Regeling vervallen per 01-07-2012

Beleidsregels integrale schuldhulpverlening gemeente IJsselstein

Geldend van 11-07-2012 t/m 30-06-2012 met terugwerkende kracht vanaf 01-07-2012

Intitulé

Beleidsregels integrale schuldhulpverlening gemeente IJsselstein

Inhoudsopgave

Artikel 1. Begripsbepalingen 3

Artikel 2. Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening 3

Artikel 3. Aanbod schuldhulpverlening 3

Artikel 4. Inlichtingen en medewerking 4

Artikel 5. Weigeren en beëindigen 4

Artikel 6. Weigeringgronden 4

Artikel 7. Recidive 4

Artikel 8. Beëindigingsgronden 4

Artikel 9. Doorlooptijden 5

Artikel 10. Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden 5

Artikel 11. Inwerkingtreding 5

Toelichting op de beleidsregels integrale schuldhulpverlening gemeente IJsselstein. 6

Inleiding algemeen 6

Artikel 1. Begripsbepalingen 6

Artikel 2. Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening 6

Artikel 3. Aanbod schuldhulpverlening 6

Artikel 4. Verplichtingen en gevolgen schending daarvan 7

Artikel 5. Weigeren en beëindigen 7

Artikel 6. Weigeringsgronden 7

Artikel 7. Recidive 7

Artikel 8. Beëindiginggronden 7

Artikel 9. Wachttijd en doorlooptijden 8

Artikel 10. Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden 8

Artikel 11. Inwerkingtreding 8

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    College :College van burgemeester en wethouders van de gemeente IJsselstein;

  • b.

    inwoner : ingezetene die op grond van de Wet gemeentelijke basisadministratie

persoonsgegevens bij een gemeente is ingeschreven;

  • c.

    schuldhulpverlening : de hulpverlening aangeboden door het College aan inwoners van de

    gemeente IJsselstein met (potentiële) financiële problemen;

  • d.

    aanvrager : persoon die zich tot het College heeft gewend voor schuldhulpverlening

  • e.

    schuldregeling : de bemiddelingsfase tussen aanvrager en schuldeisers om een akkoord over

de aflossing van de schulden tegen finale kwijting tot stand te brengen

  • -

    Minnelijk: zonder tussenkomst van de rechtbank (Wgs)

  • -

    Wettelijk: rechtbank bepaalt toetreding (Wsnp)

    • f.

      Wgs : Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

    • g.

      Wsnp : Wet sanering natuurlijke personen

    • f.

      recidive : een tweede aanmelding van eenzelfde aanvrager

    • i.

      recidivist : aanvrager die zich wederom aanmeldt voor schuldhulpverlening

    • j.

      trajectplan : plan van aanpak met situatie aanvrager en aanbod producten op basis van

maatwerk

Artikel 2. Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening

Alle inwoners van de Gemeente IJsselstein van 18 jaar en ouder kunnen zich tot het College

wenden voor schuldhulpverlening.

Een uitzondering op deze brede toegankelijkheid wordt gevormd door zelfstandig ondernemers, zo is bepaald in het beleidsplan. Zij kunnen een beroep doen op schuldhulpverlening mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

a) het bedrijf is beëindigd en uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel

b) de schuldpositie is duidelijk

c) de boekhouding is op orde en de administratie is volledig afgerond.

Artikel 3. Aanbod schuldhulpverlening

  • 1.

    Het College verleent aan aanvrager schuldhulpverlening indien het College schuldhulpverlening noodzakelijk acht. De aanvraag wordt getoetst aan de visie en algemene uitgangspunten zoals neergelegd in het beleidsplan integrale schuldhulpverlening 2012 – 2016. Indien de noodzaak niet aanwezig wordt geacht door het College, kan een aanvraag worden geweigerd.

  • 2.

    De vorm waarin de gemeente schuldhulpverlening aanbiedt, is van meerdere factoren afhankelijk en kan dus per situatie verschillen.

De factoren die een rol kunnen spelen zijn:

    • a.

      zwaarte en/of omvang van de schulden;

    • b.

      psycho-sociale situatie;

    • c.

      houding en gedrag van aanvrager (motivatie);

    • d.

      een eventueel eerder gebruik van schuldhulpverlening.

    • 3.

      Het aanbod schuldhulpverlening omvat een of meer producten uit het basispakket integrale schuldhulpverlening zoals beschreven in het beleidsplan.

Artikel 4. Inlichtingen en medewerking

  • 1. Aanvrager doet aan het College op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op schuldhulpverlening, zowel bij de aanvraag als gedurende de looptijd van het schuldhulpverleningstraject.

  • 2. Aanvrager is verplicht om alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is gedurende de aanvraagperiode en tijdens het schuldhulpverleningstraject.

Artikel 5. Weigeren en beëindigen

Indien aanvrager niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in

artikel 4, lid 1 en lid 2, kan het College besluiten om schuldhulpverlening te weigeren dan wel

te beëindigen.

Artikel 6. Weigeringgronden

Onverminderd hetgeen bepaald in artikel 3 lid 2 van de Wgs, kan het College besluiten tot weigering van de schuldhulpverlening indien:

  • a.

    er sprake is van een schuld ontstaan door fraude waarvan de ontstaansdatum minder dan 5 jaar in het verleden ligt;

  • b.

    er sprake is van een schuld voortkomend uit criminaliteit (bijvoorbeeld een te betalen schadevergoeding) waardoor een schuldregeling niet mogelijk is.

Artikel 7. Recidive

Een aanvraag schuldhulpverlening kan worden geweigerd, met uitzondering van het product informatie en advies en/of doorverwijzing indien:

  • a.

    minder dan 6 maanden voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend, door aanvrager een traject schuldregeling succesvol is doorlopen en de nieuw schuldsituatie is aan de klant te wijten;

  • b.

    minder dan 6 maanden voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend;

  • -

    een schuldregeling tussentijds is beëindigd (minnelijk of wettelijk);

  • -

    ingevolge artikel 5 schuldhulpverlening is geweigerd of beëindigd wegens;

schending van verplichtingen zoals omschreven in artikel 4 lid 1 en lid 2;

-ingevolge artikel 6 schuldhulpverlening is geweigerd en er is geen sprake van

een gewijzigde omstandigheid;

  • -

    schuldhulpverlening is beëindigd op grond van artikel 8 sub f, g of h;

  • c.

    minder dan 6 maanden voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend, een aanvraag tot schuldregeling door aanvrager is ingetrokken.

Artikel 8. Beëindigingsgronden

Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het College besluiten tot

beëindiging van de schuldhulpverlening indien:

  • a.

    de aanvrager niet voldoet aan het genoemde in artikel 2;

  • b.

    het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond;

  • c.

    de aanvrager in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de

schulden zelfstandig te beheren;

d.de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de

aanvrager, niet (langer) passend is;

  • e.

    de schuldhulpverlening door het College niet langer noodzakelijk wordt geacht.

  • f.

    de aanvrager zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de

aflossing van schulden;

g.op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan

de aanvrager is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was

geweest bij het College, een andere beslissing zou zijn genomen;

h.de aanvrager zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt en/of agressief gedrag vertoont.

Artikel 9. Doorlooptijden

Beperking van de doorlooptijden gedurende het traject heeft een positief effect op zowel de aanvrager als de schuldeisers. Het College acht een termijn van gemiddeld 3 maanden om het trajectplan op te stellen een voor alle partijen acceptabele termijn.

De termijn om een schuldregeling tot stand te brengen wordt gesteld op de NVVK-norm van 120 dagen.

Artikel 10. Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden

  • 1. Het College kan in zeer bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze regeling, indien onverkorte toepassing daarvan aanleiding geeft of zou leiden tot disproportionele onredelijkheid of onbillijkheid.

  • 2. In gevallen waarin deze regeling niet voorzien, beslist het College.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2012 en wordt aangehaald als de

regeling “Beleidsregels integrale schuldhulpverlening gemeente IJsselstein.”

Toelichting op de beleidsregels integrale schuldhulpverlening IJsselstein

Inleiding algemeen

De gemeenteraad heeft het “Beleidsplan integrale schuldhulpverlening 2012-2016 vastgesteld. In dit beleidsplan is de visie van de gemeente IJsselstein neergelegd op het terrein van integrale schuldhulpverlening.

Onderhavige regeling is gebaseerd op de eerste actie uit hoofdstuk 4 van het beleidsplan te weten: het opstellen van regels met betrekking tot toelating en recidive en het opnemen van richtlijnen ten aanzien van doorlooptijden.

Achterliggende gedachte is dat de gemeente IJsselstein behoefte heeft aan heldere spelregels: de burger weet wat de voorwaarden zijn voor toelating tot de schuldhulpverlening en waaraan hij zich dient te houden en de gemeente op haar beurt weet welke verplichtingen zij aan de burger mag

opleggen en wanneer zij de toegang tot de schuldhulpverlening kan weigeren of beëindigen.

Hierbij speelt mee dat de gemeentelijke schuldhulpverlening vanaf het moment dat de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening in werking treedt zijnde 1 juli 2012 onder het regime van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) komt te vallen. Op dat moment is het dus van belang om regels met betrekking tot toelating tot de schuldhulpverlening, het opleggen van verplichtingen en het weigeren van hulp in een juridisch vat te hebben gegoten.

Artikel 1. Begripsbepalingen

Dit artikel is gebaseerd op artikel 1 van het wetsvoorstel Wet gemeentelijke

schuldhulpverlening.

Artikel 2. Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening

Conform de visie zoals neergelegd in het beleidsplan 2012-2016 staat schuldhulpverlening in

beginsel open voor alle inwoners van IJsselstein van 18 jaar en ouder. Een specifiek

doelgroepenbeleid wordt niet gevoerd door de gemeente.

Artikel 3. Aanbod schuldhulpverlening

In lid 1 is aangegeven dat het College schuldhulpverlening verleent indien het College

schuldhulpverlening noodzakelijk acht. Op deze manier wordt enerzijds recht gedaan aan het

beleidsmatige uitgangspunt van de eigen verantwoordelijkheid. Daar waar de burger in staat

moet worden geacht om de (dreigende) schuldenproblematiek zelf aan te pakken en te

regelen, kan schuldhulpverlening achterwege blijven. Anderzijds wordt middels dit lid,

evenals lid 2, recht gedaan aan het beleidsmatige uitgangspunt dat schuldhulpverlening

selectief en gericht ingezet dient te worden.

Lid 2:

Dit artikel toont de kern van schuldhulpverlening nieuwe stijl: een gerichte en selectieve

toepassing van schuldhulpverlening. De inzet van producten kan per situatie verschillen.

Het doen van het uiteindelijke aanbod schuldhulpverlening is altijd (in meer of mindere mate) maatwerk.

Artikel 4. Verplichtingen en gevolgen schending daarvan

Met dit artikel wordt de eigen verantwoordelijkheid van de hulpvrager voorop gesteld. Het

behoort tot de verantwoordelijkheid van mensen zelf om tijdig de benodigde informatie te

geven (lid 1) en medewerking te verlening (lid 2). Dit zowel in de fase van aanvraag als

gedurende de looptijd van een traject.

Wat betreft de verplichting tot medewerking is in lid 2 een aantal verplichtingen benoemd. Dit

is geen limitatieve opsomming.

Artikel 5. Weigeren en beëindigen

Indien aanvrager niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in

artikel 4, leden 1 en 2, kan het College besluiten om schuldhulpverlening te weigeren dan wel

te beëindigen. Alvorens dat te doen wordt, conform lid 2, aanvrager een termijn geboden om alsnog, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. De termijn die aan aanvrager wordt gesteld is in dit artikel bewust niet benoemd. De termijn dient een redelijke te zijn. Wat redelijk is, hangt samen met het type verplichting en wordt nader uitgewerkt in de werkprocessen.

Komt aanvrager ook gedurende de herstelperiode zijn verplichting niet na, dan kan het College

besluiten tot weigering of beëindiging van de schuldhulpverlening.

Artikel 5 is geformuleerd als een zogenaamde “kan”-bepaling. Het College heeft de bevoegdheid tot weigering of beëindiging, maar niet de verplichting. Dit geeft het College met name ruimte om van een weigering of beëindiging af te zien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.

Artikel 6. Weigeringsgronden

Een schuld ontstaan door fraude zoals omschreven in artikel 6, sub a, dan wel een schuld voortkomend uit criminaliteit (bijvoorbeeld strafboetes, schadevergoeding aan slachtoffer e.d.) zoals omschreven in artikel 6, sub b, is een ernstige belemmering om te komen tot een succesvolle schuldregeling. Het College zal op grond hiervan beslissen tot weigering van een aanbod schuldhulpverlening, met uitzondering van de producten informatie en advies en/of doorverwijzing.

Artikel 7. Recidive

Wat betreft de bevoegdheid tot weigering van een aanbod schuldhulpverlening in relatie tot

eerdere trajecten / contacten schuldhulpverlening, zijn in dit artikel regels gesteld.

Op basis van het principe van eigen verantwoordelijkheid, wordt een nadrukkelijke grens

gesteld aan het kunnen doen van hernieuwde aanvragen. Dit artikel gaat evenwel niet alleen

over eigen verantwoordelijkheid. Dit artikel gaat ook over prioriteitstelling: keuzes tot al dan

niet toelaten tot de schuldhulpverlening dienen mede te worden gemaakt tegen de

organisatorische achtergrond van beschikbare formatie en tijd.

Bij het gebruik van artikel 7 en dus de vraag wanneer welk type hulpverlening wordt

geweigerd, is het van belang om de in artikel 8 genoemde begrippen / producten goed te

onderscheiden.

Bij het bepalen of een persoon al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening telt

de verleende schuldhulpverlening c.q. de contacten daaromtrent vóór de inwerkingtreding van

deze beleidsregels ook mee.

De grote beleidsvrijheid zoals aan de gemeente gegeven om een dergelijke recidivebepaling

op te nemen, ontslaat de gemeente niet van de verplichting om, daar waar een onevenredige

situatie ontstaat voor de burger, af te wijken van het bepaalde van artikel 8 indien nodig

(ingevolge artikel 10: de hardheidsclausule). Uitgangspunt is en blijft evenwel het bepaalde in

artikel 8.

Artikel 8. Beëindiginggronden

In dit artikel wordt beschreven wanneer schuldhulpverlening kan worden beëindigd. Het

artikel laat sowieso de werking van artikel 5 onaangetast.

Van de acht gronden zoals benoemd, verdienen de gronden onder d. en e. bijzondere aandacht

gelet op de visie zoals neergelegd in het beleidsplan schuldhulpverlening. Daar waar IJsselstein

wil staan voor een selectieve en gerichte toepassing van schuldhulpverlening, kan dat

betekenen dat schuldhulpverlening wordt beëindigd indien de vorm van hulpverlening niet

langer aansluit bij de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar. Een voorbeeld hiervan is wanneer er gedurende schuldhulpverlening sprake is van het verkrijgen van een vermogen zoals een erfenis, waarmee de schulden volledig kunnen worden afgelost.

Zie in dat licht ook een duidelijk link met artikel 3 lid 2 van deze beleidsregels. In geval van agressie wordt aangesloten bij het bestaande agressiebeleid van de gemeente IJsselstein.

Artikel 9. Wachttijd en doorlooptijden

De doorlooptijden genoemd in dit artikel zijn te definieren als een termijn van orde. De termijn om te komen tot een trajectplan en daarmee de start van een schuldregeling is op een gemiddelde termijn gesteld. Korter kan en mag, maar verlengen is tevens toegestaan, mits in het belang van alle partijen en gemotiveerd, kan deze termijn met nogmaals gemiddeld drie maanden verlengd worden.

Voor de termijn om een schuldregeling tot stand te brengen wordt aangesloten bij de NVVK-norm van 120 dagen. In het algemeen geldt dat de haalbaarheid van doorlooptijden afhangt van veel diverse factoren waarop niet altijd invloed kan worden uitgeoefend. Een strakke naleving kan ten koste gaan van het eindresultaat en is daardoor niet altijd wenselijk.

Artikel 10. Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden

Dit artikel geeft ruimte aan het College om in bijzondere (lid 1) c.q. onvoorziene (lid 2)

gevallen af te wijken van de regels zoals neergelegd in deze regeling.

Artikel 11. Inwerkingtreding

De beleidsregels treden in werking op 1 juli 2012.