Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
ISD BOL

Besluit van het dagelijks bestuur van ISD BOL houdende uitvoeringsregels omtrent de tegemoetkoming in aanvullende collectieve ziektekostenverzekering Zuid-Limburg VGZ ISD BOL 2020

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieISD BOL
OrganisatietypeRegionaal samenwerkingsorgaan
Officiële naam regelingBesluit van het dagelijks bestuur van ISD BOL houdende uitvoeringsregels omtrent de tegemoetkoming in aanvullende collectieve ziektekostenverzekering Zuid-Limburg VGZ ISD BOL 2020
CiteertitelUitvoeringsregels tegemoetkoming in aanvullende collectieve ziektekostenverzekering Zuid-Limburg VGZ ISD BOL 2020
Vastgesteld doordagelijks bestuur
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Uitvoeringsregels tegemoetkoming in aanvullende collectieve ziektekostenverzekering VGZ ISD BOL 2019.

Deze regeling bevat de vroegst mogelijke datum van inwerkingtreding.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

07-01-2020nieuwe regeling

06-11-2019

bgr-2020-29

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit van het dagelijks bestuur van ISD BOL houdende uitvoeringsregels omtrent de tegemoetkoming in aanvullende collectieve ziektekostenverzekering Zuid-Limburg VGZ ISD BOL 2020

Het Dagelijks Bestuur van ISD BOL

 

 

BESLUIT

 

  • Vast te stellen de Uitvoeringsregels tegemoetkoming in aanvullende collectieve ziektekostenverzekering Zuid-Limburg VGZ ISD BOL 2020

  • In te trekken de Uitvoeringsregels tegemoetkoming in aanvullende collectieve ziektekostenverzekering Zuid-Limburg VGZ ISD BOL 2019

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    De wet De Participatiewet;

  • 2.

    Vermogen Het vermogen zoals bedoeld op grond van artikel 34 lid 1 t/m 3 Participatiewet

  • 3.

    Collectieve ziektekostenverzekering De collectieve ziektekostenverzekering Zuid-Limburg, bestaande uit de basisverzekering en een aanvullende verzekering, aangeboden door VGZ.

  • 4.

    Peildatum 1 januari van het kalenderjaar waarin de kosten zijn gemaakt.

  • 5.

    Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur van de Intergemeentelijke sociale dienst Brunssum, Onderbanken, Landgraaf (ISD BOL).

Artikel 2 Doel

De 16 Zuid Limburgse gemeenten, waaronder de BOL-gemeenten, bieden sinds 1 januari 2007 samen een collectieve ziektekostenverzekering aan hun inwoners met een minimum inkomen aan. Op grond van artikel 35 lid 3 Participatiewet is het mogelijk om categoriale bijzondere bijstand te verlenen in de vorm van een collectieve aanvullende ziektekostenverzekering.

De gemeenten Brunssum, Onderbanken en Landgraaf hebben besloten om een bijdrage in de premie te verstrekken, teneinde het bereik van de collectieve ziektekostenverzekering voor burgers met een minimuminkomen te vergroten.

Artikel 3 Doelgroep

Deze regeling is van toepassing op personen die op de peildatum in de Gemeentelijke Basisadministratie van de gemeente Brunssum, Onderbanken en Landgraaf zijn ingeschreven.

Artikel 4 Voorwaarden inkomen/vermogen

  • 1.

    De tegemoetkoming wordt verstrekt indien de aanvrager op de peildatum:

    • a.

      over vermogen beschikt dat maximaal het vrij te laten vermogen bedraagt dat voor de aanvrager op de peildatum geldt.

    • b.

      Een maximale draagkracht heeft van de volgende percentages van de toepasselijke gehuwdennorm:

      • 75% voor een alleenstaande

      • 100% voor een alleenstaande ouder

      • 110% voor een gezin

    • voor inwoners van de gemeente Brunssum en Landgraaf en:

      • 85% voor een alleenstaande

      • 108% voor een alleenstaande ouder

      • 120% voor een gezin

    • voor inwoners van de gemeente Onderbanken.

  • 2.

    Indien de aanvrager uit de gemeente Brunssum of Landgraaf op de peildatum een maximale draagkracht heeft die groter is dan de in lid 1 sub b genoemde percentages, maar minder bedraagt dan de volgende percentages van de toepasselijke gehuwdennorm:

    • 80% voor een alleenstaande

    • 105% voor een alleenstaande ouder

    • 115% voor een gezin

  • dan bestaat er maximaal recht op 50% van de maximale tegemoetkoming, ter vermindering van de armoedeval.

  • 3.

    De in lid 1 en 2 genoemde percentages worden berekend aan de hand van de gehuwdennorm zoals bedoeld in de artikelen 20, 21, 22 en 23 van de Participatiewet. De draagkrachtberekening wordt niet toegepast op grond van de kostendelersnorm zoals bedoeld in artikel 22a van de Participatiewet.

  • 4.

    Vermogen gebonden in de door aanvrager bewoonde eigendomswoning wordt voor het recht op de tegemoetkoming in aanvullende collectieve ziektekostenverzekering Zuid-Limburg VGZ niet meegerekend.

  • 5.

    Als peildatum voor de bepaling van het inkomen wordt de maand januari van het kalenderjaar waarin de kosten zijn gemaakt, gehanteerd. Voor de bepaling van het vermogen wordt als peildatum 1 januari van het kalenderjaar, waarin de kosten zijn gemaakt, gehanteerd.

  • 6.

    T.a.v. de peildatum is er een uitzondering voor nieuwe verzekerden die 18 jaar worden en willen gaan deelnemen aan de collectieve ziektekostenverzekering. Voor deze doelgroep is de peildatum de 1e van de maand waarop betrokkene 18 jaar wordt.

Artikel 5 Aanvraag

  • 1.

    De tegemoetkoming dient te worden aangevraagd vóór 1 maart van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de kosten zijn gemaakt.

  • 2.

    Alle belanghebbenden, die op de peildatum 1 januari een bijstandsuitkering op grond van de wet van ISD BOL ontvangen én deelnemer zijn aan de collectieve ziektekostenverzekering, krijgen de bijdrage ambtshalve uitbetaald. Elke klant die via deze centrale actie een verstrekking ingevolge deze regeling krijgt, ontvangt hierover een beschikking.

Artikel 6 Overige voorwaarden

Om voor deze tegemoetkoming in aanmerking te komen, geldt bovendien als voorwaarde dat belanghebbende deelnemer is van de collectieve ziektekostenverzekering Zuid-Limburg gedurende het kalenderjaar dat de tegemoetkoming wordt ontvangen.

Artikel 7 Hoogte van de tegemoetkoming

De tegemoetkoming bedraagt € 120,- per jaar per persoon vanaf 18 jaar voor belanghebbenden met een inkomen zoals bedoeld in artikel 4 lid 1b.

De tegemoetkoming bedraagt € 60,- per jaar per persoon vanaf 18 jaar voor belanghebbenden met een inkomen zoals bedoeld in artikel 4 lid 2.

Artikel 8 Hardheidsclausule

Het Dagelijks Bestuur kan voor die gevallen waarin onverkort toepassen van de regeling zou leiden tot onredelijkheid of onbillijkheid ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen in deze uitvoeringsregels.

Artikel 9 Verificatie

Bij de aanvraag dienen bewijsstukken waaronder bewijsstukken omtrent het inkomen en vermogen van belanghebbende gedurende een periode van zes maanden na datum aanvraag te worden bewaard. Vanuit VGZ kan ISD BOL zelf verifiëren welke burgers uit de BOL-gemeenten verzekerd zijn bij hen.

Artikel 10 Terugvordering

  • 1.

    Als de bijstand van de aanvrager in hetzelfde kalenderjaar als waarin de tegemoetkoming is verstrekt, wordt beëindigd vanwege inkomsten boven de toepasselijke bijstandsnorm, vindt geen terugvordering plaats van deze verstrekking.

  • 2.

    Terugvordering is wel aan de orde als er sprake is van schending van de inlichtingenplicht als gevolg waarvan de tegemoetkoming ten onrechte is verstrekt.

Artikel 11 Invoeringsdatum

  • 1.

    Deze uitvoeringsregels treden in werking per 1 januari 2020.

  • 2.

    De "uitvoeringsregels tegemoetkoming in aanvullende collectieve ziektekostenverzekering VGZ ISD BOL 2019" wordt per 1 januari 2020 ingetrokken, met dien verstande dat aanvragen voor kosten die tot en met 31 december 2019 op grond van deze regeling zijn gemaakt, nog tot 1 maart 2020 kunnen worden ingediend en op basis van deze regeling worden afgehandeld.

     

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Dagelijks Bestuur van ISD BOL d.d. 6 november 2019

De Voorzitter, De Secretaris,

Toelichting

Algemeen

Een samenwerkingsverband van Zuid Limburgse gemeenten, te weten Beek, Brunssum, Onderbanken, Landgraaf (vertegenwoordigd door ISD BOL), Heerlen, Kerkrade, Nuth, Simpelveld, Voerendaal (vertegenwoordigd door Kompas), Maastricht, Eijsden, Gulpen-Wittem, Margraten, Meerssen, Vaals, Schinnen, Sittard-Geleen, Stein en Valkenburg aan de Geul, biedt sinds 1 januari 2007 een collectieve ziektekostenverzekering aan voor hun inwoners met een minimum inkomen.

Na een nieuwe aanbestedingsprocedure via marktconsultatie in 2015 viel de keuze op VGZ om in Zuid-Limburg een collectieve ziektekostenverzekering aan te bieden (basis- en aanvullende verzekering). Vanaf 1 januari 2016 bieden de deelnemende gemeenten derhalve VGZ als de collectieve ziektekostenverzekering Zuid-Limburg aan.

Op grond van artikel 35 lid 3 Participatiewet is het mogelijk om categoriale bijzondere bijstand te verlenen in de vorm van een collectieve aanvullende ziektekostenverzekering.

De tegemoetkoming op grond van deze regeling – een vorm van categoriale bijzondere bijstand - wordt verstrekt, is bedoeld voor inwoners van Brunssum, Onderbanken Landgraaf met een minimuminkomen én die deelnemer zijn van de collectieve ziektekostenverzekering VGZ.

De bijdrage bedraagt € 10,- per maand per deelnemer van VGZ vanaf 18 jaar.

Via een centrale actie ontvangen de klanten met een uitkering voor levensonderhoud op grond van de Participatiewet, IOAW en IOAZ van ISD BOL de bijdrage automatisch van ISD BOL. Overige burgers kunnen een aanvraag indienen.

 

Deze regeling is per 1/1/2020 aangepast. Dit betreft uitsluitend technische wijzigingen.

 

Artikelgewijs

 

Artikel 1Begripsbepalingen

In artikel 1 worden de begrippen toegelicht, zoals die voor deze regeling gelden.

 

Artikel 2 en 3 doelgroep

De regeling is bedoeld voor alle burgers met een minimuminkomen. Uitgangspunt is wel dat de aanvrager op de peildatum is ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) van de betreffende BOL-gemeente.

Indien de aanvrager later dan de peildatum zich in een van de BOL-gemeenten vestigt en er is voldaan aan de overige voorwaarden, dan kan de aanvrager toch in aanmerking komen voor deze tegemoetkoming, mits hij/zij verzekerd is bij VGZ Zuid-Limburg. Indien belanghebbende al bij de gemeente van herkomst een tegemoetkoming heeft ontvangen voor de collectieve verzekering, dan wordt de tegemoetkoming naar rato toegepast van het aantal maanden dat belanghebbende in de BOL-gemeente woont.

 

Artikel 4 Voorwaarden

Per 1 januari 2015 is er een nieuwe normensystematiek in de Participatiewet. In de nieuwe draagkrachtsystematiek voor de (individuele) bijzondere bijstand per 1 januari 2015 houden we rekening met de bijstandsnormen uit artikel 20, 21, 22 en 23 van de Participatiewet en NIET met de kostendelersnorm ex artikel 22a Participatiewet. De toepassing van de kostendelersnorm in de draagkrachtsystematiek van de bijzondere bijstand zou voor meerpersoonshuishoudens zonder Participatiewet-uitkering negatief uitpakken.

Om deze (ongewenste) situatie te voorkomen, kunnen we de draagkrachtpercentages bijstellen door bij het beoordelen van bijzondere bijstand geen rekening te houden met de kostendelers-norm. Dit is goed te verdedigen omdat er alleen recht op bijzondere bijstand bestaat als sprake is van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten. Dat iemand eventuele woonkosten kan delen doet aan de bijzondere kosten op zichzelf niet af.

Om voor de tegemoetkoming in aanmerking te komen, is de draagkracht uitgedrukt in een percentage van de gehuwdennorm, zoals bedoeld in artikel 20, 21, 22 en 23 van de Participatiewet. De vaststelling van het inkomen op de peildatum geschiedt op grond van het inkomen gedurende de maand januari van het kalenderjaar waarin de kosten zijn gemaakt.

De norm voor zak- en kleedgeld voor personen die in een inrichting verblijven, is toegevoegd om de rechtsgelijkheid met personen met een bijstandsuitkering te bevorderen.

Bij personen die in een inrichting verblijven en een eigen inkomen of (arbeidsongeschiktheids)uitkering hebben (bijvoorbeeld WAJONG of WIA), wordt eerst de AWBZ-bijdrage in mindering gebracht op het inkomen. Het inkomen dat dan overblijft, wordt vergeleken met de zak- en kleedgeldnorm. Personen met een bijstandsuitkering en in een inrichting verblijven, hebben geen draagkracht en blijven in aanmerking komen voor deze regeling.

Voor het begrip inrichting wordt aangesloten bij artikel 1 onderdeel f Participatiewet, waarbij inrichting als volgt is omschreven:

* een instelling die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het bieden van verpleging of verzorging aan aldaar verblijvende hulpbehoevenden;

* een instelling die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het bieden van slaapgelegenheid, waarbij de mogelijkheid van hulpverlening of begeleiding gedurende meer dan de helft van ieder etmaal aanwezig is.

De situatie op de peildatum is bepalend voor de norm waarmee het inkomen vergeleken wordt.

 

Armoedeval

De invloed van het minima op het re-integratiebeleid is groot, blijkt uit onderzoek. Bijstandsgerechtigden met oudere kinderen gaan er niet of nauwelijks op vooruit bij het accepteren van een baan. Netto gaat een gezin er zelfs vaak op achteruit, omdat het geen beroep meer kan doen op minimaregelingen. Er is dan sprake van de zgn. armoedeval. Het minimabeleid belemmert dus in zekere zin de uitstroom naar de arbeidsmarkt. De gemeente Onderbanken heeft sinds 2018 er voor gekozen om juist de draagkrachtpercentages op te hogen zodat bij een hoger inkomen (nog steeds) recht bestaat op het volledige bedrag.

Er is een afbouwregeling ingebouwd (alleen voor gemeente Brunssum en Landgraaf), zodat bij een hoger inkomen, niet meteen het recht op deze regeling vervalt. Er is dan nog recht op de helft van de bijdrage. Zo wordt de armoedeval verminderd.

 

Peildatum:

De tegemoetkoming wordt voor een kalenderjaar verstrekt. De peildatum is 1 januari van het kalenderjaar waarin de kosten zijn gemaakt. Het inkomen over de maand januari en het vermogen op 1 januari zijn daarom bepalend voor de tegemoetkoming. Dat heeft tot gevolg dat als de aanvrager over de maand januari een hoger inkomen heeft dan de in artikel 4 genoemde percentages van de gehuwdennorm, er geen recht is. Heeft de aanvrager over de maand januari een inkomen dat minder bedraagt dan de in artikel 4 genoemde percentages van de gehuwdennorm, dan kan er recht op de tegemoetkoming zijn.

Evt. inkomen van het kind (bv. van een krantenwijk of weekendbaantje) wordt niet meegenomen bij de beoordeling van het inkomen.

De peildatum van 1 januari wordt aangehouden, ook als er na 1 januari bij belanghebbende sprake is van een forse terugval van inkomsten, bijvoorbeeld na een scheiding.

Er zijn 2 redenen waarom het Dagelijks Bestuur ook in dergelijke gevallen vasthoudt aan de peildatum:

Iemand die in de Participatiewet instroomt, willen wij z.s.m. weer laten uitstromen naar werk. Dit geldt overigens ook voor personen die vanuit een hoger inkomen terugvallen naar een inkomen op of net boven bijstandsniveau.

De prikkel naar werk moet zo groot mogelijk zijn. Indien iemand kort na het bijstandsafhankelijk worden direct in aanmerking komt voor de minimaregelingen, is de prikkel naar werk behoorlijk minder. Immers als van alle gemeentekaarten gebruik wordt gemaakt, betekent dit een behoorlijk bedrag waarop aanspraak gemaakt kan worden.

Verder is er kort na het bijstandsafhankelijk worden, in de meeste gevallen sprake van reserves. Iemand die werkloos wordt of iemand die gaat scheiden en vóór die tijd over een royaler inkomen beschikte dan bijstandsniveau, heeft in de regel nog reserves om over te beschikken o.a. voor ziektekosten. Indien de bijstandsafhankelijkheid langer duurt, dan kan wel aanspraak gemaakt worden op de minimaregelingen (nieuwe kalenderjaar peildatum 1 januari).

Overigens komen personen die vanuit een bijstandsuitkering verhuizen naar een BOL-gemeente wél in aanmerking voor de minimaregelingen. Zij voldoen op de peildatum 1 januari immers wel aan de inkomensvoorwaarden. Het criterium dat belanghebbende op de peildatum ook in een BOL-gemeente woonachtig moet zijn, wordt soepel toegepast. Immers deze personen kunnen geen reserves aanspreken, omdat zij al langere tijd op bijstandsniveau leven (zie toelichting op artikel 2 en 3).

 

Vermogen eigen woning

Het vermogen gebonden in de door de aanvrager bewoonde eigendomswoning wordt voor het recht op deze tegemoetkoming niet meegerekend.

Op grond van de toelichting bij artikel 35 Participatiewet bepaalt het Dagelijks Bestuur zelf welk deel van het inkomen en het vermogen bij de vaststelling van de draagkracht in aanmerking worden genomen. Zo zijn de vermogensvrijlatingen op grond van artikel 34 van de Participatiewet niet verplicht van toepassing op de bijzondere bijstand.

Voor deze regeling is bepaald dat het vermogen in de eigendomswoning niet meegerekend wordt.

De bijdrage in de premie wordt –indien aan de voorwaarden wordt voldaan- ineens voor de periode van 12 maanden toegekend door middel van een beschikking. De uitbetaling vindt eveneens ineens plaats.

 

Artikel 5 Aanvraag

In dit artikel is een termijn gesteld aan de periode dat de aanvraag kan worden ingediend.

De centrale actie geldt voor personen die op de peildatum 18 jaar of ouder zijn en een lopende Participatiewet-, IOAW- of IOAZ-uitkering ontvangen én bij VGZ verzekerd zijn. Personen die na 1 januari 18 jaar worden, moeten derhalve een aanvraag indienen.

 

Artikel 6 Tegemoetkoming

De bijdrage in de premie is alleen bedoeld voor deelnemers aan de collectieve ziektekostenverzekering die de BOL-gemeenten ter beschikking stellen aan burgers met een minimum-inkomen. Burgers die niet deelnemen aan VGZ, maar bij een andere verzekeraar een aanvullende verzekering hebben afgesloten, komen niet in aanmerking voor deze bijdrage.

 

Artikel 7Hoogte van de tegemoetkoming

Afhankelijk van het inkomen, bedraagt de tegemoetkoming € 120,- of € 60,- (alleen voor Brunssum en Landgraaf) per kalenderjaar per persoon.

 

Artikel 9Verificatie

Aan bewijsstukken dient bij een papieren aanvraag in elk geval ingeleverd te worden:

* inkomensgegevens over de maand januari

* verklaring omtrent vermogen

Bij een digitale aanvraag dient cliënt de genoemde bewijsstukken i.v.m. mogelijke steekproefsgewijze controle achteraf gedurende een periode van 6 maanden na datum aanvraag te bewaren en indien nodig alsnog te overleggen.

 

Artikel 10 Terugvordering

Indien de rechthebbende met algemene bijstand uitstroomt vanwege werk of andere redenen, wordt de verstrekte tegemoetkoming in het kader van deze regeling niet teruggevorderd, mede in het kader van het verzachten van de armoedeval.

Er vindt wél terugvordering plaats van deze tegemoetkoming indien blijkt dat de rechthebbende onterecht deze tegemoetkoming heeft ontvangen.

 

Artikel 11Invoeringsdatum

Deze uitvoeringsregels treden per 1 januari 2020 in werking. Per 1 januari 2020 wordt de voorgaande regeling: de "Uitvoeringsregels tegemoetkoming in aanvullende collectieve ziektekostenverzekering VGZ ISD BOL 2019" ingetrokken. Aanvragen die nog betrekking hebben op deze oude regeling (voor kosten die tot en met 31 december 2019 zijn gemaakt) kunnen nog tot 1 maart 2020 worden ingediend en worden op basis van de oude regeling afgehandeld.

De uitvoeringsregels 2020 betreft uitsluitend technische aanpassingen.