Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Leeuwarden

Beleidsregel kamperen in de gemeente Leeuwarden

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieLeeuwarden
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregel kamperen in de gemeente Leeuwarden
CiteertitelBeleidsregel kamperen in de gemeente Leeuwarden
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

-

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

07-02-200801-01-2016nieuwe regeling

15-01-2008

Huis aan Huis; 6 februari 2008

--

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregel kamperen in de gemeente Leeuwarden

KAMPEERTERREINEN IN DE GEMEENTE LEEUWARDEN EN DE INTREKKING VAN DE WET OP DE OPENLUCHTRECREATIE (WOR)

Aanleiding:

De WOR (Wet op de Openluchtrecreatie) wordt vanaf 1 januari 2008 ingetrokken. De intrekking van de WOR past binnen het streven om bureaucratie en regelzucht te verminderen; deregulering en administratieve lastenverlichting. Door het kabinet is de WOR beoordeeld in de doelstelling om de regeldruk te verminderen. Daarbij kwam men tot de conclusie dat de centrale doelstelling van de wet, het leveren van een bijdrage aan een grotere verscheidenheid aan kampeerterreinen, niet is gerealiseerd.

De WOR bevat regels over de ruimtelijke spreiding en de diversiteit van het kampeeraanbod, de regeling van de kampeerovereenkomst en voorschriften op het gebied van hygiëne, gezondheid en veiligheid. Voor geen van deze onderwerpen blijkt het voortbestaan van de WOR noodzakelijk. Al deze zaken zijn ook in andere regelingen geregeld of kunnen op grond van andere regelingen geregeld worden. Bovendien kunnen kampeerterreinhouders ook zelf zaken regelen zonder overheidsinterventie. Een recreatieplek met slecht werkende voorzieningen zal immers weinig recreanten aanspreken!

Vanaf 1 januari 2008 zijn wij als gemeente dus zelf verantwoordelijk voor het vastleggen van de nodige voorschriften voor kampeerterreinen.

Hierbij kiezen we nadrukkelijk voor het uitgangspunt alleen voorschriften te stellen ten aanzien van kamperen als deze écht noodzakelijk zijn en laten we zoveel mogelijk over aan de markt en zelfregulering.

Het bestemmingsplan en de APV bieden voldoende handvaten om de door de gemeente gewenste regels te stellen aan kampeerterreinen. In het bestemmingplan kan de gemeente regelen waar kampeerterreinen gevestigd mogen worden en waar niet. Ook voorschriften betreffende inrichting en gebruik van kampeerterreinen, het kampeerseizoen en het aantal kampeerplaatsen per categorie camping kunnen worden opgenomen in bestemmingplannen.

In de APV kan het kamperen buiten kampeerterreinen worden geregeld.

Gevolgen intrekking WOR

De WOR is gefaseerd ingetrokken. In een eerder stadium (ingaande 1 november 2005) vervielen al:

  • 1.

    Het besluit Hygiëne, gezondheid en veiligheid op kampeerterreinen (BHGVK). In dit besluit werden regels gesteld over onderwerpen die volgens het kabinet ook elders worden geregeld of waarvoor de noodzaak van regelgeving ontbreekt:

    • -

      kwaliteitseisen voor het drinkwater op kampeerterreinen; deze zijn opgenomen in de Waterleidingwet en het daarop gebaseerde Waterleiding besluit.

    • -

      Bepalingen over opvang en afvoer van afvalwater. Deze zijn voldoende afgedekt in de voor kampeerterreinen gelden milieuwetgeving; het besluit Horeca- Sport-, en Recreatie-inrichtingen milieubeheer dan wel de Wet verontreiniging oppervlaktewater resp. de Wet bodembescherming.

    • -

      De hoeveelheid toiletten en wasbakken die op een kampeerterrein minimaal aanwezig moeten zijn; het deugdelijk functioneren van voorzieningen en de staat van onderhoud en reinheid ervan. Allemaal zaken die zich lenen voor zelfregulering van de recreatieondernemers. Marktwerking zal onvoldoende kwaliteit in deze immers vanzelf afstraffen.

  • 2.

    De bevoegdheid om, in geval dat onmiddellijk gevaar dreigt voor de volksgezondheid of veiligheid, een kampeerterrein te ontruimen. De inwerkingtreding van de Infectieziektenwet in 1998 heeft deze bepalingen overbodig gemaakt. In het kader van de handhaving van de Openbare orde heeft de burgemeester op grond van de Gemeentewet de bevoegdheid gebouwen en terreinen te ontruimen of te sluiten.

Ingaande 1 januari 2008 vervallen:

  • 1.

    Het wettelijke onderscheid tussen verschillende vormen van kamperen; de gemeente kan zelf bepalen of en hoe ze in regelgeving en beleid onderscheid wil maken.

    In onze gemeente komen in de diverse bestemmingsplannen de volgende vormen voor:

    • -

      kamperen op of bij erven van (bedrijfs-) woningen en (agrarische) bedrijven, met een maximum van 15 kampeermiddelen;

    • -

      reguliere campings met een in het bestemmingplan vastgelegd maximaal aantal staanplaatsen.

    Daarnaast is in de APV het kamperen buiten kampeerterreinen geregeld.

  • 2.

    Het stelsel van vergunningen en ontheffingen. In de praktijk is gebleken dat er al jaren geen vergunningen voor kampeerterreinen zijn afgegeven door de gemeente Leeuwarden. Dit heeft niet geleidt tot excessen of problemen. Ontheffingen, voor bijvoorbeeld tijdelijk kamperen bij de Froskepôle of in de Prinsentuin, werden en kunnen worden verleend op grond van de APV. Met het vervallen van het stelsel van vergunningen en ontheffingen vervalt ook het theoretisch mogelijke sanctioneren d.m.v. het intrekken van de vergunning. In plaats daarvan kan de gemeente algemene sanctiemiddelen gebruiken; het opleggen van een last onder dwangsom of het toepassen van bestuursdwang

  • 3.

    Het verbod op kamperen buiten kampeerterreinen dan wel het toestaan in bepaalde situaties juist toestaan hiervan; dit is geregeld in de APV art. 2.4.7.a

  • 4.

    De regeling van de kampeerovereenkomst. Concluderend kan gesteld worden dat continuering van de bijzondere regeling van de kampeerovereenkomst in de WOR niet noodzakelijk is vanuit het oogpunt van de bescherming van kampeerdersbelangen. Via het Burgerlijk Wetboek en de algemene voorwaarden van de RECRON wordt afdoende rechtsbescherming geboden. De RECRON voorwaarden zijn van toepassing op ongeveer 75% van de kampeerterreinen. Daarnaast zijn kleinschalige kampeerbedrijven vaak aangesloten bij de VeKaBo (vereniging kamperen bij de boer) of de SVR (Stichting Vrije Recreatie). Deze hanteren de richtlijnen en de leveringsvoorwaarden van hun organisatie.

Daarnaast zijn er in privaatrechtelijk verband mogelijkheden om desgewenst de reikwijdte van de rechtsbescherming van kampeerders verder uit te breiden met de vaststelling van een standaardregeling. Met een standaardregeling worden de algemene voorwaarden van de RECRON verbindend voor alle betrokken recreatiebedrijven en bieden ook bescherming aan kampeerders op de niet bij RECRON aangesloten of door de ANWB erkende kampeerbedrijven. Het initiatief om te komen tot een standaardregeling ligt bij de recreatiesector en past daarom in het streven van het kabinet om verantwoordelijkheden meer bij burgers en hun organisaties neer te leggen en zelfregulering te bevorderen.

Brandveiligheid.

Het regelen van brandveiligheid op kampeerterreinen maakt geen onderdeel uit van de WOR. Het kan ook niet geregeld worden in bestemmingsplan of APV, maar er kan op grond van de brandbeveiligingsverordening een gebruiksvergunning worden afgegeven. Hier bestaat geen landelijke wet- en regelgeving voor.

Panden die meer dan 50 personen kunnen herbergen, hebben een gebruiksvergunning nodig – dit geldt niet voor een open kampeerterrein. Voor de kantine van camping de Kleine Wielen is bovenstaande van toepassing en hiervoor is dan ook een gebruiksvergunning afgegeven.

Gebleken is dat voor geen van de Leeuwarder campings een gebruiksvergunning is afgegeven. Voor de kleine campings lijkt dat geen bezwaar maar voor de twee grote (de Kleine Wielen en Hiddemastate) is het raadzaam dat de Brandweer inventariseert of en in hoeverre hier onacceptabele risico’s bestaan. Op basis van deze inventarisatie kan dan samen met de exploitanten er voor gezorgd worden dat de tekortkomingen worden opgeheven dan wel worden vastgesteld of er beleid en vergunningen dienen te worden opgesteld. 

Kamperen in de gemeente Leeuwarden.

Leeuwarden kent twee grote en drie kleinere campings. Door Wijkzaken en ROI is in het kader van het verdwijnen van de WOR in 2006 aandacht besteed aan de wijze waarop campings momenteel zijn inbestemd.

  • 1.

    Camping en Bungalowpark de Kleine Wielen (Groene Ster 14, 8926 XE Leeuwarden) met 130 vaste standplaatsen en 200 toeristische de grootste. Deze camping is het gehele jaar geopend. Camping en Bungalowpark de Kleine Wielen valt onder het bestemmingsplan “Groene Ster” uit 1993.

  • 2.

    Camping Taniaburg (Vierhuisterweg 72, 8919 AH Leeuwarden). In het Leeuwarder bos bevindt zich kampeerterrein Taniaburg. In het bestemmingsplan “Leeuwarder Bos” dat dateert uit 1993 is géén beperking opgenomen voor wat betreft het aantal kampeermiddelen of anderszins. Het is de bedoeling dat het plan geactualiseerd wordt tegelijkertijd met bestemmingsplan Bilgaard.

  • 3.

    Camping Hiddemastate P.B. de Boer (Suderbuorren 6, 9086 CE Leeuwarden); kamperen bij de boer. In het vastgestelde bestemmingsplan Hempens/Teerns uitwerkingsplan fase 2 wordt rekening gehouden met 68 kampeerplaatsen.

  • 4.

    Mini-camping de Nauwe Greuns (Glinswei 5/Zwemmer, eveneens in Hempens). In het vastgestelde bestemmingsplan Hempens/Teerns uitwerkingsplan fase 2 wordt rekening gehouden met 12 plaatsen.

    In het bestemmingsplan “Hempens Teerns” is uitgebreid aandacht besteed aan deze twee campings v.w.b. het aantal toegestane kampeermiddelen, bebouwing etc.

  • 5.

    Lyts Tjaard S. Alberda (Tsjaerderdyk 5a in Wirdum); bestemmingsplan Buitengebied.

    Voor campings die zijn gelegen in het “Buitengebied” geldt een maximum van 15 kampeermiddelen. Het plan kent een vrijstellingsmogelijkheid voor “Kamperen op of bij erven van (bedrijfs)woningen en (agrarische) bedrijven. Hierbij zijn de volgende criteria gesteld:

het beoogde perceel dient minimaal 50m van (bedrijfs)woningen, agrarische of niet agrarische bedrijven te zijn gelegen;

het beoogde erf of perceel mag niet grenzen aan een ander kampeerterrein;

het kamperen moet inpasbaar zijn in het landschap;

percelen met de bestemming “Natuurgebied” en “Agrarisch gebied ” met de aanduiding “Natuurwaarden” komen niet in aanmerking;

kamperen op of bij erven wordt in bepaalde (in het Bestemmingsplan aangegeven) aangegeven voorkeurszones positief tegemoet getreden, in de overige delen van het Buitengebied wordt een terughoudend beleid voorgestaan. Het zal met name mogelijk worden gemaakt als er sprake is van het voorzien in een duidelijke recreatieve behoefte dan wel aansluiting bij recreatieve routes.

Kampeerseizoen

Hierin is (nog) niet voorzien in de diverse bestemmingsplannen. De grote camping aan De Kleine Wielen is het gehele jaar door geopend. Om verrommeling en ontsiering van het landschap en uitnodiging tot permanente bewoning op de kleinere campings te voorkomen is het niet wenselijk, dat ook het hele jaar door staanplaatsen worden ingenomen door caravans. Het verdient daarom aanbeveling voor de kleinere campings een kampeerseizoen vast te leggen voor de periode van 15 maart tot 1 november. Zolang dit nog niet in een bestemmingsplan is vastgelegd, kan dit voorlopig in de APV worden geregeld.

Tijdelijk kamperen

Mogelijkheid hiertoe wordt geboden middels art. 2.4.7.a APV. Het betreft hier het verstrekken van ontheffingen voor bijvoorbeeld het kortdurend kamperen van een gezelschap (sportvereniging etc.) aan bijvoorbeeld de Froskepôle.

Vrij kamperen

Is verboden middels art. 2.4.7.a APV ; Liggen of slapen op of aan de weg. De takst van dit artikel luidt als volgt:

Artikel 2.4.7a Liggen of slapen op of aan de weg

Het is verboden de weg als slaapplaats te gebruiken en verder op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent of een soortgelijk of ander onderkomen als slaapplaats te gebruiken of daarin te overnachten dan wel gelegenheid daartoe te bieden.

Het college van burgemeester en wethouders kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen en daaraan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid en gezondheid voorschriften verbinden, onder andere ter voorkoming en beperking van hinder, overlast en ontsiering van het stadsbeeld.

Het verbod geldt niet op door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen.

Gereguleerde Overnachtingplaats voor Campers (GOP) buiten kampeerterreinen

Door onder meer de Nederlandse Kampeerautoclub is het vervallen van de WOR aanleiding geweest om de gemeente te verzoeken over te gaan tot het aanwijzen en inrichten van een of meerdere GOP’s in of nabij de binnenstad.

Onze gemeente kent in de bebouwde kom geen specifieke overnachtingsplaatsen voor kampeerauto’s. Het overnachten van campers op parkeerterreinen is verboden in art. 2.4.7.a APV;] Liggen of slapen op of aan de weg.

Op camping de Kleine Wielen bevinden zich 7 speciaal voor campers ingerichte plaatsen en een zogenaamd camperservicestation. Deze camping is het gehele jaar geopend. Ook kunnen campers bij restaurant De Grote Wielen overnachten, gekoppeld aan het nuttigen van een diner.

Dichter bij de binnenstad, grenzend aan Bilgaard, ligt de stadscamping Taniaburg waar campers welkom zijn tijdens het kampeerseizoen, dus van 15 maart tot 1 november. Het stadscentrum ligt op 3 km afstand van deze camping, winkelcentrum Bilgaard op loopafstand .

Door de exploitant van deze camping is recentelijk een verzoek ingediend om de camping uit te mogen breiden t.b.v het realiseren van meerdere camperplaatsen. Het bestemmingsplan “Leeuwarder Bos” biedt hiertoe mogelijkheden aan de Oostzijde van de camping. Dit verzoek is momenteel in behandeling. Voor deze camping zou dan eventueel ook het kampeerseizoen moeten komen te vervallen.

Onderzocht is de mogelijkheid om grenzend aan de binnenstad een GOP te realiseren. Dit vraagt echter om een aantal voorzieningen en dus investeringen door de gemeente. Campers heten zelfvoorzienend te zijn maar hebben natuurlijk regelmatig wel behoefte aan water, elektriciteit en afvallozing (waaronder sanitair afval). Ook dient er bewegwijzering te komen.

We zien , gezien bovenstaande mogelijkheden voor kampeerautobezitters, op dit moment onvoldoende aanleiding om deze groep kampeerders extra te faciliteren. Bovendien zien we het realiseren van GOP’s niet als overheidstaak.

Mocht in de toekomst in onze gemeente de wens tot het realiseren van een of meerdere GOP’s ontstaan dan kan dit met een verkeersbesluit , een ontheffing van art. 2.4.7.a APV en een eventueel te voeren art. 19 WRO procedure mogelijk gemaakt worden.

Nieuwe kampeerterreinen

Kunnen tot stand komen middels het voeren van een vrijstellingsprocedure.

Aanbevelingen:

bij het actualiseren van bestemmingsplannen het kampeerseizoen opnemen.

behalve voor Camping de Kleine Wielen (deze is het hele jaar open) voorlopig het kampeerseizoen (15/3 tot 1/11), opnemen in de APV.

Camping Taniaburg de gelegenheid geven om uit te breiden met een terrein bestemd voor campers

bij het actualiseren van bestemmingsplannen vrijstellingsmogelijkheden opnemen voor het vestigen van nieuwe campings op de manier waarop die in het bestemmingsplan “buitengebied” zijn opgenomen. De betreffende regio moet hiertoe natuurlijk wel mogelijkheden bieden.

de Brandweer opdragen een risico- inventarisatie te maken van de twee grote campings ( de grote Wielen en Hiddemastate) en op basis van de resultaten hiervan eventueel vervolgacties te ondernemen.