Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Laarbeek

Verordening clientenparticipatie participatiewet 2015 gemeente Laarbeek

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieLaarbeek
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening clientenparticipatie participatiewet 2015 gemeente Laarbeek
CiteertitelVerordening clientenparticipatie participatiewet 2015 gemeente Laarbeek
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Participatiewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2015Onbekend

11-12-2014

Onbekend

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening clientenparticipatie participatiewet 2015 gemeente Laarbeek

VERORDENING CLIENTENPARTICIPATIE PARTICIPATIEWETLAARBEEK 2015

De raad van de gemeente Laarbeek;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;

gelet op artikel 47 van de Participatiewet;

Besluit:

  • I.

    vast te stellen de Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet gemeente Laarbeek 2015;

  • II.

    in te trekken de Verordening cliëntenparticipatie Wet Werk en Bijstand 2009

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    de wet: de participatiewet;

  • b.

    de gemeente: de gemeente Laarbeek;

  • c.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek;

  • d.

    Portefeuillehouder: lid van het college dat namens het college de uitvoering van de Participatiewet behartigt;

  • e.

    Cliënten: personen, zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de wet;

  • f.

    Belangenorganisatie: organisatie die de belangen van cliënten behartigt.

Artikel 2 Cliëntenraad

  • 1.

    De personen bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet worden bij de uitvoering van deze wet betrokken door een cliëntenraad. De leden van de cliëntenraad worden benoemd door het college.

  • 2.

    De cliëntenraad, belangenorganisaties of het college kunnen kandidaten voordragen.

  • 3.

    De cliëntenraad kan bestaan uit zowel cliënten als vertegenwoordigers van belangenorganisaties en is, voor zover redelijkerwijs mogelijk, zodanig samengesteld dat deze een afspiegeling is van de bij de uitvoering van de Participatiewet betrokken personen.

  • 4.

    De cliëntenraad bestaat uit ten minste zeven en ten hoogste elf personen.

  • 5.

    De leden van de cliëntenraad worden door het college benoemd voor de periode van de zittingsduur van de gemeenteraad en zijn herbenoembaar.

  • 6.

    De cliëntenraad benoemt een onafhankelijke voorzitter voor de periode van de zittingsduur van de gemeenteraad en is herbenoembaar.

  • 7.

    De cliëntenraad komt ten minste vier maal per kalenderjaar in vergadering bij elkaar.

  • 8.

    Het lidmaatschap van de cliëntenraad is onverenigbaar met het lidmaatschap van de gemeenteraad of het college.

Artikel 3 Beëindiging van het lidmaatschap

  • 1.

    Het lidmaatschap eindigt indien het lid geen cliënt of vertegenwoordiger van een belangenorganisatie meer is.

  • 2.

    Het lidmaatschap eindigt indien het lid aftreedt.

  • 3.

    Het lidmaatschap eindigt indien de zittingsduur als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, is verlopen.

  • 4.

    In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid, blijft het lid de functie waarnemen totdat in de vacature is voorzien.

Artikel 4 Ambtelijk secretaris

Het college stelt een ambtenaar van de gemeente aan als ambtelijk secretaris om te waarborgen dat de cliëntenraad in staat is zijn taken naar behoren te vervullen.

Hoofdstuk 2 Taken en bevoegdheden van de gemeente, het college, de cliëntenraad en de ambtelijk secretaris

Artikel 5 Taken van gemeentebestuur

  • 1.

    De gemeenteraad en het college vragen over beleidsvoornemens via de ambtelijk secretaris advies aan de cliëntenraad op een dusdanig tijdstip dat dit advies van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.

  • 2.

    Van een tijdstip als bedoeld in het eerste lid is sprake als de adviesaanvraag aan de cliëntenraad wordt toegezonden uiterlijk vier weken voorafgaand aan de datum waarop het college of de gemeenteraad voornemens is het beleid vast te stellen.

  • 3.

    De portefeuillehouder heeft tenminste één keer per jaar overleg met de cliëntenraad.

Artikel 6 Ondersteuning cliëntenraad

Het college zorgt voor adequate ondersteuning van de cliëntenraad. Hiertoe:

  • a.

    stelt het een vergaderruimte ter beschikking;

  • b.

    geeft het de leden van de cliëntenraad toegang tot kantoormiddelen zoals een kopieermachine en een printer;

  • c.

    zorgt het ervoor, met inachtneming van artikel 5, tweede lid, dat adviesaanvragen en conceptbeleid de ambtelijk secretaris tijdig bereiken;

  • d.

    stelt het ambtenaren van de gemeente in de gelegenheid een vergadering bij te wonen voor het geven van toelichting of uitleg, als daarom door de cliëntenraad is verzocht;

  • e.

    zorgt het ervoor dat aan de cliëntenraad de nodige informatie wordt verstrekt voor zover dat nodig is voor het naar behoren functioneren van de cliëntenraad;

  • f.

    verstrekt het de informatie, bedoeld onder e, op een zodanig tijdstip dat daadwerkelijk invloed mogelijk is op de beleidsvorming en besluitvorming, en

  • g.

    indien van toepassing, ziet het erop toe dat de cliëntenraad wordt geïnformeerd over de redenen van afwijking van het door de cliëntenraad gevraagd of ongevraagd gegeven advies.

Artikel 7 Taken en bevoegdheden van de cliëntenraad

  • 1.

    De cliëntenraad brengt gevraagd en ongevraagd advies uit in verband met door het college of de gemeenteraad voorgenomen beleid inzake uitvoering van de wet.

  • 2.

    Het advies als bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk tien werkdagen voordat het college of de gemeenteraad voornemens is het beleid vast te stellen uitgebracht door toezending aan de betreffende beleidsafdeling.

  • 3.

    De cliëntenraad heeft geen bevoegdheden in zaken betreffende individuele klachten, bezwaarschriften, andere zaken met betrekking tot een individuele persoon.

  • 4.

    Ieder lid is bevoegd agendapunten aan te dragen. Dit dient te geschieden uiterlijk vijf werkdagen voorafgaand aan de vergadering door toezending aan de voorzitter.

  • 5.

    Contacten tussen de cliëntenraad en het college lopen via de voorzitter en de ambtelijk secretaris.

  • 6.

    Wanneer de cliëntenraad uit eigen beweging advies uitbrengt gebeurt dit via de voorzitter.

Artikel 8 Regionale afstemming

  • 1.

    Het is de cliëntenraad toegestaan contacten te onderhouden met cliëntenraden van andere gemeenten en organisaties om zodoende de onderlinge adviezen op elkaar af te stemmen.

  • 2.

    Het is de cliëntenraad ter uitvoering van het bepaalde in het eerste lid eveneens toegestaan het advies te laten uitbrengen door een door hen en het college erkende regionaal samengestelde cliëntenraad. Hierin dient ten minste één vertegenwoordiger van de cliëntenraad van de gemeente Laarbeek zitting te nemen.

  • 3.

    Het advies van de regionaal samengestelde cliëntenraad treedt in de plaats van het advies van de lokale cliëntenraad.

Artikel 9 Taken van de ambtelijk secretaris

De ambtelijk secretaris:

  • a.

    draagt in overleg met de cliëntenraad zorg voor een vergaderreglement en ziet toe op de naleving ervan;

  • b.

    stelt voor aanvang van het kalenderjaar in overleg met de voorzitter van de cliëntenraad een vergaderkalender samen;

  • c.

    stelt in overleg met de voorzitter van de cliëntenraad voorafgaand aan iedere vergadering de agenda samen;

  • d.

    verzendt de uitnodigingen en, indien van toepassing, conceptbeleid en adviesverzoeken, met inachtneming van artikel 5, tweede lid, uiterlijk tien werkdagen voordat de vergadering plaatsvindt aan de leden;

  • e.

    ziet erop toe dat adviesvragen en conceptbeleid de leden op een zodanig tijdstip bereiken dat zij hun rol effectief kunnen vervullen. Indien nodig last hij een tussentijds extra overleg in, en

  • f.

    maakt een verslag van de vergaderingen en zendt deze gelijktijdig met de uitnodiging van de volgende vergadering aan de leden.

Artikel 10 Budget cliëntenraad

  • 1.

    Ten behoeve van de cliëntenraad wordt jaarlijks een budget beschikbaar gesteld.

  • 2.

    Ten laste van het budget als bedoeld in het eerste lid kunnen kosten worden gebracht die verband houden met deskundigheidsbevordering, het inwinnen van advies, achterbanraadpleging en organisatiekosten.

  • 3.

    De middelen, als bedoeld in het eerste lid, worden jaarlijks door het college toegekend naar aanleiding van en op basis van een door de cliëntenraad opgestelde begroting.

  • 4.

    Jaarlijks voor 1 april brengt de cliëntenraad aan het college verslag uit van de activiteiten en bevindingen over het voorgaande jaar. Daarbij wordt in een financieel verslag tevens verantwoording afgelegd over de besteding van een eventueel beschikbaar gesteld budget.

Artikel 11 Vergoeding aan de leden

De leden van de cliëntenraad die deelnemen aan de vergadering ontvangen een presentiegeldvergoeding conform het bepaalde in de verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 12 Onvoorziene situaties

In alle andere gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Laarbeek van 11 december 2014.

De raad voornoemd,

de griffier, de voorzitter,

M.L.M. van Heijnsbergen F.H.G.M. Ronnes

Toelichting

AlgemeenMet deze verordening wordt uitvoering gegeven aan artikel 47 van de Participatiewet. Dit artikel draagt de gemeenteraad op bij verordening regels vast te stellen over de wijze waarop personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet of hun vertegenwoordigers betrokken worden bij de ontwikkeling van het gemeentelijke beleid.

Personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet zijn personen:

  • -

    die algemene bijstand ontvangen;

  • -

    als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdeel b, 35, vierde lid, onderdeel b, en

36, derde lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is verleend;

  • -

    personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Participatiewet;

  • -

    personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (hierna ANW);

  • -

    personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (hierna IOAW);

  • -

    personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (hierna IOAZ);

  • -

    personen zonder uitkering; en

  • -

    die voor de arbeidsinschakeling zijn aangewezen op een door het college aangeboden voorziening.

Om een goede werking van de cliëntenraad te waarborgen worden de leden van de cliëntenraad ondersteund en gefaciliteerd door het college. De regering hecht sterk aan actieve betrokkenheid van burgers die met de Participatiewet te maken krijgen.

Artikelsgewijze toelichting

Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld.

Artikel 1 Begrippen

Voor de diverse begrippen en omschrijvingen is aansluiting gezocht bij de formuleringen in de Participatiewet en/of bestaande regelgeving.

Artikel 2 Cliëntenraad

Dit artikel bepaalt hoe de cliëntenparticipatie concreet wordt vorm gegeven.

Omdat het niet mogelijk is om alle personen persoonlijk te betrekken bij het beleid ligt het voor de hand een cliëntenraad samen te stellen die bestaat uit vertegenwoordigers van de doelgroepen zelf of vertegenwoordigers uit belangenorganisaties. De leden van de cliëntenraad worden benoemd door het college. De cliëntenraad, belangenorganisaties en/of het college kunnen kandidaten voordragen voor lidmaatschap van de cliëntenraad (eerste lid). Het college zal een afgewezen voordracht moeten motiveren.

Om de actieve betrokkenheid van alle personen goed tot zijn recht te kunnen laten komen, is het van belang dat de cliëntenraad een afspiegeling is van alle in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet genoemde doelgroepen. Een evenredige vertegenwoordiging van bovengenoemde groepen in de cliëntenraad is daarom het uitgangspunt van deze verordening. Dit voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is. Dit uitgangspunt is in overeenstemming met het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.

Verder is in dit artikel geregeld het aantal leden van de cliëntenraad en dat leden van de cliëntenraad en de voorzitter voor de zittingsduur van de gemeenteraad worden benoemd; zij kunnen beiden worden herbenoemd. Er is voor gekozen om een onafhankelijk voorzitter te benoemen.

Artikel 3 Beëindiging van lidmaatschap

Een belangrijk uitgangspunt van de Participatiewet is arbeidsintegratie van uitkeringsgerechtigden.

In dit artikel wordt onder meer geregeld dat het lidmaatschap eindigt wanneer het lid geen cliënt of vertegenwoordiger meer is. Hierdoor blijft de binding met de doelgroep optimaal gewaarborgd.

Om te voorkomen dat leden plotseling wegvallen, en de cliëntenraad zijn taak niet meer naar behoren kan uitoefenen, is geregeld dat het lid de functie blijft waarnemen totdat in de vacature is voorzien. Deze bepaling is mede van belang om nieuwe leden te kunnen voorbereiden op hun taak.

Artikel 4 Ambtelijk secretaris

Op grond van artikel 47, onderdeel b, van de Participatiewet moet worden voorzien in ondersteuning om de cliëntenraad zijn rol effectief te kunnen laten vervullen. Om hierin te kunnen voorzien wordt een ambtelijk secretaris aan de cliëntenraad toegevoegd. Deze kan de communicatie tussen college en gemeenteraad enerzijds en de cliëntenraad anderzijds stroomlijnen.

Artikel 5 Taken van het gemeentebestuur

Het gemeentebestuur zal over beleidsvoornemens van de gemeenteraad en het college via de ambtelijk secretaris advies vragen aan de cliëntenraad op een dusdanig tijdstip dat dit advies van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Als de adviesaanvraag uiterlijk vier weken voorafgaand aan de datum waarop het college of de gemeenteraad voornemens is het beleid vast te stellen, wordt toegezonden aan de cliëntenraad, dan kan het advies van de cliëntenraad van wezenlijke invloed zijn op het door de gemeenteraad of het college te nemen besluit. Cliëntenparticipatie is een proces dat moet groeien. Om dit te bevorderen is het belangrijk dat de leden, de wethouder en de ambtelijk secretaris elkaar regelmatig ontmoeten.

Artikel 6 Ondersteuning cliëntenraad

Om zijn taken effectief te kunnen vervullen is het van belang dat de cliëntenraad wordt gefaciliteerd. Niet alleen vergaderruimte is van belang, maar ook de toegang tot kantoormiddelen. Het college zorgt voor adequate ondersteuning van de cliëntenraad.

Artikel 7 Taken en bevoegdheden van de cliëntenraad

De cliëntenraad is bevoegd gevraagd en ongevraagd advies te geven over het te ontwikkelen beleid. Het advies wordt uiterlijk tien werkdagen voordat het college of de gemeenteraad voornemens is het beleid vast te stellen uitgebracht door toezending aan de betreffende beleidsafdeling.

Dit artikel regelt tevens uitdrukkelijk dat de cliëntenraad geen bevoegdheid heeft in individuele aangelegenheden. Ieder lid van de cliëntenraad is bevoegd agendapunten aan te dragen. Dit moet uiterlijk vijf werkdagen voorafgaand aan de vergadering gebeuren. De agendapunten moeten worden gezonden aan de voorzitter. Contacten tussen de cliëntenraad en de gemeente verlopen via de voorzitter en de ambtelijk secretaris.

Artikel 8 Regionale afstemming

In de Peelregio werken de gemeenten Asten, Deurne Geldrop-Mierlo (deels), Gemert-Bakel, Laarbeek, Laarbeek en Someren samen met betrekking tot de uitvoering van de Participatiewet. Die samenwerking krijgt gestalte door het onderbrengen van de taken in een gezamenlijke organisatie.

Door die samenwerking bestaat er eveneens een bereidheid gezamenlijk beleid te ontwikkelen, althans gemeentelijk beleid te harmoniseren. De inhoudelijke ontwikkelingen en de beoogde samenwerking roepen de vraag op hoe de cliëntenparticipatie in de toekomst op een effectieve en efficiënte manier vormgegeven kan worden. Blijven de huidige cliëntenraden in tact? Hoe wordt de relatie tussen de cliëntenraden en nieuwe organisatie? Hoe kunnen de verschillende cliëntenraden gezamenlijk worden betrokken bij de inhoudelijke ontwikkelingen die vanuit één organisatie gaat plaatsvinden? Welke vorm van cliëntenparticipatie is in de toekomst nog gewenst. Voorlopig is deze vraag beantwoord door het creëren van een regionale cliëntenvertegenwoordiging De cliëntenraden hebben met elkaar afgesproken dat zij uitvoering geven aan hun advies door via de regionale vertegenwoordiging het managementteam van het Werkplein – als voorloper van een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie – gevraagd en ongevraagd te adviseren op alle aspecten met betrekking tot de uitvoering van de dienstverlening waarvoor het managementteam van het Werkplein aan zet is. Op deze wijze worden ook beleidsvoorstellen die vanuit het Werkplein richting de samenwerkende gemeenten worden voorgelegd, op een centrale plaats voorbesproken met de cliëntenvertegenwoordiging. Het advies dat die cliëntenvertegenwoordiging uitbrengt treedt dan in de

plaats van dat van de lokale raden. Was een cliëntenraad te beschouwen als een bestuursorgaan dan zou sprake zijn van een mandaat. Gemakshalve wordt die term aangehouden, al kan daar in juridische zin geen sprake van zijn. Wel is het zaak dat de onderlinge verhouding tussen cliëntenraden, regionale cliëntenvertegenwoordiging en het Werkplein in een juridisch document wordt vastgelegd. Gedacht kan worden aan een convenant.Uiteraard is het zaak dat de gemeentelijke verordeningen op elkaar worden afgestemd om regionale afstemming mogelijk te maken en goed te laten verlopen.

Artikel 9 Taken van de ambtelijk secretaris

De ambtelijk secretaris vormt de ambtelijke schakel tussen de gemeenteraad en het college en de cliëntenraad. Hij zal erop moeten toezien dat alle partijen informatie tijdig ontvangen of verstrekken, zodat alle partijen hun taak effectief kunnen vervullen. Doordat de ambtelijk secretaris (mede) is belast met de agendering en verslaglegging kan hij ervoor waken dat alle partijen naar evenredigheid aan bod komen. De ambtelijk secretaris verzendt de uitnodigingen aan de leden uiterlijk tien werkdagen voordat de vergadering plaatsvindt.

Artikel 10 Budget cliëntenraad

Voor deskundigheidsbevordering wordt jaarlijks door het college een budget beschikbaar gesteld. Ten laste hiervan kunnen onder meer kosten worden gebracht die verband houden met deskundigheidsbevordering, het inwinnen van advies, achterbanraadpleging en organisatiekosten. Deze middelen worden door het college beschikbaar gesteld op basis van een door de cliëntenraad opgestelde begroting, die door het college dient te worden beoordeeld. De cliëntenraad moet jaarlijks achteraf verantwoording afleggen over de besteding van de middelen.

Artikel 11 Vergoeding aan de leden

De leden kunnen aanspraak maken op een vaste onkostenvergoeding per bijgewoond overleg, zoals vastgelegd de verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden.

Artikel 12 Onvoorziene situaties

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.