Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Leeuwarden

Parkeerverordening 2018

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieLeeuwarden
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingParkeerverordening 2018
Citeertitel
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpruimtelijke ordening, verkeer en vervoer
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Bij besluit van de raad van Leeuwarden van 2 januari 2018 is deze gemeentelijke regeling van toepassing verklaard op het hele grondgebied van de gemeente Leeuwarden, zoals dat per 1 januari 2018, op grond van de Wet van 8 maart 201 tot herindeling van de gemeenten Franekeradeel, het Bildt, Leeuwarden, Leeuwarderadeel, Littenseradiel, Menameradiel en Sudwest-Fryslan, is ontstaan. N.B. besluit is van kracht per 01-01-2018

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

N.v.t.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

11-01-2018Parkeerverordening Leeuwarden 2018

18-12-2017

gmb-2018-3445

Tekst van de regeling

Intitulé

Parkeerverordening 2018

DE RAAD VAN DE GEMEENTE LEEUWARDEN;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van xx oktober 2017;

gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994;

BESLUIT:

vast te stellen de Parkeerverordening Leeuwarden 2018

AFDELING I. DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1. Definities en begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459.

b. het college: het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.

c. ambulante werkzaamheden: werkzaamheden waarbij minimaal drie keer per dag (exclusief woon-werk verkeer) een motorvoertuig moet worden gebruikt voor noodzakelijke werkzaamheden ten behoeve van het bedrijf of een beroepsuitoefenaar.

d. bedrijf of beroepsuitoefenaar:

- een in werking zijnde organisatie die volgens het Handelsregister van de Kamer van Koophandel als bedrijf, stichting, vereniging of beroep is ingeschreven;

- elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst of krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht;

- de zelfstandige die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in het eigen bedrijf of (zelfstandig) beroep;

- een niet-commerciële organisatie die hieraan door het college is gelijkgesteld;

met dien verstande dat de hiervoor genoemde bedrijven of beroepen worden beschouwd als één bedrijf of één beroep indien de vestigingsadressen dezelfde zijn, dan wel indien sprake is van een (juridische) constructie waaruit moet worden geconcludeerd dat het in wezen één bedrijf of één beroep betreft.

e. bedrijfsauto: een door de RDW aangewezen (zakelijke) bedrijfsauto waarvan het kenteken is geregistreerd op naam van een bedrijf of op naam van een beroepsuitoefenaar.

f. bedrijfsparkeervergunning: een parkeervergunning die ingevolge artikel 3 lid 4, onder b of c juncto de artikelen 5 of 6 van deze verordening aan bedrijven kan worden verleend.

g. bewoner: degene die daadwerkelijk woonachtig is in een zone waar het parkeren gereguleerd is binnen de gemeente Leeuwarden, blijkens inschrijving in de Basisregistratie Personen.

h. bewonersparkeervergunning: een parkeervergunning die ingevolge artikel 3 lid 4, onder a juncto artikel 4 aan bewoners, niet zijnde recreanten kan worden verleend.

i. (digitale) kraskaart: een parkeerontheffing in de vorm van een (digitale) kaart), aan te vragen door een bewoner van een parkeerschijfzone (blauwe zone) in de stad Leeuwarden waarmee door het bezoek van de bewoner in de parkeerschijfzone (blauwe zone), waar de bewoner woonachtig is, voor een (kalender)dag geparkeerd worden.

j. houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een motorvoertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt:

1. degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het aangehouden register van opgegeven kentekens was ingeschreven; of

2. degene die het motorvoertuig op grond van een contract van huurkoop of lease, van een officieel (lease)bedrijf dat staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, onder zich heeft; of

3. degene die een motorvoertuig als werknemer onder zich heeft.

k. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990.

l. ontheffinghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een parkeerontheffing is verleend.

m. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computers voor het verlenen van diensten op het gebied van telefonische betaling bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.

n. parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur.

o. parkeerplaats: plaats op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten waarop parkeren niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.

p. parkeerplaats op eigen terrein / eigen parkeerplaats: dit betreft een:

 

  • 1.

    - parkeerplaats op een terrein of in een garage welke in eigendom is van de

    • 1.

      vergunningaanvrager of uitgegeven in erfpacht, gebruik of verhuurd aan de vergunningaanvrager;

  • 1.

    - parkeerplaats op het terrein of in de garage van een complex waarvan in de bouwvergunning, omgevingsvergunning, exploitatieovereenkomst, splitsingsakte, erfpachtvoorwaarden, huur- of koopovereenkomst of soortgelijke overeenkomsten c.q. documenten is vastgelegd dat deze bedoeld is als parkeergelegenheid voor het adres van de vergunningaanvrager;

  • 2.

    - voormalige parkeerplaats op eigen terrein die door of vanwege de vergunningaanvrager of diens rechtsvoorganger een andere bestemming heeft gekregen;

  • 3.

    - parkeerafspraak vastgelegd in een parkeerovereenkomst, expolitatieovereenkomst of soortgelijke overeenkomsten c.q. documenten, waarin geen gebruik wordt gemaakt van openbare parkeerplaatsen.

q. parkeerontheffing: een door burgemeester en wethouders verleende ontheffing op kenteken, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren buiten de parkeervakken en/of in de blauwe zone zonder het gebruik van een parkeerschijf.

r. parkeerschijfzone(s) ofwel blauwe zone(s): door het college vast te stellen gebieden waarin sprake is van parkeerregulering middels parkeerschijven.

s. parkeervergunning: een door burgemeester en wethouders verleende vergunning op kenteken, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen vergunninghoudersplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen.

t. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.

u. stallingplaats: plaats, juridisch, feitelijk of planologisch bestemd of bedoeld om motorvoertuigen te stallen, gelegen buiten de openbare weg en niet voor het openbaar verkeer openstaand of toegankelijk.

v. vergunningenplafond: het door burgemeester en wethouders vast te stellen maximum aantal uit te geven parkeervergunningen per zone in de binnenstad en in de schil.

w. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een parkeervergunning is verleend.

x. vergunninghoudersplaats (belanghebbendenplaats): een parkeerplaats die:

1. is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990; of

2. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift “zone”, voorzover deze plaats niet is uitgezonderd.

 

y. zelfstandige woning: een woning of woonschip – zoals geregistreerd volgens de Wet basisregistraties adressen en gebouwen (BAG) – die een eigen toegang heeft en die de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woning.

z. zones: gebieden in de binnenstad met zonenummers 1 t/m 4 en in de schil met zonenummers 6 t/m 10 (volgens bijgevoegde zonekaart), waar met een verleende parkeervergunning op een vergunninghoudersplaats en/of op een parkeerapparatuurplaats mag worden geparkeerd.

aa. zon- en feestdagen: zondagen en verder Nieuwjaarsdag, Eerste en Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Eerste en Tweede Pinksterdag, Eerste en Tweede Kerstdag en Koningsdag.

AFDELING II. PLAATSEN VOOR VERGUNNINGHOUDERS (VERGUNNINGHOUDERSPLAATSEN OF PARKEERAPPARATUURPLAATSEN)

Artikel 2. Aanwijzen zones, terreinen en/of weggedeelten en tijdstippen voor parkeren t.b.v. vergunninghouders

1. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, zones, terreinen en/of weggedeelten aanwijzen die (deels) bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders. Het college kan hierbij onderscheid maken in de categorieën parkeervergunningen zoals bedoeld in artikel 3, vierde lid.

2. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren uitsluitend voor vergunninghouders is toegestaan.

3. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, op de aangewezen zon- en feestdagen zoals aangegeven in artikel 1 onder aa van deze verordening vrij parkeren aanwijzen voor zones, terreinen en/of weggedeelten die bestemd zijn voor betaald parkeren.

Artikel 3. Parkeervergunning - algemeen

1. Het college kan, op een daartoe strekkende aanvraag, een parkeervergunning verlenen voor het parkeren op vergunninghoudersplaatsen of op parkeerapparatuurplaatsen.

2. De parkeervergunning wordt op kenteken verleend voor maximaal 1 kalenderjaar.

3. Het college kan nadere regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een parkeervergunning.

4. De volgende categorieën parkeervergunningen kunnen worden verleend:

a. een bewonersparkeervergunning kan worden verleend aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die bewoner is van een zone waar vergunninghoudersplaatsen of waar mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn; hierbij worden de nadere regels van artikel 4 in acht genomen;

b. een bedrijfsparkeervergunning in een zone waarin een bedrijf of beroepsuitoefenaar is gevestigd kan worden verleend aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig van een bedrijf of beroepsuitoefenaar (of aan een persoon die werkzaam is bij het bedrijf of beroepsuitoefenaar) gevestigd in een zone in de binnenstad of in de schil waar vergunninghoudersplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn; hierbij worden de nadere regels van artikel 5 in acht genomen;

c. een bedrijfsparkeervergunning voor werkzaamheden in meerdere zones kan worden verleend aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig van een bedrijf of beroepsuitoefenaar (of aan een persoon die werkzaam is bij het desbetreffende bedrijf of bij de beroepsuitoefenaar)voor meerdere zones van de binnenstad al dan niet aangevuld met de schil waar vergunninghoudersplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn; hierbij worden de nadere regels van artikel 6 in acht genomen.

5. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, met inachtneming van deze verordening een maximum aantal uit te geven parkeervergunningen per zone vaststellen. Een parkeervergunning kan worden geweigerd indien het door het college vast te stellen vergunningenplafond van een zone is bereikt.

6. Het college kan aan een parkeervergunning voorwaarden en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.

7. Een parkeervergunning wordt voor ten hoogste één kalenderjaar verleend.

8. De parkeervergunning bevat in elk geval de volgende gegevens:

a. de periode waarvoor de parkeervergunning geldt;

b. de zone waarvoor de parkeervergunning geldt;

c. de naam en het adres van de vergunninghouder en het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de parkeervergunning is verleend.

9. Een parkeervergunning kan telkenmale voor één kalenderjaar worden verleend, indien de verschuldigde belasting voor de parkeervergunning voor het komende kalenderjaar tijdig is betaald en zolang voldaan is aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening. Indien niet tijdig, te weten uiterlijk 31 december van het voorgaande kalenderjaar, is betaald moet een nieuwe aanvraag worden ingediend.

 Artikel 4. Bewonersparkeervergunning

1. Er kunnen maximaal twee parkeervergunningen per zelfstandige woning worden verleend voor de zone waarbinnen de woning gelegen is. De tweede parkeervergunning (voor een tweede auto) kan alleen worden verleend indien het maximum aan uit te geven parkeervergunningen, zoals vast te stellen door het college op basis van artikel 3 lid 5, nog niet is bereikt, met dien verstande dat parkeerplaats(en) op eigen terrein / eigen parkeerplaats(en) hierbij in mindering worden gebracht.

2. In afwijking van lid 1 wordt voor Grou slechts één parkeervergunning per adres verstrekt.

3. Indien een parkeervergunning is geweigerd op grond van het feit dat het vergunningenplafond van de betreffende zone is bereikt, kan de aanvrager (indien gewenst) op een wachtlijst worden geplaatst. De aanvrager wordt hiervan in kennis gesteld.

4. Het college kan nadere regels stellen omtrent de uitvoering van de wachtlijst;

5. De volgorde waarin de aanvrager op de wachtlijst wordt geplaatst is de volgorde van de datum van ontvangst van de volledige aanvraag.

6. De aanvrager wordt van de wachtlijst verwijderd indien:

a. de aanvrager daarom verzoekt;

b. de aanvrager een parkeervergunning wordt verleend;

c. blijkt dat bij de aanvraag van de parkeervergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van de juiste gegevens niet tot plaatsing op de wachtlijst zou hebben geleid;

d. niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden die aan de aangevraagde parkeervergunning zijn gesteld bij of krachtens deze verordening.

7. De aanvrager wordt in kennis gesteld van de verwijdering van de wachtlijst.

Artikel 5. Bedrijfsparkeervergunning in een zone waarin een bedrijf of beroepsuitoefenaar is gevestigd

1. De aanvrager dient aan te tonen dat het in het belang van zijn bedrijfs- of beroepsuitoefening noodzakelijk is om een motorvoertuig te parkeren binnen een zone waar vergunninghoudersplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn. De gemeente toetst dit aan de door het college vast te stellen nadere regels voor het aanvragen en het verlenen van een parkeervergunning.

2. Parkeervergunningen worden alleen verstrekt voor de zone waarbinnen het bedrijf of een beroepsuitoefenaar gevestigd is.

3. Parkeervergunningen voor een bedrijf of beroepsuitoefenaar worden niet verleend voor woon-werkverkeer. Parkeervergunningen voor een bedrijf of beroepsuitoefenaar worden alleen verleend ten behoeve van ambulante werkzaamheden; het college kan hieromtrent nadere regels stellen.

4. Parkeervergunningen worden uitsluitend verleend wanneer door de aanvrager wordt aangetoond dat de parkeerplaatsen op eigen terrein niet voldoende ruimte bieden voor de motorvoertuigen die gebruikt worden voor ambulante werkzaamheden, met dien verstande dat parkeerplaats(en) op eigen terrein / eigen parkeerplaats(en) hierbij in mindering worden gebracht.

5. De (kenteken)houder van een motorvoertuig, wiens woonadres gelijk is aan het vestigingsadres van zijn bedrijf en/of beroep verkrijgt, wat betreft de eerste aangevraagde parkeervergunning, een bewonersparkeervergunning. Bij de aanvraag voor de tweede parkeervergunning worden de criteria voor bedrijfsparkeervergunningen, zoals opgenomen in de leden 1, 2, 3 en 4 gehanteerd.

6. Geen parkeervergunning wordt verleend aan een bedrijf of beroepsuitoefenaar in door het college aan te wijzen zones in Grou.

Artikel 6. Bedrijfsparkeervergunning voor werkzaamheden in meerdere zones in de binnenstad en/of de schil

1. Een bedrijfsparkeervergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig, indien deze een bedrijf of beroep uitoefent in meerdere zones in de binnenstad en/of de schil en waarvoor het, gezien de aard van de werkzaamheden, noodzakelijk is een motorvoertuig dicht bij de werkplek te parkeren.

2. De parkeervergunning kan worden verleend voor parkeerapparatuurplaatsen.

3. De parkeervergunning mag alleen worden gebruikt gedurende de daadwerkelijke uitoefening van de werkzaamheden ter plaatse waarbij de aanwezigheid van een motorvoertuig noodzakelijk is.

4. Parkeervergunningen voor een bedrijf of beroepsuitoefenaar worden niet verleend voor woon-werkverkeer. Parkeervergunningen voor een bedrijf of beroepsuitoefenaar worden alleen verleend ten behoeve van ambulante werkzaamheden; het college kan hieromtrent nadere regels stellen.

Artikel 7. Parkeerontheffing – algemeen

1. De parkeerontheffing wordt op kenteken verleend.

2. Het college kan nadere regels stellen voor het aanvragen en verlenen van parkeerontheffingen.

3. De volgende categorieën parkeerontheffingen kunnen worden verleend:

a. een parkeerontheffing voor een parkeerschijfzone (blauwe zone);

b. een (digitale) kraskaart;

c. een parkeerontheffing voor parkeren buiten de parkeervakken (parkeerverbod) voor een bedrijf of beroepsuitoefenaar.

4. Het college kan aan een parkeerontheffing voorwaarden verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.

5. De parkeerontheffing bevat in elk geval de volgende gegevens:

a. de periode waarvoor de parkeerontheffing geldt;

b. het gebied waarvoor de parkeerontheffing geldt;

c. de naam en het adres van de ontheffinghouder en het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de parkeerontheffing is verleend.

6. Een parkeerontheffing kan telkenmale voor één kalenderjaar worden verleend, indien de verschuldigde belasting voor de parkeerontheffing voor het komende kalenderjaar tijdig is betaald en zolang voldaan is aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening. Indien niet tijdig, te weten uiterlijk 31 december van het voorgaande kalenderjaar, is betaald moet een nieuwe aanvraag worden ingediend.

Artikel 8. Parkeerontheffing voor een parkeerschijfzone (blauwe zone)

  • 1.

    Een parkeerontheffing kan op aanvraag voor maximaal 1 kalenderjaar worden verleend aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont dan wel zijn bedrijf of beroep uitoefent in een parkeerschijfzone (blauwe zone) in de stad Leeuwarden.

  • 2.

    Er worden in totaal maximaal 2 parkeerontheffingen per zelfstandige woning en per bedrijf / beroepsuitoefenaar verleend, met dien verstande dat parkeerplaats(en) op eigen terrein / eigen parkeerplaats(en) hierbij in mindering worden gebracht.

  • 3.

    Het college kan, bij openbaar te maken besluit, met inachtneming van deze verordening nadere regels te stellen voor verlening van een parkeerontheffing voor een bedrijf of beroepsbeoefenaar.

Artikel 9. (Digitale) kraskaart

Het college kan (digitale) kraskaarten verlenen aan bewoners, woonachtig op een adres binnen een parkeerschijfzone (blauwe zone) in de stad Leeuwarden.

Artikel 10. Parkeerontheffing voor parkeren buiten de parkeervakken (parkeerverbod) voor een bedrijf of beroepsuitoefenaar

Het college kan een parkeerontheffing voor parkeren buiten de parkeervakken (parkeerverbod) op aanvraag verlenen voor maximaal 1 kalenderjaar  aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig, zijnde een bedrijfsauto, wanneer deze aantoont noodzakelijke werkzaamheden te hebben. Dit is met name van toepassing bij bedrijven die bijvoorbeeld vallen in de categorieën nutsbedrijven, installatiebedrijven of beveiligingsbedrijven.

Artikel 11. Intrekken of wijzigen parkeervergunning of parkeerontheffing

1. Het college kan een parkeervergunning of een parkeerontheffing intrekken of wijzigen:

a. op verzoek van de vergunninghouder of ontheffinghouder, met dien verstande dat:

°1. wijziging van het motorvoertuig of van het kenteken van het motorvoertuig, van de (bedrijfs)naam of het adres van de vergunning- of ontheffinghouder onmiddellijk via het gemeentelijk (digitale) loket dan wel schriftelijk aan het college moeten worden doorgegeven;

°2. de vergunning- of ontheffinghouder verplicht is overige wijzigingen in zijn/haar omstandigheden die relevant zijn voor het verlenen van een parkeervergunning of parkeerontheffing onmiddellijk aan het college kenbaar te maken.

b. indien er zich een wijziging voordoet in één van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de parkeervergunning of parkeerontheffing;

c. indien het parkeerregime (deels) wordt gewijzigd of (deels) komt te vervallen;

d. indien de vergunninghouder of ontheffinghouder handelt in strijd met de aan de parkeervergunning dan wel parkeerontheffing verbonden voorwaarden;

e. indien in strijd met artikel 12 lid 2 van deze verordening wordt gehandeld;

f. om redenen van openbaar belang.

2. Een besluit tot het intrekken of wijzigen van een parkeervergunning of parkeerontheffing wordt met redenen omkleed. Voordat wordt besloten tot intrekking of wijziging van de parkeervergunning of parkeerontheffing wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld om zienswijzen in te dienen. De belanghebbende wordt van het besluit tot het intrekken of wijzigen van de parkeervergunning dan wel parkeerontheffing schriftelijk in kennis gesteld. Het hiervoor vermelde ten aanzien van het indienen van zienswijzen is niet van toepassing indien de parkeervergunning of parkeerontheffing op verzoek van de vergunninghouder dan wel ontheffinghouderwordt ingetrokken dan wel gewijzigd wordt.

 

AFDELING III. VERBODSBEPALINGEN

Artikel 12. Parkeren zonder parkeervergunning

Het is verboden, gedurende de tijden waarop het parkeren op een vergunninghoudersplaats of op een parkeerapparatuurplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan, een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:

1. zonder parkeervergunning;

2. in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorwaarden.

Artikel 13. Oneigenlijk gebruik parkeervergunning of parkeerontheffing

Het is verboden om de parkeervergunning of parkeerontheffingen al dan niet tegen betaling oneigenlijk te (laten) gebruiken, te (foto) kopiëren, na te tekenen, dan wel op enige andere wijze te (laten) reproduceren of om eigenmachtig wijzigingen aan of op de parkeervergunning of parkeerontheffing aan te brengen.

Artikel 14. Oneigenlijk gebruik parkeerapparatuur

1. Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op of bij de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.

2. Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik van de parkeerapparatuur wordt belemmerd of verhinderd.

Artikel 15. Oneigenlijk gebruik vergunninghoudersplaats en parkeerapparatuurplaats

1. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te plaatsen of te laten staan:

a. op een vergunninghoudersplaats;

b. op een parkeerapparatuurplaats.

AFDELING IV. STRAFBEPALING

Artikel 15. Strafbepaling

1. Overtreding van het bepaalde in Afdeling III van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of een geldboete van de eerste categorie.

2. Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, de door het college aangewezen ambtenaren belast.

AFDELING V. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 16. Hardheidsclausule

Het college kan ten gunste van de aanvrager het bij of krachtens deze verordening bepaalde buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover van toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

 

Artikel 17. Toepassingsbereik

Deze verordening is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Leeuwarden zoals deze in 2017 bestond (derhalve voor de herindeling van 2018).

Artikel 18. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: “Parkeerverordening Leeuwarden 2018”.

Artikel 19. Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.

2. Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de ‘Parkeerverordening Leeuwarden 2016’.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van xx

voorzitter,

griffier.