbieder voor wie een registratie in het BIG register of SKJ niet van toepassing is, geldt dat zij zijn aangesloten bij een professioneel collectief. Dit collectief is mede verantwoordelijk voor de kwaliteit van hulpverlening. Het collectief moet in elk geval eisen stellen aan:

I Aantal uren aan intervisie of supervisie met vakgenoten.

II Voor het vakgebied relevante bij- en nascholing

III Werkzame uren binnen het vakgebied.

 

 

Bijlage 2: gebruikelijke zorg, op basis van factsheet ministerie van VWS

Zie voor de volledige factsheet: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2016/11/03/factsheet-zorg-voor-kinderen-met-een-intensieve-zorgvraag-gebruikelijk-zorg

 

 

Wat is gebruikelijke zorg?

Gebruikelijke zorg is de normale, dagelijkse zorg die ouders geacht worden aan hun kinderen te bieden. Voorbeelden staan in bijlage. Voor kinderen geldt dat ouders hun minderjarige kinderen (tot 18 jaar) behoren te verzorgen, op te voeden en toezicht aan hen te bieden, ook als er sprake is van een kind met een ziekte, aandoening of beperking. Om deze reden worden handelingen die vallen onder gebruikelijke zorg in principe niet vergoed.

Er is sprake van bovengebruikelijke zorg, als de voor het kind noodzakelijke zorg op het gebied van verzorging, verpleging en begeleiding uitgaat boven de zorg die een kind van dezelfde leeftijd zonder beperkingen redelijkerwijs nodig heeft. Dit kan betrekking hebben op de aard, frequentie en benodigde tijd voor deze handelingen.

Hoe wordt beoordeeld of er bij een handeling of bij toezicht sprake is van gebruikelijke zorg? Er wordt naar een aantal criteria gekeken:

•Leeftijd: jonge kinderen (gezond of met een aandoening) hebben meer zorg nodig van hun ouders dan oudere kinderen. Sommige handelingen zijn dus op jonge leeftijd nog gebruikelijke zorg maar worden op latere leeftijd als bovengebruikelijke zorg gezien.

Voorbeeld: Veel kinderen van 4 jaar zijn overdag zindelijk en gaan zelf naar het toilet, maar het is niet ongewoon dat een kind van deze leeftijd hier stimulans, toezicht of hulp bij nodig heeft. Dit is dus gebruikelijke zorg.

  • Aard van de zorghandeling: gebruikelijke zorg bij kinderen kan ook handelingen omvatten die niet standaard bij alle kinderen voorkomen. Voorbeelden van handelingen die gebruikelijke zorghandelingen vervangen, zijn: het legen van een katheterzakje in plaats van verschonen; bij een kind met een verstandelijke beperking oefenen met het gebruik van pictogrammen in plaats van oefenen met topografie. Dit zijn dus voorbeelden van gebruikelijke zorg.

  • Frequentie: zorghandelingen die meelopen in het normale patroon van dagelijkse zorg voor een kind, zoals drie keer per dag eten, kunnen als gebruikelijke zorg worden aangemerkt. Bijvoorbeeld: bij een kind dat bij het ontbijt en het naar bed gaan medicatie aangereikt moet krijgen, loopt dit mee in de het normale patroon van dagelijkse zorg voor een kind en wordt dit als gebruikelijke zorg aangemerkt. Bijvoorbeeld: zorghandelingen die niet meelopen in het normale patroon van dagelijkse zorg van ouders aan een kind, is het meerdere malen per nacht bieden van zorg van ouders aan een ouder kind. Dit is dus geen gebruikelijke zorg.

  • De tijd dat iemand met een zorghandeling bezig is: alle kinderen hebben tot een bepaalde leeftijd hulp nodig bij wassen en kleden, maar als deze handelingen veel meer tijd kosten vanwege bijvoorbeeld spasticiteit, wordt deze extra tijd niet als gebruikelijke zorg gezien.

  • Samenhangende beoordeling. De hiervoor genoemde criteria moeten telkens in samenhang en gelet op de omstandigheden van het kind worden beoordeeld.

Voorbeeld: het geven van orale medicatie (aard) bij een kind van 9 jaar (leeftijd) is gebruikelijke zorg. Als de medicatie elke nacht (meerdere malen) moet worden toegediend, loopt dit niet mee in het dagelijkse patroon. Dan moet er beoordeeld worden of ouders hierdoor zodanig belast worden dat het niet meer redelijk is dit als gebruikelijke zorg te zien.

•Ook voor zorghandelingen die een kind zelf kan uitvoeren (zelfzorg), kan geen zorg worden geïndiceerd. Voorbeeld: een kind van 14 met diabetes dat zelf zijn bloedsuiker kan prikken en insuline kan spuiten. Eventueel kan wel af en toe verpleging gewenst zijn om de kwaliteit van de zelfzorg te borgen.

Richtlijnen ten aanzien van gebruikelijke zorg van ouders voor kinderen met een normale ontwikkeling in verschillende levensfasen van het kind.

 

Kinderen van 0 tot 3 jaar

•hebben bij alle activiteiten verzorging van een ouder nodig;

•ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig;

•zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen;

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

•hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Kinderen van 3 tot 5 jaar

•kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op

•gehoorafstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer);

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

•kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen;

•hebben hulp, toezicht, stimulans en controle nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen;

•hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding;

•zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven;

•hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Kinderen van 5 tot 12 jaar

•kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week;

•kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is);

•hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 6 jaar tot 12 jaar geleidelijk aan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals het zich wassen en tanden poetsen;

•hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie;

•zijn overdag zindelijk, en ‘s nachts merendeels ook; ontvangen zonodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers;

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

•hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan;

•hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Kinderen van 12 tot 18 jaar

•hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen;

•kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden;

•kunnen vanaf 16 jaar een dag en/of een nacht alleen gelaten worden;

•kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen;

•hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig;

•hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig;

•hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding;

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen);

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

•hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Bijlage 3: pgb- tarieven (100% en 75% van het zorg in natura (ZiN)-tarief)

Zorgvorm

Tarief 100% ZIN

Tarief 75 % ZIN

Begeleiding individueel licht

€ 41,37 (per uur)

€ 31,03

Begeleiding individueel midden

€ 56,89 (per uur)

€ 42,67

Begeleiding individueel zwaar

€ 80,67 (per uur)

€ 60,50

Begeleiding groep licht

€ 41,37 (per dagdeel)

€ 31,03

Begeleiding groep midden

€ 51,71 (per dagdeel)

€ 38,78

Begeleiding groep zwaar

€ 82,74 (per dagdeel)

€ 62,01

Vervoer (per etmaal)

€ 8,53 (per etmaal)

€ 6,40

Logeren/kortdurend verblijf

€ 155,14 (per etmaal)

€ 116,36

Behandeling basis JGGZ

€ 93,00 (per uur)

€ 69,75

Behandeling specialistisch JGGZ

€ 107,40,- (per uur)

€ 80,55