Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Huizen

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Huizen houdende regels omtrent de toepassing van artikel 7.5.2 van de verordening sociaal domein gemeente Huizen 2018 (RTC-regeling)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHuizen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBesluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Huizen houdende regels omtrent de toepassing van artikel 7.5.2 van de verordening sociaal domein gemeente Huizen 2018 (RTC-regeling)
CiteertitelRTC-regeling
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 156 van de Gemeentewet
  2. https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Huizen/487509/CVDR487509_2.html
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

29-01-202001-05-2018nieuwe regeling

19-12-2019

gmb-2020-13303

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Huizen houdende regels omtrent de toepassing van artikel 7.5.2 van de verordening sociaal domein gemeente Huizen 2018 (RTC-regeling)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Huizen,

 

Overwegende dat het wenselijk is nadere regels vast te stellen ten aanzien van de uitvoering van het

verstrekken van tegemoetkomingen aan chronisch zieken en gehandicapten in meerkosten als gevolg van hun aandoening, op basis van artikel 2.1.7. van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

 

Gelet op artikel 156 Gemeentewet en artikel 7.5.2. van de Verordening Sociaal Domein gemeente Huizen 2018;

 

Besluit vast te stellen de volgende nadere regels ten behoeve van een tegemoetkoming in

meerkosten voor cliënten met een chronische aandoening en/of beperking, als bedoeld in artikel 7.5.2. Verordening Sociaal Domein gemeente Huizen 2018

Artikel 1. Definities

  • 1.

    Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Verordening Sociaal Domein gemeente Huizen 2018, en de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2.

    In deze nadere regels wordt verder verstaan onder

    • a.

      wettelijk minimum inkomen: het in de Wet op het minimumloon en de vakantiebijslag neergelegde wettelijk beschermd loonniveau dat tweejaarlijks door de overheid wordt aangepast aan de ontwikkeling van de gemiddelde cao-lonen in Nederland;

    • b.

      meerkosten: extra te maken kosten die een rechtstreeks gevolg zijn van een chronische aandoening en/of beperking;

    • c.

      voorliggende voorziening: een voorziening die naar aard en doel geacht wordt passend te zijn voor een cliënt, waardoor geen recht op een vergoeding door de gemeente bestaat;

Artikel 2. Doelgroep

 

2.1. indicatie chronische aandoening en/of beperking

Voor het verstrekken van een tegemoetkoming in meerkosten moet sprake zijn van één van de volgende situaties van de cliënt:

  • a.

    Er is een indicatie afgegeven voor beschermd wonen;

  • b.

    Er is een indicatie afgegeven op grond van de Wet langdurige zorg;

  • c.

    Er is door het college een gehandicaptenparkeerkaart verstrekt voor bestuurder of passagier;

  • d.

    Er bestaat een andere indicatie voor een chronische ziekte of beperking waardoor er aantoonbaar meerkosten bestaan.

2.2. lnkomensgrens

  • 1.

    Voor een tegemoetkoming in meerkosten komen in aanmerking personen met een chronische aandoening en/of beperking:

    • a.

      van wie het inkomen in het jaar waarop de tegemoetkoming in meerkosten betrekking heeft gelijk is aan of lager is dan 130% van het wettelijk minimum inkomen voor 21 jaar en ouder, of

    • b.

      meer is dan 130% van het bedrag onder a, maar waarvan dat meerdere is aangewend ter aflossing van een schuldenlast in het kader van een minnelijke schuldenregeling bij de gemeentelijke Kredietbank of een opgelegde schuldenregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.

  • 2.

    Cliënt dient zijn inkomen in elk geval door middel van jaaropgave(n) van inkomsten uit werk en/of uitkering aan te tonen.

Artikel 3: Meerkosten

Als meerkosten waarvoor een tegemoetkoming wordt verstrekt kunnen worden aangemerkt:

  • a.

    kosten van een maaltijdvoorziening;

  • b.

    kosten voor alarmering;

  • c.

    extra energiekosten;

  • d.

    kosten voor bewassing en kledingslijtage;

  • e.

    kosten voor een speciaal dieet;

  • f.

    kosten voor pedicure;

  • g.

    overige kosten die een rechtstreeks gevolg zijn van een chronische aandoening en/of beperking.

Artikel 4: Aanvraag, toekenning en weigeringsgronden

 

4.1. Aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag voor een tegemoetkoming in meerkosten zoals genoemd in artikel 3, kan één keer per twaalf maanden worden ingediend.

  • 2.

    De aanvraag wordt gedaan met gebruikmaking van het daarvoor vastgestelde aanvraagformulier.

4.2. Toekenning

  • 1.

    Toekenning van een tegemoetkoming vindt plaats op basis van aantoonbare meerkosten.

  • 2.

    Toetsing en bepaling van deze meerkosten vindt plaats op basis van een door de cliënt te tonen medisch advies voorzien van een kostenindicatie en op basis van richtprijzen zoals opgenomen in de prijzengids van het Nationaal lnstituut voor Budgetvoorlichting.

  • 3.

    De tegemoetkoming wordt afgestemd op de persoonlijke omstandigheden van de cliënt en bestaat uit één of meerdere vergoedingen van meerkosten zoals genoemd in artikel 3 van deze nadere regels.

  • 4.

    De meerkosten zijn een rechtstreeks gevolg van de chronische aandoening en/of beperking zoals bedoeld in artikel 2.1.

  • 5.

    Er is geen sprake van een voorliggende voorziening.

  • 6.

    De tegemoetkoming wordt toegekend voor een periode van vijf jaar gerekend vanaf de aanvraagdatum aan cliënten met de pensioengerechtigde leeftijd. Na een periode van vijf jaar wordt de noodzaak voor de kosten opnieuw voor een periode van vijf jaar vastgesteld.

  • Voor cliënten die jonger zijn dan de pensioengerechtigde leeftijd wordt de tegemoetkoming toegekend voor een periode van één jaar gerekend vanaf de aanvraagdatum en vindt er jaarlijks een onderzoek plaats op inkomen. De noodzaak voor de kosten wordt één keer per vijf jaar vastgesteld.

4.3. Weigeringsgronden

De tegemoetkoming wordt geweigerd als niet wordt voldaan aan de criteria zoals vermeld in de artikelen 2.1., 2.2.,3.,4.1. en 4.2. van deze nadere regels.

4.4. Uitbetaling

De tegemoetkomingen worden eenmaal per jaar ineens uitbetaald.

5.1. Afwijkingen en hardheidsclausule

Voor situaties waarin deze nadere regels niet voorzien of indien weigering van de tegemoetkoming zou leiden tot kennelijke hardheid, kan het college in individuele gevallen ten gunste van de cliënt beslissen.

5.2. Overgangsrecht

Eerder genomen besluiten over een tegemoetkoming in meerkosten op basis van de Wet werk en bijstand of de Participatiewet worden door deze nadere regels niet aangetast.

5.3. lngangsdatum

Deze nadere regels treden in werking op de 8e dag na bekendmaking, en werken terug tot 1 mei 2018.

5.4. Citeertitel

Deze nadere regels worden aangehaald als "RTC-regeling”.