Regeling vervallen per 14-01-2019

Destructieverordening 2010

Geldend van 26-06-2010 t/m 13-01-2019 met terugwerkende kracht vanaf 01-03-2010

Intitulé

Destructieverordening 2010

De raad van de gemeente Laren

 

gelezen het voorstel d.d. 23 maart 2010 van burgemeester en wethouders;

 

gelet op Artikel 81h Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren

B E S L U I T :

De nieuwe destructieverordening Laren vast te stellen, waarbij geconstateerd wordt dat de Destructieverordening van 21 november 1958, van rechtswege, is komen te vervallen.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. de wet: de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren;

b. houder: degene die als houder of eigenaar van dode gezelschapsdieren ingevolge de wet verplicht is daarvan aangifte te doen;

c. destructiemateriaal: krachtens artikel 81h, eerste lid, onder a van de wet aangewezen dode gezelschapsdieren;

d. gezelschapsdieren: dieren die de mens in of rond het huis houdt en verzorgt om zichzelf te plezieren. Tot deze categorie behoren onder meer honden, katten, knaagdieren, kooi- en volièredieren, duiven en vissen.

Konijnen, kippen, kalkoenen, kwartels, parelhoenders, eenden, ganzen en fazanten behoren tot de categorie gezelschapsdieren indien er geen commerciële opbrengst aan verbonden is zoals de productie van vlees, wol, pels, eieren, pluimen of huiden.

Landbouwhuisdieren zoals runderen, schapen, paarden, (dwerg)geiten, varkens, hangbuikzwijnen en herten worden niet gerekend tot de categorie gezelschapsdieren.

Artikel 2 Verzamelplaatsen

Burgemeester en wethouders wijzen één of meer verzamelplaatsen aan.

Artikel 3 Aangifte destructiemateriaal

De houder is gehouden uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het destructiemateriaal is ontstaan, het materiaal te vervoeren naar een naast bijgelegen verzamelplaats en het daar aan te geven of af te staan.

Artikel 4 Bewaren destructiemateriaal

Tot het tijdstip van afgifte is de houder gehouden het destructiemateriaal zodanig te bewaren dat vermenging met ander materiaal wordt voorkomen.

Artikel 5 Toepassing wet

Ingeval artikel 81h, vijfde lid van de wet door de Minister van toepassing wordt verklaard, is hierop eveneens het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 4 van deze verordening van toepassing.

Artikel 6 Intrekking

De destructieverordening, door de gemeenteraad van Laren vastgesteld op 21 november 1958 met bijbehorende wijzigingsverordeningen wordt ingetrokken.

Artikel 7 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 maart 2010.

Artikel 8 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Destructieverordening Laren".

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Laren, gehouden op 28 april 2010.
 
 
drs. T.W. Zwemmer                                                     drs E.J. Roest
griffier                                                                             burgemeester

Nota-toelichting

De destructie van dieren en dierlijk afval dient de hygiëne en voorkomt zoveel mogelijk dat de gezondheid van mensen in gevaar komt. Ook de verspreiding van besmettelijke dierziekten wordt hierdoor beperkt. In de bestaande verordening bestond de wettelijke grondslag voor de verordening uit de Destructiewet. Deze wet is inmiddels ingetrokken en vervangen door de Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren (GWWD).

In de GWWD is sprake van gezelschapsdieren. Dit zijn dieren die legaal in Nederland gehouden mogen worden. Naast honden en katten gaat het ook om vissen, muizen, bepaalde soorten reptielen, etc. Het is de eigenaar of houder van een dood gezelschapsdier die de afweging maakt om het dier al dan niet voor destructie aan te bieden bij de gemeente.

Soms gebruiken eigenaren alternatieve legale afvoermogelijkheden (begraven, afvoer in de huisvuil-container) voor sommige dieren. Meestal zullen dierhouders uit emotionele overwegingen kiezen voor begraven of cremeren van een huisdier.

Voor gezelschapsdieren die de eigenaar laat inslapen door tussenkomst van een dierenarts, zorgt de dierenarts dat het dier ter verwerking wordt aangeboden.

Ingeval sprake is van een besmettelijke dierziekte waarvoor maatregelen getroffen moeten worden, dan voorziet artikel 5 hierin. Op grond van artikel 81h, vijfde lid van de GWWD kan de Minister dan aanwijzingen geven.